Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 11615 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 11615 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Gelet op de artikelen 36h, vijfde lid, en 36i, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en artikel 3 van het Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen,
Besluit:
1. De modellen van akten, bedoeld in artikel 36h, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, kunnen digitaal worden opgemaakt op basis van de bestanddelen als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5.
2. Bij het opstellen van de akte biedt het systeem de uitreiker de mogelijkheid om stapsgewijs keuzes te maken die bepalend zijn voor de structuur en inhoud van de akte.
1. Op de akte worden de volgende bestanddelen opgenomen:
a. ‘uitsturende autoriteit’; en
b. ‘nr. gerechtelijke mededeling’; en
c. ‘nr. betekeningsopdracht’; en
d. ‘betreft’; en
e. ‘kenmerk’; en
f. ‘plaats en tijdstip van de handeling’; en
g. ‘Deze akte is geautomatiseerd aangemaakt op basis van de informatie die op deze betekening van toepassing is.’; en
h. ‘Ik heb de bevindingen vermeld bij de gegevens omtrent de uitreiking en handelingen naar waarheid opgemaakt.’: en
i. ‘naam en voorletters uitreikende ambtenaar’; en
j. ‘handtekening uitreikende ambtenaar’.
2. Indien wordt uitgereikt aan de geadresseerde, zijnde een natuurlijk persoon, dan wel een poging daartoe geschiedt, worden tevens opgenomen:
a. ‘naam’; en
b. ‘voornamen’; en
c. ‘geboortedatum’; en
d. ‘geboorteplaats’.
3. Indien aan een rechtspersoon wordt uitgereikt, dan wel een poging daartoe geschiedt, worden tevens opgenomen:
a. ‘naam’; en
b. ‘adres’; en
c. ‘woonplaats’.
Indien sprake is van een zitting, worden de volgende bestanddelen opgenomen:
a. ‘zitting’; en
b. ‘datum’; en
c. ‘tijdstip’.
1. Indien de uitreiking is geslaagd, worden de volgende bestanddelen opgenomen:
a. Hetzij bij uitreiking aan de geadresseerde, zijnde een natuurlijk persoon:
1°. ‘De brief is uitgereikt aan de geadresseerde.’
b. Hetzij bij uitreiking aan degene die is aangetroffen op het adres van de geadresseerde, niet zijnde de geadresseerde natuurlijke persoon:
1°. ‘De brief is uitgereikt aan een ander op het vermelde adres, die heeft toegezegd de brief onmiddellijk aan de geadresseerde te overhandigen.’
c. Hetzij bij uitreiking aan de geadresseerde, zijnde een rechtspersoon:
1°. ‘De brief is uitgereikt aan een bestuurder van geadresseerde.’; hetzij
2°. ‘De brief is uitgereikt aan een door geadresseerde gemachtigde persoon.’
d. Hetzij bij uitreiking aan degene die is aangetroffen op het adres van de geadresseerde, niet zijnde de bestuurder of een gemachtigde persoon van de geadresseerde rechtspersoon:
1°. ‘De brief is uitgereikt aan een werknemer van geadresseerde die zich bereid verklaart de brief te bezorgen aan de bestuurder of gemachtigde persoon van geadresseerde.’
2. Indien er is uitgereikt aan een ander dan de geadresseerde, wordt tevens opgenomen:
a. ‘naam en voorletters van de ontvanger’.
3. Tevens worden zo mogelijk opgenomen:
a. ‘soort en nummer van het identificatiedocument van de ontvanger’; en
b. ‘handtekening van de ontvanger’.
4. Indien er is uitgereikt aan de geadresseerde met een verklaring van afstand, worden tevens bestanddelen opgenomen:
a. ‘Ondergetekende gaat ermee akkoord dat deze brief op kortere dan de wettelijke termijn voor de terechtzitting wordt uitgereikt.’; en
b. ‘handtekening geadresseerde’.
1. Indien de uitreiking niet is geslaagd, worden de volgende bestanddelen opgenomen:
a. Hetzij bij een poging tot uitreiking aan een natuurlijk persoon:
1°. ‘Geadresseerde weigert de brief in ontvangst te nemen.’; hetzij
2°. ‘Geadresseerde woont niet (meer) op het vermelde adres.’; hetzij
3°. ‘Het is onduidelijk of het vermelde adres bestaat.’; hetzij
4°. ‘Geadresseerde is niet aanwezig op het vermelde adres.’; hetzij
5°. ‘Er is niemand aanwezig of bereid om de brief aan te nemen.’; hetzij
6°. ‘Geadresseerde is niet aanwezig ondanks gemaakte afspraak.’.
b. Hetzij bij een poging tot uitreiking aan een rechtspersoon:
1°. ‘Bestuurder, gemachtigde of werknemer weigert de brief in ontvangst te nemen.’; hetzij
2°. ‘Geadresseerde is niet (meer) op het vermelde adres gevestigd.’; hetzij
3°. ‘Het is onduidelijk of het vermelde adres bestaat.’; hetzij
4°. ‘Er is niemand aanwezig op het vermelde adres.’; hetzij
5°. ‘Er is niemand aanwezig ondanks gemaakte afspraak.’.
2. Indien meerdere pogingen tot uitreiking zijn gedaan worden tevens de volgende bestanddelen opgenomen:
a. ‘Er was niemand aanwezig om de brief in ontvangst te nemen op:’ en
b. ‘datum en tijdstip van eerste poging tot uitreiking’; en
c. Indien van toepassing, ‘datum en tijdstip van tweede poging tot uitreiking’.
3. Indien er eerder een brief is geplaatst in de MijnOverheid Berichtenbox, welke niet is betekend na plaatsing, worden tevens de volgende bestanddelen opgenomen:
a. ‘De brief is ook fysiek niet uitgereikt, na eerdere plaatsing in de MijnOverheid Berichtenbox van geadresseerde op:’; en
b. ‘datum en tijdstip plaatsing in de Berichtenbox’.
De modellen van akte, bedoeld in artikel 36h, vijfde lid en 36i, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, kunnen tevens worden opgesteld overeenkomstig de bijlagen 1 tot en met 8.
De elektronische overdracht, bedoeld in 36b, tweede lid, en 36i, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, kan worden vastgelegd overeenkomstig bijlage 9.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 13 maart 2026
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen









Deze regeling geeft uitvoering aan artikel 36h, vijfde lid, en artikel 36i, tweede lid, Sv alsmede aan artikel 3, eerste lid, van het Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen. De regeling voorziet in de vaststelling van modellen voor de akte van uitreiking van gerechtelijke mededelingen en de vaststelling van elektronische overdracht.
Het doel van deze regeling is het actualiseren en standaardiseren van de bestaande modellen in het licht van de verdere digitalisering van de strafrechtspleging. De modellen op grond van artikel 36h sluiten aan bij de huidige praktijk en bieden ruimte voor zowel het fysiek opmaken als voor het digitaal opmaken van de akte van uitreiking. De uitvoering van de betekening van de gerechtelijke mededelingen verloopt in toenemende mate digitaal en wordt in de toekomst steeds meer digitaal ondersteund.
Deze regeling maakt een geleidelijke overgang naar digitale ondersteuning mogelijk, waarbij het aan de uitreikende ambtenaar is om te bepalen welke bestanddelen digitaal in de akte worden opgenomen conform Hoofdstuk I. Daarnaast voorziet deze regeling in het harmoniseren van de modellen van het Openbaar Ministerie en van de modellen van de Hoge Raad, welke tot op heden in afzonderlijke regelingen zijn vastgesteld.
Met de inwerkingtreding van deze regeling worden de Regeling modellen van akte gerechtelijke mededelingen Hoge Raad der Nederlanden en de Regeling modellen van akte gerechtelijke mededelingen 2021 ingetrokken.
Vooralsnog zal enkel het Openbaar Ministerie gebruik maken van de digitale akte, zoals bedoeld in Hoofdstuk I van deze regeling. Het is de bedoeling dat op termijn ook het Centraal Justitieel Incassobureau en de Hoge Raad gebruik gaan maken van de digitale akte.
Conform de digitale werkwijze verstrekt het Openbaar Ministerie de opdracht tot betekening digitaal aan Rijkslogistiek. Rijkslogistiek draagt zorg voor de fysieke uitreiking van de gerechtelijke mededelingen en registreert de relevante gegevens ter plaatse digitaal, waarna de gerechtelijke mededeling (indien mogelijk) wordt uitgereikt. Dit stelt de medewerker in staat om op gestructureerde wijze essentiële informatie te registreren, zoals de identiteit van de ontvanger, het tijdstip van de uitreiking en de wijze van uitreiking.
De systematiek die ten grondslag ligt aan het opstellen van de akte van uitreiking, waaronder de selectie van standaardformuleringen en invulvelden, is in deze regeling vastgelegd. Teksten die binnen aanhalingstekens met een hoofdletter beginnen, betreffen standaardformuleringen die onveranderd in de akte moeten worden opgenomen. Teksten die binnen aanhalingstekens met een kleine letter beginnen, duiden op bestanddelen die als invulvelden in de akte moeten worden opgenomen. Dit betreffen onder andere zaak- of persoonsgebonden gegevens die zien op het desbetreffende geval.
Na afronding van de uitreiking, dan wel de poging daartoe, worden de geregistreerde gegevens elektronisch teruggezonden aan het Openbaar Ministerie, dat op basis daarvan een digitale akte genereert. Deze digitale akte wordt verspreid binnen de strafrechtketen. Het is de bedoeling dat deze digitale werkwijze, zoals vastgelegd in Hoofdstuk I van deze regeling, op termijn ook wordt toegepast door het Centraal Justitieel Incassobureau en de Hoge Raad.
De mogelijkheid om de akten volledig digitaal op te stellen is gecreëerd. De bijlagen bij deze regeling bevatten de niet-digitale modellen van de akte van uitreiking. Deze modellen zijn inhoudelijk herzien en aangepast aan de actuele uitvoeringspraktijk.
Daarnaast kunnen deze modellen ook door het Parket bij de Hoge Raad gebruikt worden. Dit maakt dat op de niet-digitale modellen bijvoorbeeld de teksten ‘Openbaar Ministerie’ en ‘Parket van de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden’ op alle akten is vervangen door ‘Uitsturende autoriteit’ en is ‘parketnummer’ vervangen door ‘(type)nummer’. Hierdoor zijn het generieke modellen, die voor de verschillende organisaties toepasbaar zijn.
Dit artikel bepaalt de reikwijdte van de regeling ten aanzien van de digitale akten als bedoeld in artikel 36h, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Lid 1 bepaald dat de akten digitaal kunnen worden opgemaakt op basis van de in de volgende artikelen omschreven bestanddelen. Het doel hiervan is uniformiteit en rechtszekerheid te waarborgen bij de digitale opmaak van gerechtelijke akten. Lid 2 bepaald dat het systeem waarmee de akte wordt opgesteld, de uitreiker stapsgewijs door het proces leidt. Dit draagt bij aan de consistentie en volledigheid van de digitale akten en minimaliseert fouten bij het invullen.
In dit artikel worden de gegevens opgesomd die in alle gevallen op de akte moeten worden vermeld. Deze gegevens vormen de kern van de akte en zorgen ervoor dat deze kan worden herleid tot een specifieke handeling en verantwoordelijke uitreikende ambtenaar.
Lid 1 ziet op de algemene elementen die in elke akte voorkomen, zoals de autoriteit van waaruit de mededeling uitgaat, de identificerende nummers en de vermelding van tijd en plaats. Lid 2 en 3 zijn van toepassing indien aan een natuurlijk persoon respectievelijk rechtspersoon wordt uitgereikt.
Wanneer een akte betrekking heeft op een zitting, dienen aanvullende gegevens te worden vermeld, te weten de datum, het tijdstip en de aanduiding van de zitting. Deze informatie stelt de ontvanger in staat zich correct te informeren over het procesverloop.
Dit artikel regelt de situatie waarin de uitreiking van een gerechtelijke mededeling daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Lid 1 maakt onderscheid tussen verschillende vormen van succesvolle uitreiking, afhankelijk van of het gaat om een natuurlijke persoon of een rechtspersoon en wie de brief feitelijk in ontvangst heeft genomen. De uitreiker dient te kiezen uit de onder a, b, c of d opgenomen bestandsdelen. De standaardformuleringen dienen als bewijs dat de betekening op rechtsgeldige wijze heeft plaatsgevonden.
Lid 2 en 3 voorzien in de mogelijkheid aanvullende identificatiegegevens op te nemen van de persoon aan wie de brief is uitgereikt, waaronder het identiteitsdocument en de handtekening.
Lid 4 ziet op de situatie waarin de geadresseerde instemt met een uitreiking op kortere termijn dan wettelijk voorgeschreven; deze verklaring wordt vastgelegd ter bescherming van diens rechtspositie.
Dit artikel beschrijft de situaties waarin de uitreiking van de gerechtelijke mededeling niet tot stand is gekomen. Lid 1 onderscheidt verschillende redenen van mislukte uitreiking, afhankelijk van de aard van de geadresseerde (natuurlijk persoon of rechtspersoon). De uitreiker dient een keuze te maken uit de onder a en b opgenomen bestandsdelen. Door gebruik te maken van gestandaardiseerde formuleringen wordt de reden van mislukking duidelijk vastgelegd en wordt uniformiteit in verslaglegging bevorderd.
Lid 2 regelt de registratie van meerdere pogingen tot uitreiking, inclusief datum en tijdstip, zodat het verloop van de betekening controleerbaar blijft.
Lid 3 ziet op situaties waarin de brief eerder digitaal (via de MijnOverheid Berichtenbox) is aangeboden.
Voor gevallen waarin nog gebruik wordt gemaakt van papieren (niet-digitale) akten, wordt bepaald dat deze overeenkomstig de bijlagen 1 tot en met 8 kunnen worden opgesteld. Hiermee wordt continuïteit gewaarborgd tussen de digitale en papieren modellen. De modellen zijn inhoudelijk zoveel mogelijk gelijkgetrokken met de digitale versies, zodat de rechtspraktijk niet met wezenlijke verschillen wordt geconfronteerd.
Dit artikel regelt dat de elektronische overdracht van gerechtelijke mededelingen – zoals bedoeld in de artikelen 36b, tweede lid, en 36i, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering – kan plaatsvinden volgens het model opgenomen in bijlage 9.
Deze bepaling draagt bij aan de verdere digitalisering van het strafproces en zorgt ervoor dat de elektronische overdracht op een uniforme en verifieerbare wijze geschiedt.
Met dit artikel worden de Regeling modellen van akte gerechtelijke mededelingen Hoge Raad en de Regeling modellen van akte gerechtelijke mededelingen 2021 ingetrokken. De intrekking gaat in op het moment dat de regeling inwerking treedt namelijk per 1 mei 2026. Omdat de regeling ruim voor die datum gepubliceerd wordt hebben de verschillende organisaties voldoende tijd om hun systemen – indien nodig – aan te passen.
De regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2026.
Dit artikel bepaalt de citeertitel van de regeling: Regeling modellen van akte gerechtelijke mededelingen 2026.
’s-Gravenhage, 13 maart 2026
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-11615.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.