Besluit van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek van 10 december 2025, nr. PLJ2627, tot vaststelling van een subsidieregeling Lokale Journalistieke Impact 2026–2027

Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek,

Handelend in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 8.3 en 8.15a van de Mediawet 2008;

Besluit:

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

a) journalistiek handelen:

het vergaren, verwerken en verspreiden van informatie en nieuws, waarbij:

  • i. het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen berichtgeving die bestemd is voor een breed publiek en die bestaat uit originele, eigen content die niet machine-gegenereerd is;

  • ii. gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en

  • iii. verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.

b) lokaal gebied:

Een niet-landelijk dekkend gebied met herkenbare gemeenschappelijke kenmerken op het gebied van taal, cultuur, bevolkingssamenstelling of institutionele structuur.

c) lokale publieke media-instelling:

instelling die op grond van titel 2.3 van de Mediawet 2008 is aangewezen voor de verzorging van een lokale publieke mediadienst voor een of meer gemeenten;

d) ontwikkelsubsidie:

subsidie voor kortlopende projecten ten behoeve van de financiële verduurzaming van private lokale mediaorganisaties;

e) private lokale mediaorganisatie:

een private organisatie die zich al minimaal 5 jaar bezighoudt met het maken en leveren van een dienst of product waarbij:

  • i. de organisatie is gevestigd in Nederland;

  • ii. de organisatie is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;

  • iii. ten minste 25% van het product of de dienst tot stand komt door journalistiek handelen;

  • iv. de organisatie zich richt op een lokaal gebied;

  • v. de activiteiten van de organisatie gericht zijn op de Nederlandse markt; en

  • vi. de organisatie niet is aangewezen als lokale publieke media-instelling.

f) Stimuleringsfonds:

het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008.

g) De-minimisverordening:

Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, C/2023/9700, PB L 2023/2831, 15.12.2023

h) De-minimissteun:

steun die wordt verleend binnen de kaders van de de-minimisverordening.

Artikel 1.2 Doel van de subsidie en subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidieverstrekking op grond van deze regeling heeft tot doel het ondersteunen van private lokale journalistieke organisaties bij het versterken van hun journalistieke praktijk en het financieel verduurzamen van hun organisatie. Om dat doel te bereiken kan het Stimuleringsfonds subsidie verstrekken voor activiteiten ten behoeve van het structureel versterken van de journalistieke kwaliteit en de financiële basis van private lokale mediaorganisaties. Hiermee wordt het voor dergelijke organisaties mogelijk om zowel een journalistieke kwaliteitsslag te kunnen maken als ook te kunnen werken aan een goed functionerend en toekomstbestendig verdienmodel.

  • 2. Deelname aan een door het Stimuleringsfonds aangeboden begeleidingsprogramma maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de subsidieverlening op grond van deze regeling.

Artikel 1.3 Subsidieperiode

Een subsidie wordt verstrekt voor een periode van maximaal 12 maanden voor de kosten van subsidiabele activiteiten die worden uitgevoerd in de periode 1 juni 2026 tot en met 31 mei 2027.

Artikel 1.4 Subsidieplafond

  • 1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal 640.000 euro beschikbaar.

  • 2. Het Stimuleringsfonds weigert een subsidieaanvraag voor zover door de verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. Als na de subsidieverstrekking op grond van deze regeling het beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, niet geheel is gebruikt, kan het resterende deel gereserveerd worden ter besteding aan andere doelen van het Stimuleringsfonds.

Artikel 1.5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. Op grond van deze regeling kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor de volgende kosten:

    • a) Journalistieke arbeidskosten: de kosten van een passende beloning van nieuwe medewerkers op arbeidsplaats(en) uitsluitend ten behoeve van de journalistieke ontwikkeling van de organisatie, tot maximaal 50.000 euro per medewerker inclusief werkgeverslasten;

    • b) Deelnamekosten: de kosten van een tegemoetkoming voor tijdinvestering van de medewerkers van de organisatie die deelnemen aan het begeleidingstraject, tot maximaal 30 euro per uur per medewerker.

  • 2. De subsidiabele kosten worden door de aanvrager berekend volgens door het Stimuleringsfonds vastgestelde instructies.

  • 3. Voor subsidie komen uitsluitend de in het eerste lid genoemde kosten in aanmerking, die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.

  • 4. Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na subsidieverlening door de subsidieontvanger zijn gemaakt voor uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit anderen hoofde zijn of worden gefinancierd.

  • 5. Verschuldigde btw komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking ingeval de aanvrager deze niet kan verrekenen.

HOOFDSTUK 2 AANVRAAG TOT SUBSIDIEVERLENING

Artikel 2.1 Subsidieaanvrager

  • 1. Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een private lokale mediaorganisatie als bedoeld in artikel 1.1, onder e.

  • 2. Een private lokale mediaorganisatie kan op grond van deze regeling slechts eenmaal voor één dienst of product subsidie aanvragen.

  • 3. Het is voor een private lokale mediaorganisatie die al subsidie ontvangt binnen de Subsidieregeling Verduurzaming Onderzoeksjournalistieke Organisaties 2025-2026 (Staatscourant 2025, 32174) niet mogelijk om op grond van deze regeling subsidie aan te vragen. Een dergelijke subsidieaanvraag wordt geweigerd.

Artikel 2.2 Subsidieaanvraag

  • 1. Een aanvraag wordt uitsluitend ingediend door het invullen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld aanvraagformulier op de website van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:

    • a) Een beschrijving van de voorgenomen activiteiten, een plan van aanpak, de ambities en het einddoel van het plan;

    • b) Een beschrijving van de aard en omvang van het team dat de voorgenomen activiteiten gaat uitvoeren;

    • c) Cv’s van alle deelnemende teamleden;

    • d) Een realistische begroting inclusief dekkingsplan van de met de voorgenomen activiteiten verband houdende kosten, conform een door het Stimuleringsfonds vastgestelde modelbegroting;

    • e) Het Kamer van Koophandel nummer;

    • f) Een de-minimisverklaring, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld model, over de de-minimissteun en andere staatssteun die de aanvrager in de afgelopen drie jaren heeft ontvangen;

    • g) Indien beschikbaar: de meest recente jaarrekening en het meest recente jaarverslag.

  • 2. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze volledig is. Het Stimuleringsfonds beoordeelt binnen een week na indiening van de aanvraag de volledigheid daarvan. In voorkomend geval krijgt de aanvrager bericht over ontbrekende gegevens, met de eenmalige uitnodiging om de ontbrekende gegevens alsnog binnen één week, maar in elk geval voor het einde van de periode als genoemd in artikel 2.3, aan te leveren. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de aanvraag geweigerd.

Artikel 2.3 Termijn aanvraag

Een aanvraag wordt ingediend in de periode van 26 januari 2026 tot en met 23 maart 2026 om 23:59 uur.

HOOFDSTUK 3 SUBSIDIEVERLENING

Artikel 3.1 Verdeling subsidie

Het voor subsidie beschikbare bedrag wordt verdeeld op basis van een rangschikking van de aanvragen.

Artikel 3.2 Drempelcriteria

  • 1. Aanvragen worden door het Stimuleringsfonds eerst beoordeeld aan de hand van het volgende drempelcriterium:

    • a) De aanvrager voldoet aan artikel 2.1, eerste lid.

  • 2. Als een aanvraag niet aan het drempelcriterium voldoet, wijst het Stimuleringsfonds de aanvraag af.

Artikel 3.3 Inhoudelijke criteria

  • 1. Alleen indien de aanvraag voldoet aan artikel 3.2, wordt de aanvraag beoordeeld aan de hand van de volgende inhoudelijke criteria:

    • a) Visie: in hoeverre is er sprake van een duidelijke visie op het versterken van de journalistieke praktijk en de financiële verduurzaming van de organisatie? In hoeverre levert de visie een bijdrage aan de pijlers Verbinden, Versterken, Vernieuwen en Verdienen?

    • b) Plan van aanpak: in hoeverre is het plan van aanpak haalbaar? In hoeverre is het aannemelijk dat deze aanpak bijdraagt aan de versterking van de journalistieke praktijk en financiële verduurzaming van de organisatie?

    • c) Team: in hoeverre beschikt het team over de nodige competenties om de organisatie op het vlak van versterking van de journalistieke praktijk en financiële verduurzaming te helpen groeien? In welke mate is de directie en/of het management betrokken bij het subsidie- en begeleidingstraject?

  • 2. In de toelichting op deze regeling zijn de criteria en de wijze waarop het Stimuleringsfonds de criteria weegt, uitgewerkt.

Artikel 3.4 Beoordeling inhoudelijke criteria en rangschikking

  • 1. Bij beoordeling van de aanvraag op de inhoudelijke criteria wordt het oordeel door het Stimuleringsfonds vertaald in een waardering per criterium. Hierbij wordt gewerkt met een systeem waarin deze waardering wordt omgezet in een cijfer. Zowel de waardering als het cijfer staan op zichzelf; aanvragen worden niet direct met elkaar vergeleken.

  • 2. Het Stimuleringsfonds komt voor iedere aanvraag voor tot een gemotiveerde score volgens een vijfpuntenschaal: 1. Onvoldoende; 2. Matig; 3. Voldoende; 4. Goed; 5. Zeer goed.

  • 3. De inhoudelijke criteria ‘Plan van aanpak’ en ‘Visie’ wegen ieder even zwaar mee in de beoordeling. Het criterium ‘Team’ heeft een zwaardere weging en telt voor twee keer mee ten opzichte van de andere criteria.

  • 4. De scores per criterium worden bij elkaar opgeteld en vormen zo de totaalscore van de aanvraag.

  • 5. De rangschikking wordt bepaald door het totaal aantal punten dat wordt behaald, waarbij aanvragen met de hoogste scores het eerst in aanmerking komen voor subsidie.

  • 6. Niet voor rangschikking in aanmerking komen aanvragen die na de beoordeling minder dan 12 punten hebben gehaald. Die aanvragen worden afgewezen.

  • 7. Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt het budget als volgt verdeeld:

    • a) de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het vijfde lid, wordt als eerste gehonoreerd;

    • b) telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;

    • c) indien meerdere aanvragen dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden, dan worden deze gelijk geëindigde aanvragen als volgt gerangschikt:

      • i. Op basis van de toegekende score op het criterium ‘Team’;

      • ii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium 'Plan van aanpak’;

      • iii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘Visie’;

      • iv. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van loting door een notaris.

  • 8. Wanneer door de verstrekking van een subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden, worden zowel de aanvraag voor die subsidie als de daarop in de rangorde volgende aanvragen, afgewezen.

  • 9. Wanneer de subsidieverlening niet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening voldoet, wordt de subsidieverlening geweigerd of wordt, indien mogelijk, minder subsidie verleend dan aangevraagd.

Artikel 3.5 Besluit

Het Stimuleringsfonds beslist binnen 12 weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 2.3.

Artikel 3.6 Subsidiehoogte

De maximale hoogte van de te verlenen subsidie per aanvrager is 80.000 euro.

Artikel 3.7 Bevoorschotting

  • 1. Bij subsidieverlening wordt het verleende subsidiebedrag in twee termijnen betaald, waarbij:

    • a) Negentig procent van het verleende subsidiebedrag bij wijze van voorschot wordt betaald binnen vier weken na bekendmaking van het besluit tot subsidieverlening;

    • b) Als de subsidie overeenkomstig de verlening wordt vastgesteld, het restant van tien procent na het besluit tot subsidievaststelling wordt betaald.

  • 2. In overleg kan het Stimuleringsfonds bij wijze van uitzondering afwijken van de hoogte van bovengenoemde tranches en overgaan tot een andere percentuele betaling.

HOOFDSTUK 4 SUBSIDIEVASTSTELLING

Artikel 4.1 Aanvraag tot vaststelling

  • 1. Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend in de periode van 5 juli 2027 tot en met 9 juli 2027.

  • 2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een inhoudelijk verslag en een financieel verslag als bedoeld in artikel 4.2.

Artikel 4.2 Inhoudelijk verslag en financieel verslag

  • 1. Het inhoudelijk verslag bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.

  • 2. Het financieel verslag sluit aan op de ingediende begroting. Het financieel verslag bevat een bestedingsverantwoording over de gehele projectperiode, afgezet tegen de begroting zoals deze bij de subsidieaanvraag is ingediend.

  • 3. Het inhoudelijke verslag en het financieel verslag worden opgesteld volgens een door het Stimuleringsfonds vast te stellen format.

  • 4. Het Stimuleringsfonds kan in het besluit tot subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van het inhoudelijke verslag en het financieel verslag.

  • 5. Het Stimuleringsfonds kan ten behoeve van de subsidievaststelling een door hem aan te wijzen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een onderzoek laten instellen naar de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie en rapport van feitelijke bevindingen laten opstellen volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld protocol. Deze accountant zal worden bekostigd door het Stimuleringsfonds.

Artikel 4.3 Wijziging, intrekking en terugvordering

  • 1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het Stimuleringsfonds de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, als:

    • a) de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;

    • b) de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    • c) de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;

    • d) de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.

    De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij het Stimuleringsfonds bij de intrekking of wijziging anders bepaalt.

  • 2. Het Stimuleringsfonds kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:

    • a) op grond van feiten of omstandigheden waarvan het Stimuleringsfonds bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;

    • b) als de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten; of

    • c) als de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

    De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij het Stimuleringsfonds bij de intrekking of wijziging anders bepaalt.

  • 3. Het Stimuleringsfonds kan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terugvorderen.

HOOFDSTUK 5 ONTWIKKELSUBSIDIE

Artikel 5.1 Aanvraag ontwikkelsubsidie

  • 1. Ontwikkelsubsidie kan alleen worden aangevraagd door een subsidieontvanger die op grond van deze regeling reeds subsidie ontvangt, als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, onderdeel a of b en die met het team deelneemt aan alle georganiseerde activiteiten binnen het begeleidingsprogramma.

  • 2. Een aanvraag wordt uitsluitend ingediend door het invullen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld aanvraagformulier op de website van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:

    • a) een beschrijving van de voorgenomen activiteiten;

    • b) een realistische begroting, conform een door het Stimuleringsfonds vastgestelde modelbegroting, van de met de voorgenomen activiteiten verband houdende kosten;

    • c) een onderbouwing van de wijze waarop het voorgenomen kortlopende project bijdraagt aan de financiële verduurzaming van de private lokale mediaorganisaties;

    • d) Een de-minimisverklaring, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld model, over de de-minimissteun en andere staatssteun die de aanvrager in de afgelopen drie jaren heeft ontvangen.

  • 3. Het Stimuleringsfonds beslist binnen 4 weken op een aanvraag voor ontwikkelsubsidie.

Artikel 5.2 Kosten die voor de ontwikkelsubsidie in aanmerking komen

  • 1. Voor de ontwikkelsubsidie komen uitsluitend de in het vierde lid van dit artikel genoemde kosten in aanmerking die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.

  • 2. Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na subsidieverlening door de subsidieontvanger zijn gemaakt en betaald.

  • 3. Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit anderen hoofde zijn, kunnen of worden gefinancierd.

  • 4. Op grond van deze regeling kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor kosten die direct verband houden met activiteiten ten behoeve van de financiële verduurzaming van de private lokale mediaorganisaties.

  • 5. Verschuldigde btw komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking ingeval de aanvrager de btw niet kan verrekenen met de door hem af te dragen omzetbelasting.

Artikel 5.3 Subsidieplafond ontwikkelsubsidie

  • 1. Voor de ontwikkelsubsidie is in totaal 50.000 euro beschikbaar.

  • 2. Het Stimuleringsfonds weigert een subsidieaanvraag voor de ontwikkelsubsidie voor zover door de verstrekking daarvan het subsidieplafond zou worden overschreden.

  • 3. Het Stimuleringsfonds kan besluiten het subsidieplafond te verhogen. Een besluit tot het verhogen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt door middel van publicatie in de Staatscourant en op de website van het Stimuleringsfonds www.svdj.nl.

Artikel 5.4 Termijn indiening aanvraag ontwikkelsubsidie

  • 1. Aanvragen voor de ontwikkelsubsidie kunnen op maximaal twee aangewezen data worden ingediend, gedurende de gehele looptijd van het begeleidingsprogramma. Deze data zullen bij de start van het begeleidingsprogramma bekend worden gemaakt.

  • 2. De tweede aanvraag voor ontwikkelsubsidie als bedoeld in het eerste lid, kan enkel worden ingediend als de daaraan voorafgaande ontwikkelsubsidie is vastgesteld en de subsidieontvanger heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 5.5 Verdeling subsidie en beoordeling aanvragen ontwikkelsubsidie

  • 1. Het Stimuleringsfonds beslist op volgorde van binnenkomst op de aanvragen voor ontwikkelsubsidie.

  • 2. De aanvragen voor ontwikkelsubsidie worden beoordeeld op de volgende criteria:

    • a) het voorgenomen project waarvoor ontwikkelsubsidie wordt aangevraagd draagt bij aan de verdere ontwikkeling en uitvoering van de activiteiten ten behoeve van het financieel verduurzamen van de private lokale mediaorganisatie;

    • b) de begroting geeft blijk van een realistische verhouding tussen de kosten en de voorgenomen activiteiten;

    • c) het voorgenomen project kan worden uitgevoerd binnen een periode van 3 maanden;

    • d) bij de totstandkoming van het voorgenomen project is de door het Stimuleringsfonds vastgestelde ontwikkelmethode gevolgd.

  • 3. Indien de activiteiten waarvoor ontwikkelsubsidie wordt aangevraagd niet voldoen aan de criteria uit het tweede lid, dan wordt de aanvraag afgewezen.

  • 4. Wanneer de subsidieverlening niet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening voldoet, wordt de subsidieverlening geweigerd of wordt, indien mogelijk, minder subsidie verleend dan aangevraagd.

Artikel 5.6 Subsidiehoogte

De maximale hoogte van de te verlenen ontwikkelsubsidie per aanvrager is 6.250 euro.

Artikel 5.7 Verstrekking subsidievoorschot

  • 1. Bij de subsidieverlening wordt bij wijze van voorschot het volledig verleende subsidiebedrag uitgekeerd.

  • 2. Indien het uitgekeerde voorschot hoger is dan de vastgestelde subsidie, kan dit verschil worden verrekend met een volgende ontwikkelsubsidie.

Artikel 5.8 Aanvraag tot vaststelling ontwikkelsubsidie

  • 1. Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend na afloop van elk project binnen het begeleidingsprogramma, uiterlijk op de daartoe door het Stimuleringsfonds vast te stellen data.

  • 2. Alle aanvragen tot subsidievaststelling moeten uiterlijk 31 mei 2027 zijn ingediend.

  • 3. Een aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een activiteitenverslag en een financieel verslag, zoals bedoeld in artikel 4.8. Het activiteitenverslag en het financieel verslag worden uitsluitend ingediend volgens een door het Stimuleringsfonds vast te stellen format.

  • 4. De subsidie wordt vastgesteld op basis van het activiteitenverslag en het financieel verslag.

Artikel 5.9 Activiteitenverslag en financieel verslag

  • 1. Het activiteitenverslag bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor de ontwikkelsubsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de effecten daarvan voor de private lokale mediaorganisatie.

  • 2. Het financieel verslag bevat een overzicht van de gerealiseerde kosten ten opzichte van de begrote kosten in de aanvraag tot subsidieverlening.

Artikel 5.10 Wijziging, intrekking en terugvordering

  • 1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het Stimuleringsfonds de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, als:

    • a) de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;

    • b) de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    • c) de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;

    • d) de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.

    De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij het Stimuleringsfonds bij de intrekking of wijziging anders bepaalt.

  • 2. Het Stimuleringsfonds kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:

    • a) op grond van feiten of omstandigheden waarvan het Stimuleringsfonds bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;

    • b) als de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten; of

    • c) als de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

    De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij het Stimuleringsfonds bij de intrekking of wijziging anders bepaalt.

  • 3. Het Stimuleringsfonds kan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terugvorderen.

HOOFDSTUK 6 VERPLICHTINGEN EN VERANTWOORDING

Artikel 6.1 Medewerkings- en informatieplicht

  • 1. De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uit te voeren overeenkomstig de beschrijving in de aanvraag.

  • 2. Het Stimuleringsfonds stelt voor iedere subsidieontvanger een begeleider beschikbaar. De subsidieontvanger voert regelmatig overleg met de begeleider, stelt zich coachbaar op en volgt in dat verband de aanwijzingen van de begeleiding op.

  • 3. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens het Stimuleringsfonds ingestelde onderzoeken, bijeenkomsten en overlegrondes die erop gericht zijn kennis te delen met andere deelnemers en het Stimuleringsfonds inlichtingen te verschaffen over de voortgang en staat van projecten alsmede ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens het Stimuleringsfonds te voeren beleid.

  • 4. De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het Stimuleringsfonds van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie, waaronder ingrijpende wijzigingen in de opzet en uitvoering van een project en elke wijziging die leidt tot een aanpassing van de begroting met meer dan 10 procent van de totale kosten. Bij het melden van een dergelijke omstandigheid worden de relevante stukken overgelegd.

  • 5. De subsidieontvanger werkt mee aan overleg over en presentatie en publicatie van tussentijdse resultaten van de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten, met als doel projecten onder de aandacht te brengen en kennis te delen met andere partijen uit de sector.

HOOFDSTUK 7 SLOTBEPALINGEN

Artikel 7.1 Begrotingsvoorbehoud

Voor zover subsidies worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, gebeurt dit onder de voorwaarde dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voldoende middelen ter beschikking worden gesteld aan het Stimuleringsfonds ter uitvoering van deze regeling.

Artikel 7.2 Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling treedt in werking op 10 december 2025

  • 2. Als de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 10 december 2025, treedt deze regeling in afwijking van het eerste lid in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 10 december 2025.

  • 3. Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2027. In afwijking van de eerste volzin blijft deze regeling zoals hij luidde op de dag voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, van toepassing op de afwikkeling van op grond van deze regeling ingediende aanvragen en verleende subsidies.

Artikel 7.3 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Programma Lokale Journalistieke Impact 2026–2027.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Namens het bestuur van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, F. van Exter Voorzitter

TOELICHTING OP DE SUBSIDIEREGELING LOKALE JOURNALISTIEKE IMPACT 2026–2027

I. Algemeen

In zijn brief van 25 oktober 2024 aan de Tweede Kamer1, schreef toenmalig Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Eppo Bruins, over zijn inzet op het gebied van lokale en regionale journalistiek. Naar aanleiding van de aangenomen motie door de heer Van Strien2, licht de minister in deze brief zijn inzet op het gebied van lokale en regionale media toe. Specifiek benoemt hij zijn inzet voor private lokale en regionale media. Naast enkele subsidies en begeleidingsprogramma’s die het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (hierna: Stimuleringsfonds) al uitvoert ten behoeve van de versterking en weerbaarheid van de lokale journalistiek, geeft de minister aan dat het Stimuleringsfonds tevens de ruimte heeft om één of meer aanvullende regelingen te ontwikkelen die de lokale journalistiek versterken. Het Programma Lokale Journalistieke Impact 2026–2027 is hier een uitwerking van.

Sinds 2022 voert het Stimuleringsfonds een overbruggingsregeling uit voor de lokale publieke media-instellingen3 om te professionaliseren, in aanloop naar een stelselwijziging van de lokale omroepen, waarbij enerzijds de bekostiging wijzigt en anderzijds de beoordelingsprocedure. Om lokale omroepen op deze stelselwijziging voor te bereiden wordt met de regeling professionalisering Lokale Publieke Media-instellingen al stevig geïnvesteerd in de lokale publieke media.

Als Stimuleringsfonds zetten we ons in om de kwaliteit, diversiteit en onafhankelijkheid van de journalistiek in Nederland te versterken. Elke burger zou toegang moeten hebben tot journalistiek die aansluit bij diens gebruiksbehoefte en daarmee bijdraagt aan een sterke democratische informatiepositie.

Om te waarborgen dat Nederland een pluriform medialandschap heeft met op lokaal, regionaal en landelijk niveau kwalitatief hoogstaande journalistiek is, is het belangrijk om, naast de publieke sector, ook de private sector te stimuleren. Er is een groot aantal private lokale en regionale nieuwsmedia die de burgers van lokaal en regionaal nieuws voorzien. Zij vervullen daarmee een belangrijke maatschappelijke functie.

Daarom heeft het Stimuleringsfonds sinds een aantal jaar met diverse subsidieregelingen, onderzoeken, begeleidingsprogramma’s en vele gesprekken de private lokale sector onder de loep genomen. Er is zo een goed beeld ontstaan op welke manier deze organisaties ondersteund kunnen worden om hun journalistiek en organisatie te versterken en aan te passen aan het veranderende mediagebruik van het publiek. Naast het coachingstraject private lokale media4, een begeleidingsprogramma waarbij lokale private media worden ondersteund bij het ontwikkelen van een organisatiestrategie, heeft de SVDJ Incubator in 2024–2025 in het teken gestaan van de lokale private journalistieke sector. De SVDJ Incubator is een programma gericht op het creëren van innovatieve oplossingen voor uitdagingen binnen de journalistiek. In 2024–2025 was de hoofdvraag: ‘Hoe versterken we het bestaansrecht van de private lokale journalistiek?’5.

Uit al deze onderzoeken, gesprekken en de resultaten van de subsidieregelingen komt een beeld naar voren van een sector onder druk. Met weinig mensen en middelen moet steeds meer werk verricht worden, tegen steeds hogere kosten en inkomstenstromen die afnemen. Er is weinig ruimte voor innovatie, organisatieontwikkeling of om nieuwe journalistieke vaardigheden te ontwikkelen. Dit terwijl deze juist nodig zijn om te voldoen aan veranderende publiekbehoeften en voor deze organisaties om hun democratische taken goed uit te kunnen voeren.

Om deze private organisaties de ruimte te geven en te stimuleren hun journalistieke kwaliteit en processen op financieel duurzame wijze te ontwikkelen, heeft het Stimuleringsfonds het Programma Lokale Journalistieke Impact 2026–2027 ontwikkeld.

Deze subsidieregeling heeft als doel om lokale private journalistieke organisaties te ondersteunen bij het versterken van hun journalistieke praktijk, door subsidie beschikbaar te stellen om extra journalistieke arbeidskrachten in te zetten. Daarnaast ondersteunt de subsidieregeling en het bijhorende begeleidingsprogramma bij het financieel verduurzamen van hun organisatie. Hiermee wordt het voor dergelijke organisaties mogelijk om zowel een journalistieke kwaliteitsslag te kunnen maken en tegelijkertijd te werken aan hun verdienmodel.

Naast subsidie voor nieuwe arbeidskrachten is er subsidie beschikbaar voor een tegemoetkoming voor bestaande medewerkers die deelnemen aan het begeleidingsprogramma. Verder zal er een ontwikkelsubsidie zijn waar de subsidieontvangers tweemaal in de subsidieperiode aanspraak op kunnen maken. Hiermee kunnen aanvragers specifieke kortlopende projecten uitvoeren, om zo meer te leren over bijvoorbeeld hun publiek, gebruikersbehoeften, nieuwe vertelvormen en nieuwe inkomstenbronnen.

Uit de resultaten van de SVDJ Incubator van 2024–20256 en de lessen van het coachingstraject heeft het Stimuleringsfonds strategische vernieuwingen geïdentificeerd waar kansen liggen voor een toekomstbestendige lokale journalistiek. Deze vernieuwingen zijn de inhoudelijke richtlijn voor het begeleidingsprogramma van de subsidieregeling:

  • Van informatievoorziening naar gemeenschapsverbinding (verbinden);

  • Versterking van de journalistieke meerwaarde (versterken);

  • Van technologie als hulpmiddel naar technologie als strategisch instrument (vernieuwen);

  • Van bereik naar relatie als basis voor je verdienmodel (verdienen).

Het begeleidingsprogramma is erop gericht om organisaties op deze vier pijlers de handvatten te geven om hun organisatiestrategie verder te ontwikkelen, die past bij de organisatie en op lange termijn kan helpen de journalistieke kwaliteit op duurzame wijze naar een hoger niveau te brengen.

Staatssteun

De subsidieverlening op basis van deze subsidieregeling kwalificeert als staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Staatssteun moet in principe ter goedkeuring worden aangemeld bij de Europese Commissie, tenzij een vrijstelling van toepassing is. Eén van die vrijstellingen is opgenomen in de de-minimisverordening. Op basis van de de-minimisverordening mag een onderneming maximaal 300.000 euro de-minimissteun per drie jaar ontvangen. Het Stimuleringsfonds moet kunnen controleren of deze drempel niet wordt overschreden. Daarvoor moet door de subsidieaanvrager een de-minimisverklaring worden ingevuld. Als op een later moment, na de subsidieverlening, blijkt dat niet aan de voorwaarden is voldaan, dan is het Stimuleringsfonds genoodzaakt om de subsidie bij de subsidieontvanger terug te vorderen (op basis van artikel 108, lid 3, VWEU).

II. Artikelsgewijs

Artikel 1.1 Definities

Bij artikel 1.1, onderdeel e. Het begrip private lokale mediaorganisatie

Voorbeelden van partijen die voor deze regeling subsidie kunnen aanvragen zijn: lokale nieuwsbladen, huis-aan-huiskranten, lokale dagbladen en lokale nieuwswebsites.

Bij artikel 1.1, onderdeel d. Het begrip ontwikkelsubsidie

Met kortlopend wordt hier bedoeld: een project met een looptijd van 2 tot4 maanden.

Artikel 1.5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Subsidieverstrekking vindt plaats in het kader van activiteiten voor het structureel versterken van de journalistieke kwaliteit en de financiële basis van private lokale mediaorganisaties. Kosten die in aanmerking komen voor subsidie zijn loonkosten van nieuwe medewerkers die activiteiten uitvoeren ten bate van de versterking van de journalistieke kwaliteit en deelnamekosten zoals beschreven in het eerste lid onder b.

Onder nieuwe medewerkers wordt verstaan: het inhuren van nieuwe arbeidskrachten boven op het huidige personeelsbestand en/of het uitbreiden van werkzaamheden en uren in bestaande contracten (dienstverband of freelance).

Medewerkers kunnen zowel arbeidskrachten in dienstverband of ingehuurde arbeidskrachten op freelancebasis zijn. Onder loonkosten voor medewerkers wordt verstaan, in geval van dienstverband: het brutoloon, plus werkgeverslasten. Onder werkgeverslasten wordt verstaan: vakantiegeld, loonheffingen en pensioenafdracht. Andere werkgeverslasten zoals reis- en verblijfskosten, opleidingskosten en secundaire arbeidsvoorwaarden kunnen niet worden opgevoerd en zijn niet subsidiabel.

De aanvrager draagt zorg voor passende beloning van de medewerkers. Bij het bepalen van een passende beloning dient de aanvrager de richtlijnen van de Fair Practice Code voor de culturele en creatieve industrie te volgen. Deze zijn te raadplegen via: https://fairpracticecode.nl/.

Het Stimuleringsfonds legt de verantwoordelijkheid voor een passende beloning nadrukkelijk bij de aanvrager en verleent alleen een bijdrage tot een bepaald maximum. Op basis van deze regeling kan een maximale bijdrage van 50.000 euro per medewerker (inclusief werkgeverslasten) worden verstrekt.

Eerste lid onder b deelnamekosten

Met deze tegemoetkoming wordt deelname aan het begeleidingsprogramma financieel ondersteund om de toegankelijkheid ervan te vergroten en deelname vanuit de organisatie te stimuleren. Denk hierbij aan rollen als management, media-adviseurs, IT-personeel, vormgevers.

Het begeleidingsprogramma vormt een essentieel onderdeel van het bredere doel van de regeling: het versterken van de kwaliteit, effectiviteit en impact van de activiteiten die binnen de regeling worden ondersteund. Deelname aan het programma draagt bij aan kennisdeling, versterking van uitvoeringscapaciteit en een betere aansluiting bij de doelstelling van de regeling: het structureel versterken van de journalistieke kwaliteit en de financiële basis van private lokale mediaorganisaties.

Artikel 2.1 Subsidieaanvrager

Bij artikel 2.1, tweede lid

Als de private lokale mediaorganisatie een (overkoepelende) uitgever betreft die zich bezighoudt met het maken en leveren van meerdere diensten of producten, dient in de aanvraag een keuze te worden gemaakt voor welk product of welke dienst (bijvoorbeeld één titel of uitgave) er subsidie wordt aangevraagd. Het is niet mogelijk om voor meerdere producten of diensten van een en dezelfde private lokale mediaorganisatie een aanvraag te doen.

Artikel 2.2 Subsidieaanvraag

Bij artikel 2.2, eerste lid

Deze regeling is gericht op de ontwikkeling van private lokale mediaorganisaties, waarbij aandacht wordt besteed aan zowel het versterken van de journalistieke kwaliteit als het financieel verduurzamen van de organisatie. Om deze organisatie te helpen richting te geven in dit proces heeft het Stimuleringsfonds 4 pijlers geformuleerd, die ingezet kunnen worden bij het ontwikkelen en vormgeven van strategische doelen. Deze pijlers komen voort uit de resultaten van de subsidieregeling SVDJ Incubator en de ervaringen en lessen die zijn opgedaan in het kader van het begeleidingsprogramma Coachingstraject private lokale media:

  • Van informatievoorziening naar gemeenschapsverbinding (verbinden);

  • Versterking van de journalistieke meerwaarde (versterken);

  • Van technologie als hulpmiddel naar technologie als strategisch instrument (vernieuwen);

  • Van bereik naar relatie als basis voor je verdienmodel (verdienen).

Verbinden

Deze pijler vormt het fundament en startpunt, de toegevoegde waarde die de lokale journalistiek bij uitstek kan bieden: dichtbij mensen staan, geworteld zijn in de gemeenschap en verhalen maken die het lokale publiek verbinden en vertegenwoordigen.

Doel: Het verstevigen van de band tussen lokale media en publiek.

Versterken

Bij deze pijler draait het om journalistieke kwaliteit, onafhankelijkheid en verantwoording. Oftewel, de interne, journalistieke processen van lokale nieuwsorganisaties en hoe zij verantwoording afleggen voor wat zij doen en hoe ze dat doen aan hun publiek.

Doel: Journalistieke vaardigheden en werkprocessen versterken en ontwikkelen.

Vernieuwen

Deze pijler betreft toegepaste innovatie en het aanpassen aan veranderende mediaomstandigheden, door te experimenteren met nieuwe vertelvormen en formats en het strategisch inzetten van technologie en digitale tools.

Doel: Vernieuwen op een pragmatische manier.

Verdienen

Deze pijler focust op het ontwikkelen van strategieën voor (nieuwe) inkomstenbronnen, zoals het versterken van de huidige verdienmodellen, diversifiëren qua inkomstenbronnen en het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen, op basis van publieksrelatie.

Doel: Bouw aan (nieuwe) duurzame verdienmodellen.

Bij artikel 2.2, eerste lid, onder f

Het Stimuleringsfonds moet kunnen controleren of de drempel van de de-minimisverordening niet wordt overschreden. Bij de aanvraag moet de aanvrager daarom een de-minimisverklaring overleggen waarin is verklaard hoeveel de-minimissteun en andere staatssteun hij de afgelopen drie jaar heeft ontvangen. Het Stimuleringsfonds verstrekt hiervoor een modelverklaring die door de aanvrager moet worden ingevuld.

Bij artikel 2.2, tweede lid

Bij de beoordeling op volledigheid worden de bij de aanvraag ingeleverde documenten door het Stimuleringsfonds enkel getoetst op:

  • Werkzaamheid: is het (geüploade) bestand te openen en niet beschadigd;

  • Format: is de begroting, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder d, opgesteld in het door het Stimuleringsfonds vastgestelde format;

  • Plaats: is het gevraagde document op de juiste plaats in het aanvraagformulier geüpload?

Artikel 3.3 Inhoudelijke criteria

Bij het beoordelen van de aanvragen aan de hand van de verschillende beoordelingscriteria betrekt het Stimuleringsfonds de volgende gezichtspunten:

  • a. Visie: in hoeverre is er sprake van een duidelijke visie op het versterken van de journalistieke praktijk en de financiële verduurzaming van de organisatie? In hoeverre levert de visie een bijdrage aan een of meerdere pijlers (Verbinden, Versterken, Vernieuwen en Verdienen)?

    Bij het criterium ‘Visie’ wordt beoordeeld of er een duidelijk beeld is van waar de organisatie nu staat, waar de organisatie heen wil en welke strategische doelstellingen hierbij passen. Bij de beoordeling wordt het onderstaande meegewogen:

    • i. Maakt de aanvrager in voldoende mate inzichtelijk wat haar vertrekpunt is voor het versterken van de journalistieke praktijk en financieel verduurzamen van de organisatie?

    • ii. Worden de eigen knelpunten en ruimte voor verbetering van de aanvrager in voldoende mate inzichtelijk gemaakt?

    • iii. Maakt de aanvrager in voldoende mate inzichtelijk welke visie zij heeft op de vier pijlers Verbinden, Versterken, Vernieuwen en Verdienen en zijn hier concrete doelstellingen aan verbonden?

    • iv. Waarom kan de visie niet gerealiseerd worden met eigen middelen en is subsidie noodzakelijk?

  • b. Plan van aanpak: in hoeverre is het plan van aanpak haalbaar? In hoeverre is het aannemelijk dat deze aanpak bijdraagt aan de versterking van de journalistieke praktijk en financiële verduurzaming van de organisatie?

    Bij het criterium ‘Plan van aanpak’ wordt beoordeeld of de organisatie een onderbouwd plan heeft voor wat de organisatie wil bereiken en welke activiteiten nodig zijn om de strategische doelstellingen te behalen. Bij de beoordeling wordt het onderstaande meegewogen:

    • i. Stelt de aanvrager productionele en organisatorische doelen die haalbaar zijn binnen het tijdsbestek van dit subsidietraject?

    • ii. Maakt de aanvrager onderbouwde keuzes als het gaat over welke vaardigheden, kennis en activiteiten nodig zijn voor de versterking van de journalistieke praktijk van de organisatie?

    • iii. In hoeverre maakt de aanvrager inzichtelijk hoe het plan van aanpak aansluit op haar visie op het versterken van de journalistieke praktijk en financieel verduurzamen van de organisatie?

  • c. Team: in hoeverre beschikt het team over de nodige competenties om de organisatie op het vlak van versterking van de journalistieke praktijk en financiële verduurzaming te helpen groeien? In welke mate is de directie en/of het management betrokken zijn bij het subsidie- en begeleidingstraject?

    Bij het criterium ‘Team’ wordt beoordeeld of de samenstelling van het team de nodige competenties bevat om de voorgestelde activiteiten uit te voeren. Daarnaast wordt beoordeeld of de directie en/of het management voldoende betrokken zijn bij het subsidie- en begeleidingstraject om het behalen van de doelstellingen te waarborgen. Bij de beoordeling wordt het onderstaande meegewogen:

    • i. Is hoeverre is er sprake van multidisciplinariteit binnen het team?

    • ii. Is in voldoende mate onderbouwd dat de directie en management betrokken zijn bij het team en het begeleidingsprogramma, waardoor het behalen van de doelstelling(en) wordt gewaarborgd?

    • iii. In hoeverre zijn de juiste competenties aanwezig om de aangekaarte uitdagingen binnen de organisatie of sector aan te gaan? Hierbij wordt ook gekeken naar de meegeleverde cv’s van de afzonderlijke leden.

    Ter illustratie: een team bestaande uit drie journalisten scoort lager dan een team bestaande uit een directielid, sales-medewerker en journalist. Ook moet de aanvrager blijk geven van ontbrekende disciplines, indien deze niet in het team aanwezig zijn, maar wel nodig zijn voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten uit de aanvraag.

Artikel 3.4 Beoordelingsprocedure

Artikel 3.4 regelt de wijze waarop aanvragen inhoudelijk beoordeeld worden. Bij de beoordeling wordt elk criterium afzonderlijk gewaardeerd met een waarderingsschaal in woorden (zoals ‘goed’, ‘voldoende’, ‘matig’) De inhoudelijke criteria ‘Plan van aanpak’ en ‘Visie’ wegen ieder even zwaar mee in de beoordeling. Het criterium ‘Team’ heeft een zwaardere weging en telt voor twee keer mee ten opzichte van de andere criteria. Deze waarderingen dienen als hulpmiddel voor een zorgvuldige en evenwichtige beoordeling van de aanvragen.

Aan elke waardering is een cijfer (punten) gekoppeld, met het oog op een vertaling naar een rangorde van de aanvragen. De besluiten zijn gebaseerd op een beargumenteerde beoordeling van de aanvragen, aan de hand van de criteria en de bijbehorende waarderingen en cijfers.

De waarderingen met bijbehorende cijfers worden voor elk van de criteria als volgt toegepast. Het cijfer staat op zichzelf en betreft geen directe vergelijking met andere aanvragers. De cijfers van elk criterium worden bij elkaar opgeteld en resulteren in een rangorde op basis waarvan aanvragen worden gehonoreerd.

Waardering

Cijfer

Toelichting

zeer goed

5

uitsluitend positief, er zijn geen punten van kritiek

goed

4

positief, slechts kleine punten van kritiek

voldoende

3

positief, met een aantal punten van kritiek

matig

2

matig, substantiële punten van kritiek

onvoldoende

1

onder de maat, de kritische punten hebben de overhand.

De totaalscore van de aanvraag komt als volgt tot stand: de scores van elk inhoudelijk criterium worden bij elkaar opgeteld. Hierbij heeft het criterium ‘Team’ een zwaardere weging en telt twee keer mee ten opzichte van de andere criteria.

Een rekenvoorbeeld kan de berekening van de totaalscore verduidelijken.

Een aanvrager ontvangt bij de inhoudelijke beoordeling de onderstaande scores:

  • Plan van aanpak: 3

  • Visie: 3

  • Team: 4

De individuele scores worden bij elkaar opgeteld, waarbij de score op het criterium ‘Team’ tweemaal wordt meegenomen: 3+3+4+4 =14 punten

De totaalscore van 14 punten bepaald vervolgens de plek van de aanvraag in de rangschikking.

Artikel 3.4, negende lid

In dit artikellid is geregeld dat wanneer de subsidieverlening niet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening voldoet, de subsidieverlening zal worden geweigerd of indien mogelijk, minder subsidie zal worden verleend dan aangevraagd.

Hoofdstuk 5 Ontwikkelsubsidie

Subsidieontvangers kunnen tweemaal in de subsidieperiode aanspraak maken op ontwikkelsubsidie om specifieke projecten uit te voeren om zo meer te leren over bijvoorbeeld hun publiek, gebruikersbehoeften, nieuwe vertelvormen en nieuwe inkomstenbronnen. Een aanvrager kan in totaal maximaal € 6.250 aan ontwikkelsubsidie krijgen tijdens de subsidieperiode. Een aanvrager mag zelf kiezen hoeveel subsidie hij per ronde aanvraagt, en bij welke van de twee aanvraagrondes, zolang het totaalbedrag maar niet hoger is dan € 6.250.

Voorbeelden van kortlopende projecten waarvoor ontwikkelsubsidie kan worden aangevraagd zijn: publieksonderzoek door middel van een focusgroep, een pilot draaien voor een nieuwsbrief, een redactiescan laten doen, een experiment uitvoeren om de betalingsbereidheid te testen van het publiek, een pilot draaien voor een betaalmuur, experimenteren met het opzetten van een open redactie of lezerspanel.

Voor de totstandkoming van de projecten zal het Stimuleringsfonds een ontwikkelprocedure inrichten die de subsidieontvanger moet volgen om in aanmerking te komen voor deze subsidie. Bij aanvang van de projectperiode zal de subsidieontvanger op de hoogte gebracht worden van deze procedure en de data waarop deze subsidie aangevraagd kan worden.

Toekenning van een ontwikkelsubsidie heeft geen invloed op de beoordeling van daaropvolgende aanvragen voor ontwikkelsubsidie binnen de looptijd van de regeling.

Onder artikel 5.1, tweede lid, onder d

Ook voor de ontwikkelsubsidie geldt dat deze in overeenstemming met de voorwaarden van de de-minimisverordening wordt verleend. Bij de aanvraag voor de ontwikkelsubsidie moet de aanvrager daarom een de-minimisverklaring overleggen waarin is verklaard hoeveel de-minimissteun en andere staatssteun hij de afgelopen drie jaar heeft ontvangen. De aanvrager dient gebruik te maken van de modelverklaring die het Stimuleringsfonds daarvoor beschikbaar stelt.

Onder artikel 5.5, vierde lid

In dit artikellid is geregeld dat wanneer de subsidieverlening niet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening voldoet, de subsidieverlening zal worden geweigerd of indien mogelijk, minder subsidie zal worden verleend dan aangevraagd.

Hoofdstuk 6 Verplichtingen en verantwoording

Dit hoofdstuk regelt hoe de subsidieontvangers en het Stimuleringsfonds samenwerken en elkaar informeren over de geboekte voortgang. Uitgangspunten hierbij zijn commitment, openheid en eerlijkheid.

Het Stimuleringsfonds subsidieert de duurzame ontwikkeling van redacties en organisaties. Naast het verstrekken van subsidie, zet het Stimuleringsfonds actief in op het aanreiken van begeleiding en kennis, waarbij het aanbod zoveel mogelijk wordt afgestemd op de behoefte van deelnemers.

Op door het Stimuleringsfonds aangewezen data vragen we aanvragers hun doelstellingen en resultaten te overleggen en in samenspraak met het team van het Stimuleringsfonds te evalueren. De data die zij verzamelen en delen met het Stimuleringsfonds, dienen ook om de voortgang van projecten te beoordelen. Verder dragen deze data en informatie bij aan het onderzoek dat het Stimuleringsfonds doet naar de effectiviteit van de subsidieregeling en het journalistieke veld in zijn geheel.


X Noot
1

Kamerstukken II 2024–2025, 32 827, nr. 326.

X Noot
2

Kamerstukken II 2023–2024, 32 827, nr. 288. Zie ook de eerdere Toezegging TZ202310-023 gedaan tijdens het Commissiedebat Lokale, regionale en streekomroepen van 5 oktober 2023.


X Noot
1

Kamerstukken II 2024–2025, 32 827, nr. 326.

X Noot
2

Kamerstukken II 2023–2024, 32 827, nr. 288. Zie ook de eerdere Toezegging TZ202310-023 gedaan tijdens het Commissiedebat Lokale, regionale en streekomroepen van 5 oktober 2023.

Naar boven