Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2026, 20539 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2026, 20539 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Werk en Participatie;
Gelet op de artikelen 46, tweede lid, en 49, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en komen;
Besluiten:
De Regeling SUWI wordt als volgt gewijzigd:
A
Bijlage VI behorende bij de artikelen 5.3, 5.10a en 5.12 wordt vervangen door de bij deze regeling gevoegde bijlage 1.
B
Bijlage VIII behorende bij de artikelen 5.3, 5.10a en 5.12 wordt vervangen door de bij deze regeling gevoegde bijlage 2.
Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen
BIJLAGE 1.
Planning & control producten van UWV
In deze bijlage zijn de diverse producten gespecificeerd die UWV periodiek aan SZW dient te verstrekken op grond van artikel 5.3, 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende producten:
|
I |
jaarplan met begroting |
|
II |
tussentijds verslag |
|
III |
jaarverslag incl. jaarrekening |
|
IV |
fondsennota |
|
V |
verantwoordingsinformatie t.b.v. SZW jaarverslag |
UWV levert het conceptjaarplan met begroting vóór 1 oktober en het definitief jaarplan met begroting vóór 1 november. UWV dient zich op verschillende momenten te verantwoorden over de uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in twee tussentijdse verslagen en het jaarverslag. De tussentijdse verslagen worden uiterlijk zes weken na afloop van de verslagperiode (tertaal) aan de minister verstrekt. Het jaarverslag wordt vóór 15 maart aan de minister aangeboden.
Met de fondsennota’s verstrekt UWV informatie over de volumegegevens, baten en lasten en de vermogenspositie van de door haar beheerde fondsen. De fondsennota’s worden uiterlijk 1 februari respectievelijk 1 juli opgeleverd.
De verantwoordingsinformatie ten behoeve van het SZW-jaarverslag betreft een beperkte informatielevering vooruitlopend op het jaarverslag van UWV. Deze informatie wordt uiterlijk zes weken na afloop van het kalenderjaar aan SZW geleverd.
In de hierna volgende tabel worden de onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C-cyclus aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere toelichting.
|
I |
II |
III |
IV |
V |
|
|---|---|---|---|---|---|
|
1. Volumeontwikkeling en fondsbelasting |
|||||
|
a. voorlopige opgave voorgaand jaar |
x |
||||
|
b. realisatie lopend jaar t/m verslagperiode |
x |
x |
|||
|
c. raming lopend jaar |
x |
||||
|
d. raming volgend jaar |
x |
||||
|
e. voorstel herziening premiepercentages |
x |
||||
|
f. kerncijfers per wet |
x |
x |
|||
|
2. Ontwikkelingen wetsuitvoering en andere taken/ werkzaamheden |
|||||
|
a. doelstellingen, activiteiten op hoofdlijnen, resultaten, kosten/baten |
x |
x |
x |
||
|
b. prestatie-indicatoren / kengetallen |
x |
x |
x |
||
|
c. speerpunten Klantgerichtheid |
x |
x |
x |
||
|
d. speerpunten Handhaving |
x |
x |
x |
||
|
3. Ontwikkelingen grote projecten en projecten ter invoering van nieuwe wet- en regelgeving |
x |
x |
x |
||
|
4. Ketensamenwerking en regionaal arbeidsmarktbeleid |
x |
x |
x |
||
|
5. Bedrijfsvoering |
|||||
|
a. rechtmatigheid (incl. M&O) |
x |
x |
|||
|
b. doelmatigheid |
x |
||||
|
c. totstandkoming niet-financiële informatie |
x |
||||
|
d. financieel beheer (tekortkomingen) |
x |
x |
|||
|
e. ontwikkelingen t.a.v. o.a. HRM, ICT, huisvesting |
x |
x |
x |
||
|
6. Governance |
|||||
|
a. Raad van Bestuur |
x |
||||
|
b. risicomanagement |
x |
x |
x |
||
|
7. Uitvoeringskosten |
|||||
|
a. opbouw per product c.q. per groot project |
x |
x |
x |
||
|
b. opbouw per kostensoort |
x |
x |
x |
||
|
c. opbouw per wet / andere taken en/of werkzaamheden |
x |
x |
|||
|
d. prognose lopend jaar |
x |
||||
|
e. vergelijking met begroting jaar t-1 |
x |
||||
|
f. vergelijking met begroting jaar t |
x |
x |
|||
|
g. vergelijking met laatst goedgekeurde jaarrekening |
x |
||||
|
8. Investeringen per categorie |
x |
x |
|||
|
9. Overzicht t.b.v. bevoorschotting / afrekening |
x |
x |
|||
|
10. Jaarrekening |
x |
||||
|
11. Aansluitingstabel jaarrekeningen UWV -SZW |
x |
||||
|
12. Verantwoordingsinformatie t.b.v. SZW jaarverslag |
x |
x |
|||
|
13. Kwantitatieve informatie |
x |
x |
|||
|
14. Toezichtsbevindingen |
x |
x |
|||
|
15. Rapportage grote ICT-projecten plus nota van bevindingen |
|
I |
jaarplan met begroting |
|
II |
tussentijds verslag |
|
IIII |
jaarverslag incl. jaarrekening |
|
IV |
fondsennota |
|
V |
verantwoordingsinformatie t.b.v. SZW jaarverslag |
|
x |
Opnemen |
UWV verstrekt aan de minister met betrekking tot elk van de door haar beheerde fondsen afzonderlijk:
• In de januarinota:
a) een actuele en onderbouwde raming voor het lopende jaar van volumegegevens, baten en lasten en de vermogenspositie voor het lopende jaar gerelateerd aan de voor dat jaar geldende beleidsmaatregelen en (voor zover van toepassing) premiepercentages;
b) een voorlopige opgave van volumegegevens, baten en lasten en de vermogenspositie over het voorafgaande jaar.
• In de juninota:
a) een actuele en onderbouwde raming voor het lopende jaar en daaropvolgende jaar van volumegegevens, baten en lasten en de vermogenspositie;
b) voor zover van toepassing een overzicht van de door de fondsbeheerder voorgenomen herziening van de premiepercentages.
• In de bijlage bij het 2e tussentijdse verslag:
a) een actuele en onderbouwde raming voor het lopende jaar van volumegegevens, baten en lasten en de vermogenspositie.
• In de tussentijdse verslagen en het jaarverslag:
a) kerncijfers per wet, uitgesplitst naar beginstand, instroom, uitstroom en eindstand.
Het jaarplan gaat in op de volgende vragen:
• Wat wil UWV bereiken (doelstellingen en prestatie-indicatoren)?
• Wat gaat UWV daarvoor doen (activiteiten)?
• Wat mag het kosten (begroting)?
In het jaarplan wordt ook aandacht besteed aan eventuele veranderingen in de taken van de organisatie. Gedacht kan worden aan:
• Nieuwe wet- en regelgeving, waarbij aandacht wordt besteed aan de activiteiten om de nieuwe maatregelen in te voeren;
• (de voorgenomen wijzigingen in) het beleid met betrekking tot het laten verrichten van taken door andere rechtspersonen of natuurlijke personen;
• Wijzigingen in de andere taken en de andere werkzaamheden.
In de tussentijdse verslagen en het jaarverslag doet UWV verslag van de uitvoering van het beleid en de geleverde prestaties. Hierbij wordt tevens over majeure budgettaire ontwikkelingen gerapporteerd. Het jaarplan en de daarin opgenomen prestatie-indicatoren en kengetallen vormen het uitgangspunt. De uitkomsten van de prestatie-indicatoren worden, voorzien van een toelichting, samen met de normen/streefwaarden per wet verantwoord. Indien van toepassing beschrijft UWV zoveel als mogelijk de eigen bijdrage aan het behalen van de doelstellingen, en geeft een verklaring als doelstellingen niet worden gehaald en de verbetermaatregelen die zijn/worden genomen.
UWV rapporteert over de klanttevredenheid. Daarnaast rapporteert UWV in haar jaarverslag over de wijze waarop aan cliëntenparticipatie is vormgegeven. UWV verantwoordt zich over de activiteiten die zijn ondernomen om de dienstverlening aan de klant te handhaven en verbeteren.
Bij handhaving wordt specifiek ingegaan op de uitvoering en effecten van het handhavingsbeleid. Naast de onderwerpen die genoemd zijn in het jaarplan, wordt hierbij specifiek ingegaan op de realisering van de in het Handhavingsarrangement gemaakte afspraken. Tevens worden opvallende cijfermatige ontwikkelingen toegelicht. De Raad van Bestuur wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert bij het te voeren handhavingsbeleid te expliciteren.
UWV doet verslag van de uitvoering van het veranderprogramma waaronder de invoering van nieuwe wet- en regelgeving.
Hierbij wordt ingegaan op de bereikte resultaten en de daarmee gepaard gaande kosten. UWV legt hierbij een relatie met de planning en licht eventuele wijzigingen kort toe.
UWV geeft in het jaarplan aan hoe invulling wordt gegeven aan de samenwerking met gemeenten en andere partijen, waaronder de regionale samenwerking. In de tussentijdse verslagen en het jaarverslag wordt hierover verantwoording afgelegd door UWV. In de rapportages wordt aangegeven in welke mate de doelstellingen zijn gerealiseerd en wat de onderliggende analyse is bij afwijkingen in de realisatie. In dat geval wordt verder aangegeven welke aanvullende maatregelen UWV neemt om de doelstellingen alsnog te realiseren.
In de bedrijfsvoeringsparagraaf gaat UWV in op de sturing en beheersing van de bedrijfsprocessen binnen UWV. Het doel is aan te geven in welke mate het management van UWV haar bedrijfsprocessen beheerst. In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het jaarverslag legt UWV, mede gebaseerd op risicoanalyse, verantwoording af over de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat ten minste uit de volgende onderdelen: rechtmatigheid (waaronder het M&O-beleid), doelmatigheid, totstandkoming niet-financiële informatie, financieel beheer en overige aspecten van de bedrijfsvoering.
UWV rapporteert in de tussentijdse verslagen over de voorlopige indicatieve rechtmatigheidscijfers per wet en in het jaarverslag over de jaarcijfers. Vaststelling van de rechtmatigheid is gekoppeld aan het handelen in het verslagjaar (het handelen omvat mede het ten onrechte niet-handelen) en de fouten die daarbij zijn gevonden. Ingegaan wordt op de wijze waarop met oude fouten is omgegaan. Tevens wordt hierbij inzicht geboden in de uitgevoerde herstelactiviteiten. De wijze waarop UWV verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met name in de daarbij behorende toelichting.
In verband met de versnelling van de verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven worden aangepast, dient dit te worden vermeld evenals de vergelijkende cijfers.
In artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI is aangegeven dat UWV inzicht biedt in doelmatigheid van het beheer en de organisatie. Dit is nader uitgewerkt in bijlage XXIII bij de Regeling SUWI. De Raad van Bestuur wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert met betrekking tot doelmatigheid te expliciteren.
UWV rapporteert in het jaarverslag over het totstandkomingsproces van de informatievoorziening (inclusief de daarbij gehanteerde criteria zoals vastgelegd in bijlage XVII van de Regeling SUWI) en de wijze waarop deze is gewaarborgd (conform artikel 5.16 tweede lid Regeling SUWI) en eventuele verbetermaatregelen.
In dit onderdeel rapporteert UWV over de belangrijkste tekortkomingen in het financieel beheer. Onder financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen, handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend.
Het financieel beheer dient te voldoen aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid. Onder ordelijk wordt verstaan dat het financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de in de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels. Met controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel beheer duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt kan worden uitgevoerd.
UWV rapporteert in het algemeen bij onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen leiden tot disfunctioneren van het financieel beheer, en/of betrekking hebben op kritieke processen, en/of wijd verbreid zijn, en/of kunnen leiden of hebben geleid tot aanzienlijke risico’s.
UWV rapporteert over ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen:
Sociaal beleid en HRM
UWV rapporteert op dit punt over belangrijke personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval de personeelsbezetting, het personeelsverloop, de sociale plannen en de daarmee gemoeide kosten.
ICT en informatiebeveiliging
UWV rapporteert over de voortgang, verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van zowel haar primaire als ondersteunende processen. Ook de voortgang van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en privacybescherming vallen hieronder.
UWV rapporteert in het jaarverslag over de opzet en werking van het stelsel van maatregelen en procedures gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking, en over het beveiligingsniveau van Suwinet (conform artikel 5.22 en 6.4 van de Regeling SUWI).
Huisvesting
UWV doet in de tussentijdse verslagen en in het jaarverslag verslag van de voortgang van het huisvestingsplan. In het bijzonder rapporteert UWV over de volgende onderwerpen:
• Leegstand
○ Fysiek leegstaande en verhuurbare oppervlakten in vierkante meters VVO (conform de definitie van het Rijksvastgoedbedrijf).
• Ontwikkeling in benodigde vierkante meters als gevolg van krimpen organisatie
• Totale huisvestingskosten (regulier en frictie) opgebouwd en onderverdeeld naar:
○ Frictiekosten huisvesting (incl. facilitaire kosten);
○ Regulier huisvestingskosten.
De onderwerpen die onder het onderdeel governance vallen hebben betrekking op de bestuurlijke inrichting van UWV en de wijze waarop zij haar taken uitvoert.
Risicomanagement
UWV gaat in op het risicobeheersingsmodel en rapporteert over de belangrijkste risico’s en de beheersmaatregelen met betrekking tot deze risico’s.
In de toelichting wordt onder andere ingegaan op:
• itleg belangrijke posten
• erklaring van verschillen (in ieder geval indien sprake is van mutaties van meer dan 5% en ten minste € 50.000 ten opzichte van dezelfde post voorafgaand jaar)
• opvallende ontwikkelingen
• e wijze van toerekening van uitvoeringskosten naar de verschillende wetten
• mvang en samenstelling van buitengewone baten en lasten
• mvang van de baten als gevolg van werk voor derden
• e financiering van vaste activa
• alleen in het tweede tussentijdse verslag) prognose realisatie lopend jaar, uitgesplitst naar reguliere kosten, projectkosten en frictiekosten. Als de prognose realisatie afwijkt van het toegekende budget dan wordt dit nader toegelicht.
De indeling in categorieën volgt titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Ten behoeve van de bevoorschotting neemt UWV in het jaarplan met begroting een overzicht op van de uitvoeringskosten en programmakosten welke ten laste komen van een rijksbijdrage. Dit overzicht wordt tevens separaat van de tussentijdse verslagen aan SZW verstrekt. Voor de afrekening neemt UWV in de jaarrekening de in paragraaf 10.6.8 opgenomen tabel op die ziet op afrekening van de uitvoerings- en programmakosten.
De jaarrekening van UWV omvat zowel UWV als uitvoeringsorganisatie alsook de geadministreerde fondsen.
In de toelichting op de jaarrekening wordt onder andere ingegaan op:
• de wijze van toerekening van uitvoeringskosten naar de verschillende wetten
• omvang alsmede dotatie, onttrekking en vrijval van de voorzieningen voor het risico van oninbaarheid van premiedebiteuren respectievelijk uitkeringsdebiteuren
• de financiering van vaste activa
• de wijze van afrekening van rijksgefinancierde programmakosten en uitvoeringskosten.
De jaarrekening wordt ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de bepalingen omtrent het activeren van immateriële vaste activa zijn uitgezonderd.
UWV vormt een egalisatiereserve met overeenkomstige toepassing van artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en artikel 5.10a, tweede lid, van de Regeling SUWI. Deze reserve wordt ingezet voor:
• Opvangen van schommelingen in de inkomsten en uitgaven
• Reserveringen voor kosten die zich niet jaarlijks voordoen (bijvoorbeeld onderhoud bedrijfsmiddelen)
• Opvangen van overlopende verplichtingen (bijvoorbeeld projecten wet- en regelgeving)
• Onvoorziene uitgaven met een incidenteel karakter.
In beginsel vormt UWV naast de egalisatiereserve geen bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen. Hiervan kan slechts met instemming van het Ministerie van SZW worden afgeweken.
Vanwege de urgentie en omvang van de frictiekostenproblematiek, heeft UWV tijdelijk, naast de egalisatiereserve, een bestemmingsfonds frictiekosten gevormd. UWV levert jaarlijks in december een actuele meerjarenraming van de onttrekkingen aan de reserves.
|
jaar t |
jaar t-1 |
|
|---|---|---|
|
ACTIVA |
||
|
• materiële vaste activa |
||
|
• financiële vaste activa |
||
|
Totaal vaste activa |
||
|
• vorderingen |
||
|
• liquide middelen |
||
|
• overige vlottende activa |
||
|
Totaal vlottende activa |
||
|
Totaal activa |
||
|
PASSIVA |
||
|
• fondsvermogen |
||
|
• bestemmingsfondsen |
||
|
• egalisatiereserve |
||
|
• voorzieningen |
||
|
• langlopende schulden |
||
|
• kortlopende schulden |
||
|
Totaal passiva |
Toelichting
*Verloopstaat materiële vaste activa
*Verloopstaat financiële vaste activa
*Verloopstaat fondsvermogen
*Verloopstaat voorzieningen
*Verloopstaat langlopende schulden
|
BATEN |
jaar t |
jaar t-1 |
|---|---|---|
|
Premiebaten |
||
|
Rijksbijdragen |
||
|
Totaal baten |
||
|
LASTEN |
||
|
Programmakosten |
||
|
Uitkeringen |
||
|
Sociale lasten |
||
|
Overige baten en lasten |
||
|
Uitvoeringskosten |
||
|
Personeelskosten |
||
|
Huisvestingskosten |
||
|
Automatiseringskosten |
||
|
Kantoorkosten |
||
|
Vervoers- en Overige kosten |
||
|
Af: netto omzet uitvoeringskosten |
||
|
Financiële baten en lasten |
||
|
Rentebaten |
||
|
Rentelasten |
||
|
Totaal lasten |
||
|
Saldo van baten en lasten |
|
Premiebaten |
||
|---|---|---|
|
jaar t |
jaar t-1 |
|
|
Per fonds |
||
|
Totaal |
||
|
Programmakosten |
Uitvoeringskosten |
Totaal |
||||
|---|---|---|---|---|---|---|
|
jaar t |
jaar t-1 |
jaar t |
jaar t-1 |
jaar t |
jaar t-1 |
|
|
Per fonds sv |
||||||
|
Totaal |
||||||
|
Uitkeringen |
Sociale lasten |
Overige baten en lasten |
Uitvoeringskosten |
Totaal |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
jaar t |
jaar t-1 |
jaar t |
jaar t-1 |
jaar t |
jaar t-1 |
jaar t |
jaar t-1 |
jaar t |
jaar t-1 |
|
|
Per wet |
||||||||||
|
Totaal |
||||||||||
|
Per fonds |
||||||||||
|
Totaal |
||||||||||
Voor de toepassing van deze tabel wordt onder wet mede verstaan de basisdienstverlening, bedoeld in artikel 5.40a, eerste lid, van de Regeling Wfsv.
|
jaar t |
jaar t-1 |
|
|---|---|---|
|
Specificatie overige baten |
||
|
Specificatie overige lasten |
|
Regulier |
Frictie |
Investeringskosten |
Wet- en regelgeving |
Totaal |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
jaar t |
jaar t-1 |
jaar t |
jaar t-1 |
jaar t |
jaar t-1 |
jaar t |
jaar t-1 |
jaar t |
jaar t-1 |
|
|
Per wet |
||||||||||
|
Totaal |
||||||||||
|
Realisatie jaar t |
Begroting jaar t |
|
|---|---|---|
|
Regulier (per kostensoort) |
||
|
Bijzondere baten en lasten |
||
|
Projectkosten |
||
|
Frictiekosten |
||
|
Totaal |
|
Programmakosten |
Uitvoeringskosten |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Wet of regeling |
Realisatie jaar |
Voorschot jaar |
Afrekening jaar |
Realisatie jaar |
Voorschot jaar |
Afrekening jaar |
Totaal afrekening |
Jaarlijks worden tijdens het uitvoeringsjaar de wetten en regelingen die in deze tabel opgenomen moeten worden, na ambtelijke afstemming tussen UWV en SZW, door SZW per brief vastgesteld.
UWV doet jaarlijks verslag van de topinkomens op basis van de Wet normering topinkomens (WNT).
De accountant onderzoekt de verantwoording die de Raad van Bestuur van UWV op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De controleverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de Regeling SUWI.
De concept aansluitingstabel UWV – SZW wordt samen met het jaarverslag UWV naar het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gestuurd. De definitieve aansluitingstabel, plus controleverklaring, wordt een week later opgeleverd. De aansluitingstabel UWV – SZW valt onder de accountantscontrole door UWV. De door UWV te leveren items in de tabel worden, na ambtelijke afstemming tussen UWV en SZW, schriftelijk door het Ministerie van SZW aan UWV kenbaar gemaakt.
De verantwoordingsinformatie ten behoeve van het UWV-jaarverslag betreft een beperkte informatielevering vooruitlopend op het jaarverslag van UWV. Deze informatie wordt uiterlijk zes weken na afloop van het kalenderjaar opgeleverd. De door UWV te leveren items worden schriftelijk door het Ministerie van SZW aan UWV kenbaar gemaakt.
Over de levering van de periodieke kwantitatieve informatie per wet, de maandelijkse kerncijfers en de statistische jaarrapportages worden jaarlijks bilaterale afspraken gemaakt.
UWV gaat in de tussentijdse verslagen en het jaarverslag in op de bevindingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Algemene Rekenkamer en op de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen.
Dit betreft alleen projecten met een meerjarig ICT-component van minimaal € 5 mln. De rapportage hierover geschiedt overeenkomstig de brieven aan de Tweede Kamer van de Minister van BZK van 29 januari 2010 respectievelijk 10 juli 2015 (TK 26 643, nrs. 148 en 365). De accountant rapporteert jaarlijks middels een nota van bevindingen over de ordelijkheid, controleerbaarheid en deugdelijkheid van het totstandkomingsproces van de informatie, die met peildatum ultimo verantwoordingsjaar aan het Ministerie van SZW wordt geleverd. De nota van bevindingen wordt uiterlijk 15 maart aan het Ministerie van SZW geleverd.
Planning & control producten van de SVB
In deze bijlage zijn de diverse producten gespecificeerd die de SVB periodiek aan SZW dient te verstrekken op grond van artikel 5.3, 5.10a en 5.12 van de Regeling SUWI. Het betreft de volgende producten:
|
I |
jaarplan met begroting |
|
II |
tussentijds verslag |
|
III |
jaarverslag incl. jaarrekening |
|
IV |
fondsennota |
|
V |
verantwoordingsinformatie t.b.v. SZW jaarverslag |
De SVB levert het conceptjaarplan met begroting vóór 1 oktober en het definitief jaarplan met begroting vóór 1 november. De SVB dient zich op verschillende momenten te verantwoorden over de uitvoering van het jaarplan. Deze verantwoording vindt plaats in twee tussentijdse verslagen en het jaarverslag. De tussentijdse verslagen worden uiterlijk zes weken na afloop van de verslagperiode (tertaal) aan de minister verstrekt. Het jaarverslag wordt vóór 15 maart aan de minister aangeboden.
Met de fondsennota’s verstrekt de SVB informatie over de volumegegevens, baten en lasten en de vermogenspositie van de door haar beheerde fondsen. De fondsennota’s worden respectievelijk uiterlijk 1 februari, 1 maart en 1 juli opgeleverd.
De verantwoordingsinformatie ten behoeve van het SZW-jaarverslag betreft een beperkte informatielevering vooruitlopend op het jaarverslag van de SVB. Deze informatie wordt uiterlijk zes weken na afloop van het kalenderjaar aan SZW geleverd ten behoeve van het jaarverslag van SZW.
In de hierna volgende tabel worden de onderwerpen benoemd, die in de diverse producten van de P&C-cyclus aan de orde dienen te komen. Daaronder volgt, per onderwerp, een nadere toelichting.
|
I |
II |
III |
IV |
V |
|
|---|---|---|---|---|---|
|
1. Volumeontwikkeling en fondsbelasting |
|||||
|
a. voorlopige opgave voorgaand jaar |
x |
||||
|
b. realisatie lopend jaar t/m verslagperiode |
x |
x |
|||
|
c. raming lopend jaar |
x |
x |
|||
|
d. raming volgend jaar |
x |
x |
|||
|
e. voorstel herziening premiepercentages |
x |
||||
|
f. kerncijfers per wet |
x |
x |
|||
|
2. Ontwikkelingen wetsuitvoering en andere taken/werkzaamheden |
|||||
|
a. doelstellingen, activiteiten op hoofdlijnen, resultaten, kosten/baten |
x |
x |
x |
||
|
b. prestatie-indicatoren/kengetallen |
x |
x |
x |
||
|
c. speerpunten klantgerichtheid |
x |
x |
x |
||
|
d. speerpunten handhaving |
x |
x |
x |
||
|
3. Ontwikkelingen grote projecten en projecten ter invoering van nieuwe wet- en regelgeving |
x |
x |
x |
||
|
4. Ketensamenwerking (n.v.t.) |
|||||
|
5. Bedrijfsvoering |
|||||
|
a. rechtmatigheid (incl. M&O) |
x |
x |
|||
|
b. doelmatigheid |
x |
||||
|
c. totstandkoming niet-financiële informatie |
x |
||||
|
d. financieel beheer (tekortkomingen) |
x |
x |
|||
|
e. ontwikkelingen t.a.v. o.a. HRM, ICT, huisvesting |
x |
x |
x |
||
|
6. Governance |
|||||
|
a. Raad van Bestuur |
x |
||||
|
b. Risicomanagement |
x |
||||
|
7. Uitvoeringskosten |
|||||
|
a. opbouw per product c.q. per groot project |
x |
x |
x |
||
|
b. opbouw per kostensoort |
x |
x |
x |
||
|
c. opbouw per wet/andere taken en/of werkzaamheden |
x |
x |
x |
||
|
d. prognose lopend jaar |
x |
||||
|
e. vergelijking met begroting jaar t-1 |
x |
||||
|
f. vergelijking met begroting jaar t |
x |
x |
|||
|
g. vergelijking met laatst goedgekeurde jaarrekening |
x |
||||
|
8. Investeringen per categorie |
x |
x |
|||
|
9. Overzicht t.b.v. bevoorschotting/afrekening |
x |
x |
|||
|
10. Jaarrekening |
x |
||||
|
11. Aansluitingstabel (n.v.t.) |
|||||
|
12. Verantwoordingsinformatie t.b.v. SZW jaarverslag |
x |
x |
|||
|
13. Kwantitatieve informatie per wet |
x |
x |
|||
|
14. Toezichtsbevindingen |
x |
x |
|||
|
15. Rapportage grote ICT-projecten plus nota van bevindingen |
x |
|
I |
jaarplan met begroting |
|
II |
tussentijds verslag |
|
III |
jaarverslag incl. jaarrekening |
|
IV |
fondsennota |
|
V |
verantwoordingsinformatie t.b.v. SZW jaarverslag |
|
x |
Opnemen |
De SVB verstrekt aan de minister met betrekking tot de door haar beheerde fondsen afzonderlijk:
• In de januarinota:
a) een voorlopige opgave van volumegegevens, baten en lasten en de vermogenspositie over het voorafgaande jaar.
• Daarnaast verstrekt de SVB jaarlijks op basis van de CBS-prognoses een gedetailleerde meerjarenraming van het aantal personen dat een uitkering ontvangt krachtens de door de SVB uitgevoerde wetten.
• In de februarinota:
a) een actuele en onderbouwde raming voor het lopende en daaropvolgende jaar van volumegegevens, baten en lasten en de vermogenspositie voor het lopende jaar gerelateerd aan de voor dat jaar geldende beleidsmaatregelen en (voor zover van toepassing) premiepercentages.
• In de juninota:
a) een actuele en onderbouwde raming voor het lopende jaar en daaropvolgende jaar van volumegegevens, baten en lasten en de vermogenspositie.
b) de meerjaren-volumeprognose ten behoeve van het actualiseren van het costaccounting-lightmodel.
c) voor zover van toepassing een overzicht van de door de fondsbeheerder voorgenomen herziening van de premiepercentages.
• In de tussentijdse verslagen en het jaarverslag:
kerncijfers per wet, uitgesplitst naar beginstand, instroom, uitstroom en eindstand.
Het jaarplan gaat in op de volgende vragen:
• Wat wil de SVB bereiken (doelstellingen en prestatie-indicatoren)?
• Wat gaat de SVB daarvoor doen?
• Wat mag het kosten (begroting)?
In het jaarplan wordt ook aandacht besteed aan eventuele veranderingen in de taken van de organisatie. Gedacht kan worden aan:
• Nieuwe wet- en regelgeving, waarbij aandacht wordt besteed aan de activiteiten om de nieuwe maatregelen in te voeren;
• (De voorgenomen wijziging in) het beleid met betrekking tot het laten verrichten van taken door andere rechtspersonen of natuurlijke personen;
• Wijzigingen in de andere taken en de andere werkzaamheden.
In de tussentijdse verslagen en het jaarverslag doet de SVB verslag van de uitvoering van het beleid en de geleverde prestaties. Hierbij wordt tevens over majeure budgettaire ontwikkelingen gerapporteerd. Het jaarplan en de daarin opgenomen prestatie-indicatoren en kengetallen vormen het uitgangspunt. De uitkomsten van de prestatie-indicatoren worden, voorzien van een toelichting, samen met de normen/streefwaarden per wet verantwoord. Indien van toepassing beschrijft de SVB zoveel als mogelijk de eigen bijdrage aan het behalen van de doelstellingen, en geeft een verklaring als doelstellingen niet worden gehaald en de verbetermaatregelen die zijn/worden genomen.
De SVB rapporteert over de klanttevredenheid. Daarnaast rapporteert de SVB in haar jaarverslag over de wijze waarop de cliëntenparticipatie is vormgegeven. De SVB verantwoordt zich over de activiteiten die zijn ondernomen om de dienstverlening aan de klant te handhaven en verbeteren.
Bij handhaving wordt specifiek ingegaan op de uitvoering en effecten van het handhavingsbeleid. Naast de onderwerpen die genoemd zijn in het jaarplan, wordt specifiek ingegaan op de realisering van de in het Handhavingsarrangement gemaakte afspraken. Tevens worden opvallende cijfermatige ontwikkelingen toegelicht. De Raad van Bestuur wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert bij het te voeren handhavingsbeleid te expliciteren.
De SVB doet verslag van de uitvoering van nieuwe wet- en regelgeving. Hierbij wordt ingegaan op de bereikte resultaten en de daarmee gepaard gaande kosten. De SVB legt hierbij een relatie met de planning en licht eventuele wijzigingen kort toe.
In de bedrijfsvoeringsparagraaf gaat de SVB in op de sturing en beheersing van de bedrijfsprocessen binnen de SVB. Het doel is aan te geven in welke mate het management van de SVB haar bedrijfsprocessen beheerst. In de bedrijfsvoeringsparagraaf van het jaarverslag legt SVB, mede gebaseerd op risicoanalyse, verantwoording af over de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat ten minste uit de volgende onderdelen: rechtmatigheid (waaronder het M&O-beleid), doelmatigheid, totstandkoming niet-financiële informatie, financieel beheer en overige aspecten van de bedrijfsvoering.
Voor wat betreft rechtmatigheid rapporteert de SVB in het tweede tussentijdsverslag over de rechtmatigheidscijfers per wet over het eerste half jaar en in het jaarverslag over de jaarcijfers. Vaststelling van de rechtmatigheid is gekoppeld aan het handelen in het verslagjaar (het handelen omvat mede het ten onrechte niet-handelen) en de fouten die daarbij zijn gevonden. Ingegaan wordt op de wijze waarop met oude fouten wordt omgegaan. Tevens wordt hierbij inzicht geboden in de uitgevoerde herstelactiviteiten. De wijze waarop de SVB verantwoording dient af te leggen over de rechtmatigheid in het jaarverslag en de jaarrekening, alsmede de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden dient te verrichten, zijn nader uitgewerkt in de artikelen 5.10b t/m 5.10e van de Regeling SUWI en met name in de daarbij behorende toelichting.
In artikel 5.10e, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling SUWI is aangegeven dat de SVB inzicht biedt in doelmatigheid van het beheer en de organisatie. Dit is nader uitgewerkt in Bijlage XXIII bij de Regeling SUWI. De Raad van Bestuur wordt geacht de uitgangspunten die zij hanteert met betrekking tot doelmatigheid te expliciteren.
De SVB rapporteert in het jaarverslag over het totstandkomingsproces van de informatievoorziening (inclusief de daarbij gehanteerde criteria zoals vastgelegd in bijlage XVII van de Regeling SUWI) en de wijze waarop deze is gewaarborgd (conform artikel 5.16, tweede lid, van de Regeling SUWI) en eventuele verbetermaatregelen.
In dit onderdeel rapporteert de SVB over de belangrijkste tekortkomingen in het financieel beheer. Onder financieel beheer wordt verstaan het geheel van beslissingen, handelingen en regels die zijn bedoeld voor de sturing en beheersing van, alsmede de verantwoording over, de financiële transacties en de saldi waarvoor het management (mede)verantwoordelijkheid draagt. De administraties, die ten behoeve van het financieel beheer worden bijgehouden, worden eveneens tot het financieel beheer gerekend.
Het financieel beheer dient te voldoen aan de eisen ordelijkheid en controleerbaarheid. Onder ordelijk wordt verstaan dat het financieel beheer en de administraties in overeenstemming zijn met de in de administratieve organisatie vastgelegde procedureregels.
Met controleerbaar wordt bedoeld dat de uitkomsten van het financieel beheer duidelijk worden vastgelegd, opdat achteraf controle efficiënt kan worden uitgevoerd.
De SVB rapporteert in het algemeen bij onvolkomenheden in het financieel beheer als die kunnen leiden tot disfunctioneren van het financieel beheer en/of betrekking hebben op kritieke processen en/of wijdverbreid zijn en/of kunnen leiden of hebben geleid tot aanzienlijke risico’s.
De SVB rapporteert over ontwikkelingen ten aanzien van de volgende onderwerpen:
Sociaal beleid en HRM
De SVB rapporteert op dit punt over belangrijke personeelsaangelegenheden, waaronder in ieder geval de personeelsbezetting, het personeelsverloop, de sociale plannen en de daarmee gemoeide kosten.
ICT en informatiebeveiliging
De SVB rapporteert over de voortgang, verbetering en vernieuwing van de geautomatiseerde ondersteuning van zowel haar primaire als ondersteunende processen. Ook de voortgang van projecten ter verbetering van gegevensbeheer en privacybescherming vallen hieronder. De SVB rapporteert in het jaarverslag over de opzet en werking van het stelsel van maatregelen en procedures gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking, en over het beveiligingsniveau van Suwinet (conform artikel 5.22 en 6.4 Regeling SUWI).
Huisvesting
De SVB doet in de tussentijdse verslagen en het jaarverslag verslag van de voortgang van de huisvestingsplannen. In het bijzonder rapporteert de SVB over de volgende onderwerpen:
– Leegstand: fysiek leegstaande en verhuurbare oppervlakten in vierkante meters VVO (conform de definitie van de Rijksgebouwendienst)
– Overmaat: voortgang van de activiteiten om de overmaat te verhuren aan derden.
– Huisvestingskosten: onderverdeeld naar SV en niet-SV.
De onderwerpen die onder het onderdeel governance vallen hebben betrekking op de bestuurlijke inrichting van de SVB en de wijze waarop zij haar taken uitvoert.
Risicomanagement
De SVB gaat in op het risicobeheersingsmodel en rapporteert over de belangrijkste risico’s en de beheersmaatregelen met betrekking tot deze risico’s.
In de toelichting wordt onder andere ingegaan op:
• uitleg belangrijke posten
• verklaring van verschillen (in ieder geval indien sprake is van verschillen van meer dan 5% en ten minste 50.000 ten opzichte van dezelfde post voorafgaand jaar)
• opvallende ontwikkelingen
• de wijze van toerekening van uitvoeringskosten naar de verschillende wetten
• omvang en samenstelling van buitengewone baten en lasten
• omvang van de baten als gevolg van werk voor derden
• de financiering van vaste activa
• (alleen in het tweede tussentijdse verslag) prognose realisatie lopend jaar, uitgesplitst naar reguliere kosten, projectkosten en frictiekosten. Als de prognose realisatie afwijkt van het toegekende budget dan wordt dit nader toegelicht.
De indeling in categorieën volgt titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Ten behoeve van de bevoorschotting neemt de SVB in het jaarplan met begroting een overzicht op van de uitvoeringskosten en uitkeringslasten welke ten laste komen van een rijksbijdrage. Dit overzicht wordt tevens separaat van de tussentijdse verslagen aan SZW verstrekt. Voor de afrekening neemt de SVB in de jaarrekening de in paragraaf 10.4.7 opgenomen tabel op die ziet op afrekening van de uitvoeringskosten en uitkeringslasten.
De jaarrekening van de SVB omvat zowel de SVB als uitvoeringsorganisatie alsook de geadministreerde SV-fondsen.
In de toelichting op de jaarrekening wordt onder andere ingegaan op:
• de wijze van toerekening van uitvoeringskosten naar de verschillende wetten
• omvang alsmede dotatie, onttrekking en vrijval van de voorzieningen voor het risico van oninbaarheid van premiedebiteuren respectievelijk uitkeringsdebiteuren
• de financiering van vaste activa
• de wijze van afrekening van rijksgefinancierde uitkeringslasten en uitvoeringskosten
De jaarrekening wordt ingericht zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de bepalingen omtrent het activeren van Immateriële Vaste Activa zijn uitgezonderd.In verband met de versnelling van de verantwoording is het toegestaan het handelen in het verslagjaar te koppelen aan een jaarschijveninterpretatie. De te hanteren jaarschijf mag niet ouder zijn dan 3 maanden ten opzichte van het kalenderjaar waarop de verantwoording betrekking heeft. Indien de jaarschijven worden aangepast dan dient dit in de jaarrekening te worden vermeld evenals de vergelijkende cijfers. Met betrekking tot de premiebaten is het toegestaan als waarderingsgrondslag de EMU-definitie te hanteren (één maand verschoven kasbasis).
De SVB vormt een egalisatiereserve met overeenkomstige toepassing van artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en artikel 5.10a, tweede lid, van de Regeling SUWI. Deze reserve wordt ingezet voor:
• Opvangen van schommelingen in de inkomsten en uitgaven
• Reserveringen voor kosten die zich niet jaarlijks voordoen (bijvoorbeeld onderhoud bedrijfsmiddelen)
• Opvangen van overlopende verplichtingen (bijvoorbeeld projecten wet- en regelgeving)
• Onvoorziene uitgaven met een incidenteel karakter.
In beginsel vormt de SVB naast de egalisatiereserve geen bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen. Hiervan kan slechts met instemming van het Ministerie van SZW worden afgeweken.
|
jaar t |
jaar t-1 |
|
|---|---|---|
|
• materiële vaste activa |
||
|
• financiële vaste activa |
||
|
Totaal vaste activa |
||
|
• vorderingen |
||
|
• liquide middelen |
||
|
• overige vlottende activa |
||
|
Totaal vlottende activa |
||
|
Totaal activa |
||
|
• fondsvermogen |
||
|
• bestemmingsfondsen |
||
|
• egalisatiereserve |
||
|
• voorzieningen |
||
|
• langlopende schulden |
||
|
• kortlopende schulden |
||
|
Totaal passiva |
Toelichting
*Verloopstaat materiële vaste activa
*Verloopstaat financiële vaste activa
*Verloopstaat fondsvermogen
*Verloopstaat voorzieningen
*Verloopstaat langlopende schulden
|
jaar t |
jaar t-1 |
|
|---|---|---|
|
• Baten per wet sv |
||
|
• Totaal baten per wet sv |
||
|
• Totaal baten niet-sv |
||
|
Totaal baten |
||
|
• Lasten per wet sv |
||
|
• Totaal lasten per wet sv |
||
|
• Lasten niet-sv |
||
|
Totaal lasten |
||
|
Saldo van baten en lasten |
Toelichting
|
Baten per wet |
SV |
niet-SV |
Totaal |
|
|
Rijksbijdragen |
||||
|
Premies |
||||
|
Overige baten |
||||
|
Totaal |
||||
|
Lasten wettelijke taken (realisatie t/ /realisatie t-1) |
||||
|
Lasten per wet |
SV |
niet-SV |
Totaal |
|
|
Uitkeringen (incl. sociale lasten) |
||||
|
Overige lasten |
||||
|
Uitvoeringskosten |
||||
|
Totaal |
||||
|
Uitvoeringskosten |
SV |
niet-SV |
Totaal |
|
Personeel |
|||
|
Huisvesting |
|||
|
Automatisering |
|||
|
Bureaukosten |
|||
|
Diensten en diversen |
|||
|
Totaal |
|||
|
Uitvoeringskosten realisatie t/ /realisatie t-1 |
|||
|
Uitvoeringskosten |
Totaal |
||
|
Staande organisatie |
|||
|
Per project |
|||
|
Totaal |
|
Saldo van baten en lasten naar fonds (voor zover van toepassing) |
|||
|
Baten en lasten per fonds |
SV |
niet-SV |
Totaal |
|
Programmakosten |
Uitvoeringskosten |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Wet of regeling |
Realisatie jaar |
Voorschot jaar |
Afrekening jaar |
Realisatie jaar |
Voorschot jaar |
Afrekening jaar |
Totaal afrekening |
Jaarlijks worden tijdens het uitvoeringsjaar de wetten en regelingen die in deze tabel opgenomen moeten worden, na ambtelijke afstemming tussen de SVB en SZW, door SZW per brief vastgesteld.
WNT verantwoording
De SVB doet jaarlijks verslag van de topinkomens op basis van de Wet normering topinkomens (WNT).
Controleverklaring en verslag van bevindingen
De accountant onderzoekt de verantwoording die de Raad van Bestuur van de SVB op grond van de Regeling SUWI heeft uitgebracht. De controleverklaring en het verslag van bevindingen zijn nader geregeld in artikel 5.10b t/m e en bijlage XXII van de Regeling SUWI.
De verantwoordingsinformatie ten behoeve van het SZW jaarverslag betreft een beperkte informatielevering vooruitlopend op het jaarverslag van de SVB. Deze informatie wordt uiterlijk zes weken na afloop van het kalenderjaar aan SZW geleverd. De door de SVB te leveren items worden schriftelijk door het Ministerie van SZW aan de SVB kenbaar gemaakt.
Over de levering van de periodieke kwantitatieve informatie per wet, de maandelijkse kerncijfers, de rapportage handhaving SVB en de statistische jaarrapportages worden jaarlijks bilaterale afspraken gemaakt.
De SVB gaat in de tussentijdse verslagen en het jaarverslag in op de bevindingen van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Algemene Rekenkamer en op de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen.
Dit betreft alleen projecten met een meerjarig ICT-component van minimaal € 5 mln. De rapportage hierover geschiedt overeenkomstig de brieven aan de Tweede Kamer van de Minister van BZK van 29 januari 2010 respectievelijk 10 juli 2015 (TK 26 643, nrs. 148 en 365). De accountant rapporteert jaarlijks middels een nota van bevindingen over de ordelijkheid, controleerbaarheid en deugdelijkheid van het totstandkomingsproces van de informatie, die met peildatum ultimo verantwoordingsjaar aan het Ministerie van SZW wordt geleverd. De nota van bevindingen wordt uiterlijk 15 maart aan het Ministerie van SZW geleverd.
In de bijlagen VI en VIII bij de Regeling SUWI zijn de voorschriften opgenomen voor de planning- en control producten die het UWV en de SVB periodiek aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) verstrekken. Met deze wijziging zijn beide bijlagen geactualiseerd en onderling geharmoniseerd. De belangrijkste aanpassingen betreffen:
1. Een verduidelijking van de omgang met immateriële vaste activa
Volgens de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ 210.0) dient een immaterieel vast actief te worden geactiveerd indien aan de criteria daarvoor wordt voldaan. In de praktijk activeren UWV en SVB dergelijke activa echter niet, omdat de kosten doorgaans projectmatig worden gefinancierd in het jaar van voortbrenging. Activering past niet bij de wijze waarop deze organisaties worden gefinancierd en verantwoord.
Om duidelijkheid te bieden, is in zowel bijlage VI (UWV) als bijlage VIII (SVB) expliciet bepaald dat het activeren van immateriële vaste activa niet verplicht is, tenzij sprake is van objectieve hinderingen conform de jaarverslaggevingsrichtlijnen.
Daarnaast is in artikel 10.1 van beide bijlagen de verwijzing naar het activeren van immateriële vaste activa verwijderd, zodat de bepalingen in lijn zijn met de feitelijke praktijk en het aangepaste waarderingsbeleid.
2. Het uniformeren van beide bijlagen op het gebied van structuur, terminologie en format
De bijlagen VI (UWV) en VIII (SVB) zijn inhoudelijk en redactioneel zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. De artikelen zijn waar mogelijk gelijkgetrokken in structuur, terminologie en opmaak. Hiermee is de vergelijkbaarheid van de planning- en controlinformatie van beide uitvoeringsorganisaties versterkt. De wijzigingen zijn in overleg met UWV en SVB tot stand gekomen. Zo zijn de volgende artikelen aangepast:
• Artikel 5 (Jaarverslag): het jaarverslag is expliciet toegevoegd aan de opsomming van de te verstrekken producten.
• Artikel 7 (Uitvoeringskosten): is uitgebreid met aanvullende onderdelen die verduidelijken welke kosten in de toelichting moeten worden meegenomen.
• Artikel 10.1 (Grondslagen waardering en resultaatbepaling): aangepast aan de nieuwe bepaling over immateriële vaste activa.
• Artikel 10.2 (egalisatiereserve): In de toelichting bij de staat van baten en lasten onder onderdeel 10.2 (egalisatiereserve) is de passage ‘begroot t’ geschrapt.
• Artikel 10.6.3 (Bijlage VI): de verwijzing naar ‘SV-wet’ is gewijzigd in ‘per wet’, omdat UWV meerdere wetten uitvoert.
• Artikel 12 (Toelichting bij de tabellen): redactioneel geharmoniseerd met bijlage VIII.
Deze aanpassingen zijn hoofdzakelijk redactioneel van aard en dragen bij aan een consistent en uniform verantwoordingskader voor beide uitvoeringsorganisaties.
Inwerkingtreding en terugwerkende kracht
De nieuwe regeling treedt formeel in werking op 1 juli 2026, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Dit betekent dat de nieuwe voorschriften al gelden voor de planning- en control-producten over verslagjaar 2025.
Gedurende de periode van 1 januari 2025 tot 1 juli 2026 wordt door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een overgangstermijn gehanteerd, waarin beperkte afwijkingen van de nieuwe voorschriften worden gedoogd.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-20539.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.