Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 15 mei 2026, nr. WJZ/105788722, tot wijziging van de Uitvoeringsregeling zeevisserij in verband met de wijziging van de verordening vangstmogelijkheden voor 2026 [KetenID WGK028986]

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op:

  • Verordening (EU) 2026/786 van de Raad van 30 maart 2026 tot wijziging van Verordening (EU) 2026/249 tot vaststelling, voor 2026, 2027 en 2028, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn;

  • de artikelen 3 en 4 van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Besluit:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling zeevisserij wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 13, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. ‘19, eerste, tweede en vijfde lid,’ wordt vervangen door ‘19, eerste tot en met derde en vijfde lid, 20, eerste en tweede lid,’.

2. ‘40,’ vervalt.

B

In bijlage 8 komt het percentage bij de vissoort ‘Makreel’ te luiden ‘58,16495%’ en vervalt de voetnoot na ‘Makreel’ en onder de tabel.

C

Bijlage 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Bij ‘Artikel 24, eerste lid, onderdeel a’ komt de hoeveelheid (per vaartuig) bij de vissoort ‘Makreel’ te luiden ‘79 kilogram per maand’ en vervalt de voetnoot na ‘Makreel’.

2. Bij ‘Artikel 24, eerste lid, onderdeel c’ komt de hoeveelheid (per vaartuig) bij de vissoort ‘Makreel’ te luiden ‘20 kilogram per jaar’ en vervalt de voetnoot na ‘Makreel’.

3. De voetnoot onder de tabel vervalt.

ARTIKEL II

In de Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 23 december 2025, nr. WJZ/102888623, tot wijziging van de Uitvoeringsregeling zeevisserij en de Uitvoeringsregeling visserij in verband met de vaststelling van diverse vangstrechten voor 2026, 2027 en 2028 en de Regeling bestuurlijke boete Visserijwet 1963 in verband met de herziening van de controleverordening visserij (Stcrt. 2025, 45335) komen artikel I, onderdeel D, onder 1, sub c en d, te luiden:

  • c. Na ‘17, tweede lid,’ wordt ingevoegd ‘19, eerste, tweede en vijfde lid,’.

  • d. ‘de artikelen 19bis, eerste lid, en 25 van de verordening vangstmogelijkheden 2025’ wordt vervangen door ‘artikel 19bis, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden 2025’.

ARTIKEL III

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel I, onderdeel A, onder 1.

  • 2. Artikel I, onderdeel A, onder 1, treedt in werking met ingang van 1 september 2026.

  • 3. Artikel I, onderdelen B en C, werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 15 mei 2026

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens

TOELICHTING

1. Aanleiding en inhoud

Op 30 maart 2026 heeft de Raad van de Europese Unie de verordening vangstmogelijkheden voor de Noordzee in 2026 (hierna: verordening vangstmogelijkheden)1 gewijzigd met verordening 2026/786.2 In de Uitvoeringsregeling zeevisserij (hierna: Uitvoeringsregeling) wordt onder meer de verordening vangstmogelijkheden uitgevoerd. De Uitvoeringsregeling is daarom aangepast als gevolg van de wijziging van de verordening vangstmogelijkheden.

In de wijziging van de verordening vangstmogelijkheden is in de eerste plaats geregeld dat de herstelmaatregelen die zijn overeengekomen met het Verenigd Koninkrijk in de Ierse Zee en het Kanaal ingaan per 1 september 2026 in plaats van 1 juni 2026. Deze maatregelen moeten namelijk eerst in het recht van het Verenigd Koninkrijk zijn verwerkt om een gelijk speelveld te creëren tussen dat land en de EU. Het betreft artikel 19, derde lid, en artikel 20, eerste en tweede lid, van de verordening vangstmogelijkheden. In de Uitvoeringsregeling zal het daarom pas per 1 september verboden zijn om in strijd te handelen met deze leden.

Ten tweede is er een definitieve vangstmogelijkheid vastgesteld voor makreel in de Atlantische wateren. In de verordening vangstmogelijkheden was er voor makreel een voorlopige vangsthoeveelheid voor de Europese vissers vastgesteld voor de eerste helft van 2026. Deze was bepaald op 90 procent van het hoofdlijn-vangstadvies van ICES van 174.357 ton. De reden hiervoor was dat ten tijde van de Landbouw- en Visserijraad in december 2025 nog geen overeenstemming met het Verenigd Koninkrijk was bereikt over de hoogte van de definitieve vangstmogelijkheden. Overeenkomstig de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU dient in een dergelijk geval een voorlopige hoeveelheid te worden vastgesteld en gedurende de hiervoor gestelde termijn dient verder onderhandeld te worden om tot een gezamenlijk overeengekomen maximale vangsthoeveelheid te komen. Naar aanleiding van deze onderhandelingen heeft de Raad in verordening 2026/786 vastgesteld dat de definitieve maximale vangsthoeveelheid makreel voor 2026 voor de Atlantische wateren 299.010 ton is. Dit is gelijk aan de hoeveelheid die de andere kuststaten (Verenigd Koninkrijk, Faeröer, Noorwegen, IJsland en Groenland) al onderling overeengekomen waren en waarop zij zelf hun quota baseren. Deze hoeveelheid is bovendien aangegeven in het secundaire advies van ICES voor de vangstmogelijkheden voor 2026. Door hierbij aan te sluiten heeft de Raad een gelijk speelveld willen creëren. Als gevolg hiervan zijn de percentages en hoeveelheden voor makreel in bijlagen 8 en 9 van de Uitvoeringsregeling aangepast. Deze percentages en hoeveelheden zijn voor het hele jaar vastgesteld. Deze wijziging werkt daarom terug tot en met 1 januari 2026.

Ten derde is artikel 40 geschrapt uit de verordening vangstmogelijkheden, op grond waarvan teruggezette oceanische witpunthaaien moeten worden geregistreerd in het IATTC-verdragsgebied. Daarom kan ook niet meer in strijd met dat artikel worden gehandeld en is de verwijzing in artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling met deze regeling vervallen. De genoemde verplichting geldt nog steeds, want deze is al geregeld in een andere verordening.3

Tenslotte is gebruik gemaakt van de gelegenheid om een onjuiste verwijzing naar de verordening vangstmogelijkheden in een eerdere wijziging van de Uitvoeringsregeling te corrigeren.4

2. Regeldruk en uitvoering

Deze wijziging van de Uitvoeringsregeling leidt niet tot een wijziging van de regeldruk. Er volgen geen nieuwe of gewijzigde informatieverplichtingen uit deze regeling. Ook brengt deze wijzigingsregeling geen relevante nalevingskosten met zich mee. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is geconsulteerd over de uitvoerbaarheid van deze wijziging. De wijziging is door RVO uitvoerbaar geacht.

3. Inwerkingtreding en kabinetsbeleid vaste verandermomenten

De inwerkingtreding van deze regeling wijkt af van het beleid inzake vaste verandermomenten ten aanzien van het moment van inwerkingtreding en de minimuminvoeringstermijn van twee maanden. Deze afwijking is te rechtvaardigen omdat deze regeling strekt tot uitvoering van bindende EU-regelgeving en voor het overige bestaat uit een reparatie. Artikel I, onderdelen B en C, werken terug tot en met 1 januari 2026. Dit is mogelijk omdat deze onderdelen een rechtstreekse uitvoering zijn van Europese regelgeving en een begunstigend effect hebben, de vangstmogelijkheden nemen immers toe.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens


X Noot
1

Verordening (EU) 2026/249 van de Raad van 26 januari 2026 tot vaststelling, voor 2026, 2027 en 2028, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2025/202.

X Noot
2

Verordening (EU) 2026/786 van de Raad van 30 maart 2026 tot wijziging van Verordening (EU) 2026/249 tot vaststelling, voor 2026, 2027 en 2028, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn.

X Noot
3

Verordening (EU) 2021/56 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2021 tot vaststelling van de beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad (PbEU 2021, L 24).

X Noot
4

Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 23 december 2025, nr. WJZ/102888623, tot wijziging van de Uitvoeringsregeling zeevisserij en de Uitvoeringsregeling visserij in verband met de vaststelling van diverse vangstrechten voor 2026, 2027 en 2028 en de Regeling bestuurlijke boete Visserijwet 1963 in verband met de herziening van de controleverordening visserij (Stcrt. 2025, 45335).


X Noot
1

Verordening (EU) 2026/249 van de Raad van 26 januari 2026 tot vaststelling, voor 2026, 2027 en 2028, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2025/202.

X Noot
2

Verordening (EU) 2026/786 van de Raad van 30 maart 2026 tot wijziging van Verordening (EU) 2026/249 tot vaststelling, voor 2026, 2027 en 2028, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn.

X Noot
3

Verordening (EU) 2021/56 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2021 tot vaststelling van de beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad (PbEU 2021, L 24).

X Noot
4

Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 23 december 2025, nr. WJZ/102888623, tot wijziging van de Uitvoeringsregeling zeevisserij en de Uitvoeringsregeling visserij in verband met de vaststelling van diverse vangstrechten voor 2026, 2027 en 2028 en de Regeling bestuurlijke boete Visserijwet 1963 in verband met de herziening van de controleverordening visserij (Stcrt. 2025, 45335).

Naar boven