Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 24277 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 24277 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
Gelet op artikel 16 van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;
Besluit:
De Regeling nationale EZ, LVVN- en KGG-subsidies wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 3.28.1 worden in de alfabetische volgorde de volgende begripsbepalingen ingevoegd:
project inzake digitale oplossingen voor geautomatiseerde naleving van regelgeving door middel van data, kunstmatige intelligentie en cloud technologieën zoals omschreven in een op grond van artikel 24 van verordening (EU) nr. 2021/694 vastgesteld werkprogramma dat de specifieke doelstelling AI of Deployment and Best Use bestrijkt;
project inzake de ontwikkeling, implementatie en toepassing van post-quantum publieke sleutel infrastructuur ten behoeve van veilige, toekomstbestendige en betrouwbare digitale infrastructuur zoals omschreven in een op grond van artikel 24 van verordening (EU) nr. 2021/694 vastgesteld werkprogramma dat de specifieke doelstelling Cybersecurity bestrijkt;
project inzake de ontwikkeling en uitvoering van sectorale opleidings- en samenwerkingsprogramma’s ter versterking van geavanceerde digitale vaardigheden, zoals omschreven in een op grond van artikel 24 van verordening (EU) nr. 2021/694 vastgesteld werkprogramma dat de specifieke doelstelling Advanced Digital Skills bestrijkt;
B
Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel v van het eerste lid van artikel 3.28.2 door een puntkomma worden drie onderdelen toegevoegd, luidende:
w. digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data;
x. transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuren;
y. sectorale digitale vaardigheden academies.
C
Artikel 3.28.3 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt voor ‘bedoeld in artikel’ ingevoegd ‘als’.
2. Het derde lid komt als volgt te luiden:
3. in afwijking van het eerste en tweede lid, bedraagt de subsidie:
a. voor een project, als bedoeld in artikel 3.28.2, eerste lid, onderdeel b, ten hoogste 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling;
b. voor een project, als bedoeld in artikel 3.28.2, eerste lid, onderdelen w en y, ten hoogste:
i. 25% van de subsidiabele kosten; of
ii. 35% van de subsidiabele kosten, indien de kosten worden gemaakt en betaald door een kleine of middelgrote onderneming.
c. in afwijking van onderdeel b, voor een project, als bedoeld in artikel 3.28.2, eerste lid, onderdelen w, x en y, ten hoogste:
i. 20% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op investeringssteun voor een kleine onderneming;
ii. 10% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op investeringssteun voor een middelgrote onderneming;
iii. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling;
iv. 15% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op proces- en organisatie-innovatie en de subsidie wordt verleend aan een grote onderneming; of
v. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op niet-economische activiteiten.
3. Onder vernummering van het vierde en vijfde lid (nieuw) tot het vijfde en het zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
4. Het derde lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de voorwaarden uit de algemene de-minimisverordening.
4. In het zesde lid (nieuw) wordt ‘derde lid’ vervangen door ‘vijfde lid’.
D
Artikel 3.28.4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel d van het tweede lid wordt ‘en’ vervangen door ‘of’.
2. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot het vijfde en zesde lid worden na het tweede lid, twee leden ingevoegd, luidende:
3. Voor subsidie, bedoeld in artikel 3.28.2, eerste lid onderdelen w, x en y, komen uitsluitend in aanmerking:
a. de kosten, die betrekking hebben op een niet-economische activiteit;
b. de kosten, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. de kosten, bedoeld in artikel 18, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of haalbaarheidsstudies;
e. de kosten, bedoeld in artikel 26, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. de kosten, bedoeld in artikel 26bis, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
g. de kosten, bedoeld in artikel 27, achtste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
h. de kosten, bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
i. de kosten, bedoeld in artikel 29, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; of
j. de kosten, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
4. Het derde lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de voorwaarden uit de algemene de-minimisverordening of als er sprake is van niet-economische activiteiten, bedoeld in artikel 3.28.2, derde lid, onderdeel b, subonderdeel v.
E
In artikel 3.28.7 wordt ‘de samenwerkingsplan’ vervangen door ‘het samenwerkingsplan’.
F
Artikel 3.28.7a wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. De ontvanger van de subsidie, als bedoeld in artikel 3.28.2, eerste lid, onderdelen i tot en met y, draagt er zorg voor dat wordt voldaan aan alle op het project van toepassing zijnde voorwaarden uit het betreffende artikel van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
G
Aan artikel 3.28.9, eerste lid, onderdeel c, wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:
6°. Indien van toepassing, een verklaring de-minimissteun.
H
In het derde lid van artikel 3.28.10 wordt na ‘tot en met v’ vervangen door ‘tot en met y’.
In de tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 worden na de rij van titel 3.27 drie rijen ingevoegd, luidende:
|
Titel 3.28: Programma Digitaal Europa |
3.28.2, eerste lid, onderdeel w |
03-08-2026 t/m 14-08-2026 |
€ 200.000 |
||
|
3.28.2, eerste lid, onderdeel x |
03-08-2026 t/m 14-08-2026 |
€ 189.528 |
|||
|
3.28.2, eerste lid, onderdeel y |
03-08-2026 t/m 14-08-2026 |
€ 1.178.085 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, W.J.M. Aerdts
De subsidiemodule Programma Digitaal Europa is op 1 juli 2022 in werking getreden (Stcrt. 2022, 17157). Zij is opgenomen in titel 3.28 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (hierna: RNES). Via deze subsidiemodule kan subsidie worden verkregen voor projecten binnen het programma Digitaal Europa. Het programma Digitaal Europa (afgekort en hierna: DIGITAL) is een programma van de Europese Commissie waardoor digitale technologieën beter door ondernemingen, burgers en overheden kunnen worden toegepast. De module betreft cofinanciering: de op grond van deze regeling te verlenen subsidies vormen een aanvulling op de subsidies die de Europese Commissie verstrekt in het kader van DIGITAL.
Voordat een aanvrager een subsidie kan aanvragen op grond van titel 3.28 van de RNES, dient die aanvrager dan ook eerst een subsidie te verkrijgen van de Europese Commissie. Nadat aanvragers een aanvraag hebben ingediend bij de Europese Commissie, beoordeelt en rangschikt de Europese Commissie de aanvragen. De Europese Commissie verdeelt de beschikbare subsidie op volgorde van rangschikking. Vervolgens kan een aanvrager, die ook subsidie heeft verkregen van de Europese Commissie, op basis van de onderhavige subsidiemodule een aanvraag indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO). RVO voert de subsidiemodule uit namens de Minister van Economische Zaken. Bij de aanvraag moeten in elk geval gegevens over de door de Europese Commissie verstrekte bijdrage worden meegestuurd. RVO verricht slechts een beperkte beoordeling van de aanvragen (bijvoorbeeld of de ingediende begroting correct is).
Met deze wijzigingsregeling worden de projecten waarvoor op grond van deze subsidiemodule subsidie kan worden verkregen uitgebreid zodat meer onderdelen van DIGITAL voor cofinanciering in aanmerking komen Daarnaast wordt de openstelling van deze onderdelen geregeld. Ook projecten met betrekking tot digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data, transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuren en sectorale digitale vaardigheden academies komen na inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling (en de bijbehorende openstelling) voor subsidie in aanmerking.
Per openstelling van een onderdeel door de Europese Commissie wordt per onderdeel van DIGITAL een subsidieplafond gepubliceerd. Bij overschrijding van het beschikbare Nederlandse subsidieplafond worden de aanvragen gerangschikt overeenkomstig de rangschikking van de Europese Commissie. De nieuwe onderdelen worden toegevoegd aan titel 3.28 van de RNES. De openstelling gebeurt door een wijziging van de Regeling openstelling EZK- en LNV-subsidies 2025 (hierna: ROES).
Verder zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd in de regeling. In afwijking van de vorige onderdelen van deze subsidie geldt voor de projecten met betrekking tot digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data en sectorale digitale vaardighedenacademies een maximale steunintensiteit van 25% voor economische activiteiten. Dit percentage wordt opgehoogd naar 35% indien de subsidieontvanger een kleine of middelgrote onderneming is. Voor niet-economische activiteiten geldt een steunintensiteit van 50%. Deze wijziging volgt uit het werkprogramma 2025-2027 van het programma DIGITAL van de Europese Commissie.
Daarnaast worden de eisen die gelden ten opzichte van de algemene groepsvrijstellingsverordening geëxpliciteerd. Ten eerste is in artikel 3.28.4, derde lid, verduidelijkt dat alleen de kosten die vergoed kunnen worden op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening of de kosten die betrekking hebben op een niet-economische activiteit in aanmerking komen voor subsidie. Deze eisen zijn niet van toepassing indien de steun wordt verleend op grond van de algemene de-minimisverordening. Ten tweede is verduidelijkt dat als kosten worden vergoed die op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening een lagere steunintensiteit hebben dan 25%, of 50% voor de projecten inzake de transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuur, de steunintensiteit uit de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing is op deze subsidiabele kosten. Ten derde wordt verduidelijkt dat de ontvanger van de subsidie verplicht is te voldoen aan alle toepasselijke voorwaarden uit de algemene groepsvrijstellingsverordening. Afhankelijk van welk artikel uit de algemene groepsvrijstellingsverordening wordt gebruikt om de steun de rechtvaardigen, zijn verschillende voorwaarden van toepassing. Bijvoorbeeld indien er subsidie wordt toegekend voor het bouwen of upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur, is de ontvanger van de subsidie verplicht toegang te verlenen aan meerdere gebruikers op transparante en niet-discriminerende basis (artikel 26 bis, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening). In de subsidiebeschikking wordt aangeven welk artikel(en) van de algemene groepsvrijstellingsverordening van toepassing is/zijn op het project en dus aan welke voorwaarden de subsidieontvanger zich dient te houden. Ten slotte wordt verduidelijkt dat de subsidieontvanger een de-minimisverklaring moet aanleveren indien de subsidie wordt verleend op grond van de de-minimisverordening.
Verder is van de gelegenheid gebruik gemaakt om te voorzien in enkele tekstuele verbeteringen.
Zoals in de vorige paragraaf beschreven wordt met de onderhavige wijzigingsregeling een aantal onderwerpen toegevoegd waarvoor op grond van deze subsidiemodule subsidie verkregen kan worden.
Deze projecten ontwikkelen en testen digitale oplossingen voor geautomatiseerde naleving van EU-regelgeving. De projecten richten zich op het verminderen van administratieve lasten voor bedrijven en het verbeteren van compliance (het toezien op de naleving van de EU-regelgeving). Door gebruik te maken van kunstmatige intelligentie (AI), automatische dataverzameling, cloudopslag en encryptie, worden rapportageprocessen efficiënter en veiliger.
Het overkoepelende doel van dit onderdeel is het aanpakken van de uitdagingen bij een effectieve integratie van PQC-algoritmen in Public Key Infrastructures (PKI's), die efficiënte migratiestrategieën en sterke garanties voor bedrijfscontinuïteit bieden. Dit onderdeel richt zich op de verschillende actoren die betrokken zijn bij de PKI-ecosystemen en de leverings- en waardeketens, die allemaal een unieke reeks diverse behoeften en onderlinge afhankelijkheden hebben, zoals Certificate Authorities (CAs), tussenliggende CAs, onderzoekers, eindgebruikers in verschillende domeinen en leveranciers.
De sectorale digitale vaardigheden academies worden opgezet in 4 sleutelgebieden: kunstmatige intelligentie (AI), virtuele werelden, quantum en halfgeleiders. Zij vullen het bestaande ecosysteem aan en werken samen met industrie, academische instellingen en onderzoeksinstellingen om trainingsprogramma’s te ontwikkelen, hiaten in opleidingen te dichten en het talentaanbod te vergroten. De academies richten zich op zowel studenten als professionals, en bevorderen inclusie door vrouwen en ondervertegenwoordigde groepen actief te betrekken. Ze stimuleren modulaire opleidingen, hands-on ervaringen en sectoroverschrijdende samenwerking.
De subsidies voor de in de vorige paragraaf genoemde onderwerpen met betrekking tot subsidiemodule Programma Digitaal Europa kwalificeren voor ondernemingen als staatssteun in de zin van het Verdrag inzake de werking van de EU. De subsidies kunnen worden verleend met toepassing van de Algemene de-minimisverordening of met toepassing van de artikelen 17, 18, 25, 26, 26a, 27, 28, 29 of 31 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
Hieronder wordt de berekening van de regeldruk weergegeven van de onderdelen in de subsidiemodule Programma Digitaal Europa die met de onderhavige wijzigingsregeling worden toegevoegd en opengesteld. De onderhavige subsidiemodule is zo regeldrukarm mogelijk vormgegeven.
Alle aanvragers van subsidie moeten in eerste instantie een aanvraagformulier inclusief projectplan en begroting bij de Europese Commissie indienen. Zij zullen vervolgens moeten voldoen aan de verplichtingen van de verordening Digitaal Europa1, eventueel aanvullende verplichtingen in de subsidieovereenkomsten met de Europese Commissie, het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies en de RNES. Er wordt bij deze regeling niet afgeweken van de standaardbepalingen en -formulieren die zijn ingericht op minimale administratieve lasten.
Er dient gedurende de looptijd van een project meerdere malen aan de Europese Commissie gerapporteerd te worden. De intervallen worden vastgelegd in het contract van de subsidieontvanger met de Europese Commissie. De subsidieontvanger informeert RVO met de rapportage, zoals ingediend bij de Europese Commissie, over de voortgang van het project. Bij afronding van het project gelden de vereisten van de Europese Commissie ten aanzien van de eindrapportage. De eindrapportage voor de Europese Commissie dient vergezeld te gaan van een rapport van bevindingen. Deze eindrapportage dient er voor RVO toe een (inhoudelijk en financieel) eindoordeel te komen over het gerealiseerde project. Nederland stelt hier dus géén aanvullende eisen om de regeldruk voor indieners zo beperkt mogelijk te houden.
RVO beoordeelt de aanvragen op basis van het oordeel van de Europese Commissie en er worden geen aanvullende voorwaarden gesteld. De aanvrager hoeft derhalve voor de aanvraag van nationale cofinanciering aan minimale administratieve verplichtingen te voldoen. De administratieve lasten zijn in kaart gebracht voor de volgende onderdelen: (i) gespecialiseerde opleidingsprogramma’s in sleutelcapaciteitsgebieden en (ii) ondersteuning bij de implementatie van Multi-Landen Projecten.
De regeldrukkosten die uit deze regeling voortvloeien betreffen:
• Kennisnamekosten;
• Kosten in verband met het indienen van de aanvraag;
• Kosten in verband met de uitvoering;
• Kosten voor de eindverantwoording (voor vaststelling);
• Kosten voor monitoring en evaluatie.
Er wordt per onderdeel verwacht dat er niet meer dan twee aanvragen zullen worden ingediend.
Bedrijven die een aanvraag willen indienen zullen zich op de hoogte moeten stellen van de eisen waaraan zij moeten voldoen. De eenmalige kennisnamekosten komen naar verwachting uit op:
– € 7.260 voor het onderdeel ‘digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data’;
– € 120 voor het onderdeel ‘transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuren’;
– € 1.200 voor het onderdeel ‘sectorale digitale vaardigheden academies’.
De regeldrukkosten in verband met het indienen van de aanvragen worden ingeschat op:
– € 3.360 voor het onderdeel ‘digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data’;
– € 660 voor het onderdeel ‘transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuren’;
– € 3.120 voor het onderdeel ‘sectorale digitale vaardigheden academies’.
Daarnaast zijn er kosten die verband houden met de uitvoering van de verplichtingen die voortkomen uit de regeling, zoals urenregistratie en kennisoverdracht. Voor de vier onderdelen worden deze kosten ingeschat op:
– € 480 voor het onderdeel ‘digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data’;
– € 480 voor het onderdeel ‘transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuren’;
– € 960 voor het onderdeel ‘sectorale digitale vaardigheden academies’.
De kosten voor eindverantwoording worden ingeschat op:
– € 2.700 voor het onderdeel ‘digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data’;
– € 540 voor het onderdeel ‘transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuren’;
– € 2.520 voor het onderdeel ‘sectorale digitale vaardigheden academies’.
Tenslotte is er sprake van regeldrukkosten als gevolg van monitoring en het schrijven van tussentijdse rapportages en dienen de aanvragers mee te werken aan evaluatie en effectmeting. De regeldrukkosten die hieruit voortvloeien worden ingeschat op:
– € 1.980 voor het onderdeel ‘digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data’;
– € 360 voor het onderdeel ‘transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuren’;
– € 1.800 voor het onderdeel ‘sectorale digitale vaardigheden academies’.
De totale regeldrukkosten komen dan uit op:
– € 15.780 (7,89%) voor het onderdeel ‘digitale oplossingen voor naleving van regelgeving via data’;
– € 2.160 (1,14%) voor het onderdeel ‘transitie naar post-quantum publieke sleutelinfrastructuren’;
– € 9.600 (0,81%) voor het onderdeel ‘sectorale digitale vaardigheden academies’.
ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat zij geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met de bekendmaking en inwerkingtreding van deze regeling wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van elk kwartaal in werking treden en minimaal twee maanden voordien worden bekendgemaakt. Dat is in dit geval gerechtvaardigd omdat de doelgroep gebaat is bij spoedige inwerkingtreding van deze regeling.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, W.J.M. Aerdts
Verordening (EU) 2021/694 van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het programma Digitaal Europa en tot intrekking van Besluit (EU) 2015/2240.
Verordening (EU) 2021/694 van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het programma Digitaal Europa en tot intrekking van Besluit (EU) 2015/2240.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-24277.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.