Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 26 mei 2026, nr. IENW/BSK-2026/81881, tot wijziging van de Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement in verband met actualisaties van de artikelen waarvoor bevoegde autoriteiten zijn aangewezen

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Artikel 1 van de Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘Minister van Infrastructuur en Milieu’ vervangen door ‘Minister van Infrastructuur en Waterstaat’.

2. In onderdeel b wordt in de numerieke volgorde ingevoegd: ‘1.10a, derde lid;’.

3. In de onderdelen d, e, f, g en h wordt ‘1.10, vierde lid;’ vervangen door ‘1.10, eerste lid;’.

4. In onderdelen d, e, f, g en h wordt in de numerieke volgorde ingevoegd ‘1.10a, tweede lid;’.

5. In de onderdelen e, f, g en h wordt ‘6.26, eerste, tweede, derde lid, de onderdelen c en e, en zevende lid’ vervangen door ‘6.26, eerste, tweede, derde lid, onderdelen c en e, en zesde lid’.

6. In onderdeel d, wordt ‘6.26, eerste, tweede, derde lid, onderdeel c en e, en zevende lid’ vervangen door ‘6.26, eerste, tweede, derde lid, onderdelen c en e, en zesde lid’ en wordt ‘9.06, zevende lid’ vervangen door ‘9.06, negende lid’.

7. Er wordt een onderdeel toegevoegd luidende:

  • i. de commissie van deskundigen, genoemd in artikel 1.19 van de Binnenvaartregeling, voor artikel 1.07, zesde lid.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit van 2 juni 2026 tot wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, houdende de implementatie van het Besluit-II van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart en tot wijziging van het Binnenvaartpolitiereglement (Stb. 2026, 143) in werking treedt.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans

TOELICHTING

De Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement (hierna: Beschikking) is een besluit dat dient ter aanwijzing van de bevoegde autoriteiten in het Binnenvaartpolitiereglement (hierna: Bpr). In deze wijziging is de Beschikking geactualiseerd. In het Bpr zijn enkele artikelen vernummerd en er zijn nieuwe bevoegdheden aan het Bpr toegevoegd die toebedeeld moet worden aan een bevoegde autoriteit.1

In artikel 1.10a, derde lid, van het Bpr wordt de bevoegdheid geformuleerd voor de bevoegde autoriteit, om een verklaring betreffende de duur en geografische begrenzing van bouwwerkzaamheden af te geven. Deze bevoegdheid wordt net zoals voor het Rijnvaartpolitiereglement 1995 toebedeeld aan de desbetreffende Hoofdingenieur-Directeur van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat2 (artikel I, onder 2).

Artikel 1.10, vierde lid, Bpr (oud), is opgesplitst in artikel 1.10, eerste lid, Bpr en artikel 1.10a, tweede lid, Bpr.3 Deze technische wijzigingen zijn doorgevoerd in de Beschikking (artikel I, onder 3 en 4).

Artikel 6.26, zevende lid, van het Bpr (oud) is vernummerd tot het zesde lid van dat artikel en artikel 9.06, zevende lid, van het Bpr (oud) is vernummerd tot het negende lid van dat artikel.4 Deze technische wijziging zijn doorgevoerd in de Beschikking (artikel I, onder 5 en 6).

Ook is artikel 1.07 van het Bpr overeengebracht met artikel 1.07 van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 (hierna: Rpr).5 In het zesde lid van artikel 1.07 Bpr wordt een verbod geformuleerd voor passagiersschepen. Die schepen mogen niet meer passagiers aan boord hebben, dan door de bevoegde autoriteit is toegestaan. Voor het Rpr is de bevoegde autoriteit de commissie van deskundigen bedoeld in artikel 2.01 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn (hierna: ROSR).6 Het ROSR geldt echter niet voor andere binnenwateren dan de Rijn. De commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 1.19 van de Binnenvaartregeling is aangewezen als bevoegde autoriteit voor het bepalen van het maximaal aantal toegestane passagiers, bedoeld in artikel 1.07, zesde lid, van het Bpr (artikel I, onder 7). Het vaststellen van een maximaal aantal toegestane passagiers is al een bestaande bevoegdheid van de commissie van deskundigen op grond van artikel 19.05, eerste lid, van ES-TRIN. Met de aanwijzing van een bevoegde autoriteit is dat verduidelijkt. Er zijn hiermee geen nieuwe bevoegdheden voor de commissie van deskundigen in het leven geroepen.

Internetconsultatie, ATR, afwijking vaste verandermomenten, minimuminvoeringstermijn, uitvoerbaarheidstoets en HUF-toets

In deze wijziging van de Beschikking is afgezien van internetconsultatie. Hiervoor is gekozen omdat voor de wijziging van het Bpr wel internetconsultatie heeft plaatsgevonden. De zienswijzen voor de wijzigingen voor de Beschikking konden daarom via de internetconsultatie voor de wijziging van het Bpr naar voren worden gebracht. De overige wijzigingen in de Beschikking zijn slechts ter actualisatie naar aanleiding van vernummerde artikelen van het Bpr. Er zijn aldus geen ingrijpende veranderingen in de rechten en plichten van burgers en bedrijven en er zijn ook geen ingrijpende veranderingen voor de uitvoeringspraktijk.7

Aangezien de wijziging van het Bpr is voorgelegd aan het Adviescollege Toetsing Regeldruk (hierna: ATR) en de overige aanpassingen van de Beschikking geen veranderingen voor de huidige praktijk en regeldruk teweeg brengen, is de wijziging van de Beschikking niet voorgelegd aan het ATR.

Deze wijziging treedt gelijktijdig met de gelieerde wijziging van het Bpr in werking. Omdat bij de wijziging van het Bpr is aangesloten, is afgeweken van de vaste verandermomenten van regelgeving en de minimuminvoeringstermijn.8 Voor de wijzigingen die zien op vernummering van enkele artikelen is gebruik gemaakt van de uitzonderingsgrond van reparatieregelgeving voor de aanpassing van de verouderde verwijzingen.9 Voor de aanwijzing van de bevoegde autoriteiten bedoeld in de artikelen 1.07, zesde lid, en 1.10a, derde lid, van het Bpr is gebruik gemaakt van de uitzonderingsgrond voor de implementatie van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.10

Door de wijzigingen in de Beschikking veranderen de takenpakketten van de bevoegde autoriteiten niet, waardoor wordt afgezien van een uitvoerbaarheidstoets door Rijkswaterstaat of een Handhaafbaarheids-, Uitvoerbaarheids- en Fraudebestendigheidstoets door de Inspectie Leefomgeving en Transport.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans


X Noot
1

Zie Besluit van 2 juni 2026 tot wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, houdende de implementatie van het Besluit 2024-II van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart en tot wijziging van het Binnenvaartpolitiereglement. (Stb. 2026, 143)

X Noot
2

Zie artikel 5, vierde lid, van de Aanwijzing bevoegde autoriteiten reglementen CCR.

X Noot
3

Zie Besluit van 2 juni 2026 tot wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, houdende de implementatie van het Besluit 2024-II van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart en tot wijziging van het Binnenvaartpolitiereglement. (Stb. 2026, 143)

X Noot
4

Stb. 2015, 395, voor beide wijzigingen.

X Noot
5

Zie Besluit van 2 juni 2026 tot wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, houdende de implementatie van het Besluit 2024-II van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart en tot wijziging van het Binnenvaartpolitiereglement. (Stb. 2026, 143)

X Noot
6

Zie artikel 5, derde lid, van de Aanwijzing bevoegde autoriteiten reglementen CCR.

X Noot
7

Kamerstukken II 2010/11, 29 279, nr. 114 en Kamerstukken II 2016/17, 33 009, nr. 39.

X Noot
8

De wijziging van het Bpr wijkt af van de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijnen onder meer op grond van aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel d, Aanwijzingen voor de regelgeving.

X Noot
9

Aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel c, Aanwijzingen voor de regelgeving.

X Noot
10

Aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel d, Aanwijzingen voor de regelgeving.


X Noot
1

Zie Besluit van 2 juni 2026 tot wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, houdende de implementatie van het Besluit 2024-II van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart en tot wijziging van het Binnenvaartpolitiereglement. (Stb. 2026, 143)

X Noot
2

Zie artikel 5, vierde lid, van de Aanwijzing bevoegde autoriteiten reglementen CCR.

X Noot
3

Zie Besluit van 2 juni 2026 tot wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, houdende de implementatie van het Besluit 2024-II van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart en tot wijziging van het Binnenvaartpolitiereglement. (Stb. 2026, 143)

X Noot
4

Stb. 2015, 395, voor beide wijzigingen.

X Noot
5

Zie Besluit van 2 juni 2026 tot wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement 1995, houdende de implementatie van het Besluit 2024-II van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart en tot wijziging van het Binnenvaartpolitiereglement. (Stb. 2026, 143)

X Noot
6

Zie artikel 5, derde lid, van de Aanwijzing bevoegde autoriteiten reglementen CCR.

X Noot
7

Kamerstukken II 2010/11, 29 279, nr. 114 en Kamerstukken II 2016/17, 33 009, nr. 39.

X Noot
8

De wijziging van het Bpr wijkt af van de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijnen onder meer op grond van aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel d, Aanwijzingen voor de regelgeving.

X Noot
9

Aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel c, Aanwijzingen voor de regelgeving.

X Noot
10

Aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel d, Aanwijzingen voor de regelgeving.

Naar boven