36 582 Wijziging van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen in verband met het op onderdelen in balans brengen van deze wetten tussen bestaanszekerheid, re-integratie en handhaving (Participatiewet in balans)

K VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 december 2025

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris Participatie en Integratie over de gedoogde onderdelen van de Participatiewet in balans. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 25 november 2025.

  • De antwoordbrief van 17 december 2025.

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Staatssecretaris Participatie en Integratie

Den Haag, 25 november 2025

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 14 oktober 2025 over de gedoogde onderdelen van de Participatiewet in balans2. De leden van de fracties van de BBB, het CDA en de PVV hebben naar aanleiding daarvan de volgende vragen en opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

U schrijft in uw brief van 14 oktober 2025:

«Om gemeenten voldoende voorbereidingstijd te geven, maar ook om gemeenten die al eerder over kunnen gaan op invoering tegemoet te komen, heb ik in goed overleg met VNG en Divosa besloten tot een gedoogperiode voor een aantal onderdelen van de wet. De gedoogperiode bevat onderdelen die formeel per 1 januari 2027 in werking treden of gelijklopen met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid (Kamerstukken 36 785). Ik gedoog dat gemeenten deze onderdelen kunnen toepassen voorafgaand aan de formele inwerkingtredingsdata van die onderdelen. Dit zijn onderdelen die begunstigend zijn voor inwoners en waarvan een aantal gemeenten heeft aangegeven klaar voor invoering te zijn per 1 januari 2026. Zij kunnen al aan de slag met deze onderdelen, waardoor andere gemeenten van deze ervaringen kunnen leren.»3

Ook schrijft u in uw brief van 14 oktober 2025:

«Gedoogde onderdelen van de wet

Premie arbeidsinschakeling voor jongeren tot 27 jaar (amendement de Kort4) (artikel 31, vierde lid (nieuw), Pw)

Dit onderdeel kan vanwege de benodigde aanpassingen in de ICT-systemen pas per 1 januari 2027 in werking treden. Gemeenten die deze premie handmatig kunnen verstrekken, krijgen de mogelijkheid om deze premie een- of tweemaal te verstrekken als dit bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de jongere.»4

Als laatste schrijft u in uw brief ook het volgende:

«Verruiming bijverdiengrenzen (nieuw artikel 34a Pw)

Dit onderdeel treedt in werking per 1 januari 2027. Eerder is niet mogelijk vanwege benodigde ICT-aanpassingen. De bijverdienregeling wordt ook opengesteld voor jongeren tot 27 jaar om belemmeringen weg te nemen bij het verwerven van inkomen. Om jongeren beter te kunnen ondersteunen gedoog ik dat gemeenten dit onderdeel voor hen tot 1 januari 2027 voor de formele inwerkingtreding kunnen toepassen. Voor alle mensen in de bijstand van 27 jaar en ouder blijven tot 1 januari 2027 de huidige bijverdienregelingen gelden. Op dit moment zijn de bijverdienregelingen niet van toepassing op jongeren tot 27 jaar. Het gedogen van dit onderdeel voor deze doelgroep heeft voor hen dus een begunstigend effect.

Ik ben mij ervan bewust dat deze gedoogconstructie complex is, zeker als jongeren 27 jaar worden tijdens de gedoogtijd en daardoor aanspraak maken op de huidige bijverdienregelingen. Het is aan de gemeente om in dit soort situaties een afweging te maken of de jongere in de gedoogconstructie kan blijven of beter over kan gaan naar één van de huidige bijverdienregelingen. Hierbij is het uitgangspunt dat het vooruitlopen op de nieuwe bijverdienregeling ten gunste moet komen van de inwoner.»5

De leden van de BBB-fractie constateren dat er aan gemeenten in Fase 2 een complexe gedoogconstructie wordt aangeboden, die leidt tot ongelijkheid onder de betreffende doelgroepen. In de ene gemeente worden bijvoorbeeld de verruimde bijverdiengrenzen al wel toegekend, terwijl dat in de andere gemeente niet gebeurt. Deze leden menen dat dit niet de bedoeling kan zijn van wetgeving en vragen waarom heeft u hiervoor heeft gekozen.

Beoordeelt u dat deze gedoogconstructie überhaupt uitvoerbaar is? De aan het woord zijnde leden lezen in de brief dat gemeenten een eigen afweging moet maken, waarbij de kans op fouten kan toenemen. Wegen al deze risico verhogende omstandigheden wel op tegen het individuele effect op begunstigden? Zeker als in ogenschouw genomen wordt dat dit effect dus niet generiek voor alle begunstigden geldt?

Vraag van de leden van de fractie van het CDA

De leden van de CDA-fractie zouden graag vernemen hoe u uitvoering geeft aan de motie Bakker-Klein6, waarin de regering wordt verzocht om Het Bouwdepot vooralsnog aan te merken als één van de initiatieven die tot de inwerkingtreding van spoor 2 doorgang mogen vinden.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

In de brief kondigt u een gedoogperiode aan voor diverse onderdelen van de Participatiewet in balans. De leden van de fractie van de PVV verzoeken u toe te lichten op grond van welke wettelijke bevoegdheid u besluit tot gedogen van regelgeving die nog niet in werking is getreden, mede gelet op artikel 135 van de Grondwet en de Kabinetsnota Grenzen aan gedogen7?

Daarnaast, de brief meldt volgens deze leden dat de premie arbeidsinschakeling tijdens de gedoogperiode belast is, anders dan eerder gemeld in uw brief van 8 mei 20258. Kunt u toelichten welke fiscale en uitvoeringsrisico’s hieraan verbonden zijn voor gemeenten en uitkeringsgerechtigden? Kunt u ook aangeven hoe u gemeenten informeert over de te hanteren werkwijze?

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.

Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid R. van Gurp

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS PARTICIPATIE EN INTEGRATIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2025

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen van de leden van de BBB, het CDA en de PVV van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de gedoogde onderdelen van de Participatiewet in balans, naar aanleiding van mijn brief van 14 oktober 2025. Hierbij zend ik u de antwoorden toe op deze vragen.

Vragen van de leden van de BBB-fractie

De leden van de BBB-fractie hebben mij gevraagd naar de uitvoerbaarheid van de gedoogconstructie en hoe de door hen gesignaleerde risico’s op fouten opwegen tegen het individuele effect op de begunstigden, zeker wanneer in ogenschouw wordt genomen dat het effect niet generiek is.

De gedoogconstructie biedt gemeenten inderdaad de ruimte om zelf de afweging te maken of zij de gedoogde onderdelen van de wet al kunnen toepassen, rekening houdend met de complexiteit, voordat deze onderdelen formeel inwerkingtreden. Deze gedoogconstructie is in goed overleg met de VNG tot stand gekomen. Ik ben ervan overtuigd dat gemeenten deze afweging goed kunnen maken en dat de kans op fouten daardoor klein is. Ik beoordeel deze gedoogconstructie dan ook als uitvoerbaar.

Voor de gedoogde onderdelen van de wet heb ik een belangenafweging gemaakt. Het belangrijkste is dat de gedoogde onderdelen van de wet begunstigend zijn voor inwoners. Gemeenten kunnen hierdoor inwoners beter ondersteunen en hoeven voor het toepassen van deze ondersteuning niet te wachten tot 1 januari 2027. Daarnaast kunnen gemeenten – die nu nog niet zo ver zijn – leren van de gemeenten die de gedoogde onderdelen van de wet al wel toepassen. Op deze manier kunnen ook deze gemeenten hun ondersteuning aan inwoners sneller vormgeven binnen de kaders van de wet, ook al passen zij deze ondersteuning wellicht pas toe per 1 januari 2027. Uiteindelijk hebben alle begunstigden hier baat bij.

Vragen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie vragen naar de uitvoering van de motie Bakker-Klein9, waarin de regering wordt verzocht om Het Bouwdepot vooralsnog aan te merken als één van de initiatieven die tot de inwerkingtreding van spoor 2 doorgang mogen vinden.

Tijdens de behandeling in uw Kamer op 23 september heb ik aangegeven dat lopende trajecten van het Bouwdepot doorgang kunnen vinden. Nieuwe initiatieven kunnen doorgang vinden mits deze binnen wettelijke kaders worden vormgegeven. Op dinsdag 22 april jl. heeft de Tweede Kamer een soortgelijke motie aangenomen van de leden Inge van Dijk (CDA) en Flach (SGP). Deze motie vraagt ook om «initiatieven van gemeenten in de tussentijd doorgang te laten vinden», totdat in Spoor 2 van de Participatiewet in Balans een voorstel is uitgewerkt voor jongeren in kwetsbare posities. Op 8 mei jl. heb ik de Tweede Kamer geïnformeerd hoe ik invulling geef aan deze motie.

Ik blijf gemeenten maximaal ondersteunen om jongeren te helpen. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Participatiewet in Balans hebben gemeenten de ruimte gekregen om:

  • de vierwekenzoektermijn niet toe te hoeven passen bij een aanvraag van jongeren in een kwetsbare positie tot 27 jaar indien individuele omstandigheden hier aanleiding toe geven. Conform de wet dient dit op individuele basis beoordeeld te worden;

  • indien de individuele omstandigheden er om vragen, kan bijstand met terugwerkende kracht worden verleend. De bijstand mag tot maximaal drie maanden eerder dan meldingsdatum toegekend worden;

  • de geharmoniseerde aanvullende jongerennorm te kunnen toepassen en blijft er ruimte voor het verstrekken van bijzondere bijstand;

  • bijverdiensten van jongeren tot 27 jaar met een bijstandsuitkering vrij te kunnen laten tot 15% van de inkomsten uit arbeid voor een periode van 1 jaar, met de mogelijkheid tot verlenging als de individuele omstandigheden daarom vragen;

  • de stimuleringspremie voor arbeidsinschakeling ook beschikbaar te maken voor jongeren tot 27 jaar, conform motie De Kort (VVD)10.

De eerste drie wijzigingen treden per 1 januari 2026 inwerking. De andere twee wijzigingen per 1 januari 2027, waarbij vooruitlopen dus mogelijk is.

In oktober 2025 heeft Divosa samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG de in voornoemde brief van 8 mei toegezegde handreiking Maatwerk Participatiewet voor de ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie opgeleverd. De handreiking laat zien hoe gemeenten maatwerk kunnen toepassen om jongeren in een kwetsbare positie te ondersteunen. In de handreiking is ook ruim aandacht voor de wijzigingen van de Participatiewet in Balans. In het kader van deze handreiking organiseert Divosa samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werksessies met gemeenten om de handreiking door te ontwikkelen en onder de aandacht te brengen bij gemeenten. De handreiking is daarmee een levend (online) document waarin geleerde lessen zijn verwerkt en naar aanleiding van de sessie met gemeenten continu zullen worden verwerkt.

Samen met de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport en de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, werk ik aan een analyse over de problematiek en ondersteuningsbehoeften van jongeren in een kwetsbare positie. Hierover informeren wij uw Kamer en de Tweede Kamer in het eerste kwartaal van 2026. De uitkomsten worden onder andere betrokken bij de fundamentele herziening in spoor 2 van de Participatiewet in balans, waarin ik ook werk aan een (betere) passende ondersteuning van jongeren in een kwetsbare positie.

Vragen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie verzoeken toe te lichten op grond van welke wettelijke bevoegdheid het besluit tot gedogen is genomen.

Tot gedogen van de betreffende onderdelen van de wet is besloten op grond van de kabinetsnota Grenzen aan Gedogen11. Zo is er sprake van een overgangssituatie in afwachting van een wetswijziging. Het doel van de Participatiewet in balans is om de wet beter aan te laten sluiten op de mogelijkheden en omstandigheden van de mensen voor wie deze bedoeld is. De wet wordt gefaseerd ingevoerd omdat het niet mogelijk is om alle onderdelen van de wet per 1 januari 2026 in werking te laten treden. Het ene onderdeel van de wet heeft nu eenmaal meer voorbereidingstijd nodig dan het andere onderdeel, bijvoorbeeld als er ICT-aanpassingen nodig zijn. Er zijn gemeenten die verder zijn dan andere gemeenten en al wel de mogelijkheid hebben om die onderdelen toe te passen. Het gaat hier om onderdelen van de wet die een begunstigend effect op inwoners hebben.

Daarnaast zijn de maatregelen, conform de kabinetsnota Grenzen aan Gedogen, beperkt in omvang en tijd. De gedoogconstructie stopt per 1 januari 2027. De beslissing om te gedogen is genomen naar aanleiding van een belangenafweging van alle betrokkenen. Zie hiervoor ook mijn antwoord op de vraag van de leden van de BBB-fractie. Daarnaast heb ik expliciet kenbaar gemaakt om welke onderdelen het gaat via mijn brief van 14 oktober jl. zodat dit voor iedereen duidelijk is.

Daarnaast vragen de leden naar de fiscale en uitvoeringsrisico’s die verbonden zijn aan het gedogen van de premie arbeidsinschakeling voor jongeren voor gemeenten en uitkeringsgerechtigden en hoe gemeenten hierover geïnformeerd worden.

Voor de doelgroep van bijstandsgerechtigden van 27 jaar en ouder die in aanmerking kunnen komen voor de premie arbeidsinschakeling van artikel 31, tweede lid, onderdeel j, van de Participatiewet, is voor de loonheffingen een vrijstelling opgenomen in artikel 11b van de Wet op de loonbelasting 1964. Vanaf 1 januari 2027 wordt de aldus vrijgestelde premie ook opengesteld voor bijstandsgerechtigde jongeren tot 27 jaar. In de brief van 8 mei jl. heb ik aangegeven dat ik een eerdere uitkering, dus in het jaar 2026, van de premie arbeidsinschakeling aan jongeren onder 27 jaar gedoog. De vrijstelling in de loonbelasting geldt vanwege de genoemde inwerkingtredingsdatum naar de letter van de wet niet voor een aan deze groep in 2026 betaalde premie. Dit heb ik aangegeven in de brief van 14 oktober jl.

Redelijke wetstoepassing brengt echter met zich dat de vrijstelling van loonheffingen ook voor deze premie tijdens de gedoogperiode zal gelden. Voor de duidelijkheid zal de Staatssecretaris van Financiën dit bevestigen in een beleidsbesluit. Gemeenten worden tevens via een bijgewerkte versie van de Handreiking Participatiewet in balans geïnformeerd dat zij geen loonheffingen hoeven in te houden op de genoemde premie tijdens de gedoogperiode.

Daarmee heeft de premie in beginsel geen fiscale gevolgen voor de uitkeringsgerechtigde of de gemeente. En de uitvoeringspraktijk tijdens de gedoogperiode verschilt niet van die voor de premie voor uitkeringsgerechtigden van 27 jaar en ouder.

De Staatssecretaris voor Participatie en Integratie, J.N.J. Nobel


X Noot
1

Samenstelling:

Van Gasteren (BBB), Van Wijk (BBB), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Fiers (GroenLinks-PvdA), Roovers (GroenLinks-PvdA), Petersen (VVD), Van der Linden (VVD), Van Ballekom (VVD), Bakker-Klein (CDA), Bovens (CDA), Griffioen (D66), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Bezaan (PVV), Koffeman (PvdD), Van Apeldoorn (SP), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Van den Oetelaar (FVD), Baumgarten (JA21), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers)

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/2026, 36 582, J

X Noot
3

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 582, J, p. 2

X Noot
4

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 582, J, p. 2

X Noot
5

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 582, J, p. 3

X Noot
6

Kamerstukken I 2025/2026, 36 582, H

X Noot
7

Kamerstukken II 1996/97, 25 085, nr. 2

X Noot
8

Kamerstukken I 2024/25, 36 582, B

X Noot
9

Kamerstukken I 2025/26, 36 582, H.

X Noot
10

Kamerstukken II 2024/25, 36 582, Nr. 47.

X Noot
11

Kamerstukken II 1996/97, 25 085, nr. 2.

Naar boven