Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 14392 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | Staatscourant 2026, 14392 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
Gelet op
– Gedelegeerde verordening (EU) 2023/2465 van de Commissie van 17 augustus 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 589/2008 van de Commissie;
– Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2466 van de Commissie van 17 augustus 2023 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren;
– de artikelen 3.1, tweede lid, onderdeel n, 3.3, eerste lid, 6.2, eerste lid, 6.3, eerste lid, 6.4, eerste lid, 10.1, eerste lid van de Wet dieren, artikel 2.10 van het Besluit dierlijke producten en artikel 2.76ib, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit houders van dieren.
Besluit:
De Regeling dierlijke producten wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 2.10 wordt als volgt gewijzigd:
1. De begripsbepaling van ‘verordening (EG) nr. 589/2008’ vervalt.
2. In de alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd:
Gedelegeerde verordening (EU) 2023/2465 van de Commissie van 17 augustus 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 589/2008 van de Commissie;
Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2466 van de Commissie van 17 augustus 2023 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren;
B
In artikel 2.23 wordt ‘of verordening (EG) nr. 589/2008’ vervangen door een komma gevolgd door ‘verordening (EU) 2023/2465 of verordening (EU) 2023/2466’.
C
In artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c wordt ‘en de artikelen 2, 4, 5 tot en met 23 en 29 van verordening (EG) nr. 589/2008’ vervangen door ‘de artikelen 3, 4, eerste en tweede lid, 5 tot en met 7, 8, eerste en vijfde lid, 9, 11, eerste, tweede en vierde lid, 12 tot en met 17, 22, derde en vierde lid, en 23, tweede lid, van verordening (EU) 2023/2465 en de artikelen 3, eerste lid, eerste alinea, en derde lid, 4 tot en met 8 en 9, derde lid, tweede alinea, van verordening (EU) 2023/2466’.
In artikel 7b.16 van de Regeling houders van dieren wordt ‘verordening (EG) nr. 589/2008’ vervangen door ‘Gedelegeerde verordening (EU) 2023/2465 van de Commissie van 17 augustus 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 589/2008 van de Commissie’.
De Vrijstellingsregeling ongesorteerde eieren wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 komt te luiden:
In deze regeling wordt verstaan onder:
eieren als bedoeld in artikel 2, onder g, van verordening (EU) 2023/2465;
technische hulpmiddelen die worden gebruikt voor het merken van eieren als bedoeld in bijlage VII, deel VI, onderdeel III, van verordening (EU) nr. 1308/2013;
een eindverbruiker als bedoeld in artikel 2, onder q, van verordening (EU) 2023/2465;
een pakstation als bedoeld in artikel 2, onder p, van verordening (EU) 2023/2465;
de producentencode bedoeld in artikel 2, onder r, van verordening (EU) 2023/2465;
een productie-inrichting als bedoeld in artikel 2, onderdeel o, van verordening (EU) 2023/2465;
Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347);
Gedelegeerde verordening (EU) 2023/2465 van de Commissie van 17 augustus 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 589/2008 van de Commissie.
B
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt na ‘ingedeeld, mits’ ingevoegd ‘de eieren worden gemerkt overeenkomstig bijlage VII, deel VI, onderdeel III, onder 1, van verordening (EU) nr. 1308/2013 en’;
2. In onderdeel a. wordt ‘een’ vervangen door ‘de’.
C
De artikelen 3 tot en met 5 worden vervangen door de volgende artikelen:
Eieren mogen, in afwijking van bijlage VII, deel VI, onderdeel III, onder 2, van verordening (EU) nr. 1308/2013, worden gemerkt in het eerste pakstation waaraan de eieren worden geleverd indien het eiermerksysteem op de productie-inrichting defect is, mits:
a. sinds de melding, bedoeld in artikel 4, maximaal vijf werkdagen zijn verstreken;
b. de eieren worden gestempeld met de producentencode van de pluimveehouder;
c. het pakstation dat de eieren stempelt gelegen is in Nederland;
d. door de producent aan de Stichting COKZ onverwijld documentatie wordt verstrekt waaruit blijkt dat is voldaan aan de onderdelen b en c; en
e. door de producent aan de Stichting COKZ onverwijld documentatie wordt verstrekt waaruit de volgende gegevens blijken:
1°. de bedrijfsgegevens van de productie-inrichting;
2°. de gegevens van de betrokken stallen;
3°. de bedrijfsgegevens van het pakstation dat de eieren gaat merken;
4°. de datum waarop het eiermerksysteem defect is gegaan; en
5°. de datum waarop het eiermerksysteem wordt gerepareerd.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage, 10 april 2026
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
Deze wijzigingsregeling geeft uitvoering aan herziene verordeningen omtrent Europese marktordeningsregels voor eieren. De Europese marktordeningsregels voor eieren waren opgenomen in Verordening (EG) 589/20081 maar zijn sinds 8 november 2023 opgenomen in Verordening (EU) 2023/24652 en Verordening (EU) 2023/24663. Door middel van deze wijzigingsregeling zijn met de voornoemde nieuwe verordeningen samenhangende aanpassingen in verschillende regelingen doorgevoerd. In de bijlage bij deze toelichting is een transponeringstabel opgenomen.
Daarnaast wordt met deze wijzigingsregeling een mogelijkheid tot vrijstelling geregeld voor het merken van eieren op de productie-inrichting onder specifieke voorwaarden.
In het Besluit van 27 oktober 2025 tot wijziging van het Besluit diergezondheid in verband met de tarieven van de diergezondheidsheffing voor 20264 zijn de verwijzingen naar Verordening (EG) 589/2008 vervangen door verwijzingen naar Verordening (EU) 2023/2465. De wijziging van het Besluit diergezondheid is op 1 januari 2026 in werking getreden.
Verordening (EU) 2023/2465 en Verordening (EU) 2023/2466
Verordening (EU) nr. 1308/20135 (hierna: de GMO-verordening) vormt de basis voor de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten. De GMO-verordening verleent de Commissie de bevoegdheid om onder andere gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen inzake handelsnormen voor eieren vast te stellen. De splitsing tussen deze handelingen komt tot uiting door de twee nieuwe verordeningen.
Eieren mogen binnen de Europese Unie slechts verhandeld worden wanneer zij voldoen aan de bepalingen van onder meer Verordening (EU) 2023/2465 en Verordening (EU) 2023/2466. De verordeningen leggen rechtstreeks werkende verplichtingen op aan pakstations, producenten en verzamelaars. De verplichtingen voor pakstations hebben met name betrekking op de indeling van eieren in kwaliteits- en gewichtsklassen, de verpakking, de opslag en het vervoer van eieren. De verplichtingen voor producenten betreffen met name het merken van de eieren en de vermelding van gegevens bij de verzendingen van eieren naar de pakstations.
Het merken van eieren zoals bedoeld in deze verordeningen gebeurt door elk ei te voorzien van een producentencode. Het aanbrengen van deze code kan op verschillende manieren. De meeste bedrijven merken de eieren tegenwoordig met een printer. Er zijn ook bedrijven die hiertoe gebruik maken van een stempelsysteem. In deze wijzigingsregeling wordt gesproken over ‘eiermerksysteem’. Hiermee worden alle technische hulpmiddelen bedoeld die te gebruiken zijn om eieren te voorzien van de voorgeschreven cijfercodes.
Naast de genoemde verplichtingen bevatten deze verordeningen ook facultatieve bepalingen met betrekking tot pakstations, producenten en verzamelaars, bijvoorbeeld de vermelding van bepaalde gegevens op de eieren.
De Regeling dierlijke producten, de Regeling houders van dieren en de Vrijstellingsregeling verkoop ongesorteerde eieren zijn met deze wijzigingsregeling aangepast, aangezien die regelingen voorschriften bevatten die benodigd zijn voor de uitvoering van de gemeenschappelijke marktordening voor eieren. Het betreft hier met name de sanctionering van de met Verordening (EU) 2023/2465 en Verordening (EU) 2023/2466 opgelegde verplichtingen en het aanwijzen van de in dit kader bevoegde inspectiedienst, namelijk de Stichting COKZ. Daarnaast wordt invulling gegeven aan een vrijstellingsmogelijkheid; zie de volgende subparagraaf.
Vrijstelling op grond van GMO-verordening
De GMO-verordening is op 8 november 2024 gewijzigd waardoor het voldoen aan de merkplicht, het zogenoemde stempelen van eieren, verplicht wordt op de plek waar de eieren geproduceerd worden (het legpluimveebedrijf).6 Voorheen was het stempelen van eieren ook toegestaan op het pakstation. Vanwege voedselveiligheidsincidenten en het belang van traceerbaarheid is dit teruggebracht naar alleen het legpluimveebedrijf. In de gewijzigde GMO-verordening wordt de lidstaten de mogelijkheid geboden om op basis van objectieve criteria eieren vrij te stellen van de nieuwe eis, onder de voorwaarde dat het merken plaatsvindt in het eerste pakstation waaraan de eieren worden geleverd. Met deze regeling wordt van die vrijstellingsmogelijkheid gebruik gemaakt voor zover het gaat om calamiteiten waarbij stempelen op het legpluimbedrijf onmogelijk is.
De voorschriften uit de vervallen Verordening (EG) 589/2008 zijn grotendeels overgenomen in Verordening (EU) 2023/2465 en Verordening (EU) 2023/2466.
De onderdelen waarop de nieuwe verordeningen afwijken van de oude verordening zijn hieronder toegelicht.
Artikel 10, derde lid, van Verordening (EU) 2023/2465 bevat een nieuwe mogelijkheid voor een lidstaat om vrijstelling te verlenen van de merkplicht met betrekking tot eieren die uit een derde land worden ingevoerd en rechtstreeks aan de levensmiddelenindustrie worden geleverd, onder voorwaarde dat de eindbestemming wordt gecontroleerd door de bevoegde autoriteit van de lidstaat. Van deze beleidsruimte wordt geen gebruikt gemaakt omdat de traceerbaarheid van de eieren de hoogste prioriteit heeft.
Artikel 11, derde lid, in samenhang met bijlage II, van Verordening (EU) 2023/2465 bevat de minimumeisen voor de productiesystemen voor de verschillende houderijmethoden voor leghennen. Bijlage II, onderdeel 1, onder b, van Verordening (EU) 2023/2465 biedt de lidstaten een mogelijkheid om toestemming te verlenen voor het gebruik van een vrije uitloop in de openlucht voor andere doeleinden dan als boomgaard, bosterrein en grasland voor vee. De toestemming is met name bedoeld om de installatie van zonnepanelen in de vrije uitloop mogelijk te maken. Deze mogelijkheid wordt onderzocht door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Gezien de datum waarop de nieuwe verordeningen in werking zijn getreden, is het niet mogelijk om het onderzoek af te wachten en is de regeling vooralsnog zonder gebruik te maken van deze beleidsruimte vastgesteld.
In artikel 13 van Verordening (EG) 589/2008 stonden minimumeisen aan de vermelding van de houdbaarheidsdatum. De inhoud blijft onverkort gelden want die staat in bijlage III, sectie X, hoofdstuk I, onderdeel 4, van Verordening (EG) nr. 853/2004.7 Daarnaast stond in artikel 31 van Verordening (EG) 589/2008 een verslagleggingseis, het artikel is niet overgenomen in de nieuwe verordeningen en derhalve is de eis niet meer verplicht.
De verplichting om eieren uitsluitend te stempelen in de productie-inrichting, maakt het nodig om in een vrijstellingsmogelijkheid te voorzien voor calamiteiten. Als er sprake is van een storing waardoor er op het legpluimveebedrijf tijdelijk niet gestempeld kan worden, dient er een uitwijkmogelijkheid te zijn.
Indien het eiermerksysteem kapot is, waardoor een legpluimveehouder tijdelijk niet kan voldoen aan de stempelplicht op het productiebedrijf, dient hij dit te melden bij het Controle Orgaan Kwaliteits Zaken (hierna: COKZ). Met deze melding doet hij een aanvraag voor een tijdelijke vrijstelling van de stempelplicht op het productiebedrijf. In dat geval dient het pakstation waar de eieren na afvoer van het legpluimveebedrijf terechtkomen, het stempelen uit te voeren, en wel door het merken van de eieren met de producentencode van de productie-inrichting (het legpluimveebedrijf).
Een pluimveehouder kan een tijdelijke vrijstelling van de stempelplicht aanvragen door het invullen van het daartoe bedoelde formulier op de website van het COKZ.
Gegevens die de pluimveehouder bij de aanvraag van een tijdelijke vrijstelling van de stempelplicht op het formulier moet invullen, zijn:
− bedrijfsgegevens (o.a. Kipnummer, bedrijfsnaam, gegevens contactpersoon, gegevens bedrijfslocatie);
− datum wanneer het eiermerksysteem kapot is gegaan;
− datum waarop het eiermerksysteem wordt gerepareerd;
− gegevens van de stallen waarvan de eieren niet gemerkt kunnen worden (aantal stallen, stalnummers + houderijsystemen);
− gegevens pakstation waaraan de eieren ongemerkt worden geleverd en welke de eieren zal merken met de producentencode van de productie-inrichting (o.a. bedrijfsnaam, erkenningsnummer, locatieadres).
Een pluimveehouder die een tijdelijke vrijstelling aanvraagt, dient de aanvraag vergezeld te laten gaan van documenten ter onderbouwing van de informatie op het aanvraagformulier. Uit die documenten moet blijken dat er een afspraak is gemaakt voor reparatie van het eiermerksysteem en dat er een schriftelijke afspraak is gemaakt met het pakstation dat het pakstation de eieren merkt met de producentencode gedurende de periode dat de vrijstellingsregeling van kracht is (maximaal 5 werkdagen).
Als de melding compleet is, de hiervoor genoemde informatie bevat en vergezeld gaat van de gevraagde documenten, is de vrijstelling direct van kracht.
Op basis van de aangeleverde informatie kan vanuit COKZ de keuze worden gemaakt om een bedrijfsbezoek in te plannen ter controle.
Bedrijfseffectentoets
Het doorlopen van de Bedrijfseffectentoets leverde op dat de extra regeldruk als gevolg van deze regeling is terug te voeren op een aantal extra administratieve handelingen die zich kunnen voordoen op het legpluimveebedrijf en op het pakstation. De bijbehorende regeldrukkosten zijn het gevolg van de extra administratieve lasten. Deze zijn als het volgt berekend:
Eenmalig kosten:
|
Wat |
Legpluimveebedrijf |
Pakstation |
|---|---|---|
|
Kennismakingskosten |
0.25 uur x € 47= € 11,75 |
|
|
Totaal = 798 legpluimveebedrijven |
€ 11,75 x 798= € 9.376,50 |
Totale (sectorniveau) structurele kosten, op basis van de aanname dat het jaarlijks op ieder legpluimveebedrijf eenmaal voorkomt dat de ei-printmachine uitvalt.
|
Wat |
Legpluimveebedrijf |
Pakstation |
|---|---|---|
|
Vrijstellingaanvraag COKZ |
1 uur x € 47= € 47 |
|
|
Uitvraag gegevens |
0,25 uur x € 47= € 11,75 |
|
|
Versturen gegevens (porto, papier en apparatuur), digitaal waar mogelijk |
€ 15 |
€ 15 |
|
Frequentie: 798 keer per jaar |
Totaal: € 58.852,50 |
Totaal: € 11.970 |
|
Totale meerkosten regeldruk |
€ 81.405,00 |
Nederland telt ongeveer 798 legpluimveebedrijven en 151 eierpakstations. Een berekening volgens het Standaard Kosten Model (gaat uit van een uurtarief van € 47) laat zien op dat de extra regeldrukkosten, gemiddeld voor een legpluimveebedrijf, uitkomen op € 73,70 per jaar. Voor een pakstation nemen de regeldrukkosten toe met € 15 per jaar.
Voor de legpluimveesector als geheel gaat het om structurele regeldrukkosten van € 70.822,50 per jaar.
ATR en notificatie technische voorschriften
Het college van Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.
Notificatie van technische voorschriften als bedoeld in Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241) en Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU 2006, L 376) is niet aan de orde omdat geen sprake is van technische voorschriften of een beperking van diensten van de informatiemaatschappij.
De uitvoering van de vrijstellingsregeling ligt bij het COKZ. Het COKZ houdt tevens toezicht op de naleving van de regeling. Het COKZ heeft een handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheidstoets (HUF-toets) uitgevoerd op de voorgestelde wijzigingen. Uit deze toets blijkt dat de regeling uitvoerbaar en handhaafbaar is, mits op enkele punten nadere verduidelijking wordt aangebracht.
Met betrekking tot artikel 3 van de regeling heeft het COKZ opgemerkt dat in de toelichting wel wordt beschreven welke gegevens een producent moet verstrekken bij een melding van een defect eiermerksysteem, maar dat deze vereisten niet in de regeling zelf waren opgenomen. Het COKZ heeft daarom geadviseerd deze voorwaarden ook in de regeling op te nemen. Dit advies is overgenomen door in artikel 3 een onderdeel toe te voegen waarin is bepaald welke gegevens en documentatie de producent aan het COKZ moet verstrekken bij een melding van een defect eiermerksysteem.
Voor de uitvoerbaarheid heeft het COKZ verder geadviseerd om de definitie van ‘productie-inrichting’ in artikel 1 van de regeling in lijn te brengen met de in de Europese regelgeving gehanteerde terminologie. Dit advies is overgenomen.
Tot slot heeft het COKZ opgemerkt dat de in de toelichting opgenomen verplichting voor bedrijven om te melden wanneer het eiermerksysteem weer in gebruik wordt genomen geen toegevoegde waarde heeft voor het toezicht en onnodige regeldruk met zich kan brengen. Deze verplichting vervalt.
Voor deze regeling heeft geen openbare internetconsultatie plaatsgevonden, omdat het gaat om implementatie van Europese regelgeving.
De regeling is afgestemd met COKZ die uitvoering geeft aan de vrijstellingsregeling.
Vervolgens is het voorstel voor advies toegezonden aan verschillende sectorpartijen. Naar aanleiding van de adviezen zijn enkele tekstuele aanpassingen gemaakt. Enkele sectorpartijen vragen zich af waarom met deze regeling niet direct gebruik gemaakt wordt van de beleidsruimte om toestemming te geven voor de installatie van zonnepanelen in de vrije uitloop (bijlage II, onderdeel 1, onder b, van Verordening (EU) 2023/2465. In paragraaf 2 is hier reeds op ingegaan. Het ministerie is bezig met de invulling van deze beleidsruimte, maar het is onwenselijk om de inwerkingtreding van onderhavige regeling uit te stellen in afwachting van dat traject.
Vanuit de sector is verder gewezen op bestaande vrijwillige kwaliteitsborgingssystemen, zoals IKB en KAT, die al procedures kennen voor printerstoringen. Deze systemen zijn echter vrijwillig van aard zijn en hebben geen formele rol binnen de wettelijke vrijstellingsregeling. De vrijstellingsregeling is een officiële uitzondering op Europese regelgeving en kan uitsluitend door de bevoegde autoriteit worden verleend. Een melding bij een vrijwillig kwaliteitsborgingssysteem is daarom niet voldoende. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelnemers en niet-deelnemers aan dergelijke systemen bij het doen van meldingen.
Ten aanzien van de regeldruk is door de sector opgemerkt dat de berekende kosten mogelijk aan de hoge kant zijn, omdat veel bedrijven al beschikken over de vereiste stempelapparatuur en bekend zijn met de procedure. De gehanteerde kostprijs betreft echter een standaardkostprijsberekening op basis van de benodigde tijd voor het aanvragen van de vrijstelling. Voor bedrijven die al gewend zijn met dergelijke procedures te werken, kan de benodigde tijd in de praktijk lager uitvallen, maar de meldplicht blijft voor alle bedrijven gelijk.
Deze regeling treedt de dag na de uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst in werking. Hierbij wordt afgeweken van het beleid met betrekking tot de vaste verandermomenten en minimuminvoeringstermijnen. Dit is gerechtvaardigd omdat de wijzigingen beperkt zijn tot zuivere uitvoering van Europese verordeningen. Daarmee is een uitzondering op de systematiek van vaste verandermomenten gerechtvaardigd ingevolge aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel d, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
In artikel 2.24 van de Regeling dierlijke producten zijn voorschriften aangewezen waarvan de overtreding op grond van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren verboden is. De verwijzingen naar voorschriften uit Verordening (EG) 589/2008 zijn vervangen door voorschriften uit Verordening (EU) 2023/2465 en Verordening (EU) 2023/2466.
In artikel 1 van de Vrijstellingsregeling eieren zijn diverse begripsbepalingen aangepast door het vervangen van verordening (EG) 589/2008 door Verordening (EU) 2023/2465 en Verordening (EU) 2023/2466 en door enkele definities uit die nieuwe verordeningen over te nemen in de regeling.
Aan artikel 2 van de Vrijstellingsregeling verkoop ongesorteerde eieren wordt ter verduidelijking toegevoegd dat de eieren die onder de vrijstelling vallen wel gemerkt moeten zijn overeenkomstig bijlage VII, deel VI, onderdeel III, onder 1, van de Verordening (EU) nr. 1308/2013.
In artikel 2, onderdeel a, is ‘een productie-inrichting’ vervangen door ‘de productie-inrichting’. Die bewoording sluit beter aan bij de tekst uit bijlage VII, deel VI, onderdeel I, onder 2, sub a, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 waarin de vrijstellingsmogelijkheid staat. Het verduidelijkt dat de vrijstelling alleen geldt wanneer het om eieren gaat die van de productie-inrichting komen waar de eieren zijn geproduceerd.
Met dit onderdeel worden de artikelen 3 tot en met 5 van de regeling vervangen.
In het nieuwe artikel 3 is een vrijstelling opgenomen als uitzondering op de hoofdregel dat het merken van eieren plaatsvindt in de productie-inrichting. Bijlage VII, deel VI, onderdeel III, onder 2bis, van de Verordening (EU) nr. 1308/2013 geeft die ruimte als er objectieve criteria worden vastgesteld en zolang het merken maar plaatsvindt in het eerste pakstation waaraan de eieren worden geleverd.
In paragraaf 3 van de toelichting zijn de vereisten uit het artikel nader toegelicht. Er moet aan alle vereisten worden voldaan om een beroep te kunnen doen op de vrijstelling.
In het nieuwe artikel 4 wordt voorzien in een meldingsplicht voor het gebruiken van de vrijstellingsmogelijkheid van het nieuwe artikel 3. Dat betekent dat eenieder die van de vrijstellingen uit deze regeling gebruik wil maken, op grond van dit artikel eerst melding doet bij de Stichting COKZ. Als die melding niet wordt gedaan, kan een producent geen gebruik maken van de vrijstellingen in deze regeling.
In het nieuwe artikel 5 is tot slot de citeertitel aangepast.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens
|
Bepaling EU-regelgeving Verordening (EU) 2023/2465 |
Bepaling in implementatie regelgeving of bestaande regelgeving |
Omschrijving beleidsruimte |
Toelichting op de invulling van de beleidsruimte |
|---|---|---|---|
|
Artikel 1 (Onderwerp) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 2 (Definities) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 3 (Kwaliteits-kenmerken) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 4, eerste en tweede lid (Bewaring en behandeling) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 4, derde en vierde lid (Bewaring en behandeling) |
Lidstaten kunnen pakstations toestaan eieren te wassen. |
Van deze beleidsvrijheid wordt geen gebruik gemaakt. |
|
|
Artikel 5 (Eieren van klasse A) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 6 (Termijnen) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c |
||
|
Artikel 7 (Transport-verpakkingen) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 8, eerste lid (Grensoverschrijdende levering) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 8, tweede en derde lid (Grensoverschrijdende levering) |
Vrijstelling merkplicht bij leveringscontract pakstation. |
Van deze beleidsvrijheid wordt geen gebruik gemaakt. |
|
|
Artikel 8, vierde lid (Grensoverschrijdende levering) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 8, vijfde lid (Grensoverschrijdende levering) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 9 (Eieren klasse B) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 10, eerste en tweede lid (Aan levensmiddelenindustrie geleverde eieren) |
Artikel 2.23 Regeling dierlijke producten |
Lidstaten kunnen marktdeelnemers vrijstellen van merkplicht. |
Van deze beleidsvrijheid wordt geen gebruik gemaakt. |
|
Artikel 10, derde lid (Aan levensmiddelenindustrie geleverde eieren) |
Lidstaten kunnen eieren uit derde landen vrijstellen van merkplicht. |
Van deze beleidsvrijheid wordt geen gebruik gemaakt. |
|
|
Artikel 11, eerste en tweede lid (Merken van verpakkingen) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 11, derde lid (Merken van verpakkingen) |
Nationale technische maatregelen die verder reiken dat de minimumeisen. |
Van deze beleidsvrijheid wordt gebruik gemaakt. |
|
|
Artikel 11, vierde lid (Merken van verpakkingen) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 11, vijfde lid (Merken van verpakkingen) |
Lidstaten kunnen eisen dat etiketten scheuren bij opening van de verpakkingen. |
Van deze beleidsvrijheid wordt geen gebruik gemaakt. |
|
|
Artikel 12 (Facultatieve vermeldingen kwaliteit) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 13 (Facultatieve vermeldingen voederwijze) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 14 (Losse verkoop) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 15 (Kwaliteit verpakkingen) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 16 (Verpakking industriële eieren) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 17 (Ompakken) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 18 (Tolerantie kwaliteitsgebreken) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 19 (Tolerantie gewicht) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 20 (Tolerantie merken) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 21 (Uitvoer naar derde landen) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 22, eerste en tweede lid (Ingevoerde eieren) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 22, derde en vierde lid (Ingevoerde eieren) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 23, eerste lid (Uitzondering Franse overzeese departementen) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 23, tweede lid (Uitzondering Franse overzeese departementen) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 24 (Uitzondering regio’s Finland) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 25 (Intrekking) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 26 (Inwerkingtreding) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Bijlage I (Hoort bij artikel 11, tweede lid) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Bijlage II (Hoort bij artikel 11, derde lid) |
Nationale technische maatregelen die verder reiken dan de minimumeisen. |
Van deze beleidsvrijheid wordt gebruik gemaakt. |
|
|
Bijlage III (Hoort bij artikel 24) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Bijlage IV (Concordantietabel) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
|
Bepaling EU-regelgeving Verordening (EU) 2023/2466 |
Bepaling in implementatie regelgeving of bestaande regelgeving |
Omschrijving beleidsruimte |
Toelichting op de invulling van de beleidsruimte |
|---|---|---|---|
|
Artikel 1 (Onderwerp) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 2 (Definities) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 3, eerste lid, eerste alinea (Pakstations) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 3, eerste lid, tweede alinea (Pakstations) |
Artikel 2.23 Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 3, tweede, derde en vierde lid (Pakstations) |
Artikel 2.23 Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 4 (Merken eieren met producentencode) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 5 (Door producenten bij te houden registers) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 6 (Door verzamelaars bij te houden registers) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 7 (Door pakstations bij te houden registers) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 8 (Termijn voor bewaren registers) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 9, derde lid, tweede alinea (Controles) |
Artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c, Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 9, de rest (Controles en controle-instantie) |
Artikel 2.23 Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 10, eerste lid (Besluiten inzake niet-naleving) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 10, tweede en derde lid (Besluiten inzake niet-naleving) |
Artikel 2.23 Regeling dierlijke producten |
||
|
Artikel 11 (Kennisgeving van inbreuken) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 12 (Kennisgevingen) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
||
|
Artikel 13 (Inwerkingtreding) |
Behoeft naar zijn aard geen implementatie |
Verordening (EG) nr. 589/2008 van de Commissie van 23 juni 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat betreft de handelsnormen voor eieren.
Gedelegeerde verordening (EU) 2023/2465 van de Commissie van 17 augustus 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 589/2008 van de Commissie.
Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2466 van de Commissie van 17 augustus 2023 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren.
Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad.
Gedelegeerde verordening 2023/2464 van 17 augustus 2023 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren.
Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong.
Verordening (EG) nr. 589/2008 van de Commissie van 23 juni 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat betreft de handelsnormen voor eieren.
Gedelegeerde verordening (EU) 2023/2465 van de Commissie van 17 augustus 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 589/2008 van de Commissie.
Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2466 van de Commissie van 17 augustus 2023 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren.
Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad.
Gedelegeerde verordening 2023/2464 van 17 augustus 2023 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft handelsnormen voor eieren.
Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-14392.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.