Beleidsregel van de directie van de Dienst Wegverkeer van 1 juli 2026 betreffende de verlening van nationale typegoedkeuring en individuele goedkeuring van mobiele machines (Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines 2026)

Zoetermeer 16 juni 2026, JBZ 26.0061206

De directie van de Dienst Wegverkeer,

Gelet op artikel 4b, eerste lid, aanhef en onder a en hoofdstuk III van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 3.6.0., 3.6.1, tweede lid en 3.6.3, tweede lid van de Regeling voertuigen;

Besluit:

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1. Begrippen in besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie

In deze beleidsregel zijn de begripsbepalingen van Verordening (EU) nr. 167/2013 van overeenkomstige toepassing. Dit geldt ook voor daarop gebaseerde gedelegeerde verordeningen en van de VN/ECE Reglementen zoals vermeld in de artikelen 3.6.0, 3.6.1, eerste lid, onderdeel a en 3.6.3 van de Regeling voertuigen, en de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2. Definities

In aanvulling op artikel 1 gelden tevens de begripsbepalingen uit de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling voertuigen en wordt in deze beleidsregel verstaan onder:

alternatief voorschrift:

het voorschrift waaraan het voertuig minimaal moet voldoen. Indien is vermeld dat er geen alternatief voorschrift is vastgesteld, moet het voertuig volledig voldoen aan het gestelde onder ‘Basis’ van het betreffende onderwerp.

audit:

systematisch, onafhankelijk en gedocumenteerd proces, dat ter plaatse van de bedrijfsruimte van de Technische dienst plaatsvindt, om de integrale bedrijfsvoering of de resultaten van een organisatie, of van een deel ervan, te toetsen aan vooraf bepaalde criteria.

datum einde geldigheid voorschrift:

datum per wanneer een voorschrift niet meer van toepassing is. In het geval van een individuele goedkeuring moet deze aanduiding ingevolge artikel 2.2, eerste lid van de Regeling voertuigen gelezen worden als Datum eerste toelating tot;

datum toepassing voorschrift met ingang van:

datum per wanneer een voorschrift van toepassing is. In het geval van een individuele goedkeuring moet deze aanduiding ingevolge artikel 2.2, eerste lid van de Regeling voertuigen gelezen worden als Datum eerste toelating met ingang van;

eerste beoordeling:

de eerste beoordeling van het productieproces van een marktdeelnemer. Dit het eerste onderdeel van de aanvraag van een typegoedkeuring. De procedure voor een eerste beoordeling bestaat uit een administratieve documentbeoordeling en indien naar het oordeel van RDW noodzakelijk een beoordeling van ter plaatse van de productielocatie(s).

geacht te voldoen:

indien is vermeld ‘word(t)en geacht (nog) te voldoen’, of een soortgelijke bewoording wordt gehanteerd, wordt hieronder verstaan dat de marktdeelnemer aantoont dat het betreffende onderwerp moet voldoen aan de gestelde eis, maar dit niet volledig wordt beoordeeld indien er geen twijfel bij de goedkeuringsautoriteit RDW bestaat over het voldoen aan de gestelde eis op het gebied van verkeersveiligheid of milieu;

informatiedossier:

dossier als bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) 167/2013;

RDW:

de Dienst Wegverkeer als bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994;

seriematig geproduceerd voertuig:

Een voertuig dat behoort tot een type dat in serie onder een gecontroleerd productieproces geproduceerd is door een marktdeelnemer in het kader van de uitoefening van zijn bedrijf en waarvoor aan de marktdeelnemer een World Manufacturing Identification (WMI) conform ISO 3779:2009 of een World Manufacturing Code (WMC) conform ISO 10261:2002 is afgegeven, tenzij naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer niet hoeft te worden voldaan aan de voorwaarde van een afgegeven WMI of WMC. Een seriematig geproduceerd voertuig dat is gewijzigd, wordt voor wat betreft de onderwerpen die door de wijziging zijn geraakt beschouwd als zijnde een niet seriematig geproduceerd voertuig;

visuele controle:

hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 5.1b.3 van de Regeling voertuigen alsmede het beoordelen van de overgelegde documenten;

voertuigomschrijving:

het functionele karakter van een mobiele machine waarmee de mobiele machine kan worden geïdentificeerd op de weg. De actuele omschrijvingen zijn op te vragen via SDS@rdw.nl.;

voertuigtype, variant, en uitvoering:

beschrijving van bepaalde specificaties van een type mobiele machine die binnen één typegoedkeuring kunnen worden ondergebracht. De beschrijving hiervan is beschikbaar op aanvraag via SDS@rdw.nl;

wijze van keuren:

de wijze waarop de betreffende eis beoordeeld wordt.

HOOFDSTUK 2. ALGEMENE BEPALINGEN AANVRAAG EN BEOORDELING

Artikel 3. Aanvraag individuele goedkeuring

Een aanvraag voor een individuele goedkeuring wordt bij de RDW ingediend door middel van een door de RDW vastgesteld aanvraagformulier individuele goedkeuring mobiele machine. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.

Artikel 4. Aanvraag typegoedkeuring

  • 1. Een aanvraag voor een typegoedkeuring mobiele machines wordt bij de RDW ingediend door middel van een door de RDW vastgesteld aanvraagformulier typegoedkeuring. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.

  • 2. Voor de indiening van een aanvraag is het reserveren van een typegoedkeuringsnummer noodzakelijk met het daarvoor bestemde formulier (reserve approval numbers). De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW. Deze reservering dient bij voorkeur te worden gedaan door de technische dienst.

  • 3. Voor een verzoek van een eerste beoordeling en de overeenstemming van de productie moet de marktdeelnemer een CoP-formulier volledig invullen en indienen bij de RDW via cop@rdw.nl. De actuele versie van het formulier wordt op verzoek toegezonden via dat e-mailadres.

  • 4. Een informatiegesprek tussen de marktdeelnemer en RDW vindt plaats vóórdat het verzoek voor een eerste beoordeling bedoeld in het derde lid wordt ingediend.

  • 5. Indien de marktdeelnemer de benodigde tests door de RDW wil laten uitvoeren moet het formulier ‘Product assessment’ worden ingevuld en ingediend bij RDW. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.

Artikel 5. Behandeling aanvraag typegoedkeuring

  • 1. Voor het in behandeling nemen van de aanvraag vraagt de RDW naast een volledig ingevuld aanvraagformulier de volgende documenten:

    • a. het informatiedossier en aanvullende informatie die de RDW in het kader van de aanvraagprocedure vraagt;

    • b. een verklaring van de gemachtigde personen met handtekening die het nationale certificaat van overeenkomst voor de nationale typegoedkeuring mogen tekenen;

    • c. een ingevuld voorbeeld van het certificaat van overeenstemming.

  • 2. Het Basis inlichtingenformulier ten behoeve van het informatiedossier en een Concept nationaal Certificaat van Overeenkomst zijn op verzoek verkrijgbaar via SDS@rdw.nl.

  • 3. Als de aanvraag niet volledig is verzoekt RDW om de aanvraag aan te vullen binnen een termijn van twee weken. Als die termijn ongebruikt verstrijkt wordt een besluit genomen dat de aanvraag niet inhoudelijk wordt behandeld.

Artikel 6. Eerste beoordeling typegoedkeuring

  • 1. De RDW deelt de rapportage met resultaten van de uitgevoerde administratieve documentbeoordeling met de marktdeelnemer en bevestigt een positieve beoordeling door middel van een e-mailbericht.

  • 2. De RDW maakt direct na toezending van de positieve beoordeling als bedoeld in het eerste lid een afspraak voor de beoordeling van de productielocatie(s) binnen 12 maanden.

  • 3. De RDW kan besluiten een bezoek aan productielocatie(s) plaats te laten vinden vóórdat een rapportage over de administratieve documentbeoordeling als bedoeld in het eerste lid wordt verzonden. Dit geldt in ieder geval indien de marktdeelnemer geen gecertificeerd kwaliteitssysteem heeft.

  • 4. Indien de marktdeelnemer binnen 12 maanden na de positieve beoordeling bedoeld in het eerste lid nog niet heeft geproduceerd, moet de marktdeelnemer dit melden aan de RDW door middel van een verklaring van niet produceren, waarna de beoordeling van de productielocatie(s) bedoeld in het tweede lid één keer met maximaal 12 maanden uitgesteld kan worden.

  • 5. De geldigheidsduur van de positieve beoordeling bedoeld in het eerste lid is maximaal 2 jaar.

  • 6. Indien een beoordeling van productielocatie(s) niet kan worden uitgevoerd wegens onvoorziene omstandigheden, is het bepaalde in artikel 12, lid 1, 2 en 4 van overeenkomstige toepassing.

  • 7. Indien de RDW afwijkingen van de vereisten constateert bij de administratieve documentbeoordeling of bij de beoordeling van de productielocatie(s) wordt de marktdeelnemer in de gelegenheid worden gesteld om corrigerende maatregelen te treffen. Corrigerende maatregelen moeten binnen de door de RDW gestelde termijn, uiterlijk drie maanden na het opleveren van de beoordeling getroffen te zijn. De opvolging van de voorgestelde maatregelen wordt door de marktdeelnemer tijdig en schriftelijk gecommuniceerd aan de RDW. De marktdeelnemer heeft in totaal drie mogelijkheden (bij de aanvraag en twee herbeoordelingen) om documenten correct en volledig aan te leveren.

  • 8. De eerste beoordeling wordt negatief beoordeeld wanneer:

    • a. de corrigerende maatregelen niet binnen drie maanden zijn getroffen of gecommuniceerd naar de RDW, of

    • b. de afwijkingen na tweemaal gelegenheid tot het herstel niet zijn verholpen.

Artikel 7. Uitgangspunten beoordeling mobiele machine typegoedkeuring

  • 1. Indien documentatie wordt overgelegd waaruit blijkt dat een bepaald voorschrift op basis van een andere of buitenlandse norm is goedgekeurd, kan de RDW besluiten dat met die goedkeuring deels of geheel aan de gestelde goedkeuringseis is voldaan. De marktdeelnemer levert hiertoe inhoudelijke informatie over de gehanteerde eisen van deze norm aan, op grond waarvan RDW beoordeelt of die norm minimaal gelijkwaardige goedkeuringseisen stelt.

  • 2. Een testrapport moet voor het betreffende (type) mobiele machine, onder vermelding van het type, en indien van toepassing, variant en uitvoering en voertuigidentificatienummer, zijn afgegeven. Het testrapport moet zijn afgegeven door de RDW.

  • 3. Indien een geldig (deel-)certificaat wordt overgelegd, is voldaan aan de goedkeuringseis voor het onderwerp dat wordt afgedekt door dit betreffende (deel-)certificaat. Bij twijfel aan de geldigheid of juistheid van het betreffende (deel-)certificaat, stelt de RDW een nader onderzoek in. De aanvrager is gehouden tot volledige medewerking aan dit onderzoek.

Artikel 8. Voertaal typegoedkeuring

  • 1. Schriftelijke en mondelinge communicatie tussen de RDW en de marktdeelnemer vindt plaats in de Nederlandse taal.

  • 2. Tijdens de aanvraagprocedure en tijdens de audit in het kader van de eerste beoordeling of het toezicht op de Overeenstemming van de productie moet marktdeelnemer zorgdragen voor een gemachtigde die de Nederlandse taal op technisch inhoudelijk niveau voldoende beheerst of een tolk, dan wel een vertegenwoordiger van de technische dienst die de Nederlandse taal naar het oordeel van de RDW voldoende beheerst.

  • 3. Uitsluitend met schriftelijke instemming van de RDW kan op verzoek van de aanvrager de voertaal Engels zijn. Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is in dat geval van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9. Kosten aanvraag en toezicht typegoedkeuring

  • 1. De kosten voor de behandeling van de aanvraag en het toezicht worden achteraf in rekening gebracht bij de marktdeelnemer conform de geldende Regeling tarieven Dienst Wegverkeer en met inachtneming van artikel 28, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 2. Bij betalingen moeten de factuurnummers en debiteurennummers volledig worden vermeld.

  • 3. De RDW hanteert een betalingstermijn van 30 dagen. In uitzonderlijke gevallen kan RDW een andere termijn hanteren. Dit wordt op de desbetreffende factuur vermeld.

Artikel 10. Beslissing op de aanvraag typegoedkeuring

Bij verlening van een typegoedkeuring wordt het goedkeuringscertificaat toegezonden conform de bij de RDW vastgelegde modellen voor typegoedkeuringscertificaten.

HOOFDSTUK 3. TOEZICHT NATIONALE TYPEGOEDKEURING MOBIELE MACHINE

Artikel 11. Wijze en frequentie toezicht

  • 1. Het toezicht van de RDW op de marktdeelnemer vindt plaats door middel van document beoordeling, audits en productbeoordeling.

  • 2. De marktdeelnemer moet blijvend voldoen aan eisen voor de positieve beoordeling, de eisen voor de productielocaties en de overeenstemming van de productie conform het bepaalde van Verordening (EU) 167/2013.

  • 3. De marktdeelnemer bepaalt aan de hand van een risicoanalyse de noodzakelijke controles die essentieel zijn om de overeenstemming van productie te waarborgen en zorgt ervoor dat hij deze controles zelf uitvoert, vastlegt, analyseert en tijdens het productieproces bijstuurt waar nodig op de punten en/of momenten (in de tijd).

  • 4. Uitbreiding of wijziging van de door de RDW beoordeelde productielocaties is alleen mogelijk met instemming van de RDW en nadat een verzoek daartoe is gedaan met behulp van het CoP-formulier genoemd in artikel 4 lid 4.

  • 5. De marktdeelnemer toont aan dat hij in de fasen vóór, tijdens en na het productieproces, zelf de regie voert over alle essentiële aspecten die van belang zijn voor de waarborg van de overeenstemming van de productie.

  • 6. Productieactiviteiten mogen uitsluitend plaatsvinden op een locatie die door de RDW is beoordeeld. De marktdeelnemer is en blijft verantwoordelijk voor de overeenstemming van de productie.

  • 7. De frequentie van het toezicht wordt naast de eventuele voorschriften in de specifieke Europese regelgeving, mede bepaald op basis van een risicoanalyse van de RDW. De laagst mogelijke frequentie voor een bedrijfsbezoek bedraagt één bezoek in drie jaar.

  • 8. De risicofactoren bij de risicoanalyse van de RDW als bedoeld in het zevende lid zijn in ieder geval:

    • a. het ontbreken van een ISO-certificaat,

    • b. bevindingen bij eerdere beoordelingen,

    • c. de aard van het product,

    • d. het tijdstip van de laatste audit,

    • e. klachten en overige informatie over productafwijkingen bekend bij de RDW.

  • 9. Audits kunnen in opdracht van de RDW worden uitgevoerd door hiervoor door de RDW aangewezen uitbestedingspartners of technische diensten categorie C.

Artikel 12. Planning toezicht

  • 1. De RDW stelt de datum eenzijdig vast en informeert de marktdeelnemer tijdig hierover per e-mail.

  • 2. De marktdeelnemer bevestigt per e-mail zo spoedig mogelijk en in iedere geval binnen 2 weken de ontvangst van de auditdatum.

  • 3. Op verzoek van de marktdeelnemer en uitsluitend met instemming van de RDW kan de audit worden verplaatst. De RDW brengt de daartoe gemaakte reis- en verblijfkosten, zoals bedoeld in artikel 17 van de vigerende Regeling tarieven Dienst Wegverkeer, in rekening.

  • 4. Indien een audit niet kan worden uitgevoerd door toedoen van de marktdeelnemer, of wegens een omstandigheid die aan de marktdeelnemer wordt toegerekend, worden alle reeds gemaakte kosten in rekening gebracht. Dit geldt niet als de RDW wegens omstandigheden die voor zijn rekening komt de audit annuleert.

  • 5. Onverminderd overige bepalingen in deze beleidsregel over het toezicht, kan de RDW te allen tijde toezichtactiviteiten uitvoeren en medewerking verlangen van de marktdeelnemer en/of de contactpersonen.

Artikel 13. Planning toezicht CoP marktdeelnemers met geldige typegoedkeuring

  • 1. Voorafgaand aan het passeren van de datum einde geldigheid van de ‘Verklaring van overeenstemming’ informeert de RDW of de uitbestedingspartner/technische dienst categorie C de marktdeelnemer die reeds een procedure voor een eerste beoordeling heeft doorlopen, per e-mail tijdig wanneer audit zal plaatsvinden. De marktdeelnemer moet deze datum binnen 2 weken bevestigen.

  • 2. Indien een audit niet kan worden uitgevoerd wegens onvoorziene omstandigheden is het bepaalde in artikel 12, lid 1, 2 en 4 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14. Uitvoering toezicht

  • 1. Audits worden uitgevoerd door respectievelijk inspecteurs van de RDW, auditeurs van uitbestedingspartners of door auditeurs van technische diensten categorie C.

  • 2. De marktdeelnemer verleent medewerking aan de uitvoering van de audit.

  • 3. De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de in het eerste lid van dit artikel genoemde personen tijdens de audit onder veilige omstandigheden hun werk kunnen doen conform Kaderrichtlijn 89/391/EEG inzake de veiligheid en de gezondheid van werknemers.

  • 4. Van de audit wordt een auditrapport opgemaakt door de inspecteur of auditeur en aan de marktdeelnemer toegestuurd. Hierin worden eventuele observaties (verbeterpunten) van de RDW en non-Conformiteit (afwijkingen) opgenomen die in ernst kunnen variëren.

  • 5. De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de documenten en procedures inzake de overeenstemming van de productie bedoeld in artikel 4 en 5 beschikbaar zijn voor de auditeurs of inspecteurs genoemd het eerste lid van dit artikel, tenzij hierover door de RDW andere afspraken met hem zijn vastgelegd.

  • 6. De marktdeelnemer kan door de RDW in de gelegenheid gesteld worden om binnen een bepaalde termijn na de auditdatum corrigerende maatregelen te treffen om de geconstateerde afwijkingen te verhelpen. Het stellen van deze termijn is afhankelijk van de aard en ernst van de tekortkoming.

  • 7. Binnen de in het lid 6 gestelde termijn informeert de marktdeelnemer de RDW in detail over de getroffen maatregelen.

  • 8. Indien de audit met positief resultaat is afgerond, geeft de RDW een verklaring van overeenstemming af voor de duur van maximaal 3 jaar.

HOOFDSTUK 4. SANCTIES EN EINDE GELDIGHEID TYPEGOEDKEURING

Artikel 15. Samenloop herstellende en disciplinaire sancties

  • 1. De RDW kan een typegoedkeuring schorsen of intrekken afhankelijk van de ernst en aard van de overtreding.

  • 2. Naast een schorsing als herstelsanctie kan de RDW een last onder dwangsom opleggen aan de marktdeelnemer overeenkomstig artikel 25, 27, 29, derde lid, of artikel 30, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 ter bevordering van het herstel. Bij een last onder dwangsom wordt per tijdseenheid een bedrag verbeurd.

  • 3. Naast herstelsancties kan RDW een bestraffende sancties opleggen aan de marktdeelnemer in de vorm van een bestuurlijke boete, overeenkomstig artikel 25, 27 en 29, derde lid of artikel 30, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 16. Einde geldigheid typegoedkeuring

  • 1. Een intrekking van de goedkeuring geldt voor onbepaalde tijd.

  • 2. De RDW trekt de typegoedkeuring in:

    • a. op verzoek van de marktdeelnemer;

    • b. bij een definitieve productiestop van het type waarvoor goedkeuring is verleend;

    • c. bij faillissement van de marktdeelnemer aan wie de goedkeuring is verleend;

    • d. bij gebruik van agressie /geweld tegen RDW-medewerkers, of;

    • e. als blijkt dat de goedkeuring ten onrechte is verleend.

  • 3. De RDW kan de typegoedkeuring intrekken als er sprake is van:

    • a. bij het afleggen van valse verklaringen tijdens audits of terwijl er corrigerende of beperkende maatregelen gelden;

    • b. bij het vervalsen van testresultaten voor Typegoedkeuringen of markttoezicht;

    • c. bij het achterhouden van gegevens of technische specificaties van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden;

    • d. bij gebruik van manipulatievoorzieningen in het goedgekeurde product; of,

    • e. bij het vermoeden van verstrekken van onjuiste informatie door of namens de marktdeelnemer

  • 4. De RDW schorst de typegoedkeuring indien:

    • a. er vermoedens zijn dat er redenen tot intrekking van de goedkeuring zijn zoals bedoeld in het tweede lid, onder e van dit artikel, maar het onderzoek en de daarbij behorende conclusies, nog niet beschikbaar zijn.

    • b. er omstandigheden zijn die noch door de marktdeelnemer, noch door de RDW kunnen worden opgelost. Bijvoorbeeld als een productielocatie van de marktdeelnemer door een negatief reisadvies niet bereikbaar is.

    • c. sprake is van door de marktdeelnemer te herstellen gebreken. Dit betreft onder meer:

      • i. het weigeren van toegang tot informatie;

      • ii. niet voldoen aan de betalingsverplichting van de marktdeelnemer;

      • iii. uitblijven van het verstrekken van informatie aan RDW in het kader van toezicht op de conformiteit van de productie;

      • iv. niet doorgeven van noodzakelijke wijzigingen aan de RDW;

      • v. niet bevestigen, weigeren van of niet aanwezig zijn bij een audit door of namens de RDW;

      • vi. niet-naleving van overige vereisten van de typegoedkeuringswetgeving; of,

      • vii. Het weigeren om medewerking te verlenen aan een audit of monitoringsactiviteiten van de RDW of anderszins niet aan de uit de wet voortvloeiende verplichtingen voldoen.

  • 5. Een schorsing wordt voor een bepaalde duur opgelegd. Die termijn wordt in het besluit vermeld.

  • 6. Indien tijdens de schorsing de uitkomsten van het onderzoek zijn verkregen als bedoeld in het derde lid, onder a, van dit artikel kan de schorsing tussentijds worden beëindigd.

  • 7. Indien niet binnen de in het vijfde lid van dit artikel genoemde termijn de gebreken naar tevredenheid van de RDW zijn hersteld wordt een besluit tot intrekking van de typegoedkeuring genomen.

HOOFDSTUK 5. WIJZIGINGEN AAN EEN NATIONALE TYPEGOEDKEURING

Artikel 17. Wijziging contactpersonen

  • 1. De marktdeelnemer is verantwoordelijk voor het actueel houden van de contactgegevens die hij aan de RDW heeft doorgegeven. Wijzigingen worden onmiddellijk, maar uiterlijk binnen vijf werkdagen, door de marktdeelnemer doorgegeven via het emailadres cop@rdw.nl.

  • 2. De marktdeelnemer stelt ten behoeve van de communicatie met de RDW een CoP-contactpersoon aan die het aanspreekpunt is voor audits en het doorgeven van relevante wijzigingen.

  • 3. De marktdeelnemer stelt daarnaast een contactpersoon aan die binnen zijn organisatie als verantwoordelijke voor alle CoP aspecten wordt aangesproken. Dit mag dezelfde persoon zijn als de CoP-contactpersoon.

Artikel 18. Meldings- en aanvraagformulieren voor wijzigingen producten

  • 1. Voor het melden van wijzigingen die de marktdeelnemer volgens de toepasselijke wetgeving aan de RDW moet doorgeven, moet gebruik worden gemaakt van het CoP-formulier als bedoeld in artikel 4.

  • 2. Indien de wijziging naar het oordeel van de RDW aanleiding geeft tot een herziening of uitbreiding van het typegoedkeuringscertificaat of de daar toebehorende documenten, dan wel het ontstaan van een nieuw type, meldt de RDW dit aan de marktdeelnemer. In dat geval moet de marktdeelnemer dit aanvragen met het aanvraagformulier te vinden op de website van de RDW.

Artikel 19. Verzoek overdracht Typegoedkeuringen

Een typegoedkeuring is een (vermogens)recht dat niet kan worden overgedragen. Als de marktdeelnemer van naam wijzigt, wijzigt volgens de voertuigregelgeving het type eveneens. De bestaande typegoedkeuring kan mede daardoor niet meer worden gebruikt voor de productie. In dat geval moet de RDW de typegoedkeuringen intrekken. De RDW willigt verzoeken voor overdracht daarom niet in.

Artikel 20. Fusie en andere wijzigingen rechtsvorm marktdeelnemer

  • 1. De RDW kan onder voorwaarden van artikel 19 afwijken in het geval aantoonbaar sprake is van een fusie of wijziging in de rechtsvorm van de marktdeelnemer aan wie de typegoedkeuring is verleend.

  • 2. In geval van een fusie of wijziging van rechtsvorm moet de marktdeelnemer per ommegaande een aanvraag indienen voor de aanpassing van de typegoedkeuring(en), onder gebruikmaking van de in artikel 4 bedoeld formulieren.

HOOFDSTUK 6. BEOORDELING ALTERNATIEVE VOORSCHRIFTEN

Artikel 21. Vrijstelling massa’s en afmetingen

Vrijstelling van de eisen over afmetingen en massa’s worden enkel verleend op grond van de Regeling vrijstelling goedkeuring afmetingen en massa’s landbouw- of bosbouwvoertuigen en mobiele machines.

Artikel 22. Toepassingsgebied wetgeving

Indien in een alternatief voorschrift is verwezen naar een bepaalde richtlijn, verordening of reglement dan is het toepassingsgebied daaruit van toepassing, tenzij in het alternatieve voorschrift daarvoor een expliciete uitzondering is gemaakt.

Artikel 23. Informatie van de marktdeelnemer

De marktdeelnemer moet de voor het uitvoeren van de testen benodigde informatie aanleveren. Indien in een eis vanuit een verordening, richtlijn of reglement informatie is vermeld die verstrekt moet worden in het kader van een typegoedkeuring, dan geldt dat niet voor een individuele goedkeuring.

Artikel 24. Nieuwe wijziging verordening/reglement

  • 1. Bij een wijziging van wetgeving van de onder ‘basis’ aangeduide regelgeving in de alternatieve voorschriften na de vermelde versiedatum, kan RDW de mobiele machine toetsen aan de relevante gewijzigde regelgeving.

  • 2. Indien wetgeving in een alternatief voorschrift over een bepaald onderwerp geen eisen bevat met betrekking tot complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies en het voertuig om die reden niet voldoet aan het vereiste niveau van een toepasselijk alternatief voorschrift, dan kan RDW, indien wetgeving op het moment van de aanvraag wel voorziet in eisen voor dergelijke systemen en functies, het onderwerp toetsen aan alle relevante voorschriften uit geldende wetgeving, aangevuld met de relevante artikelen die volgens het betreffende alternatieve voorschrift moeten worden beoordeeld.

Artikel 25. Wijziging in de goedkeuring van mobiele machines

  • 1. Een seriematig geproduceerd voertuig dat is gewijzigd, wordt voor wat betreft de onderwerpen die door de wijziging zijn geraakt beschouwd als zijnde een niet-seriematig geproduceerd voertuig, met uitzondering van het onderwerp emissies. In het onderwerp emissies is de handelwijze beschreven.

  • 2. De onderwerpen die niet geraakt zijn door de wijziging worden geacht nog te voldoen aan de van toepassing zijnde voorschriften die gelden voor het seriematig geproduceerde voertuig.

Artikel 26. Documentatie marktdeelnemer of buitenlandse toelatingsautoriteit

  • 1. Met documentatie van de marktdeelnemer of van de buitenlandse toelatingsautoriteit kan worden aangetoond dat is voldaan aan een alternatief voorschrift.

  • 2. Onder documentatie bedoeld in het eerste lid wordt tevens verstaan een goedkeurmerk of informatie op een sticker of plaatje aangebracht door de marktdeelnemer.

  • 3. De beoordeling van de geschiktheid van de documenten voor het aantonen van het voldoen aan het vereiste is aan de RDW.

Artikel 27. Berekening

  • 1. Indien wordt aangegeven dat een berekening is toegestaan, dan moet de aanvrager deze berekening opstellen en overleggen. De RDW beoordeelt de berekening en bepaalt of deze berekening acceptabel is.

  • 2. In het geval van gebruik van sterkteberekeningen moet het wiskundige model ten opzichte van de werkelijke testomstandigheden worden gevalideerd, tenzij de optredende spanningen in het model de vloei-/rekgrens van de toegepaste materialen niet overschrijden.

Artikel 28. Goedkeuringscertificaat

Indien een geldig goedkeuringscertificaat inclusief betreffende informatie en documentatie door de houder van de goedkeuring van toepassing wordt verklaard, is mogelijk voldaan aan het alternatieve voorschrift. De RDW beoordeelt of het goedkeuringscertificaat acceptabel is.

Artikel 29. Algemene veiligheid

  • 1. De RDW verleent de goedkeuring van een mobiele machine overeenkomstig artikel 23, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 2. Indien sprake is van een mobiele machine die is voorzien van een systeem, onderdeel of technische eenheid waarin technologieën of concepten zijn toegepast die onverenigbaar zijn met een of meer individuele toelatingseisen kan slechts een voorlopige nationale goedkeuring worden aangevraagd op grond van artikel 3.7.1. Regeling voertuigen.

  • 3. Ingeval het een mobiele machine betreft die is voorzien van één of meer complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies die niet zijn toegestaan of niet voldoen aan het vereiste niveau van een toepasselijke individuele toelatingseis, dan wel niet voldoen aan de relevante voorschriften uit een latere versie van de betrokken regelgeving wordt door de RDW toegestaan dat onder de verantwoordelijkheid van de marktdeelnemer, deze systemen worden uitgeschakeld. De marktdeelnemer moet onder vermelding van het voertuigidentificatienummer schriftelijk verklaren dat de software van de complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies definitief zijn uitgeschakeld én dat hij niet zal meewerken aan een softwarematige update van deze systemen zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de goedkeuringsinstantie. De verklaring moet door de tekenbevoegde van de marktdeelnemer zijn ondertekend. Systemen die vanuit de toepasselijke regelgeving verplicht zijn gesteld mogen niet worden uitgeschakeld tenzij expliciet anders is vermeld.

HOOFDSTUK 7. ALTERNATIEVE VOORSCHRIFTEN

Artikel 30. Voorschrift Machines

Versie 1 januari 2025

Basis

Richtlijn 2006/42/EG gewijzigd tot en met Verordening (EU) 2019/1243 of Verordening (EU) 2023/1230

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

De mobiele machine wordt geacht te voldoen indien de mobiele machine is voorzien van een geldige ‘CE-markering’, een EG-verklaring van overeenstemming en een (digitale) handleiding waaruit het gebruiksdoel blijkt.

Als de mobiele machine is voorzien van uitrusting die gevoelig kan zijn voor elektromagnetische compatibiliteit (EMC) dan moet expliciet zijn aangetoond dat de mobiele machine aan de hiervoor relevante eisen onder de machinerichtlijn voldoet. In dat geval moet in de verklaring van overeenstemming de norm waaraan elektromagnetische compatibiliteit van de mobiele machine is getoetst zijn vermeld. Indien dit ontbreekt, maar de EMC gevoelige onderdelen zijn voorzien van een geldige UNECE R10 goedkeuring is dit eveneens afdoende.

Voor het verkrijgen van een typegoedkeuring moet een voorbeeld van de EG-verklaring van overeenstemming die per voertuig wordt afgegeven worden opgenomen in het informatiedocument.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing, met dien verstande dat bij een reeds eerder in een EU/EVA geregistreerd voertuig de EG-verklaring van overeenstemming en handleiding op verzoek van de RDW moet worden overgelegd.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring:

visuele controle

Individuele goedkeuring:

visuele controle

Toelichting

Artikel 31. Voorschrift Emissiegrenswaarden voor verontreinigende gassen en deeltjes

Versie 1 januari 2025

Basis

Verordening (EU) 2016/1628 tot en met Verordening (EU) 2022/992

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

De mobiele machine moet zijn voorzien van een motor die voldoet aan Verordening (EU) 2016/1628 van de motorcategorie NRE of NRS, als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2016/1628 of als gelijkwaardig erkende goedkeuring (zie toelichting).

Als alternatief mag de mobiele machine zijn voorzien van een motor van de motorcategorie ATS met elektrische ontsteking, mits de mobiele machine aan één van onderstaande voorwaarden voldoet:

  • a. voertuig is uitgerust met een schrijlingse gerichte zitplaats en een stuurstang; of

  • b. voertuig is uitgerust met een stuurwiel en bank of kuipstoel in een of meer rijen en met een maximumconstructiesnelheid van 25 km/h of meer.

De emissiefase van de motor moet voldoen aan het niveau wat is voorgeschreven volgens de verordening.

De motor moet zijn gemonteerd volgens de voorschriften van de motorfabrikant waarbij tevens geldt dat informatie aan de eindgebruiker aanwezig is en ter beschikking wordt gesteld.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande mag de verbrandingsmotor van mobiele machine zijn aangepast om geheel of met bijmenging van waterstof te functioneren. De aanvrager moet meetresultaten aanleveren gemeten volgens de transiënt en steady state cycli die beschreven staan in bijlage IV van Verordening (EU) 2016/1628. De meetresultaten moeten aantonen dat, bij alle mogelijke mate van bijmengverhoudingen van waterstof in het brandstofsysteem, aan de emissiegrenswaarden van de geldende emissiefase wordt voldaan.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring:

Visuele controle en/of meten.

 

De motor moet volgens voorschrift van de motorleverancier zijn ingebouwd, bijvoorbeeld op basis van de verklaring van de motorleverancier of door motorleverancier verstrekte inbouwinstructies. Het informatiepakket van de motorleverancier dat door de marktdeelnemer van de mobiele machine aan de eindgebruiker wordt verstrekt wordt vastgelegd.

Individuele goedkeuring:

Visuele controle en/of meten. In afwijking van bovenstaande wordt voor individuele goedkeuring geacht te zijn voldaan indien de verbrandingsmotor is voorzien van een typegoedkeuringsnummer volgens Verordening (EU) 2016/1628 of gelijkwaardige goedkeuring en fabrieksmatig is ingebouwd.

Toelichting

In bijlage XIII van Verordening (EU) 2017/654 is de erkenning van gelijkwaardige goedkeuringen voor motoren opgenomen.

Artikel 32. Voorschrift Voorgeschreven platen en opschriften

Versie 1 januari 2025

Voertuigcategorie Mobiele Machine

Basis

Verordening (EU) 2015/208, bijlage XX tot en met wijziging Verordening (EU) 2020/540

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Voorgeschreven plaat

Typegoedkeuring

De mobiele machine moet zijn voorzien van een voorgeschreven plaat en voldoen aan Verordening (EU) 2015/208, bijlage XX. In afwijking van punt 3.1 moet op de voorgeschreven plaat minimaal onderstaande informatie zijn vermeld:

  • naam van de fabrikant;

  • NL-typegoedkeuringsnummer;

  • het type;

  • het voertuigidentificatienummer;

  • de technisch toegestane maximummassa van het voertuig in beladen toestand;

  • de technisch toegestane maximummassa per as of rupsbandset, en

  • de technisch toegestane getrokken massa(’s).

Als er sprake is van een mobiele machine die in meerdere fasen wordt voltooid, brengt iedere fase fabrikant, aanvullend, een eigen constructieplaat aan waarop minimaal onderstaande informatie staat vermeld:

  • de naam van de marktdeelnemer;

  • de goedkeuringsfase;

  • NL-typegoedkeuringsnummer;

  • het voertuigidentificatienummer; en

  • het gewijzigde gegeven(s).

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande mag in het geval van een individuele goedkeuring de vermelding van het NL-typegoedkeurnummer en het type op de voorgeschreven plaat/platen achterwege blijven.

De technisch toegestane getrokken massa(’s) mag op de constructieplaat ontbreken indien deze massa blijkt uit de documentatie van de op de constructieplaat vermelde marktdeelnemer of indien het voertuig niets mag trekken.

Voertuigidentificatienummer

Typegoedkeuring

  • 1. De mobiele machine moet zijn voorzien van een voertuigidentificatienummer dat voldoet aan Verordening (EU) 2015/208, bijlage XX, punt 4.

  • 2. In afwijking van het gestelde in bijlage XX, punt 4 voldoet het voertuigidentificatienummer van de mobiele machine wanneer deze is opgebouwd door een gestructureerde combinatie van tekens die door de marktdeelnemer ondubbelzinnig aan één bepaalde mobiele machine is toegewezen.

    Hieraan wordt eveneens geacht te zijn voldaan indien het voertuigidentificatienummer voldoet aan het gestelde in:

    • richtlijn 2009/144/EG, bijlage V,

    • verordening (EU) 19/2011, of

    • verordening (EU) 2015/504, bijlage IV punt 3.

  • 3. In afwijking van het gestelde in bijlage XX, punt 4. mag het voertuigidentificatienummer aan de rechterzijde dan wel linkerzijde van het voertuig zijn aangebracht.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld bij typegoedkeuring zijn van toepassing.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring:

visuele controle

Individuele goedkeuring:

visuele controle, zo nodig meten.

Toelichting

Artikel 33. Voorschrift Vloeibaar petroleumgas (LPG)

Versie 1 januari 2025

Voertuigcategorie Mobiele Machine

Basis

VN/ECE-reglement nr. 67 tot en met supplement 14 op wijzigingenreeks 01

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

De mobiele machine die is uitgerust met een motor die wordt gevoed door LPG moet zijn uitgerust met specifieke voorzieningen voor het gebruik van LPG als voertuigbrandstof die voldoet aan de eisen van deel I, punt 6 wat betreft de onderdelen van de installatie en deel II, punt 17, wat betreft de installatie op het voertuig van VN/ECE-reglement nr. 67.

Voor zover er sprake is van de specifieke eisen voor bepaalde voertuigcategorieën zijn de eisen voor categorie N3 overeenkomstig van toepassing op mobiele machines.

Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in deel II punt 17.4.6. van VN/ECE-reglement nr. 67.

Mobiele machines mogen in plaats van de tank inclusief appendages en aansluitingen zijn voorzien van gasflessen inclusief appendages en aansluitingen. Deze gasflessen inclusief appendages en aansluitingen blijven buiten beschouwing tijdens de goedkeuring.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. In aanvulling hierop:

  • 1. mag de fabricagedatum van de flexibele slangen die worden toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar niet verder zijn terug gelegen dan 2 jaar; en

  • 2. mag de beproevingsdatum van de LPG-tank niet verder terug zijn gelegen dan 10 jaar.

  • 3. Het gestelde in de punten 1 en 2 zijn niet van toepassing indien het voertuig geregistreerd is geweest in een EU/EVA-land en de installatie reeds was gemonteerd.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring:

visuele controle en uitvoeren vereiste testen

Individuele goedkeuring:

visuele controle en uitvoeren vereiste testen

Toelichting

Artikel 34. Voorschrift Elektrische aandrijflijn

Versie 1 januari 2025

Basis

VN/ECE-reglement nr. 100 tot en met supplement 1 op wijzigingenreeks 02

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Een mobiele machine met een elektrische aandrijflijn moet voldoen aan VN/ECE-reglement nr. 100 tot en met supplement 1 op wijzigingenreeks 02:

  • punt 3, met uitzondering van de verplichting om de documentatie in drievoud te verstrekken en met uitzondering van punt 3.1.2.2. en het in punt 3.1.3. gestelde met betrekking tot de toetsing van punt 6 en punt 3.2.; en

  • punt 5, met uitzondering van punt 5.2.1 tot en met 5.2.1.2

In afwijking tot gestelde in punt 5.4. mag de aanvrager met betrekking tot waterstofemissies van batterijen op basis van waterige elektrolyten tot tevredenheid van de Dienst Wegverkeer aantonen dat aan de eisen in bijlage 7 is voldaan. Als alternatief mag worden aangetoond dat wordt voldaan het gesteld in Verordening (EU) 2015/208 bijlage XXIV om aan te tonen dat wordt voldaan aan het gestelde in VN/ECE-reglement nr. 100 tot en met supplement 1 op wijzigingenreeks 02.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring:

visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

Individuele goedkeuring:

visuele controle en uitvoeren vereiste testen. In het geval het een seriematig geproduceerde mobiele machine betreft wordt deze geacht te voldoen.

Toelichting

Artikel 35. Voorschrift Gecomprimeerd aardgas (CNG) en/of vloeibaar aardgas (LNG)

Versie 1 januari 2025

Basis

VN/ECE-Reglement nr. 110 tot en met supplement 02 op wijzigingenreeks 01

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Algemeen CNG en LNG

Voor zover er sprake is van de specifieke eisen voor bepaalde voertuigcategorieën zijn de eisen voor categorie N3 overeenkomstig van toepassing op mobiele machines.

Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in VN/ECE-reglement nr. 110.

Mobiele machines mogen in plaats van de tank inclusief appendages en aansluitingen zijn voorzien van gasflessen inclusief appendages en aansluitingen. Deze gasflessen inclusief appendages en aansluitingen blijven buiten beschouwing tijdens de typegoedkeuring.

CNG

Typegoedkeuring

De mobiele machine met een brandstofsysteem van een motor die wordt gevoed door CNG, moet voldoen aan deel I, punt 6, en deel II, punt 17 van VN/ECE-reglement nr. 110.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. In aanvulling hierop:

  • 1. mag de fabricagedatum van de flexibele slangen niet verder terug zijn gelegen dan 1 jaar; en

  • 2. mag de geldigheidstermijn tot de eerstvolgende periodieke controle zoals voorgeschreven door de fabrikant van de CNG-tank niet zijn overschreden.

  • 3. Het gestelde in de punten 1 en 2 is niet van toepassing indien het voertuig geregistreerd is geweest in een EU/EVA-land en de installatie reeds was gemonteerd.

LNG

Typegoedkeuring

De mobiele machine met een brandstofsysteem van een motor die wordt gevoed door LNG, moet voldoen aan deel I, punt 8 en deel II, punt 18 van VN/ECE-reglement nr. 110.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. In aanvulling hierop:

  • 1. mag de fabricagedatum van de flexibele slangen niet verder terug zijn gelegen dan 1 jaar; en

  • 2. mag de geldigheidstermijn tot de eerstvolgende periodieke controle zoals voorgeschreven door de marktdeelnemer van de LNG-tank niet zijn overschreden.

  • 3. Het gestelde in de punten 1 en 2 zijn niet van toepassing indien het voertuig geregistreerd is geweest in een EU/EVA-land en de installatie reeds was gemonteerd.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring

visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

Individuele goedkeuring

visuele controle en uitvoeren vereiste testen

Toelichting

Artikel 36. Voorschrift Bevestiging LPG-, CNG- en LNG-tank

Versie 1 januari 2025

Basis

VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in deel II punt 17.4.6. van VN/ECE-reglement nr. 67 of is voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in VN/ECE-reglement nr. 110, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00

Wijze van keuren

Visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

Toelichting

Artikel 37. Voorschrift Gezichtsveld

Versie 1 januari 2025

Basis

Verordening (EU) 2015/208 bijlage VII tot en met wijziging Verordening (EU) 2020/540

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

Algemeen

Als voor het voldoen aan de eisen gebruik moet worden gemaakt van middelen voor indirect zicht moet het mogelijk zijn om een wegpilon te kunnen onderscheiden van de omgeving op de cirkel met 12,00 m radius of binnen de begrenzing van het omschreven zichtveld. De afmetingen van de hier benoemde wegpilon moet voldoen aan ISO 3888:2-2011.

In het geval er gebruik gemaakt wordt van inrichtingen voor indirect zicht hoeven deze niet verplicht te zijn voorzien van een goedkeuringsmerk, klasse-aanduiding en extra symbool. De onderdelen moeten afdoende identificeerbaar zijn.

Voor zover van toepassing worden de in een norm gestelde eisen, testprocedure en criteria ook voor een mobiele machine die breder is dan 2,55 m toegepast.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande is het niet noodzakelijk dat de toegepaste onderdelen identificeerbaar zijn.

Typegoedkeuring en individuele goedkeuring

Gezichtsveld bestuurder naar voren en naar de zijkant (op een halve cirkel met 12,00 m radius)

Het gezichtsveld van de bestuurder naar voren en naar de zijkant moet voldoen aan punt 1 van de Verordening (EU) 2015/208, bijlage VII, met uitzondering van hetgeen is vermeld over de ruitenwissers.

Voor wat betreft het gestelde in de vermelde ISO-norm 5721-1:2013 zijn de volgende punten uitgezonderd:

  • punt 5.1.2, laatste alinea (afschermingen buiten 9,50 m midden sector); en

  • punt 5.1.4. (eisen ruitenwisser).

Binnen de 9,50 m sector recht naar voren mogen maximaal twee maskingeffecten optreden die elk niet breder zijn dan 0,70 m.

Buiten de 9,50 m sector mogen aan elke zijde maximaal twee maskingeffecten voorkomen die elk niet breder zijn dan 1,50 m of:

  • wanneer de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine ≤ 25 km/h is mag één maskingeffect op de 12,00 m cirkel links en één maskingeffect op de 12,00 m cirkel rechts buiten 9,50 m sector zijn vergroot tot 5,50 m op voorwaarde dat het aansluitende vrije-zichtgebied op de halve cirkel minimaal 1,30 m breed is; of

  • wanneer de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine > 25 km/h is mag één maskingeffect op de 12,00 m cirkel links en één maskingeffect op de 12,00 m cirkel rechts buiten 9,50 m sector zijn vergroot tot 4,50 m op voorwaarde dat het aansluitende vrije-zichtgebied op de halve cirkel minimaal 1,30 m breed is.

Afhankelijk van de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine mag de positie van de ogen van bestuurder in horizontale richting zowel links als rechts maximaal worden verplaatst als aangegeven om het maskingeffect te minimaliseren.

Maximumconstructiesnelheid

Maximum zijwaartse verplaatsing naar elke zijde

≤ 25 km/h

170 mm

≤ 50 km/h

100 mm

> 50 km/h

50 mm

Het vereiste zicht buiten de 9,5 m sector mag worden behaald met direct of met combinatie met indirect zicht daarvan.

Zichtafscherming veroorzaakt door de aanwezigheid van een achteruitkijkspiegel blijven buiten beschouwing wanneer deze constructief niet anders kan worden aangebracht.

Het gezichtsveld van de bestuurder naar voren en naar de zijkant op de cirkel met 12,00 m radius wordt geacht te voldoen indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan:

  • ISO 5721-1:2013;

  • ISO 5006:2006;

  • ISO 5006:2017;

  • ISO 15830:2012; of

  • ISO 13564-1:2012

Gezichtsveld bestuurder naast de mobiele machine

Het gezichtsveld van de bestuurder naast de mobiele machine moet voldoen aan de gezichtsvelden beschreven in punt 2 van Verordening (EU) 2015/208, bijlage VII.

Het vereiste zicht mag worden behaald met direct of indirect zicht of een combinatie daarvan.

Eén afscherming in elk zichtveld naast de mobiele machine is toegestaan op voorwaarde dat deze afscherming nergens een ronde schijf met een diameter van 300 mm geheel aan het zicht onttrekt.

Het gezichtsveld van de bestuurder naast de mobiele machine wordt geacht te voldoen indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan:

  • ISO 5721-2:2014;

  • ISO 5006:2006;

  • ISO 5006:2017;

  • ISO 15830:2012;

  • ISO 13564-1:2012; of

  • VN/ECE-reglement Nr. 46 tot en met supplement 01 op wijzigingenreeks 03.

Gezichtsveld bestuurder naar achter

Het gezichtsveld van de bestuurder naar achter moet voldoen aan de Regeling voertuigen, artikel 5.7a.45, met uitzondering van de leden 3 en 4.

Het gezichtsveld van de bestuurder naar achter wordt geacht te voldoen, indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan:

  • ISO 5721-2:2014;

  • ISO 5006:2006;

  • ISO 5006:2017; of

  • VN/ECE-reglement Nr. 46 tot en met supplement 01 op wijzigingenreeks 03.

Wijze van keuren

Visuele controle en/of meten.

Visuele controle, door een persoon van gemiddeld gestalte die op gebruikelijke wijze zit of staat, waarbij een aanwezige zitplaats in de juiste rijstand is afgesteld.

Gezichtsveld naar voren en naar de zijkant

Vanuit een punt op de grond recht onder de oogpunten van de bestuurder wordt een halve denkbeeldige cirkel getrokken met een radius van 12,00 m.

De afmeting van een zichtafscherming (maskingeffect) op de cirkel met 12,00 m radius wordt gemeten in een rechte lijn tussen de uiterste punten van het maskingeffect op die cirkel.

Gezichtsveld bestuurder naast de mobiele machine

Het is toegestaan dat de persoon zich vanuit gebruikelijke zit- of sta-positie maximaal 170 mm heen en weer verplaatst.

Gezichtsveld bestuurder naar achter

De wijze van keuren als vermeld in de Regeling voertuigen artikel 5.7a.45 van toepassing zijnde lid wordt gehanteerd.

Toelichting

Artikel 38. Voorschrift Waterstof

Versie 1 januari 2025

Basis

Verordening (EG) 79/2009 tot en met Verordening (EU) 2019/1243 en Verordening (EU) 406/2010 tot en met Verordening (EU) 519/2013

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Voertuig met een waterstofsysteem moet voldoen aan bijlagen I en VI van Verordening (EG) 79/2009 en aan bijlagen III tot en met VI van Verordening (EU) 406/2010.

Voor zover er sprake is van de specifieke eisen voor bepaalde voertuigcategorieën zijn de eisen voor categorie N3 overeenkomstig van toepassing op mobiele machines.

Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in bijlage IV, deel 1 punt 2.2. van Verordening (EU) 406/2010.

Ten behoeve van de beoordeling moeten de ingevulde formulieren overeenkomstig bijlage I, deel 1 en 3, van de Verordening (EU) 406/2010 worden overgelegd.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring:

visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

 

In afwijking van de vereiste testen is een berekening toegestaan.

Individuele goedkeuring:

visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

 

In afwijking van de vereiste testen is een berekening toegestaan

Toelichting

Artikel 39. Voorschrift Signalisatieborden en signalisatiefolie

Versie 1 januari 2025

Basis

Verordening (EU) 2015/208 bijlage XII tot en met wijziging Verordening (EU) 2020/540

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

Een mobiele machine moet voor wat betreft de eventueel gemonteerde signalisatieborden of aangebrachte signalisatiefolie voldoen aan:

  • de eisen van punt 2, met uitzondering van de verplichting om de documentatie in drievoud te verstrekken;

  • de punten 5.4, 5.5, 5.6, 5.7 en 5.9; en

  • punt 6.26, waarbij in aanvulling op het gestelde in aanhangsel 3, punt 2, wordt een signalisatiebord of -folie geaccepteerd met de aanduiding TP ESC B of RA 2.

Indien een signalisatiebord of -folie voldoet aan VN/ECE-reglement nr. 104, klasse C worden de eisen van punt 5.4 buiten beschouwing gelaten.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking hiervan hoeft voor individuele goedkeuring niet te worden voldaan aan punt 2 van bijlage XII. van Verordening 2015/208

Bij mobiele machines met een datum eerste toelating van voor 1 januari 2025 zijn eveneens de eisen van aanhangsel 3 punt 2 uitgezonderd.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring:

visuele controle en uitvoeren vereiste testen

Individuele goedkeuring:

visuele controle en uitvoeren vereiste testen

Toelichting

Wanneer wordt gekozen voor een afwijkende vorm moeten er 3 vlakken van 141 bij 141 mm aanwezig zijn. Indien in dat geval niet de oppervlakte van 4 vlakken van 141 bij 141 mm (795 cm2) wordt gehaald, moet er een 2e bord links en rechts worden geplaatst wat minimaal 3 vlakken bevat.

HOOFDSTUK 8 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 40. Intrekking

  • 1. De beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines wordt ingetrokken per 1 juli 2026.

  • 2. Aanvragen die zijn ingediend onder de 'Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines’ maar waarop nog niet is beschikt bij het in werking treden van deze beleidsregel, worden afgehandeld overeenkomstig deze beleidsregel.

Artikel 41. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines 2026.

Artikel 42. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2026

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Directie van de RDW, J. Woudstra Algemeen Directeur

TOELICHTING:

Algemeen

Deze beleidsregel is een vervolg op de beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines, Staatscourant 2024, 43011. Duidelijker dan voorheen wordt op verschillende plaatsen in de regeling nu consistent tot uiting gebracht dat de kring van aanvragers van een typegoedkeuring zich beperkt tot marktdeelnemers als bedoeld in Verordening 167/2013. Verder is van de gelegenheid gebruik gemaakt om omissies te herstellen.

In deze beleidsregel wordt toegelicht hoe de RDW omgaat met de bevoegdheden inzake de aanvraag en verlening van individuele goedkeuringen en van nationale typegoedkeuringen van mobiele machines en het toezicht op de conformiteit van de productie bij verleende typegoedkeuringen.

Het doel van deze beleidsregel is om duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden aan:

  • de marktdeelnemers van mobiele machines voor het verkrijgen en behouden van een nationale typegoedkeuring,

  • aanbieders van mobiele machine voor individuele goedkeuring, en

  • op welke wijze de RDW vaststelt dat aan de gestelde eisen in de Regeling voertuigen is voldaan.

Voor de voertuigeisen van de mobiele machine geldt dat de eisen die zijn vermeld in de benoemde regelgeving binnen de systematiek van Verordening (EU) 167/2013 zoveel mogelijk worden gevolgd. Wat betreft de invulling van het in artikel 3.6.0. lid 1 van de Regeling voertuigen geldt dat dit met name de artikelen 8 tot en met 16, 20 tot en met 23, artikel 24, derde lid, eerste zin en tiende lid, 29, 30, 32 tot en met 34 en de artikelen 39, 51 en 52 van Verordening (EU) 167/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 5 februari 2013 inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op landbouw- en bosbouwvoertuigen betreft. De eisen genoemd in deze verordening hebben onder andere, maar niet alleen, betrekking op assemblage, constructie, prestatie, duurzaamheid en toepasselijke administratieve eisen uit de wetgevingen.

Vanwege het ontbreken van Europese regelgeving voor typegoedkeuring voor mobiele machines is in de Regeling voertuigen gekozen om nationaal de systematiek van Verordening (EU) 167/2013 zoveel mogelijk te volgen. Enerzijds om de rechten en plichten van de fabrikanten en RDW inzake de typegoedkeuring zoveel mogelijk in lijn met de Europese typegoedkeuring te brengen en anderzijds vanwege vergelijkbare toepassingsdoeleinden en uitvoeringsvormen van mobiele machines. Echter anders dan bij Europese typegoedkeuringen kan op grond van artikel 3.6.0, lid 2 van de Regeling voertuigen ook door een markdeelnemer in de zin van de Verordening (EU) 167/2013 een aanvraag voor een typegoedkeuring ingediend. De groep aanvragers is dus ruimer dan voor Europese typegoedkeuringen geldt. In deze beleidsregel wordt met fabrikant ook markdeelnemer in de zin van de genoemde verordening bedoeld.

Deze beleidsregel bevat twee hoofddelen, te beginnen met een algemeen deel ter verduidelijking van het individuele en nationale typegoedkeuringsproces en gehanteerde begripsbepalingen, en een deel met uitwerking van specifieke technische alternatieve voorschriften die zijn vermeld in artikel 3.6.1 c.q. 3.6.3 van de Regeling voertuigen.

Artikelsgewijs

In hoofdstuk 1, artikel 1 en 2 zijn de begripsbepalingen en definities opgenomen.

De definities in deze beleidsregel gelden als aanvulling op niet al in de Europese regelgeving, Wegenverkeerswet en Regeling voertuigen opgenomen definities. Voor de toepassing van de artikelen waarnaar is verwezen in een alternatief voorschrift, geldt dat als er een verwijzing staat naar een ander punt of bijlage in de betreffende richtlijn, verordening of het reglement, dat dit dan tevens van toepassing is.

Hoofdstuk 2

Artikel 3 regelt de aanvraag voor een individuele keuring van een mobiele machine. Deze keuring vindt vervolgens plaats op een RDW-locatie.

Artikel 4 regelt de aanvraag voor een typegoedkeuring van een mobiele machine. De aanvraag kan ingediend worden door een marktdeelnemer als bedoeld in Verordening (EU) nr. 167/2013. Als een importeur van mobiele machines een aanvraag voor een typegoedkeuring indient heeft deze dezelfde rechten en plichten als een fabrikant van mobiele machines. Dit is geregeld in artikel 3.6.0 van de Regeling voertuigen. Dit betekent ook dat aangetoond moet worden dat de aanvrager een marktdeelnemer, dus fabrikant, importeur of distributeur van mobiele machines is.

De RDW is altijd bereid om nadere informatie over de aanvraag en procedure te verschaffen.

De aanvraag voor eerste beoordeling en de verklaring van overeenstemming is nodig voor de typegoedkeuring. Allereerst de toelating als fabrikant die moet worden gericht aan cop@rdw.nl hier kunt u ook vragen voor nader informatie over uw toelating stellen.

Verzoeken om nadere informatie en vragen over het uitvoeren van testen in het kader van goedkeuringen worden gericht aan VRTtesten@rdw.nl. De aanvraag voor het reserveren van een typegoedkeuringsnummer wordt bij voorkeur door de technische dienst gedaan, maar kan in voorkomende gevallen ook door de fabrikant worden ingediend.

Verzoeken om nadere informatie en vragen over de verlening van uw nationale typegoedkeuring kan de marktdeelnemer richten aan typeapproval@rdw.nl.

Artikel 5 regelt welke documenten naast het aanvraagformulier nodig zijn voor de aanvraag van een typegoedkeuring. Het niet of niet tijdig opsturen van deze documenten leidt tot buiten behandeling laten van de aanvraag.

Artikel 6 regelt dat de RDW een administratieve beoordeling van de documenten uitvoert. Als dit tot een (eventueel na aanvulling of herstel) tot een positieve beoordeling leidt wordt de productielocatie van de markdeelnemer bezocht teneinde het productieproces, met in achtneming van de waarborgen voor conformiteit van productie. Pas als deze stappen, al dan niet na het treffen van corrigerende maatregelen, goed zijn bevonden is sprake van een positieve beoordeling met een geldigheid van 2 jaar.

Artikel 7 bevat de uitgangspunten voor beoordeling van de mobiele machine.

Artikel 8 bepaalt dat de voertaal Nederlands is en mits een tolk aanwezig ook Engels mag zijn.

In artikel 9 is toegelicht dat de RDW de kosten achteraf in rekening brengt en binnen welke termijn de factuur moet worden voldaan. Uit artikel 28, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 volgt al dat de kosten voor de behandeling van de aanvraag en het toezicht achteraf in rekening worden gebracht bij de aanvrager conform de geldende Regeling tarieven Dienst Wegverkeer. Deze regeling wordt jaarlijks in de Staatcourant gepubliceerd. Bij de intrekking van een aanvraag voor goedkeuring of eerste beoordeling door de aanvrager of buitenbehandelingstelling van de aanvraag door de RDW, worden eveneens alle gemaakte kosten tot het moment van intrekking of buitenbehandelingstelling in rekening gebracht.

In artikel 10 regelt de afgifte van het typegoedkeuringscertificaat volgens een door de RDW vastgesteld model.

Hoofdstuk 3

In artikel 11 wordt de wijze en frequentie van het toezicht op de fabrikant en de conformiteit van de productie geregeld. Belangrijk is dat de marktdeelnemer voortdurend zorgt voor de overeenstemming van de productie en het productieproces en hier een kwaliteitssysteem voor heeft. Monitoren, controleren, corrigeren en vastleggen hiervan is noodzakelijk zodat dit kan worden gecontroleerd.

Artikel 12 en 13 regelen de planning van het toezicht, audit en COP.

Artikel 14 regelt de uitvoering van de audits door de RDW of een uitbestedingspartner van de RDW. Aan de audits moet alle medewerking worden verleend.

Hoofdstuk 4

In de artikelen 15 en 16 worden de sancties en einde geldigheid van de typegoedkeuring geregeld

Op ongewenst(e) gedrag/tekortkomingen van marktdeelnemers volgt altijd een gepaste sanctie, zodat zij worden gecorrigeerd en worden aangezet tot verandering. Bij de oplegging van een sanctie wordt gekeken naar onder meer de ernst van de gedraging of tekortkoming, de context van het geval, of er sprake is van herhaling of recidive. In artikel 15 is benoemd wanneer sancties gelijktijdig of naast elkaar kunnen worden opgelegd.

Net als de schorsing is de last onder dwangsom een herstellende sanctie, dus geen boete. Het doel van de last onder dwangsom is dus om de overtreding zo spoedig mogelijk te beëindigen. De hoogte van de bedragen van de dwangsom wordt door de RDW opgenomen en gemotiveerd in het desbetreffende sanctiebesluit.

Bij het vaststellen van de bestuurlijke boete neemt de RDW de in artikel 174a, tweede en derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 bepaalde maximumbedragen in acht en motiveert de sanctie in het sanctiebesluit.

In de Wegenverkeerswet 1994 worden de gevallen genoemd waarin een verleende typegoedkeuring ongeldig wordt. De ongeldigheid kan van rechtswege intreden, maar ook door schorsing of intrekking van de goedkeuring door de RDW.

Een nationale typegoedkeuring voor een mobiele machine wordt ongeldig wanneer nieuwe technische voorschriften die van toepassing zijn op het goedgekeurde type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid, worden ingevoerd voor het op de markt aanbieden, het registeren of het in gebruik nemen. Dat betekent dat de marktdeelnemer geen mobiele machines meer mag produceren en op de markt aanbieden, registeren of in gebruik nemen op die nationale typegoedkeuring.

Omdat de intrekking soms verplicht is en soms een optie, is in artikel 16 verduidelijkt hoe met de meest voorkomende gevallen wordt omgegaan. De onder artikel 16 genoemde maatregelen inzake einde geldigheid van de typegoedkeuring in de vorm van schorsing en intrekking worden in beginsel in de vorm van herstellende sancties toegepast met het doel om een einde te maken aan de overtreding en de orde op de markt te herstellen. Schorsen betekent dat de fabrikant tijdelijk, gedurende de gestelde termijn, geen gebruik mag maken van de typegoedkeuring.

Hoofdstuk 5

In de artikelen 17 tot en met 20 is geregeld hoe omgegaan wordt met wijzigingen in de typegoedkeuringen. Hiervoor zijn contactpersonen en het gebruik van de vereiste formulieren belangrijk voor een soepele behandeling hiervan.

Hoofdstuk 6

De artikelen 21 tot en met 29 bevatten meer algemene bepalingen die relevant zijn voor de aanvrager van een goedkeuring van een mobiele machine ten behoeve van de technische beoordeling van de mobiele machine.

Hoofdstuk 7

De artikelen 30 tot en met 39 bevatten de alternatieve voorschriften en de wijze van keuren die worden gehanteerd bij een individuele goedkeuring van een mobiele machine. De basis voor de individuele goedkeuringseis is altijd de typegoedkeuringseis.

Hoofdstuk 8

De artikelen 40 tot en met 42 regelen de intrekking van de beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machine, de inwerkingtreding en citeertitel van de onderhavige regeling en het overgangsrecht.

De Directie van de RDW, J. Woudstra Algemeen Directeur

Naar boven