Regeling van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport van 21 april 2026, kenmerk 1096602-4370149-SB, houdende wijziging van de Subsidieregeling BOSA in verband met het toevoegen van de mogelijkheid tot rangschikking op basis van loting bij storing en het aanpassen van de beslistermijnen [KetenID WGK028948]

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,

Gelet op artikel 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling BOSA wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2 wordt na ‘3.1 tot en met 3.5,’ ingevoegd ‘4.1,’.

B

Aan artikel 8 worden drie leden toegevoegd, luidende:

  • 9. Indien op de dag waarop het subsidieplafond is bereikt zich een storing voordoet in het digitale systeem die effect heeft op de volgorde van binnenkomst van de aanvragen tot verstrekking van subsidie, bedoeld in de artikelen 10 tot en met 13, stelt de minister de onderlinge rangschikking van de ontvangen aanvragen vast door middel van loting.

  • 10. Indien de situatie, bedoeld in het negende lid, zich voordoet, hebben de complete aanvragen uit de rangschikking die volgt na de loting voorrang op de overige aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 11. Indien de situatie, bedoeld in het negende lid, zich voordoet, besluit de minister:

    • a. binnen 22 weken na het moment van loting op een aanvraag tot vaststelling van een subsidie als bedoeld in de artikelen 10 en 11;

    • b. binnen 13 weken na het moment van loting op een aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in de artikelen 12 en 13.

C

In artikel 12 wordt, onder vernummering van het vijfde tot en met elfde lid tot zesde tot en met twaalfde lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 5. De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van een aanvraag tot subsidieverlening.

D

In artikel 13 wordt, onder vernummering van het vijfde tot en met elfde lid tot zesde tot en met twaalfde lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 5. De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van een aanvraag tot subsidieverlening.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 5 januari 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk

TOELICHTING

Algemeen

De onderhavige regeling strekt tot wijziging van de Subsidieregeling BOSA (hierna: de Regeling). Op grond van de Subsidieregeling BOSA kunnen subsidies worden verstrekt voor de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen voor amateursportverenigingen en sportstichtingen.

Met deze wijzigingsregeling wordt de mogelijkheid opgenomen om de onderlinge rangschikking van aanvragen tot subsidieverlening of -vaststelling in een bepaalde situatie door middel van loting te bepalen. Het gaat dan om de situatie waarin sprake is van een storing in het digitale systeem waardoor het niet mogelijk is om een verdeling van het subsidieplafond te maken op volgorde van binnenkomst. Om tot een zo zorgvuldig mogelijke verdeling van subsidie (schaarse middelen) te komen wordt in deze situaties gekozen voor loting. Met loting worden de aanvragers een gelijke kans geboden om aanspraak te maken op subsidie.

Aanleiding voor deze wijziging is de storing die zich heeft voorgedaan in het portaal voor aanvragen tot verlening of vaststelling van subsidie voor kalenderjaar 2026. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf de eerste maandag van januari om 09:00 uur (artikel 8b, eerste lid). Bij de opening van het portaal op 5 januari 2026 om 09:00 uur is de server van het aanvraagportaal vanwege de grote belangstelling direct gecrasht. Vanaf dat moment was het voor aanvragers niet meer mogelijk om een aanvraag in te dienen. Aanvragers zijn daarover geïnformeerd. Om 15:00 uur is het aanvraagportaal gesloten.

Door deze opeenvolging van omstandigheden hebben aanvragers niet allemaal een eerlijke en gelijke kans gehad tot het indienen van hun aanvraag. Daarbij speelt het volgende mee:

  • Amateursportorganisaties hadden de mogelijkheid om een aanvraag en bijbehorende bestanden voorafgaand aan de opening van het aanvraagportaal klaar te zetten. Deze aanvragen gingen verloren indien zij tijdens de storing werden ingediend. Voor indieners van grotere aanvragen was dit onevenredig benadelend, omdat het voor hen meer tijd kostte om tijdig weer een (nieuwe) aanvraag klaar te hebben staan.

  • De communicatie vanuit VWS rondom de storing was niet altijd voldoende duidelijk. Er is tijdig gecommuniceerd dat sprake was van een storing, maar nadat de storing was verholpen bleef berichtgeving een tijd uit.

  • Tijdens de storing was er weinig zicht op het moment dat de storing verholpen zou zijn. Er zijn ook aanvragers die hebben geprobeerd een aanvraag via e-mail in te dienen. Er ontstaat daarmee ongelijkheid tussen deze aanvragers en de aanvragers die het moment hebben afgewacht dat de storing verholpen zou zijn.

In beginsel komt het risico voor het niet tijdig kunnen indienen van een subsidieaanvraag voor rekening van de subsidieaanvrager. Dat uitgangspunt gaat niet op als het niet tijdig indienen redelijkerwijs niet is toe te rekenen aan de subsidieaanvrager en is veroorzaakt door de subsidieverstrekker.1 Het valt aanvragers niet aan te rekenen dat door het niet naar behoren functioneren van het portaal op 5 januari 2026 ongelijkheid is ontstaan tussen de BOSA-aanvragers. Om tegemoet te komen aan deze ongelijkheid is besloten om, ingeval een storing heeft geleid tot een effect op de volgorde van binnenkomst van de aanvragen, voor het bepalen van de rangschikking van de aanvragen tot subsidieverlening met terugwerkende kracht de optie van loting toe te voegen.

Voor kalenderjaar 2026 betekent dit dat er een loting zal plaatsvinden onder alle ingediende aanvragen tot verstrekking van subsidie, ongeacht of deze in eerste instantie compleet of incompleet zijn ingediend.

Daarnaast zijn er nog drie groepen aanvragers die op andere wijze kenbaar hebben gemaakt een aanvraag te willen indienen. Het gaat om de volgende groepen:

  • een aantal aanvragers heeft op 5 januari een e-mail gestuurd naar Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) waarin zij kenbaar maakten een aanvraag te willen indienen maar dit niet konden doen vanwege storing in het portaal. Omdat deze storing niet aan hen te wijten is dienen deze aanvragen ook te worden meegenomen in de loting. Het betreft hier een aparte groep omdat deze aanvragen niet zijn binnengekomen via het portaal. Daarbij gaat het specifiek om de aanvragers die een e-mail hebben gestuurd naar DUS-I op 5 januari (de dag van openen aanvraagportaal);

  • de groep die ook zal worden meegenomen in de rangschikking door middel van loting zijn de aanvragers die een klacht hebben ingediend bij DUS-I naar aanleiding van de storing. Aan hen is medegedeeld dat hun klacht wordt behandeld als subsidieaanvraag; en

  • tot slot was het mogelijk om een wijzigingsverzoek in te dienen voor een verhoging van de subsidie voor kosten van een project dat gedeeltelijk in 2026 valt. Het gaat hier om wijzigingsverzoeken die op 5 en 6 januari 2026 zijn ingediend. Aan de aanvragers van deze wijzigingsverzoeken is gecommuniceerd dat hun verzoek wordt beoordeeld als een reguliere subsidieaanvraag.

Alle drie bovengenoemde groepen worden meegenomen in de rangschikking door middel van loting. Deze groepen vallen allemaal onder artikel 8, negende lid, van de Regeling.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Door artikel 4.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS toe te voegen aan artikel 2 van de Regeling wordt het mogelijk gemaakt om af te wijken van de standaard beslistermijnen voor subsidieverlening. Voor een toelichting op de verschillende beslistermijnen zie onderdelen B, C en D.

Onderdeel B

De toevoeging van het negende lid aan artikel 8 maakt het mogelijk om de rangschikking van aanvragen tot subsidieverlening of vaststelling door middel van loting te bepalen. Dit in gevallen waarbij er sprake is van een storing in het digitale systeem waardoor vasthouden aan volgorde van binnenkomst voor verdeling van de subsidiemiddelen leidt tot een onbillijke uitkomst.

Deze vorm van loting verschilt van de mogelijkheid tot loting als opgenomen in het achtste lid, waarbij loting wordt gebruikt als aanvullende verdeelmethode. De aanvullende verdeelmethode van de subsidiemiddelen uit het achtste lid komt in beeld wanneer het plafond wordt bereikt en de volgorde van binnenkomst van aanvragen niet is vast te stellen. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer op één dag meerdere aanvragen binnenkomen per post en door het verlenen van al deze aanvragen het plafond zou worden overschreden. Of de situatie kan zich voordoen dat er meerdere digitale aanvragen op hetzelfde moment binnenkomen en deze gezamenlijk het subsidieplafond te boven gaan. In deze situaties is geen sprake van een storing in het digitale systeem waardoor het achtste lid van artikel 8 niet past bij de ontstane situatie voor kalenderjaar 2026. Bovendien gaat deze situatie uit van complete aanvragen en kan daarom niet worden toegepast op de situatie voor kalenderjaar 2026 waarin ook incomplete aanvragen zijn ingediend.

Indien gebruik wordt gemaakt van loting om de onderlinge rangschikking van aanvragen tot subsidieverlening of vaststelling te bepalen, bedoeld in het negende lid, ziet het proces als volgt eruit: onder alle binnengekomen aanvragen vindt een loting plaats. De loting vindt plaats door een notaris. Op basis van de loting wordt een lijst vastgesteld met de volgorde van aanvragers. Deze rangschikking onder de aanvragers wordt schriftelijk vastgelegd en aanvragers ontvangen een lotingsnummer. Op basis van deze rangschikking worden de aanvragen op volgorde van de rangschikking, één voor één, beoordeeld op compleetheid. Hierbij geldt in het geval dat, complete aanvragen die binnen het subsidieplafond vallen, alsnog worden afgewezen (omdat zij bijvoorbeeld niet aan de voorwaarden van de Regeling voldoen), daarmee de beoordeling verschuift naar de volgende complete aanvraag op de lijst.

De organisaties met complete aanvragen uit de rangschikking die volgt uit de loting, ontvangen subsidie zolang het subsidieplafond toereikend is. Als met de complete aanvragen het subsidieplafond nog niet is uitgeput, worden vervolgens de incomplete aanvragen beoordeeld. De complete aanvragen hebben namelijk voorrang op de incomplete aanvragen. Dit volgt uit het tiende lid van artikel 8. Indien laatstgenoemde situatie zich voordoet zullen deze aanvragers in de gelegenheid worden gesteld hun aanvraag compleet te maken om zo in aanmerking te kunnen komen voor subsidie op grond van de Regeling.

In het elfde lid van artikel 8 zijn twee verschillende beslistermijnen in geval van loting opgenomen. De beslistermijn in geval van onderlinge rangschikking van aanvragen tot subsidieverlening door middel van loting is:

  • 22 weken na het moment van loting op een aanvraag tot directe vaststelling van een subsidie als bedoeld in de artikelen 10 en 11. Dit zijn subsidies tot € 25.000 en subsidies van € 25.000 tot € 125.000 waarbij de activiteiten al hebben plaatsgevonden; en

  • 13 weken na het moment van loting op een aanvraag tot verlening van een subsidie, als bedoeld in de artikelen 12 en 13. Het gaat hierbij om subsidies van € 25.000 tot € 125.000 waarbij de subsidiabele activiteiten nog zullen plaatsvinden en subsidies vanaf € 125.000.

Deze termijnen zijn opgenomen omdat pas na het moment van loting aangevangen kan worden met een volledige beoordeling van alle dossiers, op de volgorde die is aangegeven op de lijst die uit de loting volgt.

Onderdelen C en D

Omdat artikel 4.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (termijnen besluit tot subsidieverlening) niet langer van toepassing is op de Regeling (zie onderdeel A) is het noodzakelijk geweest om de bestaande beslistermijnen uit de Kaderregeling voor de verlening van subsidies aan de Regeling toe te voegen. Dat is gebeurd in onderdelen C en D. De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van een aanvraag tot subsidieverlening bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 waarbij de subsidiabele activiteiten nog zullen plaatsvinden (artikel 12) en bij subsidies vanaf € 125.000 (artikel 13).

Voor een aanvraag tot vaststelling van een subsidie heeft de minister een beslistermijn van 22 weken. Deze termijn was al opgenomen in het vijfde lid van de artikelen 10 en 11, waardoor aanpassing van deze artikelen niet noodzakelijk is. Deze artikelen zien op subsidieverstrekking bij subsidies tot € 25.000 en subsidieverstrekking bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 waarbij de subsidiabele activiteiten al hebben plaatsgevonden.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 5 januari 2026. Hiermee wordt afgeweken van het beleid inzake vaste verandermomenten, zoals opgenomen in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

Het toekennen van terugwerkende kracht aan deze regeling is noodzakelijk omdat er in kalenderjaar 2026, waarbij het portaal op 5 januari om 09:00 uur openging, sprake was van een storing in het digitaal systeem. Voor dit kalenderjaar moet er voor het bepalen van de volgorde van verdeling van de subsidie gebruik worden gemaakt van loting. Dit is alleen mogelijk door terugwerkende kracht toe te kennen aan deze wijziging. De regeling werkt daarom terug tot en met 5 januari 2026, de datum waarop het portaal voor subsidieaanvragers is opengezet.

Hoewel een wijziging met terugwerkende kracht niet aansluit bij het rechtszekerheidsbeginsel waaruit voortvloeit dat regels voor het verdelen van de subsidie voorafgaand aan het aanvraagtijdvak vastgesteld en bekendgemaakt dienen te worden, prevaleert in dit geval het gelijkheidsbeginsel. Op grond van het gelijkheidsbeginsel moeten potentiële gegadigden gelijke kansen worden geboden bij de verdeling van subsidie, een schaars recht.2 Hieraan wordt voldaan door gebruik te maken van loting.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk


X Noot
1

Kamerstukken II 2001/02, 28 483, nr. 3, p. 40 en ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2310 (GeoBox).

X Noot
2

Zie ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2310 (GeoBox).


X Noot
1

Kamerstukken II 2001/02, 28 483, nr. 3, p. 40 en ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2310 (GeoBox).

X Noot
2

Zie ABRvS 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2310 (GeoBox).

Naar boven