Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 9 juli 2026, nr. WJZ/106941174, tot wijziging van de Subsidieregeling exploitatiesubsidies ROM’s in verband met de vaststelling van subsidieplafonds

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling exploitatiesubsidies ROM’s wordt als volgt gewijzigd:

A

Bijlage 2 van de Subsidieregeling exploitatiesubsidies ROM’s komt als volgt te luiden:

BIJLAGE 2. BEHORENDE BIJ ARTIKEL 8 (SUBSIDIEPLAFOND)

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de exploitatiesubsidie.

Regionale ontwikkelingsmaatschappij

Boekjaar

Subsidieplafond (€)

Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij Holding B.V.

2024–2027

350.000,00

2025–2026

535.000,00

2026

1.421.000,00

2026–2027

800.000,00

2026–2028

348.350,00

Horizon B.V.

2024–2027

200.000,00

2025–2026

200.000,00

2026

711.000,00

2026–2027

400.000,00

2026–2028

628.050,00

Ontwikkelingsmaatschappij Oost Nederland B.V.

2024–2027

650.000,00

2025–2026

525.000,00

2026

1.421.000,00

2026–2027

800.000,00

2026–2028

348.350,00

Regionale Ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter B.V.

2024–2027

1.050.000,00

2025–2026

325.000,00

2026

1.421.000,00

2026–2027

800.000,00

2026–2028

348.350,00

N.V. LIOF

2024–2027

100.000,00

2025–2026

200.000,00

2026

1.422.000.,00

2026–2027

400.000,00

2026–2028

1.962.417,00

N.V. NOM, Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord Nederland

2024–2027

50.000,00

2025–2026

200.000,00

2026

1.421.000,00

2026–2027

800.000,00

2026–2028

348.350,00

2026–2029

4.000.000,00

N.V. Economische Impuls Zeeland

2024–2027

200.000,00

2025–2026

325.000,00

2026

711.000,00

2026–2027

200.000,00

2026–2028

215.750,00

ROM InWest B.V.

2024–2027

50.000,00

2025–2026

200.000,00

2026

1.295.000,00

2026–2027

800.000,00

2026–2028

215.750,00

ROM Regio Utrecht B.V.

2024–2027

1.350.000,00

2025–2026

600.000,00

2026

1.418.000,00

2026–2027

400.000,00

2026–2028

215.750,00

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 9 juli 2026

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert

TOELICHTING

1. Aanleiding

Deze wijzigingsregeling voorziet in de vaststelling van de subsidieplafonds voor de exploitatiesubsidie die verstrekt wordt op grond van de Subsidieregeling exploitatiesubsidies ROM’s (hierna: de Regeling) aan regionale ontwikkelingsmaatschappijen (hierna: ROM’s).

2. Inhoud regeling

Diverse subsidieplafonds worden gewijzigd als gevolg van het beschikbaar stellen van extra middelen die ook doorlopen na 2026. Dit is het gevolg van aanvullend budget waarbij de activiteiten van de ROM’s aansluiten op de taakvelden die in de regeling zijn opgenomen.

Voor de boekjaren 2026–2028 is aanvullend op de reguliere exploitatiesubsidie een eenmalig bedrag van € 2.884.450 (verdeeld over de ROM’s) beschikbaar gemaakt voor de uitvoering van het programma Technologiebrandpunten. Verder is er ook aanvullend op de reguliere exploitatiesubsidie voor de boekjaren 2026–2027 € 5.400.000 beschikbaar gemaakt voor de uitvoering van het programma Defensie Innovatiehubs.

Daarnaast zijn er ook voor specifieke ROM’s nog middelen vrijgemaakt. Dit betreft aan de LIOF een eenmalig bedrag van € 1.746.667 voor de boekjaren 2026–2028 aanvullend op de reguliere exploitatiesubsidie. Dit is beschikbaar gemaakt voor de programmatische aanpak met betrekking tot de valorisatieactiviteiten rond de Einstein Telescope. Tevens wordt het subsidieplafond van de N.V. Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM) voor de boekjaren 2026-2029 verhoogd met een eenmalig bedrag van € 4.000.000,00 bestemd voor het uitvoeringsplan Nij Begun/Economische Agenda Groningen.

3. Staatssteun

De wijziging brengt geen verandering in de staatssteunaspecten, verbonden aan de regeling. De wijzigingen met betrekking tot de publicatie van voormelde subsidieplafonds passen binnen de eerdere staatssteunbeoordeling. Voor een nadere toelichting op de staatssteunaspecten wordt verwezen naar paragraaf 3 van de algemene toelichting van de regeling (Stcrt. 2022, nr. 34346).

4. Regeldruk

De vaststelling van de subsidieplafonds leidt niet tot wijziging van informatieverplichtingen en daarom ook niet tot een toe- of afname van de regeldruk bij de gebruikers van de regeling. Voor een nadere toelichting op de huidige regeldrukeffecten wordt verwezen naar paragraaf 4 van de algemene toelichting van de regeling (Stcrt. 2022, nr. 34346).

5. Inwerkingtreding

De onderhavige regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met de datum van inwerkingtreding wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van een kwartaal in werking treden en twee maanden voordien bekend worden gemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd, omdat de doelgroep van deze regeling gebaat is bij spoedige inwerkingtreding.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert

Naar boven