Besluit van de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën van 16-12-2025 2025-0000527884 houdende de verlening van mandaat aan de directeur Dienst Financieel-Economische Integriteit op het terrein van de Wet politiegegevens

De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën,

Gelet op de artikelen 10:3, 10:9 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 46 van de Wet politiegegevens, artikel 4:3 van het Besluit politiegegevens, artikelen 1 sub c, 2 en 3 van het Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren en artikel 5 van het Besluit van de Minister van Financiën, houdende de verlening van mandaat op grond van de Wet politiegegevens aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. mandaat:

de bevoegdheid om in naam van de Minister besluiten te nemen;

b. de minister:

de Minister van Financiën;

c. de secretaris-generaal:

de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën;

d. de directeur:

de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit;

e. boa:

een buitengewoon opsporingsambtenaar van de Dienst Financieel-Economische Integriteit;

f. het verwerken van politiegegevens:

het verwerken van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, onder a en c, en artikel 2, van de Wet politiegegevens.

Artikel 2. Mandaat, volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

  • a. volmacht om in naam van de Minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; en

  • b. machtiging om in naam van de Minister handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 3. Mandaat

Aan de directeur wordt mandaat verleend om de aan de secretaris-generaal toekomende bevoegdheden uit de Wet politiegegevens, het Besluit politiegegevens en het Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren uit te oefenen.

Artikel 4. Verantwoordingsplicht

De directeur is gehouden de secretaris-generaal te informeren met betrekking tot:

  • a. politiek gevoelige zaken;

  • b. uitgevoerde (interne) audits;

  • c. gegevensverwerkingen waarbij uit een gegevensbeschermingseffectbeoordeling blijkt dat daaraan hoge restrisico's zijn verbonden, omdat daarvoor geen afdoende mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen;

  • d. datalekken waarbij sprake is van een maatschappelijk hoog risico.

Artikel 5. Autorisatie

  • 1. De directeur kan autorisatie verlenen aan de onder hem ressorterende boa’s en medewerkers die geen boa zijn.

  • 2. De directeur dient aantoonbaar een systeem van autorisaties te beheren en te onderhouden.

  • 3. Dit systeem van autorisaties waarborgt dat de politiegegevens uitsluitend worden verwerkt voor zover dat noodzakelijk is ten behoeve van de uitvoering van de taken en bevoegdheden van de boa’s.

  • 4. De directeur kan onder hem ressorterende medewerkers die geen boa zijn autoriseren voor specifieke vormen van verwerking van politiegegevens ter uitvoering van de bevoegdheden waarmee zij zijn belast.

Artikel 6. Verslag

Van de krachtens dit besluit genomen besluiten wordt door de directeur verslag gedaan als onderdeel van het jaarverslag of eerder zodra daartoe aanleiding is.

Artikel 7. Ondertekening

Besluiten die worden genomen op grond van dit mandaatbesluit, worden als volgt ondertekend:

De Minister van Financiën,

namens deze,

[naam],

[functie van de (onder)gemandateerde functionaris]

Artikel 8. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2026, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2026.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De secretaris-generaal, B. van den Dungen

TOELICHTING

In de Wet politiegegevens staat een aantal verplichtingen voor de verwerkingsverantwoordelijke.

De Minister van Financiën is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van politiegegevens door buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: boa’s). Werkgever de Staat der Nederlanden verleent de opsporingsbevoegdheid aan de boa’s. De Staat der Nederlanden wordt in dezen vertegenwoordigd door de Minister van Financiën.

In het Besluit van de Minister van Financiën houdende de verlening van mandaat op grond van de Wet politiegegevens aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën zijn de bevoegdheden van de Minister gemandateerd aan de secretaris-generaal en door middel van dit besluit gemandateerd aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit. De directeur kan autorisatie verlenen aan de onder hem ressorterende boa’s en medewerkers die geen boa zijn van DFEI.

Bij regeling van 22 september 2025 (Stcrt. 2025, 33869) worden Bureau Economische Handhaving (hierna: BEH) en Bureau Toezicht Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme bureaus (hierna: BTWwft) van de Belastingdienst overgeplaatst naar het Ministerie van Financiën. De beide bureau’s worden per 1 januari 2026 samengevoegd tot één dienst, DFEI. Binnen DFEI zijn tevens boa’s werkzaam. Deze boa’s zijn aangewezen middels het Besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid van 10 september 2025 nr. BOACAT2025/172, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij Ministerie van Financiën, Directie DFEI (i.o). Vanaf 1 januari 2026 is DFEI verantwoordelijk voor de uitvoering van de bestaande taken en bevoegdheden van zowel BEH als BTWwft.1 Om deze bestaande taken en bevoegdheden te kunnen blijven uitvoeren is dit voorliggend besluit noodzakelijk.

De secretaris-generaal, B. van den Dungen


X Noot
1

Stcrt. 2025, 33869, alsmede artikel 21a van het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020.

Naar boven