Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 18 juni 2026, nr. IENW/BSK-2026/104865, houdende wijziging van de Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak in verband met de verlenging van de termijn waarbinnen de regeling vervalt [Keten-ID WGK029181]

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 4.3 jo. artikel 23.6a. van de Omgevingswet en artikel 9.2.2.6 van de Wet milieubeheer;

BESLUIT:

ARTIKEL I

In artikel 4, tweede lid, van de Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak wordt ‘twaalf maanden’ vervangen door ‘achttien maanden’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.W.H. Bertram

TOELICHTING

Met deze wijzigingsregeling wordt de geldingsduur van de Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht toepassing LD- en ELO-staalslak1 (hierna: Tijdelijke regeling) met zes maanden verlengd.

Daar de onderzoeken van het RIVM ten aanzien van de mogelijke risico’s omtrent het toepassen van staalslak nog niet zijn afgerond, de verschillende ingezette actielijnen ten aanzien van staalslak nog lopende zijn en de op basis van deze onderzoeken en actielijnen te nemen maatregelen nog moeten worden geïmplementeerd2 is het noodzakelijk gebruik te maken van de mogelijkheid die artikel 23.6a., tweede lid, van de Omgevingswet (Ow) biedt om de Tijdelijke regeling met zes maanden te verlengen. Daartoe is de in artikel 4, tweede lid, van de Tijdelijke regeling genoemde vervaltermijn van twaalf maanden vervangen door achttien maanden.

Voor een toelichting op de inhoud en achtergronden van de Tijdelijke regeling kan worden verwezen naar de toelichting bij die regeling.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026. Bij de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding is afgeweken van de minimuminvoeringstermijn van 2 maanden (AR 4.17, vierde lid). De reden van deze afwijking is dat hiermee, gelet op de doelgroep, aanmerkelijke ongewenste publieke nadelen worden voorkomen (AR 4.17, vijfde lid, onderdeel a). Spoedige inwerkingtreding is noodzakelijk om de geldingsduur van de Tijdelijke regeling tijdig te verlengen, om daarmee de risico’s voor de bodem, de gezondheid van de mens en het milieu die zich voordoen bij het toepassen van staalslak te ondervangen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.W.H. Bertram


X Noot
2

Kamerstukken II 2025-26, 30 015, nr. 152.


X Noot
2

Kamerstukken II 2025-26, 30 015, nr. 152.

Naar boven