Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 38860 | advies Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 38860 | advies Raad van State |
Den Haag, 27 oktober 2026
Nr. WJZ/65603045 (ID26595)
Aan de Koning
Nader rapport inzake het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur houdende wijziging van het Mediabesluit 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau alsmede de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van (..........) tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke media-opdracht op lokaal niveau
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 16 juli 2026, nr. 2026001603, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde ontwerp van een algemene maatregel van bestuur rechtstreeks aan mij te doen toekomen.
Dit advies, gedateerd 22 juli 2026, nr. W05.26.00227/l, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 16 juli 2026, no.2026001603, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Mediabesluit 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
De waarnemend vice-president van de Raad van State
Het ontwerp geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in het ontwerpbesluit enkele eenvoudige redactionele verbeteringen door te voeren.
Daarnaast is de inwerkingtredingsbepaling aangepast, zodat het ontwerpbesluit voorziet in de inwerkingtreding van de Wet van (..........) tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau en van het ontwerpbesluit zelf. Het opschrift en de nota van toelichting zijn overeenkomstig aangepast.
Ik bied U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting aan en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert.
No. W05.26.00227/I
’s-Gravenhage, 22 juli 2026
Aan de Koning
Bij Kabinetsmissive van 16 juli 2026, no.2026001603, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Mediabesluit 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
De waarnemend vice-president van de Raad van State, G.J.J. Heerma van Voss.
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 13 juli 2026, nr. WJZ/64948984(26595);
Gelet op de artikelen 2.87h, vijfde lid, 2.87u, vierde lid, en 2.170e, tweede lid, van de Mediawet 2008;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van x, nr. x);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van x, nr. WJZ/<Proza-doc.nr.> (ID26595);
Hebben goedgevonden en verstaan:
Het Mediabesluit 2008 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 komt te luiden:
In dit besluit wordt verstaan onder:
Centraal bureau voor de statistiek als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek;
inwoner met een adres waarvoor de omgevingsadressendichtheid minder dan duizend adressen per vierkante kilometer is;
aantal adressen binnen een cirkel met een straal van één kilometer rondom een adres, gedeeld door de oppervlakte van de cirkel, uitgedrukt in adressen per vierkante kilometer;
inwoner met een adres waarvoor de omgevingsadressendichtheid vijftienhonderd of meer adressen per vierkante kilometer is;
televisieprogramma dat bestaat uit een radioprogramma dat is voorzien van beelden;
Mediawet 2008;
woonkern als bedoeld in artikel 1 van het Besluit financiële verhouding 2001.
B
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 2, komt te luiden:
C
Hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 1, vervalt.
D
Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 2, vervalt.
E
Na artikel 4b wordt een afdeling ingevoegd, die luidt:
1. Het maximumaantal lokale verzorgingsgebieden is tachtig.
2. De indeling in lokale verzorgingsgebieden wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij dit lid.
1. Het Commissariaat dan wel de gemeenteraad verwerkt bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2.87t van de wet niet voor een ander doel dan is opgenomen in paragraaf 2.4.3 van de wet.
2. Het Commissariaat bewaart bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2.87t van de wet niet langer dan noodzakelijk is en in ieder geval niet langer dan de duur van de aanwijzing in het kader waarvan deze gegevens zijn verwerkt.
3. De gemeenteraad bewaart bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2.87t van de wet niet langer dan noodzakelijk is en in ieder geval niet nadat aanwijzing als bedoeld in artikel 2.87i, eerste lid, van de wet heeft plaatsgevonden.
4. Bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2.87t van de wet worden niet aan derden verstrekt.
1. Het aandeel van een lokale publieke media-instelling in het totaalbudget, bedoeld in artikel 2.170d van de wet, wordt vastgesteld met toepassing van de volgende formule:
2. In de formul, bedoeld in het eerste lid, geldt dat:
v staat voor het totale aantal lokale verzorgingsgebieden;
k staat voor het aantal woonkernen met vijfhonderd of meer adressen in een lokaal verzorgingsgebied;
ktot staat voor het totale aantal woonkernen met vijfhonderd of meer adressen in Nederland;
i staat voor het aantal inwoners in een lokaal verzorgingsgebied;
itot staat voor het totale aantal inwoners in Nederland;
s staat voor het aantal stedelijke inwoners in een lokaal verzorgingsgebied;
stot staat voor het totale aantal stedelijke inwoners in Nederland;
l staat voor het aantal landelijke inwoners in een verzorgingsgebied; en
ltot staat voor het totale aantal landelijke inwoners in Nederland.
1. Het aandeel, bedoeld in artikel 4e, eerste lid, wordt vastgesteld voorafgaand aan 1 augustus van het tweede jaar dat voorafgaat aan de aanwijzingsperiode, bedoeld in artikel 2.87j, eerste lid, van de wet.
2. De gegevens over woonkernen en inwoners, bedoeld in artikel 4e, tweede lid, worden gebaseerd op gegevens van het CBS.
3. De peildatum van de gegevens, bedoeld in artikel 4e, tweede lid, is 1 januari van het tweede jaar dat voorafgaat aan de aanwijzingsperiode, bedoeld in artikel 2.87j, eerste lid, van de wet.
F
Artikel 6 vervalt.
G
In artikel 18 wordt ‘de bij dit besluit behorende bijlage’ vervangen door ‘de bijlage bij dit artikel’.
H
Na artikel 35 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:
In afwijking van artikel 4f, eerste lid, wordt het aandeel, bedoeld in artikel 4e, eerste lid, voorafgaand aan de aanwijzingsperiode, bedoeld in artikel 2.87j, eerste lid, van de wet, waarvan het begin gelijktijdig is met het begin van de eerste concessie die wordt verleend aan de NLPO op grond van artikel 2.87d van de wet, vastgesteld voorafgaand aan de start van het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.87u, tweede lid, van de wet, dat op die aanwijzingsperiode betrekking heeft.
I
Voorafgaand aan de bijlage wordt een bijlage ingevoegd, die luidt:
|
Lokaal verzorgingsgebied: |
Gemeente(n) binnen lokaal verzorgingsgebied: |
|---|---|
|
Achterhoek |
Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk |
|
Almere |
Almere |
|
Alphen en omgeving |
Alphen aan den Rijn, Kaag en Braassem, Nieuwkoop |
|
Amstelland |
Aalsmeer, Amstelveen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn |
|
Amsterdam |
Amsterdam, Diemen |
|
Arnhem en de Liemers |
Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Zevenaar |
|
Baronie van Breda |
Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, Geertruidenberg, Oosterhout |
|
Betuwe |
Buren, Culemborg, Neder-Betuwe, Tiel, Vijfheerenlanden, West Betuwe |
|
De Bevelanden |
Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal |
|
Delft |
Delft, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk |
|
Drechtsteden en Dordrecht |
Alblasserdam, Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Ridderkerk, Sliedrecht, Zwijndrecht |
|
Duin- en Bollenstreek |
Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, Teylingen |
|
Eemland |
Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest |
|
Eindhoven en omgeving |
Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Oirschot, Son en Breugel, Waalre |
|
Flevopolder |
Dronten, Lelystad, Zeewolde |
|
Food Valley |
Ede, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal, Wageningen, Woudenberg |
|
De Friese Meren |
De Fryske Marren |
|
Goeree-Overflakkee |
Goeree-Overflakkee |
|
Gooi- en Vechtstreek |
Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Wijdemeren |
|
Gouwe en Hollandse IJssel |
Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Montfoort, Oudewater, Waddinxveen, Woerden |
|
’s-Gravenhage |
’s-Gravenhage |
|
Groningen Stad |
Groningen |
|
Hart van Brabant |
Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk |
|
Heuvelland Maastricht |
Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Maastricht, Meerssen, Vaals, Valkenburg aan de Geul |
|
Hoeksche Waard |
Albrandswaard, Barendrecht, Hoeksche Waard |
|
IJmond |
Beverwijk, Heemskerk, Velsen |
|
IJsseldelta |
Hattem, Kampen, Zwartewaterland, Zwolle |
|
De Kempen |
Bergeijk, Bladel, Cranendonck, Eersel, Heeze-Leende, Reusel-De Mierden, Valkenswaard, Veldhoven |
|
Kop van Noord-Holland |
Den Helder, Hollands Kroon, Schagen |
|
Land van Cuijk |
Land van Cuijk |
|
Leeuwarden |
Leeuwarden |
|
Lekstroom |
Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein |
|
De Meijerij |
Boxtel, Maasdriel, ’s-Hertogenbosch, Sint-Michielsgestel, Vught, Zaltbommel |
|
Midden-Groningen |
Midden-Groningen |
|
Midden-Limburg |
Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond, Weert |
|
Noord- en Midden-Drenthe |
Aa en Hunze, Assen, Midden-Drenthe, Tynaarlo |
|
Noord-Groningen |
Eemsdelta, Het Hogeland |
|
Noord-Kennemerland en Alkmaar |
Alkmaar, Bergen (NH), Castricum, Dijk en Waard, Heiloo, Uitgeest |
|
Noord-Limburg |
Beesel, Bergen (L.), Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo, Venray |
|
Noordoost-Friesland |
Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân, Tytsjerksteradiel |
|
Noordoostpolder en Urk |
Noordoostpolder, Urk |
|
Noord-Veluwe |
Barneveld, Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nijkerk, Nunspeet, Oldebroek, Putten |
|
Oost-Brabant |
Bernheze, Boekel, Gemert-Bakel, Laarbeek, Maashorst, Meijerijstad, Oss |
|
Oost-Groningen |
Oldambt, Pekela, Westerwolde |
|
Parkstad |
Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld, Voerendaal |
|
De Peel |
Asten, Deurne, Helmond, Someren |
|
Rijk van Nijmegen |
Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, West Maas en Waal, Wijchen |
|
Rijnland |
Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Oegstgeest, Voorschoten, Wassenaar, Zoeterwoude |
|
Rotterdam |
Rotterdam |
|
Salland |
Deventer, Olst-Wijhe, Raalte |
|
Schouwen-Duiveland |
Schouwen-Duiveland |
|
Twente |
Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Wierden |
|
Utrecht Stad |
Utrecht |
|
Utrechtse Heuvelrug |
De Bilt, Bunnik, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede, Zeist |
|
Vecht en Venen |
De Ronde Venen, Stichtse Vecht |
|
Vechtdal |
Dalfsen, Hardenberg, Ommen, Twenterand |
|
Veenkoloniën |
Borger-Odoorn, Stadskanaal, Veendam |
|
Veluwerand |
Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Voorst, Zutphen |
|
Voorne-Putten |
Nissewaard, Voorne aan Zee |
|
Waadhoeke en Harlingen |
Harlingen, Waadhoeke |
|
Waddeneilanden |
Ameland, Schiermonnikoog, Terschelling, Texel, Vlieland |
|
Walcheren |
Middelburg, Veere, Vlissingen |
|
Waterland |
Edam-Volendam, Landsmeer, Purmerend, Waterland |
|
Waterweg-Noord |
Schiedam, Vlaardingen |
|
De Werven |
Ooststellingwerf, Steenwijkerland, Westerveld, Weststellingwerf |
|
West-Brabant Zuid |
Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Rucphen, Steenbergen, Zundert |
|
Westelijke Mijnstreek |
Beek, Sittard-Geleen, Stein |
|
Westerkwartier |
Noordenveld, Westerkwartier |
|
West-Friesland |
Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Stede Broec |
|
Westland en Midden-Delfland |
Maassluis, Midden-Delfland, Westland |
|
Zaanstreek |
Oostzaan, Wormerland, Zaanstad |
|
Zeeuws-Vlaanderen |
Hulst, Sluis, Terneuzen |
|
Zoetermeer en omgeving |
Lansingerland, Zoetermeer |
|
Zuid-Hollandse IJssel |
Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Zuidplas |
|
Zuid-Kennemerland |
Bloemendaal, Haarlem, Heemstede, Zandvoort |
|
Zuidoost-Drenthe |
Coevorden, Emmen |
|
Zuidoost-Friesland |
Heerenveen, Opsterland, Smallingerland |
|
Zuidwest-Drenthe en Kop van Overijssel |
Hoogeveen, Meppel, Staphorst, De Wolden |
|
Zuidwest-Friesland |
Súdwest-Fryslân |
|
Zuidwesthoek |
Bergen op Zoom, Roosendaal, Tholen, Woensdrecht |
J
Het opschrift ‘Bijlage behorende bij het Mediabesluit 2008’ wordt vervangen door ‘Bijlage 2, bij artikel 18’.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Deze wijziging van het Mediabesluit 2008 geeft uitvoering aan grondslagen voor een algemene maatregel van bestuur in de Wet van [] tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (Stb. 202x, xxx) (hierna: Wet versterking lokale publieke omroepen). Dit besluit regelt daartoe de volgende onderwerpen:
– het maximumaantal en de indeling in lokale verzorgingsgebieden;
– nadere regels voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens in verband met het programmabeleid bepalend orgaan;
– de verdeelsleutel voor de bekostiging van de lokale publieke omroepen.
De Wet versterking lokale publieke omroepen bevat voorschriften over lokale verzorgingsgebieden. Zo is een lokaal verzorgingsgebied een geografisch afgebakend gebied dat uit één of meer nabijgelegen gemeenten bestaat.1 Per verzorgingsgebied kan niet meer dan één lokale publieke omroep worden aangewezen.2 Aanwijzing gebeurt eens per vijf jaar via een aanwijzingsprocedure.3
Verder bevat de Wet versterking lokale publieke omroepen een delegatiegrondslag voor de vaststelling van het maximumaantal en de indeling in lokale verzorgingsgebieden bij algemene maatregel van bestuur.4 Met dit besluit zijn het maximumaantal en die indeling opgenomen in het Mediabesluit 2008.
In de sector van de lokale publieke omroepen heeft sinds 2012 een proces van schaalvergroting plaatsgevonden naar een indeling in lokale verzorgingsgebieden, waarbij het oude uitgangspunt van één lokale publieke omroep per gemeente werd losgelaten. Dit gebeurde onder regie van de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (hierna: NLPO) en met betrokkenheid van gemeenten en lokale publieke omroepen. Het proces heeft in 2023 een indeling in tachtig lokale verzorgingsgebieden opgeleverd.5 Het in de sector bereikte aantal van tachtig is als maximumaantal in dit besluit opgenomen evenals de concreet bereikte indeling.
In het proces onder regie van de Stichting NLPO was op basis van het Vernieuwingsconvenant gemeenten – lokale omroepen 2015–2018 het uitgangspunt dat het verzorgingsgebied aan moest sluiten bij de zogeheten natuurlijke habitat van de burger. 6 Dit begrip is in het convenant als volgt toegelicht: ‘de natuurlijke habitat van de burger, dat wil zeggen het gebied waarin deze woont, leeft, werkt, de dagelijkse of niet-dagelijkse inkopen doet, uitgaat, sport, voortgezet onderwijs volgt e.d.; het gaat om [...] een eigen geografische, economische en sociaal-culturele identiteit’.7 Dit uitgangspunt benadrukt het belang van de binding tussen een lokale publieke omroep en zijn verzorgingsgebied. Dit aspect is overgenomen in de Wet versterking lokale publieke omroepen, die bepaalt dat een lokaal verzorgingsgebied een kenbare identiteit moet hebben, dan wel dat het algemene leefpatroon van de inwoners zich in belangrijke mate binnen het verzorgingsgebied moet afspelen.8
In verband met de publicatie van een ontwerp van de Wet versterking lokale publieke omroepen ter internetconsultatie heeft de Stichting NLPO begin 2025 nogmaals een procedure ingericht waarin stakeholders inspraak konden leveren op de in 2023 opgeleverde indeling in lokale verzorgingsgebieden. Daartoe heeft de Stichting NLPO per 10 januari 2025 de zogeheten Change Board Streekindeling Lokale Publieke Media-instellingen ingesteld (hierna: de Change Board).9 De Change Board bestond uit een onafhankelijke voorzitter en vijf andere leden: twee leden uit lokale publieke omroepen, twee leden afkomstig uit gemeenten en één lid nam plaats namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG). Daarnaast werd op verzoek van de Change Board een waarnemer namens het ministerie van OCW benoemd. De Change Board had tot taak de Stichting NLPO te adviseren over voorstellen van lokale publieke omroepen of gemeenten tot wijziging van de bestaande indeling van het land in tachtig lokale verzorgingsgebieden.
De werkwijze van deze Change Board was als volgt.10 Tussen 31 januari en 29 maart 2025 konden lokale publieke omroepen en gemeenten een voorstel bij de Change Board indienen tot wijziging van de eerder opgeleverde indeling in tachtig lokale verzorgingsgebieden. Om dit kenbaar te maken is hierover door de Stichting NLPO en VNG actief gecommuniceerd naar respectievelijk lokale publieke omroepen en gemeenten. Voorstellen tot wijziging dienden voldoende gemotiveerd te zijn om in behandeling genomen te worden. De voorzitter beoordeelde in overleg met de secretaris van de Change Board of een voorstel volledig was en voldoende gemotiveerd. Indien dit niet het geval was, kreeg de indiener twee weken de tijd om alsnog een voldoende gemotiveerd voorstel in te dienen. Bij ieder voorstel dat door de Change Board in behandeling is genomen, is om een zienswijze gevraagd van de betreffende lokale omroepen en gemeenten. Bij de beoordeling van de wijzigingsvoorstellen heeft de Change Board rekening gehouden met de vereisten voor een lokaal verzorgingsgebied zoals die waren opgenomen in het wetsontwerp dat was gepubliceerd voor internetconsultatie. Het betreft concreet: gemeenten in een lokaal verzorgingsgebied moeten onderling nabijgelegen zijn; een lokaal verzorgingsgebied moet wat betreft de oppervlakte of het aantal inwoners aanmerkelijk kleiner zijn dan de provincie of elk van de provincies waarmee het lokale verzorgingsgebied grondgebied deelt; en een lokaal verzorgingsgebied is zoveel mogelijk een gebied dat een kenbare identiteit heeft of waarbinnen het algemene leefpatroon van de inwoners zich in belangrijke mate afspeelt.
De Change Board heeft op 14 mei 2025 zijn adviezen aan de Stichting NLPO vastgesteld.11 Op basis van die adviezen heeft de Stichting NLPO vervolgens op 16 mei 2025 de bestaande indeling in lokale verzorgingsgebieden geactualiseerd. Er zijn zeventien wijzigingsvoorstellen door de Change Board in behandeling genomen. Zeven wijzigingsvoorstellen zijn (deels) gehonoreerd door de Stichting NLPO. Dit heeft geleid tot een actuele indeling van Nederland in tachtig lokale verzorgingsgebieden.
In de memorie van toelichting bij de Wet versterking lokale publieke omroepen heeft de regering laten weten dat de geactualiseerde indeling die door de sector zelf zou worden opgeleverd, het uitgangspunt zou zijn bij de vaststelling van de indeling van de verzorgingsgebieden bij algemene maatregel van bestuur. De regering ziet geen aanleiding om af te wijken van de indeling die de sector heeft opgeleverd en heeft met dit besluit de geactualiseerde indeling in verzorgingsgebieden zonder aanpassingen overgenomen.
Wijziging van de indeling is mogelijk, bijvoorbeeld naar aanleiding van gemeentelijke herindeling of maatschappelijke veranderingen in een of meer verzorgingsgebieden. Een wijziging zal tijdig voor de start van de vijfjaarlijkse aanwijzingsprocedure voor lokale publieke omroepen moeten plaatsvinden. Voor de start van het aanvraagtijdvak zal er in elk geval duidelijkheid moeten zijn over de indeling, zodat op basis van deze indeling een aanvraag kan worden ingediend en kan worden aangewezen. Bij een voorgenomen wijziging in de indeling van de verzorgingsgebieden zullen in elk geval de NLPO en de betreffende gemeente(n) en lokale publieke omroep(en) worden betrokken.
Het is mogelijk dat het maximumaantal van tachtig in de toekomst niet meer passend is. Ofwel omdat een ontwikkeling naar grotere en dus minder lokale verzorgingsgebieden plaatsvindt, ofwel omdat een wijziging van de indeling nodig maakt dat juist meer dan tachtig lokale verzorgingsgebieden kunnen worden vastgesteld.12 Het maximumaantal kan dan worden aangepast. Gelet op de grondslag in artikel 2.87h, vijfde lid, van de Mediawet 2008, kan het maximumaantal alleen voorafgaand aan een nieuwe concessie van de NLPO worden gewijzigd. Deze systematiek betekent dat het maximum in elk geval tien jaar, dus gedurende de concessie van de NLPO en van twee aanwijzingsperioden als lokale publieke omroep van vijf jaar, geldt.
Artikel 2.87t van de Mediawet 2008 bevat een grondslag voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens door het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat) en de gemeenteraad of -raden in een lokaal verzorgingsgebied in het kader van de aanwijzingsprocedure. Dit betreft in het bijzonder het onderzoeken van en adviseren over de ledenlijst van het programmabeleid bepalend orgaan (pbo). Omdat sprake is van mogelijke verwerking van bijzondere persoonsgegevens zijn in dit besluit passende en specifieke maatregelen ter bescherming van de grondrechten en fundamentele belangen van de betrokkenen opgenomen. Het gaat hier om maatregelen die een aanvulling vormen ten opzichte van het al geldende regime van de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG).13 Hiermee wordt de delegatiegrondslag van artikel 2.87u, vierde lid, van de Mediawet 2008 uitgewerkt. De maatregelen uit artikel 4d vormen daarmee gezamenlijk een uitwerking van de zorgvuldigheidseis, zoals vermeld in de toelichting bij de Wet versterking lokale publieke omroepen. Zie voor een nadere toelichting op de specifieke maatregelen de artikelsgewijze toelichting bij artikel 4d.
Met de Wet versterking lokale publieke omroepen zijn de lokale publieke omroepen opgenomen in de bekostigingsaanspraak voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht in de Mediawet 2008.14 Dat betekent onder meer dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) elk jaar voorafgaand aan 1 december het totaalbudget vaststelt dat in het volgende jaar voor de bekostiging van de lokale publieke omroepen beschikbaar zal zijn.15 Het totaalbudget wordt door de Minister van OCW ter beschikking gesteld aan het Commissariaat, dat aan lokale publieke omroepen op aanvraag een bijdrage verstrekt.
Het totaalbudget voor de lokale publieke omroepen wordt ieder jaar verdeeld aan de hand van een verdeelsleutel. In de Wet versterking lokale publieke omroepen is een delegatiegrondslag opgenomen voor het vaststellen van deze verdeelsleutel bij algemene maatregel van bestuur. De memorie van toelichting bij de wet geeft op hoofdlijnen een beschrijving van de verdeelsleutel. Met dit besluit is de verdeelsleutel vastgesteld.
Het externe onderzoeksbureau Cebeon heeft op verzoek van de Minister van OCW verschillende opties ontwikkeld voor de vormgeving van de verdeelsleutel.16 Na overleg met de Stichting NLPO en op basis van het rapport van Cebeon is gekozen voor een verdeelwijze aan de hand van een vast deel en een variabel deel. Die verdeelwijze is als volgt.
Veertig procent van het beschikbare totaalbudget wordt gelijkelijk verdeeld over alle lokale publieke omroepen.
De overige zestig procent van het totaalbudget wordt verdeeld op basis van kenmerken van de lokale verzorgingsgebieden. De verdeling van die zestig procent is als volgt:
– twintig procent wordt verdeeld op basis van het aantal woonkernen met meer dan vijfhonderd adressen;
– vijftien procent wordt verdeeld op basis van het aantal inwoners;
– vijftien procent wordt verdeeld op basis van het aantal inwoners in stedelijk gebied; en
– tien procent wordt verdeeld op basis van het aantal inwoners in landelijk gebied.
Er is dus voor gekozen om het bedrag voor elke lokale publieke omroep te laten bestaan uit een vast deel en een variabel deel. De gedachte achter het vaste deel is dat iedere lokale publieke omroep een vast bedrag nodig heeft voor het fundament van de organisatie. De gedachte achter het variabele deel is dat dit de mogelijkheid biedt om bij de bekostiging van een lokale publieke omroep rekening te houden met kenmerken van het betreffende verzorgingsgebied die een relatie hebben met de kosten voor het uitvoeren van de publieke mediaopdracht. Als er, bijvoorbeeld, relatief veel inwoners in het verzorgingsgebied wonen, of als de afstanden tussen dorpen en steden relatief groot zijn, zijn de kosten van het uitvoeren van de publieke mediaopdracht ook relatief hoog. Deze relatie tussen de kenmerken van een lokaal verzorgingsgebied en de kosten voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht in dat gebied wordt door Cebeon in zijn rapport de ‘taakzwaarte’ van een lokaal verzorgingsgebied genoemd.17
Het variabele deel van de bekostiging wordt kortom bepaald op basis van de taakzwaarte per lokaal verzorgingsgebied, aan de hand van de vier hierboven genoemde maatstaven. Een drietal uitgangspunten heeft geleid tot deze maatstaven.
1. De maatstaven hebben een daadwerkelijke relatie met de taakzwaarte van een lokaal verzorgingsgebied.
2. De maatstaven zijn gebaseerd zijn op gegevens die op een eenduidige en betrouwbare manier zijn vast te stellen. Om hieraan te voldoen, wordt gebruik gemaakt van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (hierna: CBS).
3. De maatstaven zijn toekomstbestendig, evenals de gegevens die nodig zijn voor toepassing van de maatstaven. Dit is noodzakelijk, omdat de maatstaven iedere vijf jaar gebruikt moeten worden om te bepalen wat het aandeel van het totaalbudget is dat per lokaal verzorgingsgebied beschikbaar is in de daaropvolgende aanwijzingsperiode. Om hieraan te voldoen is zo veel mogelijk gekozen voor maatstaven en gegevens die al gebruikt worden voor de verdeling van het provincie- of gemeentefonds, en die daarmee naar verwachting voor langere tijd beschikbaar zullen blijven.
Hieronder wordt per maatstaf toegelicht hoe deze past binnen de drie uitgangspunten.
De eerste maatstaf van het variabele deel van het totaalbudget betreft het aantal woonkernen met meer dan vijfhonderd adressen in een lokaal verzorgingsgebied. Deze verdeelmaatstaf is geschikt, omdat de kosten voor een lokale publieke omroep relatief hoog liggen in een verzorgingsgebied met veel grote woonkernen. In deze verzorgingsgebieden is vaak sprake van grotere afstanden tussen de verschillende grote woonkernen. Tevens is de kans groter dat er in een verzorgingsgebied met een groot aantal grote woonkernen ook meerdere gemeentebesturen zijn. Het brengt daarmee extra kosten met zich mee voor de lokale publieke omroep om op een evenwichtige manier de publieke mediaopdracht in een dergelijk lokaal verzorgingsgebied uit te voeren. Het gebruik van deze maatstaf stelt de regering in staat hiermee rekening te houden. ‘Woonkernen met meer dan vijfhonderd adressen’ is een gegeven dat wordt vastgesteld door het CBS en dat al gebruikt wordt voor de verdeling van het gemeentefonds.18
De tweede maatstaf van het variabele deel van het totaalbudget betreft het aantal inwoners in een lokaal verzorgingsgebied. Deze maatstaf reflecteert het beoogde bereik van een lokale publieke omroep bij de uitoefening van de publieke mediaopdracht, evenals de verwachte nieuwsdichtheid in een lokaal verzorgingsgebied. Het gaat hier om personen die in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) zijn opgenomen. Jaarlijks ontvangt het CBS aan het begin van het jaar gegevens uit de BRP. Op basis van deze gegevens stelt het CBS het aantal inwoners in een gemeente vast. Het CBS maakt dit aantal vervolgens openbaar. Aan de hand van deze cijfers kan op een eenduidige en betrouwbare manier het aantal inwoners in een lokaal verzorgingsgebied vastgesteld worden. De verdeelmaatstaf ‘inwoners’ wordt al gebruikt voor de verdeling van het provincie- en gemeentefonds.19
De derde en vierde maatstaf van het variabele deel van het totaalbudget zien op het aantal inwoners in stedelijk gebied en het aantal inwoners in landelijk gebied. Deze twee maatstaven zijn als volgt van invloed op de taakzwaarte in het lokale verzorgingsgebied. Inwoners in landelijk gebied kunnen naar verwachting moeilijker bereikt worden. De lokale publieke omroep moet zich dan meer inspannen om bijvoorbeeld fysieke afstanden binnen een lokaal verzorgingsgebied te overbruggen. In lokale verzorgingsgebieden met meer inwoners in stedelijk gebied is naar verwachting sprake van een hogere nieuwsdichtheid (denk bijvoorbeeld aan meer sport- en cultuurevenementen).20 Deze maatstaven zijn gebaseerd op de zogeheten ‘omgevingsadressendichtheid’. De omgevingsadressendichtheid is volgens het CBS het aantal adressen in een cirkel met een straal van één kilometer om dat adres, gedeeld door de oppervlakte van de cirkel. De omgevingsadressendichtheid wordt uitgedrukt in aantal adressen per vierkante kilometer. Het CBS onderscheidt aan de hand van de omgevingsadressendichtheid vijf klassen van stedelijkheid, van ‘niet stedelijk’ tot ‘zeer sterk stedelijk’. De hier gehanteerde maatstaf ‘inwoners in stedelijk gebied’ betreft de som van het aantal inwoners in een lokaal verzorgingsgebied in de CBS-categorieën ‘zeer sterk stedelijk’ en ‘sterk stedelijk’ (een omgevingsadressendichtheid van vijftienhonderd of meer adressen per vierkante kilometer). De maatstaf ‘inwoners in landelijk gebied’ betreft de som van het aantal inwoners in een lokaal verzorgingsgebied in de CBS-categorieën ‘weinig stedelijk’ en ‘niet stedelijk’ (een omgevingsadressendichtheid van duizend of minder adressen per vierkante kilometer).
Het budget wordt verdeeld aan de hand van een verdeelsleutel, waarin een weging van de maatstaven is opgenomen. Cebeon heeft in zijn rapport verschillende varianten van de verdeelsleutel doorgerekend. Bij iedere variant is gerekend met andere wegingspercentages voor het vaste deel en voor de verdeelmaatstaven in het variabele deel van de bekostiging. Mede op basis van overleg met de Stichting NLPO komt Cebeon in het rapport tot de conclusie dat het zogeheten ‘startmodel’ ‘een evenwichtige verdeling van de middelen’ oplevert.21 De wegingspercentages uit het startmodel zijn overgenomen in dit besluit. Het enige verschil met het startmodel van Cebeon is dat de verdeelsleutel in het besluit wordt uitgedrukt in een aandeel van het totaalbudget per lokaal verzorgingsgebied, en niet in een bedrag. Door een aandeel te hanteren, kan de bijdrage aan de lokale publieke omroepen makkelijker meebewegen met ontwikkelingen in de omvang van de rijksmediabijdrage, bijvoorbeeld als gevolg van de jaarlijkse indexering van de rijksmediabijdrage, en wordt beter aangesloten bij de systematiek van de mediabegroting.
Alles bijeengenomen is de verdeelsleutel zo samengesteld dat elke lokale publieke omroep kan worden voorzien van een financieel fundament (het vaste deel van de bekostiging) en van een bijdrage die rekening houdt met de kenmerken van het specifieke verzorgingsgebied (het variabele deel van de bekostiging).
De verdeelsleutel kent twee toepassingen in de praktijk. De eerste toepassing ziet op de vijfjaarlijkse procedure voor het aanwijzen van instellingen als lokale publieke omroep.22 Met het oog daarop maakt de Minister van OCW iedere vijf jaar, voor het begin van een nieuw aanvraagtijdvak voor de aanwijzing als lokale publieke omroep, twee zaken bekend in de Staatscourant, namelijk: het totaalbudget dat in de aankomende aanwijzingsperiode jaarlijks ten minste beschikbaar is voor alle lokale publieke omroepen23 en het aandeel van dit totaalbudget dat per lokaal verzorgingsgebied beschikbaar is tijdens die aanwijzingsperiode. Het aandeel van het totaalbudget wordt berekend op basis van de verdeelsleutel en staat vervolgens gedurende de aanwijzingsperiode voor vijf jaar vast. Op basis van deze financiële gegevens kan een aanvrager tijdens de aanwijzingsprocedure een reëel beleidsplan en een reële begroting maken. Zo draagt de regering bij aan de stabiliteit en voorspelbaarheid van het beschikbare budget voor lokale publieke omroepen. Hiermee geeft de regering invulling aan de Europese Verordening Mediavrijheid, die onder meer voorschrijft dat de wijze van financiering van publieke omroepen voorziet in ‘voorspelbare financiële middelen’.24
De peildatum voor de gebruikte CBS-gegevens is 1 januari van het tweede jaar dat aan het begin van de volgende aanwijzingsperiode voorafgaat. De gegevens van deze peildatum worden door het CBS rond 1 juli van hetzelfde jaar openbaar gemaakt. Vaststelling van het aandeel voorafgaand aan een nieuw aanvraagtijdvak voor de aanwijzing als lokale publieke omroep stelt instellingen die geïnteresseerd zijn in zo’n aanwijzing in staat om bij het indienen van een aanvraag met bijbehorende begroting rekening te houden met het beschikbare budget vanuit het Rijk voor de komende aanwijzingsperiode.
De tweede toepassing van de verdeelsleutel ziet op de bekostigingsaanspraak die aangewezen lokale publiek omroepen hebben voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau.25 Elk najaar (voorafgaand aan 1 december) stelt de Minister van OCW het totaalbudget vast dat in het volgende jaar voor de bekostiging van de lokale publieke omroepen beschikbaar is. Het totaalbudget wordt door de Minister van OCW ter beschikking gesteld aan het Commissariaat, dat aan lokale publieke omroepen op aanvraag een bijdrage verstrekt.26 Dat doet het Commissariaat op basis van het aandeel per lokaal verzorgingsgebied dat, als resultaat van de verdeelsleutel in dit besluit, bekend is gemaakt voor de betreffende aanwijzingsperiode.
Het besluit heeft geen gevolgen voor de regeldruk.
Een ontwerp van het besluit is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk. Het college heeft laten weten dat het besluit niet is geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen gevolgen heeft voor de regeldruk.
Bij brief van 20 november 2025 is de NLPO gevraagd een uitvoerbaarheidstoets te verrichten op een ontwerp van het besluit. De NLPO heeft de uitvoeringstoets per brief van 24 december 2025 uitgebracht. De NLPO heeft daarbij aangegeven dat de uitvoerbaarheidstoets tot stand was gekomen in afstemming met het college van omroepen van de NLPO.
De NLPO heeft laten weten dat zij het besluit uitvoerbaar acht. Het besluit biedt, volgens de NLPO, voldoende duidelijkheid en zekerheid. De NLPO wijst op het belang van tijdige inwerkingtreding van het besluit, zodat uitvoeringspartijen voldoende voorbereidingstijd hebben.
De inhoudelijke opmerkingen van de NLPO worden hieronder per thema behandeld. De uitvoeringstoets van NLPO heeft de regering geen aanleiding gegeven om het besluit te wijzigen.
De NLPO beoordeelde de indeling in lokale verzorgingsgebieden in (een bijlage bij) het Mediabesluit 2008 als uitvoerbaar. Volgens de NLPO geeft dit duidelijkheid. De NLPO wees er wel op dat essentieel is dat eventuele wijzigingen van de indeling tijdig bekend zijn. De regering onderschrijft dit en wijst er overigens op dat een wijziging van de indeling een aanpassing van het Mediabesluit 2008 – een algemene maatregel van bestuur – vergt, die is omkleed met de waarborgen, ook wat betreft kenbaarheid, die daarvoor gelden.
De NLPO noemde de bepalingen over de verwerking van bijzondere persoonsgegevens uitvoerbaar. Ook op dit punt achtte zij het besluit duidelijk. Hoewel de NLPO zelf geen verwerker is van deze gegevens, is zij in de uitvoeringsketen mede afhankelijk van heldere werkprocessen bij het Commissariaat en gemeenten op dit punt, aldus de NLPO. Volgens de NLPO biedt het besluit daarvoor een toereikend juridisch kader.
De NLPO is tot de beoordeling gekomen dat de systematiek van de vaststelling van het aandeel voor elke lokale publieke omroep van het totaalbudget voor alle lokale publieke omroepen uitvoerbaar is in de praktijk. Voor deze beoordeling is volgens de NLPO met name van belang dat de verdeelsleutel volledig is vastgelegd in regelgeving, dat de gebruikte gegevens afkomstig zijn van één bron, het CBS, en daarmee eenduidig en verifieerbaar, en dat de vaststelling van het aandeel van het totaalbudget voorafgaat aan de aanvraag- en begrotingscyclus van de omroepen.
De NLPO wees op het belang van tijdige en transparante communicatie naar de lokale publieke omroepen van het aandeel per lokaal verzorgingsgebied. Ook vroeg zij of op het totaalbudget de uitvoeringskosten nog in mindering gebracht dienden te worden.
De regering wijst erop dat in beginsel voorafgaand aan de aanwijzingsprocedure het totaalbudget en het aandeel daarvan voor elk lokaal verzorgingsgebied voor de volgende aanwijzingsperiode van vijf jaar in de Staatscourant bekend worden gemaakt. Een (kandidaat-)omroep kan zo zijn beleidsplan mede baseren op het bedrag dat vanuit het Rijk beschikbaar is. Door de bekendmaking in de Staatscourant kunnen ook gemeenten tijdig op de hoogte zijn van de hoogte van de bekostiging vanwege het Rijk en daarop hun eventuele aanvullende bekostiging afstemmen. Een eerste raming van de voorgenomen bedragen per verzorgingsgebied is op 27 mei 2026 gedeeld met de Tweede en Eerste Kamer.27 Wanneer het gaat om het totaalbudget voor de omroepen, gaat het om het bedrag waarop de uitvoeringskosten al in mindering zijn gebracht. Overigens is een raming van de uitvoeringskosten opgenomen in de memorie van toelichting bij de Wet versterking lokale publiek omroep.
De NLPO vroeg aandacht voor een tijdige inwerkingtreding van het besluit, parallel aan de Wet versterking lokale publieke omroep. Dit helpt de uitvoeringspraktijk, omdat wet, en besluit aan elkaar raken, aldus de NLPO. De regering is zich hiervan bewust en heeft steeds gestreefd naar gelijktijdige inwerkingtreding van de wet en de samenhangende lagere regelgeving.
Bij brief van 20 november 2025 is het Commissariaat gevraagd een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets te verrichten op een ontwerp van het besluit. Het Commissariaat heeft deze toets op 16 december 2025 uitgebracht.
Het Commissariaat heeft laten weten dat het besluit uitvoerbaar en handhaafbaar is. Wel heeft het Commissariaat enkele aandachtspunten meegegeven die volgens het Commissariaat evenwel niet raken aan de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Verder heeft het Commissariaat erop gewezen dat de uitvoeringskosten al zijn opgenomen in de uitvoerbaarheids -en handhaafbaarheidstoets bij de Wet versterking lokale publieke omroep.
De opmerkingen van het Commissariaat worden hieronder per thema behandeld.
Het Commissariaat heeft in overweging gegeven om in de lijst van lokale verzorgingsgebieden extra informatie op te nemen, namelijk de zogenoemde gemeentecodes. Dit zijn viercijferige unieke codes van het CBS. De regering heeft de toevoeging van de codes overwogen en besloten deze extra gegevens niet op te nemen. De gemeentecodes zijn niet noodzakelijk voor de uitvoerbaarheid (het Commissariaat voerde ook niet aan dat deze gegevens daarvoor noodzakelijk zouden zijn), terwijl het toevoegen van extra gegevens in het algemeen een regeling gevoeliger maakt voor wijziging. Dit laatste acht de regering niet wenselijk.
Het Commissariaat heeft een opmerking gemaakt bij het voorgestelde artikel 4d over de verwerking van bijzondere persoonsgegevens. Dit artikel bepaalt onder meer dat bijzondere persoonsgegevens niet met derden mogen worden gedeeld. Het Commissariaat gaf in overweging om in de toelichting concreet te benoemen met welke betrokkenen deze gegevens wél mogen worden gedeeld. Dit heeft aanleiding gegeven om de toelichting bij artikel 4d op dit punt uit te breiden.
Het Commissariaat merkte op dat in het voorgestelde artikel 4e geen sprake is van een ‘bovengrensformulering’, anders dan in artikel 4a van het Mediabesluit 2008, dat gaat over de bekostiging van de regionale publieke omroepen. In artikel 4a is sprake van percentages van het totaalbudget die zijn gepositioneerd als maximum voor de bijdrage van het Rijk per regionale publieke omroep. De regering erkent dat de formulering in het voorgestelde artikel 4e anders is dan de formulering in artikel 4a. Dit verschil is echter beoogd. Immers wordt voor de lokale publieke omroepen een verdeelsleutel voorgesteld, terwijl bij de regionale publieke omroepen gebruik wordt gemaakt van concrete percentages, die ook in het Mediabesluit 2008 zijn opgenomen. Het beoogde verschil in benadering tussen het regionale en het lokale domein maakt dat de opmerking van het Commissariaat niet heeft geleid tot wijziging van het voorgestelde artikel.
Ook heeft het Commissariaat opgemerkt dat bij de toelichting van de maatstaven van de verdeelsleutel enkele duidingen niet concreet genoeg zijn.28 De regering is echter van mening dat de maatstaven helder zijn, en de toelichting adequaat. De vragen van het Commissariaat hebben dan ook niet geleid tot aanvulling van de toelichting.
Een verdere opmerking van het Commissariaat betrof een voetnoot in de toelichting. Deze opmerking heeft ertoe geleid dat in die voetnoot de verwijzing naar de Mediawet 2008 is gespecificeerd door toevoeging van het betreffende artikel (2.170d).
Voorts is naar aanleiding van een opmerking van het Commissariaat de toelichting uitgebreid. In de passage over de vijfjaarlijkse bekendmaking van (1) het totaalbudget voor de lokale publieke omroepen voor de volgende aanwijzingsperiode en (2) het aandeel daarvan voor elk lokaal verzorgingsgebied, is opgenomen dat deze bekendmaking gebeurt door plaatsing in de Staatscourant. De regering wijst er verder op dat de berekening van het aandeel van elk lokaal verzorgingsgebied, aan de hand van de verdeelsleutel, gebeurt met CBS-cijfers. Aldus is volgens de regering sprake van adequate borging van transparantie over de budgetten. Dit is een aspect waarvan het belang door het Commissariaat terecht is benadrukt.
Het Commissariaat meende tot slot dat in de toelichting onvoldoende recht wordt gedaan aan de besluitbevoegdheid van het Commissariaat, door de formulering dat het Commissariaat aan lokale publieke omroepen ‘op aanvraag een bijdrage verstrekt’. De zinsnede ‘op grond van een aanvraag’ zou hier passender zijn. Volgens de regering is het nemen van een besluit op aanvraag een gebruikelijke formulering in het bestuursrecht en is die formulering hier correct gebruikt. Zij heeft geen aanleiding gezien om de toelichting op dit punt aan te passen.
Het Commissariaat maakte een opmerking over de introductie van ‘Afdeling 2a’ voor lokale publieke omroepen en meent dat deze hiermee een subafdeling zou worden van de afdeling over de regionale publieke omroepen. Deze opmerking is niet juist. Afdeling 2a is een zelfstandige afdeling, volgend op afdeling 2 (zie Aanwijzingen voor de regelgeving, aanwijzing 6.16).
Bij brief van 20 november 2025 is de VNG gevraagd om, desgewenst, een uitvoerbaarheidstoets te verrichten op een ontwerp van het besluit. De VNG heeft op 6 januari 2026 per brief gereageerd. De VNG benoemt in haar reactie dat zij al bij de internetconsultatie voor de Wet versterking lokale publieke omroepen heeft aangegeven af te zien van een uitvoerbaarheidstoets. De voorgestelde wijzigingen van de Wet versterking lokale publieke omroepen leiden volgens de VNG niet tot een hogere uitvoeringslast voor gemeenten. De VNG constateert dat de voorgestelde wijzigingen in het besluit voortkomen uit de Wet versterking lokale omroepen en ziet daarom geen aanleiding om een uitvoerbaarheidstoets te doen voor het besluit.
In haar verdere reactie herhaalt de VNG enkele standpunten uit haar reactie op de internetconsultatie van de Wet versterking lokale publieke omroepen. De regering heeft daar eerder op gereageerd, in de memorie van toelichting bij de Wet versterking lokale publieke omroepen (paragraaf 9.3).
Het besluit heeft geen gevolgen voor de Rijksbegroting.
De Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) is met een brief van 19 november 2025 geraadpleegd over een ontwerp van het besluit. Per brief van 13 mei 2026 heeft de AP laten weten dat zij geen aanmerkingen heeft op het besluit. Overigens heeft de regering in afstemming met de AP de toelichting aangevuld. Dit gaat om de verduidelijking dat de waarborgen voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens die zijn geregeld in het besluit de aanvulling vormen ten opzichte van het regime van de AVG die in het vooruitzicht is gesteld in de memorie van toelichting bij de Wet versterking lokale publieke omroep.29
Van 19 november 2025 tot 16 december 2025 is een ontwerp van het besluit in internetconsultatie geweest. Dit heeft in totaal zeventien unieke reacties opgeleverd, waarvan vijf van lokale publieke omroepen, vijf van gemeenten, vier individuele inzendingen en drie van koepelorganisaties. In het algemeen is brede steun geuit voor de beweging die in gang is gezet met de Wet versterking lokale publieke omroep en het besluit. Daarnaast is aandacht gevraagd voor de indeling in verzorgingsgebieden, de publieke taak, de adviesrol van gemeenten en het budget. De reacties zijn beoordeeld en hebben niet geleid tot het wijzigen van het besluit.
De meeste opmerkingen zagen op de indeling in verzorgingsgebieden.
Diverse omroepen, gemeenten en enkele individuen gaven aan dat het maximumaantal van tachtig verzorgingsgebieden niet in wet- en regelgeving zou moeten worden vastgelegd, om zo flexibiliteit mogelijk te maken. Volgens de Mediawet 2008 is een maximumaantal verzorgingsgebieden echter nodig voor een wezenlijke schaalvergroting en stabiele indeling in verzorgingsgebieden, die mogelijk maakt dat de lokale publieke omroepen beschikken over voorspelbare, duurzame en adequate financiële middelen voor het vervullen van hun publieke opdracht.30 Zowel het maximumaantal lokale verzorgingsgebieden als de concrete indeling is vastgesteld in het Mediabesluit 2008 en daarmee aanpasbaar volgens de procedure die geldt voor wijziging van een algemene maatregel van bestuur. Voor het maximumaantal geldt daarbij de wettelijke eis dat dit maximum eens per tien jaar, voorafgaand aan de start van de concessie van de NLPO, kan worden gewijzigd. 31
Verder zijn door individuen, gemeenten of lokale publieke omroepen bezwaren naar voren gebracht over de indeling in verzorgingsgebieden wat betreft Twente, Noord-Kennemerland & Alkmaar, Hoeksche Waard, De Werven en Noord-Veluwe. Het proces van de totstandkoming van de indeling in verzorgingsgebieden is beschreven in paragraaf 2.1 van deze toelichting. Naar aanleiding van de internetconsultatie heeft de regering de NLPO gevraagd of de inbreng uit de internetconsultatie ten aanzien van de verzorgingsgebieden aanleiding geeft tot heroverweging van het advies voor de indeling. Hierbij is in het bijzonder gevraagd naar de zorgvuldigheid en transparantie in het proces in de specifieke kwesties die in de consultatiereacties werden genoemd. De NLPO heeft onderstreept dat het traject met de Change Board de mogelijkheid heeft gegeven aan alle betrokkenen om een wijzigingsvoorstel in te dienen. Hierover zijn vervolgens zienswijzen opgevraagd bij zowel gemeenten en omroepen. Dit alles is meegenomen bij de uiteindelijke totstandkoming van het advies van de Change Board aan de NLPO. De NLPO heeft het oordeel van de Change Board gewogen en komt per openbare brief van 16 mei 2025 tot deze conclusie: ‘het proces van actualisatie is zorgvuldig vormgegeven in samenspraak met gemeenten en omroepen’.32 De NLPO staat achter het vastgestelde advies. In dit traject van de Change Board zijn de zienswijzen over de verzorgingsgebieden Twente, Noord-Kennemerland & Alkmaar, Hoeksche Waard en De Werven al meegenomen. De inbreng in de internetconsultatie uit het verzorgingsgebied Noord-Veluwe is niet naar voren gebracht tijdens het proces met de Change Board. De zorgen die daarin worden geuit, zien voornamelijk op het behoud van frequenties en lokale edities binnen het verzorgingsgebied, en de aandacht die er in de toekomst is voor de individuele gemeenten. De NLPO heeft laten weten in gesprek te zijn met de lokale publieke omroepen in dit voorziene verzorgingsgebied en heeft ook een kwartiermaker ingezet die ondersteunt bij de verdere samenwerking in dit gebied.
Al met al concludeert de regering het volgende. Bij een overgang van ruim tweehonderd omroepen naar maximaal tachtig verzorgingsgebieden is volledige instemming van alle huidige lokale publieke omroepen niet realistisch en ook niet het juiste criterium. Het proces van inspraak in de sector gedurende de afgelopen jaren met als afsluiting de Change Board-procedure bij de NLPO beoordeelt de regering als zorgvuldig en transparant. De genoemde bezwaren uit de internetconsultatie geven de regering, gelet op het bovenstaande, geen aanleiding voor het aanpassen van de indeling die door NLPO op 16 mei 2025 is vastgesteld, en die als uitgangspunt geldt voor verdere besluitvorming en implementatie.
Een gemeente had graag gezien dat gemeenten een grotere rol hadden gekregen bij de indeling in verzorgingsgebieden en dat het proces was ondergebracht bij een onafhankelijk orgaan. Volgens de regering hebben gemeenten een wezenlijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de indeling. Verwezen wordt naar bovenstaande alinea en paragraaf 2.1 van deze toelichting.
Een individu maakte de opmerkingen dat de indeling willekeurig is gemaakt, dat over cultuurverschillen is gestapt en dat willekeurig lijntjes zijn getrokken. De regering herkent dit beeld niet. Verwezen wordt naar bovenstaande alinea’s en paragraaf 2.1 van deze toelichting.
De Stichting NLPO adviseerde in haar consultatiereactie om in de toelichting expliciet te maken hoe gehandeld wordt bij een eventuele wijziging van de indeling in verzorgingsgebieden en om de toetsingscriteria daarbij op te nemen. De regering verwijst hier naar de criteria voor verzorgingsgebieden, die zijn opgenomen in de Wet versterking lokale publieke omroep. Eventuele wijzigingen van de indeling moeten aan die criteria worden getoetst. De procedure voor wijziging is de procedure voor wijziging van een algemene maatregel van bestuur, die met waarborgen is omgeven. Gemeentelijke herindelingen kunnen een wijziging van de indeling in verzorgingsgebieden betekenen. Dergelijke wijzigingen worden bij wet geregeld en kennen een uitgebreid voorbereidingstraject.
Een samenwerkingsverband van gemeenten heeft gevraagd om wijziging van het besluit zodat de lokale publieke omroepen in de gemeenten van het samenwerkingsverband binnen de gevormde streekomroep hun uitzendingen zouden kunnen voortzetten. Echter, met de stelselwijziging beoogt de regering het aantal lokale publieke omroepen terug te brengen, zodat verdere professionalisering mogelijk is. Het huidige maximumaantal verzorgingsgebieden is bepaald op tachtig. De ‘nieuwe’ lokale publieke omroepen blijven verantwoordelijk voor het voorzien in publiek media-aanbod op lokaal niveau, met voldoende aandacht voor wijken, dorpen en steden.
Voorts is door een lokale publieke omroep gevraagd om het behoud van frequenties, zodat het uitzenden van lokale programma’s mogelijk zou blijven. De regering verwijst hier naar de passage in de memorie van toelichting bij de Wet versterking lokale publieke omroep over de Telecommunicatiewet en de mogelijkheden voor editionering.33
Aldaar is toegelicht dat lokale publieke omroepen de mogelijkheid hebben om via FM en DAB+ programmatisch te differentiëren. Distributie van media-aanbod via internet biedt die mogelijkheid ook.
Een samenwerkingsverband van lokale omroepen, een gemeente, een gezamenlijke reactie van twee gemeenten en een individu hebben geadviseerd om de adviesrol van gemeenten in de aanwijzingsprocedure voor een lokale publieke omroep te verzwaren, met het oog op de lokale binding. Zij brachten dit naar voren in navolging van het advies van de Raad van State over de Wet versterking lokale publieke omroep. De regering merkt op dat dit punt gaat over de Wet versterking lokale publieke omroep en niet over dit besluit. Overigens is naar aanleiding van het advies van de Raad van State de adviesrol van de gemeenteraad uitgebreid.
Een koepelorganisatie van commerciële radiozenders heeft gevraagd om het publieke karakter van de lokale publieke omroep te waarborgen in het nieuwe stelsel, en vroeg om een expliciet handhavingsbeleid van het Commissariaat ten aanzien van de ICE-norm en duidelijke communicatie vanuit de toezichthouder over de verzwaarde eisen voor de lokale publieke omroepen. De regering is van mening dat door de versterking van de lokale publieke omroepen die voortvloeit uit de Wet versterking lokale publieke omroep het publieke karakter van deze omroepen beter tot zijn recht kan komen, bijvoorbeeld doordat de omroepen extra kunnen investeren in lokale journalistiek. Hoe de lokale publieke omroep zijn taak uitvoert, is in eerste instantie een aangelegenheid van de lokale publieke omroep zelf. Bij een overtreding van de Mediawet 2008 komt het Commissariaat in beeld. Hier is echter van belang dat het Commissariaat zelf invulling geeft aan de handhaving. Ten overvloede wijst de regering erop dat de ICE-norm, die in de reactie werd aangehaald, met de Wet versterking lokale publieke omroep is vereenvoudigd tot het voorschrift dat het media-aanbod voor ten minste vijftig procent gebiedsgericht is alsmede voor ten minste vijftig procent door de instelling zelf of uitsluitend in opdracht is geproduceerd. Het Commissariaat houdt hier toezicht op. De verdere programmatische voorschriften zijn vervallen.34
Twee individuen gaven aan dat zij het nut van lokale publieke omroepen of de betreffende overheidstaak niet inzagen. De regering meent dat deze reactie gaat over de Wet versterking lokale publieke omroep, en niet zozeer over het besluit. In de memorie van toelichting bij de wet is de regering uitgebreid ingegaan op de publieke taak van de lokale publieke omroepen en de verantwoordelijkheid van de overheid in dat verband. 35
Twee organisaties, de koepelorganisatie van commerciële radiozenders en een samenwerkingsverband van lokale omroepen, hebben gevraagd om een verhoging van de bekostiging voor lokale publieke omroepen. Hiermee zouden deze omroepen hun publieke taak beter kunnen uitvoeren. De regering vindt deze oproepen sympathiek. In het besluit wordt echter niet geregeld hoeveel geld de lokale publieke omroepen in totaal krijgen, maar alleen hoe het beschikbare geld verdeeld wordt. In de memorie van toelichting bij de Wet versterking lokale publieke omroep is de hoogte van de bekostiging van de lokale publieke omroepen uitgelegd.36
De NLPO vroeg in haar reactie aandacht voor het bekendmaken van de hoogte van het budget. Het ging de NLPO daarbij ook om de uitvoeringskosten voor NLPO en Commissariaat. De regering wijst erop dat het moment waarop het totaalbudget voor de lokale omroepen bekend wordt gemaakt, is bepaald in de Wet versterking lokale publieke omroep.37 Het gaat hier om het budget dat is bestemd voor de lokale publieke omroepen. De uitvoeringskosten zijn hierop al in mindering gebracht.
Een gezamenlijke reactie van gemeenten heeft benadrukt hoe gewenst duidelijkheid over de hoogte van de rijksfinanciering is, zodat gemeenten tijdig kunnen besluiten over de eventuele aanvullende financiering. De regering ziet adequate informatieverstrekking als cruciale factor voor het slagen van de stelselherziening. De Minister van OCW heeft gelet hierop in een Kamerbrief van 27 mei 2026 voorlopige ramingen van bijdragen van het Rijk per lokaal verzorgingsgebied vanaf 1 januari 2028 bekendgemaakt.38
Door indieners werden nog enkele andere opmerkingen gemaakt.
Een samenwerkingsverband van lokale publieke omroepen merkte op dat voor een doelmatige governancestructuur van de omroepen een compacter bestuur en een compactere raad van toezicht nodig zouden zijn. Naar aanleiding hiervan wijst de regering erop dat de lokale publieke omroepen met de Wet versterking lokale publieke omroep onder de reikwijdte van artikel 2.142a van de Mediawet 2008 zijn gebracht, waarin is bepaald dat de bestuurlijke organisatie sober, doelmatig en evenwichtig moet zijn.
Een branchevereniging van bedrijven in telecommunicatie verzocht de regering om pakketaanbieders tijdig op te hoogte te stellen over veranderingen in verzorgingsgebieden, aanwijzingen voor lokale publieke omroepen en verwachte aanbodkanalen. De regering erkent het belang van tijdige duidelijkheid voor pakketaanbieders over deze onderwerpen en zegt toe hiervoor te zorgen en de Stichting NLPO hierbij te betrekken.
Het artikel met begripsbepalingen in het Mediabesluit 2008 moest zodanig worden uitgebreid, dat gekozen is voor opnieuw vaststellen van het artikel, en niet voor wijzigen. De enige definities die eerder waren opgenomen, zagen op visual radio en wet. De toegevoegde definities houden verband met de verdeelsleutel voor het totaalbudget van de lokale publieke omroepen, die is opgenomen in artikel 4e. Zoals wordt uitgelegd in de toelichting bij de verdeelsleutel (zie paragraaf 2.3 van het algemeen deel van deze toelichting), wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het Besluit financiële verhouding 2001 en gegevens van het CBS.
Voorheen bevatte hoofdstuk 2, afdeling 2, van het Mediabesluit 2008 bepalingen voor zowel de regionale als de lokale publieke mediadienst. Nu zijn de bepalingen voor de lokale publieke mediadienst in een aparte afdeling 2a ondergebracht. Verder is artikel 4 komen te vervallen. Het artikel berustte op een delegatiegrondslag die met de Wet versterking lokale publieke omroepen is vervallen. De betreffende voorschriften zijn voortaan op wetsniveau geregeld (artikelen 2.70 en 2.87x van de Mediawet 2008).
Onderdeel E bevat de nieuwe afdeling 2a over de lokale publieke mediadienst.
(artikel 4c)
Artikel 4c geeft uitvoering aan de delegatiegrondslag in artikel 2.87h, vijfde lid, van de Mediawet 2008: vaststelling van het maximumaantal lokale verzorgingsgebieden alsmede bepaling van de indeling in lokale verzorgingsgebieden. De daadwerkelijke indeling is opgenomen in de bijlage bij artikel 4c (bijlage 1), die is ingevoegd bij artikel I, onderdeel I. De totstandkoming van de indeling is toegelicht in paragraaf 2.1 van het algemeen deel van deze toelichting.
Voor wijziging van het maximum en de indeling geldt, volgens de grondslag van artikel 2.87, vijfde lid, van de Mediawet 2008, een voorhangprocedure.
(artikel 4d)
Artikel 4d van het Mediabesluit 2008 bevat passende en specifieke maatregelen ter bescherming van de grondrechten en fundamentele belangen van de leden van het programmabeleid bepalend orgaan (pbo) van wie bijzondere persoonsgegevens worden verwerkt in het kader van de aanwijzingsprocedure. Het artikel geeft uitvoering aan de delegatiegrondslag in artikel 2.87u, vierde lid, van de Mediawet 2008. De in dit artikel opgenomen maatregelen vormen gezamenlijk een uitwerking van de zorgvuldigheidseis, zoals in de toelichting bij de Wet versterking lokale publieke omroepen vermeld. Zie ook paragraaf 2.2 van het algemeen deel van deze toelichting.
De eerste maatregel betreft een verbod voor het Commissariaat dan wel de gemeenteraad om de bijzondere persoonsgegevens voor een ander doel te verwerken dan voor de aanwijzing als lokale publieke media-instelling. Hiermee wordt beoogd verdere verwerking van de bijzondere persoonsgegevens, bijvoorbeeld voor monitoring, te voorkomen.
De tweede maatregel, vastgelegd in leden 2 en 3, betreft een maximale bewaartermijn voor de bijzondere persoonsgegevens. Voor het Commissariaat is deze termijn gesteld op maximaal de duur van de aanwijzing, te weten vijf jaar. Voor deze termijn is gekozen omdat verwerking van de bijzondere persoonsgegevens nog noodzakelijk kan zijn lopende de aanwijzing, bijvoorbeeld omdat tijdens de loopduur van de aanwijzing twijfels bestaan over de representativiteit van het pbo. Voor de gemeenteraad geldt een kortere bewaartermijn, omdat niet noodzakelijk is dat hij de bijzondere persoonsgegevens na afloop van de aanwijzingsprocedure nog verwerkt. In het geval dat het Commissariaat besluit om tijdens de aanwijzingsperiode op grond van artikel 2.87r van de Mediawet 2008 de gemeenteraad om advies te vragen over de representativiteit van het pbo, kan het Commissariaat de bijzondere persoonsgegevens opnieuw met de betreffende gemeenteraad of -raden delen. Voor beide organisaties geldt uiteraard dat de bijzondere persoonsgegevens eerder moeten worden verwijderd indien het niet langer noodzakelijk is om deze te bewaren. Een voorbeeld is de situatie dat een lid van het pbo tijdens de aanwijzingsprocedure of na aanwijzing uittreedt. In dat geval moeten de bijzondere persoonsgegevens van dat lid zo snel mogelijk na mededeling van de uittreding aan het Commissariaat dan wel de gemeenteraad of -raden worden gewist.
De derde maatregel betreft een verbod op het delen van de bijzondere persoonsgegevens met derden. Hiermee wordt gedoeld op eenieder die niet betrokken is bij de verwerking in het kader van de wet. Dit zijn anderen dan de voor de verwerking noodzakelijke personen binnen het Commissariaat en de betrokken gemeenten. Uiteraard vallen ook partijen die geen wettelijke taak hebben in het kader van de aanwijzingsprocedure hieronder. Met deze bepaling is beoogd de verspreiding van bijzondere persoonsgegevens te beperken.
(artikelen 4e en 4f)
De verdeelsleutel is een formule die leidt tot het aandeel voor elke lokale publieke omroep van het totaalbudget voor alle lokale publieke omroepen. De formule, de (herkomst van de) te gebruiken gegevens, de peildatum voor die gegevens en de uiterste vaststellingsdatum van het aandeel van elke omroep zijn geregeld in de artikelen 4e en 4f van het Mediabesluit 2008. Daarmee is uitvoering gegeven aan de delegatiegrondslag in artikel 2.170d, tweede lid, van de Mediawet 2008. Een en ander is toegelicht in paragraaf 2.3 van het algemeen deel van deze toelichting.
Artikel 6 was een uitwerking van artikel 2.93 van de Mediawet 2008. Dit artikel is met de Wet versterking lokale publieke omroepen komen te vervallen. Ook artikel 6 vervalt derhalve.
Bij artikel 4c, tweede lid, hoort een bijlage, namelijk de indeling in lokale verzorgingsgebieden. Deze bijlage is gevoegd bij het Mediabesluit 2008, die al een bijlage had, bij artikel 18, namelijk de evenementenlijst. Om het invoegen van de nieuwe bijlage in goede banen te leiden, is de vermelding van de bijlage (evenementenlijst) in de tekst van artikel 18 enigszins aangepast, en is het opschrift van die bijlage gewijzigd, zodat duidelijk is dat dit voortaan bijlage 2 is (bij artikel 18).
Artikel 35a bevat een overgangsbepaling voor artikel 4f. Dat artikel regelt de uiterste vaststellingsdatum van het aandeel, bedoeld in artikel 4e. De vaststelling moet gebeuren vóór 1 augustus van het tweede jaar dat voorafgaat aan een aanwijzingsperiode van lokale publieke omroepen. Die specifieke datum is mogelijk niet werkbaar voor de allereerste aanwijzingsperiode op grond van de Wet versterking lokale publieke omroep, namelijk in de situatie dat inwerkingtreding van de wet gebeurt in de loop van de tweede helft van het tweede jaar dat voorafgaat aan die eerste aanwijzingsperiode. Voor de eerste aanwijzingsperiode op grond van de Wet versterking lokale publieke omroep is daarom in het nieuw voorgestelde artikel 9.14m1 bepaald dat de vaststelling van het budget moet gebeuren vóór de start van het aanvraagtijdvak voor aanwijzing als lokale publieke omroep. Die aanpassing geeft meer flexibiliteit, maar verzekert nog steeds dat aanvragers tijdig kunnen weten welke bekostiging zij van het Rijk kunnen verwachten, zodat zij hun beleidsplannen daarop kunnen afstemmen.
De nieuwe bijlage, namelijk bijlage 1, bij artikel 4c, tweede lid, met de indeling in lokale verzorgingsgebieden, wordt geplaatst vóór de bestaande bijlage (bij artikel 18).
Dit besluit treedt zoveel mogelijk gelijktijdig met de Wet versterking lokale publieke omroepen in werking.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Toelichting totstandkoming streekindeling Lokale omroepen, opgesteld door de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, NLPO en VNG, mei 2023, geraadpleegd via de website van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.
Vernieuwingsconvenant gemeenten – lokale omroepen 2015–2018 VNG, OLON, Stichting NLPO, 2015, onder 6.2.
Instellingbesluit Change Board NLPO, Stichting NLPO, 24 december 2024, geraadpleegd via de website van de Stichting NLPO.
Reglement werkwijze Change Board 2025, Change Board NLPO, 31 januari 2025, geraadpleegd via de website van de Stichting NLPO.
Adviezen Change Board aan NLPO betreffende streekindeling lokale omroep, Change Board NLPO, 14 mei 2025, geraadpleegd via de website van de Stichting NLPO.
Op grond van artikel 2.87h, derde lid, van de Mediawet 2008 geldt overigens dat een lokaal verzorgingsgebied – kort gezegd – aanmerkelijk kleiner is dan een provincie.
Cebeon noemt deze variant van de verdeelsleutel in zijn rapport het ‘startmodel’. Zie: Doorrekening financiële scenario’s streekomroepen. Cebeon, november 2023, p. 14.
Dit wordt in het voorgestelde artikel 2.170d van de Mediawet 2008 bepaald. Vaststelling gebeurt vóór 1 augustus van het tweede jaar dat voorafgaat aan de aanwijzingsperiode.
Artikel 5, derde lid, van de Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid; PbEU L 2024, 1083).
In een voetnoot noemt het Commissariaat het volgende voorbeeld, waarbij de onderstreping afkomstig is van het Commissariaat: ‘in deze verzorgingsgebieden is vaak sprake van grotere afstanden tussen de verschillende grote woonkernen. Tevens is de kans groter dat er in een verzorgingsgebied met een hoog aantal grote woonkernen ook meerdere gemeentebesturen zijn’.
Zie Kamerstukken II 2025/26, 36 917, nr. 3, p. 19–22; artikel 2.87h, vijfde lid, van de Mediawet 2008 en artikel 4c, eerste lid, van het Mediabesluit 2008.
Streekindeling lokale publieke media-instellingen, Stichting NLPO, 16 mei 2025, geraadpleegd via de website van NLPO.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-38860.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.