Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2026, 19056 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2026, 19056 | overige overheidsinformatie |
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;
Na op 2 april 2026 schriftelijk mededeling te hebben gedaan aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2025/26, 29 282, nr. 624) als bedoeld in artikel 8 van de Wet marktordening gezondheidszorg over de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2024 en 2025;
Besluit:
In deze aanwijzing wordt verstaan onder:
bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg;
Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG;
bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit;
subsidiabele opleidingsplaats, uitgedrukt in fte’s en aantal personen, voor (medische) beroepsbeoefenaren in opleiding die in het betreffende jaar met een vervolgopleiding als bedoeld in het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG beginnen;
Onderwijs- en Opleidingsregio waarin universitair medische centra samenwerken in een regionaal opleidingsnetwerk;
– zorgaanbieder die als zodanig is erkend door de voor de desbetreffende opleiding relevante registratiecommissie, voor zolang deze erkenning niet is ingetrokken of vervallen; of
– ten aanzien van de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut, zorgaanbieder die een samenwerkingsovereenkomst heeft, gedurende de gehele periode waarover de beschikbaarheidbijdrage wordt aangevraagd, met een door de minister in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) aangewezen opleidingsinstelling
Wet marktordening gezondheidszorg;
Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet.
Deze aanwijzing is van toepassing op activiteiten verricht in het kader van de opleidingen als bedoeld in onderdeel B, aanhef, onder 1, sub a en b van de Bijlage.
De zorgautoriteit verstrekt jaarlijks een beschikbaarheidbijdrage voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 aan opleidende zorgaanbieders die een aanvraag indienen.
De zorgautoriteit stelt de beschikbaarheidbijdrage voor opleidende zorgaanbieders vast, rekening houdend met de maximale aantallen personen en fte per opleiding, zoals opgenomen in Bijlage A bij deze aanwijzing.
1. De zorgautoriteit houdt bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen1 over de OOR’s een verdeling aan op basis van het criterium 100% adherentie alle instellingen (de basisverdeling). Dit houdt in dat bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen over de OOR’s wordt gekeken naar de omvang van de zorgvraag van de bevolking in het verzorgingsgebied voor alle instellingen binnen de OOR's. Daarbij geldt de mogelijkheid om – binnen het totaal aantal beschikbaar gestelde opleidingsplaatsen – met maximaal vijf instroomplaatsen tussen OOR’s te schuiven ten opzichte van de basisverdeling.
2. De zorgautoriteit houdt bij het verdelen van instroomplaatsen voor de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut en verpleegkundig specialist GGZ rekening met de volgende uitgangspunten:
a. de instroomplaatsen worden verdeeld per sector, gebruikmakend van de ramingen van het Capaciteitsorgaan;
b. instroomplaatsen waarvoor in een voorgaand jaar geen beschikbaarheidbijdrage is verleend, worden niet meegeteld indien er in de verdeling van de instroomplaatsen rekening wordt gehouden met het historisch opleidingsvolume;
c. zowel bestaande als nieuwe opleidende zorgaanbieders komen in aanmerking voor instroomplaatsen.
3. Bij het verdelen van instroomplaatsen betrekt de zorgautoriteit een inhoudelijk deskundig adviesorgaan.
1. De zorgautoriteit houdt bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen2 over de OOR’s een verdeling aan op basis van het criterium 100% adherentie alle instellingen (de basisverdeling). Dit houdt in dat bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen over de OOR’s wordt gekeken naar de omvang van de zorgvraag van de bevolking in het verzorgingsgebied voor alle instellingen binnen de OOR's. Om grote schommelingen in de instroomverdeling per OOR per jaar te voorkomen houdt de zorgautoriteit bij invulling van het criterium 100% adherentie alle instellingen rekening met:
– een ondergrens van 10% van de landelijke instroom per OOR voor het in stand houden van de infrastructuur die nodig is voor het opleiden van artsen in opleiding tot (medisch) specialist. Als deze grens in een OOR niet wordt bereikt, dient de NZa aan de betreffende OOR instroomplaatsen van andere OOR's toe te wijzen. Dit dient naar rato verrekend te worden over de andere OOR's.
– de mogelijkheid om te schuiven met maximaal 30 instroomplaatsen tussen OORs ten opzichte van de basisverdeling, met een bandbreedte van maximaal -8 tot +10 plaatsen per OOR. Het criterium 100% adherentie alle instellingen, met de daarbij behorende aandachtspunten, geldt niet voor de opleidingen psychiatrie, sportgeneeskunde en orthodontie.
2. De zorgautoriteit houdt bij het verdelen van instroomplaatsen voor de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut en verpleegkundig specialist GGZ rekening met de volgende uitgangspunten:
a. de instroomplaatsen worden verdeeld per sector, gebruikmakend van de ramingen van het Capaciteitsorgaan;
b. instroomplaatsen waarvoor in een voorgaand jaar geen beschikbaarheidbijdrage is verleend, worden niet meegeteld indien er in de verdeling van de instroomplaatsen rekening wordt gehouden met het historisch opleidingsvolume;
c. zowel bestaande als nieuwe opleidende zorgaanbieders komen in aanmerking voor instroomplaatsen;
d. gestimuleerd wordt dat in samenwerkingsverbanden wordt opgeleid waaraan ten minste één zorgaanbieder deelneemt, die gespecialiseerde geïntegreerde ggz (specialistische ggz – ambulante en klinische zorg) levert en beschikt over een geldig kwaliteitsstatuut, sectie III (Instellingen).
3. Bij het verdelen van instroomplaatsen betrekt de zorgautoriteit een inhoudelijk deskundig adviesorgaan.
De zorgautoriteit stelt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024 ter uitvoering van deze aanwijzing beleidsregels en waar nodig regels vast. Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.
Artikel 3 van de aanwijzing beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2025 (Stcrt. 2025, 23045) vervalt.
|
Opleiding |
Instroom in personen |
Instroom in fte |
|---|---|---|
|
GZ-psycholoog |
935 |
935 |
|
Psychotherapeut |
171 |
85,5 |
|
Klinisch Psycholoog |
200 |
150 |
|
Klinisch Neuropsycholoog |
26 |
19,5 |
|
Verpleegkundig Specialist GGZ |
134 |
134 |
|
Huisarts |
954 |
574 |
|
Specialist ouderengeneeskunde |
260 |
151,67 |
|
Arts verstandelijk gehandicapten |
27 |
24,75 |
|
Verslavingsarts |
33 |
11 |
|
Anesthesiologie |
79 |
79 |
|
Cardiologie |
58 |
58 |
|
Cardio-thoracale chirurgie |
6 |
6 |
|
Dermatologie en venerologie |
29 |
29 |
|
Heelkunde |
62 |
62 |
|
Interne geneeskunde |
126 |
126 |
|
Keel-neus-oorheelkunde |
18 |
18 |
|
Kindergeneeskunde |
65 |
65 |
|
Klinische genetica |
9 |
9 |
|
Klinische geriatrie |
36 |
36 |
|
Longziekten en tuberculose |
41 |
41 |
|
Maag-darm-leverziekten |
24 |
24 |
|
Medische microbiologie |
20 |
20 |
|
Neurochirurgie |
7 |
7 |
|
Neurologie |
49 |
49 |
|
Obstetrie en gynaecologie |
40 |
40 |
|
Oogheelkunde |
38 |
38 |
|
Orthopedie |
28 |
28 |
|
Pathologie |
19 |
19 |
|
Plastische chirurgie |
19 |
19 |
|
Psychiatrie1 |
179 |
179 |
|
Radiologie |
63 |
63 |
|
Radiotherapie |
15 |
15 |
|
Reumatologie |
19 |
19 |
|
Revalidatiegeneeskunde |
31 |
31 |
|
Sportgeneeskunde |
7 |
7 |
|
Urologie |
24 |
24 |
|
Spoedeisende geneeskunde |
42 |
42 |
|
Klinische chemie |
14 |
14 |
|
Klinische fysica |
25 |
25 |
|
Ziekenhuisfarmacie |
29 |
29 |
|
MKA-chirurgie |
15 |
15 |
|
Orthodontie |
9 |
9 |
De 179 instroomplaatsen zijn als volgt verdeeld: psychiatrie in ziekenhuiszorg 39 personen, psychiatrie in ggz 140 personen.
|
Opleiding |
Instroom in personen |
Instroom in fte |
|---|---|---|
|
GZ-psycholoog |
926 |
926 |
|
Psychotherapeut |
171 |
85,5 |
|
Klinisch Psycholoog |
214 |
160,5 |
|
Klinisch Neuropsycholoog |
26 |
19,5 |
|
Verpleegkundig Specialist GGZ |
134 |
134 |
|
Huisarts |
984 |
574 |
|
Specialist ouderengeneeskunde |
280 |
163,3 |
|
Arts verstandelijk gehandicapten |
36 |
21 |
|
Verslavingsarts |
33 |
11 |
|
Anesthesiologie |
79 |
79 |
|
Cardiologie |
58 |
58 |
|
Cardio-thoracale chirurgie |
6 |
6 |
|
Dermatologie en venerologie |
29 |
29 |
|
Heelkunde |
62 |
62 |
|
Interne geneeskunde |
126 |
126 |
|
Keel-neus-oorheelkunde |
18 |
18 |
|
Kindergeneeskunde |
65 |
65 |
|
Klinische genetica |
9 |
9 |
|
Klinische geriatrie |
36 |
36 |
|
Longziekten en tuberculose |
41 |
41 |
|
Maag-darm-leverziekten |
24 |
24 |
|
Medische microbiologie |
20 |
20 |
|
Neurochirurgie |
7 |
7 |
|
Neurologie |
49 |
49 |
|
Obstetrie en gynaecologie |
40 |
40 |
|
Oogheelkunde |
38 |
38 |
|
Orthopedie |
28 |
28 |
|
Pathologie |
19 |
19 |
|
Plastische chirurgie |
19 |
19 |
|
Psychiatrie1 |
179 |
179 |
|
Radiologie |
63 |
63 |
|
Radiotherapie |
15 |
15 |
|
Reumatologie |
19 |
19 |
|
Revalidatiegeneeskunde |
31 |
31 |
|
Spoedeisende geneeskunde |
42 |
42 |
|
Sportgeneeskunde |
7 |
7 |
|
Urologie |
24 |
24 |
|
Klinische chemie |
14 |
14 |
|
Klinische fysica |
25 |
25 |
|
Ziekenhuisfarmacie |
29 |
29 |
|
MKA-chirurgie |
15 |
15 |
|
Orthodontie |
21 |
21 |
De 179 instroomplaatsen zijn als volgt verdeeld: psychiatrie in ziekenhuiszorg 39 personen, psychiatrie in ggz 140 personen.
Op 14 oktober 2025 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) uitspraak gedaan in de zaak van de Onderwijs- en Opleidingsregio Noordwest Nederland tegen de Minister van VWS (minister) over de verdeelplannen 2024 en 2025.3 In deze uitspraak heeft het CBb alle toekenningsbeschikkingen voor 2024 en 2025 herroepen. Wel heeft het CBb gesteld dat de verdeling voor deze jaren vaststaat, deze aanwijzing is dus louter een reparatie van de grondslag en noopt niet tot wijzigingen in de verdeling van instroomplaatsen voor de jaren 2024 en 2025. Het CBb heeft geoordeeld dat voor 2026 en verder er geen bevoegdheid is voor zowel de minister als de Nederlandse Zorgautoriteit (zorgautoriteit) om een verdeeloverzicht vast te stellen voor de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen. De minister is uitsluitend bevoegd om verdeelcriteria en de totale aantallen per opleiding vast te leggen. Waar de Kamer op 16 december 2025 reeds is geïnformeerd over de aanwijzing voor de jaren 2026 en verder4, is deze aanwijzing bedoeld om met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024 de grondslag te corrigeren voor het rechtmatig vaststellen van de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen voor de jaren 2024 en 2025.5
Deze aanwijzing herstelt de juridische grondslag voor de verdeling van 2024 naar aanleiding van de uitspraak van het CBb van 14 oktober 2025. De zorgautoriteit stelt de jaarlijkse verdeling vast op basis van de criteria van de minister en kan hierbij de deskundigheid van TOP Opleidingsplaatsen en Stichting BOLS inschakelen.
Voor de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen over de OOR's hanteert de zorgautoriteit het criterium '100% adherentie alle instellingen'. Dit zorgt voor een evenredige spreiding op basis van de regionale zorgvraag. Bij dit criterium geldt de mogelijkheid om, ter voorkoming van te grote schommelingen, met maximaal 5 instroomplaatsen tussen OOR’s te schuiven ten opzichte van de basisverdeling.
Voor de instroomplaatsen van de psychologische beroepen en de verpleegkundig specialist ggz vindt de verdeling plaats per sector (zoals ggz, gehandicaptenzorg of ziekenhuiszorg). Dit gebeurt op basis van ramingen van het Capaciteitsorgaan, waarbij sterk wordt gekeken naar de toekomstige ontwikkeling van de zorgvraag. Om de continuïteit te waarborgen, houdt de zorgautoriteit daarnaast rekening met het historische opleidingsvolume (waarbij alleen eerder gefinancierde plaatsen meetellen). Tegelijkertijd komen ook nieuwe opleidende zorgaanbieders in aanmerking, zodat de markt niet op slot wordt gezet.
Tot slot is vastgelegd dat de zorgautoriteit bij deze verdeling de expertise van een inhoudelijk deskundig adviesorgaan moet betrekken.
Voor het jaar 2025 regelt dit artikel de verdelingssystematiek van de instroomplaatsen voor medische en psychologische vervolgopleidingen. Voor de medisch-specialistische instroomplaatsen hanteert de zorgautoriteit het criterium ‘100% adherentie alle instellingen’ om de plaatsen evenredig te verdelen op basis van de regionale zorgvraag van de bevolking.
Om in 2025 grote schommelingen te voorkomen, is er een ondergrens van 10% per Onderwijs- en Opleidingsregio (OOR) ingesteld om de noodzakelijke opleidingsinfrastructuur in stand te houden; indien een OOR dit niet haalt, wordt dit naar rato aangevuld met plaatsen uit andere OOR's. Daarnaast mag de zorgautoriteit schuiven met maximaal 30 instroomplaatsen (met een bandbreedte van –8 tot +10 per OOR) ten opzichte van de basisverdeling. Deze specifieke rekenregels gelden overigens niet voor de opleidingen psychiatrie, sportgeneeskunde en orthodontie.
Voor de instroomplaatsen van psychologische beroepen en de verpleegkundig specialist GGZ vindt de verdeling plaats per sector, op basis van ramingen van het Capaciteitsorgaan. Om stabiliteit te borgen weegt het historisch opleidingsvolume van eerder via beschikbaarheidbijdrage gefinancierde plaatsen mee, maar tegelijkertijd blijft de markt toegankelijk voor nieuwe opleidende zorgaanbieders. Specifiek wordt voor 2025 gestimuleerd dat er wordt opgeleid in samenwerkingsverbanden waaraan minimaal één zorgaanbieder deelneemt die gespecialiseerde geïntegreerde ggz levert en beschikt over een geldig kwaliteitsstatuut (sectie III). Deze extra eis in art. 6, lid 2, sub d is opgenomen ter uitvoering van de motie-Van den Berg6, waarin bij de allocatie van instroomplaatsen in de verdeelsleutel de voorkeur wordt gegeven aan ggz-aanbieders die deelnemen aan crisisdiensten, hoogcomplexe zorg en multizorg leveren en afspraken maken over kwantiteit in relatie tot kwaliteit, voordat vrijgevestigde praktijken opleidingsplekken toegekend krijgen. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan de eerder ingeslagen richting om opleiden binnen samenwerkingsverbanden te stimuleren. De insteek is om gz-psychologen in opleiding in meerdere sectoren hun ervaring te kunnen laten op doen en met name in die sectoren waar zij ervaring kunnen opdoen met gespecialiseerde en geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg (ambulante en klinische zorg).
Tot slot is vastgelegd dat de zorgautoriteit bij deze verdeling de expertise van een inhoudelijk deskundig adviesorgaan moet betrekken.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Onder B van de Bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, onder 1.a, 1, 2 en 3.
Onder B van de Bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, onder 1.a, 1, 2 en 3.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-19056.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.