Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 maart 2026 tot wijziging van de Regeling basisregistratie personen in verband met de invoering van het Logisch Ontwerp BRP, versie 2026.Q2 [KetenID WGK028824]

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 3, eerste lid, van het Besluit basisregistratie personen;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling basisregistratie personen wordt als volgt gewijzigd:

A

In de artikelen 2 en 3 wordt ‘Logisch Ontwerp BRP, versie 2026.Q1’ vervangen door ‘Logisch Ontwerp BRP, versie 2026.Q2’.

B

Bijlage 1 wordt vervangen door de bijlage, opgenomen als bijlage A bij deze regeling.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlage A, die zal worden geplaatst op https://www.rvig.nl.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg

BIJLAGE A, BEHORENDE BIJ ARTIKEL I, ONDERDEEL B

BIJLAGE 1. LOGISCH ONTWERP BRP, VERSIE 2026.Q2

Bijlage bij artikel 3

Deze bijlage wordt bekendgemaakt op https://www.rvig.nl.

TOELICHTING

ALGEMEEN

1. Inleiding

De onderhavige wijziging van de Regeling basisregistratie personen (hierna: Regeling BRP) heeft betrekking op de vaststelling van het Logisch Ontwerp BRP (hierna: LO BRP), versie 2026.Q2.

2. Inhoud

Het LO BRP bevat de systeembeschrijving van de basisregistratie personen (BRP). De systeembeschrijving vormt de beschrijving van de voorzieningen waarmee de BRP wordt uitgevoerd. Door middel van de systeembeschrijving worden de gedetailleerde regels gesteld die noodzakelijk zijn om de voorzieningen en daarmee het gehele stelsel van de BRP te laten werken. Op grond van de Wet basisregistratie personen en het Besluit basisregistratie personen wordt deze systeembeschrijving bij ministeriële regeling vastgesteld. De systeembeschrijving wordt gevormd door de als zodanig gemarkeerde hoofdstukken en bijlagen, of onderdelen daarvan, van het LO BRP, dat als bijlage bij de Regeling BRP is gevoegd.

In het LO BRP versie 2026.Q2 worden ten opzichte van de vorige versie (LO BRP, versie 2026.Q1) drie wijzigingen doorgevoerd, die hieronder worden toegelicht.

2.1 Toevoegen verblijftitels vanwege het Migratiepact

De eerste wijziging van het LO BRP houdt verband met de inwerkingtreding van het Migratiepact op 12 juni 2026.1 Onder het Migratiepact worden de asielprocedures in Europa geharmoniseerd. Dit heeft onder meer gevolgen voor de asielprocedure en voor de verlening van de asielvergunningen in Nederland, maar leidt ook tot de toevoeging van enkele nieuwe verblijftitels aan de BRP.

Na inwerkingtreding van het Migratiepact wordt bij het verlenen van een asielvergunning onderscheid gemaakt tussen aanvragers die persoonlijk te vrezen hebben voor vervolging, gezinsleden van deze aanvragers en aanvragers die om een andere reden aanspraak maken op een asielvergunning. Dit verschil uit zich onder meer in de aanvraag van vluchtelingen- en vreemdelingenreisdocument. Aanvragers die persoonlijk te vrezen hebben voor vervolging, maken aanspraak op een vluchtelingenreisdocument, terwijl hun gezinsleden en andere aanvragers slechts aanspraak kunnen maken op een vreemdelingenreisdocument. Als gevolg moeten gemeenten die deze reisdocumenten uitgeven kunnen inzien welke status een aanvrager heeft. Om die reden worden drie nieuwe verblijftitels toegevoegd aan het LO BRP.2

Verder mogen na de inwerkingtreding van het Migratiepact bepaalde groepen asielzoekers tijdens de asielprocedure deelnemen aan het arbeidsproces. Zij moeten daarvoor wel een tewerkstellingsvergunning aanvragen bij het UWV. Gedurende de behandeling van de asielaanvraag kan blijken dat de asielzoeker niet meer of juist alsnog tot deze groep behoort. Het UWV heeft dus informatie nodig om een tewerkstellingsvergunning te verlenen of eventueel in te trekken. Om die reden worden er vier nieuwe verblijfstitels geïntroduceerd in het LO 2026.Q2.3 Met deze wijziging zijn de nieuwe verblijftitels per 1 april 2026 toegevoegd aan het LO. Tot 12 juni 2026 dienen deze nieuwe categorieën nog niet gebruikt te worden, omdat de achterliggende regelgeving nog niet van kracht is. Gebruikers binnen de vreemdelingenketen worden apart op de hoogte gehouden over de implementatie van het Migratiepact en de toewijzing van de nieuwe verblijftitels vanaf voornoemde datum. Andere gebruikers, afnemers en gemeenten gebruiken de informatie met betrekking tot de verblijfstitel slechts af en toe komen daardoor in beginsel niet voor 12 juni 2026 met de nieuwe verblijftitels in aanraking. Zij worden wel van de wijziging op de hoogte gebracht.

2.2 Aanpassen Tabel 34 (Landentabel)

De tweede wijziging van het LO BRP heeft betrekking op de Landentabel. Bij invoering van het LO 2025.Q3 is de Landentabel reeds gewijzigd, waardoor de tabel op verzoek van enkele afnemers is uitgebreid met tabelrubrieken voor de internationaal erkende codes en namen van landen uit ISO 3166.4 In het LO 2026.Q2 is nu ook een actualisatieslag gedaan op de rest van de Landentabel. Dat houdt in dat de spelling van de naam van het land in overeenstemming is gebracht met de aanbevelingen van de Nederlandse Taalunie. Ook zijn een aantal landen die wel in ISO 3166 staan, maar niet in de Landentabel stonden, toegevoegd. Andersom zijn een aantal landen die in de Landentabel staan, maar niet in ISO 3166 stonden, verwijderd.5 Voor afnemers heeft deze wijziging naar verwachting geen effect. Gemeenten moeten er rekening mee houden dat zij soms een ander land moeten invoeren. Hierover wordt apart met de gemeenten gecommuniceerd.

2.3 Aanpassen Tabel 37 (Reden opnemen/beëindigen nationaliteit)

De derde wijziging van het LO BRP ziet op Tabel 37 reden opnemen/beëindigen nationaliteit. Sinds 1 april 2022 is het mogelijk dat iemand die het Nederlanderschap eerder heeft verloren, het Nederlanderschap weer herkrijgt. Een dergelijke herkrijging gebeurt met terugwerkende kracht tot aan het moment van het eerdere verlies. De verkrijging moet worden opgenomen in Tabel 37 (Reden opnemen/beëindigen nationaliteit). Per abuis is in de tabel echter een eerst mogelijke ingangsdatum van 1 april 2022 (de inwerkingtreding van de wijziging) gekozen. Daardoor was het niet mogelijk om de datum van de herkrijging met terugwerkende kracht in te voeren, als deze datum voor 1 april 2022 lag. In het LO 2026.Q2 is dit gecorrigeerd. Voor afnemers of gemeenten worden geen merkbare gevolgen verwacht.

3. Privacyaspecten, regeldrukgevolgen en uitvoeringslasten

De wijzigingen in het LO BRP hebben geen tot zeer geringe gevolgen voor de regeldruk of de privacy.

Voor de toevoegingen van de verblijftitels worden voor het UWV en de gemeenten kleine uitvoeringslasten verwacht, omdat zij voor verlening van een tewerkstellingsvergunning of het verstrekken van een vluchtelingen- of vreemdelingenreisdocument moeten controleren welke verblijfstitel de aanvrager heeft. Hierbij is van belang dat deze uitvoeringslasten voortkomen uit de implementatieregelgeving van het Migratiepact; het LO maakt de implementatie slechts technisch mogelijk. Met de gebruikers uit de vreemdelingenketen, het UWV en gemeenten wordt over het Migratiepact apart gecommuniceerd om de uitvoeringslasten zo klein mogelijk te maken. Voor afnemers van de verblijfstitel buiten de vreemdelingenketen en het UWV heeft de toevoeging van de verblijfstitels naar verwachting geen invloed op de interne processen.

Voor aanpassing van de Landentabel wordt voor gemeenten een zeer geringe uitvoeringslast verwacht, omdat zij in enkele gevallen een ander land dan voorheen zullen moeten invoeren bij een inschrijving in de BRP. Met gemeenten wordt gecommuniceerd om ze op de hoogte te brengen van de verandering.

4. Consultatie en advies

Van internetconsultatie is afgezien, gelet op de technische aard van de wijzigingen en de doelgroep (overheidsorganisaties die betrokken zijn bij het bijhouden van de BRP of daarvan gebruikmaken) waarvoor deze in overwegende mate relevantie hebben. Deze doelgroep is geconsulteerd via het Gebruikersoverleg BRP.6 Voor de leden van het Gebruikersoverleg gaf de ontwerpregeling geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.

Tevens is de ontwerpregeling voorgelegd aan het Adviescollege Toetsing Regeldruk (hierna: ATR). De ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel I

Onderdeel A en B

Dit artikel ziet op de vaststelling van het LO BRP, versie 2026.Q2. Onderdeel A betreft wijziging van de artikelen 2 en 3 van de Regeling BRP. Onderdeel B betreft de wijziging van bijlage 1 bij de Regeling BRP. De drie wijzigingen die met het LO BRP 2026.Q2 zijn doorgevoerd zijn toegelicht in de paragrafen 2.1 tot en met 2.3.

Artikel II

Dit artikel bepaalt in overeenstemming met het stelsel van de vaste verandermomenten dat de onderhavige regeling in werking treedt op 1 april 2026. Wel is afgeweken van de in relatie tot overheidsorganisaties gebruikelijke termijn van drie maanden tussen bekendmaking en inwerkingtreding van de regeling. Dat is in dit geval niet bezwaarlijk, omdat deze regeling enkel gevolgen heeft voor overheidsorganisaties die betrokken zijn bij de bijhouding van de BRP of daarvan gebruikmaken en geen verandering brengt in rechten of plichten van bedrijven. Daarnaast zijn de betrokken partijen die toegang hebben tot de BRP uitgebreid betrokken door de Rijksdienst voor identiteitsgegevens (hierna: RvIG) in de wijzigingen waardoor zij hier ook op voorbereid zijn.

Bijlage A

Op grond van artikel 7, tweede lid, van de Bekendmakingswet vindt de bekendmaking van het LO BRP, versie 2026.Q2 (bijlage A) plaats op de website van RvIG.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg


X Noot
2

Het gaat om titel 54 (Vw 2000 na EU-Pact, art 29, lid 1, asiel vluchteling), titel 55 (Vw 2000 na EU-Pact, art 29a, lid 1, asiel subsidiair beschermde) en titel 56 (Vw 2000 na EU-Pact, art 29b, 29c, 29d, asiel gezinslid internationaal beschermde).

X Noot
3

Het gaat om titel 50 (Verordening (EU) 2024/1348, art 26, asielwens, in procedure asiel), titel 51 (Verordening (EU) 2024/1348, art 35 lid 4, in niet versnelde procedure asiel), titel 52 (Verordening (EU) 2024/1348, art 42.1, a t/m f, in versnelde procedure asiel) en titel 53 (Verordening (EU) 2024/1348, art 42.1, g t/m j, in versnelde procedure asiel).

X Noot
5

Uitzondering hierop zijn Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Deze eilanden zijn deel van het land Nederland, maar verhuizing naar één van deze eilanden wordt in de BRP als emigratie gezien. Kosovo en Tibet blijven om diplomatieke redenen in de Landentabel staan.

X Noot
6

Het overleg, bedoeld in artikel 1.15, eerste lid, van de Wet BRP, van de Minister van BZK met representatieve vertegenwoordigingen van de gemeenten, van de aangewezen bestuursorganen en van de overheidsorganen en derden aan wie op grond van artikel 3.2, 3.3 of 3.13 van de Wet BRP gegevens uit de BRP worden verstrekt.


X Noot
2

Het gaat om titel 54 (Vw 2000 na EU-Pact, art 29, lid 1, asiel vluchteling), titel 55 (Vw 2000 na EU-Pact, art 29a, lid 1, asiel subsidiair beschermde) en titel 56 (Vw 2000 na EU-Pact, art 29b, 29c, 29d, asiel gezinslid internationaal beschermde).

X Noot
3

Het gaat om titel 50 (Verordening (EU) 2024/1348, art 26, asielwens, in procedure asiel), titel 51 (Verordening (EU) 2024/1348, art 35 lid 4, in niet versnelde procedure asiel), titel 52 (Verordening (EU) 2024/1348, art 42.1, a t/m f, in versnelde procedure asiel) en titel 53 (Verordening (EU) 2024/1348, art 42.1, g t/m j, in versnelde procedure asiel).

X Noot
5

Uitzondering hierop zijn Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Deze eilanden zijn deel van het land Nederland, maar verhuizing naar één van deze eilanden wordt in de BRP als emigratie gezien. Kosovo en Tibet blijven om diplomatieke redenen in de Landentabel staan.

X Noot
6

Het overleg, bedoeld in artikel 1.15, eerste lid, van de Wet BRP, van de Minister van BZK met representatieve vertegenwoordigingen van de gemeenten, van de aangewezen bestuursorganen en van de overheidsorganen en derden aan wie op grond van artikel 3.2, 3.3 of 3.13 van de Wet BRP gegevens uit de BRP worden verstrekt.

Naar boven