Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stimuleringsfonds voor de journalistiek | Staatscourant 2026, 28710 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stimuleringsfonds voor de journalistiek | Staatscourant 2026, 28710 | ander besluit van algemene strekking |
Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek,
Handelend in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 8.3 en 8.15a van de Mediawet 2008;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
het vergaren, verwerken en verspreiden van informatie en nieuws, waarbij:
i. het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen berichtgeving die bestemd is voor een breed publiek en die bestaat uit originele, eigen content die niet machine-gegenereerd is;
ii. gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en
iii. verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.
het geheel van private en publieke nieuwsorganisaties gevestigd in Nederland, waarvan de activiteiten zijn gericht op de Nederlandse markt.
een organisatie binnen de journalistieke bedrijfstak waar minimaal 3 fte aan journalisten, in loondienst of op freelancebasis, werkzaam zijn en met als hoofdactiviteit het maken en leveren van een dienst of product waarbij:
i. minimaal 25 procent van het product of de dienst tot stand is gekomen op basis van journalistiek handelen; en
ii. die staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
kritisch en diepgravend journalistiek onderzoek:
i. dat wordt uitgevoerd op basis van een onafhankelijk geformuleerde onderzoeksvraag (waarmee vooral bedoeld wordt dat de opzet is om langs journalistieke weg iets te onderzoeken, anders dan aan te tonen) en met toepassing van specifiek onderzoeksjournalistieke methoden;
ii. dat beoogt feiten en verbanden bloot te leggen die apart of in hun samenhang nog niet zichtbaar waren; en
iii. waarbij een zeker algemeen maatschappelijk belang in het geding is.
het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008.
Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, C/2023/9700, PB L 2023/2831, 15.12.2023.
steun die wordt verleend binnen de kaders van de de-minimisverordening.
1. Subsidieverstrekking op grond van deze regeling heeft tot doel dat meer nieuwsorganisaties maatschappelijke impact maken met onderzoeksjournalistiek. Om dit doel te bereiken beoogt de regeling de kennis en vaardigheden van onderzoeksjournalistiek bij nieuwsorganisaties te vergroten en bij te dragen aan de ontwikkeling en bestendiging van een organisatiecultuur en -structuur waarbinnen onderzoeksjournalistiek bedreven kan worden.
2. Het Stimuleringsfonds kan aan een nieuwsorganisatie subsidie verstrekken voor de kosten van activiteiten ten behoeve van het in lid 1 genoemde doel die worden uitgevoerd in de periode 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027.
3. Een nieuwsorganisatie wordt in het kader van deze regeling door het Stimuleringsfonds ingedeeld in een ontwikkelfase, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen fase 1 (eerste stappen), fase 2 (groeien) en fase 3 (verankeren). De fase-indeling wordt bepaald aan de hand van het aantal eerdere subsidieverleningen aan de nieuwsorganisatie binnen deze regeling of eerdere versies daarvan. Bij een eerste subsidieverlening wordt de aanvrager ingedeeld in fase 1, bij een tweede subsidieverlening in fase 2 en bij een derde subsidieverlening in fase 3.
4. Deelname aan een door het Stimuleringsfonds aangeboden begeleidingsprogramma maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de subsidieverlening op grond van deze regeling.
Een subsidie kan worden verstrekt voor een periode van maximaal 12 maanden voor de kosten van subsidiabele activiteiten in de periode 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027.
1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal 861.000 euro beschikbaar, verdeeld over de volgende deelplafonds:
a. 184.500 euro beschikbaar is voor subsidieaanvragers binnen fase 1;
b. 492.000 euro beschikbaar is voor subsidieaanvragers binnen fase 2;
c. 184.500 euro beschikbaar is voor subsidieaanvragers binnen fase 3.
2. Als op grond van de beoordeling de in aanmerking komende aanvragen leiden tot overschrijding van het deelplafond als bedoeld in het vorige lid, weigert het Stimuleringsfonds een subsidie voor zover door de verstrekking van de subsidie het deelplafond zou worden overschreden.
3. Als na de subsidieverstrekking op grond van deze regeling het beschikbare subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, niet geheel is gebruikt, kan het resterende deel gereserveerd worden ter besteding aan andere doelen van het Stimuleringsfonds.
4. Indien een deelplafond als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, niet wordt overschreden, kan het Stimuleringsfonds de resterende middelen aanwenden ter verhoging van een ander deelplafond. Het Stimuleringsfonds kan tevens besluiten het subsidieplafond te verhogen. Een besluit als bedoeld in de eerste of tweede volzin wordt bekendgemaakt door publicatie in de Staatscourant en op de website van het Stimuleringsfonds, www.svdj.nl.
1. Op grond van deze regeling kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor de volgende kosten:
a) Arbeidskosten: de kosten van een passende beloning van medewerkers op arbeidsplaats(en) uitsluitend ten behoeve van onderzoeksjournalistiek, tot maximaal 58.500 euro naar rato per medewerker per kalenderjaar, inclusief werkgeverslasten.
b) Ontwikkelbudget: de kosten van cursussen, opleidingen, trainingen, netwerkbijeenkomsten, conferentie- of congresdeelname en softwarelicenties die bijdragen aan het vergroten van de kennis en vaardigheden op het gebied van onderzoeksjournalistiek. Voor deze kosten geldt een vaste besteding van minimaal 3.000 euro per subsidieontvanger.
2. De subsidiabele kosten worden door de subsidieaanvrager berekend volgens door het Stimuleringsfonds vastgestelde instructies.
3. Voor subsidie komen uitsluitend de in het eerste lid genoemde kosten in aanmerking, die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.
4. Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze door de subsidieontvanger na het besluit tot subsidieverlening zijn gemaakt.
5. Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit anderen hoofde zijn of worden gefinancierd.
6. Verschuldigde btw over de subsidiabele kosten zoals bedoeld in het eerste lid komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking ingeval de subsidieaanvrager deze niet kan verrekenen.
1. Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een nieuwsorganisatie als bedoeld in artikel 1.1, onder c.
2. Een nieuwsorganisatie kan op grond van deze regeling slechts één keer subsidie aanvragen.
3. Een nieuwsorganisatie kan maximaal drie keer subsidie ontvangen op grond van deze regeling en eerdere versies daarvan.
4. Als een nieuwsorganisatie al drie keer subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling en eerdere versies daarvan, wordt de volgende aanvraag afgewezen.
1. Een aanvraag wordt uitsluitend ingediend door het invullen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld aanvraagformulier op MijnSVDJ, het subsidieportaal van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:
a) een beschrijving van de voorgenomen activiteiten, de ambities en het einddoel van het plan;
b) een realistische begroting inclusief dekkingsplan, conform een door het Stimuleringsfonds vastgestelde modelbegroting, van de met de voorgenomen activiteiten verband houdende kosten;
c) concrete voorstellen voor het meten en waarderen van behaalde resultaten waarbij vooraf bepaalde key performance indicators(kpi’s) worden gehanteerd. Deze kpi's worden na subsidieverlening in overleg met het Stimuleringsfonds vastgesteld en dienen als basis voor de evaluatie van de voortgang van het project;
d) een redactiestatuut of vergelijkbaar document waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager vanuit onafhankelijkheid opereert en werkt volgens vastgestelde journalistieke uitgangspunten en waarden;
e) het Kamer van Koophandel nummer;
f) een onderbouwde berekening, conform een door het Stimuleringsfonds vastgesteld format, die laat zien hoeveel journalistieke fte's er in loondienst of als freelancer werken bij de nieuwsorganisatie in twee opeenvolgende maanden tussen 1 april 2026 en 30 juni 2026;
g) een de-minimisverklaring, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld model, over de de-minimissteun en andere staatssteun die de aanvrager heeft ontvangen;
h) drie producties die symbool staan voor de huidige werkwijze.
2. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze volledig is. Het Stimuleringsfonds beoordeelt binnen een week na indiening van de aanvraag de volledigheid daarvan. In voorkomend geval krijgt de subsidieaanvrager bericht over ontbrekende gegevens, met de uitnodiging om de ontbrekende gegevens alsnog binnen één week aan te leveren, maar in elk geval voor het einde van de periode als genoemd in artikel 2.3, aan te leveren. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.
Een aanvraag wordt ingediend in de periode van 10 augustus 2026 tot en met 28 september 2026 om 23:59 uur.
Het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld op basis van een rangschikking van de aanvragen.
1. Aanvragen worden door het Stimuleringsfonds eerst beoordeeld aan de hand van het volgende drempelcriterium:
a) de subsidieaanvrager voldoet aan artikel 2.1, eerste lid.
Subsidieaanvragers die behoren tot fase 3 worden tevens beoordeeld aan de hand van het volgende drempelcriterium:
b) 20 procent van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen wordt bekostigd door de subsidieaanvrager zelf.
2. Als een aanvraag niet aan de drempelcriteria voldoet, wijst het Stimuleringsfonds de aanvraag af.
1. Alleen indien de aanvraag voldoet aan artikel 3.2, wordt de aanvraag beoordeeld aan de hand van de volgende inhoudelijke criteria:
a) Redactionele leiding:in welke mate is de redactionele leiding betrokken bij dit project en worden journalisten adequaat begeleid?
b) Visie: in hoeverre is er sprake van een duidelijke visie op het bedrijven van onderzoeksjournalistiek?
c) Duurzaamheid: in welke mate worden de opgedane onderzoeksjournalistieke kennis en vaardigheden geborgd binnen de organisatie? In hoeverre is er sprake van een plan om na de subsidieperiode onderzoeksjournalistiek te verankeren binnen de organisatie?
2. In de toelichting op deze regeling zijn de criteria en de wijze waarop het Stimuleringsfonds de criteria weegt, uitgewerkt.
1. Het Stimuleringsfonds weegt bij de beoordeling van de inhoudelijke criteria van artikel 3.3 mee in welke ontwikkelfase de subsidieaanvrager zich bevindt.
2. Bij beoordeling van de inhoudelijke criteria 'Redactionele leiding', 'Visie' en 'Duurzaamheid' wordt het oordeel door het Stimuleringsfonds vertaald in een waardering per criterium. Hierbij wordt gewerkt met een systeem waarin deze waardering wordt omgezet in een cijfer. Zowel de waardering als het cijfer staan op zichzelf; aanvragen worden niet direct met elkaar vergeleken.
3. Het Stimuleringsfonds komt voor iedere aanvraag voor de criteria ‘Redactionele leiding', 'Visie ' en 'Duurzaamheid' tot een gemotiveerde score volgens een vijfpuntenschaal: 1. onvoldoende, 2. matig, 3. voldoende, 4. goed, 5. zeer goed.
4. De scores per criterium worden bij elkaar opgeteld en vormen zo de totaalscore van de aanvraag.
5. Per deelplafond als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, wordt een afzonderlijke rangschikking gemaakt. De rangschikking wordt bepaald door het totaal aantal punten dat wordt behaald.
6. Een aanvraag komt uitsluitend voor rangschikking in aanmerking indien de totaalscore ten minste gelijk is aan de volgende minimumscore:
a) Fase 1: 7 punten;
b) Fase 2: 8 punten;
c) Fase 3: 8 punten.
Aanvragen die deze minimumscore niet behalen, worden afgewezen, ongeacht of het subsidieplafond is bereikt.
7. Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het toepasselijke deelplafond overschrijdt, wordt het budget voor de aanvragen binnen fase 1 als volgt verdeeld:
a) de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het vijfde lid, wordt als eerste gehonoreerd;
b) telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;
c) indien meerdere aanvragen dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden, dan worden deze gelijk geëindigde aanvragen als volgt gerangschikt:
i. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘Redactionele leiding’;
ii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium 'Visie’;
iii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘Duurzaamheid’;
iv. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van loting door een notaris.
8. Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het toepasselijke deelplafond overschrijdt, wordt het budget voor aanvragen binnen fase 2 als volgt verdeeld:
a) de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het vijfde lid, wordt als eerste gehonoreerd;
b) telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;
c) indien meerdere aanvragen dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden, dan worden deze gelijk geëindigde aanvragen als volgt gerangschikt:
i. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘Visie’;
ii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium 'Duurzaamheid’;
iii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘Redactionele leiding’;
iv. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van loting door een notaris.
9. Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het toepasselijke deelplafond overschrijdt, wordt het budget voor aanvragen binnen fase 3 als volgt verdeeld:
a) de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het vijfde lid, wordt als eerste gehonoreerd;
b) telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;
c) indien meerdere aanvragen dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden, dan worden deze gelijk geëindigde aanvragen als volgt gerangschikt:
i. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘Duurzaamheid’;
ii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium 'Visie’;
iii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘Redactionele leiding’
iv. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van loting door een notaris.
10. Wanneer door de verstrekking van een subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden, worden zowel deze aanvraag voor die subsidie als de daaropvolgende aanvragen in de rangorde volgende aanvragen, afgewezen.
11. Wanneer de subsidieverlening niet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening voldoet, wordt de subsidieverlening geweigerd of wordt, indien mogelijk, minder subsidie verleend dan aangevraagd.
Het Stimuleringsfonds beslist binnen 12 weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 2.3 en maakt het besluit bekend aan de subsidieaanvrager.
De maximale hoogte van de te verlenen subsidie per subsidieaanvrager is 61.500 euro.
Bij een subsidieverlening wordt het verleende subsidiebedrag bij wijze van voorschot in één keer betaald.
1. De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uit te voeren overeenkomstig de beschrijving in de aanvraag.
2. Het Stimuleringsfonds stelt voor iedere subsidieontvanger een mentor beschikbaar. De subsidieontvanger voert regelmatig overleg met de mentor en stelt zich coachbaar op.
3. De subsidieontvanger werkt mee aan onderzoeken, bijeenkomsten en overleggen die door of namens het Stimuleringsfonds worden georganiseerd. Hierbij wordt kennis uitgewisseld met andere deelnemers en het Stimuleringsfonds geïnformeerd over de voortgang en status van projecten. Deze informatie draagt bij aan de beleidsontwikkeling van het Stimuleringsfonds.
4. .De subsidieontvanger neemt deel aan de door het Stimuleringsfonds georganiseerde cursussen.
5. De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het Stimuleringsfonds van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie, waaronder ingrijpende wijzigingen in de opzet en uitvoering van een project en elke wijziging die leidt tot een aanpassing van de begroting met meer dan 10 procent van de totale kosten. Bij het melden van een dergelijke omstandigheid worden de relevante stukken overgelegd.
6. De subsidieontvanger werkt mee aan overleg over en presentatie en publicatie van tussentijdse resultaten van de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten, met als doel projecten onder de aandacht te brengen en kennis te delen met andere partijen uit de sector.
7. De subsidieontvanger vermeldt bij communicatie over de gesubsidieerde activiteiten dat deze mede mogelijk zijn gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. De vermelding wordt niet aangebracht op afzonderlijke journalistieke producties, tenzij het Stimuleringsfonds anders bepaalt.
1. De subsidieontvanger overlegt op door het Stimuleringsfonds aangewezen data meetbare doelen en resultaten en evalueert deze samen met het Stimuleringsfonds. Deze evaluaties zullen schriftelijk en via evaluatiegesprekken plaatsvinden.
2. De subsidieontvanger dient halverwege de projectperiode een financieel voortgangsverslag van de gemaakte projectkosten in bij het Stimuleringsfonds.
3. Het financieel voortgangsverslag wordt opgesteld volgens een door het Stimuleringsfonds vast te stellen format.
1. Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk 31 januari 2028 ingediend.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een inhoudelijk verslag en een financieel verslag als bedoeld in artikel 5.2.
1. Het inhoudelijk verslag bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.
2. Het financieel verslag sluit aan op de ingediende begroting. Het financieel verslag bevat een bestedingsverantwoording over de gehele projectperiode, afgezet tegen de begroting zoals deze bij de subsidieaanvraag is ingediend.
3. Het inhoudelijke verslag en het financieel verslag worden opgesteld volgens een door het Stimuleringsfonds vast te stellen format.
4. Het Stimuleringsfonds kan in het besluit tot subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van het inhoudelijke verslag en het financieel verslag.
5. Het Stimuleringsfonds kan ten behoeve van de subsidievaststelling een door hem aan te wijzen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een onderzoek laten instellen naar de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie en rapport van feitelijke bevindingen laten opstellen volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld protocol. Deze accountant zal worden bekostigd door het Stimuleringsfonds.
1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het Stimuleringsfonds de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, als:
a) de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;
b) de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
c) de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;
d) de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.
De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij het Stimuleringsfonds bij de intrekking of wijziging anders bepaalt.
2. Het Stimuleringsfonds kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:
a) op grond van feiten of omstandigheden waarvan het Stimuleringsfonds bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;
b) als de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten; of
c) als de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.
De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij het Stimuleringsfonds bij de intrekking of wijziging anders bepaalt.
3. Het Stimuleringsfonds kan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terugvorderen.
4. Wanneer de subsidieverlening niet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening voldoet, wordt de subsidieverlening geweigerd of wordt, indien mogelijk, minder subsidie verleend dan aangevraagd.
Voor zover subsidies worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, gebeurt dit onder de voorwaarde dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voldoende middelen ter beschikking worden gesteld aan het Stimuleringsfonds ter uitvoering van deze regeling.
1. Deze regeling treedt in werking op 10 juni 2026.
2. Als de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 10 juni 2026, treedt deze regeling in afwijking van het eerste lid in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 10 juni 2026.
3. Deze regeling vervalt met ingang van 1 juni 2028. In afwijking van de eerste volzin blijft deze regeling zoals hij luidde op de dag voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, van toepassing op de afwikkeling van op grond van deze regeling ingediende aanvragen en verleende subsidies.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Het bestuur van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, M. Olij Voorzitter a.i.
Deze subsidieregeling is onderdeel van de activiteiten die het Stimuleringsfonds onderneemt om de infrastructuur voor onderzoeksjournalistiek in Nederland te versterken. Het Stimuleringsfonds richt zich in dit kader op de ontwikkeling van journalistieke organisaties en hun onderlinge samenhang.
Met deze specifieke regeling wil het Stimuleringsfonds nieuwsorganisaties helpen uitzoeken of en hoe zij duurzame ruimte kunnen maken voor onderzoeksjournalistiek. Een nieuwsorganisatie kan in totaal drie keer aanspraak maken op deze subsidie. Dit omdat we geloven dat men binnen deze periode het doel van de regeling moet kunnen behalen. Passend bij deze drie jaar, kent de regeling drie ontwikkelingsfases waar deelnemers zich doorheen kunnen bewegen. Een beginnende fase, een fase van groei en een fase waarin onderzoeksjournalistiek wordt verankerd. Deze fases geven deelnemers richting, maken duidelijk wat er van hen verwacht wordt en stelt het Stimuleringsfonds in staat om begeleiding en kennis effectiever aan te bieden. De verschillende fases maken ook dat het Stimuleringsfonds scherper de voortgang van deelnemers kan wegen bij de beoordeling.
De fases die deelnemers doorlopen zijn bovenal een leertraject, waarbinnen we de mogelijkheid bieden om ervaring op te doen en te onderzoeken op welke wijze nieuwsorganisaties een verdiepingsslag kunnen maken. Als Stimuleringsfonds realiseren we ons dat leren met vallen en opstaan gaat. Het is dan ook nadrukkelijk niet onze bedoeling dat alle inspanningen slagen en we willen organisaties uitdagen om reflexief en wendbaar te zijn. We vragen niet om succesverhalen, maar eisen wel commitment, van journalisten en van hoofdredacties. Deze commitment uit zich in een significante tijdsinvestering en aanwezigheid bij gezamenlijke bijeenkomsten, deelname aan cursussen, een reflexieve en coachbare instelling en een hoofdredactie die journalisten adequaat begeleidt, de tijd geeft en vrijwaart van de productie van snel nieuws.
Deze subsidieregeling staat open voor professionele nieuwsorganisaties, ongeacht de vorm waarin zij publiceren en of zij publiek of privaat zijn. De subsidie biedt verschillende middelen om aan bovenstaande doelen bij te dragen. Men kan aanspraak maken op een budget voor arbeidskosten waarmee men journalistieke arbeidskrachten kan financieren ten behoeve van onderzoeksjournalistiek. Daarnaast krijgt elk gehonoreerd project een ontwikkelbudget dat naar eigen inzicht te besteden is aan opleidingen en trainingen voor de redactie, conferentiedeelname en softwarelicenties die bijdragen aan de totstandkoming van journalistiek onderzoek. Elke subsidieaanvrager krijgt daarnaast een ervaren mentor die zowel kan helpen bij het coachen van journalisten als bij het structureren van de organisatie. Verder organiseert het Stimuleringsfonds twee cursussen (een basiscursus onderzoeksjournalistiek en een cursus leidinggeven aan onderzoeksjournalisten) en middagen waar alle projecten samenkomen om workshops te volgen en intervisie te plegen.
De subsidieverlening op basis van deze subsidieregeling kwalificeert als staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Staatssteun moet in principe ter goedkeuring worden aangemeld bij de Europese Commissie, tenzij een vrijstelling van toepassing is. Eén van die vrijstellingen is opgenomen in de de-minimisverordening. Op basis van de de-minimisverordening mag een onderneming maximaal 300.000 euro de-minimissteun per drie jaar ontvangen. Het Stimuleringsfonds moet kunnen controleren of deze drempel niet wordt overschreden. Daarvoor moet door de subsidieaanvrager een de-minimisverklaring worden ingevuld. Als op een later moment, na de subsidieverlening, blijkt dat niet aan de voorwaarden is voldaan, dan is het Stimuleringsfonds genoodzaakt om de subsidie bij de subsidieontvanger terug te vorderen (op basis van artikel 108, lid 3, VWEU).
In de de-minimisverklaring zal de subsidieaanvrager staatssteun moeten vermelden die hij heeft ontvangen. Hieronder valt (onder meer) steun en/of compensatie die hij heeft ontvangen op grond van een vrijstelling in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening1, het DAEB vrijstellingsbesluit2, de DAEB de-minimisverordening3 en een goedkeuringsbesluit van de Commissie voor dezelfde in aanmerking komende kosten.
De de-minimissteun die wordt verleend op grond van deze subsidieregeling is bestemd voor activiteiten van nieuwsorganisaties die bijdragen aan het vergroten van kennis en vaardigheden op het gebied van onderzoeksjournalistiek, alsmede aan de ontwikkeling en bestendiging van een organisatiestructuur waarbinnen onderzoeksjournalistiek duurzaam kan worden bedreven.
De beschikbare subsidiegelden zijn bestemd voor de bevordering van onderzoeksjournalistiek. Het is nodig dat op zijn minst duiding wordt gegeven aan wat onder onderzoeksjournalistiek verstaan moet worden om besluiten te kunnen nemen over welke projecten al dan niet voor een bijdrage in aanmerking komen. Er bestaan uiteenlopende definities voor het begrip onderzoeksjournalistiek, zowel in de wetenschap als in de journalistieke praktijk. Onafhankelijk, onderzoekend, kritisch en diepgravend zijn terugkerende termen daarbij. Het ijkpunt dat het Stimuleringsfonds hanteert is de definitie van Henri Beunders (onderzoek DSP-groep).
Subsidieverlening vindt plaats binnen een gefaseerde ontwikkellijn, gericht op doorgroei van nieuwsorganisaties in de ontwikkeling van onderzoeksjournalistieke kennis en vaardigheden. Het Stimuleringsfonds deelt subsidieaanvragers op in fase 1, fase 2 of fase 3 op basis van het aantal eerdere subsidieverleningen binnen deze regeling of eerdere versies daarvan.
Onder ontwikkelfase wordt verstaan: de binnen deze subsidieregeling vastgestelde ontwikkelingscategorie van een nieuwsorganisatie, die aangeeft in welke mate onderzoeksjournalistieke capaciteit, organisatorische inbedding en strategische borging binnen de organisatie zijn ontwikkeld. De ontwikkelfase bepaalt binnen welke groeistap een aanvrager subsidie kan aanvragen en wordt vastgesteld op basis van eerdere subsidieverleningen binnen deze regeling (of voorgangers daarvan).
De drie ontwikkelingsfases zijn als volgt gedefinieerd:
1. Fase 1: Eerste stappen
De nieuwsorganisatie is aan het uitvinden of en hoe onderzoeksjournalistiek past binnen de organisatie. Er worden antwoorden gezocht op vragen als: wat voor team is er nodig, hoe kan de onderzoekstijd van redacteuren beschermd en geborgd worden en hoe verhouden onderzoeksjournalisten zich tot de nieuwsverslaggeving? Wat voor nieuwe vaardigheden moeten de journalisten opdoen en hoe kan journalistiek onderzoek worden begeleid en gestructureerd?
2. Fase 2: Groeien
De nieuwsorganisatie besluit, van journalisten tot de redactionele leiding, dat men op de lange termijn onderzoeksjournalistiek wil bedrijven. Er is sprake van een effectief team dat methodistisch onderzoeksverhalen weet te produceren. Men onderzoekt actief hoe de impact van onderzoeksjournalistiek gemeten en gecommuniceerd kan worden. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar engagement cijfers, naar hoe diep artikelen gelezen worden en in welke mate verhalen tot conversie en retentie van lezers leidt. De maatschappelijke impact van verhalen wordt gevolgd en in kaart gebracht. Er worden verhalen gemaakt die laten zien dat onderzoeksjournalistiek meerwaarde heeft voor de organisatie. Er is gewerkt aan een plan waarmee men mogelijk op de lange termijn, los van deze subsidie, een vorm van onderzoeksjournalistiek kan bedrijven. Ook weet de nieuwsorganisatie wat voor verdere vaardigheden journalisten en leidinggevenden nodig hebben om onderzoeksjournalistiek te laten floreren.
3. Fase 3: Verankeren
In deze fase raken alle lagen van de nieuwsorganisatie overtuigd van de meerwaarde van onderzoeksjournalistiek. Journalistieke onderzoeken hebben zich bewezen. Men weet de meerwaarde kwalitatief te meten en communiceert hier actief over, intern en extern. Journalisten hebben volop vaardigheden opgedaan die hen in staat stelt meer complexe verhalen en dossiers op te pakken. Er zijn chefs en/of eindredacteuren die vaardig zijn en ervaring hebben met het begeleiden van een onderzoeksteam. Men heeft scherp wat er vanuit de organisatie zelf geïnvesteerd kan worden, dan wel welke keuzes men moet maken om zelfstandig een vorm van onderzoeksjournalistiek te bedrijven op de lange termijn. Er wordt actief samengewerkt met andere disciplines en deelredacties en er zijn volop ideeën over verdere specialisatie in bijvoorbeeld datajournalistiek, publieksparticipatie of vertelvormen die ervoor zorgen dat verhalen optimaal bij het publiek landen.
De regeling is bedoeld voor het bevorderen en vernieuwen van onderzoeksjournalistiek en dient geen middel voor subsidieaanvragers te zijn om de kosten van bestaande activiteiten die al tot de standaard bedrijfsvoering horen, te dekken met subsidie. Subsidieverstrekking vindt plaats ten behoeve van structurele verbetering van onderzoeksjournalistiek en is dus geen kale loonkostensubsidie. Op grond van de regeling is subsidie beschikbaar voor:
a) Arbeidskosten: de kosten van een passende beloning van medewerkers op arbeidsplaatsen uitsluitend ten behoeve van onderzoeksjournalistiek; en
b) Ontwikkelbudget: de kosten van cursussen, opleidingen, trainingen, netwerkbijeenkomsten, conferentie- of congresdeelname en softwarelicenties die bijdragen aan het vergroten van de kennis en vaardigheden op het gebied van onderzoeksjournalistiek. Voor deze kosten geldt een vaste besteding van minimaal 3.000 euro per subsidieontvanger.
Ad. a: hieronder wordt verstaan: het in dienst nemen van een nieuwe medewerker of het te werk stellen van een bestaande medewerker die zich tijdens (een gedeelte van) de projectperiode volledig toelegt op onderzoeksjournalistiek of andere werkzaamheden verricht die daarvoor essentieel zijn. Het is ook mogelijk dat op de nieuwe formatieplaatsen specialisten uit andere disciplines, bijvoorbeeld ICT-expert of Woo-deskundigen, geplaatst worden zonder wie onderzoeksjournalistiek niet goed mogelijk is. Hiermee wil het Stimuleringsfonds multidisciplinair werken stimuleren.
Het is niet noodzakelijk dat nieuwe medewerkers op basis van een arbeidsovereenkomst worden aangenomen. Dat kan het geval zijn, maar de regeling staat ook open voor het aantrekken van zzp’ers en freelancers. Subsidieaanvragers kunnen soms huiverig zijn om meteen een dienstverband aan te gaan en veel mensen die werkzaam zijn in de journalistieke sector geven er de voorkeur aan om als zelfstandige of op freelancebasis te werken. Om die reden wordt gesproken van ‘te werk stellen’ in plaats van alleen ‘in dienst nemen’ of ‘aanstellen.’
De subsidieaanvrager draagt zorg voor passende beloning van de medewerkers. Het Stimuleringsfonds legt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de subsidieaanvrager en verleent alleen een bijdrage tot een bepaald maximum. De maximale bijdrage is 58.500 euro naar rato per persoon per kalenderjaar, inclusief werkgeverslasten. 1 fte staat hierbij gelijk aan 36 uur. Onder werkgeverslasten verstaan we, naast het brutoloon: vakantiegeld, loonheffingen en pensioenafdracht. Bij het bepalen van een passende beloning dient de subsidieaanvrager de richtlijnen van de Fair Practice Code voor de culturele en creatieve industrie te volgen. Deze zijn te raadplegen via: https://fairpracticecode.nl/nl.
Ad. b: Bij onderdeel b gaat het om een vast trainingsbudget van minimaal 3.000 euro. Dit budget kan louter worden besteed aan het volgen van workshops, trainingen netwerkbijeenkomsten, conferentie- of congresdeelname en softwarelicenties die aantoonbaar bijdragen aan het vergroten van de kennis van medewerkers op onderzoeksjournalistiek gebied. Voor workshops, trainingen, netwerkbijeenkomsten, conferentie- of congresdeelname geldt dat ook de hierbij horende reis- en verblijfskosten mogen worden opgevoerd. Voor softwarelicenties geldt dat enkel de kosten voor het gebruik van de licentie in de subsidieperiode kunnen worden opgevoerd.
Met eerdere regelingen van het Stimuleringsfonds worden in ieder geval bedoeld:
■ Subsidieregeling Ruimte voor Onderzoeksjournalistiek 2023–2024, Staatscourant 2023, 29261;
■ Subsidieregeling Ruimte voor Onderzoeksjournalistiek 2024–2025, Staatscourant 2024, 30186; en
■ Subsidieregeling Ruimte voor Onderzoeksjournalistiek 2025–2026, Staatscourant 2025, 25804
De berekening dient te worden opgesteld volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld format. 1 fte staat hierbij gelijk aan 36 uur. Ter onderbouwing van de berekening dienen ook bewijsstukken voor de betaalde journalistieke fte’s te worden ingeleverd:
■ voor medewerkers in loondienst: loonstroken van tenminste twee opeenvolgende maanden tussen 1 april 2026 en 30 juni 2026 per medewerker.
Deze loonstroken bevatten de volgende informatie: naam medewerker, functie, uren en salaris.
■ voor medewerkers op freelancebasis: facturen van tenminste twee opeenvolgende maanden tussen 1 april 2026 en 30 juni 2026 per freelancer.
Deze facturen bevatten in elk geval de naam van de arbeidskracht, werkzaamheden, uren en vergoeding.
Zowel voor de medewerkers met een arbeidscontract als voor de medewerkers op freelancebasis moeten de ingeleverde bewijsstukken altijd betrekking hebben op dezelfde twee opvolgende maanden.
Vrijwilligers worden niet meegenomen bij de berekening van de journalistieke fte’s.
Het Stimuleringsfonds moet kunnen controleren of de drempel van de de-minimisverordening niet wordt overschreden. Bij de aanvraag moet de aanvrager daarom een de-minimisverklaring overleggen waarin is verklaard hoeveel de-minimissteun en andere staatssteun hij heeft ontvangen. Het Stimuleringsfonds verstrekt hiervoor een modelverklaring die door de aanvrager moet worden ingevuld.
Bij de beoordeling op volledigheid worden de bij de aanvraag inleverde documenten door het Stimuleringsfonds enkel getoetst op:
– Werkzaamheid: is het (geüploade) bestand te openen en niet beschadigd;
– Format: zijn bij de begroting, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder b en de berekening fte’s, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder f, opgesteld in het door het Stimuleringsfonds vastgestelde format;
– Plaats: is het gevraagde document op de juiste plaats in het aanvraagformulier geüpload?
Binnen de regeling hanteert het Stimuleringsfonds het drempelcriterium dat een nieuwsorganisatie moeten beschikken over tenminste 3 fte aan betaalde journalisten. Ervaring leert dat het belangrijk is om een professionele basis te hebben, wil een organisatie zich daadwerkelijk voortvarend kunnen toeleggen op de onderzoeksjournalistiek.
Bij het beoordelen van de aanvragen aan de hand van de verschillende beoordelingscriteria betrekt het Stimuleringsfonds de volgende gezichtspunten. Voor criteria a t/m c geldt dat een hoge score behaald kan worden doordat de subsidieaanvrager reeds beschikt over wat er gevraagd wordt, maar evengoed doordat men een onderbouwd plan kan overleggen om dit te verkrijgen of organiseren.
a. Redactionele leiding
Bij de beoordeling van dit criterium wordt gekeken naar de betrokkenheid en kwaliteit van de redactionele leiding. Hierbij wordt gekeken of er sprake is van een onderbouwd plan om journalisten te begeleiden bij onderzoeksjournalistieke werkzaamheden. Een onderbouwd plan gaat in op onderstaande elementen:
■ Duidelijke werkstructuur – Een specifieke werkstructuur is essentieel voor het adequaat begeleiden van journalisten alsook voor de totstandkoming van onderzoeksjournalistieke producties.
■ Bij de beoordeling wordt het onderstaande meegewogen:
i. Is er nagedacht over een overlegstructuur? Zijn er gezette tijden voor overleg?
ii. Worden er duidelijke werkafspraken gemaakt?
iii. Is er sprake van een methode om onderzoek in goede banen te leiden? Is er een duidelijke structuur voor het maken van onderzoeksjournalistieke producties?
■ Investering – Onderzoeksjournalistiek vergt investering, niet alleen van de journalisten zelf, maar ook van de redactionele leiding.
■ Bij de beoordeling wordt het onderstaande meegewogen:
i. Hoeveel tijd wordt er door de redactionele leiding vrijgemaakt voor begeleiding en is deze in voldoende mate passend bij de omvang van het project?
ii. Wordt er ruimte en tijd gecreëerd voor het plegen van (eind)redactie?
iii. In hoeverre beschikt de leidinggevende over aantoonbare competenties en relevante ervaring die passen bij de aard, complexiteit en organisatorische inrichting van het project en het team dat wordt begeleid, waaronder ten minste redactionele begeleiding, onderzoeksjournalistieke expertise, projectsturing en teamcoördinatie?
Ad iii: Bij de beoordeling van de aansluiting van competenties wordt onder meer gekeken naar de mate waarin de leidinggevende beschikt over relevante ervaring en vaardigheden die passen bij zowel de inhoudelijke aard en complexiteit van het project als bij de samenstelling, ervaring en begeleidingsbehoefte van het team. Daarbij kan onder meer worden meegewogen: ervaring met onderzoeksjournalistiek, redactionele eindverantwoordelijkheid, het begeleiden en ontwikkelen van journalisten, projectplanning, kwaliteitsbewaking en teamcoördinatie. Van belang is dat de senioriteit en deskundigheid van de leidinggevende in redelijke verhouding staan tot het ontwikkelniveau van het team; van een team met beperkte ervaring in onderzoeksjournalistiek mag bijvoorbeeld worden verwacht dat het wordt begeleid door een leidinggevende met voldoende aantoonbare ervaring om passende inhoudelijke en organisatorische ondersteuning te bieden. Bij deze beoordeling worden in ieder geval de door de aanvrager aangeleverde cv’s betrokken, voor zover daaruit de ervaring, expertise en begeleidingscapaciteit van de betrokken leidinggevende en teamleden blijken.
b. Visie
Bij het criterium ‘Visie’ wordt beoordeeld of er een duidelijk beeld is van waar de organisatie nu staat, wat de organisatie wil bereiken en wat nodig is om doelstellingen te halen. Een onderbouwd plan gaat in op onderstaande elementen:
■ Doelstellingen – Een belangrijk onderdeel van visie is weten waar de organisatie nu staat en waar men naartoe wil groeien.
Bij de beoordeling wordt het onderstaande meegewogen:
i. Maakt de subsidieaanvrager in voldoende mate inzichtelijk wat haar motivatie is voor het bedrijven van onderzoeksjournalistiek?
ii. Zijn er concrete doelstellingen voor het ontwikkelen van onderzoeksjournalistiek binnen de organisatie?
■ Haalbaarheid – Een scherp idee van welke vaardigheden en kennis men dient op te doen, in combinatie met haalbare productionele en organisatorische doelen, vergroot de kans dat organisaties zich duurzaam ontwikkelen.
Bij de beoordeling wordt het onderstaande meegewogen:
i. Maakt de subsidieaanvrager onderbouwde keuzes over de benodigde kennis en vaardigheden voor de ontwikkeling van onderzoeksjournalistiek op de redactie?
ii. Stelt de subsidieaanvrager productionele en organisatorische doelen die haalbaar zijn binnen het tijdsbestek van dit subsidietraject en de capaciteit van het team?
iii. Sluit de tijd die journalisten krijgen om onderzoeksjournalistiek te bedrijven in voldoende mate aan bij de voorgenomen productionele en organisatorische doelen?
c. Duurzaamheid
Binnen dit criterium wordt gekeken naar de borging van kennis en vaardigheden: hoe denkt de subsidieaanvrager de opgedane kennis binnen het subsidietraject op de lange termijn voor de organisatie te behouden en benutten? Daarnaast is ook de borging op financieel en organisatorisch vlak van belang. Een onderbouwd plan gaat in op de volgende elementen:
■ Kennis en vaardigheden – Nieuwe kennis en vaardigheden zijn van groter en langduriger nut wanneer deze overdraagbaar en breed gedeeld worden op de nieuwsredactie.
Bij de beoordeling wordt het onderstaande meegewogen:
i. Op welke wijze wordt de opgedane kennis geborgd binnen de organisatie?
ii. Op welke wijze wordt er binnen de organisatie actief kennis gedeeld? Hoe wordt er intern samen gewerkt met andere (deel)redacties?
■ Financieel en organisatorisch – Om op termijn op een duurzame manier onderzoeksjournalistiek te bedrijven is het van belang dat de leiding hier prioriteit aan geeft en er zelf middelen in kan gaan investeren.
i. Is er in voldoende mate nagedacht over hoe de onderzoeksredactie duurzaam gefinancierd kan worden? Is er aandacht besteed aan hoe onderzoeksjournalistiek gefinancierd kan worden na de subsidie van het Stimuleringsfonds?
ii. Is er in voldoende mate nagedacht over hoe onderzoeksjournalistiek op organisatorisch vlak duurzaam wordt geborgd in de organisatie als geheel? Wordt het belang van onderzoeksjournalistiek door de gehele organisatie gedragen en onderschreven?
iii. Is er in voldoende mate nagedacht over het meten en communiceren van de impact van onderzoeksjournalistieke producties?
Artikel 3.4 regelt de wijze waarop aanvragen door het Stimuleringsfonds inhoudelijk beoordeeld worden.
De fase waarin een nieuwsorganisatie zich bevindt weegt mee in de beoordeling van de inhoudelijke criteria. Hierbij wordt verwacht dat een nieuwsorganisatie binnen een subsidieverlening (een deelname) hetgeen kan bereiken dat nodig is om door te groeien naar de volgende fase. In welke fase een subsidieaanvrager zich bevindt, wordt bepaald door het Stimuleringsfonds. Een subsidieaanvrager die nog geen subsidie heeft ontvangen binnen eerdere versies van deze regeling wordt altijd ingedeeld in fase 1. Bij subsidieaanvragers die eerder subsidie hebben ontvangen op grond van eerdere versies van deze regeling, wordt de indeling gebaseerd op het aantal keer dat er subsidie is verstrekt aan de nieuwsorganisatie. Hierbij geldt dat bij de tweede subsidieverlening een subsidieaanvrager wordt ingedeeld in fase 2 en bij een derde subsidieverlening in fase 3.
Bij de beoordeling van de drie inhoudelijke criteria, ‘Redactionele leiding’, ‘Visie’ en ‘Duurzaamheid’ wordt de hoogte van de score bepaald door twee onderdelen. Er wordt beoordeeld of subsidieaanvragers met hun antwoorden zijn ingegaan op alle genoemde elementen en hun antwoorden op de gestelde vragen voldoende hebben onderbouwd. Daarnaast worden de gegeven antwoorden gewogen aan de hand van de ontwikkelingsfase waarin de nieuwsorganisatie zich bevindt. Concreet houdt dit in dat bij fase 1 onderbouwde aannames en ideeën voldoende zijn om te scoren op de inhoudelijke criteria. Bij fase 2 dient een subsidieaanvrager zijn plannen en antwoorden te baseren op in de praktijk getoetste aannames en ideeën, bijvoorbeeld uit de experimentfase. Bij fase 3 wordt verwacht dat de subsidieaanvrager beschikt over aannames en ideeën, gevalideerd door systematisch verzamelde kwalitatieve en kwantitatieve data om zijn antwoorden en plannen te onderbouwen.
Bij de beoordeling wordt elk criterium afzonderlijk gewaardeerd met een waarderingsschaal in woorden (zoals ‘goed’, ‘voldoende’, ‘matig’). Deze waarderingen dienen als hulpmiddel voor een zorgvuldige en evenwichtige beoordeling van de aanvragen. Aan elke waardering is een cijfer (punten) gekoppeld, met het oog op een vertaling naar een rangorde van de aanvragen. De besluiten zijn gebaseerd op een beargumenteerde beoordeling van de aanvragen, aan de hand van de criteria en de bijbehorende waarderingen en cijfers. De waarderingen met bijbehorende cijfers worden voor elk van de criteria als volgt toegepast. Het cijfer staat op zichzelf en betreft geen directe vergelijking met andere subsidieaanvragers. De cijfers van elk criterium worden bij elkaar opgeteld en resulteren in een rangorde op basis waarvan aanvragen worden gehonoreerd.
|
Waardering |
Cijfer |
Toelichting |
|---|---|---|
|
zeer goed |
5 |
uitsluitend positief, er zijn geen punten van kritiek |
|
goed |
4 |
positief, slechts kleine punten van kritiek |
|
voldoende |
3 |
positief, met een aantal punten van kritiek |
|
matig |
2 |
matig, substantiële punten van kritiek |
|
onvoldoende |
1 |
onder de maat, de kritische punten hebben de overhand. |
De totaalscore van de aanvraag komt als volgt tot stand: de scores van elk inhoudelijk criterium worden bij elkaar opgeteld.
In dit artikellid is geregeld dat wanneer de subsidieverlening niet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening voldoet, de subsidieverlening zal worden geweigerd of indien mogelijk, minder subsidie zal worden verleend dan aangevraagd.
Dit hoofdstuk regelt hoe de subsidieontvangers en het Stimuleringsfonds samenwerken en elkaar informeren over de geboekte voortgang. Uitgangspunten hierbij zijn commitment, openheid en eerlijkheid. Het Stimuleringsfonds subsidieert de duurzame ontwikkeling van redacties, niet de productie van artikelen an sich.
Naast het verstrekken van subsidie, zet het Stimuleringsfonds actief in op het aanreiken van coaching en kennis, waarbij het aanbod zoveel mogelijk wordt afgestemd op de behoefte van deelnemers. Onderdeel hiervan is ook een basiscursus onderzoeksjournalistiek en een cursus leidinggeven aan onderzoeksjournalisten. Deelname aan deze cursussen is verplicht.
Op door het Stimuleringsfonds aangewezen data vragen we subsidieaanvragers hun doelstellingen en resultaten te overleggen en in samenspraak met het team van het Stimuleringsfonds te evalueren. De data die zij verzamelen en delen met het Stimuleringsfonds, dienen om de voortgang van projecten te beoordelen. Verder dragen deze data en informatie bij aan het onderzoek dat het Stimuleringsfonds doet naar de effectiviteit van de subsidieregeling en het onderzoeksjournalistieke veld in zijn geheel.
Verordening (EU) nr. 651/2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1–78 (geconsolideerde versie van 01/07/2023).
Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, VWEU op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU, PB L, 2025/2630.
Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (C/2023/9701), PB L, 2023/2832.
Verordening (EU) nr. 651/2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1–78 (geconsolideerde versie van 01/07/2023).
Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, VWEU op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU, PB L, 2025/2630.
Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (C/2023/9701), PB L, 2023/2832.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-28710.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.