Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 20 januari 2026, nr. 2025-15294, over de verantwoordelijkheid, taakomschrijving, werkterrein en werkwijze van de Coördinatiegroep verrekenprijzen (Instelbesluit CGVP 2026)

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op artikel 4.81 Algemene wet bestuursrecht en voor zover het de uitleg en toepassing van het arm’s-lengthbeginsel betreft: de artikelen 8b, 8ba-8bd, 29b-29h, 34f, 34g en 35 Wet Vpb 1969 en de Wet Minimumbelasting 2024;

Besluit:

1. Inleiding

Binnen de Belastingdienst is de Coördinatiegroep Verrekenprijzen (CGVP) actief. Dit besluit bevat de verantwoordelijkheid, de taakomschrijving, het werkterrein en de werkwijze van de CGVP.

Het besluit is een actualisatie van het besluit van 30 april 2018, nr. DGB20018/4380. Het besluit is aangepast als gevolg van een uitbreiding van de verantwoordelijkheid van de CGVP met het borgen van de eenheid van beleid en uitvoering van de uitleg en toepassing van het arm’s-Lengthbeginsel in:

  • i) de wet- en regelgeving over het tegengaan van mismatches bij toepassing van het arm’s-lengthbeginsel (artikel 8ba-8bd en 35 Wet Vpb 1969) en

  • ii) de Wet Minimumbelasting 2024.

Daarnaast bevat het conceptbesluit een redactionele modernisering. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd.

1.1 Gebruikte begrippen en afkortingen

Behandelteam IFZ

Behandelteam Internationale Fiscale Zekerheid

CGVP

Coördinatiegroep verrekenprijzen

Verrekenprijzen

Verrekenprijzen als bedoeld in artikel 8b Wet Vpb 1969

Wet Vpb 1969

Wet op de vennootschapsbelasting 1969

2. Instelling CGVP

De CGVP is ingesteld op 1 maart 1998 bij besluit van 23 maart 1998, nr. DGO98-2533.

3. Verantwoordelijkheid van de CGVP

De CGVP is binnen de Belastingdienst verantwoordelijk voor de eenheid van beleid en uitvoering van de wet- en regelgeving over de volgende onderwerpen:

  • Verrekenprijzen als bedoeld in artikel 8b Wet Vpb 1969. Hieronder wordt met name verstaan de uitleg en toepassing van het arm’s-lengthbeginsel in relatie tot transacties tussen gelieerde partijen en de winstallocatie tussen hoofdhuis en vaste inrichting.

  • De aan verrekenprijzen gerelateerde (aanvullende) documentatieverplichtingen als bedoeld in de artikelen 8b, 29b-29h, 34f, 34g Wet Vpb 1969.

  • Het tegengaan van mismatches bij toepassing van het zakelijkheidsbeginsel als bedoeld in de artikelen 8ba-8bd en 35 van de Wet Vpb 1969 voor zover het de uitleg en toepassing van het arm’s-lengthbeginsel betreft.1

  • De Wet Minimumbelasting 2024 voor zover het de uitleg en toepassing van het arm’s-lengthbeginsel betreft.2

4. Taakomschrijving van de CGVP

Ter uitoefening van haar verantwoordelijkheid heeft de CGVP de volgende taken met betrekking tot onderwerpen vermeld in onderdeel 3 voor zover het de uitleg en toepassing van het arm’s-lengthbeginsel betreft:

  • Het coördineren van de uitvoering van de wet- en regelgeving.

  • Het functioneren als kenniscentrum binnen de Belastingdienst.

  • Het zijn van aanspreekpunt voor de (kantoren van de) Belastingdienst en het Ministerie van Financiën.

  • Het adviseren en ondersteunen van het Directoraat-generaal Belastingdienst en het Directoraat-generaal Fiscale Zaken over het landelijke beleid.

  • Het adviseren en ondersteunen van het Directoraat-generaal Belastingdienst en het Directoraat-generaal Fiscale Zaken bij internationaal overleg, internationale beleidsvorming, technische assistentie en onderwijs aan buitenlandse belastingautoriteiten en internationale organisaties.

  • Het ondersteunen van de internationale gegevensuitwisseling, inclusief de analyse en beoordeling van de bij de internationale gegevensuitwisseling ontvangen informatie (waaronder landenrapporten).

  • Het in voorkomende gevallen adviseren en ondersteunen van de Nederlandse bevoegde autoriteit voor het voeren van Mutual agreement procedures.3

5. Werkterrein van de CGVP

Het werkterrein van de CGVP betreft onder meer (geen limitatieve opsomming) de beoordeling of de uitvoering van:

  • de onderwerpen die worden benoemd in het Verrekenprijsbesluit 2022 en alle opvolgende versies;

  • transacties tussen gelieerde lichamen waarbij een standpuntbepaling precedentwerking kan hebben of opgevat kan worden als (een begin van) beleid;

  • transacties tussen gelieerde lichamen die mogelijk kunnen leiden tot grondslaguitholling of winstverschuiving;

  • verrekenprijsonderzoeken, zowel wanneer transacties met binnenlandse als met buitenlandse concernonderdelen plaatsvinden (waaronder begrepen de beslissing wel of geen onderzoek in te stellen);

  • overdrachten van activiteiten, activa (waaronder immateriële vaste activa) en passiva binnen concernverband, waaronder zogenaamde ‘business restructurings’, inclusief de daarbij behorende waarderingsproblematiek;

  • verzoeken van belastingplichtigen aan de inspecteur om een corresponderende correctie op het gebied van verrekenprijzen aan te brengen naar aanleiding van een (voorgenomen) correctie die aangebracht is bij een gelieerd lichaam in een andere Staat;

  • verzoeken om zekerheid vooraf over de omvang van de documentatieverplichting van art. 8b, derde lid Wet Vpb 1969;

  • vragen over de uitleg of interpretatie van artikel 29b-29h, 34f, 34g Wet Vpb 1969 over aanvullende documentatieverplichtingen (landenrapport, groepsdossier en lokaal dossier). Daarnaast beoordeelt de CGVP deze documentatie;

  • toepassing van de artikelen 8ba-8bd en 35 Wet Vpb 1969 en de Wet Minimumbelasting 2024, voor zover het de uitleg en toepassing van het arm’s-lengthbeginsel betreft.

6. Werkwijze van de CGVP

Medewerkers van de Belastingdienst melden bij de CGVP gevallen waarbij een standpuntbepaling precedentwerking kan hebben of opgevat kan worden als (een begin van) beleid en de gevallen een relatie hebben met de verantwoordelijkheid van de CGVP (zie onderdeel 3) in het algemeen of haar werkterrein (zie onderdeel 5) in het bijzonder. De CGVP ondersteunt de medewerkers bij de behandeling van het aangemelde geval en geeft zo nodig bindend advies.

Een uitzondering op deze werkwijze geldt wanneer een geval onderdeel is van een verzoek tot vooroverleg waarvoor het Behandelteam IFZ is aangewezen als eerste behandelaar op grond van het Besluit vooroverleg rulings met een internationaal karakter. Bij een dergelijk geval stemt het Behandelteam IFZ met de CGVP de mogelijke beleidsmatige aspecten af die samenhangen met het verzoek en die nog niet eerder als beleid zijn gepubliceerd.

De CGVP brengt door tussenkomst van de Corporate Dienst Vaktechniek regelmatig verslag uit van zijn werkzaamheden aan de Concerndirectie Fiscale en Juridische Zaken (FJZ). FJZ informeert de directeur-generaal Belastingdienst en de directeur-generaal voor Fiscale Zaken. Ook informeert de CGVP de Directie Grote Ondernemingen en de Directie Midden- en Kleinbedrijf van de Belastingdienst actief over de voortgang van haar werkzaamheden.

7. Samenstelling van de CGVP

De voorzitter van de CGVP ressorteert onder de Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek. De overige leden van de CGVP maken deel uit van de Directie Grote Ondernemingen en de Directie Midden- en Kleinbedrijf.

Voor de uitvoering van haar taken heeft de CGVP naast een voorzitter en een secretaris vijf regionale coördinatoren, een coördinator Country-by-Country Reporting, een coördinator bij het Behandelteam IFZ en een netwerk van leden op de kantoren.

Medewerkers van de Belastingdienst kunnen de gegevens van de leden van de CGVP raadplegen op het intranet.

Het secretariaat van de CGVP is te bereiken via: CGVP@belastingdienst.nl.

Het Country-by-Country Reporting team van de CGVP is te bereiken via: CBC-reporting@belastingdienst.nl

8. Ingetrokken regeling

Het volgende besluit is ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:

9. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

10. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instelbesluit CGVP 2026

11. Publicatie en ondertekening

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 20 januari 2026

De Staatssecretaris van Financiën, namens deze, M.C. de Graaf, Waarnemend hoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken


X Noot
1

De verantwoordelijkheid voor de uitleg van de artikelen 8ba-8bd en 35 van de Wet Vpb 1969 in het algemeen ligt bij de kennisgroep bijzondere winstbepalingen Vpb.

X Noot
2

De verantwoordelijkheid voor de uitleg van de Wet Minimumbelasting 2024 in het algemeen ligt bij de sub-kennisgroep Pijler 2.

X Noot
3

Zie Besluit Onderlinge overlegprocedures onderdeel 5.3.


X Noot
1

De verantwoordelijkheid voor de uitleg van de artikelen 8ba-8bd en 35 van de Wet Vpb 1969 in het algemeen ligt bij de kennisgroep bijzondere winstbepalingen Vpb.

X Noot
2

De verantwoordelijkheid voor de uitleg van de Wet Minimumbelasting 2024 in het algemeen ligt bij de sub-kennisgroep Pijler 2.

X Noot
3

Zie Besluit Onderlinge overlegprocedures onderdeel 5.3.

Naar boven