Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2026, 19761 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2026, 19761 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris voor Justitie en Veiligheid,
Gelet op de artikelen 71b, tweede lid, 71d, vierde lid, en 71f, vierde lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg;
Besluit:
De Regeling Jeugdwet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 8f, eerste lid, onderdeel b, onder 6, wordt na ‘toewijzingsdatum’ ingevoegd ‘en toewijzingsnummer’.
B
Artikel 8g van de Regeling Jeugdwet wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt na ’gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen’ ingevoegd ‘, alsmede de duur van het contract of de subsidie’.
2. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. De periodieke verstrekking van de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, vindt telkens plaats binnen acht weken na afloop van het eerste kwartaal. Een tussentijdse wijziging in de gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulp wordt aan de zorgautoriteit doorgegeven binnen acht weken nadat de wijziging zich heeft voorgedaan.
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
5. De periodieke verstrekking van gegevens en inlichtingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, vindt telkens plaats binnen acht weken na afloop van het vierde kwartaal. De periodieke verstrekking van gegevens en inlichtingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, vindt telkens plaats binnen acht weken na afloop van een kwartaal.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Deze regeling wijzigt de Regeling Jeugdwet. De wijzigingen hebben een technisch karakter. Zij geven nadere invulling aan een enkele lacunes ontstaan bij de recente totstandkoming van de Regeling verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (Stcrt. 2025, 37937). De wijzigingen worden hierna toegelicht.
Met de Regeling verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is de Regeling Jeugdwet op onderdelen gewijzigd waarbij uitvoering is gegeven aan de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (hierna: Wvbj). Onderdeel van die wet is de introductie met ingang van 1 januari 2026 van taken voor de Nederlandse Zorgautoriteit (hierna: NZa) in verband met het verkrijgen van inzicht in de ontwikkeling van de beschikbaarheid van jeugdzorg (stelselonderzoek) en met het signaleren van risico’s voor de beschikbaarheid van specialistische jeugdzorg dan wel van reeds bestaande tekorten in de specialistische jeugdzorg (vroegsignalering). Voor de uitvoering van die taken zijn in de artikelen 71b en 71c van de Wet marktordening gezondheidszorg (hierna: Wmg) voorschriften gegeven over de gegevensverwerking. De Regeling Jeugdwet geeft hieraan nader uitvoering in de artikelen 8f (stelselonderzoek) en 8g (vroegsignalering).
In artikel 8f van de Regeling Jeugdwet is uitgewerkt welke gepseudonimiseerde gegevens voor het stelselonderzoek worden verstrekt aan de NZa. Daarbij is abusievelijk niet het toewijzingsnummer opgenomen, terwijl dat nodig is om verschillende berichten uit het dataverkeer aan elkaar te verbinden. Dit is ondersteunende informatie, noodzakelijk voor een samenhangende interpretatie van de gegevens die ten behoeve van het stelselonderzoek kunnen worden verwerkt. Artikel 8f wordt hierop aangevuld.
De regeling gaat uit van een jaarlijks te verstrekken overzicht van gegevens en inlichtingen aan de NZa maar daarbij ontbreekt de vermelding van een concrete termijn waarbinnen deze gegevens en inlichtingen dienen te worden verstrekt. In deze lacune wordt voorzien met een verplichte aanlevertermijn: de verstrekking vindt telkens plaats binnen acht weken na het eerste kwartaal (artikel 8g, tweede lid (nieuw)). Daarnaast wordt voorzien in een verplichting ook tussentijdse wijzigingen binnen acht weken door te geven. Zo wordt voorkomen dat een wijziging in het aanbod pas bij de volgende jaarlijkse verstrekking kenbaar is voor de NZa. Een eventueel hiaat in het aanbod is daarmee beter voorspelbaar en dit is ondersteunend aan de vroegsignaleringsfunctie. Dit geldt ook voor een derde wijziging in artikel 8g. In het eerste lid, onderdeel a, wordt de verplichting opgenomen in de informatieverstrekking aan de NZa aan te geven wat de overeengekomen contractduur is, of voor welke periode aan een aanbieder subsidie is verschaft. Ook dit komt ten goede aan de voorspelbaarheid van het aanbod en helpt hiaten tijdig te signaleren.
Artikel 8g, vijfde lid, ziet op de periodieke verstrekking van gegevens en inlichtingen door aanbieders en gecertificeerde instellingen en bevat de termijnen waarbinnen gegevens aan de NZa moeten worden verschaft. Daarbij is verschil gemaakt tussen gegevens die eenmalig (jaarlijks) verstrekt dienen te worden en gegevens die op kwartaalbasis verstrekt dienen te worden. Voor de kwartaalgegevens ontbreekt een termijn voor verstrekking. Daarin wordt met de onderhavige regeling alsnog voorzien. Ook hier is gekozen voor een termijn van acht weken (na afloop van een kwartaal). Deze termijn is eerder door de NZa, Jeugdzorg Nederland en de VNG beoordeeld als redelijk en haalbaar. Hiernaast heeft de NZa ook de beroepsvereniging voor financials in de zorg (FIZI) bevraagd. De termijn van acht weken leidt ook niet tot onnodige regeldruk: het gaat om gegevens die aanbieders en gecertificeerde instellingen, uitgaande van een gezonde en transparante financiële bedrijfsvoering beschikbaar zouden moeten hebben binnen deze termijn.
Voor de gegevens die jaarlijks moeten worden aangeleverd geldt dat deze uitvraag meegaat met de uitvraag over het vierde kwartaal. Voor deze gegevens geldt derhalve een aanlevertermijn van acht weken na afloop van het vierde kwartaal (artikel 8g, vijfde lid).
De regeling is in de periode van 29 april 2026 tot 14 mei 2026 aangeboden voor internetconsultatie. Deze consultatie heeft geen reacties opgeleverd.
De wijzigingen zijn toegelicht in het algemeen deel van deze toelichting.
De regeling treedt in werking op 1 juli 2026, het eerst mogelijke moment na constatering van de beschreven gebreken waarbij rekening is gehouden met de vaste verandermomenten voor regelgeving.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-19761.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.