Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 12326 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken en Klimaat | Staatscourant 2026, 12326 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Klimaat en Groene Groei;
Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies, artikel 3 van de Kaderwet subsidies I en M en de artikelen 2 en 16 van het Kaderbesluit EZK- en LNV-subsidies;
Besluiten:
De Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek wordt als volgt gewijzigd:
A
In de begripsomschrijving van Minister in artikel 1 wordt ‘begroting van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei’ vervangen door ‘programmabegroting van de Minister van Klimaat en Groene Groei’.
B
In artikel 47 wordt ‘1 april 2028’ vervangen door ‘31 januari 2031’.
C
In de rij van Wageningen Research in bijlage 2, boekjaar 2026, wordt ‘19.000.000’ vervangen door ‘21.300.000’.
D
In de tabel in bijlage 3, onderdeel 1, wordt in rij 2, boekjaar 2025, ‘909.000’ vervangen door ‘960.000’.
E
De tabel in bijlage 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de rij van Deltares wordt ‘2026 t/m 2028’ vervangen door ‘2026 t/m 2030’.
2. In de rij van MARIN wordt ‘2026 t/m 2028’ vervangen door ‘2026 t/m 2030’.
3. In de rij van NLR wordt ‘2026 t/m 2028’ vervangen door ‘2026 t/m 2030’.
4. In de rij van Wageningen Research wordt ‘2026 t/m 2028’ vervangen door ‘2026 t/m 2030’.
De Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 4.2.7, tweede lid, wordt ‘1 april 2026’ vervangen door ‘1 april 2031’.
B
Bijlage 3.4.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt ‘Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies’ vervangen door ‘Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies’.
2. In hoofdstuk 2, Circulaire Economie, derde alinea, laatste zin vervalt ‘respectievelijk. deze moeten versterken’.
3. In hoofdstuk 6 wordt achter 6.4 ‘bioinformatics’ vervangen door ‘Bio-informatics’.
4. Hoofdstuk 7 digitalisering komt als volgt te luiden:
De KIA Digitalisering is complementair aan de KIA Sleuteltechnologieën en representeert de zeven ‘Digital and Information Technologies’ (DIT’s) sleuteltechnologieën van de 44 sleuteltechnologieën uit de KIA Sleuteltechnologieën.
Projecten die specifiek voor de KIA Digitalisering worden ingediend, dienen bij te dragen aan een van de zeven ‘Digital and Information Technologies’ (DIT’s) en de drie luiken zoals hieronder beschreven in acht te nemen.
De sleuteltechnologieën die onderdeel zijn van de nationale technologie strategie zijn aangemerkt met NTS:
1. Artificial Intelligence (AI) (Nationale Technologie Strategie, hierna: NTS)
2. Data science, data analytics and data spaces (NTS)
3. Cyber security technologies (NTS)
4. Software technologies and computing
5. Digital connectivity technologies
6. Digital Twinning and immersive technologies
7. Neuromorphic technologies
Een project past in de KIA Digitalisering als het een van de maatschappelijke uitdagingen in de KIA's 1 t/m 5 adresseert door toepassing van (een van) de zeven DIT’s, of indien het project de randvoorwaarden voor de kennisontwikkeling en toepassing van DIT’s verbetert, en het als product verkoopbaar is. Daarbij dienen drie luiken op het gebied van 'Digital and Information Technologies' in acht te worden genomen:
– innoveren met DIT’s (ten behoeve van KIA’s 1 t/m 5);
– reflectie op DIT’s (zorgen voor verantwoorde digitale transformatie en de verantwoorde ontwikkeling en toepassing van DIT’s); en
– innoveren in DIT’s (verder ontwikkelen van de zeven DIT’s).
Projecten die specifiek voor de KIA Digitalisering worden ingediend, moeten:
– bijdragen aan een van de maatschappelijke uitdagingen in de KIA's 1 t/m 5 door toepassing van (een van) de zeven DIT’s, of
– Een ondersteunende bijdrage leveren aan verbrede of versnelde toepassing van een of meer DIT's, bijvoorbeeld door de integratie ervan in producten, processen of diensten te vergemakkelijken.
Het uitvoeren van fundamentele kennisontwikkeling is geen basis voor toekenning van een MIT-subsidie. Toegepaste kennisontwikkeling is alleen dat waar sprake is van een veelvuldig verkoopbaar product, waarvoor de MIT-subsidie de haalbaarheid moet aantonen of de technische ontwikkelrisico’s moet reduceren.
Hierbij wordt benadrukt dat het doen van puur onderzoek naar DIT's geen basis is voor toekenning van een subsidie. Het puur toepassen van DIT's in een willekeurige sector komt alleen in aanmerking voor toekenning van een subsidie wanneer het project een van de maatschappelijke uitdagingen in de KIA's 1 t/m 5 adresseert.
In de tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 worden boven de rij met titel 3.6, 3.6.2, eerste lid, de volgende rijen ingevoegd:
|
Titel 3.4: MKB-innovatiestimulering topsectoren |
3.4.20 |
MIT-R&D-samenwerkingsprojecten |
7.a. Digital Technologies: Artificiële Intelligentie (AI) |
07-04-2026 t/m 26-05-2026 |
€ 3.550.000 |
|
MIT-R&D-samenwerkingsprojecten |
09-06-2026 t/m 15-09-2026 |
€ 3.000.000, waarvan ten hoogste € 1.500.000 voor MIT-R&D-samenwerkingsprojecten groot |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 30 maart 2026
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.Th.M. Hermans
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer
Met de onderhavige regeling worden drie regelingen gewijzigd. In de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek (hierna: Subsidieregeling TO2) wordt de vervaldatum verlengd, worden verschillende subsidieplafonds aangepast en wordt er een technische wijziging gedaan. De wijziging van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (hierna: RNES) betreft de verlenging van de vervaldatum van de subsidiemodule TSH Vliegtuigmaakindustrie en een wijziging van de subsidiemodule MKB innovatiestimulering topsectoren (hierna: subsidiemodule MIT). De wijziging van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 (hierna: ROES 2026) betreft de openstelling van de subsidiemodule MIT.
Met de komst van het nieuwe kabinet Jetten is het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (hierna: KGG) samengevoegd met het Ministerie van Economische Zaken tot het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK). De Minister van KGG heeft wel een programmabegroting tot haar beschikking gekregen. Tot een programmabegroting kan worden besloten als het wegens politieke overwegingen wenselijk wordt geoordeeld om voor een minister die niet belast is met het beheer van een ministerie (minister zonder portefeuille) bepaalde budgetten afgezonderd van een departementale begroting te beheren. Een minister zonder portefeuille ofwel een zogenaamde programmaminister kan dan zelf verantwoording over een eigen budget aan de Tweede Kamer afleggen. De definitie van Minister van KGG in de Subsidieregeling TO2 gaat uit van een departementale begroting, met de onderhavige wijziging wordt dit naar een programmabegroting veranderd.
De einddatum van de Subsidieregeling TO2 wordt aangepast. Het moment waarop de subsidieregeling afloopt wordt met een periode van drie jaar verlengd.
Om te zorgen voor een goed financieel instrumentarium in de komende periode, heeft de toenmalige Minister van Economische Zaken in de kabinetsreactie op de evaluatie van de Toegepast Onderzoek Organisaties (TO2) over de periode 2020–2023 en de strategische plannen van de TO2 2026–2029 van 10 oktober 20251 aangekondigd de Subsidieregeling TO2 binnen de bestaande budgettaire kaders te verlengen tot en met 31 december 2029, zodat de uitkomsten van de volgende evaluatie over de jaren 2024 tot en met 2027 gebruikt kunnen worden om een besluit te nemen over een volgende verlenging van de regeling.
Bij nader inzien is besloten de Subsidieregeling TO2 te verlengen tot en met 31 januari 2031. In het eerste kwartaal van 2026 zullen de eerste projecten die eind vorig jaar in de tweede financieringsronde2 voor investeringen in faciliteiten voor toegepast onderzoek zijn toegekend van start gaan. Deze projecten worden via de infrastructuursubsidie die onder de Subsidieregeling TO2 valt beschikt en hebben een looptijd van 4 jaar en zullen naar verwachting in 2030 worden opgeleverd. Dit geldt ook voor de verlenging van de meerjarige programma’s die Wageningen Research uitvoert. Om ervoor te zorgen dat de instituten zekerheid hebben dat deze programma’s gesubsidieerd zullen blijven, is er gekozen om de regeling met een periode van drie jaar te verlengen. Dit zal de doelmatigheid van deze programma’s ten goede komen, gezien er dan maar één beschikking per project voor de gehele looptijd van het project nodig zal zijn. Daarnaast is er in dat geval voldoende ruimte om de resultaten van de evaluatie te verwerken in de regeling.
Op grond van artikel 4.10, zevende lid, van de Comptabiliteitswet 2016 moet de aanpassing van een vervaldatum bij de Tweede Kamer worden voorgehangen. Onderhavige regeling is daarom aan de Tweede Kamer overgelegd.3 Op 4 maart 2026 heeft de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat van de Tweede Kamer besloten deze wijzigingsregeling voor kennisgeving aan te nemen.
De instituutssubsidie voor Wageningen Research 2026 wordt verhoogd met € 2.300.000 vanwege het toekennen van middelen ten behoeve van een middelgrote investering in de infrastructuur van Wageningen Research. Dit budget is afkomstig van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (hierna: LVVN). De investering maakt onderdeel uit van een groter plan voor de modernisering van de digitale infrastructuur voor de wettelijke onderzoekstaak (WOT) Economische Informatievoorziening, waarbij de Wageningen University & Research zelf twee derde van de investering bijdraagt.
Voor Deltares is vorig jaar per abuis het plafond van de programmasubsidie van het thema landbouw, water en voedsel met € 51.000 te weinig opgehoogd. Via deze publicatie wordt dat door de Minister van LVVN gecorrigeerd. Het nieuwe plafond voor de programmasubsidie voor het thema Landbouw, Water en Voedsel voor Deltares voor 2025 komt hiermee op een bedrag van € 960.000.
Voor Deltares, MARIN, NLR en Wageningen Research wordt de looptijd van de subsidieplafonds voor infrastructuursubsidie die vorig jaar in de tweede financieringsronde voor investeringen in faciliteiten voor toegepast onderzoek zijn toegekend4, aangepast naar een looptijd van vijf jaar namelijk van 2026–2028 naar 2026–2030. Zoals hierboven reeds benoemd past dit beter bij de looptijd van de infrastructuurprojecten.
De wijziging in de subsidiemodule TSH Vliegtuigmaakindustrie (titel 4.2, paragraaf 4.2.19, van de RNES) betreft een verlenging van de vervaldatum van de subsidiemodule van 1 april 2026 naar 1 april 2031. De subsidiemodule zelf blijft inhoudelijk ongewijzigd.
De huidige vervaldatum van de subsidiemodule is 1 april 2026. In 2026 zal een evaluatie van de subsidiemodule plaatsvinden. De resultaten van deze evaluatie komen naar verwachting beschikbaar in het vierde kwartaal van 2026.
Tot nu toe zijn er drie openstellingen van de subsidiemodule geweest, in 2021, 2023 en 2025. Er zijn nog geen projecten afgerond. Een evaluatie voorafgaand aan de verlenging van de subsidiemodule zou daarmee te vroeg komen. In 2026 worden de projecten die in 2021 gestart zijn afgerond. Door de evaluatie in 2026 uit te voeren kunnen de resultaten van die projecten worden betrokken in de effectmeting, terwijl voor de projecten die in 2023 en 2025 gestart zijn, tussentijdse conclusies over de voortgang en de vooruitzichten wat betreft resultaten kunnen worden getrokken.
De huidige uitvoering van de subsidiemodule geeft positieve signalen en verloopt overeenkomstig de verwachtingen. Er staat op dit moment een openstelling gepland voor 2027. Daarom wordt voorgesteld de subsidiemodule voor de periode van vijf jaar te verlengen. Indien de evaluatie aanleiding geeft tot aanpassing van de subsidiemodule, dan wel heroverweging van de beoogde openstelling in 2027, zal de betreffende regelgeving worden aangepast.
Op grond van artikel 4.10, zevende lid, van de Comptabiliteitswet 2016 moet de aanpassing van een vervaldatum bij de Tweede Kamer worden voorgehangen. Onderhavige regeling is daarom aan de Tweede Kamer overgelegd.5 Op 4 maart 2026 heeft de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat van de Tweede Kamer besloten deze wijzigingsregeling voor kennisgeving aan te nemen.
Bijlage 3.4.1 vormt het toetsingskader, deze bestaat uit uitwerkingen van de Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s) van het Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid. Deze uitwerkingen vormen de basis voor de onderwerpen waarop een MIT-haalbaarheidsproject of een MIT-R&D-samenwerkingsproject zich kan richten. De uitwerkingen van de KIA’s zijn toegespitst op het gebruik voor de MIT en het MKB en daarmee leidend voor toetsing van de MIT-aanvragen. De KIA’s zelf zijn hiermee geen onderdeel van het toetsingskader, de bijlage bevat het volledige toetsingskader.
In hoofdstuk 7 Digitalisering, is extra toelichting opgenomen voor verduidelijking van de KIA en Digital and Information Technologies’ (DIT’s) die onder deze missie vallen. Verder zijn er enkele technische wijzigingen doorgevoerd.
De Minister van EZK en de provincies werken samen aan MKB innovatiestimulering topsectoren: zij stellen in 2026 in totaal € 56,43 miljoen beschikbaar voor innovatie bij het MKB in Nederland. Hiervan wordt € 24,94 miljoen door de provincies gefinancierd. EZK vult deze provinciale middelen aan met € 24,94 miljoen voor provinciale projecten. Deze middelen worden met een decentralisatie uitkering aan de provincies verstrekt. Subsidieaanvragen voor MIT-projecten worden in principe door de provinciale besturen in behandeling genomen. Wanneer een MIT-R&D-samenwerkingsproject bovenregionaal van aard is (dat wil zeggen dat het niet in slechts één provincie plaatsvindt), wordt de subsidieaanvraag doorgestuurd en door de Minister van EZK in behandeling genomen. Deze afspraak zorgt ervoor dat MIT-subsidieaanvragen in elke regio een eerlijke kans hebben op subsidie. Voor dit zogenoemde landelijke vangnet is in 2026 € 3 miljoen beschikbaar. Ten slotte is voor de MIT-R&D-samenwerkingsprojecten waarvan de activiteiten passen binnen het subthema Digital Technologies: Artificiële Intelligentie (AI) een subsidieplafond van € 3.550.000 vastgesteld.
De wijziging brengt geen verandering in de staatssteunaspecten, verbonden aan de Subsidieregeling TO2. De wijziging met betrekking tot de publicatie van voormelde subsidieplafonds passen binnen de eerdere staatssteunbeoordeling. Voor een nadere toelichting op de staatssteunaspecten wordt verwezen naar paragraaf I, onderdeel 6, van de toelichting van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek (Stcrt. 2018, 5475).
De subsidiemodule MIT bevat staatssteun die wordt gerechtvaardigd door de artikelen 25 en 28 van de algemene groepsvrijstellingsverordening (artikel 3.4.29 van de RNES).
De verlengingen van de Subsidieregeling TO2 en de subsidiemodule TSH Vliegtuigmaakindustrie en de openstelling van de Subsidieregeling leiden niet tot wijzigingen van informatieverplichtingen en daarom ook niet tot een toe- of afname van de regeldruk bij de gebruikers van de regeling en de subsidiemodule. Voor een nadere toelichting op de huidige regeldrukeffecten wordt verwezen naar paragraaf I, onderdeel 8, van de toelichting van de Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek (Stcrt. 2018, 5475).
De regeling hoeft niet voorgelegd te worden aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) omdat er sprake is van een regeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel c en d, van de Regeling procedures Adviescollege toetsing regeldruk.
De totale administratieve lasten voor de landelijke subsidiemodule MIT bedragen € 270.720. Dat is 4,13% van het totaal beschikbare subsidiebedrag. Op basis van de realisatie van de instrumenten van vorig jaar is de inschatting van de administratieve lasten voor de MIT-R&D-samenwerkingsprojecten € 107.560 (3,59%). Deze inschatting is gemaakt op basis van een inschatting van het aantal aanvragen en verleningen. Voor de MIT-R&D-samenwerkingsprojecten gaat het naar verwachting om 34 aanvragen (waarvan 26 aanvragen naar schatting zijn ingediend door een extern gespecialiseerd bedrijf met gemiddelde kosten van € 1.350 per aanvraag) met 14 verleningen, waarvan 10 toegekende aanvragen naar verwachting zijn ingediend door een extern gespecialiseerd bedrijf met gemiddelde kosten van € 1.350 per aanvraag, met accountantsverklaringskosten ter verantwoording van de toegekende aanvraag met gemiddelde kosten van € 6.250. Dit onderscheid is meegenomen in de regeldrukberekening per instrument naar aanleiding van het advies van het Adviescollege toetsing regeldruk (hierna: ATR) in 2025.
De administratieve lasten voor AI-projecten van MIT-R&D-samenwerkingsprojecten van de landelijke subsidiemodule MIT worden geraamd op een bedrag van in totaal € 163.160. Dat is 4,60% van het totale subsidieplafond voor de AI-projecten van de landelijke subsidiemodule MIT. Voor AI-projecten binnen de subsidiemodule MIT gaat het om 92 aanvragen (waarvan 70 aanvragen naar schatting zijn ingediend door een extern gespecialiseerd bedrijf met gemiddelde kosten van € 1.350 per aanvraag) met 14 verleningen, waarvan 8 van de toegekende aanvragen naar verwachting zijn ingediend door een extern gespecialiseerd bedrijf met gemiddelde kosten van € 1.350 per aanvraag, met accountantsverklaringskosten ter verantwoording van de toegekende aanvraag met gemiddelde kosten van € 6.250. Dit onderscheid is meegenomen in de regeldrukberekening 2026 per instrument naar aanleiding van het advies van het Adviescollege toetsing regeldruk in 2025.
Het ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat de regeldruk beperkt is en deze in beeld is gebracht.
De onderhavige regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met de datum van inwerkingtreding wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van een kwartaal in werking treden en twee maanden voordien bekend worden gemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd, omdat de doelgroep van deze regeling gebaat is bij spoedige inwerkingtreding.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.Th.M. Hermans
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans
De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-12326.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.