Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 14102 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 14102 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 2, eerste lid, van het Besluit informatievoorziening WPO/WEC en artikel 6.19, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020;
Besluit:
De Regeling jaarverslaggeving onderwijs wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 3, onderdeel a, wordt ‘het bepaalde in artikel 3a en artikel 4, onder 1a’ vervangen door ‘voor zover een afwijking of aanvulling voortvloeit uit het bepaalde in artikel 3a, juncto bijlage 5, of artikel 4, lid 1a’.
B
Artikel 3a, derde lid, komt te luiden:
3. Indien een bevoegd gezag kiest voor het opstellen van een compact bestuursverslag is de toepassing van artikel 391 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en van de inrichtingseisen van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving die expliciet betrekking hebben op het bestuursverslag niet verplicht, behoudens voor zover anders voortvloeit uit bijlage 5.
C
Bijlage 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. Na de zin ‘Deze bijlage behoort bij artikel 3a, derde lid, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.’ wordt het volgende toegevoegd:
‘Deze bijlage betreft de toelichting en de minimale vereisten waar een compact bestuursverslag van een bevoegd gezag dat toepassing geeft aan artikel 3a, aan moet voldoen.’
2. De paragraaf ‘Toelichting’ komt te luiden:
‘Toelichting
De bepalingen van artikel 3a en deze bijlage hebben expliciet betrekking op het bestuursverslag. Indien een bevoegd gezag, onder toepassing van artikel 3a en bijlage 5, een compact bestuursverslag opstelt, laat dit de vereisten voor de jaarrekening onverlet.
Bij het opstellen van een compact bestuursverslag is het bepaalde in artikel 391 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de inrichtingseisen van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving die expliciet betrekking hebben op het bestuursverslag niet verplicht. De vereisten die voortvloeien uit deze regeling of uit andere wet- of regelgeving blijven onverlet van toepassing, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald. Deze vereisten zijn niet in deze bijlage opgenomen.
Het toepassen van artikel 3a en deze bijlage is niet verplicht. Het is een keuze van het bevoegd gezag.’
3. In de paragraaf ‘Minimale vereisten’ vervalt het eerste lid onder vernummering van het tweede tot en met negende lid tot eerste tot en met achtste lid.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.Zs.C.M. Tielen
In 2025 is voor de mogelijkheid van vereenvoudiging van de verslaggeving voor bevoegde gezagen in het funderend onderwijs met relatief lage totale baten het compact bestuursverslag opgenomen in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.1 Deze wijziging was tot stand gekomen in afstemming met onder andere de werkgroep onderwijs van de NBA, de RJ-werkgroep onderwijs en de Inspectie van het Onderwijs. Na toepassing in de praktijk blijkt er evenwel behoefte te zijn aan verduidelijking van de tekst, voor het juist opstellen van een compact bestuursverslag dat aan de verslaggevingsvereisten voldoet. De tekst van de betrokken artikelen en bijlage is daarom aangescherpt.
De minimale vereisten voor het opstellen van specifiek een compact bestuursverslag zijn opgenomen in bijlage 5 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Vereisten die voortvloeien uit de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en andere wet- en regelgeving blijven onverlet van toepassing, behoudens het bepaalde in artikel 391 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of de inrichtingseisen van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving die expliciet betrekking hebben op het bestuursverslag en voor zover in deze regeling niet anders is bepaald. In de Brochure jaarverslaggeving onderwijs (versie 2026) staat een compleet overzicht van alle vereisten voor een compact bestuursverslag.
Met deze tekstwijziging wordt in artikel 3, onderdeel a, verduidelijkt dat de toepassing van artikel 3a ten aanzien van het bestuursverslag leidt tot afwijking van de richtlijnen (zie nader de toelichting bij artikel I, onderdeel B, hieronder). Daarbij wordt de samenhang van artikel 3a met bijlage 5 waarin de minimale vereisten voor een compact bestuursverslag zijn opgenomen onderstreept.
In de tekst van artikel 3a, derde lid, is nu aanvullend opgenomen dat bij toepassing van artikel 3a de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving die expliciet betrekking hebben op het bestuursverslag niet verplicht zijn voor het opstellen van een compact bestuursverslag. Dit werd reeds in de oude tekst geïmpliceerd doordat artikel 391 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek niet meer verplicht wordt gesteld. Dit artikel vormt het wettelijke kader voor de uitwerking in de richtlijnen. Deze implicatie bleek onvoldoende duidelijk te zijn waardoor teveel interpretatieruimte ontstond. Voor de expliciete duidelijkheid zijn daarom de richtlijnen nu ook benoemd in het artikel.
Met artikel I, onderdeel C, wordt bijlage 5 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs gewijzigd:
a. De eerste zin van de paragraaf ‘Toelichting’ is naar boven geplaatst omdat deze de bijlage zelf beschrijft in plaats van inhoudelijke toelichting op de minimale vereisten van een compact bestuursverslag.
b. De paragraaf ‘Toelichting’ is aangescherpt. Specifiek is het volgende inhoudelijk aangepast:
• In de tekst wordt extra benadrukt dat het compact bestuursverslag alleen betrekking heeft op het bestuursverslag en niet leidt tot afwijking van de vereisten voor de jaarrekening.
• In lijn met de aanscherping in artikel 3a, derde lid (artikel I, onderdeel B) wordt ook hier aangegeven dat behalve artikel 391 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ook de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving die expliciet betrekking hebben op het bestuursverslag niet verplicht zijn voor het opstellen van een compact bestuursverslag.
c. In de paragraaf ‘Minimale vereisten’ vervalt het eerste lid (‘Toelichtingen als deel van de jaarrekening hoeven niet afzonderlijk in het bestuursverslag benoemd te worden’), omdat dit geen vereiste is, maar een suggestie.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.Zs.C.M. Tielen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-14102.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.