Beleidsregel van de Dienst Wegverkeer Dienst Wegverkeer (RDW) van 1 oktober 2026 inzake bestuurlijke boete voertuig op de weg zonder handelaarskenteken.

De Directeur van de Dienst Wegverkeer,

gelet op artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 169 en 174d van de Wegenverkeerswet,

besluit de volgende beleidsregel vast te stellen:

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

erkenninghouder

het erkende bedrijf als bedoeld in artikel 4aua, eerste lid van de Wegenverkeerswet en artikel 2, artikel 5, artikel 6 of artikel 8 van het Besluit erkenningen wegverkeer.

handelaarskenteken

kenteken als bedoeld in artikel 3 van het Kentekenreglement.

overtreding

het zich op de openbare weg, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b van de Wegenverkeerswet 1994, bevinden van een voertuig dat in de bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad is opgenomen en niet is voorzien van een handelaarskenteken.

natuurlijk persoon

eenmanszaak of vennootschap onder firma waarbij firmanten geen rechtspersoon zijn.

rechtspersoon

alle rechtsvormen die geen natuurlijk persoon zijn.

weg

een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b van de Wegenverkeerswet 1994.

openbare weg

een openbare weg is een weg die, dan wel een terrein dat vrij voor het verkeer toegankelijk is.

Artikel 2. Reikwijdte van deze beleidsregel

  • 1. Deze beleidsregel heeft betrekking op de bestuurlijke boete bij constatering van een voertuig dat in de bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad is opgenomen en niet is voorzien van een handelaarskenteken terwijl het voertuig op de openbare weg rijdt of staat.

  • 2. Deze beleidsregel heeft mede betrekking op de bestuurlijke boete bij constatering van een voertuig dat is afgemeld voor demontage terwijl het voertuig op de openbare weg rijdt of staat.

Artikel 3. Algemene bepalingen

  • 1. Het is niet toegestaan om voertuigen uit de bedrijfsvoorraad, importeursvoorraad of voertuigen die zijn afgemeld voor demontage te parkeren dan wel te rijden op de openbare weg dan wel een openbaar terrein.

  • 2. Artikel 2 is niet van toepassing als het voertuig zich bevindt op:

    • a) een weg die, dan wel een terrein dat niet vrij toegankelijk is voor het publiek;

    • b) een weg dan wel een terrein dat door meerdere bedrijven gezamenlijk wordt gebruikt maar de toegang beperkt is tot personen die behoren tot of handelen namens de betrokken bedrijven zolang het publiek geen vrije toegang heeft; of

    • c) de oprit van het huis indien het bedrijf is gevestigd op een woonadres.

  • 3. De beperking van de toegang zoals genoemd in het tweede lid, kan blijken uit de aanwezigheid van borden, signaleringen of mededelingen bij de toegangspunten die aangeven dat toegang uitsluitend is toegestaan voor bevoegde personen. De erkenninghouder handhaaft actief dat een onbevoegde persoon geen gebruik van deze weg of dit terrein kan maken.

Artikel 4. Waarschuwing, bestuurlijke boete en recidive

  • 1. Bij constatering van een overtreding van artikel 10, zesde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning bedrijfsvoorraad), artikel 17, tiende lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning inschrijven zonder onderzoek), artikel 19, zesde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning inschrijven met onderzoek) en artikel 24, vijfde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning demontage) wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven.

  • 2. Bij constatering van een overtreding van artikel 10, zesde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning bedrijfsvoorraad), artikel 17, tiende lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning inschrijven zonder onderzoek), artikel 19, zesde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning inschrijven met onderzoek) en artikel 24, vijfde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning demontage) terwijl de schriftelijke waarschuwing minder dan 18 maanden geleden is gegeven, wordt een bestuurlijke boete opgelegd.

  • 3. Bij de overtreding zoals bedoeld in het tweede lid bedraagt de boete voor een natuurlijke persoon € 425,– en voor een rechtspersoon € 850,–.

  • 4. Wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 174d, zesde lid, van de Wegenverkeerswet, wordt ook een voornemen tot het opleggen van een sanctie van de erkenning bedrijfsvoorraad, de erkenning inschrijven met onderzoek of de erkenning inschrijven zonder onderzoek aan de erkenninghouder op grond van het Toezichtbeleid Erkenninghouders, keurmeesters en technici verstuurd.

Artikel 5. Zienswijze, matiging en afzien van boeteoplegging

  • 1. De erkenninghouder krijgt een voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete uitgereikt en krijgt daarbij de gelegenheid om gemotiveerd aan te geven dat de boete zoals verwoord in artikel 4, derde lid van de Beleidsregel gegeven de omstandigheden niet passend is of dat in het geheel van boeteoplegging moet worden afgezien.

  • 2. In het geval de erkenninghouder kan aantonen dat de Staat en de samenleving geen nadeel hebben van de overtreding, zal de boete gematigd worden met 50%.

Artikel 6. Vermindering

  • 1. Wanneer de erkenninghouder ter zake een nog niet onherroepelijke bestuurlijke boete verzoekt om deze te verminderen kan aan dat verzoek tegemoet worden gekomen wanneer:

    • a. de erkenninghouder zijn erkenning laat intrekken door de Dienst Wegverkeer;

    • b. in het geval van een natuurlijk persoon de toepassing Wet schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is verklaard of het faillissement is uitgesproken;

    • c. indien en voor zover het een rechtspersoon betreft die rechtspersoon in staat van

    faillissement verkeert of een besluit tot ontbinding en vereffening is genomen.

  • 2. Wanneer een erkenninghouder ter zake een nog niet onherroepelijke boete verzoekt om vermindering, kan daar tot maximaal 50% aan tegemoet worden gekomen wanneer de erkenninghouder een ontheffing op grond van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente overlegt waaruit blijkt dat de desbetreffende openbare ruimte in gebruik mag worden genomen door de erkenninghouder.

Artikel 7. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel bestuurlijke boete voertuig op de weg zonder handelaarskenteken’.

Artikel 8. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang 1 oktober 2026.

Artikel 9. Intrekking eerder gepubliceerde beleidsregel

De op 1 december 2025 in Staatscourant 2025, 41446 gepubliceerde beleidsregel bestuurlijke boete voertuig op de weg zonder handelaarskenteken wordt ingetrokken met ingang van de eerste dag na uitgifte van de Staatscourant waarin de beleidsregel van de Dienst Wegverkeer (RDW) van 1 oktober 2026 inzake bestuurlijke boete voertuig op de weg zonder handelaarskenteken is gepubliceerd.

Deze beleidsregel zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De directie van de Dienst Wegverkeer, J. Woudstra Algemeen Directeur

TOELICHTING

Een voertuig dat is aangemeld in de bedrijfsvoorraad of is ingeschreven d.m.v. de erkenning Inschrijven met onderzoek of Inschrijven zonder onderzoek of dat afgemeld is voor demontage, mag niet op de weg staan of rijden. De reden is dat deze voertuigen zijn vrijgesteld van voertuigverplichtingen.

Een openbare weg dan wel een openbaar terrein is een weg, terrein of ruimte die vrij toegankelijk is voor iedereen, zonder fysieke afsluiting.

Voor de vraag of een weg openbaar is of niet, maakt het niet uit wie de eigenaar ervan is. De Wegenverkeerswet 1994 zegt hierover: de weg, die er links en rechts naast ligt en datgene wat er onder ligt. Hiertoe behoren ook trottoirs, voetpaden, voetgangersgebieden, rijwielpaden, bermen en parkeerplaatsen/-terreinen. Ook ‘eigen terrein’ kan dus openbaar zijn. Bijvoorbeeld de parkeerplaats voor de bezoekers van uw bedrijf, een parkeerplaats bij een supermarkt, een parkeergarage, een bedrijvenverzamelterrein of een industrieterrein. Omdat iedereen daar vrij kan parkeren geldt dit als openbare weg dan wel openbaar terrein.

In beginsel moeten de voertuigen worden gestald op een afgesloten terrein. Wanneer het bedrijf is gevestigd op een woonadres, dan mag de oprit van het huis worden gebruikt als stallingslocatie. Ook als deze niet is afgesloten, is de kans groot dat een onbevoegde derde daar niet zal gaan parkeren.

Als het bedrijf als enige bedrijf gevestigd is achter een afscheiding die de vrije toegang belet, mag gedurende de dag de afscheiding open staan, zolang een verantwoordelijke van het bedrijf aanwezig is. De stallingsplekken voor voertuigen hoeven dan niet gemarkeerd te worden door bijvoorbeeld bordjes, parkeerbeugels of paaltjes met kettingen ertussen. De verantwoordelijke van het bedrijf handhaaft actief dat een onbevoegde geen gebruik maakt van het terrein. Dit kan bijvoorbeeld door onbevoegden aan te spreken dat zij het terrein moeten verlaten. Bij geen aanwezigheid van een verantwoordelijke moet de vrije toegang worden belet.

Als meerdere bedrijven gebruik maken van dezelfde weg of het hetzelfde terrein dan moet bij de toegangspunten duidelijk blijken dat dit terrein alleen bestemd is voor personen die een bepaald bedrijf op dit terrein bezoeken, bijvoorbeeld leveranciers, klanten of mensen die voor een aldaar gevestigd bedrijf werkzaam zijn. De erkenninghouder handhaaft actief dat onbevoegden geen gebruik maken van het terrein. Dit kan bijvoorbeeld door onbevoegden aan te spreken dat zij het terrein moeten verlaten.

Het is expliciet niet toegestaan dat voertuigen uit de bedrijfsvoorraad, importeursvoorraad of voertuigen die afgemeld zijn voor demontage voor het bedrijfspand worden gestald op parkeerplaatsen die onderdeel uitmaken van de openbare weg. Dit mag alleen als de plaatsen afgeschermd zijn met bijvoorbeeld parkeerbeugels of paaltjes met kettingen ertussen. Deze moeten ook zichtbaar zijn als daar een bedrijfsvoorraadvoertuig, importeursvoorraadvoertuig of een voertuig dat voor demontage is afgemeld, staat.

Omstandigheden op basis waarvan de RDW kan matigen, kunnen zijn: laden en lossen op de openbare weg of parkeren op de openbare weg met toestemming van de gemeente (artikel 6).

Naar boven