Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 13 februari 2026, nr. 2026-405, Loonheffingen. Premie arbeidsinschakeling

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11b van de Wet op de loonbelasting 1964.

Besluit:

1. Inleiding

In dit besluit wordt opvolging gegeven aan de toezegging van de Staatssecretaris Participatie en Integratie1 om te bevestigen dat een in 2026 betaalde premie arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de Participatiewet, mede niet tot het loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 behoort als deze is betaald aan een bijstandsgerechtigde die jonger is dan 27 jaar.

1.1 Gebruikte begrippen en afkortingen

Premie arbeidsinschakeling

Wet LB 1964

premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de Participatiewet

Wet op de loonbelasting 1964

2. Premie arbeidsinschakeling geen loon

Met ingang van 1 januari 2027 zal de Participatiewet op verschillende onderdelen worden gewijzigd. Een van die onderdelen betreft het toegankelijk maken van de premie arbeidsinschakeling voor bijstandsgerechtigde jongeren onder de 27 jaar. Op dit moment geldt deze premie alleen voor bijstandsgerechtigden vanaf 27 jaar. De Staatssecretaris Participatie en Integratie heeft toegezegd dat er in 2026 een gedoogsituatie geldt voor gemeenten die reeds in dat jaar een premie arbeidsinschakeling betalen aan bijstandsgerechtigde jongeren onder de 27 jaar.

Op grond van artikel 11b Wet LB 1964 behoort niet tot het loon in de zin van de Wet LB 1964 de premie arbeidsinschakeling bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de Participatiewet. Dit betreft ingevolge het vijfde lid van genoemd artikel 31 een premie voor bijstandsgerechtigden van 27 jaar en ouder en vanaf 1 januari 2027 ook voor bijstandsgerechtigde jongeren onder de 27 jaar. Artikel 11b Wet LB 1964 geldt, vanwege de inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2027 van de wijziging van de Participatiewet, naar de letter van de wet niet voor de groep bijstandsgerechtigde jongeren onder de 27 jaar die in 2026 een premie ontvangen. Redelijke wetstoepassing brengt echter met zich dat gedurende de gedoogperiode in 2026 een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de Participatiewet, ingevolge artikel 11b Wet LB 1964 niet tot het loon in de zin van de Wet LB 1964 behoort, ook als niet aan de leeftijdseis, genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Participatiewet is voldaan.

3. Inwerkingtreding en vervaldatum

Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit vervalt op 1 januari 2027.

4. Publicatie en ondertekening

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 13 februari 2026

De Staatssecretaris van Financiën, namens deze, M.C. de Graaf, Waarnemend hoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken


X Noot
1

Eerste Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 582, K.


X Noot
1

Eerste Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 582, K.

Naar boven