Besluit van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek van 21 augustus 2025, nr. OJ2526VD, tot vaststelling van een Subsidieregeling Verduurzaming Onderzoeksjournalistieke Organisaties 2025–2026

Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 8.3 en 8.15a van de Mediawet 2008;

Besluit:

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

a) Journalistiek handelen:

het vergaren, verwerken en verspreiden van informatie en nieuws, waarbij:

  • i. het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen berichtgeving die bestemd is voor een breed publiek en die bestaat uit originele, eigen content die niet machine-gegenereerd is;

  • ii. gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en

  • iii. verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.

b) Onderzoeksjournalistiek:

kritisch en diepgravend journalistiek onderzoek:

  • i. dat wordt uitgevoerd op basis van een onafhankelijk geformuleerde onderzoeksvraag (waarmee vooral bedoeld wordt dat de opzet is om langs journalistieke weg iets te onderzoeken, anders dan aan te tonen) en met toepassing van specifiek onderzoeksjournalistieke methoden;

  • ii. dat beoogt feiten en verbanden bloot te leggen die apart of in hun samenhang nog niet zichtbaar waren; en

  • iii. waarbij een zeker algemeen maatschappelijk belang in het geding is.

c) Onderzoeksjournalistieke organisatie:

een private of publieke organisatie met als hoofdactiviteit en missie het bedrijven van onderzoeksjournalistiek in plaats van het maken van regulier, dagelijks nieuws waarbij:

  • i. de activiteiten zijn gericht op de Nederlandse markt; en

  • ii. minimaal 25% van het product of de dienst tot stand is gekomen op basis van journalistiek handelen; en

  • iii. deze staat ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel dan wel deze inschrijving binnen 3 weken na het besluit tot subsidieverlening verkrijgt.

d) Ontwikkelbudget:

subsidie voor kortlopende projecten ten behoeve van de financiële verduurzaming van onderzoeksjournalistieke organisaties.

e) Stimuleringsfonds:

het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008.

f) DAEB:

dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

g) DAEB de-minimisverordening:

Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen, C/2023/9701, PB L, 2023/2832, 15.12.2023.

h) DAEB de-minimissteun:

steun die wordt verleend binnen de kaders van de DAEB de-minimisverordening.

Artikel 1.2 Doel van de subsidie, subsidieperiode en subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidieverstrekking op grond van deze regeling heeft tot doel het financieel verduurzamen van onderzoeksjournalistieke organisaties. Om dat doel te bereiken kan het Stimuleringsfonds subsidie verstrekken voor activiteiten ten behoeve van het structureel versterken van de financiële basis van onderzoeksjournalistieke organisaties. Hiermee wordt het voor dergelijke organisaties mogelijk om, ten bate van de financiële verduurzaming, zowel onderzoeksjournalistiek te kunnen bedrijven als te kunnen werken aan hun zakelijke ontwikkeling. Daarnaast is deelname aan een door het Stimuleringsfonds aangeboden begeleidingsprogramma onlosmakelijk aan de subsidieverstrekking verbonden.

  • 2. Het Stimuleringsfonds kan aan onderzoeksjournalistieke organisaties subsidie verstrekken voor de kosten van subsidiabele activiteiten die worden uitgevoerd in de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.

Artikel 1.3 Subsidieplafond

  • 1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal 1.080.000 euro beschikbaar.

  • 2. Het Stimuleringsfonds kan besluiten het subsidieplafond te verhogen. Een besluit tot het verhogen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt door middel van publicatie in de Staatscourant en op de website van het Stimuleringsfonds www.svdj.nl.

  • 3. Het Stimuleringsfonds weigert een subsidieaanvraag voor zover door de verstrekking van de subsidie een subsidieplafond zou worden overschreden.

Artikel 1.4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1. De subsidiabele kosten worden door de aanvrager berekend volgens door het Stimuleringsfonds vastgestelde instructies.

  • 2. Voor subsidie komen uitsluitend de in het eerste lid genoemde kosten in aanmerking, die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.

  • 3. Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na subsidieverlening door de subsidieontvanger zijn gemaakt.

  • 4. Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit anderen hoofde zijn of worden gefinancierd.

  • 5. Op grond van deze regeling kan subsidie worden verstrekt voor de volgende kosten:

    • a) Loonkosten: de kosten van een passende beloning van medewerkers die activiteiten uitvoeren ten behoeve van de financiële verduurzaming van de onderzoeksjournalistieke organisatie van tot maximaal 58.500 euro naar rato per medewerker per kalenderjaar, inclusief werkgeverslasten;

    • b) Operationele kosten tot maximaal 15% van het aangevraagde subsidiebedrag:

      • i. reis- en verblijfskosten van medewerkers;

      • ii. opleidingskosten van medewerkers;

      • iii. administratieve kosten en overheadkosten, zoals inhuur administratiekantoor, salarisadministratie en kosten voor werving van nieuwe medewerkers;

      • iv. accountantskosten voor het opstellen van een rapport van feitelijke bevindingen.

  • 6. Verschuldigde btw komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking ingeval de aanvrager deze niet kan verrekenen.

HOOFDSTUK 2 AANVRAAG TOT SUBSIDIEVERLENING

Artikel 2.1 Subsidieaanvrager

Subsidie kan worden aangevraagd door een onderzoeksjournalistieke organisatie in Nederland.

Artikel 2.2 Subsidieaanvraag

  • 1. Een aanvraag wordt uitsluitend ingediend door het invullen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld aanvraagformulier op de website van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:

    • a) Een beschrijving van de voorgenomen activiteiten, de ambities en het einddoel van het plan;

    • b) Een beschrijving van de aard en omvang van het team dat de voorgenomen activiteiten gaat uitvoeren;

    • c) Cv’s van alle deelnemende teamleden;

    • d) Een realistische begroting inclusief dekkingsplan, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgestelde modelbegroting, van de met de voorgenomen activiteiten verband houdende kosten

    • e) Een organisatiebegroting voor 2026;

    • f) Concrete voorstellen voor het meten en waarderen van behaalde resultaten waarbij vooraf bepaalde key performance indicators(kpi’s) worden gehanteerd. Deze kpi's worden na subsidieverlening in overleg met het Stimuleringsfonds vastgesteld en dienen als basis voor de evaluatie van de voortgang van het project.

    • g) Een redactiestatuut of vergelijkbaar document waaruit blijkt dat de aanvrager vanuit onafhankelijkheid opereert en werkt volgens vastgestelde journalistieke uitgangspunten en waarden;

    • h) Een de-minimisverklaring, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld model, over de de-minimissteun en andere staatssteun die de aanvrager in de afgelopen drie jaren heeft ontvangen;

    • i) Indien beschikbaar: het Kamer van Koophandel nummer;

    • j) Indien beschikbaar de meest recente jaarrekening en het meest recente jaarverslag.

  • 2. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze volledig is. Het Stimuleringsfonds beoordeelt binnen een week na indiening van de aanvraag de volledigheid daarvan. In voorkomend geval krijgt de aanvrager bericht over ontbrekende gegevens, met de eenmalige uitnodiging om de ontbrekende gegevens alsnog binnen één week aan te leveren. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de aanvraag geweigerd.

Artikel 2.3 Termijn aanvraag

Een aanvraag wordt ingediend in de periode van 16 september 2025 tot en met 20 oktober 2025 om 23:59 uur.

HOOFDSTUK 3 SUBSIDIEVERLENING

Artikel 3.1 Verdeling subsidie

Het voor subsidie beschikbare bedrag wordt verdeeld op basis van een rangschikking van de aanvragen.

Artikel 3.2 Drempelcriterium

  • 1. Aanvragen worden door het Stimuleringsfonds eerst beoordeeld aan de hand van het volgende drempelcriterium:

    • a) de aanvrager voldoet aan artikel 2.1 van de regeling.

  • 2. Als een aanvraag niet aan het drempelcriterium voldoet, wijst het Stimuleringsfonds de aanvraag af.

Artikel 3.3 Inhoudelijke criteria

  • 1. Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende inhoudelijke criteria:

    • a) Team: in hoeverre bestaat het team uit de nodige competenties om de organisatie inhoudelijk en zakelijk te helpen groeien?

    • b) Meerwaarde voor het veld: in hoeverre levert de organisatie een bijdrage aan de ontwikkeling van de onderzoeksjournalistiek in zijn geheel?

    • c) Duurzaamheid: in hoeverre is het aannemelijk dat de subsidie en het begeleidingsprogramma als een vliegwiel kunnen fungeren voor het vergaren van andere inkomsten en leidt het tot verdere financiële stabiliteit van de organisatie?

  • 2. In de toelichting op deze regeling zijn de criteria en de wijze waarop het Stimuleringsfonds de criteria weegt, uitgewerkt.

Artikel 3.4 Beoordelingsprocedure

  • 1. Het Stimuleringsfonds beslist gelijktijdig op de aanvragen die in behandeling zijn genomen en aan het drempelcriterium voldoen.

  • 2. Bij beoordeling op de inhoudelijke criteria wordt het oordeel van het Stimuleringsfonds vertaald in een waardering per criterium. Hierbij wordt gewerkt met een systeem waarin deze waardering wordt omgezet in een cijfer. Zowel de waardering als het cijfer staan op zichzelf; aanvragen worden niet direct met elkaar vergeleken.

  • 3. Het Stimuleringsfonds komt voor iedere aanvraag per criterium tot een gemotiveerde score volgens een vijfpuntenschaal: 1. onvoldoende 2. matig 3. voldoende 4. goed 5. zeer goed.

  • 4. De scores per criterium worden bij elkaar opgeteld en vormen zo de totaalscore van de aanvraag.

  • 5. De rangschikking wordt bepaald door het totaal aantal punten dat wordt behaald, waarbij aanvragen met de hoogste scores het eerst in aanmerking komen voor subsidie.

  • 6. Niet voor rangschikking in aanmerking komen aanvragen die na de beoordeling minder dan 7 punten hebben gehaald. Die aanvragen zullen worden afgewezen.

  • 7. Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt het budget als volgt verdeeld:

    • a) de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het vijfde lid, wordt als eerste gehonoreerd;

    • b) telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;

    • c) indien meerdere aanvragen dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden, dan worden deze gelijk geëindigde aanvragen als volgt gerangschikt:

      • i. op basis van de toegekende score op het criterium ‘Meerwaarde voor het veld’;

      • ii. de alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium 'Duurzaamheid’;

      • iii. de alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van loting door een notaris.

  • 8. Wanneer door de verstrekking van een subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden, worden zowel de aanvraag voor die subsidie als de daarop in de rangorde volgende aanvragen, afgewezen.

Artikel 3.5 Besluit

Het Stimuleringsfonds beslist binnen 12 weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 2.3.

Artikel 3.6 Subsidiehoogte

De maximale hoogte van de te verlenen subsidie per aanvrager is 135.000 euro.

Artikel 3.7 Begrotingsvoorbehoud

Voor zover subsidies worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, gebeurt dit onder de voorwaarde dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voldoende middelen ter beschikking worden gesteld aan het Stimuleringsfonds ter uitvoering van deze regeling.

Artikel 3.8 Bevoorschotting

  • 1. Bij subsidieverlening wordt het verleende subsidiebedrag in twee termijnen betaald, waarbij:

    • a) negentig procent van het verleende subsidiebedrag bij wijze van voorschot wordt betaald binnen vier weken na bekendmaking van het besluit tot subsidieverlening;

    • b) als de subsidie overeenkomstig de verlening wordt vastgesteld, het restant van tien procent na het besluit tot subsidievaststelling wordt betaald.

  • 2. In overleg kan het Stimuleringsfonds bij wijze van uitzondering afwijken van de hoogte van bovengenoemde tranches en overgaan tot een andere percentuele betaling.

HOOFDSTUK 4 ONTWIKKELBUDGET

Artikel 4.1 Aanvraag ontwikkelbudget

  • 1. Ontwikkelbudget kan alleen worden aangevraagd door een subsidieontvanger die op grond van deze regeling reeds subsidie ontvangt, als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid, onderdeel a of b en die met het volledige team deelnemen aan alle georganiseerde activiteiten binnen het begeleidingsprogramma.

  • 2. Een aanvraag wordt uitsluitend ingediend door het invullen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld aanvraagformulier op de website van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:

    • a) een beschrijving van de voorgenomen activiteiten;

    • b) een realistische begroting, conform een door het Stimuleringsfonds vastgestelde modelbegroting, van de met de voorgenomen activiteiten verband houdende kosten

    • c) een onderbouwing van de wijze waarop het voorgenomen kortlopende project bijdraagt aan de financiële verduurzaming van de onderzoeksjournalistieke organisatie;

    • d) Een de-minimisverklaring, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld model, over de de-minimissteun en andere staatssteun die de aanvrager in de afgelopen drie jaren heeft ontvangen.

  • 3. Het Stimuleringsfonds bevestigt binnen 4 weken op een aanvraag voor ontwikkelbudget.

Artikel 4.2 Kosten die voor het ontwikkelbudget in aanmerking komen

  • 1. Voor ontwikkelbudget komen uitsluitend de in het vierde lid genoemde kosten in aanmerking die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.

  • 2. Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na subsidieverlening door de subsidieontvanger zijn gemaakt en betaald.

  • 3. Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit anderen hoofde zijn, kunnen of worden gefinancierd.

  • 4. Op grond van deze regeling kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor de kosten, die direct verband houden met activiteiten ten behoeve van de financiële verduurzaming van de onderzoeksjournalistieke organisatie.

  • 5. Onder de kosten, zoals bedoeld in het vierde lid, worden niet verstaan loonkosten van medewerkers die in loondienst of reeds als freelancer werken bij de onderzoeksjournalistieke organisatie.

  • 6. Verschuldigde btw komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking ingeval de aanvrager de btw niet kan verrekenen met de door hem af te dragen omzetbelasting.

Artikel 4.3 Subsidieplafond ontwikkelbudget

  • 1. Voor het ontwikkelbudget is in totaal 200.000 euro beschikbaar.

  • 2. Het Stimuleringsfonds weigert een subsidieaanvraag voor het ontwikkelbudget voor zover door de verstrekking daarvan het subsidieplafond zou worden overschreden.

  • 3. Het Stimuleringsfonds kan besluiten het subsidieplafond te verhogen. Een besluit tot het verhogen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt door middel van publicatie in de Staatscourant en op de website van het Stimuleringsfonds www.svdj.nl.

Artikel 4.4 Termijn indiening aanvraag ontwikkelbudget

  • 1. Aanvragen voor ontwikkelbudget kunnen op maximaal vier aangewezen data worden ingediend, gedurende de gehele looptijd van het begeleidingsprogramma. Deze data zullen bij de start van het begeleidingsprogramma bekend worden gemaakt.

  • 2. Alle aanvragen voor ontwikkelbudget die op de eerste subsidieverstrekking volgen, kunnen enkel worden ingediend wanneer de voorgaande subsidieverstrekking binnen het begeleidingsprogramma volgens de verplichtingen is afgesloten.

Artikel 4.5 Verdeling subsidie en beoordeling aanvragen ontwikkelbudget

  • 1. Het Stimuleringsfonds beslist op volgorde van binnenkomst op de aanvragen voor ontwikkelbudget.

  • 2. De aanvragen voor ontwikkelbudget worden beoordeeld op de volgende criteria:

    • a) het voorgenomen project waarvoor ontwikkelbudget wordt aangevraagd draagt bij aan de verdere ontwikkeling en uitvoering van de activiteiten ten behoeve van het structureel versterken van de financiële basis;

    • b) de begroting geeft blijk van een realistische verhouding tussen de kosten en de voorgenomen activiteiten

    • c) het voorgenomen project kan worden uitgevoerd binnen een periode van 3 maanden;

    • d) bij de totstandkoming van het voorgenomen project is de door het Stimuleringsfonds vastgestelde ontwikkelmethode gevolgd.

  • 3. Indien de activiteiten waarvoor ontwikkelbudget wordt aangevraagd niet voldoen aan de criteria uit het tweede lid, dan wordt de aanvraag afgewezen.

  • 4. Toekenning van een ontwikkelbudget heeft geen invloed op de beoordeling van daaropvolgende aanvragen voor ontwikkelbudget binnen de looptijd van de regeling.

Artikel 4.6 Verstrekking subsidievoorschot

  • 1. Bij de eerste subsidieverlening wordt bij wijze van voorschot het volledig verleende subsidiebedrag uitgekeerd.

  • 2. Bij elke volgende subsidieverlening wordt bij wijze van voorschot het volledig verleende subsidiebedrag uitgekeerd wanneer de subsidie van de voorgaande subsidieverlening definitief is vastgesteld.

  • 3. Indien het uitgekeerde voorschot hoger is dan de definitief vastgestelde subsidie, wordt dit verrekend met een volgende subsidie of moet dit binnen een termijn van zes weken na vaststelling worden terugbetaald door de aanvrager.

Artikel 4.7 Aanvraag tot vaststelling ontwikkelbudget

  • 1. Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend na afloop van elk project binnen het begeleidingsprogramma, uiterlijk op de daartoe door het Stimuleringsfonds vast te stellen data.

  • 2. Alle aanvragen tot subsidievaststelling moeten uiterlijk 28 februari 2027 zijn ingediend.

  • 3. Een aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een activiteitenverslag en een financieel verslag, zoals bedoeld in artikel 4.8. Het activiteitenverslag en het financieel verslag worden uitsluitend ingediend volgens een door het Stimuleringsfonds vast te stellen format.

  • 4. De subsidie wordt vastgesteld op basis van het activiteitenverslag en het financieel verslag.

Artikel 4.8 Activiteitenverslag en financieel verslag

  • 1. Het activiteitenverslag bevat een overzicht van de activiteiten waarvoor ontwikkelbudget is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten, waarbij ook aandacht wordt besteed aan de effecten daarvan voor de onderzoeksjournalistieke organisatie.

  • 2. Het financieel verslag bevat een overzicht van de gerealiseerde kosten ten opzichte van de begrote kosten in de subsidieaanvraag.

HOOFDSTUK 5 STAATSSTEUN

Artikel 5.1 Staatssteun

  • 1. De activiteiten voor de financiële verduurzaming van onderzoeksjournalistieke organisaties worden aangewezen als DAEB. De activiteiten die met de uitvoering van de DAEB verband houden betreffen het structureel versterken van de financiële basis van onderzoeksjournalistieke organisaties, door in te zetten op de inhoudelijke en zakelijke groei van de organisatie en de ontwikkeling van onderzoeksjournalistiek in zijn algemeen. De activiteiten dienen te fungeren als vliegwiel voor het vergaren van andere inkomsten en dienen te leiden tot verdere financiële stabiliteit van de organisatie.

  • 2. De kosten die voor vergoeding in aanmerking komen, zijn omschreven in artikel 1.4 en artikel 4.2 van de subsidieregeling.

  • 3. De aanvrager wordt in de subsidieverleningsbeschikking met de uitvoering van de DAEB belast.

  • 4. Subsidieverlening wordt geweigerd als daardoor het plafond van de DAEB de-minimisverordening wordt overschreden of aan één van de andere voorwaarden van de DAEB de-minimisverordening niet is voldaan.

HOOFDSTUK 6 VERPLICHTINGEN EN VERANTWOORDING

Artikel 6.1 Medewerkings- en informatieplicht

  • 1. De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uit te voeren overeenkomstig de beschrijving in de aanvraag.

  • 2. De subsidieontvanger neemt deel aan alle fasen van het door het Stimuleringsfonds aangeboden begeleidingsprogramma, stelt zich coachbaar op en volgt in dat verband de aanwijzingen van de begeleiding op.

  • 3. De subsidieontvanger werkt mee aan onderzoeken, bijeenkomsten en overlegrondes die door of namens het Stimuleringsfonds worden georganiseerd met het doel inzicht te verkrijgen in de voortgang en resultaten van het project of ten behoeve van de ontwikkeling van beleid. Op door het Stimuleringsfonds aangewezen momenten verstrekt de subsidieontvanger meetbare doelen en resultaten, en neemt hij deel aan schriftelijke evaluaties en evaluatiegesprekken met het Stimuleringsfonds.

  • 4. De subsidieontvanger werkt actief mee aan de presentatie en publicatie van tussentijdse projectresultaten, ter bevordering van de zichtbaarheid van het project en het delen van kennis met relevante partijen binnen de sector.

  • 5. De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het Stimuleringsfonds van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie, waaronder ingrijpende wijzigingen in de opzet en uitvoering van een project en elke wijziging die leidt tot een aanpassing van de begroting met meer dan 10 procent van de totale kosten. Bij het melden van een dergelijke omstandigheid worden de relevante stukken overgelegd.

  • 6. De subsidieontvanger vermeldt in zijn bekendmakingen en publicaties rondom een gesubsidieerd project het Stimuleringsfonds als subsidieverstrekker.

HOOFDSTUK 7 SUBSIDIEVASTSTELLING

Artikel 7.1 Aanvraag tot vaststelling

  • 1. Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk 28 februari 2027 ingediend.

  • 2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een inhoudelijk verslag en een financieel verslag als bedoeld in artikel 7.2.

Artikel 7.2 Inhoudelijk verslag en financieel verslag

  • 1. Het inhoudelijk verslag geeft een overzicht van de activiteiten die met de subsidie zijn uitgevoerd en de resultaten die daarmee zijn behaald. Daarbij wordt speciaal ingegaan op het proces van financiële verduurzaming, de zakelijke ontwikkeling van de organisatie en de belangrijkste inzichten die de aanvrager daarbij heeft opgedaan.

  • 2. Het financieel verslag bevat:

    • a) een bestedingsverantwoording over de gehele subsidieperiode, afgezet tegen de begroting zoals deze bij de subsidieaanvraag is ingediend; en

    • b) een rapport van feitelijke bevindingen opgesteld door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. In dit rapport wordt vastgesteld in hoeverre de opgevoerde kosten zoals beschreven in het format van het Stimuleringsfonds aansluiten op financiële administratie van de onderzoeksjournalistieke organisatie.

  • 3. Het inhoudelijke verslag en het financieel verslag worden opgesteld volgens een door het Stimuleringsfonds vast te stellen format.

  • 4. Het Stimuleringsfonds kan in het besluit tot subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van het inhoudelijke verslag en het financieel verslag.

Artikel 7.3 Wijziging, intrekking en terugvordering

  • 1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het Stimuleringsfonds de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen als:

    • a) de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;

    • b) de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;

    • c) de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;

    • d) de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.

  • 2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij het Stimuleringsfonds bij de intrekking of wijziging anders bepaalt.

  • 3. Het Stimuleringsfonds kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:

    • a) op grond van feiten of omstandigheden waarvan het Stimuleringsfonds bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;

    • b) als de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of

    • c) als de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

  • 4. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij het Stimuleringsfonds bij de intrekking of wijziging anders bepaalt.

HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN

Artikel 8.1 Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling treedt in werking op 21 augustus 2025.

  • 2. Als de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 21 augustus 2025, treedt deze regeling in afwijking van het eerste lid in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 21 augustus 2025.

  • 3. Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2027. In afwijking van de eerste volzin blijft deze regeling zoals hij luidde op de dag voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, van toepassing op de afwikkeling van op grond van deze regeling ingediende aanvragen en verleende subsidies.

Artikel 8.2 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Verduurzaming Onderzoeksjournalistieke Organisaties 2025–2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Namens het bestuur van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, F. van Exter Voorzitter

TOELICHTING OP DE SUBSIDIEREGELING VERDUURZAMING ONDERZOEKSJOURNALISTIEKE ORGANISATIES 2025–2026

I. Algemeen

In zijn brief van 17 november 2017 aan de Tweede Kamer1, schreef de toenmalige Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, Arie Slob, over de uitdagingen voor de journalistiek en mediabedrijven op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Hij pleitte in die brief voor ‘ruimte voor onafhankelijke onderzoeksjournalistiek’ en zegde een jaarlijks bedrag van 5 miljoen euro toe.

Belangrijk onderdeel van deze ruimte was de Tijdelijke Regeling Onderzoeksjournalistiek, opgezet en uitgevoerd door SVDJ vanaf 2018. In 2021 werd deze regeling herzien, waarbij werd gekozen om de brede regeling om te zetten in meerdere sporen. In 2023 werd de Regeling Onderzoeksjournalistiek – spoor meerjarig omgezet in de Regeling Verduurzaming Onderzoeksjournalistieke Organisaties 2023–2025. De onderhavige regeling is een vervolg hierop.

Deze specifieke regeling is in het leven geroepen om onderzoeksjournalistieke organisaties te helpen hun financiële basis te versterken. We zien dat organisaties die zich specialiseren in onderzoeksjournalistiek, veelal de samenwerking zoeken met andere mediaorganisaties en daarbij kennis en middelen delen en talent opleiden. Zodoende voegen zij waarde toe aan het veld in zijn geheel. Tegelijk is de financiële basis van deze organisaties vaak onzeker, zeker op de lange termijn. Via dit subsidieprogramma wil het Stimuleringsfonds daarom onderzoeksjournalistieke organisaties de mogelijkheid bieden om financieel te verduurzamen.

De verduurzaming kan bijvoorbeeld bestaan uit het vergroten en diversifiëren van inkomstenbronnen, of die nu komen van publieke of private fondsen, donateurs, lezers of abonnees. Ook het aantrekken van adverteerders, het vergroten van de naamsbekendheid via een publiciteitscampagne, en datagedreven werken om beter onderbouwde keuzes te maken, dragen hieraan bij. Daarnaast kan investeren in retentie, zoals het versterken van de band met bestaande lezers, en het verbeteren van technologie en distributiekanalen helpen om de organisatie structureel te versterken. Er zijn meerdere routes mogelijk om deze verduurzamingsdoelen te behalen, afhankelijk van het soort onderzoeksjournalistieke organisatie.

Om het bovenstaande doel te bereiken stelt het Stimuleringsfonds verschillende middelen beschikbaar binnen dit subsidietraject. Eén daarvan is financiering voor een jaar ten behoeve van de kosten die gepaard gaan met het traject om financiële stabiliteit te bereiken. Het idee hierachter is dat de subsidie tijdelijk de zekerheid biedt om door te kunnen groeien. Het waarborgt de kwaliteit van de onderzoeksjournalistieke productie, die verduurzaamd kan worden met zakelijke ontwikkeling. Hiernaast is in 2025 de mogelijkheid tot het aanvragen van een ontwikkelbudget toegevoegd. Deze subsidie, bedoeld voor het uitvoeren van kortlopende projecten, biedt de onderzoeksjournalistieke organisatie de mogelijkheid om ontwikkelstappen te nemen ten behoeve van de financiële verduurzaming.

Beide subsidies moeten bovenal als vliegwiel fungeren bij het aantrekken van andere tijdelijke en meerjarige financiering. Om de kans hierop zo groot mogelijk te maken, stelt SVDJ een verplicht begeleidingsprogramma in. Uit onderzoek en eerdere beleidservaringen is immers gebleken wat de kansrijkste routes zijn naar een duurzame onderzoeksjournalistieke organisatie. SVDJ helpt projecten bij het kiezen van de best passende route en sluit hier de begeleiding op aan. Tot slot kan SVDJ de gemaakte ontwikkelkeuzes, o.a. door het ontwikkelbudget versneld helpen implementeren.

II. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1.1 Definities

Bij artikel 1.1, onderdeel b. Het begrip onderzoeksjournalistiek

Er bestaan uiteenlopende definities voor het begrip onderzoeksjournalistiek, zowel in de wetenschap als in de journalistieke praktijk. Onafhankelijk, onderzoekend, kritisch en diepgravend zijn terugkerende termen daarbij. Het ijkpunt dat het Stimuleringsfonds hanteert is de definitie van Henri Beunders (onderzoek DSP-groep).

De beschikbare subsidiegelden zijn bestemd voor de bevordering van onderzoeksjournalistiek, bedreven door onderzoeksjournalistieke organisaties die zich vrijwaren van de dagelijkse nieuwsstroom. Van belang is dat zij zich richten op samenwerking met andere journalistieke organisaties en kunnen bogen op uitgebreide ervaring met het vak en een bewezen trackrecord. Deze subsidie kan zowel door landelijke als door regionale of lokale organisaties worden aangevraagd.

Bij artikel 1.1, onderdeel c, onder iii Inschrijving Kamer van Koophandel

Mocht een subsidieaanvrager die in aanmerking komt voor subsidie niet staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, dan wordt de subsidie enkel verleend onder voorwaarde dat de inschrijving binnen 3 weken na bekendmaking van het besluit alsnog wordt verkregen en het bewijs hiervan wordt toegestuurd aan het Stimuleringsfonds.

Artikel 1.4 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Subsidieverstrekking vindt plaats in het kader van activiteiten voor structurele versteviging van de financiële basis. Kosten die in aanmerking komen voor subsidie zijn loonkosten van medewerkers die activiteiten uitvoeren ten bate van de financiële verduurzaming en operationele kosten zoals beschreven in het eerste lid onder b. Medewerkers kunnen zowel arbeidskrachten in dienstverband of ingehuurde arbeidskrachten op freelancebasis zijn. Onder loonkosten voor medewerkers wordt verstaan, in geval van dienstverband: het brutoloon, plus werkgeverslasten. Onder werkgeverslasten wordt verstaan: vakantiegeld, loonheffingen en pensioenafdracht. Andere werkgeverslasten zoals reis- en verblijfskosten, opleidingskosten en secundaire arbeidsvoorwaarden kunnen worden opgevoerd onder de operationele kosten als bedoeld in artikel 1.4, vijfde lid, onder b van de regeling.

De aanvrager draagt zorg voor passende beloning van de medewerkers. Bij het bepalen van een passende beloning dient de aanvrager de richtlijnen van de Fair Practice Code voor de culturele en creatieve industrie te volgen. Deze zijn te raadplegen via: https://fairpracticecode.nl/. Het Stimuleringsfonds legt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de aanvrager en verleent alleen een bijdrage tot een bepaald maximum. Op basis van deze regeling kan een maximale bijdrage van 58.500 euro per medewerker per jaar (inclusief werkgeverslasten) verstrekt worden in het geval van voltijd (36 uur per week) dienstverband of externe inhuur. Bij deeltijd wordt dit bedrag naar rato bepaald.

Eerste lid onder a Operationele kosten

Indien de toegewezen subsidie lager uitvalt dan de aangevraagde subsidie geldt het maximum van 15% voor de operationele kosten eveneens.

Bijvoorbeeld:

Een aanvrager dient een aanvraag in voor 135.000 euro, waarvan 20.250 euro (= 15%) begroot is voor operationele kosten. In de toewijzing worden enkele begrote kostenposten niet gehonoreerd, waarbij de toegewezen subsidie op 125.000 euro komt. Het aandeel wat hiervan gebruikt mag worden voor de operationele kosten blijft 15% en wordt dan eveneens verlaagd, naar 18.750 euro.

Artikel 2.2 Subsidieaanvraag

Bij artikel 2.2, eerste lid, onder e (organisatiebegroting voor 2026)

Een organisatiebegroting beslaat een realistisch, financieel overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven van een onderzoeksjournalistieke organisatie voor het jaar 2026.

Bij artikel 2.2, tweede lid

Bij de beoordeling op volledigheid worden de bij de aanvraag ingeleverde documenten door het Stimuleringsfonds enkel getoetst op:

  • Werkzaamheid: is het (geüploade) bestand te openen en niet beschadigd;

  • Format: is de begroting, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder d, opgesteld in het door het Stimuleringsfonds vastgestelde format;

  • Plaats: is het gevraagde document op de juiste plaats in het aanvraagformulier geüpload?

Artikel 3.3 Inhoudelijke criteria

Bij het beoordelen van de aanvragen aan de hand van de verschillende beoordelingscriteria betrekt het Stimuleringsfonds de volgende gezichtspunten:

Team: in hoeverre bestaat het team uit de nodige competenties om de organisatie inhoudelijk en zakelijk te helpen groeien?

Is er sprake is van multidisciplinariteit binnen het team? Zijn de competenties die nodig zijn om de financiële verduurzaming tot een succes te maken aanwezig? Welke oplossingen worden gezocht om het team te versterken? In hoeverre zijn de juiste competenties aanwezig om de aangekaarte uitdagingen binnen de organisatie of sector aan te gaan? Hierbij wordt ook gekeken naar de meegeleverde cv’s van de afzonderlijke leden.

Ter illustratie: een team bestaande uit drie onderzoeksjournalisten scoort lager dan een team bestaande uit een zakelijk leider, marketeer en journalist. Ook moet de aanvrager blijk geven van ontbrekende disciplines, indien deze niet in het team aanwezig zijn, maar wel nodig zijn voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten uit de aanvraag.

Meerwaarde voor het veld: in hoeverre levert de organisatie een bijdrage aan de ontwikkeling van de onderzoeksjournalistiek in zijn geheel?

Een organisatie die duurzaam samenwerkt met andere (nieuws)organisaties, kennis deelt en overdraagt, scoort hoog op dit criterium. Ook het structureel opleiden van (jong) talent draagt bij aan een goede beoordeling. Onder duurzame samenwerking verstaan we een samenwerking die complementair, wederkerig en gelijkwaardig is. Voor wat betreft opleiding wordt gekeken of er een duidelijk idee is over welke vaardigheden en competenties talent nodig heeft en wat voor begeleiding zij krijgen bij het uitvoeren van hun werk.

Duurzaamheid: in hoeverre is het aannemelijk dat de subsidie en het begeleidingsprogramma als een vliegwiel kunnen fungeren voor het vergaren van andere inkomsten en leidt het tot verdere financiële stabiliteit van de organisatie?

Bij dit criterium wordt er gekeken naar de lange termijnvisie van de organisatie en de plannen die zij heeft om zich financieel te verduurzamen. Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende vragen:

Heeft men een gedegen plan voor het werven van extra inkomsten en het diversifiëren van inkomstenbronnen? Heeft men een plan voor het afbouwen van de subsidie? Heeft men scherp zicht op hoe nieuwe kennis en expertise, mede aan de hand van het begeleidingsprogramma, hier een bijdrage aan kan leveren?

Artikel 3.4 Beoordelingsprocedure

Artikel 3.4 regelt de wijze waarop aanvragen inhoudelijk beoordeeld worden. Bij de beoordeling wordt elk criterium afzonderlijk gewaardeerd met een waarderingsschaal in woorden (zoals ‘goed’, ‘voldoende’, ‘matig’). Alle criteria tellen even zwaar mee. Deze waarderingen dienen als hulpmiddel voor een zorgvuldige en evenwichtige beoordeling van de aanvragen.

Aan elke waardering is een cijfer (punten) gekoppeld, met het oog op een vertaling naar een rangorde van de aanvragen. De besluiten zijn gebaseerd op een beargumenteerde beoordeling van de aanvragen, aan de hand van de criteria en de bijbehorende waarderingen en cijfers.

De waarderingen met bijbehorende cijfers worden voor elk van de criteria als volgt toegepast. Het cijfer staat op zichzelf en betreft geen directe vergelijking met andere aanvragers. De cijfers van elk criterium worden bij elkaar opgeteld en resulteren in een rangorde op basis waarvan aanvragen worden gehonoreerd.

Waardering

Cijfer

Toelichting

zeer goed

5

uitsluitend positief, er zijn geen punten van kritiek

goed

4

positief, slechts kleine punten van kritiek

voldoende

3

positief, met een aantal punten van kritiek

matig

2

matig, substantiële punten van kritiek

onvoldoende

1

onder de maat, de kritische punten hebben de overhand.

Hoofdstuk 4 Ontwikkelbudget

Bij artikel 4.5, tweede lid, onder d

De kortlopende projecten waarvoor ontwikkelbudget wordt aangevraagd dienen tot stand te komen door het volgen van de door het Stimuleringsfonds vastgestelde ontwikkelmethode. Deze methode zal bij aanvang van het begeleidingsprogramma bekend worden gemaakt.

Hoofdstuk 5 Staatssteun

De subsidie moet worden aangemerkt als staatssteun in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Staatssteun is gereguleerd op Europees niveau en moet in beginsel worden goedgekeurd door de Europese Commissie voordat de staatssteun mag worden uitbetaald (de aanmeldings- en standstillverplichting). Daarop bestaan echter uitzonderingen.

Eén van die uitzonderingen betreft de regelgeving over diensten van algemeen economisch belang (DAEB). Een DAEB is een dienst waarmee een algemeen belang is gemoeid waarin de markt niet, onvoldoende of op onjuiste wijze voorziet. Overheden mogen deze diensten beleggen bij een onderneming. De overheid mag de onderneming daarna compenseren voor het uitvoeren van de dienst. De staatssteun hoeft dan niet te worden aangemeld bij de Europese Commissie.

Met de financiële verduurzaming van onderzoeksjournalistieke organisaties is een duidelijk algemeen belang gemoeid. De organisaties leveren een bijdrage aan het functioneren van de democratische rechtsstaat. Zij doen diepgravend en kritisch onderzoek om machtsmisbruik, misstanden en maatschappelijke ontwikkelingen bloot te leggen die anders verborgen zouden blijven. Zij voorzien burgers van informatie om actief deel te nemen aan het publieke debat en politieke besluitvorming kritisch te kunnen volgen. Bovendien beschikken de organisaties over onvoldoende financiële middelen.2 Daarom is een compensatie van de overheid nodig.3

In deze subsidieregeling worden de activiteiten voor de financiële verduurzaming van onderzoeksjournalistieke organisaties daarom aangewezen als een DAEB. De activiteiten die met de uitvoering van de DAEB verband houden hebben betrekking op het structureel versterken van de financiële basis van onderzoeksjournalistieke organisaties, door in te zetten op de inhoudelijke en zakelijke groei van de organisatie en de ontwikkeling van onderzoeksjournalistiek in zijn algemeen. De activiteiten dienen te fungeren als vliegwiel voor het vergaren van andere inkomsten en dienen te leiden tot verdere financiële stabiliteit van de organisatie. De compensatie heeft betrekking op de kosten zoals genoemd in artikel 1.4 en artikel 4.2 van de subsidieregeling. Op grond van de DAEB de-minimisverordening kan een vergoeding voor de uitvoering van de DAEB worden verleend, zonder dat deze vergoeding hoeft te worden aangemeld bij de Europese Commissie, als aan de voorwaarden van die verordening wordt voldaan. In dat geval is sprake van DAEB de-minimissteun. Van belang is dat het plafond van de DAEB de-minimisverordening niet wordt overschreden. Een onderneming mag over een periode van drie jaar niet meer dan 750.000 EUR DAEB-de-minimissteun ontvangen. Dit plafond kan worden opgehoogd tot 1.050.000 EUR over een periode van drie jaar, met toepassing van de reguliere de-minimisverordening.4

Om DAEB de-minimissteun te mogen ontvangen, dienen subsidieontvangers een de-minimisverklaring in te vullen, waarin zij verklaren over alle de-minimissteun en staatssteun die zij in de afgelopen drie jaren hebben ontvangen, zodat het SvdJ kan nagaan of het maximumbedrag per drie jaar wordt overschreden. Het SvdJ zal een modelverklaring ter beschikking stellen die bij de subsidieaanvraag moet worden ingediend.

In de subsidieverleningsbeschikking zal de aanvrager met de uitvoering van de DAEB worden belast, waarbij ten minste een verwijzing zal worden opgenomen naar de DAEB de-minimisverordening (en indien van toepassing: de reguliere de-minimisverordening) zodat duidelijk is dat de subsidie in overeenstemming met deze verordening(en) is verleend.

Bij een overschrijding van het maximumbedrag is toepassing van de DAEB de-minimisverordening niet mogelijk en zal de subsidieverlening worden geweigerd. Als een onderzoeksjournalistieke organisatie voor de uitvoering van dezelfde DAEB al compensatie ontvangt op grond van het Altmark-arrest, het DAEB-vrijstellingsbesluit of een goedkeuringsbesluit van de Commissie, dan kan geen gebruik worden gemaakt van de DAEB de-minimisverordening en zal de subsidieverlening worden geweigerd.

Mocht in een individueel geval niet aan (één van) de (andere) voorwaarden van de DAEB de-minimisverordening zijn voldaan, dan wordt de subsidieverlening geweigerd, in overeenstemming met artikel 4:35, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 6 Verplichtingen en verantwoording

Dit hoofdstuk regelt hoe de subsidieontvangers en het Stimuleringsfonds samenwerken en elkaar informeren over de geboekte voortgang. Uitgangspunten hierbij zijn commitment, openheid en eerlijkheid.

Het Stimuleringsfonds subsidieert de duurzame ontwikkeling van redacties. Naast het verstrekken van subsidie, zet het Stimuleringsfonds actief in op het aanreiken van coaching en kennis, waarbij het aanbod zoveel mogelijk wordt afgestemd op de behoefte van deelnemers.

Op door het Stimuleringsfonds aangewezen data vragen we aanvragers hun doelstellingen en resultaten te overleggen en in samenspraak met het team van het Stimuleringsfonds te evalueren. De data die zij verzamelen en delen met het Stimuleringsfonds, dienen om de voortgang van projecten te beoordelen. Verder dragen deze data en informatie bij aan het onderzoek dat het Stimuleringsfonds doet naar de effectiviteit van de subsidieregeling en het onderzoeksjournalistiek veld in zijn geheel.


X Noot
1

Kamerstukken II, 34 775-VIII, nr. 31.

X Noot
2

Kamerstukken II 2017/18, 32 827, nr. 126.

X Noot
3

Besluit van de Commissie van 24 oktober 2023 inzake steunmaatregel SA.108315 (Denmark – Aid scheme for local weekly newspapers), randnr. 67.

X Noot
4

Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun,

C/2023/9700, PB L 2023/2831, 15.12.2023.

Naar boven