Collectieve uitspraak op bezwaar van 25 februari 2026 van de inspecteur inzake het massaal bezwaar tegen het in rekening gebrachte percentage belastingrente voor de inkomstenbelasting en enige overige middelen vanaf 1 oktober 2020

De inspecteur,

Gelet op artikel 25e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,

Besluit:

Aanleiding

Met het oog op een efficiënte en eenduidige afdoening van een groot aantal bezwaarschriften tegen het in rekening gebrachte percentage belastingrente voor de inkomstenbelasting en enige overige middelen vanaf 1 oktober 2020, heeft de Staatssecretaris van Financiën een aanwijzing massaal bezwaar gegeven (Besluit van 16 april 2025, nr. 2025-96279, Stcrt. 2025, 15207; hierna: de aanwijzing massaal bezwaar).

Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op de in de aanwijzing massaal bezwaar vermelde rechtsvragen (Hoge Raad 16 januari 2026, nr. 24/04619, ECLI:NL:HR:2026:59; hierna: het arrest van 16 januari 2026). Naar aanleiding hiervan doe ik collectieve uitspraak op de bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar geldt. Deze uitspraak strekt tot ongegrondverklaring van de bezwaren.

Arrest van de Hoge Raad en beantwoording rechtsvragen massaal bezwaar

In het arrest van 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad overwogen dat artikel 1, letter a, van het Besluit belasting- en invorderingsrente (hierna: Besluit BIR) niet in strijd is met het evenredigheids- of gelijkheidsbeginsel. Voorts is geen sprake van enige andere strijdigheid met algemene rechtsbeginselen of hoger geschreven recht voor het reguliere, niet-verhoogde percentage belastingrente voor de in de aanwijzing massaal bezwaar bedoelde belastingmiddelen. De Hoge Raad oordeelt dat artikel 1, letter a, Besluit BIR en het erbij geregelde reguliere, niet-verhoogde percentage belastingrente niet onverbindend zijn.

Hoewel voor de aanwijzing massaal bezwaar voorafgaand aan het arrest van de Hoge Raad geen proefprocedure was geselecteerd, acht ik met dit arrest van de Hoge Raad de rechtsvragen uit de aanwijzing massaal bezwaar door de Hoge Raad onherroepelijk ontkennend beantwoord.

Gelet op het oordeel van de Hoge Raad doe ik hierbij voor alle hiervoor bedoelde als massaal bezwaar aangewezen bezwaarschriften een collectieve uitspraak op bezwaar (artikel 25e AWR).

Beslissing

Ik verklaar de bezwaren ongegrond.

Tegen deze collectieve uitspraak op bezwaar kan geen beroep worden ingesteld.

Deze uitspraak zal in de Staatscourant worden geplaatst en wordt gepubliceerd op www.belastingdienst.nl.

De inspecteur N. Martina Algemeen directeur Belastingdienst/Particulieren

Naar boven