Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 30 juni 2026, nr. WJZ/63862250 houdende wijziging van de Subsidieregeling instandhouding monumenten in verband met het verlengen van de looptijd, het toevoegen van LPO en budget voor verduurzamingsonderzoeken, het versoepelen van de verantwoording van normaal onderhoud archeologie, het van toepassing verklaren van de AGVV en enkele technische verbeteringen

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 7.7, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet;

Besluit:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE SUBSIDIEREGELING INSTANDHOUDING MONUMENTEN

De Subsidieregeling instandhouding monumenten wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt onder verlettering van de onderdelen a tot en met m tot b tot en met n een onderdeel ingevoegd, luidende:

a. AGVV:

Verordening (EU) 651/1024 van de Europese Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187/1);

B

Artikel 1a komt te luiden:

Artikel 1a. Grondslag en toepassing AGVV

  • 1. Deze regeling berust op artikel 7.7, eerste en tweede lid, van de Erfgoedwet.

  • 2. Artikel 53 van de AGVV is van toepassing indien een aanvraag wordt ingediend door een rechtspersoon.

C

In artikel 3, eerste lid, onderdeel c, wordt ‘€ 81,3 miljoen’ vervangen door ‘€ 82,8 miljoen’.

D

Artikel 12, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt ‘het normaal onderhoud’ vervangen door ‘het normale onderhoud’, wordt ‘het incidenteel onderhoud’ vervangen door ‘het incidentele onderhoud’, wordt ‘conservering’ vervangen door ‘de conservering’ en ‘het archeologisch monument’ wordt vervangen door ‘het archeologische rijksmonument’.

2. Onder vervanging van ', of' aan het slot van onderdeel h door een komma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door ', of’ worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • j. indien ten aanzien van de aanvrager of één of meer mede-eigenaren een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de AGVV, of

  • k. indien de aanvrager of één of meer mede-eigenaren een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c, van de AGVV.

E

Artikel 24, vierde lid, komt te luiden:

  • 4. Het derde lid is niet van toepassing op professionele organisaties voor monumentenbehoud, of op archeologische rijksmonumenten waar alleen sprake is van normaal onderhoud.

F

Artikel 29c wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vervanging van '; en' aan het slot van het eerste lid, onderdeel d, door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 29c, eerste lid, onderdeel e, door '; en' wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f. in 2027 een bedrag van ten hoogste € 1.600.000 beschikbaar.

2. In het tweede lid, wordt ‘onderdelen a, b, of c’ vervangen door ‘onderdelen a, b, c, d, e of f’.

G

In artikel 32 wordt ‘beleid- of visiedocument’ vervangen door ‘beleids- of visiedocument’.

H

Artikel 42h vervalt.

I

In hoofdstuk 4 wordt voor artikel 43 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 42j. Aanpassing subsidieplafond 2026

  • 1. In 2026 wordt bij toepassing van artikel 14, tweede lid, aan het budget voor overige rijksmonumenten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, met een herbouwwaarde van € 8,3 miljoen of meer, een bedrag van € 1,5 miljoen toegevoegd.

  • 2. Indien in 2026 na toepassing van artikel 14, eerste lid, onderdelen a of b, geen middelen meer beschikbaar zijn, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

J

In artikel 43, tweede lid, wordt ‘1 januari 2027’ vervangen door ‘1 januari 2032’.

ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE BIJLAGE BIJ DE SUBSIDIEREGELING INSTANDHOUDING MONUMENTEN

De bijlage bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten wordt als volgt gewijzigd:

K

Hoofdstuk 1.2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In paragraaf ‘Algemeen’, tweede alinea, laatste volzin, wordt ‘archeologische monumenten’ vervangen door ‘archeologische rijksmonumenten’.

2. In paragraaf ‘Indieningsvereisten bij grotere ingrepen’ derde alinea, tweede volzin, wordt ‘groene of archeologische monumenten’ vervangen door ‘groene monumenten of archeologische rijksmonumenten’.

L

Hoofdstuk 1.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Paragraaf ‘16. BEPLANTING OP ARCHEOLOGISCHE MONUMENTEN’ komt te luiden:

16. BEPLANTING OP ARCHEOLOGISCHE RIJKSMONUMENTEN

16.00 ALGEMEEN

Subsidiabel zijn de kosten van:

  • de aanschaf en het inzaaien of leggen van ondiep wortelende grondbedekkende vegetatie zoals gras en heide,

  • het maaien en het afvoeren of het ter plaatse verwerken van het maaisel,

  • het kappen en afzetten van bomen en struiken,

  • het afvoeren van kapafval en valhout,

  • het tijdelijk afzetten met linten of ski-netten,

  • het uitfrezen van boomstobben zonder verstoring van de bodem,

  • de aanschaf en het planten van bomen en struiken, mits geadviseerd of vooraf goedgekeurd door de Minister.

2. Paragraaf 17. TERREININRICHTING, alinea Civiele werken komt te luiden:

Civiele werken:

Subsidiabel zijn de kosten van:

  • instandhouding van aardwerken zoals greppels, heuveltjes, motteheuvels, taluds, terrassen, vliedbergen en dergelijke, met inbegrip van het maaien van taluds,

  • instandhouding, of het aanbrengen of vervangen van afdekmaterialen (zoals worteldoek),

  • instandhouding, of het aanbrengen of vervangen van constructies of kunstwerken ter bescherming van een archeologisch rijksmonument (zoals vloeren van hunebedden, stutbalken in groeves, mijnen en abri’s),

  • instandhouding van molenbergen, molenerven en molenwerven voor zo ver gelegen binnen een cirkel met het hart van de molen als middelpunt en een middellijn die gelijk is aan die van het wieken-kruis of tot maximaal zes meter uit de buitengevel van de watergedreven molen,

  • herstel van reliëf door het aanvullen van terreingedeelten die aan erosie of inklinking onderhevig zijn geweest,

  • het verleggen en afzetten van ongewenste paden op een archeologisch rijksmonument (geitenpaadjes etc.),

  • het opbrengen van een afdekkende (grond)laag op een archeologisch rijksmonument, mits geadviseerd of vooraf goedgekeurd door de Minister,

  • het opvullen van gaten, ontgravingen en rijsporen. Bij archeologische rijksmonumenten wordt het dichten van een verstoringsgat tot en met 1 m3 aangemerkt als normaal onderhoud en is het dichten van een verstoringsgat groter dan 1 m3 alleen subsidiabel indien vooraf geadviseerd of goedgekeurd door de Minister.

Voor werkzaamheden aan hierbij behorende onderdelen van bouwkundige of werktuigbouwkundige aard wordt verwezen naar de paragrafen 21, 22, 24, 25, 43 en 90.

3. In paragraaf ’21. BETONWERK’ wordt in alinea Funderingen, in het onderdeel ‘Niet subsidiabel zijn de kosten van, ‘Niet’ gewijzigd naar cursief ‘Niet’.

4. In paragraaf ’30 KOZIJNEN, RAMEN EN DEUREN’ wordt in alinea Kozijnen, ramen, deuren en dergelijke, in het onderdeel ‘Niet subsidiabel zijn de kosten van’, ‘Niet’ gewijzigd naar cursief ‘Niet’.

5. In paragraaf ’62 KOELINSTALLATIES’ wordt in het onderdeel ‘Niet subsidiabel zijn de kosten van’ ‘Niet’ gewijzigd naar cursief ‘Niet’.

6. In paragraaf ’75 COMMUNICATIE- EN BEVEILIGINGSINSTALLATIES’ wordt in alinea Communicaties-installaties, in het onderdeel ‘Niet subsidiabel zijn de kosten van, ‘Niet’ gewijzigd naar cursief ‘Niet’.

7. In paragraaf ’92 GROENE MONUMENTEN (begraafplaatsen, parken, tuinen, e.d.)’ wordt de titel vervangen door ’92 GROENE MONUMENTEN (parken, tuinen, e.d.).

8. In paragraaf ’92 GROENE MONUMENTEN (parken, tuinen, e.d.)’ (nieuw) wordt

Boomgaarden en leifruitcollecties

Onderhoud

(Op grond van de Sim alleen subsidiabel onder voorwaarden (als kernwaarde): uitsluitend fruitbomencollecties (boomgaard of leifruit), voor zover aantoonbaar op een historische locatie, uit een voor de monumentale waarde relevante historische fase en bestaande uit historische fruitrassen. Bij boomgaarden zijn ook het plantverband en de plantafstand relevant)

Restauratie

(Niet subsidiabel op grond van de Sim)

– snoeien, leiden en bemesten met organische meststoffen van fruitbomen

– incidenteel kappen van zieke bomen

– inboeten en beschermen van jonge aanplant tegen vee of wilden water geven gedurende maximaal drie jaar

– vervanging van een deel van de fruitbomen collectie door nieuwe aanplant, waarbij gelet wordt op de historische locatie, de tuinfase, de historische fruitrassen, het plantverband en de plantafstand

– vervanging van de volledige fruitbomencollectie (boomgaard of leifruit) door nieuwe aanplant en water geven gedurende maximaal drie jaar, mits geadviseerd door de Minister

vervangen door:

Boomgaarden en leifruitcollecties

Onderhoud

(Op grond van de Sim alleen subsidiabel onder voorwaarden (als kernwaarde): uitsluitend fruitbomencollecties (boomgaard of leifruit), voor zover aantoonbaar op een historische locatie, uit een voor de monumentale waarde relevante historische fase en bestaande uit historische fruitrassen. Bij boomgaarden zijn ook het plantverband en de plantafstand relevant)

Restauratie

(Niet subsidiabel op grond van de Sim)

– snoeien, leiden en bemesten met organische meststoffen van fruitbomen

– incidenteel kappen van zieke bomen

– inboeten, water geven gedurende maximaal drie jaar en beschermen van jonge aanplant tegen vee of wild

– vervanging van een deel van de fruitbomen collectie door nieuwe aanplant, waarbij gelet wordt op de historische locatie, de tuinfase, de historische fruitrassen, het plantverband en de plantafstand

– vervanging van de volledige fruitbomencollectie (boomgaard of leifruit) door nieuwe aanplant en water geven gedurende maximaal drie jaar, mits geadviseerd door de Minister

9. In paragraaf ’92 GROENE MONUMENTEN (parken, tuinen, e.d.)’ (nieuw) wordt

Andere elementen in de groenaanleg:

Aardwerken (voor aardwerken zonder beschermde groenaanleg zie 17. Terreininrichting)

Onderhoud

(Op grond van de Sim alleen subsidiabel onder voorwaarden (als kernwaarde): aardwerken die beeldbepalend zijn in een groenaanleg en die vanuit de ontwerpgedachte van de aanleg een belangrijke ruimtelijke functie hebben op hun specifieke locatie, bijvoorbeeld in verdedigingslinies of Japanse tuinen)

Restauratie

(Niet subsidiabel op grond van de Sim)

– onderhoud van aardwerken met inbegrip van het maaien van taluds (maximaal twee keer per jaar)

– herstel van reliëf door het aanvullen van terreingedeelten die aan erosie of inklinking onderhevig zijn geweest

vervangen door:

Andere elementen in de groenaanleg:

Aardwerken (voor aardwerken die geen onderdeel zijn van een beschermde groenaanleg zie 17. Terreininrichting)

Onderhoud

(Op grond van de Sim alleen subsidiabel onder voorwaarden (als kernwaarde): aardwerken die beeldbepalend zijn in een groenaanleg en die vanuit de ontwerpgedachte van de aanleg een belangrijke ruimtelijke functie hebben op hun specifieke locatie, bijvoorbeeld als belvedère)

Restauratie

(Niet subsidiabel op grond van de Sim)

– onderhoud van aardwerken met inbegrip van het maaien van taluds (maximaal twee keer per jaar)

– herstel van reliëf door het aanvullen van terreingedeelten die aan erosie of inklinking onderhevig zijn geweest

M

Hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In paragraaf ‘1. Tabel voor de berekening van het honorarium inzake het opstellen van een instandhoudingsplan’ wordt in de tweede alinea, de eerste volzin, ‘In de toelichting op het aanvraagformulier is aangegeven aan welke eisen genoemde stukken dienen te voldoen’ vervangen door ‘In de toelichting op het aanvraagformulier en op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed www.cultureelerfgoed.nl onder het onderwerp Subsidieregeling instandhouding monumenten is aangegeven aan welke eisen genoemde stukken dienen te voldoen.’

2. In paragraaf ‘3. Tabel voor de berekening van de toeslag voor het vervaardigen van aanvullende stukken (niet van toepassing op normaal onderhoud als bedoeld in de Sim)’, eerste alinea, derde volzin, wordt ‘In dit verband wordt verwezen naar de toelichting op het aanvraagformulier.’ vervangen door ‘In dit verband wordt verwezen naar de toelichting op het aanvraagformulier of de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed www.cultureelerfgoed.nl, onder het onderwerp Subsidieregeling instandhouding monumenten’.

3. In paragraaf ‘4. Grondslagen voor de berekening van het bouwplaatsuurloon’, wordt in alinea Subsidiabele gemiddelde (bouwplaatsuurloon), eerste volzin, ‘internetsite’ vervangen door ‘website’.

ARTIKEL III. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap R. Letschert

TOELICHTING

Inleiding

Met deze regeling worden enkele wijzigingen aangebracht in de Subsidieregeling instandhouding monumenten (hierna: Sim). De regeling wordt verlengd, het budget van de Sim wordt bijgesteld met de loon- en prijsbijstelling 2026, er wordt budget voor verduurzamingsonderzoeken toegevoegd en er worden enkele inhoudelijke en technische aanpassingen doorgevoerd die noodzakelijk zijn voor de naleving van het Europese staatssteunkader, de vermindering van administratieve lasten en het verduidelijken van de tekst.

Hieronder volgt een toelichting op de afzonderlijke voorgestelde wijzigingen.

1. Verlenging van de looptijd

De regeling bevat een horizonbepaling die momenteel loopt tot 1 januari 2027. Uit de recente Verkenning financieringsstelsel monumentenzorg blijkt dat het huidige financieringsstelsel voor de monumentenzorg in de basis goed werkt.1 De Sim wordt daarin gewaardeerd als een belangrijk instrument door het stimuleren van planmatig onderhoud. Gelet op de positieve werking van de regeling wordt de looptijd van de regeling met vijf jaar verlengd. Hiermee wordt voorkomen dat de regeling van rechtswege vervalt en blijft sober onderhoud van niet-woonhuis rijksmonumenten ook in de komende periode financieel ondersteund.

2. Subsidieplafond ‘overige rijksmonumenten’

Vanuit de compensatie voor de loon- en prijsontwikkeling (hierna: LPO) wordt het budget voor de Sim per 2026 structureel verhoogd met € 1,5 miljoen. Met deze wijzigingsregeling wordt de budgetverhoging gerealiseerd. In de praktijk is gebleken dat de financiële druk op de categorie ‘overige rijksmonumenten’ het grootst is. Daarom wordt het bedrag vanuit de LPO van € 1,5 miljoen volledig toegevoegd aan het subsidieplafond voor de categorie ‘overige rijksmonumenten’ met ingang van aanvraagronde 2026.

Daarnaast is er vanuit de LPO ruimte om in 2026 incidenteel een bedrag van € 1,5 miljoen toe te voegen aan het budget. Met deze wijzigingsregeling wordt dat bedrag toegevoegd aan het budget voor aanvraagronde 2026 specifiek voor grote gebouwde rijksmonumenten in de categorie overige rijksmonumenten (met een herbouwwaarde van ten minste € 8,3 miljoen). Bij de grote gebouwde rijksmonumenten zitten rijksmonumenten waarvoor de aanvraag al in drie opeenvolgende aanvraagrondes om budgettaire redenen werd afgewezen. Door incidenteel € 1,5 miljoen toe te voegen aan deze categorie is de verwachting dat voorkomen kan worden dat de eigenaren van deze rijksmonumenten in deze aanvraagronde voor de vierde keer een budgettaire afwijzing ontvangen.

3. Toevoegen budget voor verduurzamingsonderzoek in 2027

Sinds 2022 kunnen eigenaren van gebouwde rijksmonumenten aanvullend op onderhoudssubsidie subsidie aanvragen voor het uitvoeren van een verduurzamingsonderzoek, met een vast subsidiabel bedrag van € 4.000 per onderzoek. Voor de aanvraagronde 2027 is nog geen budget in de regeling opgenomen voor deze onderzoeken. Vanuit het Klimaatfonds zijn sinds 2025 middelen voor verduurzamingsonderzoek beschikbaar gesteld. Voor 2027 en volgende jaren is een bedrag van € 1,6 miljoen gereserveerd. Deze wijzigingsregeling voegt daarom een budget van € 1,6 miljoen toe voor verduurzamingsonderzoeken in 2027. Daarnaast wordt conform de regeling budget dat resteert uit voorgaande jaren toegevoegd aan het budget voor 2027.

4. Administratieve lastenverlichting archeologische rijksmonumenten

Met ingang van de aanvraagronde 2025 zijn de indieningsvereisten voor archeologische rijksmonumenten waarvoor alléén subsidie voor normaal onderhoud wordt aangevraagd vereenvoudigd. Een inspectierapport, foto’s en andere bijlagen waaruit de technische of fysieke staat van het rijksmonument of zelfstandig onderdeel blijkt, zijn niet meer nodig. In lijn met deze versoepelde indieningsvereisten wordt met deze wijziging ook de verantwoording vereenvoudigd. Voor subsidieverleningen die nog niet zijn vastgesteld, vervalt de verplichting om bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een inspectierapport te overleggen voor archeologische rijksmonumenten waarvoor uitsluitend subsidie voor normaal onderhoud is verleend.

5. Staatssteun en de Algemene Groepsvrijstellingsverordening

Subsidies op grond van deze regeling kunnen worden aangemerkt als staatssteun. Deze steun is echter verenigbaar met de interne markt op grond van artikel 53 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (hierna: AGVV). Conform de vereisten van de Europese Commissie zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd:

  • In de regeling is expliciet opgenomen dat de subsidie wordt verleend met toepassing van de AGVV.

  • Er is een uitsluitingsgrond toegevoegd voor aanvragers die nog een openstaande terugvorderingsbeschikking hebben naar aanleiding van een eerder besluit van de Europese Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

  • Overeenkomstig artikel 1, vierde lid, onder c, van de AGVV, is bepaald dat geen subsidie wordt verstrekt aan ondernemingen in moeilijkheden. De aanvrager dient hiertoe een expliciete verklaring af te leggen bij de aanvraag.

6. Technische aanpassingen

Tot slot zijn enkele kleine correcties en tekstuele verbeteringen doorgevoerd. Deze zijn bedoeld ter verduidelijking of voor de redactionele consistentie en hebben geen nadelige gevolgen voor de aanvrager.

7. Regeldruk

Door dit wijzigingsvoorstel neemt de regeldruk af voor ontvangers van Sim-subsidie die alleen subsidie hebben aangevraagd voor normaal onderhoud van hun archeologisch rijksmonument. Voor subsidieontvangers die alleen subsidie ontvangen voor normaal onderhoud van hun archeologisch rijksmonument geldt dat zij niet meer verplicht zijn om bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een inspectierapport in te dienen.

Voor de andere wijzigingen geldt dat er geen gevolgen zijn voor de regeldruk.

Berekening administratieve lasten

In onderstaande berekeningen wordt uitgegaan van het uurloon van administratief personeel (€ 39 per uur) uit het Handboek Meting Regeldrukkosten.

De vereenvoudiging van de indieningsvereisten voor de verantwoording van subsidie voor normaal onderhoud van archeologische rijksmonumenten = 15 aanvragers * -90 minuten = -1.350 minuten = -22,5 uur * € 39 per uur = € -877,50.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap R. Letschert


X Noot
1

Kamerstuk 32 156 nr. 128


X Noot
1

Kamerstuk 32 156 nr. 128

Naar boven