Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 25 april 2026, nr. IENW/BSK-2026/49046, houdende wijziging van de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2024/884 van het Europees parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot de wijziging van Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) [KetenID WGK26490]

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

Gelet op Richtlijn (EU) 2024/884 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot wijziging van Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) en de artikelen 9.2.2.1, 9.5.2 en 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer

BESLUIT:

ARTIKEL I

De regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, tweede lid, komt de definitie van NEN-EN 50419 te luiden:

NEN-EN 50419:

NEN-EN 50419:2022 en: Nederlandse norm voor markeren van elektrische en elektronische apparaten met betrekking tot de scheiding van afval in overeenstemming met artikel 15, tweede lid, van richtlijn nr. 2012/91/EU (WEEE), augustus 2022;

B

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een producent draagt zorg voor de financiering van de inzameling, verwerking, nuttige toepassing en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van afgedankte, door hem produceerde, elektrische en elektronische apparatuur van particuliere huishoudens voor:

    • a. andere afgedankte elektrische en elektronische apparatuur dan fotovoltaïsche panelen, die is ontstaan uit in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedoelde elektrische en elektronische apparatuur, indien die elektrische en elektronische apparatuur na 13 augustus 2005 in de handel is gebracht;

    • b. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die is ontstaan uit fotovoltaïsche panelen, indien die fotovoltaïsche panelen op of na 13 augustus 2012 in de handel zijn gebracht; of

    • c. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die is ontstaan uit in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde elektrische en elektronische apparatuur en die niet binnen het toepassingsgebied van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, valt, indien die elektrische en elektronische apparatuur op of na 15 augustus 2018 in de handel is gebracht.

2. In het tweede lid wordt na ‘particuliere huishoudens’ ingevoegd ‘, die is ontstaan uit in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedoelde elektrische en elektronische apparatuur, met uitzondering van fotovoltaïsche panelen,’.

C

Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Een producent draagt zorg voor de financiering van de kosten voor de inzameling, verwerking, nuttige toepassing en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van afgedankte, door hem produceerde, elektrische en elektronische apparatuur, niet zijnde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur van particuliere huishoudens, voor:

    • a. andere afgedankte elektrische en elektronische apparatuur dan fotovoltaïsche panelen, die is ontstaan uit in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedoelde elektrische en elektronische apparatuur, indien die elektrische en elektronische apparatuur na 13 augustus 2005 in de handel is gebracht;

    • b. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die is ontstaan uit fotovoltaïsche panelen, indien die fotovoltaïsche panelen op of na 13 augustus 2012 in de handel zijn gebracht; of

    • c. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die is ontstaan uit in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde elektrische en elektronische apparatuur en die niet binnen het toepassingsgebied van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, valt, indien die elektrische en elektronische apparatuur op of na 15 augustus 2018 in de handel is gebracht.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Een ontdoener draagt zorg voor de financiering van de kosten voor de inzameling, verwerking, nuttige toepassing en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van door hem afgedankt elektrische en elektronische apparatuur die is ontstaan uit in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedoelde apparatuur, niet zijnde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur van particuliere huishoudens en fotovoltaïsche panelen, voor zover deze apparatuur op of voor 13 augustus 2005 in de handel is gebracht.

D

Artikel 16, vierde lid, komt te luiden:

  • 4. Elektrische en elektronische apparatuur die na 13 augustus 2005 in de handel is gebracht, is voorzien van de expliciete vermelding dat in de handel brengen na 13 augustus 2005 heeft plaatsgevonden, met uitzondering van:

    • a. fotovoltaïsche panelen die voor 13 augustus 2012 in de handel zijn gebracht; en

    • b. in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde elektrische en elektronische apparatuur die niet binnen het toepassingsgebied van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, valt, die voor 15 augustus 2018 in de handel is gebracht.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte in de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 9 oktober 2025.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 25 april 2026

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

TOELICHTING

ALGEMEEN

1. Inleiding

De Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (hierna: de regeling) wordt op enkele punten gewijzigd ter implementatie van richtlijn (EU) 2024/8841 (hierna: wijzigingsrichtlijn). In richtlijn 2012/19/EU (hierna: WEEE-richtlijn) was geregeld dat bepaalde verplichtingen met terugwerkende kracht (vanaf 2005) van toepassing waren op producenten van afval bestaande uit AEEA dat pas in 2012 in het toepassingsgebied van de WEEE-richtlijn was opgenomen. Daarmee werden producenten verantwoordelijk voor het historisch afval. In een rechtszaak van het Europees Hof van Justitie over dit onderwerp is besloten dat een dergelijke verplichting met terugwerkende kracht strijdig is met het rechtszekerheidsbeginsel. Om die reden is de WEEE-richtlijn aangepast door de wijzigingsrichtlijn.

Deze wijzigingsregeling is een zuivere implementatie van de wijzigingsrichtlijn en de uiterste implementatiedatum is 9 oktober 2025. Dit heeft geen nadelige gevolgen voor burgers en het bedrijfsleven omdat de verplichtingen uit deze regeling worden uitgevoerd door een producentenorganisatie op basis van een algemeen verbindend verklaring.

De voornoemde wijzigingen zijn opgenomen in een transponeringstabel (zie de bijlage bij deze toelichting).

2. Implementatiewetgeving

2.1 Hoofdlijnen van richtlijn 2012/19/EU (de WEEE-Richtlijn)

De WEEE-richtlijn heeft ten doel bij te dragen aan duurzame productie en consumptie van elektrische en elektronische apparatuur (hierna: EEA). In de eerste plaats gebeurt dat door preventie van het ontstaan van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (hierna: AEEA). Daarnaast worden hergebruik, recycling en andere vormen van nuttige toepassing van dergelijke afvalstoffen bevorderd teneinde de hoeveelheid te verwijderen afval te verminderen en bij te dragen aan efficiënter hulpbronnengebruik en de terugwinning van waardevolle secundaire grondstoffen. Voorts beoogt de WEEE-richtlijn een verbetering te bewerkstelligen van de milieuprestaties van de activiteiten van alle marktdeelnemers die bij de levenscyclus van EEA betrokken zijn, zoals producenten, distributeurs en consumenten en in het bijzonder de marktdeelnemers die rechtstreeks betrokken zijn bij de verwerking van AEEA.

De WEEE-Richtlijn maakt onderscheid in twee categorieën AEEA. In artikel 2, eerste lid van de WEEE-richtlijn, is het toepassingsgebied ingedeeld in:

  • de beperkende lijst van elektrische en elektronische apparatuur (EEA), die tot en met 14 augustus 2018 in de handel is gebracht (artikel 2, eerste lid, sub a)

  • de niet-beperkende lijst van EEA die vanaf 15 augustus 2018 in de handel is gebracht (artikel 2, eerste lid, sub b)

De beperkende lijst die categorieën2 EEA bevat waar de WEEE-richtlijn op van toepassing is en die in de handel gebracht zijn in de periode tot en met 14 augustus 2018, is opgenomen in Bijlage I van de richtlijn. De niet-beperkende lijst bevat categorieën EEA waar de WEEE-Richtlijn op van toepassing is en die in de handel gebracht zijn vanaf 15 augustus 2018. De niet-beperkende lijst wordt ook het ‘open toepassingsgebied’ genoemd en bevat alle EEA die niet eerder in de reikwijdte van de WEEE-richtlijn was opgenomen. Met het toevoegen van de niet-beperkende lijst vallen dus alle apparaten binnen de reikwijdte van de WEEE-richtlijn tenzij deze expliciet zijn uitgezonderd3. Fotovoltaïsche panelen, ook bekend als (fotovoltaïsche) zonnepanelen (hierna: PV-panelen), zijn sinds 13 augustus 2012 toegevoegd aan de reikwijdte van de WEEE-richtlijn.

De WEEE-Richtlijn schrijft onder meer voor dat producenten van EEA de kosten dragen van de inzameling, verwerking, nuttige toepassing en milieuhygiënische verantwoorde verwijdering van AEEA die afkomstig is van particuliere huishoudens (artikel 12) en andere gebruikers dan particuliere huishoudens (artikel 13) Daarnaast schrijft de WEEE-Richtlijn normen voor passende verwerking en markering voor.

3. Hoofdlijnen van de wijziging van Regeling AEEA

Regeling AEEA is een zuivere implementatie van de WEEE-richtlijn. Doordat de WEEE-richtlijn is gewijzigd, wijzigt ook Regeling AEEA. Hierna volgt een toelichting over op welke manier de WEEE-richtlijn door de wijzigingsrichtlijn is gewijzigd.

De wijzigingsrichtlijn (2024/884) wijzigt artikelen 12 tot en met 15 van de WEEE-Richtlijn. De artikelen zien toe op verplichtingen voor producenten voor financiering van het afvalbeheer van AEEA, het toepassen van een nieuwe CENELEC-standaard 50419 en markeringsverplichtingen. De wijzigingsrichtlijn is opgesteld in reactie op een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Op 25 januari 2022 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in zijn arrest in de zaak C‑181/20 artikel 13, eerst lid, van de WEEE-richtlijn ongeldig verklaard wegens ongerechtvaardigde terugwerkende kracht, voor zover daarin is bepaald dat de producenten moeten voorzien in de financiering van de kosten voor de inzameling, verwerking, nuttige toepassing en milieu hygiënisch verantwoorde verwijdering van afvalstoffen (afvalbeheerkosten) van PV-panelen die tussen 13 augustus 2005 en 13 augustus 2012 in de handel zijn gebracht. De laatstgenoemde datum is die van de inwerkingtreding van de huidige WEEE-richtlijn, die richtlijn 2002/96/EG (hierna: de oude regeling) heeft vervangen. PV-panelen vallen sinds de inwerkingtreding van de huidige WEEE-richtlijn binnen het toepassingsgebied ervan.

Als gevolg van dit arrest heeft de Europese Commissie de wijzigingsrichtlijn vastgesteld en gepubliceerd. Met de wijzigingsrichtlijn worden vier wijzigingen doorgevoerd in de WEEE-richtlijn: de financiering van het afvalbeheer van PV-panelen, de financiering van het afvalbeheer van AEEA op de niet-beperkende lijst, de CENELEC-standaard 50419 en de markeringsverplichtingen voor producenten.

Ten eerste wijzigt de wijzigingsrichtlijn de verplichtingen voor producenten van PV-panelen waarvoor de financiële verantwoordelijkheid voor afvalbeheerkosten op grond van de gewijzigde WEEE-richtlijn niet meer geldt voor PV-panelen die tot 13 augustus 2012 in de handel zijn gebracht.

Ten tweede wijzigt de wijzigingsrichtlijn de verplichtingen voor producenten van AEEA op de niet-beperkende lijst op eenzelfde wijze. Zodoende zijn producenten niet langer verplicht tot het dragen van de financiële verantwoordelijkheid voor afvalbeheerkosten voor AEEA op de niet-beperkende lijst4 die tot 15 augustus 2018 in de handel is gebracht.

Ten derde actualiseert de wijzigingsrichtlijn de CENELEC-standaard 50419. De NEN-norm NEN-EN 50419:2006 ingetrokken en vervangen door NEN-EN 50419:2022.

Als laatste wijzigt de wijzigingsrichtlijn de markeringsverplichtingen. Alle EEA die na 13 augustus 2005 in de handel zijn gebracht moeten in beginsel zijn voorzien van een markering dat deze na deze datum in de handel zijn gebracht. Er wordt een uitzondering gemaakt op deze markeringsplicht voor PV-panelen en overige apparaten. Voor PV-panelen geldt deze verplichting voor EEA die op of na 13 augustus 2012 in de handel zijn gebracht. Voor de EEA die nieuw onder de categorie van de niet-beperkende lijst van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, is komen te vallen en niet onder het toepassingsgebied van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, valt, geldt deze verplichting alleen voor zover die EEA op of na 15 augustus 2018 in de handel is gebracht. De datum op de markering blijft wel uniform voor alle apparaten, namelijk 13 augustus 2005.

Dragen van afvalbeheerkosten PV-panelen en AEEA op de niet-beperkende lijst

Naar aanleiding van de wijzigingsrichtlijn is met de wijzigingsregeling het moment aangepast in de regeling vanaf wanneer producenten van PV-panelen verplicht zijn de afvalbeheerkosten te dragen. Producenten waren voorheen verplicht de kosten van afvalbeheer van afgedankte PV-panelen te dragen voor PV-panelen die op of na 13 augustus 2005 in de handel zijn gebracht. Gelet op de wijzigingsrichtlijn is deze datum aangepast in de regeling. Producenten zijn als gevolg hiervan alleen verplicht tot het dragen van de afvalbeheerkosten van afgedankte PV-panelen voor alle PV-panelen die op of na 13 augustus 2012 in de handel zijn gebracht. Daarmee zijn producenten niet langer verplicht de afvalbeheerkosten te dragen van afgedankte PV-panelen die tussen 13 augustus 2005 en 13 augustus 2012 in de handel zijn gebracht.

In lijn hiermee is met deze wijzigingsregeling in de regeling eveneens geregeld dat producenten niet verantwoordelijk zijn voor het dragen van de afvalbeheerkosten van EEA die onder de niet-beperkende lijst (artikel 2, eerste lid, onderdeel b) vallen en die tussen 13 augustus 2005 en 15 augustus 2018 op de markt gebracht zijn. Met deze wijzigingsregeling geldt de verplichting tot het dragen van de afvalbeheerkosten van AEEA in deze categorie voor EEA die op of na 15 augustus 2018 in de handel zijn gebracht en voor die datum niet onder de categorie van de beperkende lijst (artikel 2, eerste lid, onderdeel a) vielen van EEA die tot 15 augustus 2018 in de handel zijn gebracht waarvoor die verantwoordelijkheid al wel bestond.

Met betrekking tot de financiële verantwoordelijkheid voor beheerkosten van zogenaamd historisch afval afkomstig van EEA van de beperkende lijst dat op of voor 13 augustus 2005 in de handel is gebracht, worden op grond van de wijzigingsrichtlijn met deze wijzigingsregeling in de regeling PV-panelen uitgezonderd.

Voor EEA waarvoor op grond van de WEEE-richtlijn geen financiële verantwoordelijkheid voor de afvalbeheerkosten (meer) is geregeld, geeft met name overweging 9 van de wijzigingsrichtlijn aan dat daarvoor de artikelen 8 en 14 van de Kaderrichtlijn afvalstoffen (hierna: Kra) van toepassing zijn. Die artikelen komen er kortweg op neer dat de oorspronkelijke producenten van EEA dat wordt afgedankt of de houder van AEEA verantwoordelijk is volgens onder meer het beginsel de vervuiler betaalt. Naast de implementatie van de Kra op grond van de Wet milieubeheer voorziet de algemeen verbind verklaring (AVV) voor AEEA (waarbinnen producenten van EEA collectief verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer) er in dat aan voornoemde Kra-artikelen wordt tegemoet gekomen.

Markeringsplicht en aanpassing NEN-norm

Daarnaast zijn ook de verplichtingen voor markering gewijzigd. Alle EEA die na 13 augustus 2005 in de handel zijn gebracht moeten in beginsel zijn voorzien van een markering dat deze na deze datum in de handel zijn gebracht. Er wordt een uitzondering gemaakt op deze markeringsplicht voor PV-panelen en overige apparaten. Voor PV-panelen geldt deze verplichting voor EEA die op of na 13 augustus 2012 in de handel zijn gebracht. Voor de EEA die nieuw onder de categorie van de niet-beperkende lijst van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, is komen te vallen en niet onder het toepassingsgebied van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, valt, geldt deze verplichting alleen voor zover die EEA op of na 15 augustus 2018 in de handel is gebracht. De datum op de markering blijft wel uniform voor alle apparaten, namelijk 13 augustus 2005.

Tot slot is de NEN-norm NEN-EN 50419:2006 ingetrokken en vervangen door NEN-EN 50419:2022. Om die reden wordt de verwijzing naar de NEN-norm in de regeling geactualiseerd.

4. Gevolgen (m.u.v. financiële gevolgen)

De implementatie van de wijzigingsrichtlijn heeft effect op producenten en de uitvoerende producentenorganisatie Stichting OPEN. Zij hoeven door de wijziging de verantwoordelijkheid en kosten voor inzameling en verwerking van historisch afval van AEEA uit het open toepassingsgebied en van fotovoltaïsche panelen, op de markt gebracht tussen 13 augustus 2005 en 13 augustus 2012 niet meer te dragen.

De regeldruk voor producenten en Stichting OPEN wordt verlicht met deze aanpassing.

5. Uitvoering

Stichting OPEN is de producentenorganisatie voor AEEA. Stichting OPEN geeft invulling aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zoals opgenomen in de WEEE-richtlijn. Daarmee is Stichting OPEN ook de uitvoerder van de bepalingen van de wijzigingsrichtlijn. In het besluit tot algemeen verbindend verklaring 2026-2030 van de afvalbeheerbijdrageovereenkomst van Stichting Open (het AVV-besluit)5 zijn de wijzigingen zoals aangebracht op basis van de wijzigingsrichtlijn al doorgevoerd. In het AVV-besluit is opgenomen hoe Stichting OPEN komende jaren invulling geeft aan haar plichten omtrent uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Het AVV-besluit legt de organisatorische en financiële structuur vast voor inzameling en verwerking van AEEA.

6. Toezicht en Handhaving

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens titel 9.5 en artikel 9.2.2.1 de wet (artikel 18.2b Wet milieubeheer). Die taak is toebedeeld aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Op grond van artikel 18.1a van Wet milieubeheer (Wm) zijn bepalingen uit hoofdstuk 18 Omgevingswet van toepassing waarin regels zijn gesteld over de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de Wm. De bevoegdheden van de toezichthouder zijn opgenomen in hoofdstuk 5 Algemene wet bestuursrecht. De regeling is gebaseerd op titel 9.5 Wm, zodat de ILT belast is met het toezicht op de naleving van de Regeling namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. In praktijk zal het toezicht op Stichting Open, als producentenorganisatie voor AEEA, niet noemenswaardig veranderen door de wijzigingen in de reikwijdte van de regeling als gevolg van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Ook op de werkzaamheden van de ILT hebben de wijzigingen nagenoeg geen effect.

7. Financiële gevolgen

Effecten voor het bedrijfsleven

De wijzigingsregeling bevat voor producenten gelijkblijvende of een verlichting van de administratieve lasten en nalevingskosten. Dit komt doordat producenten door de wijziging voor een deel van de AEEA geen verantwoordelijkheid meer dragen.

Afvalbeheer- en markeringskosten

Producenten van PV-panelen zijn niet langer verplicht tot het dragen van de afvalbeheer- en markeringskosten van afgedankte PV-panelen voor alle PV-panelen die tussen 13 augustus 2005 en 13 augustus 2012 in de handel zijn gebracht. Producenten zijn eveneens niet verantwoordelijk voor de afvalbeheer- en markeringskosten van EEA die onder de niet-beperkende lijst (artikel 2, eerste lid, onderdeel b) vallen en voor 15 augustus 2018 op de markt gebracht zijn. Omdat op deze producten nu de algemene voorschriften van de Kra van toepassing zijn, geldt dat de oorspronkelijke producent of de houder verantwoordelijk is voor de afvalbeheerkosten bij het ontdoen.

Naar verwachting wijzigt dit niet de administratieve lasten of nalevingskosten voor producenten omdat collectief uitvoering wordt gegeven aan de producentenverplichtingen uit Regeling AEEA door producentenorganisatie Stichting OPEN op basis van een algemeen verbindend verklaring (hierna: AVV-besluit). Het AVV-besluit is volledig in lijn met de wijzigingsrichtlijn. Het AVV-besluit zorgt er namelijk voor dat de financiering van het afvalbeheer voor categorieën waarop de Richtlijn 2012/19/EU niet meer van toepassing is, overeenkomstig de wijzigingsrichtlijn en artikelen 8 en 14 van de Kra wordt uitgevoerd.

8. Evaluatie

Voor deze wijziging van de Regeling AEEA is geen evaluatiemoment opgenomen. De Europese WEEE-Richtlijn wordt naar verwachting eind 2026 herzien. De bepalingen van de wijzigingsrichtlijn zouden dan ook aangepast kunnen worden. In lijn met de herziene WEEE-Richtlijn zal de nationale Regeling AEEA aangepast moeten worden.

9. Advies en consultatie

Internetconsultatie

Er heeft geen internetconsultatie plaatsgevonden omdat deze regeling alleen wijzigingen bevat waarmee de wijzigingsrichtlijn zuiver in de nationale regelgeving wordt geïmplementeerd. In de najaarsrapportage regeldruk van 17 november 20166 is aangekondigd om de transparantie in de fase van voorbereiding van het wetgevingsproces verder te verhogen door voortaan in principe alle wet- en regelgeving in internetconsultatie te brengen, tenzij het bijvoorbeeld om puur technische wijzigingen of de implementatie van EU-regelgeving gaat.

Stakeholderconsultatie

Deze wijzigingsregeling is voorgelegd aan brancheverenigingen van belanghebbende partijen. Er is hiervoor gelegenheid gegeven voor feedback aan Techniek Nederland als koepelorganisatie voor technisch dienstverleners, installatiebedrijven en elektrotechnische detailhandel en reparatie. Daarnaast is de regeling voorgelegd aan Stichting Open als producentenorganisatie voor AEEA.

HUF-toets

De ILT heeft informeel aangegeven geen HUF-toets uit te voeren, aangezien het gaat om zuivere implementatie van de Wijzigingsrichtlijn.

ATR advies

Toetsing door het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft niet plaatsgevonden omdat de wijzigingen in deze regeling bestaan uit zuivere implementatie en de wijzigingen niet leiden tot een toename van regeldruk.7

Voorhang

Deze wijzigingsregeling strekt tot implementatie van een wijziging van de WEEE-richtlijn. De wijzigingsregeling is mede gebaseerd op artikel 21.6, zesde lid, van de wet. Om die reden is de regeling ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal.

10. Overgangsrecht en inwerkingtreding

Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 9 oktober 2025. Hiermee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten om de regeling met terugwerkende kracht in werking te laten treden op de uiterste implementatiedatum. De inwerkingtreding met terugwerkende kracht heeft geen nadelige gevolgen voor burgers en het bedrijfsleven omdat de verplichtingen uit deze regeling worden uitgevoerd door een producentenorganisatie op basis van een algemeen verbindend verklaring.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Onderdeel A (artikel 1)

De NEN-norm 50419 die in artikel 1, tweede lid, is gedefinieerd, is in 2022 herzien. Met de wijziging van artikel 1, tweede lid, wordt de verwijzing naar deze NEN-norm geactualiseerd.

Onderdeel B (artikel 13)

In dit artikel is de verantwoordelijkheid voor de financiering van het afvalbeheer voor AEEA afkomstig van particuliere huishoudens geregeld.

Het eerste lid bepaalt dat de producent zorgdraagt voor de financiering van afgedankte, door hem geproduceerde apparatuur, die na 13 augustus 2005 in de handel is gebracht. Door de wijziging van artikel 13, eerste lid, is geregeld dat producenten van fotovoltaïsche panelen en van afgedankte apparatuur die niet vallen onder de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, beschreven apparatuur vanaf latere data verantwoordelijk worden voor de financiering van deze kosten.

Het tweede lid bepaalt dat producenten – naar evenredigheid van hun marktaandeel op het moment dat de kosten ontstaan – verantwoordelijk zijn voor het afvalbeheer van apparatuur dat voor of op 13 augustus 2005 in de handel is gebracht (“historisch afval”). De wijziging van het tweede lid regelt dat fotovoltaïsche panelen en overige apparatuur worden uitgezonderd van deze verplichting.

Onderdeel C (artikel 14)

In dit artikel is de verantwoordelijkheid voor de financiering van het afvalbeheer geregeld voor AEEA afkomstig van andere gebruikers dan particuliere huishoudens.

De wijziging van het eerste lid regelt dat betreffende producenten verantwoordelijk worden voor de financiering van kosten van fotovoltaïsche panelen en van overige apparatuur die vanaf latere data in de handel is gebracht. Daarmee zijn deze producenten verantwoordelijk voor de financiering van het afvalbeheer van afgedankte apparatuur met ingang van 13 augustus 2012 voor producenten van fotovoltaïsche panelen of 15 augustus 2018 voor producenten van overige apparatuur.

De wijziging van het tweede lid regelt dat ontdoeners van fotovoltaïsche panelen en van overige apparatuur, niet verantwoordelijk zijn voor de financiering van het inzameling, verwerking, nuttige toepassing en milieuhygiënisch verantwoorde verwijdering van apparatuur als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, dat op of voor 13 augustus 2005 in de handel is gebracht.

Onderdeel D (artikel 16)

In artikel 16, vierde lid, is bepaald dat EEA moet zijn voorzien van de expliciete vermelding dat in de handel brengen na 13 augustus 2005 heeft plaatsvonden. De wijziging van artikel 16, vierde lid, regelt dat deze verplichting vanaf 13 augustus 2012 van toepassing is op fotovoltaïsche panelen en, voor wat betreft EEA die nieuw onder de categorie van de niet-beperkende lijst van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, is komen te vallen, is deze verplichting van toepassing vanaf 15 augustus 2018.

TRANSPONERINGSTABEL

Richtlijn (EU) 2024/884 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot de wijziging van Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

Richtlijn 2012/19/EU, zoals gewijzigd door Richtlijn (EU) 2024/884

Bepaling in de regeling AEEA

Artikel 12, eerste lid

Artikel 13, eerste en tweede lid

Artikel 12, derde lid

Artikel 13, eerste en tweede lid en artikel 6, eerste lid Besluit regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

Artikel 12, vierde lid

Artikel 13, tweede lid

Artikel 13, eerste lid

Artikel 14, eerste en tweede lid

Artikel 14, vierde lid

Artikel 15, tweede lid

Artikel 15, tweede lid

Artikel 1, tweede lid

Artikel 24 bis

Behoeft geen implementatie omdat de bepaling is gericht aan de Europese Commissie


X Noot
1

Richtlijn (EU) 2024/884 van het Europees parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot wijziging van Richtlijn 2021/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEE) (PbEU L 2024/884)

X Noot
2

De categorieën zijn: 1. Grote huishoudelijke apparaten; 2. Kleine huishoudelijke apparaten; 3. IT- en telecommunicatieapparatuur; 4. Consumentenapparatuur en fotovoltaïsche panelen; 5. Verlichtingsapparatuur; 6. Elektrisch en elektronisch gereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties); 7. Speelgoed, ontspannings- en sportapparatuur; 8. Medische hulpmiddelen (uitgezonderd alle geïmplanteerde en geïnfecteerde producten); 9. Meet- en controle-instrumenten; 10. Automaten

X Noot
3

Voorbeelden hiervan zijn apparatuur ontworpen om de ruimte ingestuurd te worden en grote, niet-verplaatsbare industriële werktuigen. (art. 2, lid 3)

X Noot
4

Dit is elektrische en elektronische apparatuur (EEA) afkomstig van de categorie EEA, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, (de niet-beperkende lijst), die niet valt onder de categorie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, (de beperkende lijst)

X Noot
7

Artikel 1.7 Algemene wet bestuursrecht


X Noot
1

Richtlijn (EU) 2024/884 van het Europees parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot wijziging van Richtlijn 2021/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEE) (PbEU L 2024/884)

X Noot
2

De categorieën zijn: 1. Grote huishoudelijke apparaten; 2. Kleine huishoudelijke apparaten; 3. IT- en telecommunicatieapparatuur; 4. Consumentenapparatuur en fotovoltaïsche panelen; 5. Verlichtingsapparatuur; 6. Elektrisch en elektronisch gereedschap (uitgezonderd grote, niet-verplaatsbare industriële installaties); 7. Speelgoed, ontspannings- en sportapparatuur; 8. Medische hulpmiddelen (uitgezonderd alle geïmplanteerde en geïnfecteerde producten); 9. Meet- en controle-instrumenten; 10. Automaten

X Noot
3

Voorbeelden hiervan zijn apparatuur ontworpen om de ruimte ingestuurd te worden en grote, niet-verplaatsbare industriële werktuigen. (art. 2, lid 3)

X Noot
4

Dit is elektrische en elektronische apparatuur (EEA) afkomstig van de categorie EEA, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, (de niet-beperkende lijst), die niet valt onder de categorie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, (de beperkende lijst)

X Noot
7

Artikel 1.7 Algemene wet bestuursrecht

Naar boven