Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 juni 2026, nr. WJZ/106579980, houdende de wijziging van de Subsidieregeling JTF 2021–2027 in verband met enkele wijzigingen in de hoofdstukken 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 [KetenID 29133]

De Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op verordening (EU), nr. 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PbEU 2021, L 231), verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie (PbEU 2021, L 231), verordening (EU) 2025/1914 van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2025 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1058 en Verordening (EU) 2021/1056 wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen in het kader van de tussentijdse evaluatie (PbEU 2025, L 17) en verordening (EU) 2024/795 van het Europees Parlement en de Raad van 29 februari 2024 tot oprichting van het platform voor strategische technologieën voor Europa (‘STEP’) en tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG en Verordeningen (EU) 2021/1058, (EU) 2021/1056, (EU) 2021/1057, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) 2021/1060, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695, (EU) 2021/697 en (EU) 2021/241 (PbEU 2024, L 27);

Gelet op de artikelen 2 en 3 van de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies en de artikelen 2, 3, eerste, derde en vierde lid, 5 en 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluiten:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling JTF 2021–2027 wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vervanging van de punt aan het slot van de laatste begripsbepaling door een puntkomma worden in artikel 1.1, in de alfabetische volgorde, de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

MTR-verordening:

verordening (EU) 2025/1914 van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2025 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1058 en Verordening (EU) 2021/1056 wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen in het kader van de tussentijdse evaluatie (PbEU 2025, L 17);

STEP-verordening:

verordening (EU) 2024/795 van het Europees Parlement en de Raad van 29 februari 2024 tot oprichting van het platform voor strategische technologieën voor Europa (‘STEP’) en tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG en Verordeningen (EU) 2021/1058, (EU) 2021/1056, (EU) 2021/1057, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) 2021/1060, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695, (EU) 2021/697 en (EU) 2021/241 (PbEU 2024, L 27).

B

In artikel 2.8.5 wordt, onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Van het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, is maximaal € 15.000.000 uitsluitend beschikbaar voor activiteiten die passen binnen de STEP-verordening en de MTR-verordening.

C

In artikel 2.9.6 wordt ‘9 oktober 2023 9.00 uur tot en met 12 juni 2026 17.00 uur’ vervangen door ‘9 oktober 2026 9.00 uur tot en met 26 februari 2027 17.00 uur’.

D

Artikel 2.11.8, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 20,90’ vervangen door ‘€ 24,00’.

2. In onderdeel b wordt ‘€ 2.892’ vervangen door ‘€ 3.171’.

E

Artikel 2.16.4, vierde lid, onderdeel a, komt te luiden:

  • a. productieve investeringen van het mkb en grote ondernemingen, waarbij voor grote ondernemingen de activiteiten beperkt zijn tot vestigingsprojecten, diversificatieprojecten en milieu-investeringen;.

F

Artikel 2.16.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 50.000.000’ vervangen door ‘€ 70.000.000’.

2. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Van het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, is maximaal € 32.000.000 uitsluitend beschikbaar voor activiteiten die passen binnen de STEP-verordening en de MTR-verordening.

G

In artikel 2.16.6, eerste lid, wordt ‘12 juni 2026’ vervangen door ‘15 december 2026’.

H

In artikel 2.17.5 wordt, onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Van het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, is maximaal € 2.000.000 uitsluitend beschikbaar voor activiteiten die passen binnen de STEP-verordening en de MTR-verordening.

I

In de artikelen 3.1.8, tweede lid, 4.1.8, tweede lid, 4.2.8, tweede lid, 4.3.5, derde lid, 4.4.8, tweede lid, 4.5.8, tweede lid, 4.6.6, eerste lid en 4.6.8, tweede lid, wordt ‘31 december 2029’ vervangen door ‘31 december 2030’.

J

In artikel 3.1.11 wordt ‘1 januari 2027’ vervangen door ‘1 januari 2031’ en wordt ‘met dien verstande dat deze titel van toepassing blijven’ vervangen door ‘met dien verstande dat deze van toepassing blijven’.

K

Artikel 4.3.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt ‘31 december 2027’ vervangen door ‘31 december 2028’.

2. In het derde lid wordt ‘31 december 2029’ vervangen door ‘31 december 2030’.

L

In artikel 4.3.7, eerste lid, wordt ‘31 december 2026’ vervangen door ‘31 december 2027’.

M

Aan artikel 4.3.9 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Voor de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vindt tevens een beleidsbeoordeling plaats door de JTF-regio, waarbij ten minste 50 procent van de punten onder het tweede lid, onderdeel a, dient te worden toegekend.

N

In artikel 4.3.13 wordt ‘1 januari 2027’ vervangen door ‘1 januari 2031’.

O

Aan artikel 4.4.6, eerste lid, wordt toegevoegd ‘tot 30 juni 2026 17.00 uur’.

P

Aan artikel 4.4.9 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Voor de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vindt tevens een beleidsbeoordeling plaats door de JTF-regio waarbij ten minste 50 procent van de punten onder het tweede lid, onderdeel a, dient te worden toegekend.

Q

In artikel 4.4.11 wordt ‘1 januari 2027’ vervangen door ‘1 januari 2031’.

R

In artikel 4.5.5, eerste lid, wordt ‘€ 14.947.070’ vervangen door ‘€ 15.143.867’.

S

Aan artikel 4.5.6, eerste lid, wordt toegevoegd ‘tot en met 31 december 2030 17.00 uur’.

T

Aan artikel 4.5.9 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Voor de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vindt tevens een beleidsbeoordeling plaats door de JTF-regio waarbij ten minste 50 procent van de punten onder het tweede lid, onderdeel a, dient te worden toegekend.

U

In artikel 4.5.11 wordt ‘1 januari 2027’ vervangen door ‘1 januari 2031’.

V

In artikel 4.6.3, aanhef, wordt ‘Staatssecretaris’ vervangen door ‘Minister’.

W

Artikel 4.6.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 13.597.000’ vervangen door ‘€ 14.396.773’.

2. In het tweede lid wordt ‘Staatssecretaris’ vervangen door ‘Minister’.

X

In artikel 4.6.6, tweede lid, wordt ‘Staatssecretaris’ vervangen door ‘Minister’.

Y

Aan artikel 4.6.9 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Voor de mate waarin het project meer bijdraagt aan de doelstellingen van het Programma JTF 2021–2027, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vindt tevens een beleidsbeoordeling plaats door de JTF-regio waarbij tenminste 50 procent van de punten onder het tweede lid, onderdeel a, dient te worden toegekend.

Z

In artikel 4.6.10, eerste, tweede en vierde lid, wordt ‘Staatssecretaris’ vervangen door ‘Minister’.

AA

In artikel 4.6.11 wordt ‘1 januari 2030’ vervangen door ‘1 januari 2031’.

BB

In artikel 5.4.5, derde lid, wordt ‘31 juli 2026’ vervangen door ‘29 januari 2027’.

CC

In artikel 5.4.6, eerste lid, wordt ‘15 juni 2026’ vervangen door ‘15 december 2026’.

DD

Artikel 6.4.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met € 220.035 conform artikel 90, zesde lid, van de GB-verordening.

2. In het vierde lid wordt ‘31 juli 2026’ vervangen door ‘29 januari 2027’.

EE

In artikel 6.4.6, eerste lid, wordt ‘15 juni 2026’ vervangen door ‘15 december 2026’.

FF

Artikel 7.4.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd met € 660.646 conform artikel 90, zesde lid, van de GB-verordening.

2. In het vierde lid (nieuw) wordt ‘31 juli 2026’ vervangen door ‘29 januari 2027’.

GG

In artikel 7.4.6, eerste lid, wordt ‘15 juni 2026’ vervangen door ‘15 december 2026’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 5 juni 2026

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief

TOELICHTING

1. Inhoud regeling

Met deze wijzigingsregeling worden de hoofdstukken van 1 tot en met 7 van de Subsidieregeling JTF 2021–2027 gewijzigd.

De wijzigingen in de subsidietitels 1.1.2.8.5, 2.16.5, 2.17.5, 3.1.8, 3.1.11, 4.1.8, 4.2.8, 4.4.11, 4.5.8, 4.5.11, 4.6.6, 4.6.8 en 4.6.11 vloeien voort uit de JTF-programmawijziging en de toevoeging van de STEP-prioriteiten aan het JTF-programma in Nederland. Hiermee worden nieuwe strategisch belangrijke sectoren toegevoegd aan het JTF, wat bijdraagt aan de doelmatigheid van de inzet van de JTF-middelen in Nederland.

In artikel 1.1 zijn de begripsbepalingen voor de MTR-verordening en STEP-verordening toegevoegd. Deze EU-verordeningen vormen het juridische kader voor de herprioritering van een deel van het JTF-budget naar de STEP-doelstellingen. In de subsidietitels 2.8.5, 2.16.5 en 2.17.5 worden de subsidieplafonds bekendgemaakt voor de projecten die binnen de STEP-verordening en de MTR-verordening passen.

De wijzigingen in de subsidietitels van hoofdstuk 3 (regio IJmond) en hoofdstuk 4 (regio Groot-Rijnmond) – namelijk 3.1.8, 3.1.11, 4.1.8, 4.2.8, 4.4.11, 4.5.8, 4.5.11, 4.6.6, 4.6.8 en 4.6.11 – betreffen de verlenging van de aanvraagperiode en de uitvoeringsperiode van het JTF-programma. Door de toevoeging van de STEP-prioriteiten aan het JTF is een extra uitvoeringsjaar beschikbaar gesteld.

De wijzigingen in de subsidietitels 4.6.5, 6.4.5, tweede lid en 7.4.5, tweede lid, betreffen het verhogen van de JTF-subsidieplafonds door de inzet van de rentebaten die zijn gegenereerd uit de STEP-voorfinanciering.

De openstellingen voor de subsidietitels in hoofdstuk 2 (Groningen-Emmen: 2.9.6, 2.16.6), hoofdstuk 4 (Groot-Rijnmond: 4.3.5, 4.3.7, 4.4.6, 4.5.6), hoofdstuk 5 (West-Noord-Brabant: 5.4.5, 5.4.6), hoofdstuk 6 (Zeeuws-Vlaanderen/Vlissingen-Oost: 6.4.5, 6.4.6) en hoofdstuk 7 (Zuid-Limburg: 7.4.5, 7.4.6) zijn verlengd om initiatiefnemers meer tijd te geven voor de voorbereiding en indiening van aanvragen.

De wijziging in hoofdstuk 2, subsidietitel 2.16.4 (Groningen-Emmen) betreft de toevoeging van een toelichting op wat onder productieve investeringen wordt verstaan. In de toelichting op de oorspronkelijke regeling is opgenomen dat voor wat betreft productieve investeringen van grote ondernemingen deze, in overeenstemming met Europese bepalingen, alleen in aanmerking komen voor de subsidie wanneer sprake is van nieuwe economische activiteiten. Deze komen echter ook in aanmerking als investeringen zijn aan te merken als milieu-investering. Ter verduidelijking is dit in de regeling toegevoegd. Dit betekent dat de aanvraagmogelijkheden voor grote ondernemingen voor wat betreft productieve investeringen beperkt blijft tot vestigingsprojecten en diversificatieprojecten of milieu-investeringen.

Een diversificatieproject is een project waar sprake is van nieuwe activiteiten die niet dezelfde zijn als of vergelijkbaar zijn met de activiteiten die voordien in de vestiging werd uitgeoefend. Voor steun aan grote ondernemingen of mkb ten behoeve van diversificatie van een bestaande vestiging liggen de in aanmerking komende kosten ten minste 200% hoger dan de boekwaarde van de opnieuw gebruikte activa, zoals die in het belastingjaar voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden is geboekt. Een vestigingsproject is een project waar sprake is van nieuwe economische activiteiten voortkomende uit:

  • 1. het stichten van een bedrijf;

  • 2. het stichten van een hoofdkantoor, laboratorium of innovatieafdeling;

  • 3. het nieuw vestigen van een locatie van een in de onderdelen 1 of 2 genoemd bedrijf.

De wijzigingen in hoofdstuk 4, subsidietitels 4.3.9, 4.4.9, 4.5.9 en 4.6.9, zijn bedoeld om het beoordelingsproces van de aanvragen te verbeteren. Op verzoek van de Auditdienst van de Europese Commissie is de beleidsbeoordeling toegevoegd aan de openstelling, conform de werkwijze en de door het Monitoringcomité vastgestelde beoordelingscriteria.

De wijzigingen in de subsidietitels 4.6.3, 4.6.5 en 4.6.10 betreffen de aanpassing van de verantwoordelijke bewindspersoon voor de regeling.

2. Staatssteun

Het is noodzakelijk dat er toetsing plaatsvindt op staatssteunaspecten. In artikel 1.4 van de Subsidieregeling JTF 2021–2027 zijn alle relevante artikelen uit de Algemene groepsvrijstellingverordening opgenomen die van toepassing kunnen worden verklaard. De intermediaire instantie beoordeelt de projecten bij aanvraag op de regionale bepalingen en beoordelen of het verlenen van staatssteun geoorloofd is.

Een belangrijke voorwaarde bij deze subsidieregeling is dat wanneer op grond van staatssteunbeperkingen (zoals de Algemene groepsvrijstellingsverordening of de de-minimisverordening) een lager maximumpercentage aan subsidie geldt, het geldende (lagere) percentage wordt aangehouden bij de subsidieverlening.

Er kan ten aanzien van staatssteun in het algemeen sprake van zijn drie situaties: geen staatssteun (geen economische activiteiten), geoorloofde staatssteun of ongeoorloofde staatssteun. Steun kan worden verleend wanneer geen sprake is van staatssteun of wanneer de steun past binnen geldende staatssteunregels. De bepaling van de (maximale) steun wordt per begunstigde uitgevoerd, wat inhoudt dat de (maximale) subsidiepercentages kunnen verschillen tussen de projectpartners. Op basis van deze berekening wordt vervolgens het subsidiepercentage en subsidiebedrag voor het project als geheel bepaald.

3. Regeldruk

De voorgestelde wijzigingen leiden niet tot een toe- of afname van de regeldruk bij de gebruikers van de regeling. Voor een nadere toelichting op de huidige regeldrukeffecten wordt verwezen naar paragraaf 3 van de algemene toelichting van de Subsidieregeling JTF 2021–2027 (Stcrt. 2025, 17881).

4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij is geplaatst. Met de datum van publicatie en inwerkingtreding wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van een kwartaal in werking treden en twee maanden voordien bekend worden gemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd, omdat de doelgroep van deze regeling gebaat is bij spoedige inwerkingtreding.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief

Naar boven