Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 26 januari 2026, nr. IENW/BSK-2026/868, tot wijziging van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit in verband met aanpassingen van financiële en technische aard aan de paragraaf Waterstof in mobiliteit [KetenID WGK028210]

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder f en k, 6, zesde lid, 8, eerste lid, 9, 10, tweede en vierde lid, 23, derde lid, en 24, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1 komt het begrip referentievoertuig te luiden:

referentievoertuig:

vervoermiddel van dezelfde categorie, of zelfde soort logistiek werktuig als genoemd in bijlage 3, dat aan reeds van kracht zijnde toepasselijke Unienormen voldoet en dat zonder de steun zou zijn aangeschaft;

B

In artikel 1.2 wordt ‘emissievrije voertuigen’ telkens vervangen door ‘emissievrije voer- en werktuigen’.

C

Artikel 2.1.1 komt te luiden:

basisafname:

gemiddelde afname door nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen van deelnemers aan het samenwerkingsverband;

dagcapaciteit:

aantal kilogram waterstof dat een waterstoftankstation per dag kan laten tanken;

directe loonkosten:

het totaal van het bruto loon volgens de loonstaat, de vakantie-uitkering, de niet van winst afhankelijke eindejaarsuitkering of dertiende maand, de werkgeverslasten bestaande uit werkgeversdeel pensioenpremie, WW-premie, WIA/WAO-premie en bijdrage Zorgverzekeringswet, en de overige werkgeverspremies voor werkloosheids- en ziektekostenuitkeringen;

emissievrij licht waterstofvoertuig:

een emissievrij vervoermiddel als bedoeld in artikel 2, punt 102 octies, onderdeel b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, dat zich als waterstofvoertuig kwalificeert;

emissievrij logistiek waterstofwerktuig:

emissievrij waterstofwerktuig als genoemd in bijlage 3, dat voor het gebruik uitsluitend waterstof gebruikt als energiedrager;

emissievrij zwaar waterstofvoertuig:

een emissievrij vervoermiddel als bedoeld in artikel 2, punt 102 octies, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, dat zich als waterstofvoertuig kwalificeert;

hernieuwbare waterstof:

waterstof als bedoeld in artikel 2, punt 102 quater, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

locatie:

de postcode van de locatie waar het waterstoftankstation is of wordt aangelegd;

maximummassa:

de technisch toelaatbare maximummassa van een vrachtwagen in beladen toestand;

maximummassa van de combinatie:

de maximummassa die, voor zover het N3-voertuig, bedoeld in bijlage 3 betreft, mag worden uitgerust met een of meer aanhangwagens of opleggers, wordt vermeerderd met de technisch toelaatbare maximummassa van de aanhangwagens of opleggers in beladen toestand die het voertuig maximaal mag trekken;

mobiele waterstofopslag:

een aanhangwagen van categorie O2 of O3 volgens verordening (EU) 2018/858, met daarop een reservoir waarin waterstof onder druk gasvormig of vloeibaar wordt opgeslagen, zoals bijvoorbeeld een tubetrailer of een multiple energy gas container (MEGC);

multimodaal waterstoftankstation:

waterstoftankstation dat geschikt is voor het leveren van waterstof aan vrachtvervoer over de weg en aan ten minste één van de volgende vervoersmodaliteiten:

  • i. spoorvervoer;

  • ii. vervoer over de binnenwateren;

  • iii. zeevervoer;

nieuw emissievrij waterstofvoertuig:

emissievrij licht of zwaar waterstofvoertuig waarvan, blijkens vermelding in het kentekenregister, de datum eerste toelating, de datum eerste inschrijving in Nederland en de datum tenaamstelling gelijk zijn;

nieuw emissievrij logistiek waterstofwerktuig:

emissievrij logistiek waterstofwerktuig waarvan uit de offerte op basis waarvan het werktuig wordt aangeschaft, blijkt dat dit niet eerder is gebruikt;

offerte:

formeel, schriftelijk, aanbod tot het sluiten van een overeenkomst voor de aanschaf van een nieuw emissievrij waterstofvoertuig of nieuw emissievrij logistiek waterstofwerktuig, opgesteld op verzoek van de aanvrager;

retrofitting:

het aanpassen van vervoermiddelen of werktuigen waardoor deze als emissievrije vervoermiddelen of emissievrije werktuigen zijn te kwalificeren;

stedelijk knooppunt:

stedelijk knooppunt als bedoeld artikel 2, punt 72 van Verordening (EU) 2023/1804;

tankpunt:

een tankfaciliteit voor de levering van een vloeibare of gasvormige alternatieve brandstof via een vaste installatie, waaraan slechts één voertuig tegelijk kan worden bijgetankt;

verordening (EU) 2018/858:

Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU 2018, L151);

verordening 2023/1804:

Verordening (EU) 2023/1804 van het Europese Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU van het Europese Parlement en de raad (PbEU 2023, L234);

waterstoftankstation:

een vaste installatie, bestaande uit een of meer tankpunten, om vervoermiddelen van waterstof te voorzien;

waterstofvoertuig:

een voertuig dat voor de voortbeweging waterstof gebruikt als energiedrager;

zero-emissiezone:

nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s die het bevoegd gezag heeft ingesteld door middel van een verkeersbesluit en het plaatsen van het bijbehorende verkeersbord C22c en onderbord C22c1;

zwaar wegvervoer:

wegvervoer door voertuigen van categorie M3, N2 of N3 volgens verordening (EU) 2018/858.

D

In artikel 2.1.2 wordt ‘en emissievrije waterstofvoertuigen voor wegvervoer’ vervangen door ‘, emissievrije waterstofvoertuigen voor wegvervoer, en emissievrije logistieke waterstofwerktuigen’.

E

Artikel 2.1.3 komt te luiden:

Artikel 2.1.3. Subsidiabele activiteiten

  • 1. De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij deze paragraaf, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor projecten gericht op de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer, waaronder in dit hoofdstuk ook een multimodaal waterstoftankstation wordt begrepen, in combinatie met de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen of retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren.

  • 2. In aanvulling op de in het eerste lid bedoelde combinatie kan ook subsidie worden verstrekt voor de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen of retrofitting van één of meerdere werktuigen, waardoor deze als emissievrije logistieke waterstofwerktuigen kwalificeren.

  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan subsidie worden verstrekt voor uitsluitend de aanschaf van één of meerdere waterstofvoertuigen of waterstofwerktuigen of retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen of werktuigen, bedoeld in het eerste en tweede lid, indien de exploitant die deelneemt aan het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 2.1.4, reeds een waterstoftankstation exploiteert, dat voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 2.1.10a, eerste lid, onderdeel e en, voor zover het een openbaar toegankelijk waterstoftankstation betreft, onderdeel f, of daartoe met de werkzaamheden is aangevangen.

  • 4. Voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid geldt een basisafname van ten minste 300 kilogram waterstof per dag, waarvan minimaal de helft wordt behaald door de aanschaf van nieuwe emissievrije zware waterstofvoertuigen of retrofitting van zware vervoermiddelen.

  • 5. De aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation als bedoeld in het eerste lid kan over de looptijd van de regeling de investering van ten hoogste drie mobiele waterstofopslagen omvatten die:

    • a. worden gebruikt voor het leveren van waterstof aan het waterstoftankstation waarop de aanvraag van het samenwerkingsverband betrekking heeft; en

    • b. dienen als voorraadvat van het waterstoftankstation.

F

Artikel 2.1.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel a’ vervangen door ‘artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation’ en wordt na ‘artikel 36bis’ ingevoegd ‘, 56ter of 56quater’.

2. In het vierde lid wordt ‘artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b of c’ vervangen door ‘artikel 2.1.3, tweede of derde lid, voor zover het betreft de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen, of voor retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrij lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren’.

3. Na het vijfde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede en derde lid, voor zover het waterstofwerktuigen betreft, zijn subsidiabel de kosten die op grond van artikel 36, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor subsidie in aanmerking komen.

G

Artikel 2.1.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 2.000.000 per aanvraag’ vervangen door ‘€ 3.000.000 per aanvraag’.

2. Onder verlettering van onderdeel b tot onderdeel c wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • b. voor de investering in de aanleg of opwaardering van een multimodaal waterstoftankstation: maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 4.000.000 per aanvraag;

3. In onderdeel c (nieuw), aanhef, wordt ‘tot een maximum van € 5.000.000 per aanvraag’ vervangen door ‘€ 4.000 maal de dagcapaciteit van het waterstoftankstation in kilogrammen, met een maximum van € 8.000.000 per aanvraag’.

4. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c (nieuw) door een puntkomma, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • d. voor de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen als genoemd in bijlage 3, of voor retrofitting van één of meerdere werktuigen, waardoor deze als emissievrije logistieke waterstofwerktuigen kwalificeren: maximaal 80% van de in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 4.000 maal de dagcapaciteit van het waterstoftankstation in kilogrammen, met een maximum van € 8.000.000 per aanvraag en een maximum van:

    • i. € 100.000 per emissievrije overslagmachine die voorzien is van een brandstofcel;

    • ii. € 100.000 per vorkheftruck van meer dan 5 ton hefvermogen die voorzien is van een brandstofcel;

    • iii. € 100.000 per verreiker die voorzien is van een brandstofcel;

    • iv. € 300.000 per pushbacktruck die voorzien is van een brandstofcel;

    • v. € 300.000 per terminaltrekker die voorzien is van een brandstofcel;

  • e. Indien de aanvraag zowel de aanschaf of retrofitting bedoeld in onderdeel c als de aanschaf of retrofitting bedoeld in onderdeel d betreft, kan de subsidie voor beide activiteiten samen niet hoger zijn dan het maximum per aanvraag, genoemd in onderdeel c of d.

H

Artikel 2.1.7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.3, eerste en tweede lid, is:

    • a. € 18.000.000 voor het jaar 2024;

    • b. € 26.650.000 voor het jaar 2025;

    • c. € 35.000.000 voor het jaar 2026;

    • d. € 35.000.000 voor het jaar 2027;

    • e. € 38.000.000 voor het jaar 2028;

    • f. € 38.000.000 voor het jaar 2029.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.3, derde lid, is:

    • a. € 10.000.000 voor het jaar 2024;

    • b. € 14.000.000 voor het jaar 2025;

    • c. € 10.000.000 voor het jaar 2026;

    • d. € 10.000.000 voor het jaar 2027;

    • e. € 10.000.000 voor het jaar 2028;

    • f. € 10.000.000 voor het jaar 2029.

3. Het vijfde lid vervalt, onder vernummering van het zesde lid tot vijfde lid.

I

Artikel 2.1.8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt ‘artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel a’ vervangen door ‘artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer’.

b. In onderdeel c wordt ’10 punten’ vervangen door ‘5 punten’.

c. In onderdeel d, wordt na ‘onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten’ ingevoegd ‘dat geschikt is voor wegvervoer’ en wordt ’10 punten’ vervangen door ‘5 punten’.

d. Na onderdeel d wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van dat onderdeel door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. openbare toegankelijkheid, te waarderen met 10 punten.

2. In het tweede lid wordt ‘artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b of c’ vervangen door ‘artikel 2.1.3, derde lid,’.

3. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. Indien subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, eerste lid, wordt aangevraagd voor een openbaar toegankelijk waterstoftankstation in een gemeente die is opgenomen in bijlage 1, plus maximaal 10 rijkilometers vanaf de gemeentegrens, heeft deze aanvraag, in afwijking van het bepaalde in het zesde lid, voorrang op aanvragen van een samenwerkingsverband waarvoor geldt dat het waterstoftankstation is of wordt gevestigd in een gemeente die niet in bijlage 1 is opgenomen.

4. Het achtste lid komt te luiden:

  • 8. Indien meerdere aanvragen worden ingediend door samenwerkingsverbanden waarvan het openbaar toegankelijke waterstoftankstation is of wordt gevestigd in een gemeente die is opgenomen in bijlage 1, geldt de voorrangsregel uit het zevende lid uitsluitend voor de aanvraag die de hoogste score heeft behaald zoals deze volgt uit toepassing van het vierde en vijfde lid.

J

Artikel 2.1.9, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Een aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze paragraaf kan worden ingediend:

    • a. in 2024 van 15 juli 2024, 9.00 uur tot en met 6 september 2024, 12.00 uur;

    • b. in 2025 van 1 april 2025, 9.00 uur tot en met 18 juni 2025, 17.00 uur;

    • c. in 2026 van 1 april 2026, 9.00 uur tot en met 13 mei 2026, 17.00 uur;

    • d. in 2027 van 31 maart 2027, 9.00 uur tot en met 11 mei 2027, 17.00 uur;

    • e. in 2028 van 4 april 2028, 9.00 uur tot en met 16 mei 2028, 17.00 uur;

    • f. in 2029 van 4 april 2029, 9.00 uur tot en met 16 mei 2029, 17.00 uur.

K

Artikel 2.1.10 komt te luiden:

Artikel 2.1.10. Aanvraag

  • 1. Een aanvrager kan bij de Minister een aanvraag om subsidie indienen door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is via de website van RVO.

  • 2. Een aanvraag tot subsidieverlening bevat naast de in artikel 10 van het Kaderbesluit genoemde gegevens ten minste:

    • a. naam en adres van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;

    • b. contactpersoon met contactgegevens van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;

    • c. inschrijfnummer van de deelnemers aan het samenwerkingsverband bij de Kamer van Koophandel;

    • d. de code of codes verbonden aan de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek van de deelnemers aan het samenwerkingsverband die actief zijn in transport of logistiek;

    • e. onderbouwing waaruit blijkt dat het project uiterlijk 36 maanden na verlening kan worden afgerond;

    • f. hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies van andere bestuursorganen.

  • 3. De Minister kan de aanvrager verzoeken documenten te overleggen met betrekking tot de aanvraag.

  • 4. Een aanvrager kan voor de subsidiabele activiteiten bedoeld in artikel 2.1.3, per locatie waar het waterstoftankstation is of wordt gevestigd, één aanvraag indienen per aanvraagperiode als bedoeld in artikel 2.1.9, eerste lid.

  • 5. Indien een aanvrager in afwijking van het vierde lid meer dan één aanvraag indient per aanvraagperiode als bedoeld in artikel 2.1.9, eerste lid, wordt alleen de eerst ingediende aanvraag behandeld.

L

Na artikel 2.1.10 worden vier artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 2.1.10a Aanvraag aanleg of opwaardering waterstoftankstation

  • 1. In aanvulling op artikel 2.1.10 bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.1.3, eerste en tweede lid, voor zover het betreft de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation, de volgende gegevens en bescheiden:

    • a. onderbouwing van de kosten van de investering in aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation;

    • b. onderbouwing van de dagcapaciteit van het waterstoftankstation aan de hand van een offerte;

    • c. onderbouwing aan de hand van de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 3 van de afname door emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistiek waterstofwerktuigen van de dagcapaciteit na het uitvoeren van het project;

    • d. uit de onderbouwing, bedoeld in onderdeel c, blijkt dat het waterstoftankstation de basisafname na het uitvoeren van het project behaalt, waarbij minimaal de helft van deze afname bestaat uit afname door emissievrije zware waterstofvoertuigen waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • e. de voor de subsidiabele activiteit benodigde omgevingsvergunning, of aanvraag daarvoor, waaruit in elk geval blijkt dat het waterstoftankstation:

      • i. een minimale dagcapaciteit heeft van 1.000 kilogram, en voorzien is van ten minste twee onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten; en

      • ii. mede toegankelijk is voor zwaar wegvervoer;

    • f. indien het waterstoftankstation openbaar toegankelijk is, toont de aanvrager aan dat het waterstoftankstation:

      • i. in elk geval beschikt over een tankpunt van 350 bar en een tankpunt van 700 bar;

      • ii. beschikt over mogelijkheden waardoor de eindgebruiker elektronisch kan betalen via terminals en apparatuur voor betaaldiensten, waaronder ten minste een van de volgende:

        • betaalkaartlezers;

        • apparatuur voor contactloos betalen die ten minste in staat is betaalkaarten te lezen;

      • iii. voorzien is van prijsinformatie die beschikbaar is vóór het begin van een tankbeurt waarbij de in rekening gebrachte prijs redelijk, gemakkelijk en duidelijk vergelijkbaar, transparant en niet-discriminerend is;

    • g. een onderbouwing waaruit blijkt dat het waterstoftankstation alleen open staat voor een beperkte en nader omschreven groep personen of openbaar toegankelijk is.

  • 2. Indien de aanvraag een multimodaal waterstoftankstation betreft dat mede is gericht op vervoer over de binnenwateren of zeevervoer, bevat de aanvraag in aanvulling op het eerste lid:

    • a. een onderbouwing waaruit blijkt dat het multimodale waterstoftankstation op gelijke en niet-discriminerende wijze tegen marktvoorwaarden aan belangstellende gebruikers beschikbaar wordt gesteld, en,

    • b. indien de aanvraag voor het onderdeel dat ziet op het vervoer over de binnenwateren meer dan € 2,2 miljoen subsidie betreft een onderbouwing waaruit blijkt de subsidie niet hoger is dan het verschil tussen de in aanmerking komende kosten en de exploitatiewinst van de investering, waarbij de exploitatiewinst vooraf op basis van redelijke prognoses op de in aanmerking komende kosten in mindering wordt gebracht.

  • 3. Indien de aanvrager in aanmerking wil komen voor de extra punten als bedoeld in artikel 2.1.8, vijfde lid, toont hij op basis van Richtlijn (EU) 2018/2001 aan dat sprake is van hernieuwbare waterstof van niet-biologische oorsprong.

  • 4. Indien de aanvrager niet in aanmerking wil komen voor de extra punten bedoeld in artikel 2.1.8, vijfde lid, verstrekt hij in aanvulling op het derde lid een schriftelijke verklaring met de toezegging dat het waterstoftankstation uiterlijk op 31 december 2035 uitsluitend hernieuwbare waterstof zal leveren.

Artikel 2.1.10b Aanvraag aanschaf nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen

  • 1. In aanvulling op artikel 2.1.10 bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.1.3, eerste, tweede of derde lid, voor zover het betreft nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen of nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen als genoemd in bijlage 3, de volgende gegevens en bescheiden:

    • a. merk, type en handelsbenaming van elk nieuw emissievrij waterstofvoertuig of emissievrij logistiek waterstofwerktuig waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • b. kopie van de offerte van minder dan zes maanden oud, met inbegrip van de offerteprijs, voor de voorgenomen aanschaf van elk nieuw emissievrij waterstofvoertuig of emissievrij logistiek waterstofwerktuig waaruit blijkt dat dit zich kwalificeert als emissievrij licht of zwaar waterstofvoertuig of als emissievrij logistiek waterstofwerktuig;

    • c. een bewijs van minder dan zes maanden oud waaruit blijkt wat de prijs van het referentievoertuig of het referentiewerktuig is.

  • 2. Onverminderd het eerste lid, onderdeel b, geldt voor een emissievrij logistiek waterstofwerktuig dat de offerte is voorzien van een verklaring van de offrerende partij dat het waterstofwerktuig nieuw is en niet eerder gebruikt.

  • 3. Indien de aanvraag een emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie M1 betreft, verstrekt de aanvrager in aanvulling op het eerste lid een kopie van de offerte waaruit blijkt dat:

    • a. het een voor rolstoelen toegankelijk voertuig betreft als bedoeld in artikel 86c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

    • b. het voertuig over meer dan vier zitplaatsen als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen beschikt.

Artikel 2.1.10c Aanvraag retrofitting emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen

  • 1. In aanvulling op artikel 2.1.10 bevat de aanvraag voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.1.3, eerste, tweede of derde lid, voor zover het betreft retrofitting van emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen als genoemd in bijlage 3, de volgende gegevens en bescheiden:

    • a. merk, type en handelsbenaming van elk voertuig dat zich door retrofitting als emissievrij waterstofvoertuig of emissievrij logistiek waterstofwerktuig kwalificeert;

    • b. kopie van de offerte van minder dan zes maanden oud, met inbegrip van de offerteprijs, voor de voorgenomen retrofitting, waaruit blijkt dat in het voertuig bedoeld in onderdeel a geen interne verbrandingsmotor achterblijft waardoor het voertuig zich niet kwalificeert als emissievrij licht of zwaar waterstofvoertuig of als emissievrij logistiek waterstofwerktuig.

  • 2. Indien de aanvraag een emissievrij licht waterstofvoertuig van categorie M1 betreft, verstrekt de aanvrager in aanvulling op het eerste lid een kopie van de offerte waaruit blijkt dat:

    • a. het een voor rolstoelen toegankelijk voertuig betreft als bedoeld in artikel 86c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

    • b. het voertuig over meer dan vier zitplaatsen als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen beschikt.

Artikel 2.1.10d Aanvraag uitsluitend aanschaf of retrofitting emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen

Indien de aanvraag uitsluitend de subsidiabele activiteiten betreft, bedoeld in artikel 2.1.3, derde lid, verstrekt de aanvrager in aanvulling op de gegevens, bedoeld in de artikelen 2.1.10b en 2.1.10c de volgende gegevens en bescheiden:

  • a. een onderbouwing waaruit aan de hand van de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 3 blijkt dat de exploitant van het waterstoftankstation de basisafname behaalt, of na het uitvoeren van het project behaalt, waarbij minimaal de helft van deze afname bestaat uit afname door emissievrije zware waterstofvoertuigen;

  • b. de voor de subsidiabele activiteit benodigde omgevingsvergunning waaruit in elk geval blijkt dat het waterstoftankstation:

    • i. een minimale dagcapaciteit heeft van 1.000 kilogram, en voorzien is van ten minste twee onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten;

    • ii. toegankelijk is voor zwaar wegvervoer;

  • c. indien het waterstoftankstation openbaar toegankelijk is, toont de aanvrager aan dat het waterstoftankstation:

    • i. in elk geval beschikt over een tankpunt van 350 bar en een tankpunt van 700 bar;

    • ii. beschikt over mogelijkheden waardoor de eindgebruiker elektronisch kan betalen via terminals en apparatuur voor betaaldiensten, waaronder ten minste een van de volgende:

      • betaalkaartlezers;

      • apparatuur voor contactloos betalen die ten minste in staat is betaalkaarten te lezen;

    • iii. voorzien is van prijsinformatie die beschikbaar is vóór het begin van een tankbeurt waarbij de in rekening gebrachte prijs redelijk, gemakkelijk en duidelijk vergelijkbaar, transparant en niet-discriminerend is.

M

Artikel 2.1.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt ‘artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b’ vervangen door ‘artikel 2.1.3, eerste of tweede lid, voor zover het betreft de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen of nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen’ en wordt na ‘tenaamgesteld’ toegevoegd ‘of het waterstofwerktuig reeds is aangeschaft’.

2. In het derde lid wordt ‘artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel c’ vervangen door ‘artikel 2.1.3, eerste of tweede lid, voor zover het betreft retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen of werktuigen.

N

Artikel 2.1.12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, aanhef, vervalt ‘onderdeel a,’, onder verlettering van de onderdelen b tot en met d tot a tot en met c.

2. In het derde lid wordt ‘artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b’ vervangen door ‘artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen betreft’.

3. In het zevende lid wordt ‘artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel c’ vervangen door ‘artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen’.

4. Onder vernummering van het achtste lid tot het elfde lid worden drie leden ingevoegd, luidende:

  • 8. In aanvulling op het eerste lid is de subsidieontvanger bij de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede en derde lid, verplicht er zorg voor te dragen het emissievrije logistieke waterstofwerktuig gedurende 48 maanden na het sluiten van de overeenkomst op basis waarvan de aanschaf of retrofitting heeft plaatsgevonden, zonder overdracht aan derden, in eigendom te hebben.

  • 9. De Minister kan op verzoek van de subsidieontvanger uitstel verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien de subsidieontvanger kan aantonen dat de benodigde tijd voor de realisatie van het project langer is dan 36 maanden.

  • 10. Het project eindigt na het verlenen van uitstel als bedoeld in het negende lid uiterlijk 48 maanden na de subsidieverlening.

O

Artikel 2.1.13 komt te luiden:

  • 1. Met de beschikking tot subsidieverlening wordt 50% van het verleende subsidiebedrag als voorschot verstrekt.

  • 2. Als minimaal 75% van de zware waterstofvoertuigen van categorie M3, N2 of N3 is aangeschaft, kan op verzoek van de aanvrager een aanvullend voorschot van 25% van het verleende subsidiebedrag worden verstrekt.

  • 3. Het aanvullend voorschot, bedoeld in het tweede lid, wordt verstrekt na het overleggen van de kentekens van de reeds aangeschafte zware waterstofvoertuigen.

P

Artikel 2.1.14 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt, onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot tweede tot en met vierde lid.

2. In het tweede lid (nieuw) wordt ‘artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel a’ vervangen door ‘artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer’.

3. In het derde lid (nieuw) wordt ‘artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel b’ vervangen door ‘artikel 2.1.3, eerste, tweede of derde lid, voor zover het betreft de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen’.

4. In het vierde lid (nieuw) wordt ‘artikel 2.1.3, eerste lid, onderdeel c’ vervangen door ‘artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover het betreft retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen’.

5. Na het vierde lid (nieuw) worden drie leden toegevoegd, luidende:

  • 5. In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, voor zover het betreft de aanschaf van een nieuw emissievrij logistiek waterstofwerktuig, in elk geval een afschrift van de overeenkomst op basis waarvan de aanschaf daarvan heeft plaatsgevonden.

  • 6. In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, voor zover het betreft retrofitting van een werktuig in elk geval een afschrift van de overeenkomst op basis waarvan retrofitting heeft plaatsgevonden.

  • 7. In afwijking van artikel 24 van het Kaderbesluit bevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie geen controleverklaring.

Q

Bijlage 1 wordt vervangen door bijlage I bij deze regeling.

R

Bijlage 2 wordt vervangen door bijlage II bij deze regeling.

S

Bijlage 3 wordt vervangen door bijlage III bij deze regeling.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2026 en werkt ten aanzien van artikel 2.1.1, onderdeel ‘maximummassa van de combinatie’, terug tot en met 1 juli 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.A. Aartsen

BIJLAGE I BIJ DE REGELING TOT WIJZIGING VAN DE TIJDELIJKE SUBSIDIEREGELING ZERO-EMISSIE MOBILITEIT IN VERBAND MET AANPASSINGEN VAN FINANCIËLE EN TECHNISCHE AARD AAN DE PARAGRAAF WATERSTOF IN MOBILITEIT

Bijlage 1 bij artikel 2.1.8, zevende en achtste lid, van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

Deze lijst betreft gemeenten die:

1) een stedelijk knooppunt zijn, of

2) een zero-emissiezone hebben ingesteld of aangekondigd,

waarvoor, in beide gevallen, geen openbaar toegankelijk waterstoftankstation operationeel is dat voldoet aan de eisen genoemd in artikel 2.1.10a, eerste lid, onderdelen e en f, en op grond van paragraaf 2.1 geen subsidie is verleend voor de aanleg van een openbaar toegankelijk waterstoftankstation.

gemeente Almere

gemeente Alphen aan den Rijn

gemeente Apeldoorn

Gemeente Assen

gemeente Delft

gemeente Den Bosch

gemeente Den Haag

gemeente Dordrecht

gemeente Ede

gemeente Emmen

gemeente Enschede

gemeente Gouda

gemeente Leeuwarden

gemeente Leiden

gemeente Maastricht

gemeente Middelburg

gemeente Tilburg

gemeente Zoetermeer

BIJLAGE II BIJ DE REGELING TOT WIJZIGING VAN DE TIJDELIJKE SUBSIDIEREGELING ZERO-EMISSIE MOBILITEIT IN VERBAND MET AANPASSINGEN VAN FINANCIËLE EN TECHNISCHE AARD AAN DE PARAGRAAF WATERSTOF IN MOBILITEIT

Bijlage 2. bij artikel 2.1.8, derde lid, van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

Punten ten behoeve van de criteria genoemd in het eerste lid:

criterium

invulling

score

a. inzet financiële middelen

A/B(=x*y): A. gevraagd subsidiebedrag gedeeld door B. (=x. dagcapaciteit als bedoeld in artikel 2.1.10a, eerste lid, onderdeel b, * y. aantal tankpunten)

De uitkomst van de invulling delen door 20. Dit getal wordt als percentage in mindering gebracht op de maximale score van 70 punten

b. fase vergunningaanvraag

vergunning is aangevraagd

1 punt

 

vergunning is verleend

5 punten

 

vergunning is onherroepelijk

10 punten

c. dagcapaciteit en opschaalbaarheid

Dagcapaciteit van 1.000 kg, of vergunning daarvoor aanwezig

1 punt

 

Dagcapaciteit van 1.500 kg, of vergunning daarvoor aanwezig

3 punten

 

Dagcapaciteit van 2.000 kg of meer, of vergunning daarvoor aanwezig

5 punten

d. aantal onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten

Twee onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten

0 punten

 

Drie of meer onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten

5 punten

e. openbaar toegankelijk waterstoftankstation

 

10 punten

BIJLAGE III BIJ DE REGELING TOT WIJZIGING VAN DE TIJDELIJKE SUBSIDIEREGELING ZERO-EMISSIE MOBILITEIT IN VERBAND MET AANPASSINGEN VAN FINANCIËLE EN TECHNISCHE AARD AAN DE PARAGRAAF WATERSTOF IN MOBILITEIT

Bijlage 3. bij artikel 2.1.10a, aanhef en eerste lid, onderdeel c, en artikel 2.1.10d, aanhef en onderdeel a, van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit

Categorie emissievrije waterstofvoertuig

verbruik in kilogram per dag op basis van 365 dagen per jaar

N1

3 kg/d

N2

8,2 kg/d

N3 maximummassa van de combinatie < 30 ton

15 kg/d

N3 maximummassa van de combinatie vanaf 30 ton

25 kg/d

M1

3,5 kg/d

M2

6,6 kg/d

M3

21 kg/d

type emissievrij logistiek waterstofwerktuig

verbruik in kilogram per dag op basis van 365 dagen per jaar

Overslagmachines

10 kg/d

Vorkheftrucks ≥ 5 ton hefvermogen

20 kg/d

Verreikers

10 kg/d

Pushbacktrucks

40 kg/d

Terminaltrekker

30 kg/d

TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Deze regeling wijzigt de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit, meer in het bijzonder de paragraaf 2.1 over Waterstof in mobiliteit (hierna: SWiM). Op grond van de huidige SWiM kunnen subsidies worden verstrekt voor investeringen in waterstoftankstations en emissievrije waterstofvoertuigen voor wegvervoer.

2. Noodzaak tot wijziging

Naar aanleiding van de opgedane praktijkervaringen met de aanvraagperiodes in 2024 en 2025 en wensen vanuit de sector is de SWiM op diverse plekken aangepast, zoals het meenemen van multimodale en private waterstoftankstations, alsmede logistieke waterstofwerktuigen (overslagmachines, vorkheftrucks, verreikers, pushbacktrucks en terminaltrekkers). Ook zijn de subsidieplafonds en openstellingsperiodes voor de jaren 2026 tot en met 2029 vastgesteld.

3. Verhouding tot bestaande regelgeving

Nationaal recht

Deze wijzigingsregeling van de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit is gebaseerd op het Kaderbesluit subsidies I en M (hierna: Kaderbesluit).

Europeesrechtelijke aspecten

De subsidieverstrekking op grond van de SWiM is aan te merken als staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De subsidieverstrekking was onder de vrijstelling van de artikelen 36bis en 36ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (hierna: AGVV) gebracht. Artikel 36bis betreft de investeringen in waterstoftankstations, artikel 36ter die in waterstofvoertuigen. De wijzigingen zorgen ervoor dat er subsidiabele activiteiten in de SWiM bij komen met een andere staatssteungrondslag.

multimodale waterstoftankstations

Bij multimodale waterstoftankstations gaat het om inrichtingen waarbij naast vervoermiddelen voor wegvervoer ook vervoermiddelen voor vervoer over de binnenwateren, zeevervoer of spoor kunnen tanken. Artikel 36bis van de AGVV sluit in het tweede lid steun ten behoeve van investeringen met betrekking tot oplaad- en tankinfrastructuur in havens specifiek uit. De subsidieverstrekking voor de aanschaf of opwaardering van multimodale waterstoftankstations kan daarom niet onder de vrijstelling van artikel 36bis van de AGVV worden gebracht. Gelet hierop dient een multimodaal waterstoftankstation onder de vrijstelling van artikel 56ter of 56quater te worden gebracht.

Artikel 56ter (‘Steun voor zeehavens’) en artikel 56quater (‘Steun voor binnenhavens’) van de AGVV bieden de mogelijkheid steun te geven voor investeringen ten behoeve van de bouw, vervanging of modernisering van haveninfrastructuur, en ook meer specifiek ten behoeve van oplaad-en tankinfrastructuur (lid 2 en lid 2bis).

Onder haveninfrastructuur, zoals gedefinieerd in artikel 2 onder 157 van de AGVV, valt onder meet oplaad- en tankinfrastructuur in havens die vervoermiddelen, mobiel terminalmaterieel en mobiel grondafhandelingsmaterieel voorzien van elektriciteit, waterstof, ammoniak of methanol1.

Bij vervoermiddelen gaat het om spoorvervoer, vrachtvervoer over de weg, vervoer over de binnenwateren, zeevervoer, luchtvervoer, multimodaal vervoer (artikel 2 onder 56 van de AGVV).

Gelet hierop kan een multimodaal waterstoftankstation in een zeehaven onder artikel 56ter AGVV gesubsidieerd worden, en een multimodaal waterstoftankstation in een binnenhaven onder artikel 56quater AGVV. Uiteraard geldt hierbij dat aan alle voorwaarden uit het betreffende artikel moet zijn voldaan.

De steun wordt, net als voor de reguliere waterstoftankstations, verleend op basis van een concurrerende biedprocedure zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 38, van de AGVV. Het steunpercentage van maximaal 40% van de in aanmerking komende kosten (artikel 2.1.6, onderdeel b) past voor een multimodaal waterstoftankstation in een zeehaven. Voor zeehavens is geregeld dat voor een bedrag van maximaal € 5 miljoen de steunintensiteit maximaal 80% van de in aanmerking komende kosten is (artikel 56ter, negende lid, AGVV). In artikel 2.1.6 is de steun gemaximeerd tot € 4 miljoen. Voor een multimodaal waterstoftankstation in een binnenhaven past dit steunpercentage tot een subsidiebedrag van € 2,2 miljoen, voor zover de subsidie betrekking heeft op het vervoer over de binnenwateren (artikel 56 quater, achtste lid, AGVV). Bij een hogere vraag om subsidie moet dit onderdeel van de aanvraag een berekening bevatten waaruit blijkt dat de subsidie niet hoger is dan het verschil tussen de in aanmerking komende kosten en de exploitatiewinst (artikel 56quater, vierde lid, van de AGVV).

logistieke waterstofwerktuigen

Bij de aanschaf van of retrofitting tot logistieke waterstofwerktuigen gaat het niet om vervoermiddelen als bedoeld in artikel 36ter van de AGVV. De typen logistieke waterstofwerktuigen waarvoor subsidie kan worden verstrekt, zijn limitatief opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling. Het betreft overslagmachines, vorkheftrucks, verreikers, pushbacktrucks en terminaltrekkers. De subsidieverstrekking kan daarom niet onder de vrijstelling van dit artikel worden gebracht. De subsidieverstrekking past wel onder de vrijstelling van artikel 36 van de AGVV. Artikel 36 is bedoeld voor investeringssteun om ondernemingen in staat te stellen verder te gaan dan Unienormen inzake milieubescherming of om, bij ontstentenis van Unienormen, het niveau van milieubescherming te verhogen. Hieronder valt de aanschaf van emissievrije logistieke waterstofwerktuigen. Artikel 36 is niet van toepassing op investeringen in machines die van fossiele brandstoffen gebruikmaken. Daarom is in het begrip ‘emissievrij logistiek waterstofwerktuig’ opgenomen dat dit als energiedrager uitsluitend waterstof gebruikt. Dit houdt in dat het werktuigen met een brandstofcel betreft. Hybride toepassingen vallen daarmee niet onder dit begrip.

De steun wordt, net als voor de waterstofvoertuigen, verleend op basis van een concurrerende biedprocedure zoals gedefinieerd in artikel 2, onderdeel 38, van de AGVV. Het steunpercentage van maximaal 80% van de in aanmerking komende kosten (artikel 2.1.6, onderdeel d) past voor een logistiek waterstofwerktuig (artikel 36, negende lid, van de AGVV). Bij de subsidie voor de aanschaf van een nieuw logistiek emissievrij waterstofwerktuig komen de kosten, genoemd in artikel 36, vierde lid, onderdeel a, van de AGVV als subsidiabele kosten in aanmerking. Dit betreft de meerprijs: subsidiabel zijn de extra kosten voor de aanschaf in vergelijking met het referentiewerktuig (een regulier dieselwerktuig van een vergelijkbare uitvoering). Bij retrofitting zijn de kosten van de investering in de retrofitting (aanpassing van de aandrijflijn) subsidiabel.

Mocht het toepassen van artikel 2.1.6 in een specifieke, op voorhand onvoorzienbare situatie toch leiden tot een overschrijding van dat steunpercentage, dan zal in dat geval het bedrag van de subsidie worden verlaagd. Daarnaast geldt op grond van artikel 5, eerste lid, van het Kaderbesluit dat reeds eerder verstrekte subsidies voor de subsidiabele kosten of een deel daarvan in mindering moeten worden gebracht op de subsidie.

4. Inhoud van de wijzigingen

Uitbreiding met logistieke werktuigen

In de SWiM werden uitsluitend voertuigen (bestelbusjes, bussen en trucks) gesubsidieerd. Door ook de mogelijkheid te bieden limitatief genoemde logistieke werktuigen te subsidiëren, wordt de verduurzaming van de bredere logistieke keten aangepakt. Hierbij is gekozen voor categorieën logistieke werktuigen die niet reeds door andere subsidieregelingen worden gedekt. Consortia hebben op deze manier de mogelijkheid om voor de afname van waterstof een bredere groep potentiële afnemers te benaderen. De typen voertuigen, werktuigen en de maximale verbruikscapaciteit per dag (dagcapaciteit) zijn genoemd in bijlage 3.

Uitbreiding met multimodale waterstoftankstations

Verordening (EU) 2023/18042 voor de uitrol van laadinfrastructuur (beter bekend onder de Engelse afkorting AFIR3) stimuleert lidstaten om bij de uitrol van tankinfrastructuur naar meerdere modaliteiten te kijken. Gasvormige waterstof zoals die wordt toegepast in wegtransport kan ook worden toegepast in spoorvervoer, de binnenvaart en (kust)zeevaart. De tankinfrastructuur voor deze modaliteiten is minder ver ontwikkeld dan de tankinfrastructuur voor wegtransport. Door het stimuleren van multimodale waterstoftankstations kunnen deze modaliteiten gebruikmaken van de tankinfrastructuur voor wegtransport, waarvoor het gebruik al meer ontwikkeld is4.

Uitbreiding voorrangsbepaling zero-emissiezones

De SWiM bevat een voorrangsregeling voor initiatieven die een waterstoftankstation realiseren in of in de directe nabijheid (binnen 10 rijkilometers vanaf de gemeentegrens) van een stedelijk knooppunt dat nog niet wordt gedekt door een waterstoftankstation of dat daarvoor nog geen subsidie is verleend. Deze voorrangsregeling is bedoeld om snel en effectief de AFIR-doelstelling in te vullen dat ieder stedelijk knooppunt is 2030 voorzien van een waterstoftankstation. Ter ondersteuning van het nationale beleid van zero-emissiezones wordt deze voorrangsregeling uitgebreid met gemeenten die een zero-emissiezone hebben of hebben aangekondigd. Een waterstoftankstation nabij een zero-emissiezone stimuleert het gebruik van waterstofvoertuigen als een van de opties voor zero-emissievervoer en daarmee de businesscase voor waterstofvervoer. Dit belang wordt groter indien voor die zones in toenemende mate geen andere op fossiele brandstoffen aangedreven voertuigen meer zijn toegestaan. Daarnaast kan op deze manier de SWiM effectief bijdragen aan het vergroten van de opties voor zero-emissie mobiliteit in deze steden. Ook hiervoor geldt dat er geen waterstoftankstation in of in de nabijheid van die gemeenten aanwezig is of daarvoor geen subsidie is verleend.

Verhoging minimale dagcapaciteit

In de SWiM was het mogelijk een waterstoftankstation te realiseren met een minimale dagcapaciteit van 500 kg. De marktontwikkeling is dat de toepassing van waterstof in mobiliteit zich meer en meer toespitst op zwaar vervoer. Gelet hierop is de aanname dat waterstoftankstations van 500 kg te klein zullen zijn om per dag grotere aantallen vrachtwagens te kunnen bedienen. Bovendien zijn er in 2024 en 2025 geen aanvragen ingediend voor nieuwe waterstoftankstations kleiner dan 1.000 kg. Daarom is de minimale dagcapaciteit van waterstoftankstations verhoogd van 500 kg naar 1.000 kg.

Mogelijkheid private waterstoftankstations

De eis dat uit de (voor de subsidiabele activiteit benodigde) omgevingsvergunning blijkt dat het waterstoftankstation openbaar toegankelijk is, is geschrapt. Hierdoor is subsidieverlening ook mogelijk voor zogeheten private waterstoftankstations die niet toegankelijk zijn voor het algemeen publiek, maar alleen open staan voor een beperkte en nader omschreven groep personen. Hierbij valt te denken aan waterstoftankstations op een haventerrein, of aan waterstoftankstations voor een vloot van bussen die op waterstof rijden. In Verordening (EU) 2023/1804 wordt het voorbeeld genoemd van parkeerplaatsen in een kantoorgebouw dat alleen toegankelijk is voor werknemers of gemachtigde personen. Deze uitbreiding is wenselijk, omdat in sommige situaties de eis van openbare toegankelijkheid ertoe leidt dat de wenselijke uitrol van waterstoftankstations niet kan worden gesteund. Wel geldt voor deze private waterstoftankstations dat deze geen voorrang kunnen krijgen op openbaar toegankelijke waterstoftankstations. De AFIR-doelen kunnen met deze private waterstoftankstations immers niet worden behaald. Daarnaast geldt dat de SWiM hiermee meer aansluit bij de subsidiemogelijkheden voor laadinfrastructuur in de Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit. Deze mogelijkheid is er al voor zowel publieke als private laadinfrastructuur.

Overige wijzigingen

Naar aanleiding van de opgedane praktijkervaring met de openstelling in 2025 zijn daarnaast enkele verbeteringen doorgevoerd in de wijzigingsregeling van de SWiM die in het artikelsgewijze deel van de toelichting aan bod komen. Verder zijn de artikelen met openstellingsperiodes en subsidieplafonds gewijzigd.

5. Gevolgen van de wijziging

Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid

De wijzigingsregeling is voorgelegd aan de RVO. De RVO acht de regeling uitvoerbaar en handhaafbaar.

Regeldrukeffecten

De regeling is aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) voorgelegd ter toetsing.

Ondanks de uitbreiding van de regeling neemt de regeldruk voor de meeste aanvragers naar verwachting af.

De regeling is breder toegankelijk gemaakt en staat nu ook open voor multimodale en private waterstoftankstations en enkele logistieke werktuigen. Elk van deze toepassingen kent specifieke inhoudelijke verplichtingen om aan de regeling te voldoen, waardoor de regeling in totaal nu meer inhoudelijke verplichtingen bevat. Per aanvraag levert dit geen zwaardere administratieve last op doordat in de regeling een duidelijker onderscheid is gemaakt voor de verschillende toepassingen, soms zelfs uitgewerkt in afzonderlijke artikelen, zoals bijvoorbeeld in artikel 2.1.10a tot en met 2.1.10d voor de verschillende specifieke aanvraagvereisten.

De uitbreiding van de voorrangsregel voor waterstoftankstations die in een nog niet vervuld stedelijk knooppunt worden gevestigd, met waterstoftankstations in een gemeente met een zero-emissiezone, is verwerkt in bijlage 1 van de regeling, waardoor alle gemeenten waarvoor de voorrangsregel geldt overzichtelijk bij elkaar staan. Dit overzicht wordt na iedere openstelling bijgewerkt, door gemeenten te verwijderen die inmiddels een subsidie op grond van deze regeling toegekend hebben gekregen.

Bovendien worden de administratieve lasten in veel gevallen verlaagd, doordat aanvragers bij de aanvraag tot vaststelling van de definitieve subsidie niet langer een controleverklaring hoeven aan te leveren. Dat was voorheen wel het geval, als de subsidie voor een deelnemer 125.000 euro of meer bedroeg.

De tijd die een subsidieaanvrager aan een aanvraag besteedt, is afhankelijk van het aantal voertuigen of werktuigen waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de tijd die het kost om een waterstoftankstation te realiseren. De verwachting is dat een subsidieaanvrager in totaal maximaal drie uur per voertuig of werktuig besteedt. Voor het berekenen van de regeldruk voor ondernemers wordt een standaardtarief van € 60 gehanteerd. In totaal is de regeldruk voor een aanvrager daarmee maximaal € 180 per voertuig of werktuig.

Hierbij wordt ervan uitgegaan dat een gemiddelde aanvrager 5 tot 10 voertuigen of werktuigen zal aanschaffen. Indien een individuele aanvrager voor minder voertuigen subsidie aanvraagt dan zal de tijd die het kost om subsidie aan te vragen per voertuig hoger liggen. Om te komen tot minimaal 300 kg voor de basisafname zijn naar verwachting 12 tot 50 voertuigen of werktuigen nodig, afhankelijk van de voertuigcategorieën. Dit komt neer op een bedrag van € 2.000 tot € 9.000.

Voor een waterstoftankstation wordt gerekend op een regeldruk van circa 200 uur De verplichte accountantscontrole komt te vervallen en daarmee gaat de regeldruk met € 10.000 omlaag. Uitgaande van een subsidiebedrag van maximaal € 8.000.000 betekent dit een regeldruk van ca.€ 21.000. Voor de duur van de regeling worden met de kennis van nu maximaal 90 aanvragen verwacht. Daarmee is de macroregeldruk van deze regeling ongeveer € 1,9 miljoen voor de hele duur van de regeling. Dat bedrag is 0,076% van het subsidiebudget.

Internetconsultatie

Van 13 november tot en met 11 december 2025 stond de internetconsultatie voor de wijzigingsregeling open. Er zijn 26 reacties binnengekomen. De meeste voorgestelde wijzigingen werden door de reactanten positief ontvangen. Op een beperkt aantal punten zijn door meerdere reactanten zorgen uitgesproken.

Subsidiabel maken van private, niet openbaar toegankelijke waterstoftankstations

De zorg bestaat bij een aantal reactanten dat hierdoor onvoldoende middelen worden ingezet op een netwerk van openbaar toegankelijke waterstoftankstations. De wijzigingsregeling is aangepast om tegemoet te komen aan deze zorg. De scoringssystematiek is zo aangepast dat waterstoftankstations 10 punten extra scoren wanneer zij publiek toegankelijk zijn (op een maximale score van 100 punten voor een waterstoftankstation). Op die manier krijgt bij gelijke voorstellen het publiek toegankelijke station een hogere score, maar maken goede voorstellen voor een privaat waterstoftankstation nog altijd kans op subsidie.

Tevens is voor private waterstoftankstations de eis voor tankpunten van zowel 350 als 700 bar vervallen, omdat deze eis om twee drukken te hanteren voor een privaat waterstoftankstation overbodig is.

Subsidiabel maken van een aantal logistieke werktuigen

De zorg bestaat bij een aantal reactanten dat door de uitbreiding van het aantal subsidiabele voer- of werktuigen er minder subsidie overblijf voor wegvoertuigen. Deze zorg heeft niet geleid tot aanpassing van de wijzigingsregeling, omdat de inschatting is dat dit risico beperkt is vanwege de al bestaande bepaling dat minimaal de helft van de basisafname moet worden gedekt door zware voertuigen.

Het niet subsidiabel stellen van taxi’s

Meerdere reactanten hebben voorgesteld om ook taxi’s (categorie M1) subsidiabel te maken. Dit voorstel is niet doorgevoerd in de wijzigingsregeling, omdat deze is gericht op de toepassing van waterstof in zwaardere voer- en werktuigcategorieën.

Het uitbetalingsschema van de subsidie

Meerdere reactanten gaven aan hinder te ondervinden van het uitbetalingsschema, waarbij de helft van het subsidiebedrag als voorschot wordt uitgekeerd en de andere helft bij de voltooiing van het gehele project. In de praktijk kan dit ertoe leiden dat in een consortium van meerdere deelnemers, alle deelnemers moeten wachten op uitbetaling van de tweede helft totdat de laatste partner in het consortium zijn subsidiabele activiteit heeft uitgevoerd.

Dit heeft geleid tot een aanpassing van de regeling waarbij als er minimaal 75% van de zware werktuigen wordt aangeschaft er additioneel nog 25% extra wordt uitbetaald.

6. Inwerkingtreding

Deze wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2026. Zij werkt ten aanzien van artikel 2.1.1, onderdeel ‘maximummassa van de combinatie’, terug tot en met 1 juli 2024. Door aan dit onderdeel terugwerkende kracht te verlenen, wordt voorkomen dat bij de vaststelling van reeds verleende subsidies problemen kunnen ontstaan met betrekking tot de maximale subsidiehoogte voor bepaalde typen voertuigen.

Artikelsgewijs

Onder A, B, C, D, E, G, I, K, L, M, N, O en P (wijziging artikel 1.1, 1.2, 2.1.1, 2.1.2, 2.1.3, tweede en derde lid, 2.1.5, zesde lid, 2.1.6, onderdeel d, 2.1.8, tweede lid, 2.1.10a tot en met 2.1.10d, 2.1.11, tweede en derde lid,2.1.12, achtste en negende lid, 2.1.14, vijfde en zesde lid, bijlage 3)

Deze wijzigingen hangen samen met de uitbreiding van de SWiM met logistieke werktuigen, die in paragraaf 4 van het algemene deel van de toelichting is beschreven. Het gaat om de volgende elementen:

artikelen 1.1 en 2.1.1: In beide artikelen zijn begripsbepalingen opgenomen. In tegenstelling tot artikel 2.1.1 (die alleen gelden voor paragraaf 2.1) gelden de begripsbepalingen van artikel 1.1. voor de gehele regeling. De begrippen ‘emissievrij logistiek waterstofwerktuig’ en ‘nieuw emissievrij logistiek waterstofwerktuig’ zijn aan de begripsbepalingen in artikel 2.1.1 toegevoegd. Daarnaast zijn de begripsbepalingen ‘referentievoertuig’ (1.1), ‘basisafname’, ‘offerte’, en ‘retrofitting’ (2.1.1) aangepast zodat de logistieke werktuigen hieronder passen. De verwijzing in de begrippen ‘referentievoertuig’ en ‘emissievrij logistiek waterstofwerktuig’ naar de logistieke werktuigen bedoeld in artikel 2.1.6, onderdeel d, benadrukt dat het bij de emissievrije logistieke waterstofwerktuigen om een limitatieve lijst gaat. De definitie van stedelijk knooppunt is aangepast, waarbij de reikwijdte hetzelfde is gebleven.

In het begrip ‘nieuw emissievrij logistiek waterstofwerktuig’ ligt vast dat uit de offerte moet blijken dat dit werktuig niet eerder is gebruikt. Als de offerteprijs bijvoorbeeld lager is dan de waarde die gebruikelijk is voor het werktuig, zal navraag volgen over de offerteprijs.

artikel 2.1.2: Het investeren in emissievrije logistiek waterstofwerktuigen is toegevoegd aan het doel van de paragraaf.

artikel 2.1.5, zesde lid: De subsidieverstrekking voor de aanschaf van emissievrije logistiek waterstofwerktuigen of retrofitting van werktuigen, waardoor deze als emissievrije waterstofwerktuigen kwalificeren wordt onder de vrijstelling van artikel 36, vierde lid, onderdeel a, van de AGVV gebracht. Dit is in het zesde lid verwerkt. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3 van het algemene deel van deze toelichting, onder de kop ‘logistieke waterstofwerktuigen’.

artikel 2.1.6, aanhef en onderdeel d: Het subsidiebedrag voor nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen is afhankelijk van het type. Er zijn vijf verschillende types:

type emissievrij logistiek waterstofwerktuig

Maximaal subsidiebedrag

Overslagmachine brandstofcel

100.000

Vorkheftruck brandstofcel ≥ 5 ton hefvermogen

100.000

Verreiker brandstofcel

100.000

Pushbacktruck brandstofcel

300.000

Terminaltrekker brandstofcel

300.000

Net als bij de vervoermiddelen geldt dat de logistieke waterstofwerktuigen moeten worden aangeschaft. Bij financial lease gaat het economisch eigendom van de leasemaatschappij over naar de lessee. Daarom is ook bij financial lease sprake van aanschaf in de zin van dit artikel.

artikel 2.1.8, tweede lid: Door deze aanpassing verwijst dit lid nu ook naar de emissievrije logistieke waterstofwerktuigen. Hierdoor kunnen deze worden betrokken in de rangschikking van subsidieaanvragen.

artikelen 2.1.10a tot en met 2.1.10.d: Naar aanleiding van de uitbreiding van de SWiM met multimodale waterstoftankstations, private waterstoftankstations en logistieke werktuigen is het oorspronkelijke artikel 2.1.10 opgeknipt. In artikel 2.1.10 zijn de aanvraagvereisten opgenomen die voor alle soorten aanvragen gelden. Artikel 2.1.10a ziet op aanvragen voor de aanleg of opwaardering van waterstoftankstations, artikel 2.1.10b op aanvragen voor de aanschaf van nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen, artikel 2.1.10c op aanvragen voor de retrofitting van emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen en artikel 2.1.10d op aanvragen die uitsluitend de aanschaf of retrofitting van emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen betreffen.

artikel 2.1.11, tweede en derde lid: de verwijzingen naar artikel 2.1.3 zijn aangepast en waterstofwerktuigen zijn toegevoegd.

Artikel 2.1.12, tweede, derde en zevende lid: de verwijzingen naar artikel 2.1.3 zijn aangepast.

artikel 2.1.12, achtste en negende lid: Het is de wens om emissievrije waterstofwerktuigen voor Nederland te behouden om zo ook voor de langere termijn milieuwinst in Nederland te realiseren. Tegelijk is voor de onderneming een zekere mate van flexibiliteit gewenst wat betreft het bezit van de werktuigen. Daartussen is een balans gezocht door in deze regeling de eis te stellen dat het aangeschafte waterstofwerktuig gedurende 48 maanden na de aanschaf in eigendom moet blijven van de subsidieontvanger.

Deze leden zorgen ervoor dat de subsidieontvanger tot 48 maanden na de aanschaf moet kunnen bewijzen dat hij daadwerkelijk het emissievrije logistieke waterstofwerktuig heeft aangeschaft. Tevens is de subsidieontvanger verplicht ervoor te zorgen dat hij het werktuig gedurende 48 maanden na de aanschaf onafgebroken in eigendom heeft. Deze verplichtingen zijn vergelijkbaar als die voor de emissievrije waterstofvoertuigen, maar verschillen er ook van. De reden hiervoor is dat de waterstofwerktuigen niet zijn opgenomen in het kentekenregister.

2.1.14, tweede tot en met vierde lid (nieuw): in deze leden zijn de verwijzingen naar artikel 2.1.3 aangepast.

2.1.14, vijfde en zesde lid: Om de aanspraak op subsidie te kunnen controleren, verstrekt de subsidieontvanger een afschrift van de overeenkomst op basis waarvan het emissievrije waterstofwerktuig is aangeschaft, of op basis waarvan die door retrofitting tot emissievrij waterstofwerktuig is geworden.

bijlage 3: Een samenwerkingsverband kan aan de hand van bijlage 3 het dagverbruik opvoeren van waterstofvoertuigen die van het waterstoftankstation gebruik maken of gaan maken. Aan deze bijlage zijn de emissievrije waterstofwerktuigen toegevoegd.

Onder C, E, F, G, en K (wijziging artikel 2.1.1, 2.1.3, eerste lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, onderdeel b, 2.1.10)

Deze wijzigingen hangen samen met de uitbreiding van de SWiM met multimodale waterstoftankstations, die in paragraaf 4 van het algemene deel van de toelichting is beschreven. Het gaat om de volgende elementen:

artikel 2.1.1: Het begrip multimodaal waterstoftankstation is aan de begripsbepalingen toegevoegd.

artikel 2.1.3, eerste lid, voor zover dit lid ziet op waterstoftankstations: In dit lid is bepaald dat onder de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation ook de investering in de aanleg of opwaardering van een multimodaal waterstoftankstation wordt begrepen. Waar het in de paragraaf verder over ‘waterstoftankstation’ gaat, betekent dat daarom ‘waterstoftankstation of multimodaal waterstoftankstation’. Dit komt de leesbaarheid van de paragraaf ten goede. In die gevallen waarin het alleen over het ene of alleen over het andere soort waterstoftankstation gaat, blijkt dat uit de systematiek.

artikel 2.1.5, eerste lid: De subsidieverstrekking voor de aanleg of opwaardering van een multimodaal waterstoftankstation wordt onder de vrijstelling van artikel 56ter of 56quater van de AGVV gebracht. Dit is in het eerste lid verwerkt.

artikel 2.1.6, onderdeel b: De maximale subsidie voor de aanleg of opwaardering van een multimodaal waterstoftankstation bedraagt 4 miljoen euro. Dit is een miljoen meer dan bij de reguliere waterstoftankstations. De reden hiervoor is dat multimodale waterstoftankstations een hogere kostprijs hebben dan reguliere waterstoftankstations.

artikel 2.1.10a: In dit artikel zijn de aanvraagvereisten voor een multimodaal waterstoftankstation verwerkt.

Onder C (wijziging artikel 2.1.1)

Het begrip ‘gewicht’ is vervangen door het begrip ‘maximummassa van de combinatie’, vooruitlopend op een nog niet in werking getreden wijziging van de Wet vrachtwagenheffing (reden waarom niet naar deze wet wordt verwezen). Voor N3-voertuigen die een of meer aanhangers of opleggers kunnen meevoeren, wordt meegeteld bij de massa van het N3 voertuig de maximummassa van de aanhangers of opleggers die het N3-voertuig theoretisch maximaal kan en mag trekken. De nieuwe begripsbepaling sluit aan bij de bedoeling van de paragraaf.

De begripsbepaling ‘zero-emissiezone’ is ingegeven door het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Hoofdstuk VB. Milieuzones en nul-emissiezones).

Onder E (wijziging artikel 2.1.3)

Eerste lid

Het eerste lid betreft allereerst een samenvoeging van het reeds bestaande artikel 2.1.3, eerste lid, aanhef en de onderdelen a, b en c. Dit betreft de aanvraag voor projecten gericht op de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation dat geschikt is of wordt voor zwaar wegvervoer, in combinatie met de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen of retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren.

Tweede lid

Uit het tweede lid vloeit voort dat naast de aanschaf van of retrofitting tot waterstofvoertuigen ook subsidie kan worden aangevraagd voor nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen of retrofitting van werktuigen tot emissievrije logistieke waterstofwerktuigen.

Derde lid

Het derde lid betreft het voormalige tweede lid, op grond waarvan uitsluitend subsidie kon worden aangevraagd voor de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen of retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen, waardoor deze als emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen kwalificeren. Daaraan is de aanschaf van emissievrije logistieke waterstofwerktuigen of retrofitting van werktuigen, waardoor deze als emissievrije logistieke waterstofwerktuigen kwalificeren, toegevoegd.

Vierde lid

In het vierde lid is bepaald dat de basisafname ten minste 300 kilogram waterstof per dag bedraagt en dat de helft daarvan als gevolg van de aanschaf of retrofitting van de in het eerste lid bedoelde voertuigen moet worden gedekt door zware voertuigen (N2, N3 en M3). Het gaat daarbij om de aan te schaffen nieuwe emissievrije waterstofvoertuigen of te retrofitten zware vervoermiddelen die onderdeel uitmaken van de aanvraag.

Vijfde lid

Het komt regelmatig voor dat een mobiele waterstofopslag wordt opgesteld als opslagfaciliteit, bijvoorbeeld een tubetrailer of een Multiple Energy Gas Container (MEGC). Hierdoor hoeft er geen apart voorraadvat te worden aangeschaft. Hiermee vormt de trailer een kostencomponent voor een waterstoftankstation. De situatie kan zich voordoen dat een mobiele waterstofopslag wordt gebruikt als voorraadvat, en dat deze zodra deze leeg is wordt verwisseld met een volle mobiele waterstofopslag. Zo is bij het waterstoftankstation permanent de ene mobiele waterstofopslag aanwezig als voorraadvat, terwijl de andere wordt gebruikt om nieuwe voorraad op te halen. In het derde lid is expliciet vastgelegd dat de investering in dit geval een waterstoftankstation de aanschaf van een of meer tot maximaal drie mobiele waterstofopslagen kan omvatten met betrekking tot de subsidieverlening. Hiermee wordt duidelijk dat dit kosten zijn die onder artikel 2.1.5, eerste lid vallen. De kosten kunnen op grond van artikel 36bis van de AGVV kosten omvatten voor met de oplaad- of tankinfrastructuur verband houdende technische uitrusting. Gelet op de eisen aan een mobiele waterstofopslag geldt deze als ‘met de oplaad- of tankinfrastructuur verband houdende technische uitrusting’: omdat mobiele waterstofopslagen worden gebruikt als voorraadvat horen zij tot deze uitrusting.

Onder G (wijziging artikel 2.1.6)

onderdeel a

In dit onderdeel is het maximale subsidiebedrag voor de aanleg of opwaardering van een regulier waterstoftankstation verhoogd, van 2 miljoen naar 3 miljoen euro.

Dit hangt samen met hogere kosten om een waterstoftankstation geschikt te maken voor zwaar vervoer (bijvoorbeeld hogere compressiecapaciteit). Tevens is de minimale dagcapaciteit verhoogd van 500 kilogram naar 1.000 kilogram.

onderdelen c en d (nieuw)

Het maximum voor de aanschaf of retrofitting van emissievrije waterstofvoertuigen is aangepast. Dit hangt samen met de toenemende dagcapaciteit van waterstoftankstations. Het maximum was € 5.000.000 per aanvraag, en is nu € 4.000 maal de dagcapaciteit van het waterstoftankstation in kilogrammen, met een maximum van € 8.000.000. Bij een waterstoftankstation van 1.500 kilogram is de aanvraag dus maximaal € 6.000.000: € 4.000 maal 1.500. Bij een waterstoftankstation van 2.500 kilogram is de aanvraag maximaal € 8.000.000: € 4.000 maal 2.500 is 10 miljoen, maar de grens ligt bij 8 miljoen. Zonder dit maximum daalt het aantal aanvragen dat kan worden toegekend, hetgeen niet wenselijk is gelet op het doel van deze paragraaf dat in alle stedelijke knooppunten een waterstoftankstation komt.

Deze zelfde berekeningswijze geldt voor emissievrije waterstofvoertuigen (onderdeel c) en emissievrije waterstofwerktuigen (onderdeel d).

Onder H en J (wijziging artikel 2.1.7, 2.1.9)

In deze artikelen liggen de aanvraagperiodes en subsidieplafonds voor de jaren 2026 tot en met 2029 vast. In artikel 2.17, eerste lid, wordt nu verwezen naar artikel 2.1.3 eerste en tweede lid, omdat de subsidieplafonds voor de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation in combinatie met de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije lichte of zware waterstofvoertuigen of retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen nu ook zien op de aanschaf van één of meerdere nieuwe emissievrije logistieke waterstofwerktuigen of retrofitting van één of meerdere werktuigen.

In artikel 2.1.7, tweede lid, wordt nu verwezen naar artikel 2.1.3, derde lid, omdat dit subsidieplafond naast de aanschaf van één of meerdere waterstofvoertuigen of retrofitting van één of meerdere vervoermiddelen ook ziet op de aanschaf van waterstofwerktuigen of de retrofitting van één of meerdere werktuigen.

Onder I en P (wijziging artikel 2.1.8 en bijlage 1)

eerste lid

Stel dat een waterstoftankstation drie onafhankelijk van elkaar werkende tankpunten heeft. Als er dan één uitvalt, kunnen de twee andere tankpunten blijven functioneren. Aan dit beoordelingscriterium (onderdeel d) is voor de duidelijkheid toegevoegd dat het gaat om tankpunten geschikt voor wegvervoer.

Aan het eerste lid is een onderdeel e toegevoegd, op grond waarvan waterstoftankstations 10 punten krijgen toegekend, indien zij openbaar toegankelijk zijn. Op die manier krijgt bij gelijke voorstellen het openbaar toegankelijke waterstoftankstation een hogere score dan een privaat waterstoftankstation, maar maken goede voorstellen voor een privaat waterstoftankstation nog altijd kans op subsidie.

zevende en achtste lid

De voorrangsregeling in het zevende lid was tamelijk complex, en de toevoeging van voorrang voor steden met een (aangekondigde of vastgestelde) zero-emissiezone zou deze nog complexer maken.

Daarom is het zevende lid versimpeld: als een aanvraag een waterstoftankstation betreft in een gemeente die is opgenomen in bijlage 1, heeft deze aanvraag voorrang op een aanvraag voor een waterstoftankstation in een gemeente die niet is opgenomen in bijlage 1.

In bijlage 1 zijn twee soorten gemeenten opgenomen: Gemeenten die in een stedelijk knooppunt liggen als bedoeld in artikel 2, punt 72, van Verordening (EU) 2023/1804, en gemeenten die een zero-emissiezone hebben ingesteld of aangekondigd.

Daarbij geldt dat in deze gemeenten geen openbaar toegankelijk waterstoftankstation operationeel is dat voldoet aan de eisen genoemd in artikel 2.1.10a, eerste lid, onderdeel e en onderdeel f (kort gezegd: de eisen uit de AFIR), of dat voor de aanleg daarvan geen subsidie is verleend op basis van de SWiM. Voor beide geldt dat daarbij een omtrek van 10 rijkilometers in aanmerking wordt genomen.

Het achtste lid sluit aan bij de vereenvoudiging van het zevende lid.

Onder K en L (wijziging artikel 2.1.10, invoeging artikelen 2.1.10a tot en met d)

Artikel 2.1.10

Artikel 2.1.10 was een uitgebreid artikel. Door de toevoeging van multimodale waterstoftankstations en emissievrije logistieke waterstofwerktuigen zou dit artikel nog verder worden uitgebreid. Om de paragraaf overzichtelijk te houden, is dit artikel opgesplitst. In artikel 2.1.10 zijn de algemene vereisten opgenomen die voor elke aanvraag gelden.

vierde en vijfde lid

In het vierde lid is toegevoegd dat een aanvrager voor de investering in de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation (in combinatie met aanschaf of retrofitting van voertuigen en werktuigen) per aanvraagperiode één aanvraag kan indienen per locatie. Het ontbreken van deze bepaling leidde bij eerdere openstellingen tot onduidelijkheid. In het vijfde lid ligt vast dat alleen de eerst ingediende aanvraag wordt behandeld als een aanvrager toch meerdere aanvragen per aanvraagperiode indient voor eenzelfde locatie. Een tweede (of eventueel volgende aanvraag) wordt afgewezen. Deze leden horen thuis in het algemene artikel 2.1.10, aangezien zij de artikelen 2.1.10a tot en met 2.1.10c betreffen.

Artikel 2.1.10a

In artikel 2.1.10a zijn de vereisten opgenomen die betrekking hebben op de aanvraag voor de aanleg of opwaardering van een waterstoftankstation (artikel 2.1.3, eerste lid). In dit artikel zijn de aanvraagvereisten voor een multimodaal waterstoftankstation verwerkt en is het emissievrije logistieke waterstofwerktuig verwerkt. In vergelijking met het oude artikel 2.1.10 zijn uit het oogpunt van vermindering van regeldruk enkele aanvraagvereisten geschrapt die niet voldoende toegevoegde waarde hadden (overleggen huur- of koopovereenkomst grond, intentieverklaring eigenaar grond).

Op grond van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel e, geldt niet meer, zoals voorheen, de voorwaarde dat sprake moet zijn van een openbaar toegankelijk waterstoftankstation. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4 van het algemene deel van deze toelichting, onder de kop ‘Mogelijkheid private waterstoftankstations’.

De vereisten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f met betrekking tot tarieven, authenticatie- en betaalmethoden, vloeien voort uit artikel 36 bis, achtste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening gelden alleen voor openbaar toegankelijke waterstoftankstations. Ook de eis voor tankpunten van zowel 350 als 700 bar gelden alleen voor openbaar toegankelijke waterstoftankstations. De eis om twee drukken te hanteren voor een privaat waterstoftankstation is overbodig.

In het eerste lid, onderdeel g, is bepaald dat het feit dat het waterstoftankstation alleen open staat voor een beperkte en nader omschreven groep personen wel in de aanvraag dient te worden onderbouwd. Dit is van belang voor de toepassing van de voorrangsregeling. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4 van het algemene deel van deze toelichting, onder de kop ‘Mogelijkheid private waterstoftankstations’.

tweede lid

Het tweede lid bevat aanvraagvereisten die specifiek zijn opgenomen voor multimodale waterstoftankstations die gericht zijn op vervoer over de binnenwateren of op zeevervoer. Deze vereisten hangen direct samen met de staatssteungrondslag voor de multimodale waterstoftankstations. Zie hiervoor verder paragraaf 3 van het algemeen deel van de toelichting onder het kopje ‘Multimodale waterstoftankstations;.

Artikelen 2.1.10b en 2.1.10c

In deze artikelen zijn de vereisten opgenomen die betrekking hebben op de aanvraag voor de aanschaf van (of retrofitting tot) emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen (artikel 2.1.3, eerste, tweede en derde lid).

Het tweede lid van artikel 2.1.10b bevat de eis de offerte voor een emissievrij logistieke waterstofwerktuig te voorzien van een verklaring van de leverancier dat het waterstofwerktuig niet eerder is gebruikt. Deze verklaring dient als controle. Dit is noodzakelijk, omdat (anders dan bij de waterstofvoertuigen) geen register bestaat voor waterstofwerktuigen waarin na te gaan is of het een nieuwe machine betreft.

Artikel 2.1.10d

In artikel 2.1.10d zijn de vereisten opgenomen die betrekking hebben op de aanvraag voor de aanschaf van (of retrofitting tot) emissievrije waterstofvoertuigen of emissievrije logistieke waterstofwerktuigen (artikel 2.1.3, derde lid).

Onder N en P (wijziging artikel 2.1.12, 2.1.14)

De artikelen 2.1.12 en 2.1.14 zijn op twee punten gewijzigd. De toevoeging van emissievrije werktuigen kwam in het eerste deel van de artikelsgewijze toelichting al aan bod. Daarnaast is de opbouw van de artikelen gewijzigd. De mogelijkheid om ontheffing te verlenen van de verplichting het project binnen 36 maanden na de subsidieverlening af te ronden, staat nu in het artikel met verplichtingen (2.1.12). De mogelijkheid om te verzoeken om uitstel voor het indienen van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie is vervallen in artikel 2.1.14. Deze mogelijkheid betrof de facto een ontheffing van de verplichting in artikel 2.1.12, eerste lid. Het ligt meer voor de hand deze mogelijkheid in artikel 2.1.12 zelf op te nemen.

Onder R (bijlage 2 bij artikel 2.1.8, derde lid)

De puntentelling van bijlage 2 is aangepast naar aanleiding van de wijziging van artikel 2.1.8, eerste lid.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – Openbaar Vervoer en Milieu, A.A. Aartsen


X Noot
1

In de Nederlandse taalversie van artikelen 56ter en quater staat ‘elektriciteit, waterstof, ammoniak en methanol’. Uit de Duitse taalversie blijkt echter dat het om ‘elektriciteit, waterstof, ammoniak of methanol’ gaat.

X Noot
2

Verordening (EU) 2023/1804 van het Europese Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU van het Europese Parlement en de raad (PbEU 2023, L234)

X Noot
3

Alternative Fuels Infrastructure Regulation

X Noot
4

De voordelen van multimodale watersoftankstations ten opzichte van aparte waterstoftankstations voor verschillende modaliteiten zijn beschreven in het Ekinetix-rapport (Strategische verkenning waterstof in mobiliteit 2030)


X Noot
1

In de Nederlandse taalversie van artikelen 56ter en quater staat ‘elektriciteit, waterstof, ammoniak en methanol’. Uit de Duitse taalversie blijkt echter dat het om ‘elektriciteit, waterstof, ammoniak of methanol’ gaat.

X Noot
2

Verordening (EU) 2023/1804 van het Europese Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU van het Europese Parlement en de raad (PbEU 2023, L234)

X Noot
3

Alternative Fuels Infrastructure Regulation

X Noot
4

De voordelen van multimodale watersoftankstations ten opzichte van aparte waterstoftankstations voor verschillende modaliteiten zijn beschreven in het Ekinetix-rapport (Strategische verkenning waterstof in mobiliteit 2030)

Naar boven