Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 20 januari 2026, nr. OVO/54843681, tot wijziging van de Subsidieregeling beproeven examenprogramma’s in verband met het openstellen van een subsidietijdvak voor tranche 1b

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikelen 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

ARTIKEL I. WIJZIGING SUBSIDIEREGELING BEPROEVEN EXAMENPROGRAMMA’S

De Subsidieregeling beproeven examenprogramma’s wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1 komt de begripsbepaling van ‘conceptexamenprogramma’ te luiden: conceptexamenprogramma, gepubliceerd op de website slo.nl, voor een vak, genoemd in bijlage 1 of bijlage 2 van deze regeling;

B

Na artikel 1.2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1.3. Toepassing navolgende bepalingen

  • 1. Paragraaf 2 van hoofdstuk 2, hoofdstuk 3 en paragraaf 2 van hoofdstuk 4 zijn uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid.

  • 2. Paragraaf 3 van hoofdstuk 2, hoofdstuk 3a en paragraaf 3 van hoofdstuk 4 zijn uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid.

C

Voor artikel 2.1 wordt een opschrift ingevoegd, luidende:

§ 1. Subsidieverstrekking: algemene bepalingen

D

Artikel 2.1, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De minister kan voor het schooljaar 2026–2027 aan een bevoegd gezag van een vestiging subsidie verstrekken voor het beproeven van conceptexamenprogramma’s van vakken door middel van een try-out, als onderdeel van het onderwijsprogramma voor leerlingen van de schoolsoorten en leerwegen, genoemd in bijlage 2.

E

Na artikel 2.1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.1a. Subsidieaanvraag

  • 1. Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl.

  • 2. In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling bevat de aanvraag:

    • a. de gegevens van het bevoegd gezag;

    • b. het in RIO geïdentificeerde zescijferige nummer van de vestiging waarvoor de aanvraag wordt ingediend;

    • c. de contactgegevens van een contactpersoon van de vestiging die betrokken zal zijn bij het beproeven; en

    • d. het vak en de schoolsoort of leerweg, genoemd in de van toepassing zijnde bijlage, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

F

Voor artikel 2.2 wordt een opschrift ingevoegd, luidende:

§ 2. Specifieke bepalingen tranche 1a

G

In artikel 2.2 vervallen het derde en vierde lid, onder vernummering van het vijfde lid tot derde lid.

H

Artikel 2.3 komt te luiden:

Artikel 2.3. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 2.1, eerste lid, is ten hoogste een bedrag beschikbaar van € 5.250.000.

I

Na artikel 2.4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.5. Weigeringsgrond

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in ieder geval geweigerd, indien de kwaliteit van het onderwijs van de schoolsoort of leerweg van de vestiging waarvoor subsidie wordt aangevraagd als ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’ is beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs op peildatum 25 november 2024.

J

Na artikel 2.5 (nieuw) wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 3. Specifieke bepalingen tranche 1b

Artikel 2.6. Subsidieaanvraag
  • 1. Een bevoegd gezag kan per vestiging ten hoogste drie aanvragen voor subsidie indienen, elk voor het beproeven van een conceptexamenprogramma van een afzonderlijk vak, bedoeld in bijlage 2, binnen een in die bijlage vermelde schoolsoort of leerweg.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid worden de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo alsmede de gemengde leerweg en de theoretische leerweg van het vmbo beschouwd als één leerweg, en wordt de combinatie van havo en vwo bij het vak biologie, bedoeld in bijlage 2, beschouwd als één schoolsoort.

  • 3. Een subsidieaanvraag kan worden ingediend van 2 februari 2026 tot en met 2 maart 2026.

  • 4. Aanvragen ingediend na afloop van het aanvraagtijdvak, bedoeld in het tweede lid, worden afgewezen.

Artikel 2.7. Subsidieplafond

Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 2.1, tweede lid, is ten hoogste een bedrag beschikbaar van € 2.290.000.

Artikel 2.8. Subsidiebedrag
  • 1. De subsidie bedraagt per aanvraag:

    • a. € 35.000 voor de vakken biologie, natuurkunde of scheikunde, bedoeld in bijlage 2;

    • b. € 20.000 voor de vakken Russische taal en cultuur, Arabische taal en cultuur, Turkse taal en cultuur, of Spaans compact, bedoeld in bijlage 2.

  • 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de subsidie per aanvraag € 20.000 voor het vak scheikunde, bedoeld in bijlage 2, voor zover het de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo betreft.

  • 3. Het subsidiebedrag voor een aanvrager op Caribisch Nederland wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 2.9. Weigeringsgrond

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in ieder geval geweigerd, indien de kwaliteit van het onderwijs van de schoolsoort of leerweg van de vestiging waarvoor subsidie wordt aangevraagd als ‘zeer zwak’ is beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs op peildatum 1 december 2025.

K

Aan het opschrift van hoofdstuk 3 wordt toegevoegd ‘tranche 1a’.

L

Na artikel 3.7 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 3a. Wijze van verdeling tranche 1b

Artikel 3.8. Wijze van verdeling beschikbare middelen: algemeen
  • 1. Per vak, genoemd in bijlage 2, is voor elke schoolsoort of leerweg ten hoogste het aantal plekken beschikbaar dat in die bijlage bij het betreffende vak is vermeld.

  • 2. De volledige aanvragen worden na afloop van de aanvraagtermijn per vak op volgorde van binnenkomst gerangschikt en verdeeld over de beschikbare plekken, vermeld in bijlage 2, waarbij per vak plek is voor maximaal één vestiging van een vso-school en met dien verstande dat voorrang wordt gegeven aan de eerste subsidiabele aanvraag uit elke provincie, van een in de betreffende provincie gelegen vestiging.

Artikel 3.9. Wijze van verdeling biologie, natuurkunde of scheikunde
  • 1. Indien de verdeling, bedoeld in artikel 3.8, ertoe leidt dat voor de vakken biologie, natuurkunde of scheikunde, genoemd in bijlage 2, een of meer beschikbare plekken onvervuld blijven, voegt de minister die plek of plekken voor het betreffende vak toe aan een andere schoolsoort of leerweg.

  • 2. Ingeval van toepassing van het eerste lid heeft bij het vak:

    • a. biologie, bedoeld in bijlage 2, voor zover het onvervulde plekken betreft voor:

      • 1°. vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg: vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op havo en vwo;

      • 2°. vmbo met gemengde en theoretische leerweg: vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg voorrang op havo en vwo;

      • 3°. havo en vwo: vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg;

    • b. natuurkunde, bedoeld in bijlage 2, voor zover het onvervulde plekken betreft voor:

      • 1°. vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg:

        • vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op havo en vwo; en

        • havo voorrang op vwo;

      • 2°. vmbo met gemengde en theoretische leerweg:

        • vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg voorrang op havo en vwo; en

        • havo voorrang op vwo;

      • 3°. havo:

        • vwo voorrang op vmbo; en

        • vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg;

      • 4°. vwo:

        • havo voorrang op vmbo; en

        • vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg;

    • c. scheikunde, bedoeld in bijlage 2, voor zover het onvervulde plekken betreft voor:

      • 1°. vmbo met gemengde en theoretische leerweg: havo voorrang op vwo;

      • 2°. havo: vwo voorrang op vmbo met gemengde en theoretische leerweg;

      • 3°. vwo: havo voorrang op vmbo met gemengde en theoretische leerweg.

Artikel 3.10. Wijze van verdeling Russische taal en cultuur
  • 1. Indien voor het vak Russische taal en cultuur, bedoeld in bijlage 2, meer subsidiabele aanvragen worden ingediend dan kunnen worden toegekend, wordt, onverminderd artikel 3.8, tweede lid, voorrang verleend aan vestigingen waar dit vak zal worden beproefd in zowel het havo als het vwo.

  • 2. Indien de verdeling, bedoeld in artikel 3.8, ertoe leidt dat voor het vak Russische taal en cultuur, genoemd in bijlage 2, een beschikbare plek onvervuld blijft, voegt de minister die plek op basis van loting toe aan het vak Arabische taal en cultuur, genoemd in bijlage 2, of het vak Turkse taal en cultuur, genoemd in bijlage 2.

Artikel 3.11. Wijze van verdeling Arabische taal en cultuur of Turkse taal en cultuur
  • 1. Indien voor de vakken Arabische taal en cultuur en Turkse taal en cultuur, bedoeld in bijlage 2, meer subsidiabele aanvragen worden ingediend dan kunnen worden toegekend, wordt, onverminderd artikel 3.8, tweede lid, voor wat betreft de plek die beschikbaar is ongeacht het vak dan wel de leerweg of schoolsoort daarvan, op basis van loting bepaald aan welke van de twee vakken die plek wordt toebedeeld.

  • 2. Indien na een loting als bedoeld in het eerste lid nog steeds sprake is van meer dan één subsidiabele aanvraag, wordt, onverminderd artikel 3.8, tweede lid, voorrang verleend aan aanvragen van vestigingen waar het vak zal worden beproefd in een combinatie van schoolsoorten of leerwegen, waarbij:

    • a. een combinatie van havo en vwo prevaleert boven een combinatie van vmbo en havo;

    • b. een combinatie van alle leerwegen van het vmbo prevaleert boven een combinatie van vmbo en havo of een combinatie van havo en vwo; en

    • c. een combinatie van vmbo, havo en vwo prevaleert boven een combinatie van alle leerwegen van het vmbo.

  • 3. Indien de verdeling, bedoeld in artikel 3.8, ertoe leidt dat voor een schoolsoort of leerweg bij de vakken Arabische taal en cultuur en Turkse taal en cultuur, genoemd in bijlage 2, een beschikbare plek onvervuld blijft, voegt de minister die plek toe aan de andere schoolsoort of leerweg van het betreffende vak.

  • 4. Een plek voor het vak Arabische taal en cultuur, bedoeld in bijlage 2, die na toepassing van het derde lid onvervuld blijft, voegt de minister toe aan het vak Turkse taal en cultuur, genoemd in bijlage 2, en vice versa, met dien verstande dat daarbij voorrang wordt gegeven aan de corresponderende schoolsoort of leerweg.

Artikel 3.12. Wijze van verdeling Spaans compact
  • 1. Indien voor het vak Spaans compact, bedoeld in bijlage 2, meer subsidiabele aanvragen worden ingediend dan kunnen worden toegekend, wordt, onverminderd artikel 3.8, tweede lid, voorrang verleend aan aanvragen van vestigingen waar dit vak zal worden beproefd in zowel het havo als het vwo.

  • 2. Indien de verdeling, bedoeld in artikel 3.8, ertoe leidt dat voor een schoolsoort bij het vak Spaans compact, genoemd in bijlage 2, een beschikbare plek onvervuld blijft, voegt de minister die plek toe aan de andere schoolsoort van het betreffende vak.

Artikel 3.13. Nadere voorwaarden voor toevoeging van onvervulde plekken

Toevoegingen als bedoeld in dit hoofdstuk aan een ander vak of aan een andere schoolsoort of leerweg van hetzelfde vak, vinden plaats:

  • a. uitsluitend voor zover voor dat andere vak onderscheidenlijk de andere schoolsoort of leerweg van dat zelfde vak meer subsidiabele aanvragen zijn ingediend dan kunnen worden toegekend; en

  • b. onverminderd de bepalingen omtrent voorrang.

Artikel 3.14. Gevolgen afzien van beproeven concepteindexamenprogramma

Indien een subsidieontvanger in de periode tussen de subsidieverlening en de start van het schooljaar 2026–2027 aan de minister meldt af te zullen zien van het beproeven van een conceptexamenprogramma’s van een of meer vakken,

  • a. trekt de minister de subsidieverlening voor dat vak of die vakken in op grond van artikel 4:48, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • b. komt het de daarmee samenhangende subsidiebedrag beschikbaar voor verstrekking van subsidie voor aanvragen die zijn afgewezen wegens het overschrijden van het subsidieplafond; en

  • c. wijst de minister aanvragen als bedoeld in onderdeel b alsnog toe, een en ander:

    • 1°. voor zover dat naar diens oordeel doelmatig is met oog op de resterende voorbereidingstijd voor het beproeven;

    • 2°. op basis van de oorspronkelijke rangschikking;

    • 3°. zolang de middelen toereikend zijn; en

    • 4°. bij herziening van het oorspronkelijke afwijzende besluit.

Artikel 3.15. Loting

In de gevallen waarin ten aanzien van een beschikbare plek als bedoeld in bijlage 2 na toepassing van de in dit hoofdstuk opgenomen verdelingscriteria niet valt te komen tot een selectie tussen bepaalde aanvragen, beslist de minister daaromtrent op basis van loting.

M

Voor artikel 4.1 wordt een opschrift ingevoegd, luidende:

§ 1. Algemeen

N

Artikel 4.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift komt te luiden: ‘Artikel 4.1. Verplichtingen algemeen’.

2. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘het schooljaar 2025–2026’ vervangen door ‘het schooljaar waarop de subsidie betrekking heeft’.

3. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Aan de verplichtingen, genoemd in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, is voldaan indien aan minimaal 80% van de door SLO georganiseerde bijeenkomsten en activiteiten is deelgenomen.

4. De leden drie tot en met vijf vervallen.

O

Na artikel 4.1 worden twee paragrafen ingevoegd, luidende:

§ 2. Specifieke verplichtingen tranche 1a

Artikel 4.1a. Specifieke verplichtingen tranche 1a
  • 1. In afwijking van artikel 4.1, het eerste lid, onderdeel d, wordt aan een bevoegd gezag van een vestiging die de vakken Chinees of Fries, bedoeld in bijlage 1, beproeft, de verplichting opgelegd dat gedurende de subsidieperiode voor het betreffende vak één leraar beschikbaar wordt gesteld voor materiaalontwikkeling op basis van het conceptexamenprogramma, de voorbereiding en het geven van onderwijs op basis van het conceptexamenprogramma aan de leerlingen die het vak volgen en voorbereiding van en deelname aan de door SLO georganiseerde bijeenkomsten. Artikel 4.1. tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 2. In aanvulling op artikel 4.1, eerste lid, wordt aan de subsidieontvanger die het vak klassieke talen: Grieks of het vak klassieke talen: Latijn beproeft, bedoeld in bijlage 1, de verplichting opgelegd dat het conceptexamenprogramma wordt beproefd bij ten minste vijftien leerlingen uit de bovenbouw, uitgezonderd het zesde leerjaar van het vwo.

  • 3. In aanvulling op artikel 4.1, eerste lid, wordt aan de subsidieontvanger die de vakken wiskunde maatschappij, wiskunde natuur, wiskunde 1, NLT of O&O beproeft, bedoeld in bijlage 1, de verplichting opgelegd dat het conceptexamenprogramma wordt beproefd bij ten minste twintig leerlingen uit de bovenbouw.

§ 3. Specifieke verplichtingen tranche 1b

Artikel 4.1b. Leerlingaantallen

In aanvulling op artikel 4.1, eerste lid, wordt aan de subsidieontvanger de verplichting opgelegd ten minste het navolgende aantal leerlingen te selecteren voor het beproeven van het conceptexamenprogramma van het vak:

  • a. biologie, bedoeld in bijlage 2, in:

    • 1°. de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo: tien uit het vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg en vijftien uit het vierde leerjaar van de kaderberoepsgerichte leerweg;

    • 2°. de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo: dertig uit het vierde leerjaar;

    • 3°. het havo en het vwo: vijftien uit het vijfde leerjaar van het havo en vijftien uit het vijfde leerjaar van het vwo;

  • b. natuurkunde, bedoeld in bijlage 2, in:

    • 1°. de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo: tien uit het derde leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg en tien uit het derde leerjaar van de kaderberoepsgerichte leerweg;

    • 2°. de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo: twintig uit het derde leerjaar;

    • 3°. het havo: twintig uit het vierde leerjaar;

    • 4°. het vwo: twintig uit het vijfde leerjaar;

  • c. scheikunde, bedoeld in bijlage 2, in:

    • 1°. de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo: tien uit het vierde leerjaar;

    • 2°. het havo: twintig uit het vijfde leerjaar;

    • 3°. het vwo: twintig uit het zesde leerjaar;

  • d. Russische taal en cultuur, bedoeld in bijlage 2: vijf leerlingen uit de bovenbouw;

  • e. Arabische taal en cultuur, bedoeld in bijlage 2: vijf leerlingen uit de bovenbouw;

  • f. Turkse taal en cultuur, bedoeld in bijlage 2: vijf leerlingen uit de bovenbouw;

  • g. Spaans compact, bedoeld in bijlage 2, in:

    • 1°. het havo: tien uit het vijfde leerjaar;

    • 2°. het vwo: tien uit het zesde leerjaar.

Artikel 4.1c. Afwijkend aantal leraren

In afwijking van artikel 4.1, eerste lid, onderdeel d, mag de subsidieontvanger ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in die bepaling, volstaan met de terbeschikkingstelling van één leraar, voor zover het de navolgende vakken, bedoeld in bijlage 2, betreft:

  • a. scheikunde in de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo;

  • b. Russische taal en cultuur;

  • c. Arabische taal en cultuur;

  • d. Turkse taal en cultuur;

  • e. Spaans compact.

Artikel 4.1d. Biologie en natuurkunde: verdeling leraren over bb/kb en havo/vwo

Van de twee leraren die de subsidieontvanger op grond van artikel 4.1, eerste lid, onderdeel d, ter beschikking stelt ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in die bepaling, geeft er, voor wat betreft het vak:

  • a. biologie, bedoeld in bijlage 2,

    • 1°. in de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo: één les in dat vak in de basisberoepsgerichte leerweg en één in de kaderberoepsgerichte leerweg;

    • 2°. in het havo en vwo: één les in dat vak in het havo en één op de basisberoepsgerichte leerweg en één in het vwo;

  • b. natuurkunde, bedoeld in bijlage 2, in de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo: één les in dat vak in de basisberoepsgerichte leerweg en één in de kaderberoepsgerichte leerweg.

P

Voor artikel 4.2 wordt een opschrift ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 4a. Verlening, betaling, besteding en verantwoording

Q

In artikel 4.2 wordt ‘uiterlijk 30 mei 2025’ vervangen door ‘binnen 13 weken’.

R

Na artikel 4.2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 4.2a. Wijze van verstrekking: verlening en vaststelling

In afwijking van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de Kaderregeling geschiedt de subsidieverstrekking door middel van voorafgaande verlening, gevolgd door vaststelling na afloop van de activiteiten.

S

In artikel 4.3 vervalt het eerste lid alsmede de aanduiding «2.» voor het tweede lid.

T

Het opschrift van bijlage 1 komt te luiden:

Bijlage 1. Aantal plekken per conceptexamenprogramma (tranche 1a)

Behorende bij artikel 2.1, eerste lid, van de Subsidieregeling beproeven examenprogramma’s

U

Na bijlage 1 wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage 2. Aantal plekken per conceptexamenprogramma (tranche 1b)

Behorende bij artikel 2.1, tweede lid, van de Subsidieregeling beproeven examenprogramma’s

Plekken per conceptexamenprogramma 2026–2027

Categorie 1: natuurwetenschappelijke vakken

 

vmbo bb/kb1

vmbo gl/tl2

havo

en

vwo

havo

vwo

totaal

Biologie

12

6

6

24

Natuurkunde

12

6

3

3

24

Scheikunde

10

3

3

16

X Noot
1

Vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg.

X Noot
2

Vmbo met gemengde en theoretische leerweg.

Categorie 2: moderne vreemde talen met zowel schoolexamen als centraal examen

 

vmbo bb/kb1

of

vmbo gl/tl2

havo

of

vwo

vmbo bb/kb1

of

vmbo gl/tl2

of

havo

of

vwo

totaal

Russische taal en cultuur

1

6

Arabische taal en cultuur

1

1

1

Turkse taal en cultuur

1

1

X Noot
1

Vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg.

X Noot
2

Vmbo met gemengde en theoretische leerweg.

Categorie 3: moderne vreemde talen met enkel schoolexamen

 

vmbo bb/kb1

vmbo gl/tl2

havo

vwo

totaal

Spaans compact

2

2

4

X Noot
1

Vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg.

X Noot
2

Vmbo met gemengde en theoretische leerweg.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting en bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K.M. Becking

TOELICHTING

Algemeen

In opdracht van het Ministerie van OCW actualiseert SLO, het landelijk expertisecentrum voor het curriculum, de examenprogramma’s in het vmbo, havo en vwo. De bijstelling van de examenprogramma’s start niet voor alle vakken op hetzelfde moment. Er wordt gewerkt in verschillende tranches waarin conceptexamenprogramma’s worden beproefd:

  • schooljaar 2024/2025 (tranche 0): Wiskunde vmbo

  • schooljaar 2025/2026 (tranche 1a): Nederlands, Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Chinees, Maatschappijleer, Fries, Klassieke Talen: Grieks, Klassieke Talen: Latijn, O&O, NLT, Wiskunde Maatschappij, Wiskunde Natuur, Wiskunde 1

  • schooljaar 2026/2027 (tranche 1b): Biologie, Natuurkunde, Scheikunde, Russische taal en cultuur, Arabische taal en cultuur, Turkse taal en cultuur, Spaans in compacte vorm

  • schooljaar 2027/2028 (tranche 2a): vakken die vallen onder de leergebieden Bewegen & Sport, Kunst & Cultuur, Mens en Maatschappij (m.u.v. Maatschappijleer)

  • schooljaar 2028/2029 (tranche 2b): Informatica, Maatschappijkunde/Maatschappijwetenschappen

In de fase van beproeven worden de conceptexamenprogramma’s in de praktijk getoetst op consistentie, bruikbaarheid en effectiviteit. Op 24 januari 2025 is de Subsidieregeling beproeven examenprogramma’s gepubliceerd (Stcrt. 2025, 3160). Deze biedt de grondslag voor het verstrekken van een financiële bijdrage aan scholen die in het schooljaar 2025–2026 zijn gestart met het beproeven van de conceptexamenprogramma’s van de vakken in tranche 1a1. Nu deze activiteiten goed lopen, zijn voorbereidingen getroffen voor het beproeven van de conceptexamenprogramma’s van de vakken van tranche 1b, in schooljaar 2026–2027. Ook voor deze (deel)tranche zijn middelen beschikbaar. Met deze wijzigingsregeling is voorzien in de benodigde voorschriften voor de nieuwe subsidieronde. De wijziging zorgt voor een duidelijke indeling waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de bepalingen voor subsidies in schooljaar 2025–2026 (tranche 1a) en subsidies in schooljaar 2026–2027(tranche 1b). In de artikelsgewijze toelichting wordt duidelijk gemaakt welke bepalingen zijn toegevoegd voor de subsidieaanvragen voor de nieuwe periode en de voorwaarden en verplichtingen die daarbij gelden.

Doel van de wijzigingsregeling

SLO heeft per vak in samenwerking met de vakvernieuwingscommissies bepaald op hoeveel vestigingen de vakken beproefd moeten worden. Voor het beproeven van de vakken van tranche 1b zijn 74 schoolvestigingen nodig. Eén vestiging kan ook meerdere examenprogramma’s beproeven. Het uiteindelijke aantal vestigingen dat subsidie ontvangt zou dus minder dan 74 kunnen zijn.

Om een gewijzigd examenprogramma te beproeven heeft een school extra budget nodig, voor onder andere deelname aan bijeenkomsten, monitoring- en kennisdelingsactiviteiten, het ontwikkelen van les- en toetsmaterialen en vervanging van onderwijzend personeel. Om scholen in staat te stellen die examenprogramma’s te beproeven voorziet OCW de scholen via een subsidieregeling van extra financiële middelen.

Regeldruk

Bij het opstellen van de subsidieregeling is in het oog gehouden dat de regeling geen onnodige regeldruk mag veroorzaken. Voor deze subsidieregeling is daarom een eenvoudige aanvraagprocedure beschikbaar, waarbij vestigingen begeleid worden in de gegevens die zij moeten invullen. DUS-I stelt een digitaal aanvraagformulier beschikbaar waarin een deel van de gegevens vooraf is ingevuld.

Algemeen geldt dat met name het proces voorafgaand aan het indienen van de aanvraag een tijdsinvestering van de vestiging vraagt en belangrijk is. De vestiging moet kennis nemen van de voorwaarden en verplichtingen in de regeling en intern tot overeenstemming komen over deelname aan het beproeven. Om de regeldruk zo laag mogelijk te houden, wordt niet om een activiteitenplan gevraagd. Dit is bij het beproeven ook niet aan de orde, omdat de activiteiten en de begeleiding grotendeels vorm worden gegeven door SLO. Het bevoegd gezag vraagt subsidie aan voor de vestigingen en kan maximaal drie aanvragen per vestiging indienen. Na afloop van de subsidieperiode verantwoorden vestigingen via de jaarverslaggeving. Bij een afwijking van één van de verplichtingen meldt het bevoegd gezag dit gedurende de subsidieperiode bij de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I).

Voor het kennisnemen van de voorwaarden, mogelijkheden, subsidiabele activiteiten en verplichtingen van de subsidieregeling wordt de tijdsinvestering geraamd op twee uur. Voor het indienen van één of meerdere subsidieaanvragen wordt de tijdsinvestering geschat op één uur per aanvraag. Per vestiging kunnen maximaal drie subsidieaanvragen worden ingediend. De tijdsinvestering voor de verantwoording door middel van het jaarverslag wordt geschat op één uur in totaal per vestiging. Verantwoording moet per aanvraag worden ingediend, maar kan wel voor alle aanvragen tegelijkertijd worden voorbereid. Daarom is hier een totaal van één uur voor opgenomen.

De verwachting is dat ongeveer 200 schoolvestigingen subsidie aanvragen. Het kennisnemen van de subsidieregeling hoeft maar één keer plaats te vinden. OCW gaat uit van een uurtarief van € 54,– voor hoogopgeleide medewerkers. In onderstaande tabel is opgenomen wat de tijdsinvestering en de frequentie betekenen voor het totaal aan regeldrukkosten.

Activiteit

Tijd

Aantal scholen

Frequentie

Totaal uren per activiteit

Kennisnemen van de regeling

2 uur

200

1

400

Aanvraag indienen

1 uur

200

3

600

Verantwoording

1 uur

200

1

200

     

Totaal uren

1.200

     

Uurtarief

€ 54

     

Regeldrukkosten

€ 64.800

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

In verband met het toevoegen van tranche 1b, is er een tweede bijlage vastgesteld. De begripsbepaling van ‘conceptexamenprogramma’ is hierop aangepast, door toevoeging van een verwijzing naar bijlage 2. Daarnaast is een onvolkomenheid hersteld: waar de oorspronkelijke redactie van de begripsbepaling leek te suggereren dat de inhoudelijke conceptexamenprogramma’s waren vastgesteld in de bijlage bij de regeling, wordt nu verwezen naar de daadwerkelijke vindplaats ervan, namelijk de website van SLO.

Onderdeel B

Om de regeling overzichtelijk en begrijpelijk te houden, is ervoor gekozen daarin een gelaagde structuur aan te brengen. Dat houdt in dat de regeling is opgebouwd uit algemene bepalingen die gelden voor zowel tranche 1a als tranche 1b en specifieke bepalingen die alleen voor tranche 1a of voor tranche 1b gelden. Het nieuwe artikel 1.3 regelt de reikwijdte door voor beide (deel)tranches te verwijzen naar de desbetreffende hoofdstukken of paragrafen.

Onderdeel C

De invoeging van dit opschrift houdt verband met de nieuwe gelaagde structuur van de regeling.

Onderdeel D

Met het nieuwe tweede lid van artikel 2.1 is de grondslag gecreëerd voor de subsidieverstrekking door de minister voor het beproeven van conceptexamenprogramma’s van schoolvakken voor het schooljaar 2026–2027. In de nieuwe bijlage 2 van de regeling staat weergegeven om welke schoolvakken het gaat en voor welke leerlingen van welke schoolsoorten en leerwegen de subsidie betrekking op heeft.

Het voorschrift in de oorspronkelijke tweede lid is, vanwege de nieuwe gelaagde structuur, verplaatst naar het nieuwe artikel 2.5.

Onderdeel E

In artikel 2.2 was een aantal formele eisen en procedurevoorschriften opgenomen die betrekking hebben op (het indienen van) de subsidieaanvraag. De eisen die zowel voor tranche 1a als voor tranche 1b relevant zijn (en dus een algemeen karakter hebben), zijn opgenomen in het nieuwe artikel 2.1a. Dit artikel geldt zowel voor het aanvragen van subsidie voor het beproeven van conceptexamenprogramma’s in tranche 1a als in tranche 1b, waarbij zij opgemerkt dat de bepaling voor wat betreft tranche 1a materieel uitgewerkt is. De (bestaande) specifieke eisen en procedurevoorschriften die uitsluitend voor tranche 1a gelden, zijn gehandhaafd in artikel 2.2 en voor tranche 1b zijn nieuwe specifieke eisen en procedurevoorschriften opgenomen in het nieuwe artikel 2.6.

Onderdeel F

De invoeging van dit opschrift houdt verband met de nieuwe gelaagde structuur van de regeling.

Onderdeel G

Het vervallen van het derde en vierde lid van artikel 2.2 houdt verband met de aanpassingen die zijn aangebracht met onderdeel E.

Onderdeel H

Voor tranche 1a was in artikel 2.3 een subsidieplafond van € 5.250.000 vastgesteld. Vanwege de nieuwe gelaagde structuur van de regeling is dit artikel aangepast aan het gewijzigde artikel 2.1, zodanig dat het genoemde plafond nadrukkelijk gekoppeld is aan de subsidies voor tranche 1a en niet aan die voor tranche 1b. Met de overige redactionele verschillen ten opzichte van de oorspronkelijke bepaling zijn geen inhoudelijke aanpassingen beoogd. Doordat artikel 2.3 uitsluitend betrekking heeft op tranche 1a, is het materieel reeds uitgewerkt.

Onderdeel I

Zie de toelichting op onderdeel D. Inhoudelijk is deze verplaatste bepaling ongewijzigd gebleven. Doordat het een weigeringsgrond betreft die uitsluitend betrekking heeft op tranche 1a, is dit voorschrift materieel reeds uitgewerkt.

Onderdeel J

De nieuwe paragraaf 3 heeft (uitsluitend) betrekking op de subsidies voor het beproeven van conceptexamenprogramma’s in tranche 1b.

Artikel 2.6

De mogelijkheid om voor een en dezelfde vestiging meerdere subsidieaanvragen in te dienen, is niet onbeperkt: op grond van het eerste lid geldt een maximum van drie aanvragen. Per aanvraag kan maar voor één vak subsidie aangevraagd worden. Wanneer een bevoegd gezag besluit meer dan één aanvraag in te dienen, zal elke afzonderlijke aanvraag bovendien betrekking moeten hebben op het beproeven van een concepteindexamenprogramma van een ander vak. Het is dus niet mogelijk om één aanvraag in te dienen voor twee of drie dezelfde vakken, en ook niet om meerdere aanvragen in te dienen voor een en hetzelfde vak. Wat wel kan, is subsidie aanvragen voor het beproeven van een concepteindexamenprogramma van een vak binnen verschillende schoolsoorten of leerwegen van dezelfde vestiging. Het beproeven hoeft zich dus niet te beperken tot één schoolsoort of leerweg die de vestiging heeft. Voor wat betreft het vmbo geldt een specifiek voorschrift: vanwege de sterke samenhang van basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg worden die leerwegen in het kader van de regeling beschouwd als een en dezelfde leerweg (zie het tweede lid). Er kan dus geen aanvraag worden ingediend voor het beproeven van een concepteindexamenprogramma van een vak enkel binnen de basisberoepsgerichte leerweg of enkel binnen de kaderberoepsgerichte leerweg; het beproeven dient voor die leerwegen steeds binnen beide leerwegen plaats te vinden. Dezelfde systematiek geldt voor de gemengde leerweg en de theoretische leerweg binnen het vmbo. Bij het vak biologie geldt iets vergelijkbaars voor het havo en het vwo: die worden daar beschouwd als één schoolsoort. Er kan dus geen aanvraag worden ingediend voor het beproeven van het concepteindexamenprogramma biologie enkel binnen het havo of enkel binnen het vwo; het beproeven dient steeds binnen het havo en het vwo gezamenlijk plaats te vinden.

In het derde lid van het nieuwe artikel 2.6 is het tijdvak vastgesteld waarbinnen aanvragen kunnen worden ingediend. Het vierde lid brengt tot uitdrukking dat de termijn voor het indienen van een aanvraag een fatale termijn is: aanvragen die niet tijdig zijn ingediend, worden afgewezen.

Artikel 2.7

In het nieuwe artikel 2.7 is opgenomen welk bedrag (ten hoogste) beschikbaar is. Voor het beproeven van de conceptexamenprogramma’s in tranche 1b is dat bedrag € 2.290.000.

Artikel 2.8

Het nieuwe artikel 2.8 regelt de hoogte van de subsidiebedragen per vak waarvoor subsidie voor het beproeven van de conceptexamenprogramma’s in tranche 1b kan worden aangevraagd. De hoogte van de subsidie is afgestemd op de aard en omvang van de beoogde activiteiten per schoolvak en houdt rekening met verschillen in kostenstructuur.

Voor de vakken biologie, natuurkunde en scheikunde bedraagt de subsidie € 35.000 per vak. Dit bedrag weerspiegelt de relatief intensieve aard van de activiteiten die met deze vakken gepaard gaan, bijvoorbeeld de aanschaf van specifieke materialen, laboratoriumbenodigdheden en de benodigde vakdidactische ondersteuning.

Voor de vakken Russische taal en cultuur, Arabische taal en cultuur, Turkse taal en cultuur, en Spaans compact bedraagt de subsidie € 20.000 per vak. Deze subsidiehoogte is in verhouding tot de verwachte omvang van de activiteiten en de beschikbare middelen binnen het totale subsidieplafond. De lagere bedragen ten opzichte van de schoolvakken – zoals genoemd in het eerste lid van artikel 2.8 – zijn gerechtvaardigd door de geringere kosten die met de uitvoering van deze schoolvakken gemoeid zijn.

Voor het vak scheikunde geldt een uitzondering voor zover dit vak wordt beproefd binnen de gemengde leerweg/theoretische leerweg van het vmbo. In dat geval bedraagt de subsidie € 20.000 in plaats van € 35.000. Het verschil hierin houdt verband met het andere karakter van het onderwijs in het vmbo, waar de benodigde materialen en onderwijstijd anders ingedeeld zijn dan op het havo en vwo.

Voor aanvragen afkomstig van Caribisch Nederland wordt het subsidiebedrag omgerekend naar Amerikaanse dollars (USD), overeenkomst de op dat moment geldende wisselkoers. Dit voorkomt valutarisico’s en sluit aan bij de geldende lokale betaalpraktijk.

Nadrukkelijk zij nog opgemerkt, dat het om vaste bedragen per vak gaat, ongeacht het aantal schoolsoorten of leerwegen waarbinnen het concepteindexamenprogramma wordt beproefd. Kiest een bevoegd gezag ervoor om een aanvraag in te dienen voor het beproeven van een vak bij verschillende schoolsoorten of leerwegen binnen dezelfde vestiging (bijvoorbeeld voor het vak scheikunde bij het vmbo gl/tl, havo en vwo), en de aanvraag wordt toegekend, dan ontvangt het slechts eenmaal het subsidiebedrag dat bij het betreffende vak hoort (en dus niet, voor wat betreft het gegeven voorbeeld, driemaal dat bedrag).

Artikel 2.9

Het nieuwe artikel 2.9 voorziet in een aanvullende weigeringsgrond voor het verstrekken van subsidie voor het beproeven van conceptexamenprogramma’s in tranche 1b. Dit artikel vormt een aanvulling op de algemene weigeringsgronden die zijn opgenomen in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Met de aanvullende weigeringsgrond wordt geborgd dat geen subsidie wordt verstrekt aan scholen of vestigingen waar de kwaliteit van het onderwijs op het moment van de in dit artikel bepaalde peildatum als zeer zwak is beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs.

De ‘onverminderd’-zinsnede van artikel 4:35 van de Awb maakt duidelijk dat de in dat artikel genoemde algemene weigeringsgronden onverkort van toepassing blijven. Deze specifieke bepaling komt daar dus bovenop.

Onderdeel K

De invoeging van dit opschrift houdt verband met de nieuwe gelaagde structuur van de regeling.

Onderdeel L

Het nieuwe hoofdstuk 3a heeft (uitsluitend) betrekking op de subsidies voor het beproeven van conceptexamenprogramma’s in tranche 1b en de bepalingen ervan zien specifiek op de criteria die gehanteerd worden bij de verdeling van de beschikbare plekken per schoolvak (in feite: de beschikbare subsidiemiddelen) over de subsidieaanvragers.

Artikel 3.8

Met het nieuwe artikel 3.8 is beoogd te komen tot een transparante, objectieve en evenwichtige wijze van verdeling van de vakken (‘subsidieplekken’) van tranche 1b. Het aantal plekken is beperkt. Het eerste lid regelt namelijk dat niet meer dan het totaalaantal plekken beschikbaar is dat in de tabel in bijlage 2 vermeld staat. Bij de verdeling van dat maximale aantal plekken per vak over de verschillende leerwegen en schoolsoorten die er zijn, geldt het aantal plekken dat vermeld staat in de cel die hoort bij de desbetreffende leerweg of schoolsoort. Door het gebruik van de woorden ‘en’ en ‘of’ bij de aanduiding van de leerweg of schoolsoort in sommige cellen is duidelijk gemaakt welke ruimte er is voor combinaties. Voor bijvoorbeeld het vak biologie zijn de schoolsoorten havo en vwo aan elkaar gekoppeld (met het woord ‘en’). In totaal zes plekken zijn daar beschikbaar. Dat betekent dat er sprake zal zijn van zes afzonderlijke subsidies ten behoeve van zes verschillende vestigingen die met zowel havo áls vwo deelnemen met het benodigde aantal leerlingen per schoolsoort. Bij de vakken Arabische, Russische en Turkse taal en cultuur geldt dat er bij de verdeling van de aantallen verschillende combinaties denkbaar zijn. Bij bijvoorbeeld Russische taal en cultuur gaat de enig beschikbare plek naar ofwel het havo ofwel het vwo. Voor het vak Arabische taal en cultuur zijn er nog meer variaties, met name als gevolg van de ‘restplek’ die gedeeld wordt met het vak Turkse taal en cultuur, en die kan worden ingevuld over de volle breedte van schoolsoorten/leergangen.

In het tweede lid is bepaald dat de aanvragen na afloop van de aanvraagtermijn (zoals geregeld in artikel 2.6, eerste lid) per schoolvak worden gerangschikt op volgorde van binnenkomst. In beginsel bepaalt deze volgorde de toewijzing van de beschikbare plekken. Om spreiding te bevorderen is daarbij bepaald dat per vak maximaal één vestiging van een school voor voortgezet speciaal onderwijs in aanmerking komt. Daarnaast is bepaald dat de eerste aanvraag uit elke provincie die aan de subsidievoorwaarden voldoet, voorrang wordt verleend.

Artikelen 3.9 tot en met 3.13

De artikelen 3.10, eerste lid, en 3.12, eerste lid, bevatten een voorrangsregeling voor de situatie dat voor het vak Russische taal en cultuur onderscheidenlijk Spaans compact meer subsidiabele aanvragen worden ingediend dan het aantal beschikbare plekken. In dat geval wordt – onverminderd de algemene verdeelregels van artikel 3.8, tweede lid, van deze regeling – voorrang verleend aan vestigingen waar het betreffende vak zal worden beproefd in zowel het havo als het vwo. Het behoud van de verwijzing naar artikel 3.8, tweede lid, van deze regeling maakt duidelijk dat de in dat artikel opgenomen verdeelregels onverkort van toepassing blijven.

Artikel 3.11 regelt de verdeling van de ‘gedeelde’ subsidieplek voor de vakken Arabische taal en cultuur en Turkse taal en cultuur. Na opvulling van de voor die vakken afzonderlijk beschikbare plekken (Arabisch: 1+1; Turks: 1+1), kan er één aanvraag worden gehonoreerd voor de ‘restplek’. Indien daarvoor, gelet op het aantal ingediende aanvragen, niet enkel een aanvraag voor het vak Arabische taal en cultuur of enkel een aanvraag voor het vak Turkse taal en cultuur in aanmerking komt, zal er een keuze moeten worden gemaakt voor een van beide vakken. Dit geschiedt met behulp van loting (zie het eerste lid). Wanneer vervolgens nog steeds meerdere subsidiegegadigden zijn voor het ‘winnende’ vak, worden de resterende aanvragen voor de restplek gerangschikt op basis van de voorrangsregels zoals geformuleerd in het tweede lid.

Het is voor alle vakken uiteraard ook denkbaar, dat een of meer daarvoor beschikbare plekken onvervuld blijven. Naast bepalingen die zien op een teveel aan aanvragen, bevat de regeling voor tranche 1b ook principes die gelden wanneer sprake is van onderintekening. Indien na toepassing van artikel 3.8, tweede lid, blijkt dat binnen een bepaald vak nog plekken onvervuld blijven, worden deze plekken herverdeeld volgens de systematiek zoals geregeld in de artikelen 3.9, 3.10, tweede lid, 3.11, derde en vierde lid, 3.12, tweede lid, en 3.13. Met die bepalingen is beoogd te komen tot zoveel mogelijke benutting van het beschikbare aantal plekken per vak. Voor de vakken biologie, natuurkunde en scheikunde (zie artikel 3.9) geldt dat eventuele plekken worden toebedeeld aan een andere schoolsoort of leerweg van het vak waar de plek onvervuld bleef. Een onvervulde plek voor het vak biologie gaat dus niet over naar natuurkunde, maar blijft behouden voor het vak biologie. Bij de vakken Arabische taal en cultuur en Turkse taal en cultuur (zie artikel 3.11, tweede lid) wordt een onvervulde plek in eerste instantie ook toebedeeld aan een andere schoolsoort of leerweg van het vak waar de plek onvervuld bleef, maar deze kan, als dat geen effect sorteert, in tweede instantie van vak ‘wisselen’. Mocht bij het vak Russische taal en cultuur een beschikbare plek onvervuld blijven (zie artikel 3.10, tweede lid), dan wordt die – bij gebrek aan alternatieve verdelingsmogelijkheden binnen het vak zelf – ofwel toegevoegd aan het vak Arabische taal en cultuur ofwel het vak Turkse taal en cultuur. De keuze wordt bepaald op basis van loting. Voor het vak Spaans compact (zie artikel 3.12, tweede lid) is toebedeling van eventuele onvervulde plekken, vergelijkbaar bij vakken biologie, natuurkunde en scheikunde, uitsluitend mogelijk aan een andere schoolsoort binnen hetzelfde vak. In alle gevallen geldt dat slechts wordt overgegaan tot toebedeling van een onvervulde plek, als er voor de ‘ontvangende’ schoolsoort of leerweg dan wel het ‘ontvangende’ vak meer subsidiabele aanvragen zijn ingediend dan kunnen worden toegekend binnen de mogelijkheden van de standaard verdeelregels, met inbegrip van de daarin vervatte voorrangsprincipes (dat wil zeggen: de voorschriften in de artikelen 3.8, 3.10, eerste lid, 3.11, eerste en tweede lid, en 3.12, eerste lid). Herverdeling zou anders immers zinloos zijn. Zie hierover artikel 3.13.

Artikel 3.14

Dit artikel bepaalt wat er gebeurt als een subsidieontvanger na verlening, maar vóór de start van het schooljaar 2026–2027, aangeeft af te zien van deelname aan de beproevingen van de conceptexamenprogramma’s in tranche 1b. De minister zal in dat geval de subsidieverlening intrekken op grond van artikel 4:48, eerste lid, onderdeel a, van de Awb. De activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zullen dan immers niet meer plaatsvinden. Het daardoor vrijgekomen subsidiebedrag kan opnieuw worden ingezet om subsidie toe te kennen aan aanvragers die eerder zijn afgewezen wegens overschrijding van het subsidieplafond. Daarbij wordt uitgegaan van de oorspronkelijke rangschikking en alleen zolang de beschikbare middelen toereikend zijn. Ook wordt bij de besluitvorming overwogen of het binnen de resterende voorbereidingstijd nog doelmatig is om de subsidie alsnog te verlenen aan de volgende aanvrager in de rangorde.

Artikel 3.15

Dit artikel vormt een ultimum remedium als, in voorkomend geval, na toepassing van de verdeelcriteria voor tranche 1b geen objectief te rechtvaardigen onderscheid kan worden gemaakt in de rangschikking van twee of meer aanvragen voor een bepaalde plek.

Onderdelen M, N en O

Artikel 4.1 is zodanig gewijzigd dat het die subsidieverplichtingen bevat die voor zowel tranche 1a als voor tranche 1b van toepassing zijn. De verplichtingen die specifiek gelden voor tranche 1a zijn verplaatst naar een afzonderlijke, nieuwe paragraaf, te weten paragraaf 2 van hoofdstuk 3. In dat zelfde hoofdstuk zijn vervolgens in paragraaf 3 de specifieke verplichtingen in het kader van tranche 1b opgenomen. Inhoudelijke aanpassingen voor tranche 1a zijn met deze wijzigingsregeling niet beoogd.

Artikel 4.1a

In dit artikel staan de verplichtingen die gelden ten aanzien van tranche 1a. De verplichtingen die gelden ten aanzien van tranche 1b worden in artikel 4.1b opgenomen. Inhoudelijk is ten aanzien van de verplichtingen die gelden voor tranche 1a niks veranderd.

Artikel 4.1b

Dit artikel legt aanvullende verplichtingen op voor subsidieontvangers met betrekking tot de omvang van de doelgroep van het beproeven van de concepteindexamenprogramma’s. Per vak en schoolsoort/leerweg zijn concrete leerlingaantallen bepaald, alsmede in welk leerjaar zij dienen te zitten.

Artikelen 4.1c en 4.1d

Artikel 4.1c bepaalt dat wanneer het schoolvak scheikunde, bedoeld in bijlage 2, in de gemengde leerweg/theoretische leerweg van het vmbo wordt beproefd, of de vakken Russische taal en cultuur, Arabische taal en cultuur, Turkse taal en cultuur of Spaans compact, bedoeld in bijlage 2, worden beproefd, de verplichting wordt opgelegd dat gedurende de subsidieperiode voor het betreffende schoolvak één leraar (in plaats van twee leraren) beschikbaar wordt gesteld voor materiaalontwikkeling op basis van het conceptexamenprogramma, de voorbereiding en het geven van onderwijs op basis van het conceptexamenprogramma aan de leerlingen die het vak volgen en voorbereiden van en deelname aan de door SLO georganiseerde bijeenkomsten. Voor een aantal vakken waar wel twee leraren zijn vereist en waar het desbetreffende vak wordt beproefd bij twee verschillende schoolsoorten of leerwegen, is daarnaast geregeld dat elk van die leraren dat vak op een specifieke schoolsoort onderscheidenlijk leerweg moet doceren. Artikel 4.1d strekt hiertoe.

Onderdelen P, Q, R en S

De invoeging van dit opschrift houdt verband met de nieuwe gelaagde structuur van de regeling. De artikelen die onder dit opschrift vallen, gelden voor zowel het beproeven van conceptexamenprogramma’s in tranche 1a als in tranche 1b.

In artikel 4.2 is, vanwege het openstellen van tranche 1b, voorzien in één uniforme wijze van termijnstelling: de standaard 13 weken van het uniform subsidiekader in plaats van twee afzonderlijke data als deadline voor het nemen van de beslissing op de aanvraag.

Artikel 4.2a

Normaal gesproken dient bij de gekozen bestedingsvariant direct de subsidie vastgesteld te worden. In dit geval is ervoor gekozen om de klassieke verstrekkingssystematiek aan te houden. Dat betekent dat de subsidie eerst wordt verleend en na afloop wordt vastgesteld. In de oorspronkelijke regeling, in artikel 4.3 (oud), was al gekozen voor deze systematiek. In deze wijzigingsregeling wordt die systematiek gehandhaafd. De bepaling is hierop relationeel aangepast en in een afzonderlijk artikel vervat. Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen beoogd.

Onderdeel T

De invoeging van dit opschrift van bijlage 1 houdt verband met de nieuwe gelaagde structuur van de regeling. Bijlage 1 geldt enkel voor de conceptexamenprogramma’s die in tranche 1a worden beproefd.

Onderdeel U

De invoering van bijlage 2 houdt verband met de nieuwe gelaagde structuur van de regeling. Bijlage 2 geldt enkel voor de conceptexamenprogramma’s die in tranche 1b worden beproefd. In de tabel die in bijlage 2 is opgenomen, is vermeld hoeveel plekken er per leerweg/schoolsoort beschikbaar zijn per vak.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K.M. Becking


X Noot
1

In die regeling ook wel aangeduid als ‘eerste tranche’. Omwille van de duidelijkheid is met onderhavige wijziging van de regeling een onderscheid aangebracht tussen (deel)tranche 1a en (deel)tranche 1b.


X Noot
1

In die regeling ook wel aangeduid als ‘eerste tranche’. Omwille van de duidelijkheid is met onderhavige wijziging van de regeling een onderscheid aangebracht tussen (deel)tranche 1a en (deel)tranche 1b.

Naar boven