Besluit van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (kenmerk DGNV-NV/104801078) van 10 april 2026, tot wijziging van het ‘Toegangbeperkend Besluit Waddenzee & Noordzeekustzone’ inhoudende een wijziging in beperking ten aanzien van de toegankelijkheid van een tweetal gebieden gelegen binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee, op grond van artikel 2.45, lid 1 juncto lid 2, van de Omgevingswet (citeertitel ‘Toegangbeperkend Besluit Waddenzee; wijziging Feugelpôlle & Simonszand’)

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur besluit gelet op artikelen 2.45, lid 1 en 2, van de Omgevingswet (hierna: Ow):

  • de begrenzing van het huidige gesloten gebied ‘Feugelpôlle’ te wijzigen, zodanig dat het gesloten gebied in oostelijke richting opschuift. De periode van sluiting blijft gelijk: gesloten van 15 maart tot 15 augustus.

  • de bepaling in relatie tot een flexibele vaststelling van de oostgrens van het oorspronkelijke gesloten gebied te verwijderen. De betreffende excursies vinden in het vervolg geheel buiten het gesloten gebied plaats.

  • het huidige gesloten gebied ‘Simonszand’ weer open te stellen omdat het gebied niet meer droogvalt bij eb als gevolg van de natuurlijke dynamiek en daarmee zijn functie heeft verloren.

Begrenzing

De aangepaste begrenzing van de ‘Feugelpôlle’ is vervat in de coördinaten zoals in onderstaande opgenomen. Daarbij is tevens een indicatief kaartbeeld opgenomen. De onderstaande coördinatenreeks is juridisch leidend in toezicht en handhaving.

Hoekpunt

Easting (X)

Northing (Y)

Noorderbreedte (DD)

Oosterlengte (DD)

Noorderbreedte (DMS)

Oosterlengte (DMS)

1

173317,93

604412,31

53,426809

5,663233

53° 25.609' N

005° 39.794' E

2

174192,11

604301,61

53,425783

5,676378

53° 25.547' N

005° 40.583' E

3

174409,09

604285,54

53,425631

5,679642

53° 25.538' N

005° 40.779' E

4

174583,12

604323,2

53,425963

5,682262

53° 25.558' N

005° 40.936' E

5

174662,8

604376,32

53,426438

5,683464

53° 25.586' N

005° 41.008' E

6

174640,03

603957,06

53,422671

5,683096

53° 25.36' N

005° 40.986' E

7

173867

603993

53,423022

5,671469

53° 25.381' N

005° 40.288' E

8

173596,62

604027,26

53,423339

5,667403

53° 25.4' N

005° 40.044' E

9

173387,94

604118,32

53,424165

5,664269

53° 25.45' N

005° 39.856' E

10

173305,68

604322,5

53,426002

5,663043

53° 25.56' N

005° 39.783' E

Bij onderhavig wijzigingsbesluit is ook een hierop ingericht GIS-bestand beschikbaar welke raadpleegbaar is bij de publicatie van onderhavig besluit op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen/.

Tevens is de aangepaste begrenzing, na verwerking daarvan, raadpleegbaar op de actuele (digitale) vaarkaarten. In het veld wordt de begrenzing, waar fysiek mogelijk, tevens vanuit de beheerder (Rijkswaterstaat) herkenbaar gemaakt middels specifiek daartoe aangebrachte bebordingen. In toezicht en handhaving zal, waar aan de orde, wel rekening gehouden (kunnen) worden met de kenbaarheid van de begrenzing middels de voorgenoemde fysieke kentekens.

Verbodsbepaling

Het is op grond van artikel 2.45, lid 1, van de Omgevingswet verboden in strijd te handelen met een verbod of beperking zoals vastgelegd in een Toegangbeperkend Besluit (hierna: TBB).

Geldingsduur

De wijziging van de begrenzing van het gebied ‘Feugelpôlle’ is geldend tot het moment van onherroepelijk worden van een eventueel opvolgend besluit tot aanpassing van deze begrenzing.

Inwerkingtreding

Het besluit tot aanpassing van de begrenzing van het gesloten gebied ‘Feugelpôlle’ alsmede het besluit tot opheffing van het gesloten gebied ‘Simonszand’ treedt in werking op de dag na publicatie in de Staatscourant van het onderhavige besluit.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens deze, Directeur Ministerie Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Bezwaar

Tegen dit wijzigingsbesluit staat op grond van de Algemene wet bestuursrecht voor een belanghebbende de mogelijkheid open een bezwaarschrift in te dienen. Een bezwaarschrift moet binnen zes weken na bekendmaking van dit wijzigingsbesluit worden ingediend bij:

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Afdeling Juridische Zaken

Postbus 40219

8004 DE Zwolle

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste de volgende elementen bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is en

  • de gronden van bezwaar.

Het is raadzaam een kopie van dit besluit bij het bezwaarschrift te voegen.

Publicatie besluit

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 3.1 van de Wet Open Overheid. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.

TOELICHTING

Eerdere sluitingen

Het huidige TBB Waddenzee & Noorderhaaks omvat het eerdere (in rechte vaststaande) TBB d.d. 20 juli 2006 (DRZ/06/3147/LB/SM) alsmede de hierop volgende (tevens in rechte vaststaande) wijzigingsbesluiten d.d. 7 maart 2008 (DRZ/08/1134/SD/HG), 19 maart 2009 ((DRZ/09/1120/BvdB/HG), 4 november 2009 ((DRZ/09/3383/BS/HG), 22 december 2010 (DRZ/1014142/BS/HG), 15 maart 2012, 16 februari 2015, 20 mei 2016 en 6 juli 2022.

Wettelijke grondslag en bevoegdheid

Op grond van artikel 2.3 lid 3 van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet worden de bovenstaande eerdere besluiten gelijkgesteld met een besluit op grond van de Omgevingswet. In de Omgevingswet is in artikel 2.45, lid 1 en 2, bepaald dat het bevoegd gezag de toegang tot een Natura 2000-gebied geheel of gedeeltelijk kan beperken of verbieden.

Het Natura 2000-gebied Waddenzee wordt beheerd door Rijkswaterstaat als uitvoeringsorganisatie van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Hiermee ligt de voorgenoemde bevoegdheid tot het vaststellen van of wijzigen van een TBB in relatie tot dit specifieke gebied bij de Minister voor Landbouw, Natuur, Visserij en Voedselkwaliteit. Zulks op grond van artikel 2.45, lid 2, van de Omgevingswet.

Feugelpôlle

Broedfunctie

De Feugelpôlle wordt door een aantal soorten kustvogels gebruikt om op te broeden. Het gaat daarbij met name om meeuwen, sterns, steltlopers en eenden. Bij de meeuwen en sterns gaat het dan veelal om broedkolonies waarbij veel nesten op een beperkt oppervlak worden gelegd. Afhankelijk van de morfologische aspecten en de ecologische aspecten kunnen dat kolonies van enkele nesten tot meerdere duizenden zijn. Rust in dit gebied is dan ook van cruciaal belang gezien de geldende behoud- en verbeterdoelstellingen in relatie tot de relevante beschermde vogelsoorten.

Als gevolg van natuurlijke processen zijn broedlocaties van de relevante beschermde vogelsoorten op de Feugelpôlle evenwel steeds verder in oostelijke richting verplaatst. Het is van belang om optimale bescherming te blijven bieden aan deze verplaatste broedlocaties. Met name als gevolg van excursies aan het huidige oostelijk deel van het gesloten gebied vindt inmiddels aanzienlijke verstoring plaats in de gesloten periode van het jaar. Door de huidige begrenzing te herijken wordt weer optimale rust gecreëerd voor de natuurdoelen.

Functie als hoogwatervluchtplaats

Diverse steltlopers zoeken tijdens laagwater voedsel op het drooggevallen wad en tijdens hoogwater een rustplaats op de Feugelpôlle. Tweemaal per dag verzamelen vrijwel alle steltlopers van het wad zich ten westen van de veerdam bij Nes. Afhankelijk van de waterstand komen ze uiteindelijk in grote groepen dichtbij elkaar te staan rusten tot het water weer zakt. Met name in het voorjaar (april–mei) en het najaar (augustus–september) zijn de aantallen extra hoog door de aanwezigheid van doortrekkende vogels onderweg tussen noordelijke broedgebieden en vijf zuidelijke overwinteringsgebieden. Globaal kan gesteld worden dat het gaat om aantallen tussen de 10.000 en 100.000 vogels, afhankelijk van het seizoen.

De wadvogels op Ameland vormen twee gescheiden populaties. Vogels die foerageren op het wad ten oosten van de veerdam overtijen ten oosten van Nes. Vogels die foerageren op het wad ten westen van de veerdam overtijen ten westen van Nes. Er is dus sprake van twee ‘getijdepopulaties’ met gescheiden voedselgebieden. Het reeds gesloten gebied wordt vanuit het voorgaande iets uitgebreid om te komen tot een geoptimaliseerde bescherming van de relevante beschermde vogelsoorten vanuit zowel de broed- als hoogwatervluchtplaats van de Feugelpôlle.

Periode van sluiting

De periode van sluiting blijft ongewijzigd: van 15 maart tot 15 augustus is het gebied voor een ieder gesloten behoudens de meer algemene, vanuit de voorgenoemde eerdere TBB’n Waddenzee, geldende uitzonderingen. Vooralsnog is er vanuit de functie als hoogwatervluchtplaats nog geen aanleiding deze periode uit te breiden tot een gelding tot en met september. Een sluiting tot medio augustus lijkt eerst te kunnen volstaan, mede omdat de hoogwatervluchtplaats-functie ook voor een deel binnendijks wordt ingevuld.

Nieuwe begrenzing

In Krijgsveld (2022)1 worden afstanden van recreatieve activiteiten tot broedende vogels aangegeven als bufferzones. Dit houdt in dat voor steltlopers een afstand tot 400 meter en voor meeuwen en sterns een afstand tot 600 meter tot landrecreatie wordt geadviseerd. Deze afstanden worden in de nieuwe begrenzing gehanteerd. Verder wordt het gesloten gebied meer oostwaarts geplaatst.

De nieuwe begrenzing betekent dat er voor de Feugelpôlle netto sprake is van een groter gesloten gebied. Eerder was in dat verband het volgende bepaald: ‘De aangeduide oostelijke begrenzing van het gesloten gebied wordt na afstemming met de ontheffinghouders op basis van de Wadloopverordening in het begin van het seizoen vastgesteld (maar altijd binnen de op hydrografische kaart aangeduide begrenzing). Binnen deze begrenzing zal jaarlijks, middels bebording in het veld, worden aangegeven tot welk specifiek gebied de sluiting in dat jaar wordt beperkt. Indien zich op de Feugelpôlle een kolonie vogels vestigt om er te gaan broeden, dan zal dat specifieke gedeelte in het veld afgesloten worden middels hierop gerichte bebording’.

Deze eerdere bepaling, welke het mogelijk maakt om in het veld flexibel de oostelijke begrenzing van het gesloten gebied af te stemmen op de wadlooptochten in het gebied, komt te vervallen; de excursies zullen in het vervolg buiten de (nieuwe) begrenzing moeten plaatsvinden. Op die wijze vindt een optimale bescherming van de relevante instandhoudingsdoelen plaats.

Simonszand

Het gebied Simonszand is momenteel nog gesloten gedurende de periode van 3 uur voor hoogwater tot 3 uur na hoogwater (Lauwersoog). Deze beperking in toegang vervalt. Door morfologische veranderingen van de afgelopen jaren (de zandplaat valt niet meer droog) is er geen rustplaats voor zeehonden meer aanwezig. Ook is met deze verandering de functie van Simonszand als hoogwatervluchtplaats vervallen. Er is daarmee geen noodzaak tot het in standhouden van het gesloten gebied.

Coördinaten en kaartbeeld

Nadere ecologische toelichting ‘Feugelpôlle’

Reeds sinds 2009 is de Feugelpôlle middels een TBB gesloten in het broedseizoen.

Steltlopers zoeken op de Feugelpôlle tijdens laagwater voedsel op het drooggevallen wad en tijdens hoogwater vinden zij daar een rustplaats. Dit betekent dat tweemaal per dag vrijwel alle steltlopers van het wad ten westen van de veerdam bij Nes zich verzamelen op de Feugelpôlle. Afhankelijk van de waterstand komen ze uiteindelijk in grote groepen dichtbij elkaar te staan om te rusten tot het water weer zakt. Met name in het voorjaar (april–mei) en het najaar (augustus–september) zijn de aantallen extra hoog door de aanwezigheid van doortrekkende vogels onderweg tussen noordelijke broedgebieden en zuidelijke overwinteringsgebieden. Globaal kan gesteld worden dat het gaat om aantallen tussen de 10.000 en 100.000 vogels, afhankelijk van het seizoen.

In het kader van de lopende herziening van het Natura 2000-beheerplan Waddenzee en ook vanwege een herbeoordeling van de grenzen van het tijdens het broedseizoen afgesloten deel rond de Feugelpôlle in relatie tot het TBB Waddenzee, heeft Rijkswaterstaat aan het Natuurcentrum Ameland gevraagd om in 2025 een broedvogelinventarisatie uit te voeren. Deze rapportage inzake deze inventarisatie ziet op de periode 2018–2022, aangevuld met teldata van Staatsbosbeheer voor de jaren 2018 en 2019.

Voor het onderhavig wijzigingsbesluit zijn de navolgende vogelsoorten relevant welke expliciet zijn aangewezen in het aanwijzingsbesluit voor het Natura 2000-gebied Waddenzee en waarvoor specifieke doelen zijn gesteld: Bontbekplevier, Eidereend, Kleine mantelmeeuw, Kluut, Noordse Stern, Dwergstern en Visdief.

Uit de ‘Ecologische evaluatie Natura 2000 beheerplannen, Natura 2000-beheerplan Waddenzee (Witteveen+Bos B.V. Deventer, 2023) is in tabel 5 een samenvatting opgenomen over de doelaantallen en de gevonden aantallen (in 2025) van deze soorten zoals aanwezig op de Feugelpôlle.

Broedparen

N2000

Sovon

NCA

   
 

Aantal

Gemiddeld

Feugelpolle

Feugelpolle

Feugelpolle

Soort

Doel

2016–2020

2025

% van doel

% van gemiddeld

Bontbekplevier

60

40

5

8,3

12,5

Dwergstern

200

385

65

32,5

16,9

Noordse stern

1.500

715

60

4,0

8,4

Visdief

5.300

1.807

25

0,5

1,4

Eider

5.000

2.445

12

0,2

0,5

Kleine mantelmeeuw

19.000

17.207

1

0,0

0,0

Kluut

3.800

1.277

12

0,3

0,9

Tabel 5. Overzicht van de in het Natura 2000 beheerplan ‘Waddenzee’ gestelde doelen, de aangetroffen gemiddelde aantallen (2016–2020) en de in 2025 op de Feugelpôlle gevonden aantallen nesten per soort (dit rapport).

Hieruit blijkt dat alleen de Dwergstern de doelaantallen in relatie tot het instandhoudingsdoel binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee haalt en dat de overige 6 soorten in onvoldoende aantallen als broedvogel voorkomen. In de voorlaatste kolom van tabel 5 staat het percentage nesten in 2025 op de Feugelpôlle ten opzichte van het Natura 2000 doel. Hieruit blijkt dat de Bontbekplevier, Dwergstern en Noordse stern >1% van de doelpopulatie vormen.

In de laatste kolom staat het percentage nesten in 2025 op de Feugelpôlle ten opzichte van het SOVON gemiddelde (2016–2020). Hieruit blijkt dat de Bontbekplevier, Dwergstern, Noordse stern en Visdief, >1% van de Waddenzee populatie kunnen vormen. Een directe vergelijking lukt niet omdat de jaartallen verschillen.

Inmiddels (2025) bevindt het meest westelijke nest van de beschermde Kleine mantelmeeuw zich op 1.100 meter van de westgrens van het huidig TBB-gebied. Aan de oostzijde is te zien dat de oostpunt van de Feugelpôlle inmiddels buiten de oostelijke grens van het TBB-gebied valt. Bovendien liggen zelfs 12 nesten op de schelpenbank buiten de TBB-begrenzing.

Infrarood afbeelding (2025) met de in 2025 ingemeten nesten (N=239, gele stip) en de begrenzing van het TBB (in broedseizoen gesloten) gebied. De 4 rode hoekpunten en de oranje lijn vormen de huidige begrenzing van het gesloten gebied.

Ten aanzien van de Feugelpôlle en de aanwezige broedvogels in de afgelopen jaren kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

  • Het gebied is sterk aan jaarlijkse verandering van de morfologie onderhevig. In grote lijnen verplaatst het gebied zich naar het oosten.

  • De in 2009 ingestelde begrenzing van een broedgebied dat tijdens het broedseizoen is afgesloten voor publiek past niet meer bij het huidige broedgebied en behoeft herziening.

  • Het grote merendeel (209) van de gevonden 239 nesten bevindt zich op en bij de schelpenbank in het oostelijke deel.

  • Er zijn 12 soorten broedvogels aangetroffen. Van de voor Natura 2000 gebied ‘Waddenzee’ aangewezen 13 soorten broedvogels kwamen 7 soorten tot broeden op de Feugelpôlle in 2025.

  • De Bontbekplevier, Dwergstern en Noordse stern komen in 2025 op de Feugelpôlle voor in aantallen die meer dan 1% van de doelpopulatie voor het Natura 2000-gebied ‘Waddenzee’ vormen.

  • Ondanks enkele hogere waterstanden vormt de Feugelpôlle in 2025 een veilig broedgebied ten opzichte van de overstroming door zeewater.

  • In aansluiting op de beoogde herbegrenzing kan het excursiegebied, zoals vastgelegd in de Wadloopverordening, naar het westen toe verplaatst worden.

  • Als gevolg van de beoogde herbegrenzing wordt het gesloten gebied iets groter ten opzichte van de huidige sluiting.

Participatie/afstemming

Op 4 maart 2024, 24 februari 2025 en laatstelijk op 10 december 2025 zijn er voorbereidende overleggen gevoerd tussen de diverse excursiehouders, Wetterskip Fryslân, Vereniging Behoud Amelander Cultuurhistorisch Medegebruik (VBA), Rijkswaterstaat, Natuurcentrum Ameland, het Ministerie van LVVN, Staatsbosbeheer alsmede de gemeente Ameland over, onder andere, de overwegingen rondom het onderhavig wijzigingsbesluit. Volgend op het overlegmoment van 10 december 2025 zijn er nog kleine aanpassingen in de coördinaten van de nieuw beoogde begrenzing doorgevoerd.

In het navolgende wordt beknopt ingegaan op de meest relevante punten uit deze drie afstemmingsoverleggen.

  • Het Ministerie van LVVN heeft aangegeven dat er een wijziging van het TBB aanstaande is: het gebruik van de aanwezige corridor belemmert een adequate bescherming van de aanwezige relevante beschermde soorten.

  • In relatie tot de zorg vanuit de VBA dat het wad uiteindelijk ook afgeschermd wordt voor activiteiten als oesters en kokkels halen en het steken van pieren kan opgemerkt worden dat slechts een beperkt deel van de kwelder wordt afgesloten. Daarbuiten zijn er nog ruim voldoende mogelijkheden voor het cultuurhistorisch gebruik.

  • Het Ministerie van LVVN heeft aangegeven dat de excursiehouders in samenspraak met het Ministerie van LVVN en Rijkswaterstaat gezamenlijk gaan beschouwen welke alternatieve opstapplek gevonden kan worden. Omdat deze opstapplek per definitie vanuit het onderhavige wijzigingsbesluit buiten het beoogde gesloten gebied zal moeten komen te liggen, valt de localisering verder buiten de reikwijdte van de voorgenomen wijziging op het Toegangbeperkend Besluit.

    In het overleg van 10 december 2025 is wel reeds besproken en aangekondigd dat met de herbegrenzing van het TBB-gebied en een toekomstig opschuiven van de westgrens van het excursiegebied (zie ook hieronder) een ruimte gecreëerd zal worden tussen beide gebieden teneinde de excursiehouders een oversteek te bieden om op het wad te komen.

Vergunning op grond van de Wadloopverordening

In de laatstelijk vanuit de provincie Fryslân verleende vergunning als bedoeld in artikel 4, tweede lid, sub c en f, van de Wadloopverordening 2023 is expliciet bepaald dat voor wat betreft de excursies in het gebied Feugelpôlle, de excursies beperkt dienen te blijven tot het toegewezen gebied nr. 9, waarbij voor het gesloten gebied (artikel 2.45 van de Omgevingswet) toegangsbeperkingen gelden, vastgesteld door de Minister LVVN.

Hierbij is opgemerkt dat de op grond van de Wadloopverordening aangewezen excursiegebieden, gedurende de looptijd van de voorgenoemde vergunning, kunnen wijzigen. De provincie Fryslân is in dat kader in afwachting van een verzoek vanuit Natuurcentrum Ameland (in afstemming met de andere wadloop-ontheffinghouders) tot aanpassing van het excursiegebied Feugelpôlle. Deze aanpassing zal in lijn zijn met de middels onderhavig wijzigingsbesluit aangegeven aanpassing in begrenzing. De excursies zullen in het vervolg in het geheel buiten het gesloten gebied plaatsvinden. Er zal geen corridor meer aan de orde zijn in dit gesloten gebied.

Naar boven