Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 24489 | convenant |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 24489 | convenant |
De onderstaande partijen:
1. de Minister van Economische Zaken en Klimaat, handelend als bestuursorgaan, hierna te noemen de coördinerend minister,
2. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), handelend als bestuursorgaan,
3. de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), handelend als bestuursorgaan,
4. de Minister van Defensie (DEF), handelend als bestuursorgaan,
overwegende:
Dat het tussen de Minister van Economische Zaken en Klimaat (destijds de Minister van Economische Zaken), de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (destijds de bewindslieden van Verkeer en Waterstaat) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) gesloten convenant ter oprichting van een Netherlands Space Office1 (NSO) per 12 juni 2026 is geëindigd,
dat NWO geen betrokkenheid meer behoeft bij de Netherlands Space Agency (NLSA), die voor de naamswijziging op 3 maart 2026 bekend stond als de NSO, en de betrokkenheid van de Minister van Defensie bij NLSA wenselijk wordt geacht,
dat vanwege het voorgaande nieuwe afspraken zijn gemaakt over het opdrachtgeverschap aan NLSA, waarvan het wenselijk is dat ze worden vastgelegd,
dat de coördinerend minister, de Minister van OCW, de Minister van IenW en de Minister van DEF, mede op basis van de Lange-termijn Ruimtevaartagenda (LTR)2, de kabinetsreactie op de LTR3 alsook het rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV)4 hebben besloten hun samenwerking in de uitvoering van het Nederlands ruimtevaartbeleid te versterken door gezamenlijk het opdrachtgeverschap te voeren van NLSA,
dat het besluit in de ministerraad is bekrachtigd op 12 juni 2026 en wordt gepubliceerd in de Staatscourant,
dat partijen nadere afspraken hebben gemaakt over het opdrachtgeverschap aan NLSA, welke afspraken partijen wensen vast te leggen in de onderhavige interdepartementale afspraken,
dat het ruimtedomein een breed scala aan activiteiten omvat die gerelateerd zijn aan de veiligheid, defensie, verkenning en benutting van de ruimte (zowel up-als downstream en inclusief grondinfrastructuur). Het ruimtedomein heeft zich ontwikkeld tot een domein met vitale infrastructuur met tal van diensten op het gebied van communicatie, navigatie en weerinformatie, die een belangrijke rol spelen in ons dagelijks leven. Daarnaast biedt informatie die wordt verkregen van satellieten vaak unieke inzichten ten aanzien van oplossingen of bijdragen op het gebied van vraagstukken als klimaat,
dat hoewel (inter)nationale veiligheid en defensie onderdeel zijn van het ruimtedomein, deze onderdelen expliciet niet onder “ruimtevaartbeleid” worden begrepen in het kader van deze afspraken, omdat (inter)nationale veiligheid en defensie binnen het domein van het Ministerie van Defensie liggen,
dat de strategische afstemming van het nationale en internationale ruimtevaartbeleid plaatsvindt in de hoog ambtelijke Interdepartementale Raad Ruimtedomein (IRR),
dat in het Interdepartementaal Coördinatieoverleg Ruimtedomein (ICR5) besluiten worden voorbereid die worden voorgelegd aan de IRR,
dat aanvullende afspraken met betrekking tot onder andere mandaten, financiën en personeel separaat zullen worden geregeld,
komen overeen:
NLSA heeft tot doel:
1. Bevordering van eenheid, consistentie en effectiviteit in de aansturing, programmering en uitvoering van de Nederlandse activiteiten aangaande het ruimtevaartbeleid.
2. Versterking van de Nederlandse positie op technologisch en wetenschappelijk terrein en de ontwikkeling van de daarmee samenhangende instrumentatie.
3. Versterking van synergie tussen wetenschappelijke, technologische en industriële waardeketens in Nederland, alsook met andere wetenschaps- en innovatiethema’s.
4. Bevordering van het maatschappelijk gebruik van de activiteiten in de ruimtevaart en in dat verband de stimulering en sturing van nieuwe technologische ontwikkelingen.
5. Signalering van afhankelijkheden en kwetsbaarheden in de samenleving ten aanzien van ruimtevaart en het actief inzetten of mitigering hiervan.
1. De eigenaarsrol berust bij de coördinerend minister.
2. De opdrachtgeversrol berust bij alle partijen gezamenlijk die ten behoeve van de aansturing zitting nemen in de ‘Stuurgroep NLSA’ en die voorheen bekend stond als ‘Stuurgroep NSO’.
3. NLSA is organisatorisch alsook beheersmatig als zelfstandige opererende organisatie ondergebracht bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
4. Financiering van NLSA vindt op directe wijze plaats via de verschillende partijen onafhankelijk van de financieringslijn die RVO onderhoudt met EZK.
1. Rol- en verantwoordelijkheidsverdeling in beleidsvorming en uitvoering
a. De beleidsverantwoordelijkheid voor het gezamenlijke nationale en internationale ruimtevaartbeleid berust bij de deelnemende ministeries zoals beschreven in het onderhavige document. Zij stellen de beleidskaders en prioriteiten vast, waaronder de Nederlandse inzet in Europees en internationaal verband.
b. De missie van NLSA is om partijen te helpen richting te geven aan de ontwikkeling van ruimtevaart voor Nederland en om ruimtevaart doelgericht in te zetten voor onze samenleving.
c. NLSA geeft invulling aan deze missie door het adviseren van de partijen bij de voorbereiding en doorontwikkeling van het ruimtevaartbeleid alsook door het uitvoeren van het door de partijen vastgestelde ruimtevaartbeleid binnen de door hen gestelde beleidsmatige, financiële en bestuurlijke kaders.
d. Deze missie laat onverminderd de eigen verantwoordelijkheid van het Ministerie van Defensie voor het ruimtevaartbeleid op het gebied van de internationale en nationale veiligheid en defensie alsook de uitvoering ervan.
2. Programmering, uitvoering en verantwoording
a. Ter uitvoering van haar missie stelt NLSA de volgende documenten op en zorgt ervoor dat de informatie gedeeld wordt met in ieder geval de Stuurgroep NLSA, op basis van de vastgestelde beleidskaders en prioriteiten van de partijen:
(i) Periodiek een Meerjarenprogramma Uitvoering Ruimtevaartbeleid (Meerjarenprogramma), dat de beleidsprioriteiten vertaalt naar uitvoerbare programma’s en activiteiten.
(ii) Elk jaar een Uitvoering Jaarwerkplan Ruimtevaartbeleid (Jaarwerkplan), gebaseerd op het vastgestelde Meerjarenprogramma.
(iii) Elk jaar een jaarverslag (Jaarverslag), waarin inhoudelijk en financieel wordt teruggekeken en gerapporteerd over de uitvoering van het Meerjarenprogramma en het Jaarwerkplan.
b. De Stuurgroep NLSA stelt zowel het Meerjarenprogramma evenals het Jaarwerkplan vast.
c. NLSA draagt zorg voor monitoring, (nul)metingen en voortgangsrapportage(s) van de (uitvoering van de activiteiten als omschreven in de) in het vorige lid genoemde documenten ten behoeve van de Stuurgroep NLSA en rapporteert hierover in het Jaarverslag.
3. Advisering en ondersteuning beleidsproces
a. NLSA adviseert de ICR en de IRR en de leden daarvan op basis van inhoudelijke expertise, uitvoeringskennis, nationale en internationale ontwikkelingen.
b. NLSA ondersteunt de partijen bij de voorbereiding en implementatie van nationaal, Europees en internationaal ruimtevaartbeleid en -programma’s, met dien verstande dat beleidsmatige besluitvorming en onderhandelingsinzet bij de partijen berusten.
4. Internationale vertegenwoordiging en EU-context
a. NLSA is medevertegenwoordiger van Nederland in door de partijen aangewezen internationale gremia, waaronder bijvoorbeeld de Europese Unie, de European Space Agency (ESA), de EU Agency for the Space Programme (EUSPA), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de Group on Earth Observation (GEO), de Committee on Earth Observation Satellites (CEOS) en overige relevante multilaterale samenwerkingsverbanden.
b. NLSA adviseert de partijen ten aanzien van ruimtevaart gerelateerde vraagstukken die zich kunnen voordoen bij de genoemde gremia onder 4a, maar desgevraagd ook daarbuiten zoals bijvoorbeeld bij de United Nations Office for Outer Space Affairs en EUMETSAT.
c. De inzet, agendering en inhoudelijke inbreng in deze gremia wordt vooraf afgestemd met de betreffende partijen. In het geval dat partijen zelf het woord voeren, ondersteunt NLSA hen desgevraagd inhoudelijk en organisatorisch.
5. Communicatie en woordvoering
a. NLSA ondersteunt het ruimtevaartbeleid met een strategisch communicatieplan gericht op nationale en internationale doelgroepen, en treedt daarbij op als expertise-organisatie over ruimtevaart namens de rijksoverheid.
b. NLSA voert als expertorganisatie een eigen woordvoering over de activiteiten van NLSA naar media, onafhankelijk van RVO, waarbij het zich focust op de maatschappelijke meerwaarde van ruimtevaart. Waar dit het beleid of bestuurlijk gevoelige aangelegenheden raakt van de rijksoverheid informeert NLSA de relevante partijen vooraf en stemt indien nodig de woordvoering met hen af.
1. Ten behoeve van de aansturing van NLSA is er een Stuurgroep NLSA die bestaat uit vertegenwoordigers van partijen. De voorzitter van de ICR treedt op als lid-voorzitter van de Stuurgroep NLSA.
2. NLSA legt verantwoording af over haar activiteiten aan de Stuurgroep NLSA.
3. De Stuurgroep NLSA komt minimaal elke twee maanden en wordt georganiseerd door de ambtenaren van het Ministerie van EZK.
4. De Stuurgroep NLSA kan overleg voeren met NLSA over onder andere de voortgang op het Meerjarenprogramma, Jaarwerkplan en het Jaarverslag.
1. De coördinerend minister stelt in afstemming met de partijen en NLSA, periodiek het civiele ruimtevaartbeleid op, inclusief voor zover mogelijk een indicatie van het voorgenomen budget.
2. Het civiele ruimtevaartbeleid en het voorgenomen budget worden vastgelegd in een Kamerbrief (Kamerbrief) met op hoofdlijnen een meerjarenperspectief. De Kamerbrief wordt opgesteld door de voorzitter van de Stuurgroep NLSA in overleg met partijen en NLSA.
3. De Kamerbrief wordt in ieder geval mede namens alle partijen door de coördinerend minister aan de voorzitter van de Tweede Kamer aangeboden. Het onderliggend advies van NLSA wordt meegestuurd met de Kamerbrief.
4. Op basis van het ruimtevaartbeleid stelt NLSA het Meerjarenprogramma op dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Stuurgroep NLSA, nadat ICR en de IRR zijn geconsulteerd en eventuele suggesties zijn verwerkt.
5. NLSA heeft een adviserende rol in de IRR en de ICR.
1. NLSA beschikt over een directeur.
2. De coördinerend minister draagt als eigenaar zorg voor de inrichting van NLSA. De inrichting behoeft de instemming van alle leden van de Stuurgroep NLSA.
3. NLSA specifieke inrichtingselementen – die afwijkend zijn aan de generieke lijnen binnen RVO – betreffen onder meer de volgende zaken:
a. Woordvoering door NLSA
b. Eigen herkenbaarheid en inzet van NLSA-communicatiemiddelen voor de (internationale) herkenbaarheid
c. Inzet van NLSA-financiële experts
d. Structuur en opbouw van de NLSA-organisatie
e. Zelfstandige inkoop en controller functie
f. Manier van opdrachtverlening aan NLSA (direct via stuurgroep en niet via RVO, en daarmee ook besluiten over groei of krimp door stuurgroep NLSA)
4. De directeur NLSA treedt waar nodig binnen de RVO organisatie in overleg om deze inrichtingselementen te borgen.
5. De directeur NLSA kan, indien dit noodzakelijk wordt geacht, in overleg treden met het Ministerie van EZK als eigenaar van de organisatie NLSA, onder meer voor aspecten die raken aan de afgesproken NSLA aansturing, opzet en inrichting.
6. Belangrijke uitgangspunten voor de inrichting van NLSA zijn onder andere de externe herkenbaarheid van de organisatie (onafhankelijk van RVO), transparantie, objectiviteit en deskundigheid, alsook de keuzes van het kabinet, IRR, ICR en de Stuurgroep NLSA ten aanzien van NLSA.
1. De directeur NLSA geeft leiding aan de organisatie en vertegenwoordigt de organisatie naar buiten toe.
2. De (her)benoeming en het ontslag van de directeur NLSA geschiedt door de coördinerend minister in overleg met de partijen die hier akkoord mee moeten gaan.
3. De beoordeling van de directeur NLSA wordt opgemaakt door de directeur van de directie Innovatie & Industrie (EZK) en de voorzitter van de Stuurgroep NLSA in overleg met de partijen. De directeur NLSA stuurt hiertoe eens per jaar een verzoek om een schriftelijke beoordeling. De ontvangen beoordeling wordt besproken tussen de directeur NLSA en de directeur Innovatie & Ondernemerschap van RVO, die de ontvangen beoordeling ook registreert in het personeelssysteem.
4. NLSA is verantwoordelijk voor het werven van het personeel waarbij er ook gewerkt kan worden met gedetacheerde medewerkers van de verschillende ministeries. De betreffende ministeries kunnen een verzoek doen aan NLSA om medewerkers te detacheren waarbij NLSA hier zo goed mogelijk in zal faciliteren om dit mogelijk te maken. Desgewenst kunnen ook NLSA medewerkers worden gedetacheerd bij de verschillende ministeries.
5. Het is vereist dat de bij NLSA werkzame medewerkers op adequaat niveau gescreend zijn ten behoeve van hun werkzaamheden. De hiervoor benodigde NLSA faciliteiten moeten voldoen aan relevante veiligheidsvoorschriften.
6. Aanstelling en ontslag van bij NLSA werkzame medewerkers geschiedt op voordracht van de directeur NLSA.
7. De beoordeling van het naar NLSA gedetacheerde personeel wordt opgemaakt door de directeur NLSA en vastgesteld door de uitlenende leidinggevende van de gedetacheerde.
1. Op basis van eventuele beleidswensen van de partijen en de met betrekking tot de bij partijen rustende ruimtevaart budgetten, maakt de coördinerend minister, mede namens de andere partijen, jaarlijks middels een brief (Offerteverzoek) bekend aan NLSA welke beleidswensen en welk budget (Budget) beschikbaar is ten aanzien van het Jaarwerkplan.
2. Het Budget zal worden uitgesplitst in:
a. ‘Uitvoeringskosten’: de jaarlijkse middelen die de partijen gezamenlijk beschikbaar stellen voor de uitvoering van het ruimtevaartbeleid door NLSA en waarbij partijen een gezamenlijk belang hebben. Deze middelen kan NLSA inzetten ter financiering van onder meer het personeel en de vaste kosten van de organisatie.
b. ‘Beleidsmiddelen’: de jaarlijkse middelen die partijen zelfstandig beschikbaar stellen aan NLSA voor de uitvoering van specifieke opdrachten vanuit een van de partijen.
3. NLSA doet vervolgens een voorstel (‘Offerte’) van het Jaarwerkplan aan de Stuurgroep NLSA waarin wordt ingegaan op het Offerteverzoek. In de Offerte maakt NLSA onder andere transparant hoe de Uitvoeringskosten zijn verdeeld tussen de partijen alsook een voorstel van de te ontplooien ruimtevaartactiviteiten ten behoeve van de verschillende partijen. In de Stuurgroep NLSA kunnen eventueel nadere kaders worden besproken waarbinnen de Offerte wordt opgesteld.
4. Indien de Stuurgroep zich kan vinden in de Offerte, zal de Stuurgroep NLSA de coördinerend minister verzoeken opdracht te geven aan NLSA met betrekking tot de uitvoering van het Jaarwerkplan middels een brief (‘Opdrachtbrief’).
5. Elke partij spant zich in om ten minste 4% van de Uitvoeringskosten te financieren waarbij telkens de totale opdrachtsom voor de uitvoering van de opdracht zoals opgenomen in de Opdrachtbrief van het vorige jaar als uitgangspunt wordt genomen. Het is aan partijen onderling om tot overeenstemming en verdeling te komen van de volledige Uitvoeringskosten.
6. NLSA kan met instemming van alle leden van de Stuurgroep NLSA ook van andere publieke partijen betaalde opdrachten accepteren.
1. De coördinerend minister is verantwoordelijk voor het toezicht op NLSA. In opdracht van de Stuurgroep NLSA wordt NLSA ten minste elke 7 jaar extern geëvalueerd. Onderwerp van de evaluatie is de uitvoering van de opgedragen taken als verwoord in de opdrachtbrieven. De desbetreffende rapportage wordt in ieder geval aan de ICR en de IRR ter kennisgeving gebracht alsook aan de Tweede Kamer.
1. Deze interdepartementale afspraken treden in werking met ingang van 12 juni 2026 en gelden voor onbepaalde tijd.
2. Elke partij kan zich terugtrekken uit het onderhavige stuk dat de opzet en aansturing van NLSA regelt door minimaal een jaar voor aanvang van het volgende begrotingsjaar dit besluit schriftelijk aan de Stuurgroep NLSA mee te delen.
3. Wijziging van de deze interdepartementale afspraken is slechts mogelijk indien de partijen bij deze afspraken daartoe schriftelijk tot overeenstemming zijn gekomen.
Aldus in viervoud ondertekend.
Den Haag, 12 juni 2026
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert
Den Haag, 12 juni 2026
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans
Den Haag, 12 juni 2026
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert
Den Haag, 12 juni 2026
De Minister van Defensie, D. Yeşilgöz-Zegerius
Convenant ter oprichting van een Netherlands Space Office, gepubliceerd op 1 november 2008 in de Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang en nummer 2008, 217. Zie: Staatscourant 2008, 500 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
Convenant ter oprichting van een Netherlands Space Office, gepubliceerd op 1 november 2008 in de Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang en nummer 2008, 217. Zie: Staatscourant 2008, 500 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-24489.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.