Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatscourant 2026, 12550 | interne regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Defensie | Staatscourant 2026, 12550 | interne regeling |
25 maart 2026
Nr. D2026-001212 / MINDEF20260014857
De Staatssecretaris van Defensie,
Gelet op artikel 168 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
de diensttijd, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie;
een ontslag op aanvraag op grond van artikel 113, eerste lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie om gebruik te maken van de Tijdelijke regeling vervroegd uittreden 2026.
1. Een RVU-ontslag wordt verleend, indien de ambtenaar:
a. op de datum van het RVU-ontslag ten hoogste 36 maanden is verwijderd van de datum van de pensioengerechtigde leeftijd die voor de ambtenaar geldt;
b. op de datum van het RVU-ontslag een diensttijd heeft van tenminste 35 jaar; en
c. tot de datum van het RVU-ontslag en over de afgelopen tien jaar werkzaamheden heeft verricht, waarbij jaarlijks regelmatig sprake was van:
1°. een arbeidsverrichting tijdens een nachtdienst als bedoeld in artikel 30a, onder e, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie;
2°. munitieruimen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder categorie A, van de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie; of
3°. bezwarende arbeidsomstandigheden als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, van de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie.
2. De aanvraag voor een RVU-ontslag wordt uiterlijk vier maanden voor de beoogde ontslagdatum ingediend bij het bevoegd gezag.
3. De ambtenaar op wie de overgangsbepaling functioneel leeftijdsontslag, bedoeld in artikel 171a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie van toepassing is alsmede de ambtenaar die een uitkering geniet ingevolge artikel 2 van de Uitkeringswet gewezen militairen, komen niet in aanmerking voor een RVU-ontslag.
1. De ambtenaar aan wie RVU-ontslag is verleend, heeft vanaf de datum van ontslag aanspraak op een RVU-uitkering ter hoogte van € 2.357.
2. Bij een deeltijdaanstelling wordt de RVU-uitkering vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige aanstelling.
3. De RVU-uitkering eindigt met ingang van de dag:
a. waarop de ambtenaar weer in dienst treedt bij het Ministerie van Defensie;
b. waarop de ambtenaar diens geldende pensioengerechtigde leeftijd bereikt; of
c. volgende op de dag waarop de ambtenaar overlijdt.
Op de ambtenaar aan wie RVU-ontslag is verleend, is artikel 9 van de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie van overeenkomstige toepassing.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Defensie Voor deze, De Hoofddirecteur Personeel B.J. de Greeff
Op basis van de afspraken in het ‘Pensioenakkoord van 2019’ is met ingang van 1 juli 2023 de Regeling vervroegd uittreden Defensie in werking getreden (artikel 114, eerste lid, onder a en hoofdstuk 11 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (BARD)).1 Het betrof een tijdelijke regeling tot en met 31 december 2025 die burgermedewerkers onder voorwaarden de mogelijkheid bood om binnen de periode van drie jaar voor de AOW-leeftijd uit te stromen. Een aanvraag om gebruik te maken van deze regeling kan na 31 december 2025 niet meer worden ingediend.
Het kabinet heeft in 2024 met werkgevers- en werknemersorganisaties het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’ gesloten. In de Kamerbrief ‘Uitwerking akkoord Gezond naar het pensioen’ van 28 mei 2025 is dit akkoord nader uitgewerkt en zijn afspraken gemaakt om de drempelvrijstelling om vervroegd uit te treden na 2025 voort te zetten, onder de voorwaarde dat regelingen om vervroegd uit te treden beheerst en meer gericht worden ingezet voor werknemers die door de zwaarte van hun werk niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd.2
Sociale partners in het sectoroverleg Defensie hebben met elkaar vastgesteld dat het wenselijk is te komen tot een nieuwe Regeling vervoegd uittreden (RVU) om burgermedewerkers met belastende functies of werkzaamheden de mogelijkheid te bieden om binnen de periode van drie jaar voor de AOW-leeftijd uit te stromen. In dat kader wordt in 2026 onderzoek gedaan naar de functies en werkzaamheden van burgerambtenaren, waarbij sprake is van werkkenmerken binnen de vijf belastingvelden, zoals opgenomen in het TNO Toetsingskader voor afbakening van functies of werkzaamheden voor RVU-regelingen dat is bijgevoegd bij de eerder aangehaalde Kamerbrief ‘Uitwerking akkoord Gezond naar het pensioen’.
Het onderzoek dat nodig is om te komen tot een gevalideerde nieuwe RVU zal tijd in beslag nemen. Daarom achten sociale partners het wenselijk om met inachtneming van de scherpere voorwaarden die vanaf 2026 gelden, een tijdelijke RVU voor het jaar 2026 in te voeren met criteria die aanspraak geven op een RVU-ontslag.
De tijdelijke RVU staat, conform de voorwaarde die geldt voor toepassing van de wettelijke vrijstelling van RVU-heffing, alleen open voor burgerambtenaren die maximaal 36 maanden zijn verwijderd van de pensioengerechtigde leeftijd. Daarnaast achten sociale partners dat een ambtenaar een langere diensttijd bij de overheid moet hebben om gebruik te kunnen maken van de tijdelijke RVU. Dit is gesteld op 35 jaren waarbij is gekeken naar de in artikel 8, vijfde lid, van de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie (IRBAD) opgenomen diensttijd voor toekenning van een diensttijdgratificatie.
De tijdelijke RVU is bedoeld voor burgermedewerkers die langdurig belastende functies of werkzaamheden hebben vervuld. Daarom is in de tijdelijke RVU bepaald dat de ambtenaar in de tien jaar voorafgaand aan het RVU-ontslag een belastende functie moet hebben vervuld of belaste werkzaamheden moet hebben verricht. Omdat in 2026 het onderzoek naar belastende functies nog moet plaatsvinden, zijn voor de tijdelijke RVU vooralsnog geen functies opgenomen, maar alleen belastende werkzaamheden. Dit betreft de werkzaamheden waarbij jaarlijks regelmatig sprake was van een arbeidsverrichting tijdens een nachtdienst als bedoeld in artikel 30a, onder e, BARD, van munitieruimen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder categorie A, IRBAD of van bezwarende arbeidsomstandigheden als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, IRBAD.
Om onduidelijkheid te voorkomen is in de regeling bepaald dat de burgerambtenaar die aanspraak maakt op functioneel leeftijdsontslag ingevolge artikel 171a BARD en de daarbij geldende uitkeringsregeling, geen gebruik kan maken van de tijdelijke RVU. Daarentegen kan de ambtenaar, die ingevolge artikel 171a, zesde lid, BARD een andere functie is gaan vervullen en derhalve niet meer onder het overgangsbeleid van artikel 171a BARD valt, wel gebruik maken van de tijdelijke RVU als degene voldoet aan de voorwaarden. Tevens is ter voorkoming van ‘stapeling’ van uitkeringsaanspraken bepaald dat de burgerambtenaar die aanspraak heeft op een uitkering ingevolge de Uitkeringswet gewezen militairen, geen gebruik kan maken van de tijdelijke RVU.
De aanvraag om gebruik te maken van de tijdelijke RVU dient tijdig te worden ingediend, waarbij in de regeling een termijn van ten minste vier maanden voor de beoogde ontslagdatum is bepaald.
De hoogte van de RVU-uitkering is vastgesteld op de wijze waarop die ook werd bepaald onder tijdelijke regeling die gold tot en met 31 december 2025. Voor iemand met een gemiddelde arbeidsduur van 38 uur per week, is dat gelijk aan het bedrag dat na aftrek van de in te houden loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, rekening houdend met de algemene heffingskorting voor een persoon die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, gelijk aan de maandelijkse netto AOW-uitkering voor een ongehuwde. Voor 2026 is dat bedrag vastgesteld op € 2.357 bruto per maand bij een volledige aanstelling. Indien sprake is van een lagere arbeidsduur per week, dan wordt de uitkering naar rato verminderd.
De RVU-uitkering eindigt als de ambtenaar weer in dienst treedt bij het Ministerie van Defensie, de pensioengerechtigde leeftijd bereikt of komt te overlijden.
Dit betreft een tijdelijke regeling om vervroegd uit te treden waarvan uitsluitend gebruik kan worden gemaakt in de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026. Daarna vervalt deze tijdelijke regeling.
De Staatssecretaris van Defensie Voor deze, De Hoofddirecteur Personeel B.J. de Greeff
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-12550.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.