Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatsblad 2026, 143 | AMvB |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatsblad 2026, 143 | AMvB |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 12 maart 2026, nr. IENW/BSK-2026/7529, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op de op 17 oktober 1868 te Mannheim tot stand gekomen Herziene Rijnvaartakte, het Besluit van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart van 5 december 2024 (protocollen 10 – 14), artikelen 4, eerste lid, onderdeel a, tweede en derde lid, en 19 van de Scheepvaartverkeerswet;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 april 2026, nr. W17.26.00066/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 28 mei 2026, nr. IenW/BSK-2026/81885, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Het Rijnvaartpolitiereglement 1995 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1.01 wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel ab, wordt «meervoudige romp» vervangen door «meerdere rompen» en wordt «terwijl dit in het certificaat van onderzoek is aangetekend» vervangen door «terwijl dit in het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat is aangetekend».
2. In onderdeel ai, eerste volzin, wordt «editie 2023/1» vervangen door «editie 2025/1».
3. In onderdeel ah, eerste volzin, wordt «artikel 1.1, eerste lid, van de Binnenvaartregeling» vervangen door «artikel 1.1 van de Binnenvaartregeling».
B
In artikel 1.08 komen het derde en vierde lid te luiden:
3. Aan deze voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer het schip van een Certificaat van Onderzoek of een overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkend certificaat is voorzien, en de bouw en de uitrusting overeenstemmen met de in dat certificaat vermelde gegevens en wanneer de bemanning en de bedrijfsvoering in overeenstemming zijn met de voorschriften van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn.
4. Onverminderd het derde lid, moeten de in onderdeel 44 van het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat vermelde individuele reddingsmiddelen voor passagiers geschikt en qua aantal en verdeling per type overeenkomen met het aantal aan boord zijnde volwassenen en kinderen aan boord beschikbaar zijn. Voor kinderen met een lichaamsgewicht tot en met 30 kg of maximaal 6 jaar oud zijn uitsluitend harde reddingsvesten als bedoeld in artikel 13.08, tweede lid, van ES-TRIN toegestaan.
C
In artikel 1.10a, eerste lid, wordt «CERTIFICAAT VAN ONDERZOEK» vervangen door «CERTIFICAAT VAN ONDERZOEK OF EEN ALS GELIJKWAARDIG ERKEND CERTIFICAAT» en wordt «het certificaat van onderzoek van de duwbak» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat van de duwbak».
D
In artikel 2.05, tweede en derde lid, wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
E
Artikel 4.07, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, komt te luiden:
2°. schepen die van een Certificaat van Onderzoek of een overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkend certificaat zijn voorzien;
F
In artikel 6.21, tweede lid, eerste volzin, wordt «voor zover zulks is vermeld in het certificaat van onderzoek» vervangen door ««voor zover zulks is vermeld in het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
G
In artikel 6.32, eerste lid, tweede volzin, wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
H
Artikel 8.01, tweede lid, eerste alinea, komt te luiden:
Een duwstel mag geen sleepdienst verrichten. Een duwstel mag echter wel sleepdienst verrichten:
in opvaart, ingeval zijn grootste lengte en grootste breedte minder zijn dan 110 m
respectievelijk 12 m,
in afvaart, ingeval zijn grootste lengte en grootste breedte minder zijn dan 86 m
respectievelijk 12 m,
en wanneer dit bovendien is vermeld in het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat van de duwboot.
I
In artikel 8.02 wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
J
In artikel 8.04, onderdeel a, wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
K
Artikel 8.05, vierde lid, komt te luiden:
4. De koppelingen van een duwstel, waarvan de grootste breedte niet meer bedraagt dan 12 m en dat is samengesteld uit een duwend en een geduwd schip, voldoen ook aan het eerste lid indien deze bestaan uit een systeem dat een beheerst knikken van het duwstel mogelijk maakt, voor zover een overeenkomstige aantekening in het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat van deze schepen is geplaatst.
L
Artikel 9.01 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt te luiden:
2. In Bazel moeten een motorschip, een sleep en een duwstel tussen de Mittlere Rheinbrücke (km 166,53) en de Dreirosenbrücke (km 167,80) in de opvaart met een snelheid van ten minste 4 km/u varen. Vanaf een lengte van 110 m moet met een snelheid van ten minste 6 km/u worden gevaren. De minimale snelheid wordt gemeten ten opzichte van de oever.
2. Het derde lid komt te vervallen.
M
In artikel 10.01 komt het vierde lid te vervallen, onder vernummering van het vijfde tot het vierde lid.
N
In artikel 11.02, eerste lid, wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
O
In artikel 13.06 wordt «het certificaat van onderzoek» vervangen door «het Certificaat van Onderzoek of het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat».
P
Bijlage 13 wordt als volgt gewijzigd:
1. De derde alinea, laatste volzin, komt te luiden:
Het elektronische PDF/A-formaat in het onderstaande overzicht komt overeen met het formaat dat is gedefinieerd in de internationale norm ISO 32000-1:2008.
2. Punt 1.1 komt te luiden:
|
1.1 |
Het certificaat van onderzoek voor het schip of het document dat hiervoor in de plaats treedt of een als gelijkwaardig erkend certificaat |
ROSR, artikel 1.04 |
Niet toegestaan |
3. Punt 6.1 komt te luiden:
|
6.1 |
De bescheiden en andere documenten vereist op grond van nrs. 8.1.2.1, 8.1.2.2 en 8.1.2.3 van het ADN |
ADN, 8.1.2.1, a, e t/m g en i t/m k ADN, 8.1.2.2, b t/m h ADN, 8.1.2.3, b, e, f, h, i, l, o, p en r t/m x |
Niet toegestaan |
|
|---|---|---|---|---|
|
ADN, 8.1.2.1, b t/m d en h ADN, 8.1.2.2, a ADN, 8.1.2.3, a, c, g, j, k, m, n en q |
Toegestaan |
Adequaat elektronisch formaat overeenkomstig het ADN |
3. De punten 6.1.1, 6.1.2 en 6.1.3 komen te vervallen.
Het Binnenvaartpolitiereglement wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1.01, onderdeel D, definitiebepaling 15°, wordt «artikel 1.1, eerste lid, van de Binnenvaartregeling» vervangen door «artikel 1.1 van de Binnenvaartregeling».
B
Artikel 1.07 komt als volgt te luiden:
1. Een schip mag niet zodanig zijn beladen dat het inzinkt tot over het vlak door de onderkant der inzinkingsmerken.
2. Het vrije uitzicht mag door de lading of de trim van het schip niet meer worden beperkt dan tot 350 meter vóór de boeg.
Indien tijdens de vaart het directe uitzicht naar achteren wordt beperkt, mag dit worden gecompenseerd door een optisch hulpmiddel, waarmede over een voldoende ruim gezichtsveld een helder en onvertekend beeld wordt verkregen.
Indien bij het doorvaren van een brug of een sluis als gevolg van de lading geen voldoende direct uitzicht naar voren mogelijk is, mag dit tijdens de doorvaart worden gecompenseerd door een periscoop met vlakke spiegels of een radarapparaat dan wel door het opstellen van een uitkijk die constant in hoor- en spreekcontact met de stuurhut staat.
3. In afwijking van de eerste volzin van het tweede lid mag het vrije uitzicht bij het gelijktijdige gebruik van radar en camera-installaties tot 500 meter vóór de boeg worden beperkt, indien:
a. door bedoelde hulpmiddelen het uitzicht van 350 meter tot 500 meter vóór de boeg wordt gewaarborgd;
b. aan de eisen van artikel 6.32, eerste lid, wordt voldaan;
c. de radarantennes en de camera’s aan de boeg van het schip zijn geïnstalleerd; en
d. deze hulpmiddelen overeenkomstig artikel 7.02 van ES-TRIN als geschikt zijn erkend.
4. De wijze van de belading mag de stabiliteit van het schip en de hechtheid van de romp niet in gevaar brengen.
5. De stabiliteit van schepen die containers vervoeren moet te allen tijde zijn gewaarborgd. De schipper moet aantonen dat vóór het begin van het laden en het lossen alsmede vóór vertrek een stabiliteitscontrole is uitgevoerd.
De stabiliteitscontrole kan handmatig of met behulp van een beladingscomputer worden verricht. Het resultaat van de stabiliteitscontrole en het actuele stuwplan moeten aan boord worden bewaard en te allen tijde geraadpleegd kunnen worden.
De schepen moeten bovendien de stabiliteitsbescheiden overeenkomstig artikel 27.01 van ES-TRIN aan boord bewaren.
Een stabiliteitscontrole is niet vereist bij schepen die containers vervoeren, indien het schip in de breedte:
a. ten hoogste drie rijen containers kan laden en vanaf de laadruimbodem in slechts één laag containers is geladen; of
b. vier of meer rijen containers kan laden en uitsluitend met containers in ten hoogste twee lagen vanaf de laadruimbodem is geladen.
6. Een schip dat is bestemd voor het vervoer van passagiers mag niet meer passagiers aan boord hebben dan door de bevoegde autoriteit is toegestaan. Onverminderd de eerste volzin mogen zich aan boord van een snel schip niet meer personen bevinden dan er zitplaatsen beschikbaar zijn.
C
Artikel 1.10 komt te luiden:
1. Aan boord van een schip moeten de in bijlage 13 bedoelde scheepsbescheiden en andere documenten, voor zover deze door de daartoe gestelde bijzondere bepalingen voorgeschreven worden, aanwezig zijn. Zij moeten op verzoek aan de ambtenaren belast met toezicht of opsporing van de bevoegde autoriteit worden overhandigd.
2. Sommige van de in bijlage 13 bedoelde scheepsbescheiden en andere documenten kunnen, overeenkomstig de in bijlage 13 vastgestelde voorwaarden, ter beschikking worden gesteld in de vorm van een exemplaar dat in elektronisch formaat op ieder moment geraadpleegd kan worden.
D
Na artikel 1.10 wordt een artikel ingevoegd luidende:
1. In afwijking van artikel 1.10 hoeven de scheepsbescheiden conform bijlage 13, nummers 1.1, 1.2 en 1.3 niet aanwezig te zijn aan boord van duwbakken waarop een metalen plaat overeenkomstig het volgende model is aangebracht:
UNIEK EUROPEES SCHEEPSIDENTIFICATIENUMMER: .......................
UNIEBINNENVAART CERTIFICAAT:
– NUMMER:
– COMMISSIE VAN DESKUNDIGEN:
– GELDIG TOT:
Indien de duwbak over een officieel scheepsnummer beschikt, moet dat begrip en het officieel scheepsnummer op de metalen plaat worden aangebracht.
De gevraagde gegevens moeten, in goed leesbare letters met een hoogte van ten minste 6 mm, ingehakt of ingeslagen zijn.
De metalen plaat moet een hoogte van ten minste 60 mm en een lengte van ten minste 120 mm hebben. Zij moet op het achterschip aan stuurboordzijde op een goed zichtbare plaats zijn bevestigd.
De overeenstemming tussen de gegevens op de plaat met die in het uniebinnenvaart certificaat van de duwbak moet worden bevestigd door een Commissie van Deskundigen door middel van het aanbrengen op de plaat van een stempel. De in bijlage 13, lid 1.1, 1.2 en 1.3 genoemde bescheiden moeten dan worden bewaard door de eigenaar van de duwbak.
De aanwezigheid van de in bijlage 13, lid 5.4 bedoelde bescheiden is evenwel niet vereist, wanneer op de metalen plaat tevens het nummer van de typegoedkeuring van de motoren wordt vermeld.
2. De in het eerste lid bedoelde bescheiden moeten op eerste vordering van de bevoegde autoriteit aan deze worden overgelegd ter controle van het bepaalde bij of krachtens dit reglement.
3. Op schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.01, lid 1.24 van ES-TRIN, waar een stuurhut of een woning ontbreekt, is de aanwezigheid van de in bijlage 13, lid 1.1, 1.2 en 1.3 bedoelde bescheiden niet vereist. Deze bescheiden moeten echter in ieder geval steeds in de nabijheid van de bouwwerkzaamheden voorhanden zijn. Op schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden moet een door de bevoegde autoriteit afgegeven verklaring betreffende de duur en de geografische begrenzing van de bouwwerkzaamheden, waar het schip mag worden gebruikt, aanwezig zijn.
4. De verplichting een vaartijdenboek aan boord te hebben zoals bedoeld in bijlage 13, lid 2.2, geldt niet voor sleep- en duwboten die uitsluitend in havens verkeren, noch voor duwbakken, overheidsvaartuigen en pleziervaartuigen zonder bemanning.
E
In artikel 1.26, eerste lid, wordt «1.07, tweede lid,» vervangen door «1.07, tweede en derde lid,».
F
Artikel 4.07 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt achter het cijfer van subonderdeel 1° een punt geplaatst.
2. Het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, komt als volgt te luiden:
2°. schepen die van een Certificaat van Onderzoek of een overeenkomstig het Reglement onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkend certificaat zijn voorzien;
G
Bijlage 13 komt als volgt te luiden:
In de kolom «Rechtsgrondslag» in de volgende tabel wordt naar de volgende voorschriften, overeenkomsten en administratieve overeenkomst verwezen:
• Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RSP),
• Reglement onderzoek schepen op de Rijn (ROSR),
• Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN),
• Europese Overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN),
• Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (CDNI),
• Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen, gesloten op 15 februari 1966 in Genève (Overeenkomst van 15 februari 1966),
• Regionale regeling betreffende de radiocommunicatiedienst op de binnenwateren,
• de Binnenvaartwet en onderliggende regelgeving, Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart en de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015.
In de voorlaatste kolom van de navolgende tabel staat of het toegestaan is dat de scheepsbescheiden en andere documenten aan boord in elektronisch formaat overgelegd mogen worden of niet.
In de laatste kolom, «elektronisch formaat» van de navolgende tabel staat in welk elektronisch formaat de scheepsbescheiden en andere documenten overgelegd mogen worden. Het elektronische formaat PDF in de navolgende tabel komt overeen met het PDF-formaat dat is vastgelegd in de internationale norm ISO 32000-1:2008. Het elektronische PDF/A-formaat in het onderstaande overzicht komt overeen met het formaat dat is gedefinieerd in de internationale norm ISO 32000-1:2008.
|
Categorie |
Scheepsbescheiden en andere documenten die overeenkomstig artikel 1.10 van het Bpr aan boord aanwezig moeten zijn |
Rechtsgrondslag |
Exemplaar van scheepsbescheiden en andere documenten aan boord dat in elektronisch formaat geraadpleegd kan worden |
Adequaat elektronisch formaat |
|---|---|---|---|---|
|
1. vaartuigen |
||||
|
1.1 |
Het certificaat van onderzoek voor het schip of het document dat hiervoor in de plaats treedt of een als gelijkwaardig erkend certificaat |
ROSR, artikel 1.04 en artikel 6 Binnenvaartbesluit |
Niet toegestaan |
|
|
1.2 |
De verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart |
Besluit CCR 2015-II-10 |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
1.3 |
De meetbrief van het schip |
Overeenkomst van 15 februari 1966 en artikel 21 Binnenvaartwet |
Niet toegestaan |
|
|
2. Bemanning |
||||
|
2.1.1a |
Het geldig kwalificatiecertificaat schipper, waarop in voorkomend geval de vereiste specifieke vergunningen zijn vermeld, met uitzondering van het sportpatent, het overheidspatent, het voorlopig Rijnpatent of het klein vaarbewijs |
RSP, artikel 3.02 en artikel 2.11 Binnenvaartregeling |
Toegestaan |
PDF/A-formaat |
|
2.1.1b |
Het sportpatent, het overheidspatent, het voorlopig Rijnpatent of het klein vaarbewijs |
RSP, artikel 3.02 (artikel 12.08 voor het voorlopig Rijnpatent) en artikel 2.11 Binnenvaartregeling |
Niet toegestaan |
|
|
2.1.2 |
Voor de overige leden van de bemanning, een naar behoren bijgehouden en geldig dienstboekje waarop in voorkomend geval de bijbehorende kwalificatiecertificaten zijn vermeld |
RSP, artikel 3.02 en artikel 2.11 Binnenvaartregeling |
Niet toegestaan |
|
|
2.2 |
Het naar behoren bijgehouden vaartijdenboek met inbegrip van de verklaring overeenkomstig bijlage 8 van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn of een kopie van de bladzijde met de aantekeningen van de vaar- en rusttijden uit het vaartijdenboek van het schip waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden; aan boord van schepen die over een krachtens Bijlage O van het ROSR erkend communautair certificaat of Uniecertificaat beschikken, kan zich in plaats van het door een bevoegde autoriteit van een Rijnoeverstaat of België afgegeven vaartijdenboek, een door een bevoegde autoriteit van een derde staat afgegeven en door de CCR erkend vaartijdenboek bevinden |
RSP, artikel 18.04 en artikel 5.3 van de Binnenvaartregeling |
Niet toegestaan |
|
|
2.3 |
De verklaring inzake de afgifte van het vaartijdenboek |
RSP, artikel 18.04 en artikel 5.12 Binnenvaartregeling |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
2.4 |
De geldige specifieke vergunning voor het varen met behulp van radar |
RSP, artikel 13.02 en artikel 7.11b Binnenvaartregeling |
Toegestaan |
PDF/A-formaat |
|
2.5 |
Een marifoonbedieningscertificaat voor de bediening van scheepsstations |
Regionale regeling betreffende de radiocommunicatiedienst op de binnenwateren, bijlage 5 en artikel 4, eerste lid, Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 |
Niet toegestaan |
|
|
2.6 |
De kwalificatiecertificaten voor het veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen |
RSP, artikel 16.01 en volgende en artikel 2.10b en 2.11 Binnenvaartregeling |
Alleen toegestaan voor de deskundige voor de passagiersvaart |
PDF/A-formaat |
|
2.7 |
Voor schepen die het kenteken voeren als bedoeld in artikel 2.06, de verklaringen van de schipper en van de bemanningsleden die betrokken zijn bij de bunkerprocedure |
RSP, artikel 15.02 en artikel 2.10a Binnenvaartregeling |
Toegestaan |
PDF/A-formaat |
|
3. Vaargebieden |
||||
|
3.1 |
Een verklaring van de bevoegde autoriteit betreffende de duur en de geografische begrenzing van de bouwwerkzaamheden, waar een schip bestemd voor bouwwerkzaamheden mag worden gebruikt |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
4. Navigatie- en informatieapparatuur |
||||
|
4.1 |
De verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van de radarinstallatie |
ES-TRIN, artikel 7.06, eerste lid, ES-TRIN, bijlage 5, onderdeel III, artikel 9 en onderdeel VI |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
4.2 |
De verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van de bochtaanwijzer |
ES-TRIN, artikel 7.06, eerste lid, ES-TRIN, bijlage 5, onderdeel III, artikel 9 en onderdeel VI |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
4.3 |
De verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van het Inland AIS- apparaat |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
4.4 |
De verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van de tachograaf, alsmede de voorgeschreven registratiebladen van de tachograaf |
ES-TRIN, bijlage 5, onderdeel V, artikelen 1 en 2, zesde lid |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
4.5 |
De «vergunning of vergunningen voor het gebruik van de frequentieruimte» of het «registratiebewijs voor het gebruik van de frequentieruimte» |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
5. Uitrusting |
||||
|
5.1 |
De door de deskundige ondertekende verklaring inzake de keuring van een stuurmachine met mechanische aandrijving |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
5.2 |
De door de deskundige ondertekende verklaring inzake de keuring van een in hoogte verstelbaar stuurhuis |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
5.3 |
De door de deskundige ondertekende verklaring inzake de keuring van een stoomketels en andere onder druk staande vaten |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
5.4 |
Een kopie van het certificaat van typegoedkeuring, het inlichtingenformulier van de motorfabrikant en een kopie van het proces-verbaal van de motorkenmerken |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
5.5 |
De bescheiden betreffende elektrische installaties |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
5.6 |
De verklaring voor de stalen trossen |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
5.7 |
De kenmerking van de keuring van draagbare blustoestellen |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
5.8 |
De keuringsbewijzen betreffende vast ingebouwde brandblusinstallaties |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
5.9 |
De keuringsbewijzen en gebruiksaanwijzing betreffende de kranen |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
5.10 |
De verklaring inzake de keuring van vloeibaargasinstallaties |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
5.11 |
Het vereiste certificaat van typegoedkeuring en het vereiste bewijs van onderhoud van de boordzuiveringsinstallatie |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
5.12 |
Voor schepen die het kenteken voeren als bedoeld in artikel 2.06, de gedetailleerde gebruiksaanwijzing en de veiligheidsrol |
ES-TRIN, artikel 30.03, eerste lid, en bijlage 8, onderdeel 1.4.9 |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
5.13 |
Voor schepen die meer dan 12 passagiers mogen vervoeren en laten overnachten, de veiligheidsrol |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
|
6. Lading en afvalstoffen |
||||
|
6.1 |
De bescheiden en andere documenten vereist op grond van nrs. 8.1.2.1, 8.1.2.2 en 8.1.2.3 van het ADN |
ADN, 8.1.2.1, a, e t/m g en i t/m k ADN, 8.1.2.2, b t/m h ADN, 8.1.2.3, b, e, f, h, i, l, o, p en r t/m x |
Niet toegestaan |
|
|
ADN, 8.1.2.1, b t/m d en h ADN, 8.1.2.2, a ADN, 8.1.2.3, a, c, g, j, k, m, n en q |
Toegestaan |
Adequaat elektronisch formaat overeenkomstig het ADN |
||
|
6.2 |
Bij containervervoer de door de Commissie van Deskundigen gekeurde stabiliteitsgegevens van het schip, met inbegrip van het stuwplan of de ladinglijst voor de onderhavige beladingstoestand en het resultaat van de stabiliteitsberekening voor de onderhavige, of vergelijkbare vorige, dan wel een standaardbeladingstoestand. De toegepaste berekeningsmethode moet daarbij opgegeven worden |
ES-TRIN, artikel 27.01, tweede lid (Beschrijving van de documenten en waarmerk van de Commissie van Deskundigen) ES-TRIN, artikel 28.03, derde lid (Resultaat van de berekening bij containerschepen) RSP, artikel 1.07, vijfde lid (Resultaat van de stabiliteitscontrole en stuwplan) |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
6.3 |
Het behoorlijk bijgehouden olie-afgifteboekje |
Rpr, artikel 15.05 en bijlage10 CDNI, Bijlage 2 (Uitvoeringsregeling) Deel A, artikelen 1.01, 2.03 en Aanhangsel I |
Niet toegestaan |
|
|
6.4 |
De bunkerverklaring met inbegrip van de kwitanties van de betalingen van het SPE-CDNI over een periode van ten minste twaalf maanden. Indien de laatste afname van gasolie meer dan twaalf maanden geleden heeft plaatsgevonden, dient ten minste de laatste bunkerverklaring aan boord aanwezig te zijn |
CDNI, Bijlage 2 (Uitvoeringsregeling) Deel A, artikel 3.04, eerste lid en artikel 22 Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart |
Toegestaan |
PDF-formaat |
|
6.5 |
De losverklaring |
Rpr, artikel 15.08, tweede lid CDNI, bijlage 2 en Deel B, model van Aanhangsel IV |
Toegestaan |
Een leesbaar elektronisch formaat met een tegen vervalsing beschermde handtekening overeenkomstig Verordening (EU) nr. 910/2014 of overeenkomstig vergelijkbare nationale voorschriften van de Zwitserse Bondsstaat |
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 2 juni 2026
Willem-Alexander
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V. Karremans
Uitgegeven de zestiende juni 2026
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
Met dit besluit wordt het Rijnvaartpolitiereglement 1995 (Rpr) en het Binnenvaartpolitiereglement (Bpr) gewijzigd naar aanleiding van besluiten van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR). Voor het Rpr betreft dit het besluit 2024-II. Voor het Bpr ziet het op zowel dit besluit als eerdere besluiten die door de CCR zijn genomen en betrekking hebben op het elektronisch ter beschikking stellen van wettelijk verplichte informatie en ten aanzien van stabiliteitseisen. Het Bpr en het Rpr nemen de besluiten van de CCR in dit kader tekstueel een-op-een over om aan te sluiten bij de eFTI-verordening.1
Met dit besluit is het besluit van de najaarszitting 2024 van de CCR geïmplementeerd in het Rpr. Dit gaat om de protocollen 2024-II-10 t/m 14.2 De implementatie in het Rpr is een-op-een uitgevoerd. Er is hier geen beleidsruimte. Daarmee is de implementatie zuiver en lastenluw.
Daarnaast wordt het Bpr aangepast in het kader van de eFTI-verordening3. De eFTI-verordening heeft tot doel om de informatie ten aanzien van goederenvervoer (zoals vervoer over de binnenwateren, vervoer over de spoorweg en vervoer over de weg) via elektronische wijze te laten plaatsvinden. Het Bpr wordt tekstueel in lijn gebracht met de eFTI-verordening en eerder genomen CCR-besluiten ten aanzien van het elektronisch tonen van informatie. Door de wijziging van het Bpr, worden marktdeelnemers in staat gesteld om informatie over goederenvervoer over binnenwateren op elektronische wijze met handhavingsinstanties uit te wisselen. Het Bpr wordt in lijn gebracht met de wijzigingen in het Rpr, zodat op de binnenwateren in Nederland een gelijke wijze ten aanzien van elektronische verstrekking van wettelijke verplichte informatie geldt. Daarnaast zorgt dit tot een administratieve lastenvermindering doordat het gebruik van papieren documenten in bepaalde gevallen niet meer vereist is.
Tenslotte is artikel 1.07 Rpr een-op-een overgenomen in het Bpr. Dit artikel omvat eisen met betrekking tot de belading, het uitzicht en het ten hoogste toegelaten aantal passagiers. Dit artikel is met het CCR-besluit 2018-I-9 aangescherpt. Het is noodzakelijk dat dit artikel ook onverkort van toepassing is op de vaarwegen die onder het toepassingsgebied van het Bpr vallen om eenzelfde niveau van veiligheid te kunnen waarborgen.
In het artikelsgewijze deel van deze toelichting wordt meer inhoudelijk ingegaan op de verschillende wijzigingen die onder andere volgen uit de protocollen.
De wijziging van het Rpr is een-op-een overgenomen van het CCR-Besluit 2024-II. Met deze wijziging is onder meer de lijst documenten uitgebreid die in elektronisch formaat beschikbaar kan worden gesteld. Dat bepaalde documenten in elektronisch formaat getoond mogen worden, vereenvoudigt de informatieverstrekking, met name bij controles. De digitalisering komt overeen met de behoeften van het bedrijfsleven en zorgt voor een administratieve lastenverlichting. Daarnaast draagt het bij aan een verhoging van de acceptatie bij de gebruikers.
De overige wijzigingen zien op het verbeteren van coherenties tussen artikelen, het wegnemen van inconsistenties en harmonisatie van de gebruikte terminologie in het Rpr. Dit resulteert in een formulering, die het Rpr leesbaarder en toegankelijker maakt en de kwaliteit, de duidelijkheid, de begrijpelijkheid en de doeltreffendheid van de regelgeving verbetert. Deze wijzigingen hebben geen gevolgen voor de bevoegde instanties, het bedrijfsleven of de burger.
Dat bepaalde documenten in elektronisch formaat getoond mogen worden, vereenvoudigt de informatieverstrekking, met name bij controles. De digitalisering komt overeen met de behoeften van het bedrijfsleven en zorgt voor een administratieve lastenverlichting. Het draagt bij aan een verhoging van de acceptatie bij de gebruikers. Daarnaast vergemakkelijkt de aanvaarding door bevoegde instanties van informatie in elektronische vorm ook de communicatie tussen bevoegde instanties en marktdeelnemers en vergemakkelijkt het indirect ook de totstandkoming van uniforme en vereenvoudigde elektronische communicatie tussen bedrijven in de hele Europese Unie.
De wijziging van artikel 1.07 Bpr houdt onder andere in dat het resultaat van de stabiliteitscontrole en het stuwplan, net als de stabiliteitsbescheiden van het schip, aan boord moeten worden bewaard. Dit mag in elektronisch format, bijvoorbeeld via het stuwprogramma.
De wijziging van ten aanzien van de documenten die op elektronische wijze mogen worden getoond en ten aanzien van de wijzigingen in de artikelen 9.01 en 10.01 veroorzaken geen aanvullende kosten voor het bedrijfsleven of de autoriteiten. De schepen zijn namelijk al uitgerust met apparatuur ten aanzien van het op elektronische wijze tonen van informatie.
De wijzigingen ten aanzien van de harmonisatie van het begrip «Certificaat van Onderzoek» en ten aanzien van de verwijzing naar editie 2025/1 van ES-RIS brengen geen aanvullende kosten voor het bedrijfsleven en slechts beperkte kosten voor de autoriteiten met zich mee. De harmonisatie van de terminologie van het Rpr houdt in dat de begrippen en het respectieve gebruik daarvan in de drie taalversies in overeenstemming worden gebracht, wat de wijziging van een of meer taalversies impliceert.
Deze wijzigingen veroorzaken in principe geen aanvullende kosten voor het bedrijfsleven of de autoriteiten, behoudens de gevallen waarin het noodzakelijk is om de benodigde apparatuur, om de verplichte informatie via elektronische wijze te verschaffen, aan te schaffen. Een groot deel van de schepen die op de binnenwateren vaart, vaart tevens op de Rijn, waar deze bepalingen al gelden. Voor deze schepen is de investering in apparatuur al gemaakt en worden geen aanvullende kosten verwacht. Indien aanschaffing van apparatuur noodzakelijk is, brengt dit beperkte kosten met zich mee. Echter, doordat papieren versies voor bepaalde documenten niet langer noodzakelijk zijn, wordt een reductie in kosten verwacht voor logistieke ondernemingen en aanverwante bedrijfstakken, in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen. De eventuele kosten van de investeringen in apparatuur vallen uiteindelijk weg tegen de besparing in kosten die op lange termijn wordt verwacht. Een precieze inschatting van de besparing van de kosten is niet te maken, nu dit verschilt per schip en lading.
Met de wijziging van artikel 1.07 Bpr wordt in principe geen aanvullende kosten voor het bedrijfsleven verwacht. Er wordt eerder uitgegaan van een besparing. De wijziging sluit aan bij de reeds bestaande praktijk van het maken van stabiliteitsberekeningen in het containervervoer per binnenvaartschip. Vrijwel alle containerschepen maken inmiddels gebruik van een elektronisch stuwprogramma met geïntegreerde stabiliteitsberekening, waardoor het handmatig berekenen van de juiste stabiliteit niet meer nodig is. Dit bespaart tijd.
Dit wijzigingsbesluit is voorgelegd aan het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR). Het ATR heeft de volgende adviespunten aangegeven:
1. Het college adviseert de toelichting aan te vullen met de wijze waarop het bedrijfsleven is betrokken, de signalen die daaruit naar voren kwamen, en hoe deze zijn meegewogen.
De wijzigingen van het Rpr en Bpr betreffen besluiten van de CCR die zonder enige wijziging overgenomen zijn en daaropvolgend ook worden overgenomen in het Bpr. Bij de totstandkoming van de CCR-besluiten is uitgebreide afstemming geweest met verschillende partijen. Vanuit de CCR gebeurt dit met de EBU (Europese Binnenvaartunie) en de ESO (Europese Schippersorganisatie) met daarin een Nederlandse vertegenwoordiging via KBN (Koninklijke Binnenvaart Nederland). Met het Nederlandse varend bedrijfsleven wordt tweemaal per jaar in aanloop naar de voorbereidende vergaderingen over het Rpr gesproken over de wijzigingen, aanvullingen en andere relevante ontwikkelingen op het gebied van het Rpr en het Bpr. Aan dit voorbereidende en consulterende overleg nemen, naast KBN, ook andere branchepartijen deel.
2. Het college adviseert om de regeldruk alsnog inzichtelijk te maken met een kwantitatieve onderbouwing, conform Rijksbrede methodiek.
Per CCR-besluit zal worden beoordeeld of de regeldrukeffecten kwalitatief of kwantitatief in beeld worden gebracht, mede afhankelijk van de vraag of de wijzigingen ook daadwerkelijk een verandering in de praktijk teweegbrengt en of deze veranderingen duidelijk zijn in te schatten.
De toetsing door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) op de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid kon achterwege blijven, omdat de handhavingstaak in de praktijk berust bij Rijkswaterstaat (RWS).
RWS is belast met de handhaving van de in dit besluit geregelde zaken. Dit wijzigingsbesluit is niet voorgelegd aan RWS ter uitvoering van uitvoerbaarheidstoets, omdat RWS bij de betreffende wijziging van het Rpr en de voorbereidingen binnen de CCR reeds actief betrokken was. De wijzigingen in het Bpr zijn een-op-een overgenomen van het Rpr in overleg met en op voorspraak van RWS.
Een ontwerp van de wijziging van het Bpr is van 18 november 2025 tot 16 december 2025 ter consultatie aangeboden via www.internetconsultatie.nl. Er zijn twee reacties ingediend. Er is onder andere een aantal grammaticale suggesties voorgesteld, die zijn overgenomen. Ook het advies van het ATR is als reactie bij de internetconsultatie ingediend. Hierop wordt ingegaan onder 3.1.
Voorts is er in bijlage 13 bij het Bpr een aantal grondslagen toegevoegd om zo volledig mogelijk voor de binnenwateren te zijn. Deze toevoegingen veranderen de werking van de bijlage niet.
Het concept van dit besluit is niet voorgehangen bij beide Kamers der Staten-Generaal omdat de wijziging van het Rpr uitsluitend bepalingen bevat ter zuivere implementatie van een besluit van de CCR. Het Bpr neemt het besluit van de CCR eveneens tekstueel een-op-een over zodat op de binnenwateren in Nederland een gelijke wijze ten aanzien van elektronische verstrekking van wettelijke informatie geldt. Het is daardoor te zien als een verlengde implementatie ten behoeve van de uniformering van de wetgeving. Daar komt bij dat belanghebbenden hun zienswijzen al naar voren hebben kunnen brengen tijdens de internetconsultatie en een voorpublicatie van het ontwerpbesluit in de Staatscourant dus geen toegevoegde waarde heeft. Om die redenen en in lijn met de uitzonderingsgrond in artikel 52, eerste lid, Scheepvaartverkeerswet is afgezien van de voorhangprocedure.
Deze wijzigingen implementeren protocol 12 van het CCR-Besluit 2024-II. In de wijzigingen in deze artikelen zijn terminologische inconsistenties weggenomen. De grootste wijziging die is doorgevoerd is de harmonisatie van het begrip «Certificaat van Onderzoek». Naast het begrip Certificaat van Onderzoek, is ook «overeenkomstig het
Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat» in de regelgeving toegevoegd. Deze gelijkwaardige certificaten zijn (i) de na 30 december 2008 afgegeven of hernieuwde communautaire certificaten voor binnenschepen, die bevestigen dat de desbetreffende schepen, onverminderd de overgangsvoorschriften volgens hoofdstuk 24, bijlage II, volledig voldoen aan de technische voorschriften van bijlage II van de laatste versie van Richtlijn 2006/87/EG4 en (ii) na 6 oktober 2018 afgegeven of hernieuwde binnenschipcertificaten van de Unie, die bevestigen dat de desbetreffende schepen, onverminderd de overgangsvoorschriften volgens hoofdstuk 32 van ES-TRIN, volledig voldoen aan de voorschriften van de laatst geldende versie van Richtlijn (EU) 2016/1629.5
In artikel 1.01 wordt tevens een incorrecte verwijzing naar de Binnenvaartregeling aangepast. Tot slot is er in artikel 1.01 een actualisatie doorgevoerd. Deze wijziging implementeert protocol 13 van het CCR-Besluit 2024-II. Hierin is de meest recente versie van het ES-RIS (ES-RIS 2025/1) opgenomen. In deze versie van ES-RIS zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:
– Deze versie bevat verschillende wijzigingen waardoor informatie op dynamische wijze op Inland ECDIS-apparaten kan worden weergegeven, zoals bijvoorbeeld informatie over de waterstanden of ligging van boeien. Deze informatie wordt in real time door Inland AIS-apparaten uitgezonden.
– In deze editie zijn procedures voorzien om elektronische navigatiekaarten voor de binnenvaart te valideren en ervoor te zorgen dat zij op alle Inland ECDIS-apparaten goed functioneren.
– De «berichten aan de scheepvaart» zijn gedeeltelijk vereenvoudigd en gemoderniseerd (het aantal standaardberichten werd gereduceerd en er is een mechanisme ingevoerd om bepaalde informatie automatisch te vertalen).
– Wat de elektronische meldingen betreft is het ERINOT-bericht eveneens gemoderniseerd, met één enkel berichtformaat, dat gemakkelijker te gebruiken is en moderner is. Dit formaat biedt met name de mogelijkheid om aan te geven of er aan boord één of meer voortstuwings- of hulpsystemen aanwezig zijn die bestemd zijn om te worden gebruikt met een alternatieve energiebron (zoals waterstof of methanol). Hierdoor wordt de goede tenuitvoerlegging van de wijziging van artikel 12.01 van het Rpr (uitbreiding van de elektronische meldplicht) bevorderd.
– Redactionele verbeteringen en correcties.
Deze wijzigingen implementeren protocol 11 van het CCR-Besluit 2024-II. Artikel 9.01 en 10.01 zijn aangepast op basis van de huidige ontwikkelingen en ervaringen. Hierdoor waren beide artikelen op bepaalde punten achterhaald. Daarnaast is een aantal redactionele verbeteringen aangebracht. Artikel 9.01 is aangepast omdat de risico’s voor de scheepvaart in Bazel zijn afgenomen. In het eerste lid is verduidelijkt dat motorschepen, slepen en duwstellen met een lengte van meer dan 110 meter tussen de Mittlere Rheinbrücke (km 166,53) en de Dreirosenbrücke (km 167,80) in de opvaart met een snelheid van ten minste 6 km/u moeten varen in verband met de verhoging van het veiligheidsniveau. Het derde lid is komen te vervallen omdat de huidige binnenschepen voldoende vermogen hebben om de haven van Bazel direct in te varen. Hiervoor zijn de in het derde lid beschreven manoeuvres niet meer nodig. Artikel 10.01 is aangepast op basis van ervaring opgedaan bij hoogwater op het riviergedeelte tussen Bazel en de sluizen te Kembs. Er is namelijk vanaf 1999 nooit gebruik gemaakt van dit lid.
Deze wijziging implementeert protocol 10 van het CCR-Besluit 2024-II. Bijlage 13 is gewijzigd zodat bepaalde documenten die samenhangen met het vervoer van gevaarlijke goederen voortaan op elektronische wijze getoond mogen worden. Door het wijzigen van bijlage 13 wordt er aangesloten bij de in het ADN voorgeschreven documenten die in elektronische vorm overlegd mogen worden. Daarnaast zijn de punten 6.1.1, 6.1.2 en 6.1.3 komen te vervallen doordat punt 6.1 qua formulering in lijn is gebracht met de drie taalversies, zodat er ook harmonisatie van de terminologie plaatsvindt. Tot slot is de meest recente versie van de norm waarin het PDF/A-formaat is vastgelegd in deze wijziging aangepast. Deze ISO-norm is openbaar toegankelijk.
Dit onderdeel wijzigt artikel 1.01. In onderdeel D, definitiebepaling 15°, van artikel 1.01 wordt voor de definitie van ES-TRIN verwezen naar artikel 1.1, eerste lid, van de Binnenvaartregeling. Er is echter geen eerste lid van artikel 1.1 van de Binnenvaartregeling meer. Met deze wijziging wordt dit aangepast.
Artikel 1.07 is in lijn gebracht met artikel 1.07 van het Rpr. Het Rpr is destijds aangepast op basis van CCR-besluiten. Hiermee wordt gewaarborgd dat op de binnenwateren dezelfde stabiliteitseisen gelden. In artikel 1.26 is een verwijzing opgenomen naar artikel 1.07. Door de wijziging van artikel 1.07, is deze verwijzing geactualiseerd. In het zesde lid van artikel 1.07 Bpr is een rol voor de bevoegde autoriteit opgenomen. Daarom wordt de Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement hierop aangepast. Deze Beschikking treedt tegelijkertijd met dit ontwerpbesluit in werking.
Artikelen 1.10 en 1.10a en bijlage 13 zijn aangepast in het kader van de eFTI-verordening. Hiervoor zijn ze in lijn gebracht met de verplichtingen die gelden op de Rijn op basis van het Rpr. Daarmee wordt het voor marktdeelnemers op binnenwateren mogelijk om informatie in een elektronisch formaat ter beschikking te stellen aan bevoegde instanties. De in bijlage 13 opgenomen ISO-norm is openbaar toegankelijk. In het derde lid van artikel 1.10a Bpr is een rol voor de bevoegde autoriteit opgenomen. Daarom wordt de Beschikking aanwijzing bevoegde autoriteiten Binnenvaartpolitiereglement hierop aangepast. Deze Beschikking treedt tegelijkertijd met dit ontwerpbesluit in werking. Met het uitsluitend verkeren in havens worden de havenbekkens bedoeld en niet de hoofd- en/of nevenvaarwegen.
In artikel 4.07, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, werd verwezen naar een certificaat overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn of een krachtens dat reglement als gelijkwaardig erkend certificaat. Met deze wijziging wordt verwezen naar een Certificaat van Onderzoek of een overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkend certificaat. Hiermee wordt (tekstueel) aangesloten bij het Rpr. Zie eveneens de artikelsgewijze toelichting, artikel I, onderdelen A t/m K, N en O.
De CCR-protocollen die ten grondslag hebben gelegen aan de wijziging van het Rpr hebben een uiterste implementatiedatum van 1 december 2025 en 1 januari 2026. Het betreft hier een-op-een implementatie van internationale besluiten.
De wijzigingen in het Bpr sluiten voor een deel aan bij de CCR-protocollen die aan de onderhavige wijziging van het Rpr ten grondslag liggen en de daarmee samenhangende implementatiedatum. Voor het andere deel sluiten zij aan bij een aantal CCR-besluiten die al eerder in het Rpr geïmplementeerd zijn.
Om de CCR-protocollen te implementeren per deze data is afgeweken van de vaste verandermomenten en minimum invoeringstermijn van regelgeving. De implementatie van internationaalrechtelijke verplichtingen vormt hiervoor een uitzonderingsgrond (Aanwijzingen voor de Regelgeving 4.17, vijfde lid, onderdeel d).
Omdat dit besluit niet tijdig is vastgesteld en gepubliceerd, treedt het besluit voor alle onderdelen in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans
Verordening (EU) 2020/1056 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020
inzake elektronische informatie over goederenvervoer.
De CCR-protocollen zijn te raadplegen via: ccr2024-IInl.pdf. Let op: protocol 14 is middels een dynamische verwijzing naar de Binnenvaartregeling geïmplementeerd. Deze regeling wordt aangepast, waarbij naar deze versie van ES-TRIN wordt verwezen.
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van Richtlijn 82/714/EEG van de Raad (2006/87/EG) (PbEU 2006, L 389).
Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG (PbEU 2016, L 252).
Verordening (EU) 2020/1056 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020
inzake elektronische informatie over goederenvervoer.
De CCR-protocollen zijn te raadplegen via: ccr2024-IInl.pdf. Let op: protocol 14 is middels een dynamische verwijzing naar de Binnenvaartregeling geïmplementeerd. Deze regeling wordt aangepast, waarbij naar deze versie van ES-TRIN wordt verwezen.
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van Richtlijn 82/714/EEG van de Raad (2006/87/EG) (PbEU 2006, L 389).
Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG (PbEU 2016, L 252).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2026-143.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.