In de Staatscourant van 5 juni 2026, nr. 18956, is het Besluit van de Minister van
Asiel en Migratie van 27 mei 2026, nummer WBV 2026/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire
2000, gepubliceerd.
Onder letter AO is paragraaf B9/8.1.2.1 Vc gewijzigd. In deze gewijzigde tekst is
echter abusievelijk de eerdere wijziging van paragraaf B9/8.1.2.1 in WBV 2026/3 niet
meegenomen.
De volgende tekst ontbreekt daarom bij de wijziging van paragraaf B9/8.1.2.1 Vc:
Verder werkt ook de ontheffing van de inburgeringsplicht vanwege ‘aantoonbaar geleverde
inspanningen’ als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder b, Wet inburgering 2007
door naar de
Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit.
Deze zin moet opgenomen worden onder de twee bullets in de paragraaf.
Bovendien is een dubbeling in de tekst na de eerste zin uit de tekst verwijderd.
Om deze reden wordt paragraaf B9/8.1.2.1 Vc uit artikel I van het besluit ter rectificatie
aangeboden en opnieuw gepubliceerd.
Paragraaf B9/8.1.2.1 Vc is gewijzigd en komt te luiden:
8.1.2.1. Vrijstellingen
De IND past de vrijstellingen toe genoemd in artikel 3.80a, tweede lid, Vb.
De IND verlangt niet dat de vreemdeling gedurende de acht jaren als bedoeld in artikel
3.80a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb ononderbroken was ingeschreven als ingezetene
in de BRP of rechtmatig in Nederland verbleef.
Overgangssituatie op 1 januari 2022 in verband met nieuwe Wet inburgering 2021
Op 1 januari 2022 is de Wi 2021 in werking getreden. Deze heeft als doel alle nieuwe
inwoners van Nederland met een inburgeringsplicht zo snel mogelijk Nederlands te leren
spreken en schrijven op het voor hen hoogst haalbare niveau, zodat zij zo goed mogelijk
mee kunnen draaien in de Nederlandse samenleving.
De inburgeringseisen van de Wi 2013, inclusief vrijstellingen en ontheffingen, werken
door naar de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit voor vreemdelingen die op
tijdelijke basis in Nederland verblijven en op enig moment sterker verblijf aanvragen.
Deze doorwerking van de Wi 2013 blijft ook gelden na 1 januari 2022 voor:
-
• niet-inburgeringsplichtige vreemdelingen; en
-
• inburgeringsplichtige vreemdelingen, die voor 1 januari 2022 inburgeringsplichtig
zijn geworden.
Verder werkt ook de ontheffing van de inburgeringsplicht vanwege ‘aantoonbaar geleverde
inspanningen’ als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder b, Wet inburgering 2007
door naar de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit.
Inburgeringsplichtige vreemdelingen die onder de Wi 2021 vallen en onder dat regime
hun inburgeringsplicht vervullen of daarvan worden vrijgesteld, of ontheven, op basis
van hun inburgeringsdiploma, -certificaat, vrijstelling of ontheffing voldoen hiermee
tevens aan het inburgeringsvereiste en kunnen op basis hiervan ook sterker verblijf
aanvragen. De doorwerking van het inburgeringsregime blijft derhalve gehandhaafd.
De grondslag voor het stellen van het inburgeringsvereiste voor sterk verblijf is
te vinden in de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit (art 16a Vw jo. art 3.80a
Vb; art 21 Vw jo. art 3.96a Vb en art 45b Vw jo 3.126 Vb).