ACM Beleidsregel financiële weerbaarheid energieleveranciers

De Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op de artikelen 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2.29 van de Energieregeling.

Besluit:

Artikel 1 (begrippen)

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

ACM:

Autoriteit Consument en Markt;

Afslagen:

verminderingen of vermeerderingen die de vergunninghouder toepast op de verwachte leveringsverplichtingen;

Energiemarktprijzen:

de prijzen van elektriciteit en gas zoals die tot stand komen op de handels- of groothandelsmarkt, op basis van vraag en aanbod, voor levering in een bepaalde tijdsperiode;

Energieregeling:

Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 9 november 2025, nr. WJZ/102130805, houdende regels ter uitvoering van de Energiewet en het Energiebesluit,1

Leveringsverplichtingen:

de verwachte hoeveelheid elektriciteit of gas die een vergunninghouder moet leveren aan haar afnemers op basis van reeds aangegane contractuele verplichtingen;

Vergunning:

vergunning voor levering van elektriciteit of gas aan eindafnemers met een kleine aansluiting als bedoeld in artikel 2.17 van de Energiewet.

Artikel 2 (toepassingsbereik)

Bij het toezicht op de naleving van artikel 2.18 van de Energiewet beoordeelt de ACM onder meer of de vergunninghouder beschikt over de benodigde financiële kwaliteiten voor de levering van elektriciteit of gas aan eindafnemers met een kleine aansluiting.

Artikel 3 (liquiditeitsprognoses)

  • 1. De ACM beoordeelt of de vergunninghouder gedurende ten minste de eerstvolgende twaalf kalendermaanden kan voldoen aan zijn betalingsverplichtingen. De ACM toetst dit aan de hand van liquiditeitsprognoses waarmee de vergunninghouder aantoont dat de stand van de liquide middelen gedurende elk van deze maanden positief is in de hierna beschreven scenario’s.

    • a. Basisscenario:

      Het basisscenario betreft de actuele marktomstandigheden en de normale bedrijfsvoering van de vergunninghouder die gelden op het moment van opstellen van de liquiditeitsprognose. Voor de energiemarktprijzen in het basisscenario geldt de prijscurve van de slotkoersen van de energiebeurzen op een door de ACM te bepalen peildatum.

    • b. Stressscenario prijsdaling:

      Het stressscenario prijsdaling betreft:

      • I. Een halvering van de energiemarktprijzen ten opzichte van de prijscurve gehanteerd in het basisscenario; en

      • II. Een vermindering van 22% van het gasvolume gedurende de eerstvolgende 12 kalendermaanden ten opzichte van het basisscenario. Deze 22% teveel ingekochte energie wordt verkocht tegen de gehalveerde energiemarktprijs (uit I); en

      • III. Een stijging van 50% van de maandelijkse onbalanskosten ten opzichte van het basisscenario; en

      • IV. Een 2%-punt hoger aantal vertrekkende klanten per kalendermaand ten opzichte van het basisscenario.

    • c. Stressscenario prijsstijging:

      Het stressscenario prijsstijging betreft:

      • I. Een verdubbeling van de energiemarktprijzen ten opzichte van de prijscurve gehanteerd in het basisscenario; en

      • II. Een stijging van 15% van het gedurende de eerstvolgende 12 kalendermaanden ingekochte gasvolume ten opzichte van het basisscenario; en

      • III. Een stijging van 50% van de maandelijkse onbalanskosten ten opzichte van het basisscenario; en

      • IV. Een oninbare omzet die per kalendermaand 2%-punt hoger is ten opzicht van het basisscenario.

  • 2. De ACM kan een formulier vaststellen over de manier waarop de ACM de benodigde liquiditeitsprognoses aangeleverd wil hebben door de vergunninghouder voor de scenario’s genoemd in het eerste lid.

Artikel 4 (inkoopstrategie)

  • 1. De ACM controleert of een vergunninghouder beschikt over een gedegen inkoopstrategie als bedoeld in artikel 2.30 van de Energieregeling. Onder een gedegen inkoopstrategie wordt in elk geval verstaan:

    • a. Een vergunninghouder dekt inkooprisico’s af die ontstaan uit de leveringsverplichtingen door middel van overeenstemmende inkoopposities. In geval van afdekking door middel van fysieke opslag en forward contracten betekent dit:

      • i. dat een vergunninghouder niet te weinig, maar ook niet teveel gas of elektriciteit inkoopt afgezet tegen de verwachte leveringsverplichtingen in de leveringsperiode waarin de prijs vaststaat; en

      • ii. dat een vergunninghouder de leveringsverplichtingen uitsluitend afdekt met inkoopposities in hetzelfde product.

    • b. De afdekking vindt plaats binnen 7 kalenderdagen na het aangaan van de leveringsverplichting.

  • 2. De ACM controleert of een vergunninghouder inhoudelijk onderbouwt hoe de verwachte leveringsverplichtingen tot stand zijn gekomen en of de eventueel gehanteerde afslagen redelijk zijn.

  • 3. Indien de vergunninghouder de afdekking realiseert met een product dat wordt geleverd op een ander leveringspunt (marktgebied voor gas of biedzone voor elektriciteit) dan waar de eindlevering plaatsvindt, dan controleert de ACM of de vergunninghouder vooraf alle benodigde interconnectiecapaciteit (gas) en transmissierechten (elektriciteit) heeft verkregen. Ook controleert de ACM of de vergunninghouder daarbij tevens de hiermee samenhangende kosten en prijsspreads direct afdekt.

Artikel 5 (inwerkingtreding)

  • 1. Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

  • 2. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Artikel 6 (citeertitel)

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: ACM Beleidsregel financiële weerbaarheid energieleveranciers.

’s-Gravenhage, 3 april 2026

De Autoriteit Consument en Markt, namens deze, M. Leijten, bestuurslid

TOELICHTING

1. Inleiding

Op energieleveranciers met een vergunning voor de levering van elektriciteit of gas aan eindafnemers met een kleine aansluiting rust een wettelijke verplichting om te beschikken over de benodigde organisatorische, financiële en technische kwaliteiten om elektriciteit en gas te leveren onder transparante en redelijke voorwaarden aan iedere eindafnemer met een kleine aansluiting die daarom verzoekt.2 In 2021 zijn meerdere vergunninghoudende leveranciers van elektriciteit en gas failliet gegaan. Deze faillissementen hebben tot individuele en maatschappelijke schade geleid. De klanten van de failliete energieleveranciers verloren hun reeds betaalde voorschotten en welkomstbonussen en moesten bij een nieuwe energieleverancier, door gestegen energiemarktprijzen, vaak een contract afsluiten tegen minder gunstige voorwaarden. Uit onderzoek dat de ACM heeft laten uitvoeren blijkt dat de weerbaarheid van energieleveranciers tegen schokken op de energiemarkt kan worden vergroot en de kans op faillissementen kan worden verkleind.3 De ACM kan dit bereiken door inzicht te geven in de wijze waarop zij invulling geeft aan het toezicht op de naleving van de wettelijke verplichtingen van een vergunninghouder voor het leveren van elektriciteit of gas aan eindafnemers met een kleine aansluiting. De ACM heeft hier opvolging aan geven met de inwerkingtreding van de Beleidsregel betrouwbare levering van elektriciteit of gas en continuïteit van energieleveranciers per 29 september 2022.

Op 1 januari 2026 is de Energiewet in werking getreden. In de onderliggende Energieregeling is het overgrote deel van de artikelen uit de Beleidsregel betrouwbare levering van elektriciteit of gas en continuïteit van energieleveranciers overgenomen.4 De Beleidsregel betrouwbare levering van elektriciteit of gas en continuïteit van energieleveranciers is daarmee komen te vervallen per 1 januari 2026.5

Op twee onderwerpen wordt in de toelichting in de Energieregeling expliciet ruimte gelaten aan de ACM om nadere invulling aan de Energieregeling te geven,6 te weten de invulling van de liquiditeitsprognoses en de inkoopstrategie. Dat gebeurt met deze beleidsregel.

2. Doelstelling

Deze beleidsregel is gericht op het geven van nadere invulling aan de eisen die in de Energieregeling worden gesteld aan de financiële positie van de vergunninghouders. Mede aan de hand van deze beleidsregel zal de ACM beoordelen of een vergunninghouder voldoende weerbaar is voor het opvangen van risico’s voor zijn financiële positie, zodat de continuïteit en betrouwbaarheid van de vergunninghouder is geborgd. Financieel weerbare energieleveranciers vergroten de stabiliteit van de energiemarkt door het verkleinen van de kans op financiële schade voor consumenten en andere eindafnemers met een kleine aansluiting bij het faillissement van een leverancier, wat ook het vertrouwen in de energieleveranciers ten goede komt.

Om de financiële weerbaarheid van de houders van de vergunninghouders te beoordelen is het van belang dat de parameters van de scenario’s voor de liquiditeitsprognoses en de beoordeling van de inkoopstrategie zoveel als mogelijk aansluiten op de op dat moment geldende marktomstandigheden en, waar nodig, aangepast kunnen worden aan veranderende marktomstandigheden. Alleen dan zal de ACM een betrouwbaar beeld kunnen krijgen van de financiële positie en de financiële weerbaarheid van een vergunninghouder. Hetzelfde geldt voor hoe de ACM beoordeelt of vergunninghouders een gedegen inkoopstrategie hanteren. De energietransitie, nieuwe producten en veranderende marktomstandigheden kunnen zorgen voor veranderende inkoopstrategieën van vergunninghouders. De ACM zal daarom periodiek de inhoud van deze beleidsregel evalueren om te bepalen of deze aanpassing behoeft.

3. Hoofdlijnen van deze beleidsregel

Liquiditeitsprognoses (artikel 3)

Aan de hand van liquiditeitsprognoses beoordeelt de ACM of de vergunninghouder de komende twaalf kalendermaanden aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen. Om te beoordelen hoe goed een vergunninghouder is voorbereid op minder gunstige omstandigheden – ongeacht de precieze aard van deze omstandigheden zoals extreme weersomstandigheden of een geopolitieke schok – beoordeelt de ACM de liquiditeitspositie aan de hand van een drietal scenario’s: een basisscenario en een tweetal stressscenario’s. Vanwege de energietransitie en veranderende marktomstandigheden die de ACM ziet, de ervaringen van de ACM in het toezicht de afgelopen jaren en feedback die de ACM van vergunninghoudende energieleveranciers gedurende deze periode heeft ontvangen, heeft de ACM besloten om in deze beleidsregel met twee stressscenario’s te werken in plaats van één. In deze twee stressscenario’s doet zich in belangrijke mate de tegenovergestelde situatie voor. De aannames en parameters in deze twee stressscenario’s zijn dan ook op onderdelen aangepast vergeleken met het ene stressscenario dat was opgenomen in de Beleidsregel betrouwbare levering van elektriciteit of gas en continuïteit van energieleveranciers. Onderstaand zal een nadere toelichting op de verschillende scenario’s worden gegeven.

De ACM kan een formulier vaststellen die vergunninghouders moeten invullen voor het bij de ACM aanleveren van de liquiditeitsprognose voor elk van de verschillende scenario’s. Indien de ACM geen formulier beschikbaar stelt, zal de ACM andere instructies geven over hoe de liquiditeitsprognoses voor de verschillende scenario’s moeten worden opgesteld. De ACM kan bijvoorbeeld een informatievordering sturen aan vergunninghouders.

Basisscenario

Het basisscenario gaat uit van de actuele marktomstandigheden en energiemarktprijzen en een normale bedrijfsvoering van de vergunninghouder. Voor dit scenario wordt de vergunninghouder gevraagd een liquiditeitsprognose aan te leveren, die gebaseerd is op de huidige verwachtingen over hoe de energiemarkt zich in de komende twaalf maanden zal ontwikkelen.

Daarnaast definieert de ACM twee stressscenario’s. Bij de keuzes van de aannames in deze scenario’s heeft de ACM de feedback van marktpartijen op het stressscenario in de ingetrokken Beleidsregel betrouwbare levering van elektriciteit of gas en continuïteit van energieleveranciers meegenomen.

Stressscenario prijsdaling

Dit scenario verondersteld bijvoorbeeld dat een zeer zachte winter kan volgen op een zeer koude herfst, waardoor een vergunninghouder mogelijk te veel volume heeft ingekocht. In combinatie met geopolitieke schokken die steeds vaker van invloed zijn op de gasprijs, dient een vergunninghouder rekening te houden met een scenario waarin de energiemarktprijs halveert en tegelijkertijd de vraag daalt. Zo was in 2022 het gasverbruik circa 22% lager dan in 2021. Dit had vanzelfsprekend te maken met de relatief hoge prijzen in 2022 als gevolg van de oorlog in Oekraïne en met maatregelen om gasverbruik als gevolg daarvan te beperken, maar óók met de relatief zachte winter.

Het stressscenario prijsdaling combineert een viertal aannames die tegelijkertijd kunnen voorkomen in de situatie dat de energiemarktprijzen dalen.

Het scenario gaat ten eerste uit van een halvering van zowel de elektriciteitsmarktprijs als de gasmarktprijs ten opzichte van de prijscurve die in het basisscenario geldt. Ten tweede gaat dit scenario uit van een lager gasverbruik dan verwacht, waardoor het te veel ingekochte gas moet worden verkocht tegen een lagere prijs dan waarvoor het gas in een eerder stadium was ingekocht. Om te bepalen welk volume gas er minder verbruikt zal worden is het gasverbruik in 2022 als uitgangspunt genomen. In 2022 is er 22% minder gas verbruikt dan in 2021, met name door de schok van de oorlog in Oekraïne en de daaropvolgende energiecrisis. In het stressscenario met de prijsdaling wordt daarom aangenomen dat 22% van het gasvolume dat in het basisscenario over de komende 12 maanden wordt verwacht, zal moeten worden verkocht tegen de gehalveerde prijs.

Ten derde maakt de toenemende inzet van hernieuwbare bronnen zoals wind en zon, de balans tussen vraag en aanbod minder voorspelbaar. Zo kan een zonnige dag leiden tot meer opgewekte zonne-energie dan verwacht, terwijl weinig wind kan resulteren in een energietekort. Dit leidt tot meer onverwachte tekorten of overschotten aan elektriciteit. De vergunninghouder moet de, vaak relatief hoge, kosten dragen voor het in balans brengen van het elektriciteitsnet. Het risico op hogere onbalanskosten neemt daardoor toe. In het scenario met een prijsverlaging wordt aangenomen dat de onbalanskosten met 50% stijgen ten opzichte van het basisscenario.

Tot slot is de verwachting dat bij een verlaging van de energiemarktprijzen afnemers sneller geneigd zullen zijn om over te stappen naar een andere leverancier om zo een goedkoper energiecontract te kunnen afsluiten. In dit scenario wordt aangenomen dat het aantal klanten dat weggaat of overstapt 2%-punt hoger ligt dan in het basisscenario. Dit risico wordt voor vaste contracten deels ondervangen door de regels rondom de redelijke opzegvergoeding7. Tegelijkertijd is aannemelijk dat een deel van de afnemers ook dan nog steeds zal overstappen bij forse marktprijsdalingen, waardoor dit element wel wordt meegenomen in dit stressscenario.

Stressscenario prijsstijging

Het tweede stressscenario combineert een aantal aannames die tegelijk kunnen voorkomen in een scenario dat de energiemarktprijzen stijgen. Dit scenario is aannemelijk als de weersomstandigheden slecht zijn, zoals bijvoorbeeld een strenge winter. Maar ook externe omstandigheden, zoals geopolitieke schokken, kunnen stijgende energiemarktprijzen tot gevolg hebben. In het stressscenario prijsverdubbeling worden vier aannames gehanteerd.

Het scenario gaat ten eerste uit van een verdubbeling van zowel de elektriciteitsmarktprijs als de gasmarktprijs ten opzichte van de prijscurve die in het basisscenario is geldt. Ten tweede wordt verondersteld dat de gasvraag extra hoog zal zijn als gevolg van een strenge winter. Dit zal leiden tot extra kosten voor de vergunninghouder, omdat er extra gas zal moeten worden ingekocht tegen een inmiddels hogere prijs. Om dit effect mee te nemen in het scenario met de prijsverdubbeling, wordt aangenomen dat 15% van het gasvolume ten opzichte van het basisscenario extra gedurende het jaar wordt ingekocht. Dit percentage is gebaseerd op het gasvolume in het jaar 2010. Het gasverbruik lag toen gemiddeld 15% hoger over een periode van één kalenderjaar ten opzichte van 2009 vanwege een strenge winter.

Ten derde wordt ook in dit scenario aangenomen dat de onbalanskosten met 50% stijgen ten opzichte van het basisscenario, als gevolg van hogere volatiliteit op de onbalansmarkt.

Tot slot wordt in dit scenario aangenomen dat de hogere prijzen als gevolg zullen hebben dat de kans groter wordt dat afnemers niet (tijdig) zullen betalen. In dit scenario wordt daarom aangenomen dat de oninbare omzet van de vergunninghouder per kalendermaand 2%-punt hoger is ten opzichte van het basisscenario.

Inkoopstrategie (artikel 4)

In de Energieregeling is opgenomen dat de vergunninghouder dient te beschikken over een gedegen inkoopstrategie, waarbij hij zijn afgesloten leveringsovereenkomsten afdekt wat betreft de verwachte verplichtingen voor de levering van elektriciteit of gas in de leveringsperiode waarin de prijs vaststaat.8 Als vergunninghouders niet over een dergelijke inkoopstrategie beschikken, kan dit tot problemen leiden als de inkoopprijzen fluctueren. Een vergunninghouder speculeert dan in feite op stabiele of dalende marktprijzen, terwijl richting afnemers met vaste, variabele en modelcontracten wel een vastgestelde prijs is overeengekomen. Bij onverwacht stijgende marktprijzen loopt een vergunninghouder daarmee een potentieel groot risico niet te kunnen voldoen aan de financiële verplichting tot het leveren van elektriciteit of gas en kan zelfs een faillissement volgen. De ACM vindt het van belang dat concurrentie niet plaatsvindt op ongedekte verkoopposities.

In deze beleidsregel beschrijft de ACM hoe zij beoordeelt of een vergunninghouder een gedegen inkoopstrategie hanteert. Op het moment dat een vergunninghouder een contract met een afnemer afsluit dient hij voor de periode waarin de prijs vaststaat de inkooprisico’s af te dekken die ontstaan uit de te verwachte leveringsverplichtingen. In geval van bijvoorbeeld afdekking door middel van fysieke opslag en forward contracten betekent dit dat niet alleen een open positie (te weinig ingekochte energie afgezet tegen de leveringsverplichtingen), maar ook het ‘overinkopen’ (te veel ingekochte energie afgezet tegen de leveringsverplichtingen) niet is toegestaan. Meer energie inkopen afgezet tegen de verwachte leveringsverplichtingen levert immers ook een financieel risico op voor de vergunninghouder: bij een marktprijsdaling zal de teveel ingekochte energie tegen een (veel) lagere prijs moeten worden verkocht, wat tot financiële verliezen leidt. Verder moeten leveringsverplichtingen voor elektriciteit worden afgedekt met inkoopcontracten voor elektriciteit en dienen leveringsverplichtingen voor gas te worden afgedekt met inkoopcontracten voor gas. De ACM houdt bij de beoordeling rekening met eventuele praktische omstandigheden die de vergunninghouder mogelijk verhinderen om de leveringsverplichtingen tijdig en/of volledig af te dekken. Het is aan de vergunninghouder om te onderbouwen dat hier sprake van is.

Eigen productiecapaciteit en gasopslag kunnen onderdeel uitmaken van de inkoopstrategie. Ook het gebruik van forward contracten en/of andere financiële instrumenten kunnen bijdragen aan het mitigeren van marktrisico’s. De ACM zal hier rekening mee houden in de beoordeling van de inkoopstrategie van de vergunninghouder, mits de vergunninghouder kan aantonen dat hiermee het doel zoals beoogd in de Energieregeling9 wel altijd bereikt wordt. Dit is noodzakelijk om te waarborgen dat de leveringszekerheid niet in het geding komt als de energiemarkten volatiel zijn.

De ACM maakt een uitzondering bij vergunninghouders die slechts (zeer) kleine aantallen modelcontracten met klanten hebben afgesloten en die verder alleen dynamische contracten aanbieden aan eindafnemers met een kleine aansluiting. De ACM acht het proportioneel om bij hen rekening te houden met mogelijke praktische beperkingen om de inkooprisico’s van het beperkte aantal modelcontracten volledig af te dekken. De vergunninghouder dient daarbij aan de ACM aan te tonen dat zij niet in staat is om de inkooprisico’s van het beperkte aantal modelcontracten af te dekken. De ACM zal hierbij toetsen of de vergunninghouder kan aantonen dat zij de financiële risico’s die ontstaan als gevolg van het niet afdekken van deze volumes kan dragen.

Bij het inschatten van de te verwachte leveringsverplichtingen mag de vergunninghouder afslagen toepassen. Deze afslagen worden bijvoorbeeld toegepast op basis van weersverwachtingen, voortijdige beëindiging van leveringscontracten door eindafnemers of andere factoren. De vergunninghouder dient voor de ACM inhoudelijk te kunnen onderbouwen hoe de verwachte leveringsverplichtingen tot stand zijn gekomen. De ACM beoordeelt of de gehanteerde afslagen door de vergunninghouder op de leveringsverplichtingen redelijk zijn. De marktrisico’s die voortvloeien uit het de te verwachte leveringsverplichtingen dienen binnen 7 kalenderdagen na het aangaan van het leveringscontract afgedekt worden.

Een vergunninghouder kan energie inkopen in een ander marktgebied (gas) of in een andere biedzone (elektriciteit) dan waar de eindlevering plaatsvindt. Dit is bijvoorbeeld het geval als er elektriciteit in Duitsland wordt ingekocht. Een vergunninghouder dient in dat geval alle vooraf benodigde interconnectiecapaciteit (gas) en transmissierechten (elektriciteit) te hebben verkregen. Zonder het aankopen van interconnectiecapaciteit of transmissierechten is het immers niet mogelijk dat de energie ook daadwerkelijk op een eindleveringspunt in Nederland wordt geleverd. Hiermee wordt voorkomen dat op het laatste moment energie moet worden bijgekocht, omdat er geen interconnectiecapaciteit en/of transmissierechten meer beschikbaar zijn. Daarmee wordt de leveringszekerheid gewaarborgd.

Voor het aanleveren van de gegevens met betrekking tot de inkoopstrategie maakt de ACM geen onderscheid tussen de situatie waarin de vergunninghouder zelf de inkoop uitvoert, of dat dit door een aan de vergunninghouder gelieerde maatschappij of door een derde partij gebeurt. De vergunninghouder dient in staat te zijn om de gevraagde informatie over het afdekken van de leveringsverplichtingen tijdig en correct bij de ACM aan te leveren.

4. Consultatie

Het ontwerp van dit besluit is ter consultatie op de website van de ACM gepubliceerd. De respondenten steunen over het algemeen het doel van deze Beleidsregel en de keuze om een extra scenario voor de liquiditeitsprognose toe te voegen ten opzichte van de eerder geldende Beleidsregel. Er zijn enkele voorstellen gedaan ter aanpassing van de Beleidsregel. Hieronder is op hoofdlijnen weergegeven hoe de ACM met de reacties is omgegaan en welke aanpassingen zij naar aanleiding daarvan heeft doorgevoerd.

Algemeen

Enkele respondenten verzoeken de ACM om op specifieke onderdelen meer duiding in detail te geven of om de inhoud van de beleidsregel meer toe te spitsen op specifieke bedrijfsmodellen. Hieronder worden enkele van deze verzoeken besproken. In algemene zin kiest de ACM ervoor om de inhoud van de beleidsregel niet te complex te maken en om de toepassing ervan – bijvoorbeeld de scenario’s voor de liquiditeitsprognoses – zoveel mogelijk gelijk te houden voor alle vergunninghouders. Wanneer de ACM naar aanleiding van de toepassing van deze beleidsregel een vervolgonderzoek instelt bij een vergunninghouder, is er in de praktijk ruimte om bedrijfsspecifieke omstandigheden onder de aandacht van de ACM te brengen.

Liquiditeitsprognoses

Een respondent suggereert om standaardtemplates te gebruiken voor de liquiditeitsprognoses. De ACM ondersteunt deze suggestie en is inmiddels een traject gestart om een standaardtemplate voor de liquiditeitsprognoses te ontwikkelen. Het streven is om deze template in de loop van 2026 te introduceren.

Een respondent doet het voorstel om een differentiatie toe te voegen aan de vereisten voor de stressscenario’s op basis van kredietwaardigheid en grootte van de vergunninghouder. Bij grotere energieleveranciers met een vergunning zou volgens de respondent de impact van prijsschokken gedempt worden, doordat zij beschikken over interne buffers, toegang tot kapitaalmarkten en groepsgaranties. De ACM is van mening dat ook grotere energieleveranciers met een vergunning dienen te voldoen aan de vereisten voor de stressscenario’s en past daarom geen differentiatie toe aan de vereisten voor de scenario’s. Juist omdat deze grotere bedrijven een aanzienlijk deel van eindafnemers met een kleine aansluiting bedienen, kan een incident veel schade veroorzaken. Bovendien zullen grotere energieleveranciers met een vergunning in hun eigen interne risicomanagement in de praktijk vaak al werken met (relatief) strenge stressscenario’s.

Andere respondenten doen de suggestie om te verduidelijken hoe cash pooling, kredietlijnen en groepsgaranties meetellen in de liquiditeitsnorm. De beleidsregel zou volgens deze respondenten meer ruimte moeten bieden om deze structuren mee te nemen in de beoordeling, omdat vergunninghouders die over deze structuren beschikken binnen een groep daarmee liquiditeitsrisico’s structureel kunnen beheersen. De ACM is van mening dat vergunninghouders op dit moment al de ruimte hebben om cash pooling, kredietfaciliteiten of andere vormen van financiering mee te nemen in hun liquiditeitsprognoses. Deze zijn immers onderdeel van de financieringskasstroom van de liquiditeitsprognose. De beleidsregel voldoet daarmee al aan dit verzoek. Ook bij de ontwikkeling van de standaardtemplate zal de ACM rekening houden met het invullen van financieringskasstromen. Daarnaast kunnen vergunninghouders de maatregelen die liquiditeitsrisico’s beheersen ook meenemen in hun risicomanagementplan.

In de stressscenario’s voor de liquiditeitsprognoses is in de consultatieversie van de beleidsregel de aanname toegevoegd van een verdubbeling van de onbalanskosten ten opzichte van het basisscenario. In de reacties werd aangegeven dat een verdubbeling van de onbalanskosten extreem hoog en niet realistisch is. De ACM heeft dit opnieuw geanalyseerd en kan zich vinden in deze reactie. Zo zijn gemiddeld genomen de onbalanskosten in het basisscenario al hoger door de groei van het aandeel afnemers met zonnepanelen. Wel wil de ACM een stijging van de onbalanskosten nog steeds meenemen in de stressscenario’s. In de scenario’s is de aanname over de onbalanskosten daarom verlaagd naar een stijging van 50% ten opzichte van het basisscenario.

Ten aanzien van het scenario met de prijsdaling merkt de ACM op dat dit scenario – op hoofdlijnen – een spiegeling is van het prijsstijging scenario waar de ACM in haar financieel toezicht op de vergunninghouders al sinds 2022 mee werkt bij de toepassing van de (inmiddels ingetrokken) Beleidsregel betrouwbare levering van elektriciteit of gas en continuïteit van energieleveranciers. Ten tweede hoeft een stressscenario niet het meest aannemelijke scenario te zijn. Van belang is wel dat een stressscenario denkbaar is als staartrisico en dat de parameters van het scenario intern consistent zijn. Wat de ACM betreft is dit het geval. Zo kan bijvoorbeeld een (extreem) zachte winter, gecombineerd met energiebesparende maatregelen en/of veel duurzaam opgewerkte energie, een dergelijk scenario veroorzaken. De ACM kiest er nu daarom voor om dit scenario niet aan te passen, maar heeft de toelichting bij dit artikel wel aangevuld en verduidelijkt.

Inkoopstrategie

In reacties ten aanzien van de inkoopstrategie verzoeken enkele respondenten de ACM om deze op een aantal punten nader te verduidelijken. Zo wordt de ACM verzocht om bij de inkoopstrategie ruimte te laten voor alternatieve inkoopmethodes zoals eigen productiecapaciteit, gasopslag en/of het gebruik van financiële instrumenten om marktrisico’s af te dekken. De ACM is zich ervan bewust dat alternatieve inkoopmethodes bestaan en dat deze ook continu in ontwikkeling zijn. De ACM zal hier rekening mee houden in de beoordeling van de inkoopstrategie van de vergunninghouder, mits de vergunninghouder kan aantonen dat hij met deze alternatieve wijze het doel zoals beoogd in de Energieregeling10 alsnog bereikt. In de toelichting bij artikel 4 is dit nader verduidelijkt.

Een respondent verzoekt de ACM om toe te lichten wanneer sprake is van (on)geoorloofd te veel of te weinig inkopen. In artikel 4 (inkoopstrategie) is opgenomen dat de ACM beoordeelt of de leveringsverplichtingen binnen 7 kalenderdagen na het aangaan ervan door middel van overeenstemmende inkoopposities volledig worden afgedekt. De ACM houdt bij de beoordeling wel rekening met eventuele praktische omstandigheden die de vergunninghouder mogelijk verhinderen om de leveringsverplichtingen tijdig en volledig af te dekken. Het is aan de vergunninghouder om te onderbouwen dat hier sprake van is. Daarnaast kan de vergunninghouder gemotiveerde afslagen opvoeren op de gecontracteerde leveringsverplichtingen, bijvoorbeeld afslagen voor weersinvloeden of klanten die eerder weggaan. De ACM beoordeelt of deze afslagen redelijk zijn en kan nadere informatie over de onderbouwing van deze afslagen bij de vergunninghouder opvragen.

Tot slot benadrukt een van de respondenten dat de verwachting is dat in het dynamische segment (zeer) weinig modelcontracten zullen worden afgesloten, en dat het afdekken van zeer kleine volumes praktisch niet mogelijk zou zijn en veel handmatig werk oplevert. Daarom stelt deze respondent voor dat geen afdekking hoeft plaats te vinden onder de 10.000 MWh, in combinatie met een verplichting om een adequate financiële buffer aan te houden voor niet-afgedekte volumes. In reactie hierop merkt de ACM op dat een uitzondering tot 10.000 MWh niet overeenkomt met zeer kleine aantallen modelcontracten. Een dergelijk volume kan potentieel grote financiële risico’s opleveren. De ACM maakt een uitzondering bij vergunninghouders die slechts (zeer) kleine aantallen modelcontracten met klanten hebben afgesloten en die verder alleen dynamische contracten aanbieden aan eindafnemers met een kleine aansluiting. De ACM acht het proportioneel om bij hen rekening te houden met mogelijke praktische beperkingen om de inkooprisico’s van het beperkte aantal modelcontracten volledig af te dekken.De vergunninghouder dient bij de ACM aan te tonen dat zij niet in staat is om de inkooprisico’s van het beperkte aantal modelcontracten af te dekken. De ACM zal hierbij toetsen of de vergunninghouders kunnen aantonen dat zij de financiële risico’s die ontstaan als gevolg van het niet afdekken van deze volumes kunnen dragen. Hierbij merkt de ACM tot slot op dat er voor de vergunninghouders in de praktijk wel degelijk mogelijkheden kunnen zijn om ook (zeer) kleine volumes aan leveringsverplichtingen af te dekken, bijvoorbeeld wanneer een inkooppartij de volumes van meerdere vergunninghouders.


X Noot
2

Artikel 2.18, eerste lid, en artikel 2.22 Energiewet

X Noot
3

S. Lavrijssen & F. De Vries, Onderzoek naar interpretatie, toereikendheid en toepassing wettelijk kader voor toezicht op energieleveranciers (Tilburg University)

X Noot
4

Afdeling 2.2 van de Energieregeling

X Noot
6

Artikel 2.5 van de Energiewet en artikel 2.10 van de Energiewet

X Noot
7

Artikel 2.19 van de Energieregeling

X Noot
8

Wet 2.18.2 artikel 3 inkoopstrategie

X Noot
9

Artikel 2.30 inkoopstrategie van de Energieregeling

X Noot
10

Artikel 2.30 inkoopstrategie van de Energieregeling


X Noot
2

Artikel 2.18, eerste lid, en artikel 2.22 Energiewet

X Noot
3

S. Lavrijssen & F. De Vries, Onderzoek naar interpretatie, toereikendheid en toepassing wettelijk kader voor toezicht op energieleveranciers (Tilburg University)

X Noot
4

Afdeling 2.2 van de Energieregeling

X Noot
6

Artikel 2.5 van de Energiewet en artikel 2.10 van de Energiewet

X Noot
7

Artikel 2.19 van de Energieregeling

X Noot
8

Wet 2.18.2 artikel 3 inkoopstrategie

X Noot
9

Artikel 2.30 inkoopstrategie van de Energieregeling

X Noot
10

Artikel 2.30 inkoopstrategie van de Energieregeling

Naar boven