Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 6 februari 2026, nr. IENW/BSK-2026/20152, tot wijziging van de Regeling vrachtwagenheffing in verband met de indexering van de bedragen in de Wet vrachtwagenheffing [KetenID WGK: 028608]

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 5, vierde lid, van de Wet vrachtwagenheffing;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling vrachtwagenheffing wordt als volgt gewijzigd:

A

Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a (grondslag)

Deze regeling berust mede op artikel 5, vierde lid, van de wet.

B

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5 (tabellen bedragen vrachtwagenheffing)

  • 1. De tabel met bedragen van de infrastructuurheffing, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de wet, is vanaf inwerkingtreding van dat artikellid als volgt vastgesteld:

    Infrastructuurheffing

    Maximummassa van de combinatie (kg)

    CO2-emissieklasse 1

    euro-emissieklasse

     

    EURO 0

    EURO 1

    EURO 2

    EURO 3

    EURO 4

    EURO 5

    EURO 6

    EURO 6+

    meer dan 3.500 tot 12.000

    0,107

    0,099

    0,089

    0,080

    0,072

    0,059

    0,054

    0,054

    12.000 tot 18.000

    0,173

    0,159

    0,144

    0,130

    0,116

    0,095

    0,087

    0,087

    18.000 tot en met 32.000

    0,173

    0,159

    0,144

    0,130

    0,116

    0,095

    0,087

    0,087

    meer dan 32.000

    0,179

    0,164

    0,148

    0,134

    0,120

    0,098

    0,089

    0,089

    Maximummassa van de combinatie (kg)

    CO2-emissieklasse

     

    2

    3

    4

    5

    meer dan 3.500 tot 12.000

    0,046

    0,038

    0,027

    0,013

    12.000 tot 18.000

    0,074

    0,061

    0,043

    0,022

    18.000 tot en met 32.0000

    0,074

    0,061

    0,043

    0,022

    meer dan 32.000

    0,076

    0,063

    0,045

    0,022

  • 2. De tabel met bedragen van de externekostenheffing in verband met luchtverontreiniging en geluidshinder, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de wet, is vanaf inwerkingtreding van dat artikellid als volgt vastgesteld:

    Externekostenheffing in verband met luchtverontreiniging en geluidshinder
     

    CO2-emissieklasse 1

    Maximummassa van de combinatie (kg)

    euro-emissieklasse

     

    EURO 0

    EURO 1

    EURO 2

    EURO 3

    EURO 4

    EURO 5

    EURO 6

    EURO 6+

    meer dan 3.500 tot 12.000

    0,113

    0,076

    0,076

    0,058

    0,044

    0,026

    0,013

    0,012

    12.000 tot 18.000

    0,150

    0,096

    0,096

    0,076

    0,056

    0,034

    0,016

    0,013

    18.000 tot en met 32.000

    0,169

    0,126

    0,124

    0,099

    0,071

    0,040

    0,018

    0,015

    meer dan 32.000

    0,204

    0,152

    0,151

    0,122

    0,086

    0,046

    0,020

    0,016

    Maximummassa van de combinatie (kg)

    CO2-emissieklasse

     

    2

    3

    4

    5

    meer dan 3.500 tot 12.000

    0,013

    0,013

    0,013

    0,012

    12.000 tot 18.000

    0,016

    0,016

    0,016

    0,013

    18.000 tot en met 32.0000

    0,018

    0,018

    0,018

    0,015

    meer dan 32.000

    0,020

    0,020

    0,020

    0,016

  • 3. De tabel met bedragen van de externekostenheffing in verband met CO2-emissies, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de wet, is vanaf inwerkingtreding van dat artikellid als volgt vastgesteld:

    Externekostenheffing in verband met CO2-emissies

    Maximummassa van de combinatie (kg)

    CO2-emissieklasse 1

    euro-emissieklasse

     

    EURO 0

    EURO 1

    EURO 2

    EURO 3

    EURO 4

    EURO 5

    EURO 6

    EURO 6+

    meer dan 3.500 tot 12.000

    0,052

    0,046

    0,046

    0,046

    0,046

    0,046

    0,046

    0,046

    12.000 tot 18.000

    0,069

    0,060

    0,060

    0,060

    0,057

    0,057

    0,057

    0,057

    18.000 tot en met 32.000

    0,090

    0,079

    0,079

    0,079

    0,077

    0,077

    0,077

    0,077

    meer dan 32.000

    0,104

    0,093

    0,093

    0,093

    0,092

    0,092

    0,092

    0,092

    Maximummassa van de combinatie (kg)

    CO2-emissieklasse

     

    2

    3

    4

    5

    meer dan 3.500 tot 12.000

    0,044

    0,041

    0,023

    0,000

    12.000 tot 18.000

    0,055

    0,052

    0,029

    0,000

    18.000 tot en met 32.0000

    0,073

    0,069

    0,039

    0,000

    meer dan 32.000

    0,087

    0,082

    0,046

    0,000

C

Na artikel 5 (nieuw) wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a Ingangsdatum vrachtwagenheffing

De vrachtwagenheffing wordt geheven met ingang van 1 juli 2026.

D

Artikel 6 komt te luiden:

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2, eerste lid, van de wet in werking treedt, met uitzondering van de artikelen 1, 1a, 2, 5, 5a, 6 en 7, die in werking treden met ingang van 1 maart 2026.

ARTIKEL II INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman

TOELICHTING

Het tarief voor de vrachtwagenheffing is op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet vrachtwagenheffing (hierna: de wet) opgebouwd uit drie componenten: de infrastructuurheffing, de externekostenheffing in verband met luchtverontreiniging en geluidshinder en de externekostenheffing in verband met CO2-emissies. In artikel 5, eerste lid, van de wet staan drie tabellen waarin de hoogte van de bedragen van deze drie componenten zijn opgenomen, afhankelijk van de CO2-emissieklasse, de maximummassa van de combinatie van de vrachtwagen en in sommige gevallen van de euro-emissieklasse (alleen binnen CO2-emissieklasse 1). Op grond van artikel 5, tweede lid, van de wet moeten deze bedragen in de wet jaarlijks op 1 januari bij ministeriële regeling worden geïndexeerd. Dit houdt in dat de bedragen in de tabellen opnieuw worden vastgesteld. Op grond van artikel 5, vierde lid, van de wet, zoals dat lid luidt na inwerkingtreding van de Wet van 19 november 2025 tot wijziging van de Wet vrachtwagenheffing in verband met de implementatie van de herziene Europese tolheffingsregels (Stb. 2025, 402) (hierna: de wijzigingswet) moeten de bedragen bij de inwerkingtreding van artikel 5 van de wet worden geïndexeerd met de tabelcorrectiefactoren1 die van toepassing waren op 1 januari 2024 en de daarop volgende jaren tot en met het jaar waarop artikel 5 in werking treedt. De huidige bedragen hebben prijspeil 2023.2 De vrachtwagenheffing start op 1 juli 2026 en dus zullen de bedragen van artikel 5, eerste lid, van de wet drie keer moeten worden geïndexeerd (met de tabelcorrectiefactoren die van toepassing zijn op 1 januari 2024, 1 januari 2025 en 1 januari 2026). Met artikel I, onderdeel B, van deze wijzigingsregeling worden de in de tabellen opgenomen bedragen van artikel 5, eerste lid, van de wet opnieuw vastgesteld, nu met prijspeil 2026. Dit gebeurt door een wijziging van de Regeling vrachtwagenheffing.3 In die regeling is artikel 5 gereserveerd voor deze indexering.

Op grond van artikel 2, vijfde lid, van de wet moet het tijdstip worden vastgesteld met ingang waarvan de vrachtwagenheffing wordt geheven. Dit wordt gerealiseerd met de wijziging van artikel I, onderdeel C, waarin is bepaald dat de vrachtwagenheffing wordt geheven met ingang van 1 juli 2026.

Artikel 6 van de Regeling vrachtwagenheffing bepaalt dat deze regeling in werking treedt op het moment dat de vrachtwagenheffing start. Met deze wijzigingsregeling wordt met artikel I, onderdeel D, de inwerkingtreding van de Regeling vrachtwagenheffing aangepast. De Regeling vrachtwagenheffing treedt in werking met ingang van de datum waarop artikel 2, eerste lid, van de wet in werking treedt, zijnde 1 juli 2026. Hierop wordt voor een deel van de artikelen de uitzondering gemaakt dat deze in werking treden met ingang van 1 maart 2026. Voor zover het de inwerkingtreding met ingang van 1 maart 2026 betreft, wordt afgeweken van de vaste verandermomenten, bedoeld in de Aanwijzingen voor de regelgeving (aanwijzing 4.17). Ondanks dat de vrachtwagenheffing pas van start gaat op 1 juli 2026, kan inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, (wijziging van artikel 5) van deze wijzigingsregeling niet tot dan wachten. Met de inwerkingtreding van artikel 5 in aanloop naar de start van de vrachtwagenheffing wordt voor vervoersondernemers en andere belangstellenden de voor hen gewenste en noodzakelijke duidelijkheid gecreëerd over de tarieven van de vrachtwagenheffing. De grond om af te wijken van de vaste verandermomenten is daarmee aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel a. Daar komt bij dat ook de grondslag waarop artikel I, onderdeel B, is gebaseerd, artikel 5, vierde lid, van de wet, om dezelfde reden met ingang van 1 maart 2026 in werking zal treden. In artikel 5, vierde lid, van de wet is bepaald dat op het moment dat dit artikel in werking treedt, de bedragen in de tabellen van artikel 5, eerste lid, bij ministeriele regeling worden geïndexeerd. Het gevolg hiervan is dat artikel I, onderdeel B (wijziging van artikel 5) van deze wijzigingsregeling ook op dezelfde datum in werking moet treden. Hiermee zijn de tarieven die dan in werking treden geïndexeerd tot en met 1 januari 2026 en dus direct de tarieven die gaan gelden met ingang van 1 juli 2026 (de startdatum van de vrachtwagenheffing).

Bij deze wijzigingsregeling is bepaald dat tevens artikel 1 van de Regeling vrachtwagenheffing, waarin de begripsbepaling “wet” is opgenomen, met ingang van 1 maart 2026 in werking treedt. Dit geldt ook voor artikel 2 van de Regeling vrachtwagenheffing, aangezien de wettelijke grondslag (artikel 2, tweede lid, van de wet) waarop dit artikel is gebaseerd reeds in werking is getreden. Nu bekend is dat de vrachtwagenheffing start met ingang van 1 juli 2026, kan ook artikel 5a met ingang van 1 maart 2026 in werking treden. Als laatste treden ook het gewijzigde artikel 6 en artikel 7 van de Regeling vrachtwagenheffing (waarin de citeertitel van de Regeling vrachtwagenheffing is bepaald) in werking met ingang van 1 maart 2026. Alleen de artikelen 3 en 4 van de Regeling vrachtwagenheffing treden, zoals reeds eerder was bepaald, tegelijkertijd in werking met artikel 2, eerste lid, van de wet.

Voor deze wijzigingsregeling is afgezien van internetconsultatie. Afwijking van het uitgangspunt om ontwerpregelgeving in internetconsultatie te brengen, is mogelijk op een aantal uitzonderingsgronden. Hier is van toepassing dat consultatie niet in betekenende mate kan leiden tot aanpassing van het voorstel4 omdat de doorgevoerde indexatie gelet op artikel 5, tweede en vierde lid, verplicht is en bovendien verplicht is gesteld dat de indexatie moet plaatsvinden aan de hand van de tabelcorrectiefactor. Ook zijn geen uitvoeringstoetsen uitgevoerd en is op grond van artikel 3, tweede lid, onderdeel c, van de Instellingswet Adviescollege toetsing regeldruk (hierna: Instellingswet ATR) jo artikel 2, onderdeel b, van de Regeling procedures Adviescollege toetsing regeldruk (hierna: Regeling ATR) de wijzigingsregeling niet voorgelegd voor advies aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Instellingswet ATR wordt aan het ATR in beginsel alle regelgeving ter toetsing voorgelegd. Echter, in het tweede lid is een aantal uitzonderingen op dit uitgangspunt opgenomen. Zo is in onderdeel c bepaald dat bij ministeriële regeling categorieën kunnen worden aangewezen, die niet aan het ATR behoeven te worden voorgelegd. In dit verband is artikel 2, onderdeel b, van de Regeling ATR relevant, aangezien hierin is bepaald dat de vaststelling of wijziging van bedragen, tarieven of percentages een categorie is die niet behoeft te worden voorgelegd aan de ATR. Onder deze categorie valt ook de indexering van de tarieven van de vrachtwagenheffing, die wordt bewerkstelligd met artikel I, onderdeel B, van deze wijzigingsregeling.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman


X Noot
1

Bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

X Noot
2

Kamerstukken II, 2024/25, 36 626, nr. 3, p. 24.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2009/10, 29 279, nr. 114.


X Noot
1

Bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

X Noot
2

Kamerstukken II, 2024/25, 36 626, nr. 3, p. 24.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2009/10, 29 279, nr. 114.

Naar boven