Besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur 2 juli 2026, nr. ZK-0000145942 houdende tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden als groeiregulator in de onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster (Tijdelijke vrijstelling als groeiregulator in de onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster, 2026)

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

handelende in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

Gelet op artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309);

BESLUIT:

Artikel 1

Tijdelijke vrijstelling als bedoeld in artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt verleend het gebruik van Alar 85 SG als groeiregulator in de onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster.

Artikel 2

Aan de vrijstelling bedoeld in artikel 1 zijn de in de bijlage bij dit besluit opgenomen voorschriften en beperkingen verbonden.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt op 28 september 2026.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstelling als groeiregulator in de onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster, 2026.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens deze, F. Wolf Directeur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit

Bezwaar

Als u het niet eens bent met deze beslissing, kunt u binnen zes weken na dagtekening van dit besluit digitaal of schriftelijk een bezwaarschrift indienen.

Een digitaal bezwaarschrift kunt u indienen via ‘mijn.rvo.nl”. Om in te loggen heeft u uw gebruikerscode en wachtwoord nodig, voor de ondertekening een TAN-code. Bij een digitaal bezwaarschrift stuurt u een kopie van dit besluit mee als pdf-bestand of u stuurt een kopie per post na.

Als u schriftelijk bezwaar wilt maken, stuurt u het ondertekende bezwaarschrift naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle. Bij een schriftelijk bezwaar stuurt u een kopie van dit besluit mee met uw bezwaarschrift.

Op mijn.rvo.nl/bezwaar vindt u meer belangrijke informatie over het digitaal en schriftelijk indienen van een bezwaarschrift.

Meer informatie

Heeft u nog vragen over uw bezwaarschrift, kijk dan op de website: mijn.rvo.nl. of bel: 088 042 42 42 (lokaal tarief).

BIJLAGE: WETTELIJK GEBRUIKSVOORSCHRIFT ALAR 85 SG (DAMINOZIDE 85%)

Wettelijk Gebruiksvoorschrift

Toegestaan is uitsluitend het professionele gebruik als groeiregulator door middel van een gewasbehandeling in de volgende

toepassingsgebieden (volgens Definitielijst toepassingsgebieden versie 2.2, Ctgb juni 2019) onder de vermelde toepassingsvoorwaarden

Toepassingsvoorwaarden:

Toepassingsgebied

Doel groeiregulering

Dosering (middel) per toepassing

Maximale dosering (middel) per toepassing

Maximaal aantal toepassingen per teeltcyclus

Minimum interval tussen toepassingen in dagen

Onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster

Groeiremming

0,04-0,3%

(40-300 g middel per 100 L water)

2,4 kg/ha

(500-800 L water/ha)

5

7

Overige toepassingsvoorwaarden

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Inlichtingenblad aangaande de veiligheid is voor de professionele gebruiker op aanvraag verkrijgbaar.

De potten en containers waarin de betreffende bloemisterijgewassen worden geteeld, dienen te zijn geplaatst in een semi-gesloten systeem op een semipermeabel onkruiddoek.

Het middel dient voor de hierboven genoemde toepassingen toegepast te worden met 500-800 liter water per ha.

Draag handschoenen bij het mengen en laden.

Draag handschoenen bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

In de onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster uitsluitend neerwaarts toepassen met een machinaal voortbewogen apparatuur.

Om in het water levende organismen te beschermen is toepassing van dit middel in percelen die grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik wordt gemaakt van een techniek uit tenminste de klasse DRT90, waarbij een teeltvrije zone van tenminste 150 centimeter gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de insteek van de sloot dient te worden aangehouden.

Let op: dit middel kan schadelijk zijn voor natuurlijke vijanden. Raadpleeg deskundigen (uw leverancier van natuurlijke vijanden, de producent van dit middel, uw adviseur) over het gebruik van dit middel in combinatie met het gebruik van natuurlijke vijanden.

Aanbevelingen

De genoemde doseringen zijn slechts een aanwijzing m.b.t. de gevoeligheid van de planten, het verdient de voorkeur in alle gevallen via proefbespuitingen zelf de juiste dosis en het goede spuittijdstip vast te stellen, omdat de vele groeifactoren die het resultaat kunnen beïnvloeden van bedrijf tot bedrijf kunnen verschillen.

Bij bereiding van de spuitvloeistof eerst de tank half vullen met water, vóór het toevoegen van het product, om overmatige schuimvorming te voorkomen.

TOELICHTING

1 Algemeen

Artikel 53 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europese Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen nr. 79/117/EEG en nr. 91/414/EEG van de Raad (PbEU 2009, L 309) (hierna: Verordening (EG) nr. 1107/2009) en artikel 38 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) maken het mogelijk in bijzondere omstandigheden tijdelijke vrijstelling te verlenen van het verbod om een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel binnen Nederland te brengen, op de markt te brengen, voorhanden te hebben of te gebruiken.

Tijdelijke vrijstelling kan worden verleend als een maatregel nodig blijkt voor een gecontroleerd en beperkt gebruik ter beheersing van een noodsituatie die op geen enkele andere redelijke manier te bestrijden is.

2 Adviezen

2.1 Landbouwkundig advies

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft een landbouwkundig advies opgesteld bestaande uit (a) een onderbouwing van de noodsituatie op het gebied van gewasbescherming en (b) een advies over de naleefbaarheid en handhaafbaarheid van de door het Ctgb voorgeschreven risico reducerende maatregelen / restrictiezinnen.

2.1.1 Noodsituatie op het gebied van gewasbescherming

Gevaar

Bij een niet gereguleerde groei van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster in pot en containers treedt er kwaliteitsverlies op. Bij Viburnum betekent dit een ongelijke en slechte bloemzetting op de takken. Bij Azalea, Chrysanthemum en Aster is de vorm van de plant onvoldoende compact en uniform. En bij Hortensia betekent dit teveel vegetatieve groei waardoor de bloemknoppenvulling onvoldoende is en de vorm onvoldoende compact. De handelswaarde van deze gewassen vermindert omdat ze in een lagere kwaliteitsklasse terecht komen.

Alternatieven

Maatregelen

Door te telen in containers kan de groei beter worden gestuurd door optimalisering van de bemesting. De bemestingsstrategie is een goede aanvullende maatregel, maar het effect hiervan is niet voldoende.

Toegelaten middelen en goedgekeurde basisstoffen

Groeiregulatoren op basis van chloormequatchloride zijn toegelaten in de onbedekte teelt van bloemisterijgewassen. De toepassing van deze middelen is alleen toegestaan in de maanden maart-april, de beginfase van de uitgroei van de aangevraagde gewassen, waardoor deze middelen onvoldoende effectief zijn in de aangevraagde vrijstellingsperiode.

Een middel op basis van mepiquatchloride en metconazool is toegelaten in de onbedekte teelt van potplanten voor groeiremming. Dit middel mag in de aangevraagde vrijstellingsperiode worden toegepast met maximaal één toepassing per teeltcyclus.

Twee middelen op basis van prohexadion-calcium zijn via een artikel 51 procedure toegelaten voor groeibeheersing van de vegetatieve groei in de teelt van bloemisterijgewassen. Deze middelen zijn beoordeeld conform artikel 51 EG 1107/2009. Er is voor deze toepassing geen werkzaamheids- en fytotoxiciteitonderzoek uitgevoerd. Werkzaamheid is aannemelijk. Toepassing van deze middelen in blauwe, roze en rode bloemen leidt echter tot bloemverkleuring en daarom wordt het gebruik in gewassen met deze bloemkleuren afgeraden. Het middel werkt niet sterk groeiremmend en kan een lager bloemaantal en slappere planten tot gevolg hebben. Deze middelen vormen hiermee geen geschikt alternatief.

Met het toepassen van de beschikbare maatregelen en middelen kan de groei niet effectief gereguleerd worden in de aangevraagde gewassen.

Conclusie

De NVWA komt tot de volgende conclusies:

  • Onvoldoende groeiregulering vormt een bedreiging voor een landbouwtechnisch doelmatige onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster in Nederland.

  • Een landbouwtechnisch doelmatige onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster is met het beschikbare pakket aan maatregelen en middelen niet mogelijk.

Vrijstelling conform artikel 38 Wgb, van Alar 85 SG in de onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster voldoet aan de criteria voor een noodsituatie op het gebied van gewasbescherming.

2.1.2 Naleefbaarheid en handhaafbaarheid van de toepassingsvoorwaarden

Naleefbaarheid

De NVWA toets de naleefbaarheid van de voorgestelde toepassingsvoorwaarden in de praktijk aan de technische naleefbaarheid, de naleefcijfers (toezicht) en de ingeschatte motivatie voor naleving.

De technische naleefbaarheid richt zich op de beschikbaarheid van de juiste apparatuur, het praktisch kunnen voldoen aan aanvullende voorwaarden zoals teeltvrije zones en insectengaas en de mogelijkheid om toepassingsvoorwaarden op de juiste wijze toe te kunnen toepassen.

De aanvrager schat in dat bij 80% van het areaal voldaan kan worden aan de toepassingsvoorwaarden van DRT90 bij percelen grenzend aan oppervlaktewater in combinatie met een teeltvrije zone van 150 cm. De aanvraag betreft de niet grondgebonden pot- en containerteelt waardoor een perceelsinrichting met een teeltvrije zone van 150 cm geen praktische beperkingen heeft. De inschatting van de aanvrager acht de NVWA realistisch gezien de gestelde toepassingsvoorwaarden aan de vrijstelling.

Of een teler de voorgeschreven voorwaarden zal naleven, is naar verwachting afhankelijk van de economische schade die het mogelijk tot gevolg heeft. Er zijn diverse aspecten die het gedrag van de teler beïnvloeden, zoals de verwachte omvang van de economische schade, ‘gemak’, werkzaamheid of kosten. Het reguleren van de groei van de onbedekte pot- en containerteelt van Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster is belangrijk voor een goed kwalitatief product. Om deze reden zal een deel van de telers die niet aan de toepassingsvoorwaarden kan voldoen mogelijk toch het middel inzetten.

De NVWA voert bedrijfsinspecties en toepassingsinspecties uit. Bij bedrijfsinspecties voeren we een fysieke en administratieve controle uit en nemen we een gewasmonster. Toepassingsinspecties worden tijdens het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen uitgevoerd (heterdaad in het veld).

Bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen varieert de nalevingstrend over de periode 2022 tot en met 2024 tussen de 67% en 76%. Bij toepassingsinspecties worden overtredingen geconstateerd voor lagere driftreductievoorwaarden dan DRT90, zoals de kantdop en DRT75 uit het BAL en drifteisen uit de wettelijke gebruiksvoorschriften.

De NVWA schat in dat de naleefbaarheid van de voorgestelde toepassingsvoorwaarden door de teler gemiddeld is.

Handhaafbaarheid

De mogelijkheden voor het uitoefenen van toezicht op de voorschriften bestaan uit bedrijfscontrole (administratief en fysiek achteraf), toepassingscontrole (heterdaad), monstername en/of toezicht op gecontroleerde distributie.

De mogelijkheid om aan de vereiste teelvrije zone en ondergrond te voldoen, kan bij inspectie van het perceel worden vastgesteld. De aanwezigheid/beschikbaarheid van de vereiste spuittechniek bij een teler is vast te stellen, echter het gebruik daarvan is alleen bij heterdaad vast te stellen. De werkzame stof in het middel breekt zeer snel af, hierdoor is het gebruik moeilijk vast te stellen via een monstername.

De NVWA schat in dat de mogelijkheid voor het uitoefenen van toezicht (handhaafbaarheid) matig is.

Conclusie

De NVWA concludeert dat de naleefbaarheid en handhaafbaarheid van de toepassingsvoorwaarden matig is. Het niet naleven van wet- en regelgeving leidt tot risico’s voor mens, dier en milieu.

Advies NVWA

Op basis van de beoordeling van de noodsituatie (gevaar voor de teelt en beschikbare alternatieven voor de teelt) en de verwachte naleefbaarheid en handhaafbaarheid adviseert de NVWA een vrijstelling van het gewasbeschermingsmiddel Alar 85 SG in de onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster wel te verlenen.

2.2 Risicobeoordeling

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) heeft een advies opgesteld waarin de vraag wordt beantwoord of er sprake is van aanvaardbare risico’s.

Humane toxiciteit

Voldoet aan de eisen met inachtneming van de volgende risicoreducerende maatregelen / restrictiezinnen:

Draag handschoenen bij het mengen en laden.

Draag handschoenen bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

In de onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster uitsluitend neerwaarts toepassen met een machinaal voortbewogen apparatuur.

Volksgezondheid

Voldoet aan de eisen.

Gedrag in het milieu

Voldoet aan de eisen.

Ecotoxiciteit

Voldoet aan de eisen met inachtneming van restricties.

Om in het water levende organismen te beschermen is toepassing van dit middel in percelen die grenzen aan oppervlaktewater uitsluitend toegestaan indien op het gehele perceel gebruik wordt gemaakt van een techniek uit tenminste de klasse DRT90, waarbij een teeltvrije zone van tenminste 150 centimeter gemeten vanaf het midden van de laatste gewasrij of de laatste plant in de rij tot aan de insteek van de sloot dient te worden aangehouden.

Let op: dit middel kan schadelijk zijn voor natuurlijke vijanden. Raadpleeg deskundigen (uw leverancier van natuurlijke vijanden, de producent van dit middel, uw adviseur) over het gebruik van dit middel in combinatie met het gebruik van natuurlijke vijanden.

De pot- en containers waarin de betreffende bloemisterijgewassen worden geteeld, dienen te zijn geplaatst in een semi-gesloten systeem op een semipermeabel onkruiddoek.

Conclusie

Het College constateert dat er na het nemen van risicoreducerende maatregelen / het inachtnemen van restrictiezinnen het risico verbonden aan de vrijstelling acceptabel is.

Advies

Gezien het risico adviseert het College een vrijstelling ex artikel 38 Wgb van het gewasbeschermingsmiddel Alar 85 SG, als groeiregulator in de onbedekte pot- en containerteelt van Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster te verlenen onder vermelding van bovenstaande risicoreducerende maatregelen / restrictiezinnen.

3 Overwegingen

Een hernieuwde tijdelijke vrijstelling van het gewasbeschermingsmiddel Alar 85 SG is gewenst, omdat zonder deze vrijstelling groeiregulatie in de onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster op geen enkele andere redelijke wijze uit te voeren is. Hierdoor wordt de doelmatige onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster bedreigd. Belanghebbenden spannen zich in om op korte termijn te beschikken over een regulier toegelaten gewasbeschermingsmiddel.

In het Wettelijk Gebruiksvoorschrift (zie bijlage bij dit besluit) zijn de risico reducerende maatregelen overgenomen die door het Ctgb zijn voorgesteld.

Vrijstelling voor de toepassing van een ander middel op basis van daminozide in de onbedekte pot- en containerteelt van Viburnum, chrysant, Azalea, Aster en Hortensia werd eerder verleend:

4 Besluit

De adviezen van de NVWA en het Ctgb overnemend, heb ik in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, besloten om op grond van artikel 38 van de Wgb tijdelijke vrijstelling te verlenen voor het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel Alar 85 SG als groeiregulator in de onbedekte pot- en containerteelt van de bloemisterijgewassen Viburnum, Chrysanthemum, Azalea, Hortensia en Aster.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt op 28 september 2026.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens deze, F. Wolf Directeur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit

Naar boven