Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 2363 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 2363 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Asiel en Migratie en de Minister voor Asiel en Migratie,
Gelet op artikel 4 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005);
Besluiten:
1. Indien een gemeente aan een vreemdeling als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder c, e, k en I, van de Rva 2005, aan wie de verblijfsvergunning bedoeld in artikel 14 of 28 van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend, tijdelijk onderdak, niet zijnde woonruimte die bestemd of geschikt is voor permanente bewoning, of onzelfstandige woonruimte beschikbaar heeft gesteld, sluit het COA deze vreemdeling uit van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, c en d, onderscheidenlijk artikel 9, eerste lid, van de Rva 2005.
2. De uitsluiting van de verstrekkingen, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats vanaf het moment dat het tijdelijk onderdak of de onzelfstandige woonruimte voor de vreemdeling beschikbaar is, met dien verstande dat het tijdelijk onderdak of de onzelfstandige woonruimte beschikbaar moet zijn uiterlijk op 30 juni 2026.
3. In afwijking van het eerste lid wordt niet uitgesloten van de verstrekkingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, c en d, of artikel 9, eerste lid, van de Rva 2005 een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, aan wie een gemeente tijdelijk onderdak, niet zijnde woonruimte die bestemd of geschikt is voor permanente bewoning, onderscheidenlijk onzelfstandige woonruimte beschikbaar heeft gesteld en die:
a. kwetsbaar is;
b. op de Top-X lijst staat of van wie naar het oordeel van het COA uitplaatsing naar de huisvesting als bedoeld in deze regeling vanwege overlast gevend gedrag ongewenst is.
4. Het COA sluit tot en met 30 juni 2026 maximaal 1.500 vreemdelingen als bedoeld in het eerste lid uit van de desbetreffende verstrekkingen.
Woonruimte waarvan een gemeente aan het COA heeft meegedeeld dat zij bestemd of geschikt is voor permanente bewoning kan:
a. tijdelijk aan vreemdelingen als bedoeld in artikel 1 beschikbaar worden gesteld indien in de woonruimte een vreemdeling gehuisvest is aan wie een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend, totdat de nareizende gezinsleden van de laatstgenoemde vreemdeling zich bij hem hebben gevoegd;
b. beschikbaar worden gesteld als onzelfstandige woonruimte voor bewoning door meerdere vreemdelingen.
1. Het COA verstrekt aan de gemeente per vreemdeling, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, een eenmalige financiële toelage van € 30.000,– ten behoeve van de bekostiging van in ieder geval het tijdelijk onderdak dan wel de onzelfstandige woonruimte en de begeleiding van de vreemdeling.
2. Indien de vreemdeling in het beschikbaar gestelde tijdelijk onderdak niet zelf zijn eigen maaltijden kan verzorgen, verstrekt het COA, in afwijking van het eerste lid, aan de gemeente per vreemdeling een eenmalige financiële toelage van € 38.000,– ten behoeve van de bekostiging van in ieder geval het tijdelijke onderdak, de begeleiding en de maaltijden van de vreemdeling.
3. Indien de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, een nagereisd familielid is van de vreemdeling aan wie reeds tijdelijk onderdak, als bedoeld in deze regeling, wordt geboden, ontvangt de gemeente voor dat familielid de financiële toelage, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar rato van de in de Rva 2005 genoemde termijn gedurende welke de eerstgenoemde vreemdeling de verstrekkingen, bedoeld in artikel 4 ontvangt.
4. Indien uit de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, aan wie reeds tijdelijk onderdak als bedoeld in deze regeling wordt geboden, een kind wordt geboren, ontvangt de gemeente voor dat kind de financiële toelage, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar rato van de in de Rva 2005 genoemde termijn gedurende welke de eerstgenoemde vreemdeling de verstrekkingen, bedoeld in artikel 4 ontvangt.
1. Het COA verstrekt aan de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, aan wie de gemeente tijdelijk onderdak, niet zijnde woonruimte die bestemd of geschikt is voor permanente bewoning, beschikbaar heeft gesteld, de verstrekkingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, e, f en g, van de Rva 2005 gedurende de in de Rva 2005 genoemde termijn.
2. Indien het tijdelijk onderdak, niet zijnde woonruimte die bestemd of geschikt is voor permanente bewoning, ter beschikking is gesteld aan een gezin, verstrekt het COA aan het eerste gezinslid een wekelijkse financiële toelage van € 75,–, aan een tweede gezinslid een wekelijkse financiële toelage van € 25,– en aan een derde en vierde gezinslid een wekelijkse financiële toelage van € 12,50. De wekelijkse financiële toelage per gezin bedraagt in totaal niet meer dan € 125,–.
3. In afwijking van het eerste lid wordt de financiële toelage ten behoeve van voedsel niet verstrekt aan de vreemdeling indien hij in het tijdelijk onderdak niet zelf zijn eigen maaltijden kan verzorgen.
4. De hoogte van de wekelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel wordt berekend aan de hand van de bedragen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Rva 2005.
Op de vreemdeling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, aan wie de gemeente tijdelijk onderdak, niet zijnde woonruimte die bestemd of geschikt is voor permanente bewoning, beschikbaar heeft gesteld, is de Rva 2005 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 9a, 10, 12, tweede lid, 18 en 19.
1. Deze regeling vervalt zodra 1.500 vreemdelingen op grond van artikel 1, eerste lid, zijn uitgesloten van de in dat lid bedoelde verstrekkingen, maar uiterlijk met ingang van 1 juli 2026.
2. Deze regeling blijft van toepassing op vreemdelingen voor wie voor het vervallen van deze regeling, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk onderdak of onzelfstandige woonruimte als bedoeld in deze regeling is gerealiseerd.
In de gevallen waarin de gemeente voor de inwerkingtreding van deze regeling aan het COA te kennen heeft gegeven dat tijdelijk onderdak of onzelfstandige woonruimte voor een vergunninghouder beschikbaar is, is de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2025, zoals zij luidde op 31 december 2025 van toepassing.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 16 januari 2026
De Minister van Asiel en Migratie, D.M. van Weel
De Minister voor Asiel en Migratie, M.C.G. Keijzer
Bij besluit van 21 juli 2025 (Stcrt. 2025, nr. 28170) hebben de Minister van Asiel en Migratie en de Minister voor Asiel en Migratie de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2025 getroffen. Op grond van deze regeling, die op 21 augustus 2025 met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2025 in werking is getreden, wordt de uitstroom van vergunninghouders uit de COA-opvang gestimuleerd door hun uitplaatsing naar tijdelijk onderdak of onzelfstandige huisvesting. In dat geval ontvangt de gemeente waarnaar de vergunninghouder is uitgeplaatst een financiële toelage. Deze regeling is op grond van artikel 6, eerste lid, met ingang van 1 januari 2026 vervallen. In de onderhavige regeling wordt de vervallen regeling met een aantal aanpassingen opnieuw vastgesteld. Voor de toelichting op deze regeling wordt dan ook verwezen naar de toelichting op het besluit van 21 juli 2025. Hiermee worden gemeenten in de gelegenheid gesteld om het plaatsen van vergunninghouders in tijdelijk onderdak en onzelfstandige huisvesting te continueren. De regeling vervalt indien 1.500 vreemdelingen uit de COA-opvang zijn gestroomd, maar uiterlijk op 1 juli 2026.
Vergunninghouders leveren ook bij tijdelijk onderdak (als hotelplaatsing) een eigen bijdrage als er sprake is van inkomen of eigen vermogen. Daarnaast is het de bedoeling dat alle vergunninghouders, ook als zij in tijdelijk onderdak verblijven, zo snel als mogelijk overgaan naar gemeentelijke voorzieningen. Hiertoe wordt, in overleg met SZW en de VNG, de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (Rva 2005) aangepast.
In artikel 1, tweede lid, wordt de termijn waarbinnen gemeenten het tijdelijk onderdak of de onzelfstandige huisvesting beschikbaar hebben gesteld verlengd tot en met 30 juni 2026. In het vierde lid wordt geregeld dat vanaf 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026 maximaal 1.500 vreemdelingen met toepassing van deze regeling kunnen worden uitgeplaatst. In lijn hiermee wordt in artikel 6, eerste lid, de werkingsduur van dit besluit verlengd tot uiterlijk 1 juli 2026, tenzij de grens van maximaal 1.500 geplaatste vergunninghouders eerder is bereikt. Hiermee wordt beoogd gemeenten meer gelegenheid te bieden om onderhavige regeling te benutten.
De artikelen 3 en 4 zijn gelijkluidend aan de artikelen 3 en 4 in de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2025 met de volgende aanpassingen. In artikel 3, derde en vierde lid, wordt voor wat betreft de (hoogte van de) financiële toelage voor de gemeente voor de daarin genoemde familieleden van de vergunninghouder die al tijdelijk onderdak wordt geboden, aangesloten bij het regime van de Rva 2005. Voor die familieleden ontvangt de gemeente een bedrag naar rato van de resterende verblijfsduur van de vergunninghouder aan wie al tijdelijk onderdak wordt geboden.
In artikel 4, eerste lid, wordt voor wat betreft de duur van de verstrekkingen van het COA aan de vergunninghouder die in tijdelijk onderdak is geplaatst aangesloten bij het regime van de Rva 2005.
Artikel 4, vijfde lid, van de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2025 is geschrapt. De beëindiging van de COA-verstrekkingen aan de vergunninghouder die in tijdelijk onderdak verblijft wordt beheerst door het stelsel van de Rva 2005.
Artikel 5 komt overeen met artikel 5 van de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2025, met dien verstande dat ten aanzien van de beëindiging van de COA-verstrekkingen aan de vergunninghouder in tijdelijk onderdak het regime van de Rva 2005 van toepassing is.
Artikel 7 houdt in dat de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang 2025 wordt geëerbiedigd.
De Minister van Asiel en Migratie, D.M. van Weel
De Minister voor Asiel en Migratie, M.C.G. Keijzer
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-2363.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.