Regeling van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport van 9 april 2026, kenmerk 4357382-1094954-Z, houdende Peiljaarverlegging eigen bijdrage Wlz & Wmo 2015 per 1 januari 2026

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,

Gelet op artikel 3.3.1.7, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg en artikel 3.7, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;

Besluit:

ARTIKEL I

Bijlage G. bij artikel 4.8 van de Regeling langdurige zorg wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1 wordt ‘2025’ vervangen door ‘2026’.

2. Onderdeel 2 vervalt, onder vernummering van de onderdelen 3 tot en met 17 tot 2 tot en met 16.

3. In onderdeel 2 (nieuw) wordt ‘€ 25.394’ vervangen door ‘€ 26.131’.

4. In onderdeel 3 (nieuw) wordt ‘€ 7.456,20’ vervangen door ‘€ 7.727,60’.

5. In onderdeel 4 (nieuw) wordt ‘€ 25.394’ vervangen door ‘€ 26.131’.

6. In onderdeel 5 (nieuw) wordt ‘€ 7.456,20’ vervangen door ‘€ 7.727,60’.

7. In onderdeel 6 (nieuw) wordt ‘€ 5.112’ vervangen door ‘€ 5.325’.

8. In onderdeel 7 (nieuw) wordt ‘€ 7.952’ vervangen door ‘€ 8.283’.

9. In onderdeel 8 (nieuw) wordt ‘€ 2.112, 5,26%, € 3.174,55 en € 6.102,24’ vervangen door ‘€ 2.119, 4,85%, € 3.134,08 en € 5.970,34’.

10. In onderdeel 9 (nieuw) wordt ‘€ 2.112, 5,26% en € 6.102,24’ vervangen door ‘€ 2.119, 4,85% en € 5.970,34’.

11. In onderdeel 10 (nieuw) wordt ‘€ 2.112, 5,26%, € 2.840,83 en € 6.102,24’ vervangen door ‘€ 2.119, 4,85%, € 2.816,36 en € 5.970,34’.

12. In onderdeel 11 (nieuw) wordt ‘€ 1.573, € 28.406, 13,70% en € 28.406’ vervangen door ‘€ 1.550, € 29.736, 13,73% en € 29.736’.

13. In onderdeel 12 (nieuw) wordt ‘€ 3.010, € 28.406, 13,70% en € 28.406’ vervangen door ‘€ 2.963, € 29.736, 13,73% en € 29.736’.

14. In onderdeel 13 (nieuw) wordt ‘€ 12.238’ vervangen door ‘€ 12.726’.

15. In onderdeel 14 (nieuw) wordt ‘€ 14.590’ vervangen door ‘€ 15.216’.

16. In onderdeel 15 (nieuw) wordt ‘€ 9.771’ vervangen door ‘€ 10.206’.

17. In onderdeel 16 (nieuw) wordt ‘€ 19.732’ vervangen door ‘€ 20.601’.

ARTIKEL II

Bijlage B. bij artikel 13a van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 1 wordt ‘2025’ vervangen door ‘2026’.

2. Onderdeel 2 vervalt, onder vernummering van de onderdelen 3 tot en met 15 tot 2 tot en met 14.

3. In onderdeel 2 (nieuw) wordt ‘€ 25.394’ vervangen door ‘€ 26.131’.

4. In onderdeel 3 (nieuw) wordt ‘€ 25.394’ vervangen door ‘€ 26.131’.

5. In onderdeel 4 (nieuw) wordt ‘€ 5.112’ vervangen door ‘€ 5.325’.

6. In onderdeel 5 (nieuw) wordt ‘€ 7.952’ vervangen door ‘€ 8.283’.

7. In onderdeel 6 (nieuw) wordt ‘€ 2.112, 5,26%, € 3.174,55 en € 6.102,24’ vervangen door ‘€ 2.119, 4,85%, € 3.134,08 en € 5.970,34’.

8. In onderdeel 7 (nieuw) wordt ‘€ 2.112, 5,26% en € 6.102,24’ vervangen door ‘€ 2.119, 4,85% en € 5.970,34’.

9. In onderdeel 8 (nieuw) wordt ‘€ 2.112, 5,26%, € 2.840,83 en € 6.102,24’ vervangen door ‘€ 2.119, 4,85%, € 2.816,36 en € 5.970,34’.

10. In onderdeel 9 (nieuw) wordt ‘€ 1.573, € 28.406, 13,70% en € 28.406’ vervangen door ‘€ 1.550, € 29.736, 13,73% en € 29.736’.

11. In onderdeel 10 (nieuw) wordt ‘€ 3.010, € 28.406, 13,70% en € 28.406’ vervangen door ‘€ 2.963, € 29.736, 13,73% en € 29.736’.

12. In onderdeel 11 (nieuw) wordt ‘€ 12.238’ vervangen door ‘€ 12.726’.

13. In onderdeel 12 (nieuw) wordt ‘€ 14.590’ vervangen door ‘€ 15.216’.

14. In onderdeel 13 (nieuw) wordt ‘€ 9.771’ vervangen door ‘€ 10.206’.

15. In onderdeel 14 (nieuw) wordt ‘€ 19.732’ vervangen door ‘€ 20.601’.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk

TOELICHTING

1. Vaststelling bedragen voor een peiljaarverlegging

Voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz) en voor ondersteuning in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015) kan een verzekerde respectievelijk een cliënt een eigen bijdrage verschuldigd zijn die wordt vastgesteld aan de hand van het bijdrageplichtig inkomen. In beginsel wordt het bijdrageplichtig inkomen berekend over het peiljaar t-2.1 Het gaat dus – kort gezegd – om het inkomen en vermogen in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de zorg of ondersteuning wordt ontvangen.

Op aanvraag van de verzekerde of de cliënt kan het bijdrageplichtig inkomen bij wijze van uitzondering worden berekend aan de hand van het inkomen over het lopende kalenderjaar (jaar t).2 Dit is een zogenoemde peiljaarverlegging. Een peiljaarverlegging is mogelijk indien het bijdrageplichtig inkomen in het jaar t lager is dan in het jaar t-2. Niet bij elke achteruitgang van het bijdrageplichtig inkomen komt men in aanmerking voor een peiljaarverlegging. Afhankelijk van de toepasselijke eigen bijdrage, dient het bijdrageplichtig inkomen in het jaar t € 3.293,60 lager te zijn dan in het jaar t-2 of zodanig lager dat er na betaling van de eigen bijdrage maandelijks gemiddeld minder over zou blijven dan het zak- en kleedgeld als bedoeld in de Participatiewet en middelen om – rekening houdend met de zorgtoeslag – de premies voor de zorgverzekering te kunnen voldoen.

In het Besluit langdurige zorg en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is bepaald dat de bedragen die van toepassing zijn bij een peiljaarverlegging, bij ministeriële regeling worden vastgesteld voor het lopende kalenderjaar.3 Deze bedragen zijn opgenomen in bijlage G bij de Regeling langdurige zorg en bijlage B bij de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. Met deze regeling worden de bedragen vastgesteld voor het kalenderjaar 2026.

Ten opzichte van 2025 zijn de bedragen voor het kalenderjaar 2026 als volgt bijgesteld. Voor het zak- en kleedgeld is het actuele bedrag overgenomen uit de Participatiewet. De bedragen die samenhangen met het bepalen van de ziektekosten, zoals de standaardpremie en de berekening van de zorgtoeslag, zijn overgenomen uit de Regeling vaststelling standaardpremie en bestuursrechtelijke premies 2026 en de huidige Wet op de zorgtoeslag. Voor de indexatie van de andere bedragen, die niet zijn overgenomen uit andere regelgeving en samenhangen met het inkomen of vermogen, is gebruik gemaakt van de tabelcorrectiefactor voor de inkomstenbelasting of van de consumentenprijsindex. De bedragen zijn naar boven afgerond op respectievelijk hele euro’s of op 0,2 euro.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat per 1 januari 2026 de extra vermogensvrijstelling voor niet-pensioengerechtigden (hierna: EVV) is afgeschaft.4 Daarom zijn in bijlage G bij de Regeling langdurige zorg en bijlage B bij de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 de bepalingen geschrapt waarmee de bedragen werden vastgesteld die van toepassing zijn op de EVV.5

2. Gevolgen voor de regeldruk

Deze regeling betreft een jaarlijks terugkerende indexering, die behoudens eenmalige minimale kennisnemingskosten, beperkte gevolgen zal hebben voor de regeldruk. De burgers waarop de regeling van toepassing is, zullen enkel kennis hoeven nemen van de nieuwe geïndexeerde bedragen.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen (omvangrijke) gevolgen voor de regeldruk heeft.

3. Inwerkingtreding

Diverse bedragen die van toepassing zijn bij een peiljaarverlegging, kunnen pas worden vastgesteld aan het begin van het kalenderjaar waarvoor de peiljaarverlegging kan worden aangevraagd. Deze bedragen moeten echter gelden vanaf 1 januari van dat kalenderjaar. Vanwege deze jaarindeling en om de periode van terugwerkende kracht zo kort mogelijk te houden, is afgeweken van de vaste verandermomenten.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk


X Noot
1

Artikelen 3.3.2.3, eerste lid, en 3.3.2.4, eerste lid, juncto artikel 1.1.1 van het Besluit langdurige zorg, respectievelijk artikelen 3.9, eerste lid, 3.13, eerste lid, 3.14, eerste lid, en 3.20, eerste lid, juncto artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

X Noot
2

Artikel 3.3.2.3, tweede lid, en artikel 3.3.2.4, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg, respectievelijk artikel 3.9, tweede lid, 3.13, tweede lid, en 3.14, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

X Noot
3

Artikel 3.3.1.7, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg respectievelijk artikel 3.7, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

X Noot
4

Stb. 2025, 255.

X Noot
5

Het betreft onderdeel 2 van bijlage G bij de Regeling langdurige zorg en onderdeel 2 van bijlage B bij de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. In verband hiermee zijn de onderdelen in deze bijlagen vernummerd.


X Noot
1

Artikelen 3.3.2.3, eerste lid, en 3.3.2.4, eerste lid, juncto artikel 1.1.1 van het Besluit langdurige zorg, respectievelijk artikelen 3.9, eerste lid, 3.13, eerste lid, 3.14, eerste lid, en 3.20, eerste lid, juncto artikel 1.1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

X Noot
2

Artikel 3.3.2.3, tweede lid, en artikel 3.3.2.4, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg, respectievelijk artikel 3.9, tweede lid, 3.13, tweede lid, en 3.14, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

X Noot
3

Artikel 3.3.1.7, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg respectievelijk artikel 3.7, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

X Noot
4

Stb. 2025, 255.

X Noot
5

Het betreft onderdeel 2 van bijlage G bij de Regeling langdurige zorg en onderdeel 2 van bijlage B bij de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. In verband hiermee zijn de onderdelen in deze bijlagen vernummerd.

Naar boven