Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Klimaat en Groene Groei, van 9 juli 2026, nr. WJZ/107090891 tot wijziging van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek in verband met de wijziging van de subsidieplafonds voor het boekjaar 2026 en de vaststelling van de subsidieplafonds voor het boekjaar 2027

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Klimaat en Groene Groei,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies en artikel 3 van de Kaderwet subsidies I en M;

Besluiten:

ARTIKEL I

A

De bijlagen 2, 3 en 4 van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek komen als volgt te luiden:

Bijlage 2, behorende bij artikel 9, tweede lid (subsidieplafonds instituutssubsidie)

Subsidieplafonds voor instituutssubsidie

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de instituutssubsidie.

Instituut

Boekjaar

Subsidieplafond (€)

Deltares

2026

25.346.000

2027

25.294.000

MARIN

2024 t/m 2028

6.000.000

2026

9.508.000

2027

9.412.000

NLR

2026

32.744.000

2027

32.335.000

Wageningen Research

2023 t/m 2026

15.556.000

2025 t/m 2028

130.700.000

2026

21.300.000

2027 t/m 2030

9.670.000

2027

21.300.000

Bijlage 3, behorende bij artikel 12, eerste lid (subsidieplafonds programmasubsidie)

1. Subsidieplafonds programmasubsidie voor Deltares

Deltares richt zich op de onderzoeksthema’s die omschreven staan in deze tabel, en de WOT, beschreven in bijlage 1, waarbij de programmasubsidie als volgt wordt verdeeld.

Nr.

Onderzoeksthema

Soort onderzoek

Omschrijving van het onderzoek

Boekjaar

Subsidieplafond

1.

Mijnbouwactiviteiten en Energietransitie

Ondergrond- en energieonderzoek

Veilige en doelmatige mijnbouwactiviteiten (bijvoorbeeld geothermie), mijnbouweffecten en nazorg. Grootschalige energieprojecten en omgeving. Energietransitie. Hernieuwbare warmte.

2026

1.210.000

2027

700.000

2.

Landbouw, water en voedsel

Best beschermde delta

Ontwikkelen van innovaties om bestaande maatregelen door te ontwikkelen en ontwikkelen van denkbare en haalbare alternatieve transformatieve maatregelen om aan te passen aan versnelde zeespiegelstijging en extremer weer.

Digitalisering van het waterbeheer om tot kostenbesparende, kwaliteitsverhogende of risicobeperkende verbeteringen in het waterbeheer te komen.

2026

700.000

2027

700.000

3.

Waterveiligheid

Waterveiligheidsonderzoek

Onderzoek naar en ontwikkeling van methoden, instrumenten en technieken ten behoeve van de duurzame waterveiligheid van meren en grote wateren, rivieren en kust.

2026

13.500.000

2027

12.500.000

4.

Waterbeschikbaarheid

Onderzoek naar zoetwaterbeschikbaarheid

Onderzoek naar de mogelijkheden om watertekorten tegen te gaan en te borgen dat zoetwater in voldoende mate beschikbaar blijft.

2026

1.500.000

2027

1.500.000

5.

Water- en bodemkwaliteit

Bodemkwaliteitsonderzoek

Onderzoek naar een goede bodem- en waterkwaliteit voor een duurzaam en gezond ecosysteem.

2026

7.400.000

2027

6.600.000

6.

Infrastructuur

Onderzoek voor infrastructuur

Onderzoek op het gebied van hydraulic, eco- en geo-engineering ten behoeve van de infrastructuur (water, weg en spoor).

2026

3.500.000

2027

4.000.000

7.

Water, bodem en ruimte

Duurzaam ruimtegebruik

Onderzoek naar het waterbodemsysteem ten behoeve van een duurzame ruimtelijke inrichting.

2026

2.250.000

2027

1.500.000

8.

Klimaatverandering (adaptatie en mitigatie)

Klimaatonderzoek

Onderzoek naar effecten van klimaat en zeespiegelstijging op het hoofdwatersysteem.

Onderzoek ten behoeve van nationale en internationale klimaatadaptieve inrichting en ten behoeve van een klimaatneutraal beheer en gebruik van het hoofdwatersysteem.

2026

6.400.000

2027

6.200.000

9.

Uitvoering wettelijke onderzoekstaken (WOT)

WOT Modellen, applicaties en data

De activiteiten, genoemd in paragraaf 1.2 van bijlage 1.

2026

17.500.000

2027

17.500.000

WOT Ondersteuning Watermanagementcentrum Nederland

De activiteiten, genoemd in paragraaf 1.2 van bijlage 1.

2026

1.000.000

2027

1.000.000

2. Subsidieplafonds programmasubsidie voor MARIN

MARIN richt zich op de onderzoeksthema’s die omschreven staan in deze tabel waarbij de programmasubsidie als volgt wordt verdeeld.

Nr.

Onderzoeksthema

Soort onderzoek

Omschrijving van het onderzoek

Boekjaar

Subsidieplafond

1.

Veilige en duurzame scheepvaart

Defensieonderzoek

Onderzoek ter ondersteuning van de taken van defensie

2026

6.563.000

2027

7.167.000

Onderzoek ter ondersteuning van de taken van de Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Ministerie van Economische zaken en Klimaat ten behoeve van de Minister van Klimaat en Groene Groei

Natuurversterking en veilige scheepvaart

2026

1.143.000

2027

700.000

2.

Maritieme veiligheid

Onderzoek ter ondersteuning van de taken van de Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat

Methodologisch, kennisontwikkelend en beleidsondersteunend onderzoek

2026

1.871.000

2027

750.000

3. Subsidieplafonds programmasubsidie voor NLR

NLR richt zich op de onderzoeksthema’s die omschreven staan in deze tabel waarbij de programmasubsidie als volgt wordt verdeeld.

Nr.

Onderzoeksthema

Soort onderzoek

Omschrijving van het onderzoek

Boekjaar

Subsidieplafond

1.

Veilige samenleving als onderdeel van het maatschappelijk thema Veiligheid

Defensieonderzoek

Onderzoek ter ondersteuning van de taken van defensie

2026

18.924.000

2027

18.934.000

2.

Beveiliging burgerluchtvaart

Veiligheidsonderzoek

Onderzoek naar de verbetering van de beveiliging van de burgerluchtvaart tegen bestaande en nieuwe dreigingen

2026

130.000

4 Subsidieplafonds programmasubsidie voor Wageningen Research

Wageningen Research richt zich op de onderzoeksthema’s die omschreven staan in tabel 4a, en de WOT, beschreven in bijlage 1, waarbij de programmasubsidie wordt verdeeld zoals in tabel 4b omschreven.

4a. Onderzoeksthema’s Wageningen Research

Onderzoeksthema

Soort onderzoek

Omschrijving van het onderzoek

Boekjaar

Landbouw, Water en Voedsel

Veerkrachtige natuur en vitale bodem

Natuur- en biodiversiteitsherstel beschermde soorten en habitats. Een vitale bodem. Naar een natuurinclusieve samenleving. Klimaatbestendige natuur, waaronder bos en bomen.

2023 t/m 2026,

2026 en 2027,

2027 t/m 2030.

Duurzame land- en tuinbouw

Brongericht verminderen van emissies naar bodem, water en lucht. Weerbare gewas- en teeltsystemen en gezonde bodems. Hoogwaardige en circulaire productie en gebruik van grondstoffen. Integrale duurzaamheid en ecosysteemdiensten als bron voor waardecreatie. Dierwaardigheid als gezonde basis. Energietransitie in de land- en tuinbouw.

2023 t/m 2026,

2026 en 2027,

2027 t/m 2030.

Vitaal landelijk gebied in een klimaatbestendig Nederland

Integrale gebiedsaanpak en verantwoorde transitie. Klimaatbestendig landgebruik. Toekomstbestendige ruimtelijke inrichting landelijk gebied en ondergrond. Klimaatbestendig bebouwd gebied en waterinfrastructuur. Verbeteren waterkwaliteit en vergroten (zoet)waterbeschikbaarheid.

2023 t/m 2026,

2026 en 2027,

2027 t/m 2030.

Duurzaam en gewaardeerd voedsel dat gezond en veilig is

Duurzame ketenaanpak. Duurzame en veilige verwerking. Duurzaam en gezond voedselaanbod aan de consument. Verduurzaming internationale voedselketens. Voedselzekerheid en weerbaarheid van voedselsystemen.

2023 t/m 2026,

2026 en 2027,

2027 t/m 2030.

Duurzaam en veilig gebruik van de Noordzee en andere grote wateren

Noordzee in balans en duurzame oceanen en zeeën. Duurzame rivieren, meren en intergetijdegebieden. Duurzame visserij en voedselproductie uit water. Natuurinclusieve landbouw, visserij en waterbeheer in Caribisch Nederland.

2023 t/m 2026,

2026 en 2027,

2027 t/m 2030.

Veilige en weerbare delta

Weerbaar Nederland voor hoog water en extreme rivierafvoeren met betaalbare, circulaire en klimaatneutrale maatregelen. Verminderen (bouw)grondstoffen en circulaire bagger-, zand- en grindgebruik. Bevaarbare vaarwegen en veilige, circulaire en klimaatneutrale scheepvaart.

2023 t/m 2026,

2026 en 2027,

2027 t/m 2030.

4b. Subsidieplafonds Wageningen Research

Nr.

Onderzoeksthema

Soort onderzoek

Omschrijving van het onderzoek

Boekjaar

Subsidieplafond (€)

1.

Landbouw, Water en Voedsel

Missiegedreven Kennis- en Innovatieprogramma’s Topsectoren

Onderzoeksthema’s als bedoeld in tabel 4a van deze bijlage

2026

48.000.000

2027

43.000.000

Landbouw, Water en Voedsel

Onderzoeksprogramma’s voor beleidsondersteunend onderzoek, klimaat- en stikstofprogramma en additionele kennisvragen

Onderzoeksthema’s als bedoeld in tabel 4a, van deze bijlage

2023 t/m 2026

111.500.000

2026

71.000.000

2027

75.000.000

2027 t/m 2030

30.000.000

2.

Uitvoering Wettelijke taken (WOT)

WOT Besmettelijke dierziekten als bedoeld in bijlage 1 van deze regeling

De activiteiten, genoemd in paragraaf 1.1 van bijlage 1, van deze regeling.

2023 t/m 2026

64.900.000

WOT Voedselveiligheid als bedoeld in bijlage 1 van deze regeling, met uitzondering van ondersteuning van de NVWA

2026 t/m 2030

67.000.000

WOT Voedselveiligheid als bedoeld in bijlage 1 van deze regeling, gericht op de ondersteuning van de NVWA

2026

36.000.000

2027

36.000.000

WOT Genetische bronnen als bedoeld in bijlage 1 van deze regeling

2023 t/m 2026

21.900.000

2027 t/m 2031

33.000.000

WOT Natuur en milieu als bedoeld in bijlage 1 van deze regeling

2024 t/m 2028

68.400.000

WOT Visserijonderzoek als bedoeld in bijlage 1 van deze regeling

2025 t/m 2029

62.800.000

WOT Economische informatievoorziening als bedoeld in bijlage 1 van deze regeling

2023 t/m 2026

64.000.000

Bijlage 4, behorende bij artikel 17, tweede lid (subsidieplafonds infrastructuursubsidie)

Subsidieplafonds voor infrastructuursubsidie

In onderstaande tabel bevinden zich de subsidieplafonds voor de infrastructuursubsidie.

Instituut

Boekjaar

Subsidieplafond (€)

Deltares

2026

0

2026 t/m 2030

17.425.000

2027

0

MARIN

2024 t/m 2028

8.200.000

2026

0

2026 t/m 2030

9.600.000

2027

0

NLR

2024 t/m 2028

9.745.000

2026

0

2026 t/m 2030

23.000.000

2027

0

Wageningen Research

2024 t/m 2028

39.988.000

2026

0

2026 t/m 2030

11.500.000

2027

0

B

Bijlage 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In paragraaf 1.1 wordt ‘het Ministerie van Economische Zaken (EZ), het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) of het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG)’ vervangen door ‘ het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) of het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)’.

2. In paragraaf 1.2 wordt ‘EZ, LVVN, VWS, IenW of KGG’ vervangen door ‘EZK, LVVN, VWS of IenW’.

3. In paragraaf 4 wordt ‘EZ, LVVN, VWS, IenW of KGG’ vervangen door ‘EZK, LVVN, VWS of IenW’.

4. In paragraaf Beperking in gebruik en verspreidingskring wordt twee keer ‘het Ministerie van Economische Zaken / het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur / het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport / het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat / het Ministerie van Klimaat en Groene Groei’ vervangen door ‘het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat / het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur / het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport / het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat’.

5. In voetnoot 1 wordt drie keer ‘EZ, LVVN, VWS, IenW of KGG’ vervangen door ‘EZK, LVVN, VWS of IenW’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.Th.M Hermans

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

TOELICHTING

1. Algemeen

Deze wijzigingsregeling voorziet in de vaststelling van de subsidieplafonds voor de zogenaamde jaarlijkse instituutssubsidie, programmasubsidie en infrastructuursubsidie die verstrekt worden op grond van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek (hierna: Subsidieregeling TO2) aan organisaties voor toegepast onderzoek (hierna: TO2-instellingen). Naast de vaststelling van de nieuwe subsidieplafonds voor het boekjaar 2027, worden ook de subsidieplafonds voor het boekjaar 2026 gewijzigd. Ook wordt er een aantal technische wijzigingen gedaan.

2. Wijziging subsidieplafonds voor lopende boekjaren

De budgetplafonds voor een aantal lopende boekjaren worden gewijzigd als gevolg van het beschikbaar stellen van additionele budgetten voor instituutssubsidies en programmasubsidies.

2.1 Wijziging subsidieplafonds instituutssubsidie

De instituutssubsidie voor Deltares, MARIN en NLR voor het boekjaar 2026 is voor deze drie instellingen verhoogd vanwege het toekennen van loon- en prijsbijstelling. Daarnaast is aan MARIN ook btw-compensatie verstrekt door de Minister van Economische Zaken en Klimaat.

De instituutssubsidie voor NLR voor het boekjaar 2026 is tevens verhoogd vanwege het toekennen van middelen ten behoeve van zowel het European Transonic Wind Tunnel (ETW) project als het Duits-Nederlandse Wind Tunnel (DNW) project door de Minister van Economische Zaken en Klimaat.

2.2 Wijziging subsidieplafonds programmasubsidie

2.2.1 Wijziging ten behoeve van Deltares

De plafonds voor de programmasubsidie voor Deltares worden voor zes thema’s verhoogd.

Het subsidieplafond van de programmasubsidie voor onderzoeksthema mijnbouwactiviteiten en energietransitie wordt door de Minister van Klimaat en Groene Groei voor boekjaar 2026 opgehoogd met € 320.000 naar een totaal van € 1.210.000. Dit in verband met het voortzetten van onderzoek naar kennisvragen Transitie Diepe Ondergrond.

Voor het onderzoeksthema water, bodem en ruimte wordt het subsidieplafond van de programmasubsidie door een bijdrage van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor boekjaar 2026 met € 750.000 opgehoogd tot een plafond van € 2.250.000. Dit in verband met uitbreiding van het onderzoek naar funderingsproblematiek.

Voor het onderzoeksthema waterveiligheid wordt het plafond voor boekjaar 2026 door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met € 1.000.000 naar € 13.500.000 opgehoogd vanwege extra kennisbehoefte binnen kennisprogramma’s voor waterkeringen- en modellen en de toegenomen inzet op internationale samenwerking in de bovenstroomse stroomgebieden van de grote rivieren.

Binnen het onderzoeksthema water- en bodemkwaliteit wordt het plafond voor boekjaar 2026 door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met € 800.000 opgehoogd naar € 7.400.000 vanwege een behoefte aan verbeteringen in monitoring en inzicht in historische data van oppervlaktewaterkwaliteit. Daarnaast is er extra onderzoek voorzien rondom nieuwe EU-regelgeving op het gebied van bodemkwaliteit.

Binnen het onderzoeksthema klimaatverandering (adaptatie en mitigatie) verhoogt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat het subsidieplafond voor boekjaar 2026 met € 200.000 naar € 6.400.000. Dit heeft te maken met nieuwe kennisvragen rondom de nationale aanpak wateroverlast en vitale infrastructuur. Daarnaast is er aanvullend budget voor innovaties rondom de uitvoering van klimaat adaptieve maatregelen door Rijkswaterstaat.

2.2.2 Wijziging ten behoeve van MARIN

De plafonds voor de programmasubsidie voor MARIN worden voor vier thema’s verhoogd.

Voor MARIN wordt het subsidieplafond voor het onderzoeksthema veilige en duurzame scheepvaart voor boekjaar 2026 met € 133.000 opgehoogd naar € 6.563.000. Het budget wordt als loon- en prijsbijstelling door de Minister van Defensie beschikbaar gesteld.

Verder wordt het subsidieplafond voor het onderzoeksthema veilige en duurzame scheepvaart voor boekjaar 2026 met € 143.000 opgehoogd naar € 1.143.000. Het budget is afkomstig van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur in verband met de uitvoering van een simulatiestudie naar actieve visserij.

Op het onderzoeksthema maritieme veiligheid wordt het plafond voor boekjaar 2026 door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met € 1.1571.000 opgehoogd naar € 1.871.000 vanwege:

  • 1. het TRANSPECT project, een kennis- en benuttingsprogramma gericht op het versterken van de binnenvaart als robuuste transportmodaliteit (€ 150.000),

  • 2. Het kennisprogramma natte kunstwerken (€ 21.000), en

  • 3. Kennisagenda Scheepvaartveiligheid Noordzee (€ 1.400.000).

2.2.3 Wijziging ten behoeve van NLR

De plafonds voor de programmasubsidie voor NLR worden voor twee thema’s verhoogd.

Het subsidieplafond voor het onderzoeksthema veilige samenleving als onderdeel van het maatschappelijk thema veiligheid voor boekjaar 2026 wordt met € 134.000 opgehoogd naar € 18.924.000. Het budget wordt vanuit de Minister van Defensie als loon- en prijsbijstelling beschikbaar gesteld voor onderzoek ter ondersteuning van de taken van Defensie.

Op onderzoeksthema beveiliging burgerluchtvaart wordt door de Minister van Justitie en Veiligheid € 130.000 beschikbaar gesteld voor de verbetering van de beveiliging van de burgerluchtvaart tegen bestaande en nieuwe dreigingen.

2.2.4 Wijziging ten behoeve van Wageningen Research

De plafonds voor de programmasubsidie voor Wageningen Research worden voor de diverse wettelijke onderzoekstaken (WOT) verhoogd. Voor alle WOT-programma’s wordt rekening gehouden met een tariefstijging. Daarnaast wordt de looptijd van de subsidieplafonds voor twee WOT-programma’s aangepast naar een looptijd van vijf jaar. Dit is mogelijk vanwege de verlenging van de looptijd van de Subsidieregeling TO2 tot en met 31 januari 2031 (Stcrt. 2026, nr. 12326).

Het subsidieplafond voor het WOT-programma Voedselveiligheid-beleid wordt verhoogd met € 27.000.000 van € 39.000.000 naar € 67.000.000. Naast een compensatie voor tariefstijging wordt een uitbreiding van de taken voor het Nationaal Plan Diervoeders verwacht. Tevens wordt de looptijd van het subsidieplafond met twee jaren verlengd namelijk van 2026 t/m 2028 naar 2026 t/m 2030.

Het subsidieplafond voor het WOT-programma Visserijonderzoek wordt verhoogd met € 14.300.000 van € 48.500.000 naar € 62.800.000. Naast tariefstijging worden taken voor de Kaderrichtlijn Marien toegevoegd. Tevens wordt de looptijd van het subsidieplafond met één jaar verlengd namelijk van 2025 t/m 2028 naar 2025 t/m 2029.

Voor de WOT-programma’s Besmettelijke Dierziekten, Voedselveiligheid-handhaving en Natuur & Milieu zijn de subsidieplafonds licht opgehoogd als gevolg van hogere WOT-tarieven bij Wageningen Research.

2.3 Vaststelling nieuwe subsidieplafonds voor het boekjaar 2027

Op grond van de artikelen 9, tweede lid, 12, eerste lid, en 17, tweede lid, van de Subsidieregeling TO2 wordt jaarlijks in bijlage 2, 3 en 4 van de Subsidieregeling TO2 bekendgemaakt welk subsidieplafond voor instituutssubsidie voor een instituut beschikbaar wordt gesteld, welke subsidieplafonds voor de programmasubsidies voor onderzoeksthema’s in het aankomende boekjaar van toepassing zijn en welk subsidieplafond per instituut voor infrastructuursubsidie in het aankomende boekjaar van toepassing is. Via deze wijzigingsregeling worden deze bijlagen uiterlijk op 1 augustus aangepast, zodat de desbetreffende subsidieaanvrager op tijd zijn subsidieaanvraag kan voorbereiden. De subsidieaanvrager dient zijn aanvraag om subsidie op grond van artikel 6 van de Subsidieregeling TO2 namelijk uiterlijk acht weken voor aanvang van het boekjaar in te dienen.

De bijlagen 2, 3, en 4 worden opnieuw integraal vastgesteld omdat de onderzoeksthema’s en bedragen voor het boekjaar 2025 eruit gehaald zijn.

2.4 Wijziging namen departementen

Met de komst van het nieuwe kabinet Jetten is het Ministerie van Klimaat en Groene Groei samengevoegd met het Ministerie van Economische Zaken tot het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Bijlage 5 wordt in overeenstemming gebracht met deze departementale wijziging.

3. Staatssteun

De wijziging brengt geen verandering in de staatssteunaspecten, verbonden aan de Subsidieregeling TO2. De wijziging met betrekking tot de publicatie van voormelde subsidieplafonds passen binnen de eerdere staatssteunbeoordeling. Voor een nadere toelichting op de staatssteunaspecten wordt verwezen naar paragraaf I, onderdeel 6, van de toelichting van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek (Stcrt. 2018, 5475).

4. Regeldruk

De vaststelling van de subsidieplafonds leidt niet tot wijziging van informatieverplichtingen en daarom ook niet tot een toe- of afname van de regeldruk bij de gebruikers van de Subsidieregeling TO2. Voor een nadere toelichting op de huidige regeldrukeffecten wordt verwezen naar paragraaf I, onderdeel 8, van de toelichting van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek (Stcrt. 2018, 5475).

De regeling hoeft niet voorgelegd te worden aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) omdat er sprake is van een regeling als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Regeling procedures Adviescollege toetsing regeldruk.

5. Inwerkingtreding

De onderhavige regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met de datum van inwerkingtreding wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van een kwartaal in werking treden en twee maanden voordien bekend worden gemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd, omdat de doelgroep van deze regeling gebaat is bij spoedige inwerkingtreding.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.Th.M Hermans

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

Naar boven