Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 3657 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 3657 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op
– artikel 8 van Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output (PbEU 2022, L 315);
– de artikelen 21, 22, 29, 30, 31, tweede lid, 70 en 76 van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435);
– de artikelen 65 en 68 tot en met 71 van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L 435);
– artikel 5 van Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken en tot intrekking van de Verordening (EG) nr. 166/2008 en (EU) nr. 1337/2011 (PbEU 2018, L 200);
– artikel 45, tweede lid, onderdeel a, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad met aanvullende eisen voor bepaalde interventietypes die de lidstaten in het kader van die verordening in hun strategisch GLB-plan voor de periode 2023-2027 uitwerken, alsmede regels voor het aandeel in het kader van norm 1 inzake een goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) (PbEU 2022, L 20);
– de artikelen 15, 24, en 25 van de Landbouwwet;
– artikel 15, eerste lid, van de Plantgezondheidswet;
– artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
– artikel 2, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitswet en de artikelen 2 en 15 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007;
– artikel 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
op grond van artikel 5.3, tweede lid, van de Wet dieren aangewezen besmettelijke dierziekten en zoönosen als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 van de Regeling diergezondheid;
fonds als bedoeld in artikel 9.2 van de Wet dieren;
formulier als bedoeld in de bijlage bij deze regeling;
houder als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet dieren;
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur;
degene aan wie de minister het formulier langs schriftelijke of elektronische weg heeft toegezonden;
Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2022/C 485/01 (PbEU 2022, C 485);
Verordening (EU) nr. 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst (PbEU 2017, L95);
Verordening (EU) nr. 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150);
Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L435);
Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L435);
Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad met aanvullende eisen voor bepaalde interventietypes die de lidstaten in het kader van die verordening in hun strategisch GLB-plan voor de periode 2023-2027 uitwerken, alsmede regels voor het aandeel in het kader van norm 1 inzake een goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) (PbEU 2022, L 20);
Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L327).
1. Als beschrijvingsbiljet als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Landbouwwet wordt vastgesteld het formulier in de bijlage bij deze regeling.
2. Een opgaveplichtige verstrekt door middel van het formulier gegevens als bedoeld in:
a. artikel 26, eerste en tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
b. artikel 15, eerste lid, van de Plantgezondheidswet.
3. Ter uitvoering van artikel 45, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EU) 2022/126, de artikelen 21, 22, 29, 30, 31, tweede lid, 70 en 76 van Verordening (EU) 2021/2115 en de artikelen 65 en 68 tot en met 71 van Verordening (EU) 2021/2116 dient het formulier voor:
a. het doen van de aanvraag voor het aanvraagjaar 2026, bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023; en
b. het doen van de aanvraag, bedoeld in artikel 5.5.2, tweede lid, van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021.
4. Ter uitvoering van artikel 4, eerste en derde lid, van verordening (EU) nr. 2017/625, artikel 39, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2018/848 en artikel 15 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 dient het formulier voor het meedelen van het per perceel gespecificeerde productieschema voor biologische plantaardige producten ten behoeve van de Stichting Skal.
5. Het formulier dient voor het doen van de melding, bedoeld in artikel 8, tiende lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
6. Het formulier dient voor het op basis van artikel 47 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen verstrekken van de in het formulier gevraagde informatie die nodig is voor het bepalen van de groep van potentiële belastingplichtigen voor de CO2-heffing glastuinbouw, bedoeld in artikel 71v van de Wet belastingen op milieugrondslag, aan de inspecteur van de rijksbelastingdienst.
1. Het tijdvak waarin een Landbouwtelling als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Landbouwwet wordt gehouden is 1 april 2026 tot en met 15 mei 2026.
2. Degene aan wie de minister een beschrijvingsbiljet langs schriftelijke of elektronische weg heeft toegezonden dient dit in de periode van 1 maart tot en met 18 mei 2026 ingevuld en ondertekend in bij de minister.
3. In afwijking van en in aanvulling op artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 wordt de periode, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 verlengd tot en met 18 mei 2026.
1. Een opgaveplichtige verstrekt, voor zover van toepassing:
a. informatie over de toestand van de veestapel zoals die is op 1 april 2026;
b. informatie over de toestand van de beteelde percelen zoals die is of wordt verwacht op 15 mei 2026;
c. de naam van het gewas waarmee een perceel zal worden beteeld, als dat niet is beteeld op 15 mei 2026;
d. informatie over bedrijfshoofd en werknemers in de periode 1 april 2025 tot en met 31 maart 2026;
e. informatie over de geteelde gewassen onder glas op 15 mei 2026;
f. in afwijking van onderdeel e informatie over bollenbroei in het seizoen 2025/2026;
g. informatie over het lidmaatschap van een erkende producentenorganisatie op 1 januari 2026;
h. informatie over verwarmde kassen in het kalenderjaar 2025;
i. informatie over beweiding door graasdieren in de kalenderjaren 2025 en 2026;
j. informatie over mestbehandeling en -verwerking in het kalenderjaar 2025;
k. informatie over de volgens de biologische productiemethode beteelde percelen zoals die is of wordt verwacht op 15 mei 2026.
2. Voor het overige betreft de informatie de toestand op zijn onderneming op het moment van ondertekening van het formulier.
1. Betalingen uit het Diergezondheidsfonds voor maatregelen en voorzieningen die verband houden met de preventie en de bestrijding van besmettelijke dierziekten worden verricht met inachtneming van Deel I en Deel II, onderdeel 1.2.1.3, van de staatssteunrichtsnoeren en artikel 26 van Verordening (EU) 2022/2472.
2. Om aanspraak te kunnen maken op betalingen die verband houden met preventie van besmettelijke dierziekten als bedoeld in het eerste lid, in de periode van 15 mei 2026 tot en met 15 mei 2027, dient de houder uiterlijk op 18 mei 2026 bij de minister een daartoe strekkende opgave in door middel van het formulier.
3. De houder kan geen aanspraak maken op betalingen als bedoeld in het eerste lid, indien;
a. de onderneming die de houder drijft, een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in punt 33, onderdeel 63, van de staatssteunrichtsnoeren; of
b. ten aanzien van de onderneming die de houder drijft, een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in punt 25 van de staatssteunrichtsnoeren.
Het formulier wordt door de opgaveplichtige, respectievelijk de houder, langs elektronische weg ingevuld, ondertekend en ingediend op het internetadres mijn.rvo.nl.
1. Een opgaveplichtige of de houder kan op de volgende wijzen elektronisch toegang krijgen tot het formulier:
a. in geval er sprake is van een verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, aan de hand van een eHerkenningsmiddel;
b. voor natuurlijke personen die niet vallen onder de verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, aan de hand van DigiD; of
c. aan de hand van een toegangscode die door de minister is verstrekt aan een opgaveplichtige of een houder in het buitenland.
2. Ondertekening van het elektronisch formulier geschiedt door een akkoordverklaring van de opgaveplichtige, een houder of de gemachtigde van een opgaveplichtige.
1. De minister neemt een elektronisch verzonden formulier dat niet overeenkomstig deze regeling is ingediend niet in behandeling.
2. De minister neemt een bericht met een elektronisch verzonden formulier niet in behandeling indien de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid van dat bericht onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt.
3. De minister informeert degene die het elektronisch verzonden formulier heeft ondertekend zo spoedig mogelijk over een besluit als bedoeld in het eerste of het tweede lid.
1. De minister kan ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in artikel 6, om het formulier langs elektronische weg in te vullen, in te dienen en te ondertekenen.
2. Ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan worden verleend in geval de opgaveplichtige, respectievelijk de houder, aantoont:
a. te behoren tot een geloofsgemeenschap die het gebruik van de elektronische weg in zijn geheel afwijst; of
b. niet te beschikken over een computer met internetverbinding en niet eerder langs elektronische weg contact te hebben gelegd met RVO of de rijksoverheid.
3. Een ontheffing wordt uiterlijk op 15 maart 2026 aangevraagd.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 11 februari 2026
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
De Landbouwtelling en Gecombineerde opgave (GO) wordt elk jaar door landbouwers ingevuld. Het invullen is verplicht wegens verschillende wettelijke verplichtingen. De GO verzamelt gegevens van landbouwers voor statistisch inzicht, voor beleidsontwikkeling – en monitoring en voor het aanvragen van subsidies of inkomenssteun. In sommige gevallen wordt de GO gebruikt voor handhavingsdoeleinden en om adequaat te kunnen handelen in het geval van een crisis. Onderdeel van de GO is de landbouwtelling waarmee gegevens verzameld worden ten behoeve van statistiek en ten behoeve van beleidsontwikkeling en monitoring.
De bij deze regeling gepubliceerde bijlage met vraagstelling vormt het beschrijvingsbiljet, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Landbouwwet en dient om in 2026 opgave te doen. Om de regeldruk te beperken wordt het principe van éénmalig inwinnen en meervoudig gebruik waar mogelijk toegepast. Landbouwers worden met filtervragen door het elektronische formulier geleid en hoeven zodoende alleen die onderdelen in te vullen die op hen van toepassing zijn.
Voor de volgende wettelijke verplichtingen moeten landbouwers, afhankelijk van hun situatie, gegevens aanleveren in de GO:
1. de Landbouwtelling op grond van de Landbouwwet;
2. de opgave gebruik gewaspercelen op grond van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
3. de uitvoering van surveys naar schadelijke organismen op grond van de Plantgezondheidswet;
4. de aanvraag op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023;
5. het verstrekken van informatie in het kader van steunregelingen die onderdeel zijn van hoofdstuk 5 van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 waaronder de Brede Weersverzekering en de Sectorale interventie Groenten & Fruit (SIG&F)
6. de opgave van het jaarlijkse productieschema voor biologisch geteelde gewassen;
7. het doen van de melding, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
8. de individuele CO2-heffing voor de glastuinbouw;
9. de opgave voor aanspraak op betalingen uit het Diergezondheidsfonds op grond van de Wet dieren.
De onderstaande lijst beschrijft de juridische basis voor de hiervoor genoemde wettelijke verplichtingen.
De verzameling van statistische gegevens, met name over de structuur van landbouwbedrijven:
• Verordening (EU) nr. 2018/1091 van het Europees parlement en Raad betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1166/2008 en (EU) nr. 1337/2011 (PbEU 2018, L 200); en artikel 24 Landbouwwet;
• Verordening (EU) nr. 2024/2914 van de Commissie van 25 november 2024 inzake de gegevens die voor het referentiejaar 2026 moeten worden verstrekt op grond van Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees parlement en de Raad betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken (PbEU 2024, L 2914);
• Statistische informatie voor WKK (warmtekrachtkoppeling) en energie:
• Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken (PbEU 2008, L 304);
• Statistische informatie voor vee- en vleesstatistieken:
• Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 617/2008 van de Commissie en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1165/2008, (EG) nr. 543/2009 en (EG) nr. 1185/2009 van het Europees parlement en de Raad en Richtlijn 96/16/EG van de Raad (PbEU 2022, L 315);
• Statistische informatie voor de gewasstatistieken:
• Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 617/2008 van de Commissie en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1165/2008, (EG) nr. 543/2009 en (EG) nr. 1185/2009 van het Europees parlement en de Raad en Richtlijn 96/16/EG van de Raad (PbEU 2022, L 315);
• Emissieregistratie:
• op basis van de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet;
• Tuinbouw en beweiding, nodig voor (nationale) beleidsontwikkeling en -monitoring:
• op basis van de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet;
• Het gebruik van gewaspercelen:
• het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;
• Risicogewassen in de tuinbouw:
• op basis van artikel 15, eerste lid, van de Plantgezondheidswet;
• Het doen van een aanvraag voor de Brede Weersverzekering:
• Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435);
• Het doen van de aanvraag voor de Uitvoeringsregeling GLB 2023:
• Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L435) en Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435);
• De erkenningscontroles op het lidmaatschap van producentenorganisaties:
• Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie van 13 maart 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees parlement en de Raad, wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit (PbEU 2017, L 138).
• De verzameling van informatie voor biologische landbouw:
• Verordening (EU) nr. 2018/848 van het Europees parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150);
• De aanspraak op betalingen uit het Diergezondheidsfonds:
• Hoofdstuk 9, paragraaf 2, van de Wet dieren en artikel 26 van Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327).
Dit betreft de gegevensverzameling ten behoeve van de structuur van de Nederlandse agrarische sector (gegevens over bedrijven, veestapel, gewassen en speciale onderwerpen).
Op grond van de Meststoffenwet en het Besluit activiteiten leefomgeving wordt informatie opgevraagd over het gebruik van gewaspercelen, dieraantallen en mestverwerking. Deze informatie kan worden benut voor handhavingsdoeleinden.
Landbouwers kunnen met de GO inkomenssteun in de vorm van rechtstreekse betalingen aanvragen in het kader van de steunregelingen van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Dit betreft de rechtstreekse betalingen als bedoeld in de Uitvoeringsregeling GLB 2023: de basisinkomenssteun voor duurzaamheid; de aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid; de aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers en de eco-regeling. Een landbouwer die aanspraak wil maken op een rechtstreekse betaling vermeldt de landbouwgrond die hoort bij het landbouwbedrijf. Daarnaast is het voor de uitvoering van het Europese landbouwbeleid van belang dat de Minister over de correcte en actuele gegevens beschikt over de structuurkenmerken op bedrijfsniveau in de land- en tuinbouw. Naast deze rechtstreekse betalingen kunnen landbouwers op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 ook betalingen aanvragen inzake de regeling voor zeldzame landbouwhuisdierrassen.
Voor de monitoring van stikstof zijn gegevens uit de landbouw nodig. De GO kan voor deze doeleinden nauwkeurige informatie opleveren door per emissielocatie gemiddelde dieraantallen op te vragen. Het RIVM en het Planbureau voor de Leefomgeving zijn verantwoordelijk voor het genereren van de benodigde informatie en hebben aangedrongen op deze vraagstelling. Gelet hierop zijn in de GO, zoals ook in voorgaande jaren, ten behoeve van de monitoring van stikstof aanvullende vragen opgenomen over vragen over mestbehandeling en mestverwerking.
Artikel 51 van de Verordening (EU) 2018/848 inzake biologische landbouw vormt de grondslag op basis waarvan jaarlijks de verzameling van statistische informatie over de biologische landbouw plaatsvindt. Daarnaast geschiedt de opgave van biologisch beteelde gewaspercelen op grond van artikel 39, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2018/848, en artikel 15 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007, ten behoeve van de Stichting Skal die in Nederland is aangewezen als de controlerende instantie, bedoeld in dat artikel.
Ter invulling van de verplichte gegevensverzameling en om extra enquêtes en regeldruk te voorkomen, benut het CBS de GO voor de gewasstatistieken en de vee- en vleesstatistieken en oogstramingen.
Ter invulling van de nationaal verplichte gegevensverzameling voor energiestatistieken kan het CBS op basis van het Besluit gegevensverwerving CBS hiervoor een eigen gegevensinwinning inrichten.
Houders van kippen, kalkoenen, eenden, schapen, geiten, runderen en varkens moeten door middel van een verklaring aangeven of zij aanspraak willen maken op betalingen uit het Diergezondheidsfonds. Deze betalingen zijn veelal in de vorm van gesubsidieerde diensten voor maatregelen en voorzieningen die verband houden met preventie van besmettelijke dierziekten. Het betreft ook de (tegemoetkomingen in de) kosten van vaccins, bloedonderzoeken, tests en dergelijke aan een uitbraak van een besmettelijke dierziekte verbonden maatregelen, uitgevoerd op grond van de Wet dieren. Daarbij dienen deze houders aan te geven of hun onderneming een kleine of middelgrote onderneming is. Deze opgaveverplichting vloeit voort uit de Europese eisen die zijn opgenomen in de Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2022/C 485/01 (PbEU 2022, C 485). De opgave heeft betrekking op de periode die van 15 mei 2026 tot en met 15 mei 2027 en deze moet uiterlijk op 18 mei 2026 bij de Minister ingediend zijn.
Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Plantgezondheidswet is de Minister bevoegd om telers te verplichten opgave te doen van de bedrijfsmatige teelt op met die planten te betelen terreinen en plaatsen van planten die behoren tot door de Minister aangewezen soorten of groepen. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van Europees verplichte rapportages en surveys naar de teelt van risicogewassen alsmede voor steekproefsgewijze inspecties door de NVWA.
Het betreft steunregelingen uit hoofdstuk 5 van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 (REES 2021): steun in het kader van de Sectorale interventie Groenten & Fruit (SIG&F) op grond van titel 5.2 en de tegemoetkoming in de verzekeringspremie voor brede weersverzekering die kan worden verstrekt op grond van titel 5.5 van de REES 2021.
Om in aanmerking te komen voor steun in het kader van de Sectorale interventie Groenten & Fruit (SIG&F) moet een producentenorganisatie erkend zijn als producentenorganisatie in de zin van de SIG&F. Een producent van groenten en fruit producten mag voor hetzelfde product slechts bij één producentenorganisatie zijn aangesloten. Het is de taak van de lidstaat om te controleren dat een producent niet bij meer dan één producentenorganisatie is aangesloten. Dit als onderdeel van de administratieve controles en controles ter plaatse als bedoeld in artikel 24 van verordening 2017/892 in het kader van de erkenning. Door de vraag in de GO wordt controle vanuit één bestand mogelijk en vermindert het controlerisico.
Gezien de substantiële economische omvang van de witloftrek en bollenbroei in Nederland vormen deze twee teelten een aanvulling op de Europees verplichte statistiek. Ook zijn twee vragen over assimilatieverlichting opgenomen vanwege het nationale belang. De vraag naar beweiding in het vorige jaar is periodiek verplicht voor Europese statistieken maar wordt jaarlijks gesteld vanwege het nationale belang.
Dit jaar worden er ook vragen gesteld voor de Integrated Farm Statistics (IFS). Deze ‘Europese landbouwtelling’ wordt driemaal per tien jaar gehouden. In IFS-jaren worden er ook extra vragen gesteld voor nationale doelstellingen. Dit gaat om de vraag naar bedrijfsopvolging maar ook bij verbrede landbouw worden er extra vragen gesteld over het uitvoeren van verbrede landbouwactiviteiten door agrarisch ondernemers in andere bedrijven en over de rechtstreekse verkoop aan consumenten.
Onder verantwoordelijkheid van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt middels de GO de mogelijkheid geboden aan verkopers van rauwe melk om de verplichte melding te doen van de verkoop van rauwe melk. Deze verplichting volgt uit artikel 8, tiende lid, van het Warenwet hygiëne van levensmiddelen. De naleving van de meldingsplicht wordt gehandhaafd door het Controle Orgaan Kwaliteits Zaken (COKZ).
In de regeling is een aanvullende gegevensuitvraag bij glastuinbouwbedrijven opgenomen. Deze aanvullende vragen zijn noodzakelijk om te kunnen vaststellen welke bedrijven mogelijk belastingplichtig zijn voor de CO2-heffing glastuinbouw. De CO2-heffing glastuinbouw kent namelijk een afbakening die niet uitsluitend kan worden vastgesteld op basis van reeds beschikbare administratieve gegevens. Met name gegevens over de aard en omvang van de glastuinbouwactiviteiten zijn vereist om te bepalen of een bedrijf onder de reikwijdte van de heffing valt. Zonder deze aanvullende gegevens is een juiste en doelmatige uitvoering van de heffing niet mogelijk.
De GO is het meest geschikte instrument voor deze gegevensuitvraag. Vrijwel alle glastuinbouwbedrijven zijn reeds verplicht deze opgave jaarlijks in te dienen. Door de aanvullende vragen via de GO uit te vragen worden administratieve lasten beperkt en kunnen gegevens efficiënt, effectief en met een hoge dekkingsgraad worden verzameld. De op grond van deze regeling verzamelde gegevens worden gebruikt voor de uitvoering van de CO2-heffing glastuinbouw. Van belang is dat daarvoor eveneens is voorzien in een afzonderlijk machtigingsbesluit, op grond waarvan de directeur-generaal RVO, namens de inspecteur van de Belastingdienst, een doelgroep bestand opstelt van potentiële belastingplichtigen.
De gegevensverzameling op grond van deze regeling en het opstellen van het doelgroep bestand op grond van het machtigingsbesluit vormen samen één samenhangend uitvoeringsproces.
De regeling ziet op het rechtmatig vergaren van gegevens, terwijl het machtigingsbesluit ziet op de verwerking van die gegevens ten behoeve van de ondersteuning van de belastingheffing. De machtiging steunt mede – naast artikel 2, zesde lid, van deze regeling – op artikel 47 en 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Artikel 47 van die wet voorziet in de verplichting voor vermoedelijk belastingplichtigen om desgevraagd informatie die van belang kan zijn voor de eigen belastingheffing te verstrekken aan de inspecteur. Artikel 55 van die wet verplicht overheidsorganen, waaronder de RVO, om desgevraagd aan de inspecteur de gegevens en inlichtingen te verstrekken voor de uitvoering van de belastingwet, waaronder voor de uitvoering van de CO2-heffing glastuinbouw die is opgenomen in de Wet belastingen op milieugrondslag.
Ten slot wordt opgemerkt dat het doelgroepbestand uitsluitend een ondersteunend karakter heeft. De Belastingdienst blijft verantwoordelijk voor de definitieve bepaling van de belastingplicht en kan daarbij aanvullende informatie vragen en toetsing toepassen. Bedrijven die als potentieel belastingplichtigen worden aangemerkt, worden vervolgens uitgenodigd tot het doen van aangifte.
Sinds de in werking getreden wijziging van de Landbouwwet en de Meststoffenwet (elektronisch verstrekken van gegevens) (Stb. 2011, 626) is deelname aan de Gecombineerde opgave alleen nog op digitale wijze mogelijk via het internetadres mijn.rvo.nl. Een aantal gegevens zijn vooraf al ingevuld en er wordt gevraagd om de vooraf ingevulde gegevens te controleren en aan te passen als dit nodig is.
De indieningsperiode is van 1 maart 2026 tot en met 18 mei 2026 23:59 uur (Midden-Europese tijd). Om het hele proces van opgave te begeleiden en te stroomlijnen, communiceert RVO hier nadrukkelijk over. Ondernemers in de land- en tuinbouw ontvangen eind februari 2026 een bericht van de Minister waarin wordt aangekondigd dat zij voor wat betreft 2026 als opgaveplichtig zijn aangemerkt.
De verwachte regeldruk voor de GO 2026 is voor de hele doelgroep iets hoger dan die van 2025, dit komt door de extra vragen voor de Europese landbouwtelling (Integrated Farm Statistics). Uitgaand van een gemiddeld uurloon van € 39 voor de agrarische sector en € 54 voor adviseurs/gemachtigden bedragen de totale administratieve lasten naar verwachting € 6.345.521. Uitgaand van een verwachte omvang van de doelgroep van 53.500 agrariërs zijn de administratieve lasten per bedrijf daarmee gemiddeld € 118,61 in 2026. Dat is hoger dan de ex post berekening van 2025 (€ 111,14). De regeldruk is voldoende in kaart gebracht, ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen significante gevolgen voorziet voor de regeldruk.
In afwijking van het beleid inzake vaste verandermomenten treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant en niet pas op het vaste verandermoment voor ministeriële regelingen op 1 april. Op basis van artikel 9 van deze regeling moet uiterlijk op 15 maart 2026 een ontheffing worden aangevraagd.
In artikel 1 worden verschillende begrippen omschreven.
Voor de begripsomschrijvingen van de begrippen ‘besmettelijke dierziekten’, ‘Diergezondheidsfonds’ en ‘houder’ wordt verwezen naar de regelgeving op grond van de Wet Dieren. Besmettelijke dierziekten zijn ziekten die zijn aangewezen op grond van artikel 5.3, tweede lid, van de Wet dieren. Ook zoönosen, die op grond van voornoemd artikel 5.3 zijn aangewezen vallen binnen deze regeling onder besmettelijke dierziekten. De desbetreffende dierziekten en zoönosen zijn aangewezen in de Regeling diergezondheid.
In paragraaf 2 van Hoofdstuk 9 van de Wet dieren zijn de algemene bepalingen inzake het Diergezondheidsfonds opgenomen. Waar in de huidige regeling over het Diergezondheidsfonds wordt gesproken wordt op het daar gereguleerde fonds gedoeld.
Het begrip houder is gedefinieerd in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet dieren en omvat de ‘eigenaar, houder of hoeder’.
Ook wordt verduidelijkt dat waar in de regeling wordt gesproken over ‘formulier’ de vragenlijst in de bijlage wordt bedoeld. Degene aan wie het formulier wordt verzonden via schriftelijke of elektronische weg is op basis van artikel 24, tweede lid, opgaveplichtige.
Waar in deze regeling over de ‘Minister’ wordt gesproken, wordt de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur bedoeld.
Hiernaast worden meerdere verwijzingen opgenomen naar Europese regelgeving en naar de staatssteunrichtsnoeren.
In artikel 2 wordt uitgewerkt waartoe het formulier dient en omvat daarmee de reikwijdte van de GO. Uit het eerste lid blijkt dat het formulier een beschrijvingsbiljet is als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Landbouwwet. Het beschrijvingsbiljet is bestemd tot het doen van opgave van de landbouwkundige en technische gegevens van de onderneming van de opgaveplichtige.
Middels het invullen van het formulier kunnen landbouwers via één formulier aan verschillende wettelijke informatieverplichtingen voldoen of een aanvraag doen voor verschillende subsidies. In het tweede tot zesde lid wordt opgesomd om welke verplichtingen of aanvragen dit gaat. Zie voor een uitgebreide omschrijving hoofdstuk 1.4 van het algemeen deel van de toelichting.
Het tijdvak van de Landbouwtelling, bedoeld in artikel 24 van de Landbouwwet, loopt van 1 april 2026 tot en met 15 mei 2026 23:59 uur (Midden-Europese tijd). Voor de aanvraag voor de betalingen in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid volgt de periode uit artikel 10 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023. Voor de opgave gebruik gewaspercelen volgt deze uit artikel 26, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Voor wat betreft de Landbouwtelling en opgave Diergezondheidsfonds volgt de sluitingsdatum uit de artikelen 3 en 5, tweede lid, van deze regeling.
In het tweede lid van artikel 3 is bepaald dat de indieningsperiode bij RVO loopt van 1 maart 2026 tot en met 18 mei 2026. Dit is de periode waarbinnen het formulier kan worden ingediend. De sluitingsdatum van 18 mei 2026 is gekozen omdat 15 mei 2026 is gelijkgesteld met een algemeen erkende feestdag. Dit volgt uit artikel 1 van het Besluit gelijkstelling van 2 januari 2026, 15 mei 2026, 7 mei 2027, 28 april 2028 en 26 mei 2028 met een algemeen erkende feestdag.
In het derde lid wordt een uitzondering gemaakt op de indieningstermijn voor de aanvraag, bedoeld in artikel 10 van de Uitvoeringsregeling GLB. Artikel 25 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 bepaalt dat, voor de indiening van de aanvraag voor de eco-regeling, indien 15 mei valt op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet, de termijn wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. In 2026 is dat 18 mei. Voor de aanvragen voor de overige rechtstreekse betalingen is deze verlenging echter niet afdoende geregeld; artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling GLB bevat enkel een voorziening ingeval 15 mei een zaterdag of zondag is, maar regelt niets voor de situatie dat 15 mei een algemeen erkende feestdag of een daarmee gelijk te stellen dag is. Hierin wordt middels het derde lid alsnog voorzien.
Het niet voldoen aan de verplichting tot indiening is een economisch delict in de zin van artikel 1, onder 2, van de Wet op de economische delicten. Ook leidt het niet of niet tijdig melden van de gevraagde informatie tot een verlaging of uitsluiting van de rechtstreekse betaling of de subsidie op grond van de Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021.
De verschillende vragen uit het formulier hebben niet allemaal betrekking op dezelfde periode. In artikel 4 is opgenomen welke periode van toepassing is.
Artikel 5 voorziet in de aanvraag voor het Diergezondheidsfonds. Zie voor een uitwerking van de aanvraag voor het Diergezondheidsfonds hoofdstuk 9 van het algemeen deel van de toelichting.
Een opgaveplichtige die valt onder de verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, krijgt slechts toegang tot het elektronisch formulier met een bij een private partij aangeschaft e-Herkenningsmiddel met een betrouwbaarheidsniveau van 2+ of 3. Een e-Herkenningsmiddel met een betrouwbaarheidsniveau van 3 is nog niet verplicht maar er kan al wel toegang tot het formulier worden gegeven.
Natuurlijke personen die niet onder deze verplichte registratie vallen, mogen ook gebruik maken van DigiD. Voor opgaveplichtigen in het buitenland blijft het mogelijk om een door RVO te verstrekken toegangscode te gebruiken.
Artikel 8 voorziet in de mogelijkheid voor RVO om een elektronisch verzonden formulier niet in behandeling te nemen. Op basis van het tweede lid is dit mogelijk indien de vertrouwelijkheid van het niet elektronische formulier onvoldoende kan worden gewaarborgd.
Op basis van artikel 9 is het mogelijk om een ontheffing te verlenen voor de verplichting het formulier langs elektronische weg in te vullen. Op basis van het tweede lid kan dit alleen als dit noodzakelijk is op basis van godsdienstige redenen, of de opgaveplichtige of houder niet beschikt over een computer met internetverbinding en nog niet eerder digitaal contact met RVO of de rijksoverheid heeft gehad.
Deze regeling vervangt de Regeling Landbouwtelling en Gecombineerde opgave 2025. Daarom wordt de Regeling Landbouwtelling en Gecombineerde opgave 2025 middels artikel 10 ingetrokken.
In afwijking van het beleid inzake vaste verandermomenten treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant en niet pas op het vaste verandermoment voor ministeriële regelingen op 1 april. Dit is noodzakelijk, omdat de indieningsperiode voor de GO start op 1 maart.
Dit artikel regelt de citeertitel van deze regeling.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, F.M. Wiersma
|
Bijlage: Formulier als bedoeld in Art. 1 van de Regeling Landbouwtelling en Gecombineerde opgave 2026 |
Juridische grondslag |
||||||||||
|
Uw gegevens |
|||||||||||
|
Bent u als agrarisch ondernemer ingeschreven bij KVK? |
Ja |
Filtervraag |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Uw KVK-nummer is nog niet bij ons bekend. Vul hier uw KVK-nummer in |
|||||||||||
|
Wat is uw situatie? |
Filtervraag |
||||||||||
|
Weet u niet zeker of u dit jaar de Gecombineerde opgave moet doen? Kijk dan op Moet ik nog opgave doen? |
|||||||||||
|
Ik doe de Gecombineerde opgave |
|||||||||||
|
Ik ben helemaal gestopt. |
|||||||||||
|
Ik houd op 1 april [huidig jaar] geen dieren (bedrijfs- en hobbymatig). En ik heb op 15 mei [huidig jaar] geen landbouwgrond in gebruik. Ook heb ik in [huidig jaar] geen tuinbouw onder glas (ook bollenbroei) of een daglichtloze teelt (zoals paddenstoelen of witloftrek). |
|||||||||||
|
Ik ben tijdelijk niet actief. |
|||||||||||
|
Ik houd op 1 april [huidig jaar] geen dieren (bedrijfs- en hobbymatig). En ik heb op 15 mei [huidig jaar] geen landbouwgrond in gebruik. Ook heb ik in [huidig jaar] geen tuinbouw onder glas (ook bollenbroei) of een daglichtloze teelt (zoals paddenstoelen of witloftrek). Ik ben wel van plan om een van deze activiteiten weer op te starten. |
|||||||||||
|
Controleer uw e-mailadres of vul deze in |
|||||||||||
|
Wij vullen het e-mailadres in dat bij ons bekend is. Aanpassen mag, maar geldt dan alleen voor dit formulier. Lees in de toelichting waarvoor wij dit e-mailadres gebruiken. |
|||||||||||
|
Uw e-mailadres |
|||||||||||
|
Uw e-mailadres bevestigen |
|||||||||||
|
E-mailadres adviseur of gemachtigde |
|||||||||||
|
E-mailadres adviseur of gemachtigde bevestigen |
|||||||||||
|
Bedrijfsvorm, bedrijfsleiding en veiligheidsplan |
|||||||||||
|
Is uw bedrijf een rechtspersoon? |
Filtervraag |
||||||||||
|
Ja, bijvoorbeeld een BV, NV, stichting, vereniging, coöperatie, gemeente, provincie of kerkgenootschap |
|||||||||||
|
Nee, het is een natuurlijk persoon, eenmanszaak, maatschap, VOF of CV |
|||||||||||
|
Bedrijfshoofd/bedrijfsleider |
Verordening (EG) nr. 138/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de landbouwrekeningen in de Gemeenschap |
||||||||||
|
Het gaat om de persoon met de meeste zeggenschap binnen uw bedrijf. Zijn er meer bedrijfshoofden en is er een gelijke verdeling? Geef dan de gegevens op van de oudste persoon. |
|||||||||||
|
Geboortejaar |
|||||||||||
|
Geslacht |
Man |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
|||||||||
|
Vrouw |
|||||||||||
|
Gemiddelde werktijd per week |
|||||||||||
|
Het gaat om de periode van april [vorig jaar] tot en met maart [huidig jaar]. |
|||||||||||
|
Opvolging |
|||||||||||
|
Is er voor uw bedrijf een bedrijfsopvolger van 16 jaar of ouder? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Werken er andere personen mee op uw bedrijf? |
Filtervraag |
||||||||||
|
Het gaat om de periode van april [vorig jaar] tot en met maart [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Meewerkende familie |
Ja |
||||||||||
|
Bijvoorbeeld ouders, kinderen, broers, zussen, grootouders, kleinkinderen of uw levenspartner |
Nee |
||||||||||
|
Regelmatig werkende personen |
Ja |
||||||||||
|
Personen die wekelijks werken en hiervoor een vergoeding krijgen. Dit kan ook een betaling zijn met producten of diensten. |
Nee |
||||||||||
|
Niet-regelmatig werkende personen |
Ja |
||||||||||
|
Bijvoorbeeld loonwerkers, seizoensarbeiders of medewerkers van agrarische bedrijfsverzorging. |
Nee |
||||||||||
|
Heeft uw bedrijf een veiligheidsplan? |
Ja |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Dagelijkse leiding |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
Wie is voor het grootste deel verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding op uw bedrijf? |
Het bedrijfshoofd |
||||||||||
|
Iemand anders |
|||||||||||
|
Heeft het bedrijfshoofd ander betaald werk? |
Nee |
||||||||||
|
Ja, als hoofdactiviteit |
|||||||||||
|
Nee, als nevenactiviteit |
|||||||||||
|
In welk jaar begon deze persoon met leiding geven? |
|||||||||||
|
Is deze persoon getrouwd met het bedrijfshoofd? Of hebben zij samen een geregistreerd partnerschap of een samenlevingscontract? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Is deze persoon 1e of 2e graads familie van het bedrijfshoofd? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Geboortejaar |
|||||||||||
|
Geslacht |
Man |
||||||||||
|
Vrouw |
|||||||||||
|
Gemiddelde werktijd per week |
|||||||||||
|
Opleiding |
|||||||||||
|
Heeft de persoon met de dagelijkse leiding een agrarische opleiding gevolgd? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Welke agrarische opleiding heeft deze persoon gevolgd? |
|||||||||||
|
Een basis landbouwopleiding |
|||||||||||
|
Een landbouwopleiding op mbo-niveau |
|||||||||||
|
Een landbouwopleiding op hbo- en/of wo-niveau |
|||||||||||
|
Heeft deze persoon het afgelopen jaar een agrarische cursus of opleiding gevolgd |
Ja |
||||||||||
|
of afgerond? |
Nee |
||||||||||
|
Het gaat om de periode van april [vorig jaar] tot en met maart [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Meewerkende familie |
Verordening (EG) nr. 138/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de landbouwrekeningen in de Gemeenschap |
||||||||||
|
Vul het aantal familieleden in dat op dit bedrijf werkte van april [vorig jaar] tot en met maart [huidig jaar] Het gaat om: • ouders en kinderen (1e graads familie van 16 jaar of ouder); • broers, zussen, grootouders en kleinkinderen (2e graads familie van 16 jaar of ouder); • uw levenspartner (als u getrouwd bent, een samenlevingscontract heeft of een geregistreerd partnerschap). Tel alleen de familieleden mee die uren hebben besteed aan landbouwactiviteiten. Activiteiten voor verbrede landbouw telt u alleen mee als u deze niet kunt scheiden van de landbouwactiviteiten. Het bedrijfshoofd of de bedrijfsleider die u eerder heeft opgegeven telt u niet mee. |
|||||||||||
|
Gemiddelde werktijd per week |
|||||||||||
|
38 uur of meer |
30 tot 38 uur |
20 tot 30 uur |
10 tot 20 uur |
Minder dan 10 uur |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||
|
Aantal mannen |
|||||||||||
|
Aantal vrouwen |
|||||||||||
|
Geef op hoeveel van deze familieleden ander betaald werk hebben |
|||||||||||
|
Geef aan of dit om een hoofd- of nevenactiviteit gaat. |
|||||||||||
|
Ander betaald werk als: |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
hoofdactiviteit |
nevenactiviteit |
||||||||||
|
Aantal personen |
|||||||||||
|
Regelmatig werkende personen |
Verordening (EG) nr. 138/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de landbouwrekeningen in de Gemeenschap |
||||||||||
|
Vul het aantal personen in dat wekelijks werkte op dit bedrijf van april [vorig jaar] tot en met maart [huidig jaar] Het gaat om personen van 16 jaar en ouder die een vergoeding krijgen voor dit werk. Dit kan ook een betaling zijn met producten of diensten. Werkt een persoon normaal wel wekelijks, maar in deze periode niet? Lees in de toelichting wanneer u deze persoon opgeeft. Werkten er seizoensarbeiders bij u? U geeft deze op bij niet-regelmatig werkende personen. Tel alleen de personen mee die uren hebben besteed aan landbouwactiviteiten. Activiteiten voor verbrede landbouw telt u alleen mee als u deze niet kunt scheiden van de landbouwactiviteiten. |
|||||||||||
|
Gemiddelde werktijd per week |
|||||||||||
|
38 uur of meer |
30 tot 38 uur |
20 tot 30 uur |
10 tot 20 uur |
Minder dan 10 uur |
|||||||
|
Aantal mannen |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
Aantal vrouwen |
|||||||||||
|
Niet-regelmatig meewerkende personen |
Verordening (EG) nr. 138/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de landbouwrekeningen in de Gemeenschap |
||||||||||
|
Vul het aantal werkdagen in van de personen die niet regelmatig op het bedrijf werkten. |
|||||||||||
|
Het gaat om de periode van april [vorig jaar] tot en met maart [huidig jaar]. En om personen van 16 jaar of ouder. |
|||||||||||
|
Personen die direct voor het bedrijf werkten |
|||||||||||
|
Bijvoorbeeld medewerkers voor bepaald werk of gelegenheidswerk, zoals seizoenarbeiders. |
volledige werkdagen |
||||||||||
|
Personen die via een andere organisatie voor het bedrijf werkten |
|||||||||||
|
Bijvoorbeeld loonwerkers of medewerkers van agrarische bedrijfsverzorging. |
volledige werkdagen |
||||||||||
|
Verbrede landbouw |
|||||||||||
|
Welke verbrede landbouwactiviteiten voert u uit op uw bedrijf van april [vorig jaar] tot en met maart [huidig jaar]? |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
Agrarisch natuur- en landschapsbeheer met een beheerovereenkomst |
|||||||||||
|
Agrarisch loonwerk voor derden |
|||||||||||
|
Niet-agrarisch loonwerk voor derden |
|||||||||||
|
Stalling van goederen of dieren van anderen. Bijvoorbeeld caravans, boten of een dierenpension |
|||||||||||
|
Toerisme, accommodatie of vrijetijdsbesteding |
|||||||||||
|
Energieproductie door opwekking van hernieuwbare energie voor levering aan derden |
|||||||||||
|
Boerderij educatie |
|||||||||||
|
Verwerken landbouwproducten |
|||||||||||
|
Zorglandbouw |
|||||||||||
|
Kinderopvang |
|||||||||||
|
Aquacultuur |
|||||||||||
|
Bosbouw |
|||||||||||
|
Geen van bovenstaande |
|||||||||||
|
Wie voeren de verbrede landbouwactiviteiten uit? |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
Geef aan of zij dit doen als hoofdactiviteit en/of nevenactiviteit |
|||||||||||
|
Bedrijfshoofd |
|||||||||||
|
Hoofdactiviteit |
|||||||||||
|
Nevenactiviteit |
|||||||||||
|
Meewerkende familie |
|||||||||||
|
Hoofdactiviteit |
Nevenactiviteit |
||||||||||
|
Aantal personen |
|||||||||||
|
Hoeveel procent (%) van de totale bruto opbrengst van uw bedrijf (inclusief subsidies) ontvangt u uit deze verbrede landbouwactiviteiten? |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
Minder dan 10% |
|||||||||||
|
10 tot 30% |
|||||||||||
|
30 tot 50% |
|||||||||||
|
50% of meer |
|||||||||||
|
Verkoop aan consumenten |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Verkoopt u rechtstreeks producten aan consumenten? Het gaat om producten die op uw bedrijf zijn geproduceerd of verwerkt. |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Hoeveel procent (%) van de totale bruto opbrengst van uw bedrijf (inclusief subsidies) ontvangt u uit de rechtstreekse verkoop aan consumenten? |
|||||||||||
|
Verkoopt u via één tussenschakel producten aan consumenten? Het gaat om producten die op uw bedrijf zijn geproduceerd of verwerkt. |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Niet bekend |
|||||||||||
|
Hoeveel procent (%) van de totale bruto opbrengst van uw bedrijf (inclusief subsidies) ontvangt u uit de verkoop aan consumenten via één tussenschakel? |
|||||||||||
|
Voert u of een ander bedrijfshoofd verbrede landbouwactiviteiten uit binnen een ander bedrijf? |
Ja |
Art. 24 Landbouwwet |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Het gaat om een bedrijf dat geen opgave hoeft te doen. |
|||||||||||
|
Geef aan om welke verbrede landbouwactiviteiten het gaat. |
|||||||||||
|
Agrarisch natuur- en landschapsbeheer met een beheerovereenkomst |
|||||||||||
|
Agrarisch loonwerk voor derden |
|||||||||||
|
Niet-agrarisch loonwerk voor derden |
|||||||||||
|
Stalling van goederen of dieren van anderen. Bijvoorbeeld caravans, boten of een dierenpension |
|||||||||||
|
Toerisme, accommodatie of vrijetijdsbesteding |
|||||||||||
|
Energieproductie door opwekking van hernieuwbare energie voor levering aan derden |
|||||||||||
|
Boerderij educatie |
|||||||||||
|
Verwerken landbouwproducten |
|||||||||||
|
Zorglandbouw |
|||||||||||
|
Kinderopvang |
|||||||||||
|
Aquacultuur |
|||||||||||
|
Bosbouw |
|||||||||||
|
Biologische landbouw |
Art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output; Uitvoeringsregeling GLB 2023 |
||||||||||
|
Is uw bedrijf in [huidig jaar] (voor een deel) biologisch of in omschakeling naar biologisch? Skal controleert of u zich houdt aan de regels voor biologische landbouw. |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Heeft u op 15 mei [huidig jaar] percelen in gebruik die biologisch zijn of in omschakeling naar biologisch? Skal controleert of u zich houdt aan de regels voor biologische landbouw. |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Staan deze percelen allemaal, uiterlijk 15 mei [huidig jaar], als biologisch op het Skal-certificaat? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Wat is uw Skal-nummer? |
|||||||||||
|
Dieren |
|||||||||||
|
op 1 april [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Houdt u dieren op 1 april [huidig jaar]? |
Ja |
Filtervraag |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Welke dieren houdt u op 1 april [huidig jaar]? |
Filtervraag |
||||||||||
|
Soms vullen wij een diersoort al voor u in. Controleer deze en pas deze aan als dit nodig is. Ziet u een diersoort niet staan? Dan hebben wij de gegevens al of hebben wij deze niet nodig. |
|||||||||||
|
Rundvee (exclusief waterbuffels) |
|||||||||||
|
Waterbuffels |
|||||||||||
|
Varkens |
|||||||||||
|
Geef deze alleen op als u bedrijfsmatig één of meer van deze dieren houdt. |
|||||||||||
|
Schapen |
|||||||||||
|
Geiten |
|||||||||||
|
Kippen |
|||||||||||
|
Geef deze alleen op als u meer dan 25 kippen biologisch houdt en/of in omschakeling naar biologisch |
|||||||||||
|
Eenden voor de vleesproductie (inclusief ouderdieren), kalkoenen |
|||||||||||
|
Geef deze alleen op als u meer dan 25 eenden en/of kalkoenen biologisch houdt en/of in omschakeling naar biologisch. |
|||||||||||
|
Ganzen, emoes, fazanten, helmparelhoenders, nandoes, patrijzen, struisvogels, vleesduiven Geef deze alleen op als u bedrijfsmatig in totaal meer dan 25 van deze dieren houdt. |
|||||||||||
|
Paarden, pony’s, ezels |
|||||||||||
|
Konijnen |
|||||||||||
|
Geef deze alleen op als u bedrijfsmatig meer dan 25 gespeende vleeskonijnen en/of voedsters houdt. |
|||||||||||
|
Damherten, Midden-Europese edelherten, knaagdieren Geef deze alleen op als u bedrijfsmatig één of meer van deze dieren houdt. |
|||||||||||
|
Andere dieren |
|||||||||||
|
Heeft u huisvesting in Nederland voor dieren op 1 april [huidig jaar]? |
Ja |
Filtervraag |
|||||||||
|
U heeft voor deze dieren op 1 april [huidig jaar] een UBN (geldt niet voor konijnen). |
Nee |
||||||||||
|
Heeft u een stal gehuurd? Kies dan ook voor antwoord Ja. |
|||||||||||
|
Voor welke dieren heeft u huisvesting in Nederland op 1 april [jaar]? |
|||||||||||
|
Rundvee (exclusief waterbuffels) |
Filtervraag |
||||||||||
|
Waterbuffels |
|||||||||||
|
Varkens |
|||||||||||
|
Geiten ([vorig jaar] gemiddeld meer dan 25) |
|||||||||||
|
Kippen |
|||||||||||
|
Eenden |
|||||||||||
|
Kalkoenen |
|||||||||||
|
Konijnen |
|||||||||||
|
Andere dieren |
|||||||||||
|
Art. 5 lid 1 Warenwet; Art. 8 lid 10 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
|||||||||||
|
Verkoopt u rauwe melk en/of rauwe room aan consumenten? Of aan winkels in uw |
Ja |
||||||||||
|
eigen of een naastgelegen gemeente? |
Nee |
||||||||||
|
Rundvee: UBN en productiedoel |
|||||||||||
|
Controleer deze gegevens en pas deze aan als dit nodig is. Dit zijn de UBN’s voor rundvee die bij uw relatienummer in het I&R-systeem staan. |
|||||||||||
|
UBN |
Productiedoel |
Hoort dit UBN bij uw |
Heeft dit UBN huisvesting |
Filtervraag |
|||||||
|
relatienummer |
voor rundvee |
||||||||||
|
Melkproductie |
|||||||||||
|
Wat was de totale melkproductie op uw bedrijf in [vorig jaar]. Tel ook de melk mee die u niet geleverd heeft aan de melkfabriek. |
kg |
Art. 33 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
|||||||||
|
Heeft u in [vorig jaar] op uw bedrijf melk verwerkt tot een eindproduct (verzuivelen)? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Hoeveel melk heeft u in [vorig jaar] op uw bedrijf verwerkt tot een eindproduct? |
kg |
||||||||||
|
Waterbuffels |
|||||||||||
|
Geef het aantal waterbuffels op die u op 1 april bedrijfsmatig houdt. |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
||||||||||
|
Waterbuffels, minimaal één maal gekalfd |
|||||||||||
|
Waterbuffels, jongvee tot 2 jaar |
|||||||||||
|
Rundvee: aantallen op 1 april [huidig jaar] UBN [nummer] |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
Verdeel de runderen die u houdt op UBN [nummer] met productiedoel gemengd/overig over de juiste categorieën. |
|||||||||||
|
Wij hebben al een verdeling gemaakt naar geslacht en leeftijd met de gegevens uit het systeem. U kunt geen runderen toevoegen of verwijderen. |
|||||||||||
|
Totaal aantal runderen op 1 april [huidig jaar] op UBN <nummer> |
|||||||||||
|
Aantal vrouwelijke runderen jonger dan 1 jaar |
|||||||||||
|
Jongvee voor de melkveehouderij |
|||||||||||
|
Vleeskalveren voor de witvleesproductie |
|||||||||||
|
Vleeskalveren voor de rosévleesproductie |
|||||||||||
|
Ander jongvee voor de vleesproductie |
|||||||||||
|
Totaal aantal vrouwelijke runderen jonger dan één jaar |
|||||||||||
|
Aantal mannelijke runderen jonger dan 1 jaar |
|||||||||||
|
Jongvee voor de melkveehouderij |
|||||||||||
|
Vleeskalveren voor de witvleesproductie |
|||||||||||
|
Vleeskalveren voor de rosévleesproductie |
|||||||||||
|
Ander jongvee voor de vleesproductie |
|||||||||||
|
Totaal aantal mannelijke runderen jonger dan één jaar |
|||||||||||
|
Aantal vrouwelijke runderen van 1 tot 2 jaar |
|||||||||||
|
Jongvee voor de melkveehouderij (nog nooit gekalfd) |
|||||||||||
|
Melk- en kalfkoeien |
|||||||||||
|
Jongvee voor de vleesproductie (nog nooit gekalfd) |
|||||||||||
|
Koeien voor de vleesproductie (minimaal één keer gekalfd), zoogkoeien en weidekoeien. |
|||||||||||
|
Totaal aantal vrouwelijke runderen van 1 tot 2 jaar |
|||||||||||
|
Aantal mannelijke runderen van 1 tot 2 jaar |
|||||||||||
|
Jongvee voor de melkveehouderij |
|||||||||||
|
Jongvee voor de vleesproductie |
|||||||||||
|
Totaal aantal mannelijke runderen van 1 tot 2 jaar |
|||||||||||
|
Aantal vrouwelijke runderen van 2 jaar of ouder |
|||||||||||
|
Koeien voor de melkveehouderij (nog nooit gekalfd) |
|||||||||||
|
Melk- en kalfkoeien |
|||||||||||
|
Koeien voor de vleesproductie (nog nooit gekalfd) |
|||||||||||
|
Koeien voor de vleesproductie (minimaal één keer gekalfd), zoogkoeien en weidekoeien. |
|||||||||||
|
Totaal aantal vrouwelijke runderen van 2 jaar of ouder |
|||||||||||
|
Aantal mannelijke runderen van 2 jaar of ouder |
|||||||||||
|
Rundvee: aantallen in [vorig jaar] UBN [nummer] |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
U ziet hier het gemiddelde aantal : runderen jonger dan 1 jaar en/of vrouwelijke runderen van 1 jaar of ouder in [vorig jaar]. Deze dieren stonden in [vorig jaar] op UBN [nummer] in het I&R systeem. Verdeel het gemiddelde aantal dieren over de juiste categorieën. U kunt geen runderen toevoegen of verwijderen. |
|||||||||||
|
Gemiddeld aantal runderen jonger dan 1 jaar in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Vrouwelijk jongvee voor de melkveehouderij |
|||||||||||
|
Mannelijk jongvee voor de melkveehouderij |
|||||||||||
|
Vrouwelijke jongvee voor de vleesveehouderij dat bedoeld is om een kalf te krijgen |
|||||||||||
|
Ander jongvee |
|||||||||||
|
Gemiddeld aantal runderen jonger dan 1 jaar in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Gemiddeld aantal vrouwelijke runderen van 1 jaar of ouder in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Jongvee voor de melkveehouderij (nog nooit gekalfd) |
|||||||||||
|
Jongvee voor de vleesveehouderij dat bedoeld is om een kalf te krijgen (nog nooit gekalfd) |
|||||||||||
|
Melk- en kalfkoeien |
|||||||||||
|
Andere koeien |
|||||||||||
|
Gemiddeld aantal vrouwelijke runderen van 1 jaar of ouder in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Rundvee: huisvesting UBN [nummer] |
|||||||||||
|
Geef de huisvesting op van het rundvee op UBN [nummer] in [vorig jaar]. Voor iedere diercategorie geeft u het soort huisvesting op waarin uw dieren verbleven. Gebruik de knop Staltype toevoegen om een extra diercategorie op te geven. Had u één diercategorie in verschillende staltypes? Geef deze staltypes apart op met de knop Staltype toevoegen. Hield u een diercategorie meer dan één keer in hetzelfde staltype? Bijvoorbeeld in verschillende stallen? Geef deze gegevens in één keer op en dus niet per stal. Gemiddeld aantal runderen in [vorig jaar] op UBN [nummer]: |
|||||||||||
|
Gegevens huisvesting |
|||||||||||
|
Naam stal(len) (niet verplicht) |
|||||||||||
|
Kies de diercategorie waarvoor u de huisvesting opgeeft |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Kies het soort huisvesting waarin uw dieren verbleven |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Kies het staltype waarin uw dieren verbleven |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Kies het aanvullende staltype/soort huisvesting |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
Met halsbeugels |
|||||||||||
|
Lig- of loopboxenstal |
|||||||||||
|
Overig |
|||||||||||
|
Kies de mestsoort |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
Drijfmest |
|||||||||||
|
Vaste mest |
|||||||||||
|
Jaar ingebruikname |
Gemiddeld aantal dieren [vorig jaar] |
Art. 24 Landbouwwet |
|||||||||
|
Hoeveel van het gemiddelde aantal dieren in [vorig jaar] zijn: |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Melkkoeien (inclusief droge koeien) |
|||||||||||
|
Jongvee |
|||||||||||
|
Waterbuffels |
|||||||||||
|
Stalstrooisel in [vorig jaar] |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Heeft u in [vorig jaar] stalstrooisel op dit UBN gebruikt? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Welk soort stalstrooisel gebruikte u en hoeveel? |
|||||||||||
|
U kiest zelf of u het gebruikte strooisel opgeeft in kubieke meters (m3) of in kilogrammen (kg) |
|||||||||||
|
Zaagsel |
m3 |
of |
kg |
||||||||
|
Stro |
m3 |
of |
kg |
||||||||
|
Zand |
m3 |
of |
kg |
||||||||
|
Kalk |
m3 |
of |
kg |
||||||||
|
Dikke fractie van gescheiden mest |
m3 |
of |
kg |
||||||||
|
Paardenmest |
m3 |
of |
kg |
||||||||
|
Anders |
m3 |
of |
kg |
||||||||
|
Rundvee: aantal biologisch gehouden |
Art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
Vul in hoeveel runderen u biologisch houdt en hoeveel in omschakeling naar biologisch |
|||||||||||
|
Totaal aantal runderen op al uw UBN’s op 1 april [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Biologisch gehouden |
|||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch |
|||||||||||
|
Varkens: UBN |
|||||||||||
|
Controleer de gegevens en pas deze aan als dit nodig is. |
|||||||||||
|
Dit zijn de UBN’s voor varkens die bij uw relatienummer in het I&R-systeem staan. |
|||||||||||
|
UBN |
Hoort dit UBN bij uw relatienummer? |
Heeft dit UBN huisvesting voor varkens? |
Filtervraag |
||||||||
|
Ja |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
Nee |
||||||||||
|
Varkens: aantallen UBN [nummer] |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
op 1 april [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Vul het aantal varkens in die u op 1 april op UBN [nummer] houdt. |
|||||||||||
|
Hieronder vallen ook dieren die u op contract houdt of voor verzorgingsloon voor een andere organisatie of persoon. |
|||||||||||
|
Biggen |
nog bij de zeug |
||||||||||
|
overige (gespeend) |
|||||||||||
|
Vleesvarkens |
tot 50 kg |
||||||||||
|
50– 80 kg |
|||||||||||
|
80–110 kg |
|||||||||||
|
110 kg en zwaarder |
|||||||||||
|
Fokvarkens |
tot 50 kg |
opfokzeugen en opfokberen |
|||||||||
|
50 kg of meer |
gedekte zeugen |
nog niet eerder gebigd |
|||||||||
|
overige |
|||||||||||
|
niet gedekte zeugen |
nog nooit gedekt |
||||||||||
|
bij de biggen |
|||||||||||
|
overige (gust) |
|||||||||||
|
dekberen |
nog niet dekrijp |
||||||||||
|
dekrijp |
|||||||||||
|
Totaal aantal varkens |
|||||||||||
|
Varkens: huisvesting UBN [nummer] |
|||||||||||
|
Geef de huisvesting op van de varkens op UBN [nummer] in [vorig jaar]. |
|||||||||||
|
Gegevens huisvesting |
|||||||||||
|
Voor iedere diercategorie geeft u het soort huisvesting op waarin uw dieren verbleven. Gebruik de knop Staltype toevoegen om een extra diercategorie op te geven. Had u één diercategorie in verschillende staltypes? Geef deze staltypes apart op met de knop Staltype toevoegen. Hield u een diercategorie meer dan één keer in hetzelfde staltype? Bijvoorbeeld in verschillende stallen? Geef deze gegevens in één keer op en dus niet per stal. |
|||||||||||
|
Naam stal(len) (niet verplicht) |
|||||||||||
|
Kies de diercategorie waarvoor u de huisvesting opgeeft |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Heeft u in [vorig jaar] biggen van ongeveer 6 weken aangevoerd? |
Ja |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Welke diercategorieën hield u? |
Filtervraag |
||||||||||
|
Vleesvarkens |
|||||||||||
|
Opfokberen |
|||||||||||
|
Opfokzeugen |
|||||||||||
|
Kies het soort huisvesting waarin uw dieren verbleven |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Kies het staltype waarin uw dieren verbleven |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Was er uitloop naar buiten? |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
Ja |
|||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Vloeruitvoering |
|||||||||||
|
Was er weidegang? |
Aantal maanden weidegang in [vorig jaar] |
||||||||||
|
Ja |
|||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Welke aanvullende techniek gebruikte u? |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Jaar ingebruikname |
Gemiddeld aantal dieren [vorig jaar] |
Waarvan aangevoerde gespeende biggen van ongeveer 6 weken tot 25 kg |
Art. 24 Landbouwwet; art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
||||||||
|
Hoeveel van het gemiddeld aantal dieren in [vorig jaar] zijn: |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
||||||||||
|
Fokzeugen waarvan de biggen 6 weken na de geboorte worden afgeleverd |
|||||||||||
|
Fokzeugen waarvan de biggen gehouden worden tot een gewicht van ongeveer 25 kg |
|||||||||||
|
Slachtzeugen |
|||||||||||
|
Gemiddeld aantal vleesvarkens [vorig jaar] |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
||||||||||
|
Gemiddeld aantal opfokberen [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Gemiddeld aantal opfokzeugen in [vorig jaar]: |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
||||||||||
|
Opfokzeugen van 25 kg tot eerste dekking of inseminatie |
|||||||||||
|
Opfokzeugen van 25 kg tot 7 maanden |
|||||||||||
|
Opfokzeugen van 7 maanden tot eerste dekking of inseminatie |
|||||||||||
|
Varkens: aantal biologisch gehouden |
Art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
op 1 april [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Vul in hoeveel varkens u op 1 april biologisch houdt en hoeveel in omschakeling naar biologisch. |
|||||||||||
|
Hieronder vallen ook dieren die u op contract houdt of voor verzorgingsloon voor een andere organisatie of persoon. |
|||||||||||
|
Biologisch gehouden |
|||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch |
|||||||||||
|
Varkens: diervoer |
Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne |
||||||||||
|
Mengvoer |
|||||||||||
|
Mengt u voedermiddelen tot een compleet dagrantsoen voor uw varkens? |
Ja |
||||||||||
|
U heeft een mengvoerinstallatie waarmee u een aanvullend diervoer, |
Nee |
||||||||||
|
toevoegmiddel en/of voormengsel kunt mengen met uw diervoer. |
|||||||||||
|
Bent u aangesloten bij een ketenkwaliteitssysteem voor de productie van uw diervoer? |
Ja |
||||||||||
|
Bijvoorbeeld IKV varken en IKBNV. |
Nee |
||||||||||
|
Gebruikt u reststromen uit de levensmiddelenindustrie in uw diervoer? |
Ja |
||||||||||
|
Deze voedermiddelen komen direct van een levensmiddelenbedrijf naar uw bedrijf. |
Nee |
||||||||||
|
Brijvoer |
|||||||||||
|
Voert u uw varkens brijvoer? |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
||||||||||
|
Hoeveel varkens voert u brijvoer op 1 april [huidig jaar]? |
|||||||||||
|
Schapen: UBN en productiedoel |
|||||||||||
|
Controleer deze gegevens en pas deze aan als dit nodig is. Dit zijn de UBN’s voor schapen die bij uw relatienummer in het I&R-systeem staan. En het productiedoel als u dit heeft opgegeven in de Gecombineerde opgave [vorig jaar]. Heeft u het UBN vorig jaar niet opgegeven? Dan is het productiedoel van uw dieren niet bekend. Kies dan uit de lijst het juiste productiedoel. |
|||||||||||
|
Filtervraag |
|||||||||||
|
UBN |
Productiedoel |
Hoort dit UBN bij uw relatienummer? |
|||||||||
|
Ja |
|||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Schapen: aantallen UBN [nummer] |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
Verdeel de schapen die u op UBN [nummer] houdt met het productiedoel gemengd/overig over de juiste categorieën. |
|||||||||||
|
Wij hebben al een verdeling gemaakt naar leeftijd met de gegevens uit het I&R-systeem. U kunt geen schapen toevoegen of verwijderen. |
|||||||||||
|
Totaal aantal schapen op 1 april [huidig jaar] op UBN <nummer> |
|||||||||||
|
Aantal schapen jonger dan 1 jaar |
|||||||||||
|
Aantal schapen van 1 jaar of ouder |
|||||||||||
|
Ooien voor de melkproductie |
|||||||||||
|
Overige ooien |
|||||||||||
|
Rammen |
|||||||||||
|
Totaal aantal schapen van 1 jaar of ouder |
|||||||||||
|
Schapen: aantal biologisch gehouden |
Art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
Vul in hoeveel schapen u biologisch houdt en hoeveel in omschakeling naar biologisch. |
|||||||||||
|
Totaal aantal schapen op al uw UBN’s op 1 april [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Biologisch gehouden |
|||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch |
|||||||||||
|
Geiten: UBN en productiedoel |
|||||||||||
|
Controleer deze gegevens en pas deze aan als dit nodig is. |
|||||||||||
|
Dit zijn de UBN’s voor geiten die bij uw relatienummer in het I&R-systeem staan. En het productiedoel als u dit heeft opgegeven in de Gecombineerde opgave [vorig jaar]. Heeft u het UBN vorig jaar niet opgegeven? Dan is het productiedoel van uw dieren niet bekend. Kies dan uit de lijst het juiste productiedoel. |
|||||||||||
|
Filtervraag |
|||||||||||
|
UBN |
Productiedoel |
Hoort dit UBN bij uw relatienummer? |
Heeft dit UBN huisvesting |
||||||||
|
voor geiten? |
|||||||||||
|
Ja |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
Nee |
||||||||||
|
Geiten: aantallen UBN [nummer] |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
Verdeel de geiten die u op UBN [nummer] houdt met het productiedoel gemengd/overig over de juiste categorieën. |
|||||||||||
|
Wij hebben al een verdeling gemaakt naar leeftijd met de gegevens uit het I&R-systeem. U kunt geen geiten toevoegen of verwijderen. |
|||||||||||
|
Totaal aantal geiten op 1 april [huidig jaar] op UBN <nummer> |
|||||||||||
|
Aantal geiten jonger dan 1 jaar |
|||||||||||
|
Aantal geiten van 1 jaar of ouder |
|||||||||||
|
Geiten voor de melkproductie |
|||||||||||
|
Overige geiten |
|||||||||||
|
Bokken |
|||||||||||
|
Totaal aantal geiten van 1 jaar of ouder |
|||||||||||
|
Geiten: huisvesting UBN [nummer] |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Geef de huisvesting op van de geiten op UBN [nummer] in [vorig jaar]. |
|||||||||||
|
Voor iedere diercategorie geeft u het soort huisvesting op waarin uw dieren verbleven. Gebruik de knop Staltype toevoegen om een extra diercategorie op te geven. Had u één diercategorie in verschillende staltypes? Geef deze staltypes apart op met de knop Staltype toevoegen. Hield u een diercategorie meer dan één keer in hetzelfde staltype? Bijvoorbeeld in verschillende stallen? Geef deze gegevens in één keer op en dus niet per stal. |
|||||||||||
|
Gemiddeld aantal geiten en bokken tot 1 jaar (diercategorie HC2+HC3) in [vorig jaar] op UBN [nummer] |
|||||||||||
|
Gemiddeld aantal geiten 1 jaar en ouder (diercategorie HC1) in [vorig jaar] op UBN [nummer] |
|||||||||||
|
Gegevens huisvesting |
|||||||||||
|
Naam stal(len) (niet verplicht) |
|||||||||||
|
Kies de diercategorie waarvoor u de huisvesting opgeeft |
|||||||||||
|
Kies het soort huisvesting waarin uw dieren verbleven |
|||||||||||
|
Kies het staltype waarin uw dieren verbleven |
|||||||||||
|
Jaar ingebruikname |
Gemiddeld aantal dieren [vorig jaar] |
||||||||||
|
Geiten: aantal biologisch gehouden |
Art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
Vul in hoeveel geiten u biologisch houdt en hoeveel in omschakeling naar biologisch. |
|||||||||||
|
Totaal aantal geiten op al uw UBN’s op 1 april [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Biologisch gehouden |
|||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch |
|||||||||||
|
Kippen: UBN |
|||||||||||
|
Controleer de gegevens en pas deze aan als dit nodig is. |
|||||||||||
|
Dit zijn de UBN’s voor kippen die bij uw relatienummer in het I&R-systeem staan. |
|||||||||||
|
UBN |
Hoort dit UBN bij uw relatienummer? |
Filtervraag |
|||||||||
|
Ja |
|||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Kippen: huisvesting UBN [nummer] |
|||||||||||
|
Geef hier de huisvesting op van de kippen op UBN [nummer] in [vorig jaar]. Voor iedere diercategorie geeft u het soort huisvesting op waarin uw dieren verbleven. Gebruik de knop Staltype toevoegen om een extra diercategorie op te geven. Had u één diercategorie in verschillende staltypes? Geef deze staltypes apart op met de knop Staltype toevoegen. Hield u een diercategorie meer dan één keer in hetzelfde staltype? Bijvoorbeeld in verschillende stallen? Geef deze gegevens in één keer op en dus niet per stal. |
|||||||||||
|
Gegevens huisvesting |
|||||||||||
|
Naam stal(len) (niet verplicht) |
|||||||||||
|
Kies de diercategorie waarvoor u de huisvesting opgeeft |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Kies het soort huisvesting waarin uw dieren verbleven |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Kies het staltype waarin uw dieren verbleven |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Was er uitloop naar buiten? |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
Ja |
|||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Vloeruitvoering |
|||||||||||
|
Welke aanvullende techniek gebruikte u? |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Jaar ingebruikname |
Gemiddeld aantal dieren [vorig jaar] |
||||||||||
|
Kippen: aantal biologisch gehouden |
Art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
op 1 april [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Vul in hoeveel kippen u op 1 april biologisch houdt en hoeveel in omschakeling naar biologisch. |
|||||||||||
|
Hieronder vallen ook dieren die u op contract houdt of voor verzorgingsloon voor een andere organisatie of persoon. Kippen die korter dan één week op uw bedrijf blijven, geeft u niet op. |
|||||||||||
|
Biologisch gehouden |
|||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch |
|||||||||||
|
Eenden: UBN |
|||||||||||
|
Controleer de gegevens en pas deze aan als dit nodig is. Dit zijn de UBN’s voor eenden die bij uw relatienummer in het I&R-systeem staan. |
|||||||||||
|
UBN |
Hoort dit UBN bij uw relatienummer? |
Filtervraag |
|||||||||
|
Ja |
|||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Eenden: huisvesting UBN [nummer] |
|||||||||||
|
Geef hier de huisvesting op van de eenden op UBN [nummer] in [vorig jaar]. |
|||||||||||
|
Voor iedere diercategorie geeft u het soort huisvesting op waarin uw dieren verbleven. Gebruik de knop Staltype toevoegen om een extra diercategorie op te geven. Had u één diercategorie in verschillende staltypes? Geef deze staltypes apart op met de knop Staltype toevoegen. Hield u een diercategorie meer dan één keer in hetzelfde staltype? Bijvoorbeeld in verschillende stallen? Geef deze gegevens in één keer op en dus niet per stal. |
|||||||||||
|
Art. 24 Landbouwwet |
|||||||||||
|
Gegevens huisvesting |
|||||||||||
|
Naam stal(len) (niet verplicht) |
|||||||||||
|
Kies de diercategorie waarvoor u de huisvesting opgeeft |
|||||||||||
|
Kies het soort huisvesting waarin uw dieren verbleven |
|||||||||||
|
Kies het staltype waarin uw dieren verbleven |
|||||||||||
|
Welke aanvullende techniek gebruikt u? |
|||||||||||
|
Jaar ingebruikname |
Gemiddeld aantal dieren [vorig jaar] |
||||||||||
|
Kalkoenen: UBN |
|||||||||||
|
Controleer de gegevens en pas deze aan als dit nodig is. Dit zijn de UBN’s voor kalkoenen die bij uw relatienummer in het I&R-systeem staan. |
|||||||||||
|
UBN |
Hoort dit UBN bij uw relatienummer? |
Filtervraag |
|||||||||
|
Ja |
|||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
UBN’s die u na 1 april registreert of overneemt, hoeft u hier niet toe te voegen. |
|||||||||||
|
Kalkoenen: huisvesting: UBN [nummer] |
|||||||||||
|
Voor iedere diercategorie geeft u het soort huisvesting op waarin uw dieren verbleven. Gebruik de knop Staltype toevoegen om een extra diercategorie op te geven. Had u één diercategorie in verschillende staltypes? Geef deze staltypes apart op met de knop Staltype toevoegen. Hield u een diercategorie meer dan één keer in hetzelfde staltype? Bijvoorbeeld in verschillende stallen? Geef deze gegevens in één keer op en dus niet per stal. |
|||||||||||
|
Art. 24 Landbouwwet |
|||||||||||
|
Gegevens huisvesting |
|||||||||||
|
Naam stal (niet verplicht) |
|||||||||||
|
Kies de diercategorie waarvoor u de huisvesting opgeeft |
|||||||||||
|
Kies het soort huisvesting waarin de dieren verbleven |
|||||||||||
|
Kies het staltype waarin de dieren verbleven |
|||||||||||
|
Welke aanvullende techniek gebruikte u? |
|||||||||||
|
Jaar ingebruikname |
Gemiddeld aantal dieren [vorig jaar] |
||||||||||
|
Art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
|||||||||||
|
Eenden en kalkoenen: aantal biologisch gehouden |
|||||||||||
|
op 1 april [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Hieronder vallen ook dieren die u op contract houdt of voor verzorgingsloon voor een andere organisatie of persoon. Eenden en kalkoenen die korter dan één week op uw bedrijf blijven, geeft u niet op. |
|||||||||||
|
Vul in hoeveel eenden en kalkoenen u op 1 april biologisch houdt en hoeveel in omschakeling naar biologisch. |
|||||||||||
|
Biologisch gehouden |
|||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch |
|||||||||||
|
Overig pluimvee |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
op 1 april [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Vul het aantal dieren in die u op 1 april bedrijfsmatig houdt. |
|||||||||||
|
Hieronder vallen ook dieren die u op contract houdt of voor verzorgingsloon voor een andere organisatie of persoon. Pluimvee dat korter dan één week op uw bedrijf blijft, geeft u niet op. |
|||||||||||
|
Ganzen |
|||||||||||
|
Overig pluimvee |
|||||||||||
|
waarvan vrouwelijk geslachtsrijp: |
|||||||||||
|
Emoes |
|||||||||||
|
Fazanten |
|||||||||||
|
Helmparelhoenders |
|||||||||||
|
Nandoes |
|||||||||||
|
Patrijzen |
|||||||||||
|
Struisvogels |
|||||||||||
|
Vleesduiven |
|||||||||||
|
Totaal aantal ganzen en overig pluimvee |
|||||||||||
|
Vul in hoeveel overig pluimvee u op 1 april biologisch houdt en hoeveel in omschakeling naar biologisch |
Art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten |
||||||||||
|
Biologisch gehouden |
|||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch |
|||||||||||
|
Paarden, pony’s en ezels |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
op 1 april [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Vul het aantal paarden, pony’s en/of ezels in die u op 1 april houdt. |
|||||||||||
|
Ook dieren waarvan u geen eigenaar bent geeft u op, bijvoorbeeld pensionpaarden die op uw bedrijf aanwezig zijn. Het maakt niet uit of u de dieren hobby- of bedrijfsmatig houdt. |
|||||||||||
|
Paarden (groter of gelijk aan 157 cm) |
|||||||||||
|
Pony’s (kleiner dan 157 cm) |
|||||||||||
|
Ezels |
|||||||||||
|
Konijnen |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
||||||||||
|
op 1 april [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Vul het aantal gespeende vleeskonijnen en voedsters (alleen moederdieren) in die u op 1 april bedrijfsmatig houdt. |
|||||||||||
|
Hieronder vallen ook dieren die u op contract houdt of voor verzorgingsloon voor een andere organisatie of persoon. |
|||||||||||
|
Gespeende vleeskonijnen |
|||||||||||
|
Voedsters (alleen moederdieren) |
|||||||||||
|
Totaal aantal gespeende vleeskonijnen en voedsters (alleen moederdieren) |
|||||||||||
|
Aantal konijnen in [vorig jaar] |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Gemiddeld aantal gespeende vleeskonijnen en voedsters (alleen moederdieren) in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Overige dieren |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet; Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
op 1 april [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Vul het aantal dieren in die u op 1 april bedrijfsmatig houdt. |
|||||||||||
|
Damherten |
|||||||||||
|
Damherten, hinden voor de fokkerij (inclusief kalveren jonger dan 3 maanden met bijbehorende bokken) |
|||||||||||
|
Damherten, 3 maanden en ouder voor de slachterij |
|||||||||||
|
Edelherten Midden-Europees |
|||||||||||
|
Edelherten Midden-Europees, hinden voor de fokkerij (inclusief kalveren jonger dan 6 maanden met bijbehorende bokken) |
|||||||||||
|
Edelherten Midden-Europees, 6 tot 12 maanden voor de slachterij |
|||||||||||
|
Edelherten Midden-Europees, 12 maanden en ouder voor de slachterij |
|||||||||||
|
Knaagdieren |
|||||||||||
|
Bruine ratten |
|||||||||||
|
Cavia’s |
|||||||||||
|
Gerbils |
|||||||||||
|
Goudhamsters |
|||||||||||
|
Tamme muizen |
|||||||||||
|
Diergezondheidsfonds |
Art. 9 Wet dieren; Art. 26 Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de Art.en 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard |
||||||||||
|
Wilt u recht hebben op een vergoeding uit het Diergezondheidsfonds? |
|||||||||||
|
U kunt een vergoeding krijgen uit dit fonds als er een besmettelijke dierziekte uitbreekt. Of voor preventieve maatregelen. |
|||||||||||
|
Ja, ik wil recht hebben op een vergoeding uit het Diergezondheidsfonds. |
|||||||||||
|
Nee, ik wil geen vergoeding uit het Diergezondheidsfonds. Ook niet als bijvoorbeeld mijn bedrijf |
|||||||||||
|
wordt geruimd bij een besmettelijke dierziekte. |
|||||||||||
|
Nee, want ik houd geen dieren. |
|||||||||||
|
Bedrijfsgegevens |
|||||||||||
|
U wilt recht hebben op een vergoeding. Omdat de EU hieraan meebetaalt, hebben wij een aantal gegevens over uw bedrijf nodig. Inclusief gegevens van eventuele verbonden ondernemingen of partnerondernemingen. |
|||||||||||
|
Hoeveel werknemers heeft uw bedrijf |
Minder dan 250 |
||||||||||
|
250 of meer |
|||||||||||
|
Wat is de totale jaaromzet? |
€ 50 miljoen of minder |
||||||||||
|
Meer dan € 50 miljoen |
|||||||||||
|
Wat is het jaarlijkse balanstotaal? |
€ 43 miljoen of minder |
||||||||||
|
Meer dan € 43 miljoen |
|||||||||||
|
GLB-subsidies |
|||||||||||
|
Welke GLB-subsidies wilt u aanvragen? |
|||||||||||
|
Informatie over de voorwaarden van een GLB-subsidie leest u op <Gemeenschappelijk landbouwbeleid>. |
|||||||||||
|
Basispremie en extra betaling eerste 40 hectare |
Ja |
Uitvoeringsregeling GLB 2023 |
|||||||||
|
|
Nee |
||||||||||
|
Eco-regeling |
Ja |
Uitvoeringsregeling GLB 2023 |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Extra betaling jonge landbouwers |
Ja |
Uitvoeringsregeling GLB 2023 |
|||||||||
|
Dit kan alleen als u eerder een extra betaling jonge landbouwer heeft gekregen. |
Nee |
||||||||||
|
Behoud van zeldzame landbouwhuisdierrassen |
Ja |
Uitvoeringsregeling GLB 2023 |
|||||||||
|
Dit kan alleen als u zeldzame runderen, geiten en/of schapen heeft. |
Nee |
||||||||||
|
Brede weersverzekering |
Ja |
Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 |
|||||||||
|
Dit kan alleen als u een brede weersverzekering heeft voor gewassen die u in de open grond teelt |
Nee |
||||||||||
|
Aanvullende bedrijfsgegevens |
|||||||||||
|
U vraagt een GLB-subsidie aan. Voor het uitbetalen van de subsidie hebben wij aanvullende gegevens |
|||||||||||
|
nodig over uw bedrijf. |
|||||||||||
|
Bedrijfshoofd/bedrijfsleider |
|||||||||||
|
Zijn er meer bedrijfshoofden met gelijke zeggenschap? |
Ja |
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1475 van de Commissie van 6 september 2022 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de evaluatie van de strategische GLB-plannen en wat betreft de verstrekking van informatie voor monitoring- en evaluatiedoeleinden |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Welk geslacht heeft de meerderheid van deze bedrijfshoofden? |
|||||||||||
|
Man |
|||||||||||
|
Vrouw |
|||||||||||
|
Gelijke verdeling man/vrouw |
|||||||||||
|
Btw-nummer en moedermaatschappij |
|||||||||||
|
Heeft uw bedrijf een btw-nummer? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Vul hier uw btw-nummer in |
|||||||||||
|
Hoort bij uw bedrijf een moedermaatschappij die overwegend zeggenschap heeft? |
Ja |
||||||||||
|
|
Nee |
||||||||||
|
Moedermaatschappij |
|||||||||||
|
Vul de gegevens in van de moedermaatschappij |
|||||||||||
|
KVK-nummer |
|||||||||||
|
Naam |
|||||||||||
|
Btw-nummer |
|||||||||||
|
Is de moedermaatschappij ook de uiteindelijke moedermaatschappij? |
|||||||||||
|
Ja |
|||||||||||
|
Nee, er is een andere uiteindelijke moedermaatschappij |
|||||||||||
|
Uiteindelijke moedermaatschappij |
|||||||||||
|
Vul de gegevens in van de uiteindelijke moedermaatschappij. |
|||||||||||
|
KVK-nummer |
|||||||||||
|
Naam |
|||||||||||
|
Btw-nummer |
|||||||||||
|
Heeft uw bedrijf overwegend zeggenschap over een dochteronderneming? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Dochteronderneming(en) |
|||||||||||
|
Vul de gegevens in van de dochteronderneming(en). |
|||||||||||
|
KVK-nummer |
|||||||||||
|
Naam |
|||||||||||
|
Btw-nummer |
|||||||||||
|
Eco-activiteit Weidegang |
Uitvoeringsregeling GLB 2023 |
||||||||||
|
Wilt u de eco-activiteit Weidegang uitvoeren? Maak dan een keuze. Ga anders verder. |
|||||||||||
|
Deze activiteit kunt u alleen doen als u melkvee heeft. En voor het uitvoeren van deze eco-activiteit moet u gecertificeerd zijn door Stichting Weidegang. Meer informatie vindt u op <Eco-activiteiten, punten en waarde> |
|||||||||||
|
Minimaal 1.500 uur beweiding |
|||||||||||
|
Minimaal 2.500 uur beweiding |
|||||||||||
|
Brede weersverzekering |
Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 |
||||||||||
|
Welke verzekeraar(s) heeft u voor uw percelen? |
|||||||||||
|
AgriVer |
|||||||||||
|
Vereinigte Hagel |
|||||||||||
|
All Specialty Underwriting (ASU) |
|||||||||||
|
Heeft u ook percelen verzekerd die u niet op 15 mei [huidig jaar] in gebruik heeft? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Vul per verzekeraar de oppervlakte in die u niet op 15 mei [huidig jaar] in gebruik heeft. |
|||||||||||
|
AgriVer |
ha |
||||||||||
|
Vereinigte Hagel |
ha |
||||||||||
|
ASU |
|||||||||||
|
Uitbetalen subsidie aan verzekeraar |
|||||||||||
|
Ik machtig RVO om de subsidie uit te betalen aan mijn verzekeraar(s). |
|||||||||||
|
Grond |
Uitvoeringsregeling GLB 2023; Art. 26 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
15 mei [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Grond in gebruik |
|||||||||||
|
Bijvoorbeeld grasland, bouwland, tuinbouw open grond, fruitteelt en landschapselementen. |
|||||||||||
|
Heeft u op 15 mei [huidig jaar] grond in Nederland in gebruik? |
Ja |
Filtervraag |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Heeft u op 15 mei [huidig jaar] grond in België en/of Duitsland in gebruik? |
Ja Nee |
Art. 26 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
|||||||||
|
Voor België geldt maximaal 25 kilometer van de Nederlandse grens. |
|||||||||||
|
Voor Duitsland geldt maximaal 20 kilometer van de Nederlandse grens. |
|||||||||||
|
Grond in België |
ha |
||||||||||
|
Grond in Duitsland |
ha |
||||||||||
|
Natuurgrond en primaire waterkeringen |
Art. 26 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
||||||||||
|
Heeft u op 15 mei [huidig jaar] natuurgrond in gebruik? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Heeft u op 15 mei [huidig jaar] een primaire waterkering in gebruik waar u niet de feitelijke beschikkingsmacht over heeft? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Andere grond |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
Hoeveel andere grond heeft u op 15 mei [huidig jaar]? |
|||||||||||
|
Grond wel geschikt voor de landbouw, maar niet zo in gebruik |
ha |
||||||||||
|
Bijvoorbeeld een camping, volkstuin, plantsoen, sportveld of grond met zonnepanelen. |
|||||||||||
|
Grond niet geschikt voor de landbouw |
ha |
||||||||||
|
Bijvoorbeeld erf, gebouwen, gesteente, groeven, onvruchtbare grond, vijvers en wegen. |
|||||||||||
|
Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) |
|||||||||||
|
U kunt een vergoeding krijgen voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) als u deelneemt aan een agrarisch collectief. |
|||||||||||
|
Neemt u deel aan een agrarisch collectief voor ANLb? |
Ja |
Filtervraag |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Agroforestry |
|||||||||||
|
Past u de teeltmethode agroforestry toe? |
Ja |
Filtervraag |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Fosfaatdifferentiatie |
|||||||||||
|
Wilt u een of meer percelen aanmelden voor fosfaatdifferentiatie? |
Ja |
Filtervraag |
|||||||||
|
Dit doet u als u extra fosfaat wilt gebruiken op grond met een lagere fosfaattoestand. |
Nee |
||||||||||
|
Uw percelen |
|||||||||||
|
Controleer uw perceelsgegevens |
|||||||||||
|
Deze percelen heeft u opgegeven in Mijn percelen. Wij gebruiken deze gegevens voor de GLB-subsidies en voor de mestwetgeving. Wij gaan er vanuit dat u deze percelen op 15 mei [huidig jaar] in gebruik heeft. Verandert er iets in uw perceelsgegevens? Geef dit dan direct door in Mijn percelen. U heeft voor het laatst een wijziging verstuurd op [dd-mm-jjjj 00:00] uur. |
|||||||||||
|
Ik verklaar dat ik: |
|||||||||||
|
*de gebruiker ben van de opgegeven percelen; en |
|||||||||||
|
*eigenaar of pachter ben van de percelen; of |
|||||||||||
|
*toestemming heb van de eigenaar om de percelen te gebruiken; of |
|||||||||||
|
*toestemming heb van de pachter om de percelen te gebruiken. En deze toestemming heeft van de |
|||||||||||
|
eigenaar om de percelen aan mij in gebruik te geven; en |
|||||||||||
|
*bij een controle schriftelijk bewijs kan laten zien van deze toestemming, als de controleur hier om |
|||||||||||
|
vraagt; en |
|||||||||||
|
*de feitelijke beschikkingsmacht heb over de percelen die ik opgeef voor de gebruiksnormen |
|||||||||||
|
(mestplaatsingsruimte). |
|||||||||||
|
Wilt u nog iets aanpassen? Dit doet u in Mijn percelen. |
|||||||||||
|
Regelingen per perceel |
|||||||||||
|
<Naam> - Nummer perceel |
|||||||||||
|
Geef aan wat er voor dit perceel geldt en voor welke regeling(en) u het wilt laten meetellen. |
|||||||||||
|
Gebruikstitel |
Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
Gewas |
|||||||||||
|
Ingetekende oppervlakte |
|||||||||||
|
Oppervlakte bufferstroken |
|||||||||||
|
Voorgestelde oppervlakte |
Opgegeven oppervlakte |
||||||||||
|
GLB |
GLB |
||||||||||
|
Mest |
Mest |
||||||||||
|
Agrarisch natuurmengsel |
Art. 4.1194a Besluit activiteiten leefomgeving |
||||||||||
|
Bestaat het agrarisch natuurmengsel dat u inzaait als hoofdteelt voor minimaal |
Ja |
||||||||||
|
2/3 uit aangewezen rustgewassen? |
Nee |
||||||||||
|
Braak |
Uitvoeringsregeling GLB 2023 |
||||||||||
|
Dit perceel ligt braak |
|||||||||||
|
Biologische landbouw |
Uitvoeringsregeling GLB 2023; art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 |
||||||||||
|
Is dit perceel uiterlijk 15 mei [huidig jaar] biologisch of in omschakeling naar biologisch? |
|||||||||||
|
Biologisch |
|||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch. Perceel staat op het Skal-certificaat |
|||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch. Perceel staat niet op het Skal-certificaat |
|||||||||||
|
Dit perceel is niet biologisch en niet in omschakeling naar biologisch |
|||||||||||
|
Agroforestry |
Uitvoeringsregeling GLB 2023 |
||||||||||
|
Past u op dit perceel agroforestry toe? Kies de teeltmethode als deze nog niet is ingevuld. |
|||||||||||
|
Bomen en struiken gecombineerd met akkerbouw en/of groenteteelt |
|||||||||||
|
Bomen en struiken gecombineerd met veeteelt |
|||||||||||
|
Voedselbos |
|||||||||||
|
Voorteelt |
Uitvoeringsregeling GLB 2023 |
||||||||||
|
Dit perceel heeft een voorteelt |
|||||||||||
|
Oppervlakte |
ha |
||||||||||
|
Gewas |
|||||||||||
|
Nateelt |
Art. 26 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet; Uitvoeringsregeling GLB 2023 |
||||||||||
|
Wat doet u op dit perceel na uw hoofdteelt? |
|||||||||||
|
Ik teel een nateelt |
|||||||||||
|
Ik teel geen nateelt, mijn hoofdteelt is een winterteelt |
|||||||||||
|
Ik teel geen nateelt, ik zet mijn perceel onder water tegen onkruid en ziektes (inundatie) |
|||||||||||
|
Geen van bovenstaande |
|||||||||||
|
Mijn nateelt is een winterteelt die volgend jaar mijn hoofdteelt is |
|||||||||||
|
Oppervlakte |
ha |
||||||||||
|
Inzaaiperiode (eerste) nateelt |
|||||||||||
|
Gewas |
|||||||||||
|
Oppervlakte |
ha |
||||||||||
|
Inzaaiperiode laatste nateelt |
|||||||||||
|
Gewas |
|||||||||||
|
GLB |
Uitvoeringsregeling GLB 2023 |
||||||||||
|
Basispremie |
|||||||||||
|
Ik geef dit perceel op voor de basispremie. |
|||||||||||
|
Eco-regeling |
|||||||||||
|
Ik geef dit perceel op voor de ecoregeling. |
|||||||||||
|
Uw perceel ligt in regio <nummer> in gebied <naam> |
|||||||||||
|
Kies uw eco-activiteit(en) |
|||||||||||
|
Bomen |
|||||||||||
|
Voorgesteld aantal |
|||||||||||
|
Opgegeven aantal |
|||||||||||
|
Gebruikt u chemische gewasbeschermingsmiddelen bij de eco-activiteit Groenbedekking op dit perceel? |
|||||||||||
|
Ja, op maximaal 10% van het perceel |
|||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Gebruikt u chemische gewasbeschermingsmiddelen bij de hoofdteelt op dit perceel? |
|||||||||||
|
Ja, op het hele perceel |
|||||||||||
|
Ja, op maximaal 10% |
|||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Tijdelijk niet in gebruik voor landbouw |
|||||||||||
|
Dit perceel is tijdelijk niet in gebruik voor de landbouw. |
|||||||||||
|
Brede weersverzekering |
|||||||||||
|
Ik geef dit perceel op voor de brede weersverzekering. |
Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 |
||||||||||
|
Bij welke verzekeraar heeft u de polis afgesloten? |
|||||||||||
|
Hennep |
Uitvoeringsregeling GLB 2023 |
||||||||||
|
U teelt hennep. Kies welk ras u teelt en hoeveel zaaizaad u gebruikt. |
|||||||||||
|
Ras |
|||||||||||
|
Hoeveelheid zaaizaad |
kg/ha |
||||||||||
|
Mest |
Art. 26 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
||||||||||
|
Natuurgrond |
|||||||||||
|
Ik heb dit perceel in gebruik als natuurgrond. |
|||||||||||
|
Primaire waterkering |
|||||||||||
|
Ik heb dit perceel in gebruik als primaire waterkering zonder feitelijke beschikkingsmacht |
|||||||||||
|
Fosfaatdifferentiatie |
|||||||||||
|
Wilt u dit perceel aanmelden voor fosfaatdifferentiatie? |
|||||||||||
|
Datum bemonstering |
|||||||||||
|
Vul de gecombineerde fosfaatindicator in: |
|||||||||||
|
P-CaCl2-getal |
|||||||||||
|
P-AL-getal |
|||||||||||
|
Appels en peren |
Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
op 15 mei [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Verdeel de oppervlakte appel- en/of perenbomen over de rassen die u teelt. |
|||||||||||
|
Ingetekende oppervlakte appelbomen op 15 mei [huidig jaar] |
ha |
||||||||||
|
Appelrassen |
Oppervlakte |
||||||||||
|
Bloss (Wurtwinning) |
ha |
||||||||||
|
Braeburn (30015026) |
ha |
||||||||||
|
Cox’s Orange Pippin (30015039) |
ha |
||||||||||
|
Dalili (Delcorf Estivale) (30015048) |
ha |
||||||||||
|
Elstar en variëteiten (30015068) |
ha |
||||||||||
|
Fresco (Wellant) (30017466) |
ha |
||||||||||
|
Golden Delicious en variëteiten (30015087) |
ha |
||||||||||
|
Jonagold en variëteiten (30015823) |
ha |
||||||||||
|
Jonared en variëteiten (30015122) |
ha |
||||||||||
|
Maribelle (Lola) (30017520) |
ha |
||||||||||
|
Milwa (Junami) (30015830) |
ha |
||||||||||
|
Nicoter (Kanzi) (30015834) |
ha |
||||||||||
|
Pinova (30015182) |
ha |
||||||||||
|
Rode Boskoop (30015025) |
ha |
||||||||||
|
SQ 159 (Sprank) (30017596) |
ha |
||||||||||
|
Tessa (Fengapi) |
ha |
||||||||||
|
Overige appels |
ha |
||||||||||
|
Totale oppervlakte appelbomen |
ha |
||||||||||
|
Ingetekende oppervlakte perenbomen op 15 mei [huidig jaar] |
ha |
||||||||||
|
Perenrassen |
Oppervlakte |
||||||||||
|
Beurre Alexandre Lucas (30015291) |
ha |
||||||||||
|
Cepuna (Migo) (30017636) |
ha |
||||||||||
|
Conference (30016335) |
ha |
||||||||||
|
Doyenne du Comice (30015310) |
ha |
||||||||||
|
Gieser Wildeman (30017663) |
ha |
||||||||||
|
Gräfin Gepa (Early Desire) (30017664) |
ha |
||||||||||
|
Oksana (Xenia) (30017683) |
ha |
||||||||||
|
Rode Doyenne van Doorn (Sweet Sensation) (30017694) |
ha |
||||||||||
|
Saint Remy (30017696) |
ha |
||||||||||
|
Triomphe de Vienne (30015341) |
ha |
||||||||||
|
Overige peren |
ha |
||||||||||
|
Totale oppervlakte perenbomen |
ha |
||||||||||
|
Beregening |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Heeft u in [huidig jaar] een installatie om uw landbouwgrond mee te beregenen? |
Ja |
||||||||||
|
Geleende of gehuurde installaties telt u niet mee. |
Nee |
||||||||||
|
Hoeveel landbouwgrond kunt u beregenen met deze installatie? |
ha |
||||||||||
|
Beweiding en excretie |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
||||||||||
|
Beweiding in [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Gebruikt u in [huidig jaar] grasland voor beweiding van graasdieren? Het gaat om blijvend grasland (265), tijdelijk grasland (266) of natuurlijk grasland met hoofdfunctie landbouw (331). |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Weidt u alleen runderen jonger dan twee jaar? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Is het aantal runderen jonger dan 2 jaar dat u weidt kleiner dan het aantal ouderdieren op het bedrijf? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Bedrijfsspecifieke excretie |
|||||||||||
|
Met bedrijfsspecifieke excretie (BEX) laat u zien dat uw melkvee minder stikstof en fosfaat produceert dan de wettelijke forfaitaire norm. Het gaat er dus niet om of u meedoet aan de KringloopWijzer. |
|||||||||||
|
Heeft u in [vorig jaar] gebruik gemaakt van de bedrijfsspecifieke excretie? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Beweiding in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Welke runderen hield u in [vorig jaar] in (een deel van) het weideseizoen? |
Filtervraag |
||||||||||
|
Melkgevende melkkoeien |
|||||||||||
|
Vrouwelijk jongvee voor de melkveehouderij |
|||||||||||
|
Overige runderen |
|||||||||||
|
Geen van bovenstaande |
|||||||||||
|
Melkgevende melkkoeien |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Heeft u melkgevende melkkoeien geweid in [vorig jaar]? |
|||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Ja, alle melkgevende melkkoeien zijn geweid |
|||||||||||
|
Ja, een deel van de melkgevende melkkoeien zijn geweid |
|||||||||||
|
Hoeveel procent (%) van uw totale aantal melkkoeien is geweid? |
% |
||||||||||
|
Hoe vaak heeft u uw melkkoeien geweid? |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Vul het aantal dagen en het gemiddelde aantal uren per etmaal in. Maak ook een verdeling tussen dag en nacht geweid en alleen overdag geweid. |
|||||||||||
|
Dag en nacht geweid |
dagen |
uren per etmaal |
|||||||||
|
Alleen overdag geweid |
dagen |
uren per etmaal |
|||||||||
|
Vrouwelijk jongvee voor de melkveehouderij |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Heeft u vrouwelijk jongvee voor de melkveehouderij geweid in [vorig jaar]? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Hoeveel dagen heeft u het vrouwelijk jongvee jonger dan 1 jaar geweid? |
|||||||||||
|
Hoeveel dagen heeft u het vrouwelijk jongvee van 1 jaar of ouder geweid? |
|||||||||||
|
Overige runderen |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
Heeft u overige runderen geweid in [vorig jaar] |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Hoeveel weken heeft u deze runderen geweid? |
|||||||||||
|
Gebruik meststoffen |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Dierlijke mest |
|||||||||||
|
Hoeveel hectare landbouwgrond van uw bedrijf is in [vorig jaar] bemest met dierlijke mest? |
ha |
||||||||||
|
Kunstmest |
|||||||||||
|
Hoeveel hectare landbouwgrond van uw bedrijf is in [vorig jaar] bemest met kunstmest? |
ha |
||||||||||
|
Organische en op afval gebaseerde meststoffen |
|||||||||||
|
Hoeveel ton organische en/of op afval gebaseerde meststoffen is er in [vorig jaar] gebruikt om de landbouwgrond van uw bedrijf te bemesten? Dierlijke meststoffen of een mengsel met dierlijke meststoffen geeft u hier niet op. |
ton |
||||||||||
|
Uitrijden dierlijke mest |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken; art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Is er in [vorig jaar] op uw bedrijf dierlijke mest uitgereden? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
Filtervraag |
||||||||||
|
Welke mestsoort is uitgereden? |
Alleen vaste mest |
Filtervraag |
|||||||||
|
Alleen drijfmest |
|||||||||||
|
Vaste mest en drijfmest |
|||||||||||
|
Hoe is de verdeling van de uitgereden mest? |
|||||||||||
|
De vaste mest en drijfmest zijn samen 100%. Bekijk de toelichting voor een voorbeeldberekening. |
|||||||||||
|
Vaste mest |
% |
||||||||||
|
Drijfmest |
% |
||||||||||
|
Totaal vaste mest en drijfmest |
% |
||||||||||
|
Waarop is de vaste mest uitgereden? |
|||||||||||
|
Grasland |
|||||||||||
|
Op grond met fruitteelt. De mest is bovengronds uitgereden en ligt daarna verdeeld over de grond. |
|||||||||||
|
Niet-beteeld bouwland. De mest is eerst bovengronds uitgereden en direct daarna ondergewerkt (2 werkgangen). |
|||||||||||
|
Hoe is de verdeling van de uitgereden vaste mest over de verschillende teelten? |
|||||||||||
|
Alle teelten samen zijn 100%. Bij de berekening gaat u uit van de totale hoeveelheid uitgereden vaste mest. Bekijk de toelichting voor een voorbeeldberekening. |
|||||||||||
|
Grasland |
% |
||||||||||
|
Grond met fruitteelt |
% |
||||||||||
|
Niet-beteeld bouwland |
% |
||||||||||
|
Totaal |
% |
||||||||||
|
Waarop is de drijfmest uitgereden? |
|||||||||||
|
Beteeld bouwland (uitgereden in een gewas) |
|||||||||||
|
Niet-beteeld bouwland |
|||||||||||
|
Grasland |
|||||||||||
|
Hoe is de verdeling van de uitgereden drijfmest over de verschillende teelten? Alle teelten samen zijn 100%. Bij de berekening gaat u uit van de totale hoeveelheid uitgereden drijfmest. Bekijk de toelichting voor een voorbeeldberekening. |
|||||||||||
|
Beteeld bouwland |
% |
||||||||||
|
Niet-beteeld bouwland |
% |
||||||||||
|
Grasland |
% |
||||||||||
|
Totaal |
% |
||||||||||
|
Uitrijden drijfmest op bouwland |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken; art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Drijfmest op beteeld bouwland (uitgereden in een gewas) |
|||||||||||
|
Hoe is de drijfmest op beteeld bouwland uitgereden? |
|||||||||||
|
In de grond, in sleufjes van maximaal 5 cm breed en minstens 5 cm diep. (sleufkouterbemester, zodenbemester). |
|||||||||||
|
Breedwerpig bovengronds. De uitgereden mest ligt verdeeld over de grond. Alleen mogelijk in veenkoloniaal gebied of op Texel. |
|||||||||||
|
Hoe is de verdeling tussen de verschillende manieren van uitrijden? Alle manieren samen zijn 100%. Bij de berekening gaat u uit van de totale hoeveelheid drijfmest uitgereden op beteeld bouwland. Bekijk de toelichting voor een voorbeeldberekening. |
|||||||||||
|
In de grond, in sleufjes van maximaal 5 cm breed en minstens 5 cm diep. |
% |
||||||||||
|
Breedwerpig bovengronds. De uitgereden mest ligt verdeeld over de grond. |
% |
||||||||||
|
Totaal |
% |
||||||||||
|
Drijfmest op niet-beteeld bouwland |
|||||||||||
|
Hoe is de drijfmest op niet-beteeld bouwland uitgereden? |
|||||||||||
|
Direct in de grond gebracht door een injecteur met vaste tanden (bouwlandinjecteur, rijenbemester). |
|||||||||||
|
In de grond, in sleufjes van maximaal 5 cm breed en minimaal 5 cm diep (sleufkouterbemester, zodenbemester). |
|||||||||||
|
De mest is in één werkgang op de grond gebracht en door de grond gemengd. |
|||||||||||
|
Breedwerpig bovengronds. De uitgereden mest ligt verdeeld over de grond. Alleen mogelijk in veenkoloniaal gebied of op Texel. |
|||||||||||
|
Hoe is de verdeling tussen de verschillende manieren van uitrijden? Alle manieren samen zijn 100%. Bij de berekening gaat u uit van de totale hoeveelheid drijfmest uitgereden op niet-beteeld bouwland. Bekijk de toelichting voor een voorbeeldberekening. |
|||||||||||
|
Direct in de grond gebracht door een injecteur met vaste tanden |
% |
||||||||||
|
In de grond, in sleufjes van maximaal 5 cm breed en minstens 5 cm diep. |
% |
||||||||||
|
De mest is in één werkgang op de grond gebracht en door de grond gemengd. |
% |
||||||||||
|
Breedwerpig bovengronds. De uitgereden mest ligt verdeeld over de grond. |
% |
||||||||||
|
Totaal |
|||||||||||
|
Uitrijden drijfmest op grasland |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken; art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Drijfmest op grasland |
|||||||||||
|
Hoe is de drijfmest op grasland uitgereden? |
|||||||||||
|
Volledig in de grond, in sleufjes van maximaal 5 cm breed (sleufkouterbemester, zodenbemester). |
|||||||||||
|
Een deel ligt in sleufjes van maximaal 5 cm breed in de grond en een deel ligt in strookjes van maximaal 5 cm breed op de grond (sleufkouterbemester). De mest is verdund met water. |
|||||||||||
|
Op de grond, in strookjes van maximaal 5 cm breed (sleepvoetbemester, sleufkouterbemester). De mest is verdund met water. |
|||||||||||
|
Breedwerpig bovengronds. De uitgereden mest ligt verdeeld over de grond. |
|||||||||||
|
Hoe is de verdeling tussen de verschillende manieren van uitrijden? Alle manieren samen zijn 100%. Bij de berekening gaat u uit van de totale hoeveelheid drijfmest uitgereden op grasland. Bekijk de toelichting voor een voorbeeldberekening. |
|||||||||||
|
Volledig in de grond, in sleufjes van maximaal 5 cm breed. % |
% |
||||||||||
|
Een deel ligt in sleufjes van maximaal 5 cm breed in de grond en een deel ligt in strookjes van maximaal 5 cm breed op de grond. De mest is verdund met water. |
% |
||||||||||
|
Op de grond, in strookjes van maximaal 5 cm breed. De mest is verdund met water |
% |
||||||||||
|
Breedwerpig bovengronds. De uitgereden mest ligt verdeeld over de grond. % |
% |
||||||||||
|
Totaal |
% |
||||||||||
|
Sleepslang |
|||||||||||
|
Is er met een sleepslang drijfmest aangevoerd naar een bemester? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Hoeveel procent drijfmest is er met een sleepslang aangevoerd naar een bemester? Bij de berekening gaat u uit van de totale hoeveelheid drijfmest uitgereden op grasland. |
% |
||||||||||
|
Mestbehandeling |
|||||||||||
|
in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Hoe is in [vorig jaar] de dierlijke mest op uw bedrijf behandeld? |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
||||||||||
|
Composteren |
|||||||||||
|
Hygiëniseren |
|||||||||||
|
Scheiden |
|||||||||||
|
Vergisten |
|||||||||||
|
Andere manier |
|||||||||||
|
Op mijn bedrijf is geen mest behandeld in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Op welk UBN is de mest behandeld? |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
U kunt meerdere UBN’s aanvinken. |
|||||||||||
|
UBN |
|||||||||||
|
Op een andere locatie. |
|||||||||||
|
Wat is de postcode en het huisnummer van deze andere locatie? |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Postcode |
|||||||||||
|
Huisnummer |
|||||||||||
|
Mestverwerking |
|||||||||||
|
in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Is in [vorig jaar] dierlijke mest verwerkt die op uw bedrijf is geproduceerd? |
Filtervraag |
||||||||||
|
Nee, er is geen dierlijke mest van mijn bedrijf verwerkt. |
|||||||||||
|
Ja, (een deel van) de dierlijke mest van mijn bedrijf is verwerkt. |
|||||||||||
|
Hoe lang lag de dierlijke mest op uw bedrijf voordat u de mest afvoerde naar een verwerker of zelf verwerkte? |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Verwerkte u in [vorig jaar] zelf de dierlijke mest die op uw bedrijf is geproduceerd? |
Ja |
Art. 24 Landbouwwet |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Hoeveel procent (%) dierlijke mest verwerkte u zelf? |
% |
Art. 24 Landbouwwet |
|||||||||
|
Hoe heeft u in [vorig jaar] de dierlijke mest verwerkt? |
Art. 32 en 35 Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet |
||||||||||
|
Export |
|||||||||||
|
Verbranden of vergassen tot as waarin maximaal 10% organische stof aanwezig is. |
|||||||||||
|
Verwerkt tot een eindproduct dat bestaat uit een mengsel van gedroogd digestaat en verwerkt categorie 1-materiaal. |
|||||||||||
|
Verwerkt tot mestkorrels in een installatie die door de NVWA erkend is. Het drogestofgehalte van de mestkorrels is ten minste 90%. |
|||||||||||
|
Andere manier |
|||||||||||
|
Hoe lang lag de verwerkte mest op uw bedrijf voordat u het afvoerde of zelf gebruikte? |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Opslag dierlijke mest |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
||||||||||
|
in [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Heeft u in [vorig jaar] drijfmest opgeslagen die op uw bedrijf is geproduceerd? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Heeft u in [vorig jaar] vaste mest opgeslagen die op uw bedrijf is geproduceerd? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Hoeveel procent (%) van de opgeslagen dierlijke mest is drijfmest en hoeveel is vaste mest? |
|||||||||||
|
Drijfmest |
% |
||||||||||
|
Vaste mest |
% |
||||||||||
|
Totaal |
% |
||||||||||
|
De plek van de opslag voor drijfmest |
|||||||||||
|
Geef aan waar u de drijfmest heeft opgeslagen in [vorig jaar]. Heeft u alle mest opgeslagen in putten onder de stal? Vul daar dan 100% in. Had u verschillende manieren van opslaan? Geef dan in procenten (%) aan hoe de totale hoeveelheid was verdeeld over deze opslagen. |
|||||||||||
|
In putten onder de stal |
|||||||||||
|
% |
|||||||||||
|
Buiten de stal in een foliebassin |
% |
||||||||||
|
Buiten de stal in een mestsilo of mestzak |
% |
||||||||||
|
Totaal |
% |
||||||||||
|
Capaciteit van de opslag voor drijfmest |
|||||||||||
|
Vul in voor hoeveel maanden u drijfmest in deze opslag kon opslaan, zonder de opslag in de tussentijd te legen. |
|||||||||||
|
In putten onder de stal |
maand(en) |
||||||||||
|
Buiten de stal in een foliebassin |
maand(en) |
||||||||||
|
Buiten de stal in een mestsilo of mestzak |
maand(en) |
||||||||||
|
De plek van de opslag voor vaste mest |
|||||||||||
|
Geef aan waar u de vaste mest heeft opgeslagen in [vorig jaar]. Had u één opslag? Vul daar dan 100% in. Had u meerdere opslagen? Geef dan in procenten (%) aan hoe de totale hoeveelheid was verdeeld over de opslagen. |
|||||||||||
|
In de stal in een systeem met diepstrooisel |
% |
||||||||||
|
Buiten de stal in een mesthoop met actieve compostering |
% |
||||||||||
|
Buiten de stal in een mesthoop (inclusief de opslag op het land) |
|
% |
|||||||||
|
Totaal |
% |
||||||||||
|
Capaciteit van de opslag voor vaste mest |
|||||||||||
|
Vul in voor hoeveel maanden u vaste mest in deze opslag kon opslaan, zonder de opslag in de tussentijd te legen. |
|||||||||||
|
In de stal in een systeem met diepstrooisel |
maand(en) |
||||||||||
|
Buiten de stal in een mesthoop met actieve compostering |
maand(en) |
||||||||||
|
Afdekking opslag |
|||||||||||
|
Had u in [vorig jaar] een afdekking voor de opslag van de vaste mest buiten de stal? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Tuinbouw |
|||||||||||
|
Heeft u in [huidig jaar] tuinbouw onder glas? |
Ja |
Filtervraag |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Vul ook Ja in als u in seizoen [vorig jaar/huidig jaar] bollenbroei heeft. |
|||||||||||
|
Wat teelt u onder glas? |
Filtervraag |
||||||||||
|
Bloemkwekerijgewassen (inclusief potplanten) |
|||||||||||
|
Groenten (inclusief aardbeien en kruiden) |
|||||||||||
|
Boomkwekerijgewassen en vaste planten |
|||||||||||
|
Bollenbroei |
|||||||||||
|
Fruit (exclusief aardbeien) |
|||||||||||
|
Heeft u een herfstteelt gepland van Chrysanthemum (10006473)? |
Ja |
Art. 15 Plantgezondheidswet |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Chrysanthemum (10006473)? |
m2 |
||||||||||
|
Had u in [vorig jaar] tuinbouw onder glas in verwarmde kassen? |
Art. 24 Landbouwwet; artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 71v van de Wet belastingen op milieugrondslag |
||||||||||
|
Op hoeveel locaties heeft u tuinbouw onder glas? Tel ook de locaties mee met verwarmde kassen die u vorig jaar wel had, maar nu niet meer. |
|||||||||||
|
Heeft u daglichtloze teelten? Bijvoorbeeld paddenstoelenteelt en witloftrek. |
Ja |
Filtervraag |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Wat teelt u zonder daglicht? |
|||||||||||
|
Paddenstoelen |
|||||||||||
|
Witloftrek |
|||||||||||
|
Overig |
|||||||||||
|
Tuinbouw onder glas: bloemkwekerijgewassen |
Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output; Art. 15 Plantgezondheidswet |
||||||||||
|
op 15 mei [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Wat is de oppervlakte van uw hoofdgewassen? |
|||||||||||
|
Hierbij hoort ook de oppervlakte die u nodig heeft voor de teelt, zoals paden in kassen. Heeft u de grond op 15 mei [jaar] nog niet beteeld? Geef dan de eerstvolgende teelt op die u voor eind augustus inzet. |
|||||||||||
|
Bloemkwekerijgewassen |
|||||||||||
|
Snijbloemen |
|||||||||||
|
Potplanten |
|||||||||||
|
Bloemzaden, perkplanten, opkweekmateriaal en overige bloemkwekerijgewassen |
|||||||||||
|
Snijbloemen |
|||||||||||
|
Alstroemeria (10006464) |
m2 |
||||||||||
|
Anthurium (10006466) |
m2 |
||||||||||
|
Chrysanthemum (10006473) |
m2 |
||||||||||
|
Curcuma (10006604) |
m2 |
||||||||||
|
Cymbidium (10006474) |
m2 |
||||||||||
|
Dianthus (10006479) |
m2 |
||||||||||
|
Eustoma Russellianum (10006481) |
m2 |
||||||||||
|
Freesia (10006482) |
m2 |
||||||||||
|
Gerbera (10006483) |
m2 |
||||||||||
|
Hippeastrum (10006487) |
m2 |
||||||||||
|
Hydrangea Macrophylla (10006489) |
m2 |
||||||||||
|
Lilium (10006496) |
m2 |
||||||||||
|
Paeonia (10006503) |
m2 |
||||||||||
|
Rosa (10006509) |
m2 |
||||||||||
|
Tulipa (10006515) |
m2 |
||||||||||
|
Overige snijbloemen (10006502) |
m2 |
||||||||||
|
Totaal |
m2 |
||||||||||
|
Potplanten |
|||||||||||
|
Anthurium (10006571) |
m2 |
||||||||||
|
Chrysanthemum (10006594) |
m2 |
||||||||||
|
Curcuma (10006604) |
m2 |
||||||||||
|
Dracaena Marginata (10006616) |
m2 |
||||||||||
|
Ficus Benjamina (10006635) |
m2 |
||||||||||
|
Hippeastrum (10006643) |
m2 |
||||||||||
|
Hyacinthus Orientalis (10006647) |
m2 |
||||||||||
|
Hydrangea Macrophylla (10006648) |
m2 |
||||||||||
|
Kalanchoe Blossfeldiana (10006651) |
m2 |
||||||||||
|
Palmae (10006679) |
m2 |
||||||||||
|
Phalaenopsis (10006688) |
m2 |
||||||||||
|
Rosa (10006726) |
m2 |
||||||||||
|
Overige potplanten, bladplanten (10006679) |
m2 |
||||||||||
|
Overige potplanten, voor de bloei (10006679) |
m2 |
||||||||||
|
Totaal |
m2 |
||||||||||
|
Bloemzaden, perkplanten, opkweekmateriaal en overige bloemkwekerijgewassen |
|||||||||||
|
Bloemzaden |
m2 |
||||||||||
|
Opkweekmateriaal bloemkwekerijgewassen |
m2 |
||||||||||
|
Perkplanten |
m2 |
||||||||||
|
Overige bloemkwekerijgewassen |
m2 |
||||||||||
|
Totaal |
m2 |
||||||||||
|
Totale oppervlakte bloemkwekerijgewassen |
m2 |
Art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output Art. 24 Landbouwwet |
|||||||||
|
Biologisch geteeld |
m2 |
||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch |
m2 |
||||||||||
|
Assimilatiebelichting/groeilicht bloemkwekerijgewassen onder glas |
m2 |
||||||||||
|
Tuinbouw onder glas: groenten |
|||||||||||
|
op 15 mei [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Wat is de oppervlakte van uw hoofdgewassen? |
|||||||||||
|
Hierbij hoort ook de oppervlakte die u nodig heeft voor de teelt, zoals paden in kassen. Heeft u de grond op 15 mei [jaar] nog niet beteeld? Geef dan de eerstvolgende teelt op die u voor eind augustus inzet. |
|||||||||||
|
Groenten |
|||||||||||
|
Paprika’s |
|||||||||||
|
Sla |
Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output; Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten |
||||||||||
|
Tomaten |
|||||||||||
|
Overig |
|||||||||||
|
Paprika’s |
|||||||||||
|
Blokpaprika’s, geel (10006190) |
m2 |
||||||||||
|
Blokpaprika’s, groen (10006190) |
m2 |
||||||||||
|
Blokpaprika’s, oranje (10006190) |
m2 |
||||||||||
|
Blokpaprika’s, rood (10006190) |
m2 |
||||||||||
|
Blokpaprika’s, overige kleuren (10006190) |
m2 |
||||||||||
|
Chilipepers (10006102) |
m2 |
||||||||||
|
Puntpaprika’s (10006191) |
m2 |
||||||||||
|
Zoete puntpaprika’s (10006100) |
m2 |
||||||||||
|
Totaal |
m2 |
||||||||||
|
Sla |
|||||||||||
|
Enkelvoudige slabladeren (50350400) |
m2 |
||||||||||
|
Kropsla, botersla en overige kropsla (50350200) |
m2 |
||||||||||
|
Losse, meervoudige slabladeren (50350300) |
m2 |
||||||||||
|
Totaal |
m2 |
||||||||||
|
Tomaten |
|||||||||||
|
Pruim cherrytomaten, los (10006161) |
m2 |
||||||||||
|
Pruim cherrytomaten, tros (10006161) |
m2 |
||||||||||
|
Ronde cherrytomaten, los (10006162) |
m2 |
||||||||||
|
Ronde cherrytomaten, tros (10006162) |
m2 |
||||||||||
|
Ronde tomaten, los (10006165) |
m2 |
||||||||||
|
Ronde tomaten, tros (10006165) |
m2 |
||||||||||
|
Pruimtomaten, los (10006163) |
m2 |
||||||||||
|
Pruimtomaten, tros (10006163) |
m2 |
||||||||||
|
Vleestomaten (10006164) |
m2 |
||||||||||
|
Totaal |
m2 |
||||||||||
|
Overig |
|||||||||||
|
Aardbeien, in betreedbare plastic tunnels (10005921) |
m2 |
||||||||||
|
Aardbeien, onder glas (10005921) |
m2 |
||||||||||
|
Andijvie, breedbladig (10006155) |
m2 |
||||||||||
|
Aubergines (10006128) |
m2 |
||||||||||
|
Courgettes (10006015) |
m2 |
||||||||||
|
Frisée, krulandijvie (10006097) |
m2 |
||||||||||
|
Gember (10007708) |
m2 |
||||||||||
|
Groentezaden |
m2 |
||||||||||
|
Kruiden |
m2 |
||||||||||
|
Komkommers (10006014) |
m2 |
||||||||||
|
Opkweekmateriaal groenten |
m2 |
||||||||||
|
Radijs (10006114) |
m2 |
||||||||||
|
Overige groenten (inclusief meloenen) |
m2 |
||||||||||
|
Totaal |
m2 |
||||||||||
|
Totale oppervlakte groenten onder glas |
m2 |
||||||||||
|
Art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
|||||||||||
|
Biologisch geteeld |
m2 |
||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch |
m2 |
||||||||||
|
Assimilatiebelichting/groeilicht groenten onder glas |
m2 |
Art. 24 Landbouwwet |
|||||||||
|
Sorteert, behandelt of verpakt u op uw teeltlocatie paprika’s en/of Spaanse pepers die niet uit Nederland komen? |
Ja |
Art. 15 Plantgezondheidswet |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Sorteert, behandelt of verpakt u op uw teeltlocatie tomaten die niet uit Nederland komen? |
Ja |
||||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Tuinbouw onder glas: boomkwekerijgewassen en vaste planten |
Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
op 15 mei [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Wat is de oppervlakte van uw hoofdgewassen? |
|||||||||||
|
Hierbij hoort ook de oppervlakte die u nodig heeft voor de teelt, zoals paden in kassen. Heeft u de grond op 15 mei [jaar] nog niet beteeld? Geef dan de eerstvolgende teelt op die u voor eind augustus inzet. |
|||||||||||
|
Vermeerdering en/of aantrekking |
m2 |
||||||||||
|
Volledige teelt onder glas |
m2 |
||||||||||
|
Totale oppervlakte boomkwekerijgewassen en vaste planten |
|||||||||||
|
Art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
|||||||||||
|
Biologisch geteeld |
m2 |
||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch |
m2 |
||||||||||
|
Tuinbouw onder glas: bollenbroei |
|||||||||||
|
in seizoen [vorig jaar/huidig jaar] |
|||||||||||
|
Hoeveel bollen heeft u gebroeid? Tulpen en hyacinten geeft u op per 1000 stuks. Heeft u minder dan 500 bollen gebroeid? Vul dan niets in. Narcissen en overige bollen geeft u op per kg. |
|||||||||||
|
Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
|||||||||||
|
Tulpen |
000 stuks |
||||||||||
|
Hyacinten |
000 stuks |
||||||||||
|
Narcisbollen |
kg |
||||||||||
|
Overige bollen |
kg |
||||||||||
|
Wat is de totale oppervlakte van de kas(sen) waarin u deze bollen broeit? |
m2 |
||||||||||
|
Tuinbouw onder glas: fruit |
Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
op 15 mei [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Wat is de oppervlakte van uw hoofdgewassen? Hierbij hoort ook de oppervlakte die u nodig heeft voor de teelt, zoals paden in kassen. Heeft u de grond op 15 mei [jaar] nog niet beteeld? Geef dan de eerstvolgende teelt op die u voor eind augustus inzet. |
|||||||||||
|
Aalbessen (10006193) |
m2 |
||||||||||
|
Bramen (10005923) |
m2 |
||||||||||
|
Frambozen (10005927) |
m2 |
||||||||||
|
Overig (aardbeien geeft u op bij groenten) |
m2 |
||||||||||
|
Totale oppervlakte fruit onder glas |
m2 |
||||||||||
|
Art. 51 Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten; Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
|||||||||||
|
Biologisch geteeld |
m2 |
||||||||||
|
In omschakeling naar biologisch |
m2 |
||||||||||
|
Tuinbouw onder glas: gebruikstitel |
|||||||||||
|
Op 15 mei [huidig jaar] |
|||||||||||
|
Opgegeven oppervlakte tuinbouw onder glas (zonder bollenbroei) |
m2 |
Verordening (EU) 2018/1091 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken |
|||||||||
|
Verdeel de opgegeven oppervlakte over de volgende gebruikstitels |
|||||||||||
|
Eigendom |
m2 |
||||||||||
|
Erfpacht |
m2 |
||||||||||
|
Pacht |
m2 |
||||||||||
|
Overige gebruikstitels |
m2 |
||||||||||
|
Totale oppervlakte tuinbouw onder glas |
m2 |
||||||||||
|
Tuinbouw onder glas: totale kasoppervlakte |
artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 71v van de Wet belastingen op milieugrondslag |
||||||||||
|
In [vorig jaar] |
|||||||||||
|
Is de oppervlakte van uw kas(sen) meer dan 2.500 m2? |
Ja |
||||||||||
|
Het gaat om de totale kasoppervlakte van alle locaties |
Nee |
||||||||||
|
Tuinbouw onder glas: gegevens locatie [nummer] |
|||||||||||
|
Vul hier het adres in van de kas(sen) waarin u uw gewassen teelt |
|||||||||||
|
Locatie [nummer] |
|||||||||||
|
Naam locatie (niet verplicht) |
|||||||||||
|
Postcode |
|||||||||||
|
Huisnummer |
|||||||||||
|
Toevoeging (niet verplicht) |
|||||||||||
|
Straat |
|||||||||||
|
Plaats |
|||||||||||
|
Heeft u op deze locatie in [huidig jaar] tuinbouw onder glas? |
Ja |
Filtervraag |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Had u op deze locatie in (een deel van) [vorig jaar] verwarmde kassen? |
Ja |
Filtervraag |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Hoe heeft u deze kassen verwarmd in [vorig jaar]? |
artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 71v van de Wet belastingen op milieugrondslag; art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Met aardgas dat ik zelf heb verbruikt |
|||||||||||
|
Door ingekochte warmte die door een ander bedrijf is opgewekt met aardgas. Bijvoorbeeld een (gezamenlijk) energiebedrijf voor glastuinbouw |
|||||||||||
|
Met duurzame warmte opgewekt door uzelf of anderen. |
|||||||||||
|
EAN-code(s) van uw aardgasaansluiting(en) |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Aansluiting 1 |
|||||||||||
|
Aansluiting 2 |
|||||||||||
|
Heeft u op deze locatie op 31 december [vorig jaar] een of meer aardgasgestookte warmtekrachtinstallaties gebruikt? |
Ja |
Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken |
|||||||||
|
Nee |
|||||||||||
|
Wat was het totaal elektrisch vermogen van deze warmtekrachtinstallatie(s) op deze locatie op 31 december [vorig jaar]? |
Mwe |
||||||||||
|
Tuinbouw onder glas: gewassen locatie [nummer] |
Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
[huidig jaar] |
|||||||||||
|
Geef de gewassen op die u teelt op locatie [nummer][eventueel naam]. |
|||||||||||
|
Hieronder ziet u de gewassen die u eerder heeft opgegeven voor uw hele bedrijf. U vult hier alleen de hoeveelheid in die u teelt op deze locatie. |
|||||||||||
|
<gewas> |
m2 |
||||||||||
|
<gewas> |
m2 |
||||||||||
|
Warmteverbruik locatie [nummer] |
|||||||||||
|
[vorig jaar] |
|||||||||||
|
Warmteverbruik van deze locatie |
|||||||||||
|
Het gaat om ingekochte warmte die door een ander bedrijf is opgewekt met aardgas. Bijvoorbeeld een (gezamenlijk) energiebedrijf voor de glastuinbouw. Duurzame warmte, bijvoorbeeld aardwarmte, hoeft u niet op te geven. |
|||||||||||
|
Van wie heeft u deze warmte afgenomen? |
|||||||||||
|
Leverancier 1 |
|||||||||||
|
KVK-nummer leverancier |
artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 71v van de Wet belastingen op milieugrondslag |
||||||||||
|
Naam |
|||||||||||
|
Postcode |
|||||||||||
|
Huisnummer |
|||||||||||
|
Hoeveel warmte heeft u van deze leverancier afgenomen in [vorig jaar]? |
GJ |
Art. 24 Landbouwwet |
|||||||||
|
Warmteverbruik locatie [nummer] [eventueel naam] |
GJ |
||||||||||
|
Paddenstoelenteelt |
Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 betreffende statistieken over de landbouwinput en -output |
||||||||||
|
Hoeveel champignons teelt u op 15 mei [jaar] |
|||||||||||
|
Aantal cellen |
stuks |
||||||||||
|
Welke oppervlakte beteelt u met champignons? Vermenigvuldig de oppervlakte van de cellen (zonder paden) met het aantal lagen van de beschikbare teeltbakken. Teelt u meerdere keren op dezelfde oppervlakte? Geef deze oppervlakte één keer op. |
|||||||||||
|
Oppervlakte met de hand geoogst |
m2 |
||||||||||
|
Oppervlakte machinaal geoogst |
m2 |
||||||||||
|
Totaal oppervlakte |
m2 |
||||||||||
|
Hoeveel substraat heeft u in [vorig jaar] gebruikt? |
|||||||||||
|
Champignons |
ton |
||||||||||
|
Overige eetbare paddenstoelen |
ton |
||||||||||
|
Witloftrek |
Art. 24 Landbouwwet |
||||||||||
|
Hoeveel oppervlakte witlofwortelen heeft u geteeld? |
|||||||||||
|
Het gaat om witlofwortelen geteeld in [vorig jaar] waarvan u in seizoen [vorig jaar/huidig jaar] witlof heeft getrokken. U telt ook de oppervlakte mee die u op een ander bedrijf heeft geteeld of heeft laten telen. |
|||||||||||
|
Oppervlakte |
ha |
||||||||||
|
Welke oppervlakte heeft u beschikbaar voor witlof in bakken in [vorig jaar/huidig jaar] |
|||||||||||
|
Vermenigvuldig de oppervlakte die beschikbaar is voor teeltbakken met het aantal lagen van de teeltbakken. Trekt u meerdere malen witlof op dezelfde oppervlakte? Geef deze oppervlakte één keer op. |
|||||||||||
|
Oppervlakte |
m2 |
||||||||||
|
Producentenorganisaties |
Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten |
||||||||||
|
Van welke erkende producentenorganisatie(s) bent u lid op 1 januari [huidig jaar]? |
|||||||||||
|
Het gaat alleen om organisaties in de groente- en fruitsector |
|||||||||||
|
Nederlandse producentenorganisaties |
|||||||||||
|
Coöperatie Growers United U.A. |
|||||||||||
|
Coöperatie Harvest House U.A |
|||||||||||
|
Coöperatie Kompany U.A. |
|||||||||||
|
Coöperatie Koninklijke Fruitmasters U.A. |
|||||||||||
|
Coöperatie The Greenery U.A. |
|||||||||||
|
Coöperatie Tolpoort Vegetables U.A. |
|||||||||||
|
Coöperatieve Telersvereniging De Schakel U.A. |
|||||||||||
|
Coöperatieve Tuinbouwveiling Zaltbommel en Omstreken B.A. |
|||||||||||
|
Koninklijke Coöperatieve Telersvereniging Zuidoost-Nederland U.A. |
|||||||||||
|
Telerscoöperatie Fossa Eugeniana U.A. |
|||||||||||
|
Telerscoöperatie Oxin Growers U.A. |
|||||||||||
|
Een andere in Nederland erkende producentenorganisatie |
|||||||||||
|
Staat uw producentenorganisatie niet op de lijst? Val dan hier de naam in van deze organisatie. |
|||||||||||
|
Naam: |
|||||||||||
|
Buitenlandse producentenorganisaties |
|||||||||||
|
Ik ben lid van een buitenlandse erkende producentenorganisatie |
|||||||||||
|
namelijk: |
|||||||||||
|
Geen producentenorganisatie |
|||||||||||
|
Ik ben geen lid van een erkende producentenorganisatie |
|||||||||||
|
Administratieve lasten |
|||||||||||
|
Hoeveel tijd heeft u besteed aan uw perceelsregistratie en de Gecombineerde opgave? |
|||||||||||
|
Perceelsregistratie |
|||||||||||
|
Inlezen en verzamelen van informatie |
uur |
min |
|||||||||
|
Bijwerken van uw perceelsregistratie |
uur |
min |
|||||||||
|
Gecombineerde opgave |
|||||||||||
|
Inlezen en verzamelen van informatie |
uur |
min |
|||||||||
|
Invullen van de Gecombineerde opgave |
uur |
min |
|||||||||
|
Ondertekenen en versturen |
|||||||||||
|
Controleren |
|||||||||||
|
U heeft de Gecombineerde opgave [huidig jaar] ingevuld. Wilt u de opgave nog controleren? |
|||||||||||
|
Bekijk dan de concept pdf en/of een overzicht van uw opgegeven percelen (csv). |
|||||||||||
|
Gecombineerde opgave [jaar] (concept pdf) |
|||||||||||
|
Gecombineerde opgave [jaar]: Regelingen per perceel (concept pdf) |
|||||||||||
|
Ondertekenen en versturen |
|||||||||||
|
Ik onderteken mijn opgave door te verklaren dat ik: |
|||||||||||
|
> de opgave volledig en naar waarheid heb ingevuld; |
|||||||||||
|
> de regels en verplichtingen weet van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid |
|||||||||||
|
> toestemming geef om mijn persoonsgegevens en het ingevulde e-mailadres te gebruiken voor |
|||||||||||
|
de controle van de subsidies en regelingen; |
|||||||||||
|
> toestemming geef voor areaalmonitoring; |
|||||||||||
|
> een perceel niet meer dan één keer verzeker voor dezelfde schade. Bijvoorbeeld via een producentenorganisatie. Dit geldt alleen voor de regeling Brede weersverzekering; |
|||||||||||
|
> toestemming geef om mijn perceelsgegevens uit te wisselen met de verzekeraar(s) waar ik de brede weersverzekering heb afgesloten. Dit geldt alleen voor percelen die ik heb opgegeven voor de |
|||||||||||
|
regeling Brede weersverzekering; |
|||||||||||
|
> de jonge landbouwer(s) heb opgegeven die op 15 mei [huidig jaar] blokkerende zeggenschap |
|||||||||||
|
heeft (hebben) over het bedrijf. Dit geldt alleen voor de extra betaling jonge landbouwers |
|||||||||||
|
> mijn zeldzame landbouwhuisdieren goed in het I&R-systeem heb staan. Dit geldt alleen voor de |
|||||||||||
|
regeling Behoud van zeldzame landbouwhuisdierrassen |
|||||||||||
|
> toestemming geef om mijn (persoons)gegevens aan de Stichting Weidegang door te geven. |
|||||||||||
|
Zodat zij de eco-activiteit Weidegang kan laten controleren. Dit geldt alleen als u kiest voor deze |
|||||||||||
|
eco-activiteit |
|||||||||||
|
> voldoe aan de voorwaarden van de uitvoeringsregeling GLB 2023. |
|||||||||||
|
Ik ben akkoord |
|||||||||||
|
Onderteken en verstuur opgave |
|||||||||||
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-3657.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.