Beleidsregel van de Dienst Wegverkeer inzake bestuurlijke boete voertuig op de openbare weg zonder handelaarskenteken

Zoetermeer, 12 november 2025

JBZ.25.0099196

De Directie van de Dienst Wegverkeer,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 169 en 174d van de Wegenverkeerswet;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

erkenninghouder:

Het erkende bedrijf als bedoeld in artikel 4aua, eerste lid van de Wegverkeerswet en artikel 2, artikel 5, artikel 6 of artikel 8 van het Besluit erkenningen wegverkeer.

handelaarskenteken:

kenteken als bedoeld in artikel 3 van het Kentekenreglement.

overtreding:

het zich op de openbare weg, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b, van de Wegenverkeerswet 1994, bevinden van een voertuig dat in de bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad is opgenomen en niet is voorzien van een handelaarskenteken.

natuurlijk persoon:

eenmanszaak of vennootschap onder firma waarbij firmanten geen rechtspersoon zijn.

rechtspersoon:

alle rechtsvormen die geen natuurlijk persoon zijn.

Artikel 2. Reikwijdte van deze beleidsregel

Deze beleidsregel heeft betrekking op de bestuurlijke boete bij constatering van een voertuig dat in de bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad is opgenomen en niet is voorzien van een handelaarskenteken.

Artikel 3. Waarschuwing, bestuurlijke boete en recidive

  • 1. Bij constatering van een overtreding van artikel 10, zesde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning bedrijfsvoorraad), artikel 17, tiende lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning inschrijven zonder onderzoek), artikel 19, zesde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning inschrijven met onderzoek) en artikel 24, vijfde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning demontage) wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven.

  • 2. Bij constatering van een overtreding van artikel 10, zesde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning bedrijfsvoorraad), artikel 17, tiende lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning inschrijven zonder onderzoek), artikel 19, zesde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning inschrijven met onderzoek) en artikel 24, vijfde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer (erkenning demontage) terwijl de schriftelijke waarschuwing minder dan 18 maanden geleden is gegeven wordt een bestuurlijke boete opgelegd.

  • 3. Bij de eerste overtreding bedraagt de boete voor een natuurlijke persoon € 425,– en voor een rechtspersoon € 850,–.

  • 4. Wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 174d, zesde lid van de Wet, wordt ook een voornemen tot intrekking van de erkenning bedrijfsvoorraad, de erkenning inschrijven met onderzoek of de erkenning inschrijven zonder onderzoek aan de erkenninghouder verstuurd.

Artikel 4. Zienswijze, matiging en afzien van boeteoplegging

  • 1. De erkenninghouder krijgt een voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete uitgereikt en krijgt daarbij de gelegenheid om gemotiveerd aan te geven dat de boete zoals verwoord in artikel 3, derde lid van de Beleidsregel gegeven de omstandigheden niet passend is of dat in het geheel van boeteoplegging moet worden afgezien.

  • 2. In het geval de erkenninghouder kan aantonen dat de Staat en de samenleving geen nadeel hebben van de overtreding, zal de boete gematigd worden met 50%.

  • 3. De bestuurlijke boete wordt niet opgelegd wanneer er sprake is van ‘afwezigheid van alle schuld’.

Artikel 5. Vermindering

  • 1. Wanneer de erkenninghouder ter zake een nog niet onherroepelijke bestuurlijke boete verzoekt om deze te verminderen kan aan dat verzoek tegemoet worden gekomen wanneer:

    • a. de erkenninghouder zijn erkenning laat intrekken door de Dienst Wegverkeer; en

    • b. in het geval van een natuurlijk persoon de toepassing Wet schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is verklaard of het faillissement is uitgesproken; indien en voor zover het een rechtspersoon betreft die rechtspersoon in staat van faillissement verkeerd of een besluit tot ontbinding en vereffening is genomen.

  • 2. Wanneer een erkenninghouder ter zake een onherroepelijke bestuurlijke boete verzoekt om vermindering kan daar aan tegemoet worden gekomen wanneer de erkenninghouder strafrechtelijk aangifte heeft gedaan van wederrechtelijke toe-eigening van het voertuig waar de overtreding mee is begaan en uit de door de erkenninghouder over te leggen gegevens en documenten de politie redelijkerwijs van mening is dat er een verdachte aan te wijzen is.

  • 3. Wanneer een erkenninghouder ter zake een nog niet onherroepelijke boete verzoekt om vermindering kan daar tot maximaal 50% aan tegemoet worden gekomen wanneer de erkenninghouder een ontheffing op grond van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente overlegt waaruit blijkt dat de desbetreffende openbare ruimte in gebruik mag worden genomen door de erkenninghouder.

Artikel 6. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel bestuurlijke boete voertuig openbare weg zonder handelaarskenteken’

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang 1 juli 2026.

Deze beleidsregel zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De directie van de RDW, J. Woudstra Algemeen Directeur

Naar boven