Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, van 3 juni 2026, nr. 7507327, houdende wijziging van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren in verband met indexering

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 7, zesde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en artikel 1 van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3 wordt ‘artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren’ vervangen door ‘artikel 5, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren’.

B

De bijlage bij de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren komt voor 2025 als volgt te luiden:

Bijlage als bedoeld in artikel 3 van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren

Functie

Totaal

Toga-

vergoeding

Vakliteratuur

Kleine

consumpties

Representatie

president Hoge Raad

procureur-generaal Hoge Raad

€ 6.508

€ 122

€ 1.197

€ 178

€ 5.011

procureurs-generaal die het College van PG’s vormen

€ 6.309

€ 122

€ 1.197

€ 178

€ 4.812

plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad

€ 3.638

€ 122

€ 1.197

€ 178

€ 2.141

landelijk hoofdadvocaat-generaal

hoofdadvocaat-generaal

hoofdofficier van justitie

€ 3.441

€ 122

€ 994

€ 178

€ 2.147

plaatsvervangend hoofdofficier van justitie

€ 2.630

€ 122

€ 1.197

€ 178

€ 1.133

vice-President van de Hoge Raad

senior raadsheer gerechtshof

senior raadsheer Centrale Raad van Beroep

senior raadsheer College van Beroep voor het Bedrijfsleven

€ 2.429

€ 122

€ 1.197

€ 178

€ 932

senior rechter A

senior rechter

advocaat-generaal Hoge Raad

senior advocaat generaal ressortsparket

advocaat-generaal ressortsparket

€ 2.227

€ 122

€ 994

€ 178

€ 933

senior officier van justitie A

senior officier van justitie

officier van justitie

substituut-officier van justitie

officier enkelvoudige zaken

€ 2.027

€ 122

€ 994

€ 178

€ 733

raadsheer Hoge Raad

raadsheer gerechtshof

rechter

raadsheer Centrale Raad van Beroep

raadsheer College van Beroep voor het Bedrijfsleven

(senior) gerechtsauditeur, tevens raadsheer-plaatsvervanger in een gerechtshof waarbij hij is aangesteld

(senior) gerechtsauditeur, tevens rechter-plaatsvervanger in een rechtbank waarbij hij is aangesteld

€ 1.827

€ 122

€ 1.197

€ 178

€ 330

griffier (+ substituut-griffier) Hoge Raad

€ 1.022

€ 508

€ 178

€ 336

(senior) gerechtsauditeur

rechter in opleiding

officier in opleiding

€ 736

€ 558

€ 178

C

De bijlage bij de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren komt voor 2026 als volgt te luiden:

Bijlage als bedoeld in artikel 3 van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren

Functie

Totaal

Toga-

vergoeding

Vakliteratuur

Kleine

consumpties

Representatie

president Hoge Raad

procureur-generaal Hoge Raad

€ 6.714

€ 126

€ 1.235

€ 184

€ 5.169

procureurs-generaal die het College van PG’s vormen

€ 6.509

€ 126

€ 1.235

€ 184

€ 4.964

plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad

€ 3.753

€ 126

€ 1.235

€ 184

€ 2.208

landelijk hoofdadvocaat-generaal

hoofdadvocaat-generaal

hoofdofficier van justitie

€ 3.550

€ 126

€ 1.025

€ 184

€ 2.215

plaatsvervangend hoofdofficier van justitie

€ 2.714

€ 126

€ 1.235

€ 184

€ 1.169

vice-President van de Hoge Raad

senior raadsheer gerechtshof

senior raadsheer Centrale Raad van Beroep

senior raadsheer College van Beroep voor het Bedrijfsleven

€ 2.506

€ 126

€ 1.235

€ 184

€ 961

senior rechter A

senior rechter

advocaat-generaal Hoge Raad

senior advocaat generaal ressortsparket

advocaat-generaal ressortsparket

€ 2.298

€ 126

€ 1.025

€ 184

€ 963

senior officier van justitie A

senior officier van justitie

officier van justitie

substituut-officier van justitie

officier enkelvoudige zaken

€ 2.092

€ 126

€ 1.025

€ 184

€ 757

raadsheer Hoge Raad

raadsheer gerechtshof

rechter

raadsheer Centrale Raad van Beroep

raadsheer College van Beroep voor het Bedrijfsleven

(senior) gerechtsauditeur, tevens raadsheer-plaatsvervanger in een gerechtshof waarbij hij is aangesteld

(senior) gerechtsauditeur, tevens rechter-plaatsvervanger in een rechtbank waarbij hij is aangesteld

€ 1.885

€ 126

€ 1.235

€ 184

€ 340

griffier (+ substituut-griffier) Hoge Raad

€ 1.055

€ 524

€ 184

€ 347

(senior) gerechtsauditeur

rechter in opleiding

officier in opleiding

€ 760

€ 576

€ 184

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat:

  • a. Artikel I, onder B, terugwerkt tot en met 1 januari 2025;

  • b. Artikel I, onder C, terugwerkt tot en met 1 januari 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 3 juni 2026

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen

TOELICHTING

Algemeen

De Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren, Regeling pikettoelage rechterlijke ambtenaren 2020, Regeling toeslag rechterlijke ambtenaren avonduren, zaterdagen, zondagen en feestdagen en de Regeling indexering onkostenvergoeding leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak hebben alle betrekking op tegemoetkomingen voor rechterlijke ambtenaren, waarvan de geïndexeerde bedragen jaarlijks in dezelfde circulaire bekend worden gemaakt. Deze regelingen worden daarom al enkele jaren gelijktijdig geïndexeerd.

De indexering van de bedragen in de Regeling pikettoelage rechterlijke ambtenaren 2020 en de Regeling toeslag rechterlijke ambtenaren avonduren, zaterdagen, zondagen en feestdagen is afhankelijk van de uitkomsten van de cao-onderhandelingen, specifiek van de daarin gemaakte loonafspraken. De praktijk leert dat er in de sector Rechterlijke Macht slechts bij uitzondering een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord tot stand komt voordat het nog lopende akkoord afloopt. Gecombineerd met het gegeven dat er veelal relatief kortlopende akkoorden worden gesloten en dat deze veelal op data gedurende een kalenderjaar ingaan dan wel aflopen, leidt dit ertoe dat het percentage waarmee de bedragen in de twee bovengenoemde regelingen dienen te worden geïndexeerd vaak pas berekend kan worden als de voorgeschreven datum van indexering, te weten 1 januari van het betreffende kalenderjaar, al is gepasseerd. Dit maakt het doorgaans niet mogelijk dat de nieuwe bedragen op 1 januari in werking treden, en het dus voorkomt dat er terugwerkende kracht aan deze regelingen verleend moet worden.

Artikel I

Onderdeel A

In artikel 3 van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren (hierna: Regeling) werd verwezen naar artikel 7, tweede lid, Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (hierna: Wrra). Met de wijziging van de Wrra en het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren (hierna: Brra) werd de inhoud van deze bepaling verplaatst naar artikel 5, eerste lid, van het Brra (Stb. 2022, 208 en Stb. 2023, 176). Met de onderhavige wijziging wordt in artikel 3 van deze Regeling naar het juiste artikel in het Brra verwezen.

Onderdelen B en C

De algemene onkostenvergoeding voor rechterlijke ambtenaren wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van de afgeleide consumentenprijsindex (CPI). De indexering van de bedragen van de algemene onkostenvergoeding voor het jaar T geschiedt op basis van de afgeleide CPI over de periode van september van het jaar T min 2 tot en met september T min 1.

Op grond van artikel 1 van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren zijn de bedragen, zoals vermeld in de bijlage onder onderdeel B, per 1 januari 2025 geïndexeerd met 2,54%. Dit is de afgeleide CPI over de periode september 2023 tot en met september 2024 zoals deze volgt uit berekeningen van het CBS.

Op grond van artikel 1 van de Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren zijn de bedragen, zoals vermeld in de bijlage onder onderdeel C, per 1 januari 2026 geïndexeerd met 3,16%. Dit is de afgeleide CPI over de periode september 2024 tot en met september 2025 zoals deze volgt uit berekeningen van het CBS.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt voor artikel I, onderdeel B terug tot en met 1 januari 2025 en voor artikel I, onderdeel C terug tot en met 1 januari 2026. Dit is voor onderdeel B nodig teneinde de geïndexeerde bedragen voor het jaar 2025 nog toe te kunnen passen. Voor onderdeel C is de terugwerkende kracht nodig teneinde de nieuwe geïndexeerde bedragen toe te passen voor het gehele jaar 2026. Dit is te rechtvaardigen omdat uit de regeling volgt dat de indexering jaarlijks per 1 januari plaatsvindt. De indexeringen van de vergoedingen zijn eerder bij circulaire bekendgemaakt. De indexering is louter begunstigend voor de rechterlijke ambtenaren.

’s-Gravenhage, 3 juni 2026

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen

Naar boven