Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Financiën | Staatscourant 2025, 44697 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Financiën | Staatscourant 2025, 44697 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Financiën,
Gelet op artikel 24, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, artikel 55, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep, de artikelen 1, eerste lid, onderdeel p, 5.4, eerste lid, 5.9, eerste lid, 5.10, eerste lid, 5.11, eerste lid, en 5.12, derde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Het Aanwijzings- en mandaatbesluit Wwft 2018 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 komt te luiden:
Met het toezicht op de naleving van de bij en krachtens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme gestelde regels worden belast, voor zover het natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen betreft als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel g, h, i, j, k, m en n, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, de medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.
B
In artikel 2 wordt ‘landelijk directeur van het onderdeel Belastingdienst/Grote ondernemingen van de Belastingdienst’ telkens vervangen door ‘directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit’.
C
In artikel 2, tweede lid, wordt ‘medewerkers van het onderdeel Belastingdienst/Grote ondernemingen, Bureau Toezicht Wwft, van de Belastingdienst’ telkens vervangen door ‘medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit’.
D
Artikel 3 komt te luiden:
1. Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten in het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, met uitzondering van het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning.
2. Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
3. De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden ondermandaat respectievelijk ondervolmacht verlenen aan medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.
E
Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
1. Aan de algemeen directeur van het CJIB wordt machtiging verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
2. In het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, wordt aan de algemeen directeur van het CJIB mandaat verleend voor het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning als bedoeld in artikel 4:113 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede voor het treffen van betalingsregelingen en het verlenen van uitstel van betaling als bedoeld in artikel 4:94 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. De algemeen directeur van het CJIB kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden machtiging respectievelijk ondermandaat verlenen aan medewerkers van het CJIB.
F
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt ‘directeur-generaal van de Belastingdienst’ vervangen door ‘secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën’.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën kan ondermandaat verlenen aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit, voor zover dit ziet op besluiten die de directeur niet in mandaat neemt.
G
Artikel 5 komt te luiden:
De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën en de in artikel 4, tweede lid, bedoelde directeur zijn gemachtigd tot het voeren van verweer in gerechtelijke procedures die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. Zij kunnen aan onder hen ressorterende ambtenaren ter zake ondermachtiging verlenen.
Het Aanwijzings- en mandaatbesluit Wet op het accountantsberoep 2016 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1, en artikel 2, tweede lid, wordt ‘medewerkers van het onderdeel Belastingdienst/Grote ondernemingen van de Belastingdienst’ telkens vervangen door ‘medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit’.
B
In artikel 2, eerste lid, wordt ‘de landelijk directeur van het onderdeel Belastingdienst/Grote ondernemingen van de Belastingdienst’ telkens vervangen door ‘de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit’.
C
In artikel 2, tweede lid, wordt ‘De landelijk directeur van het onderdeel Belastingdienst/Grote ondernemingen van de Belastingdienst’ telkens vervangen door ‘De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit’.
D
Artikel 3 komt te luiden:
1. Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten in het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep, met uitzondering van het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning.
2. Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep.
3. De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden ondermandaat respectievelijk ondervolmacht verlenen aan medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.
E
Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
1. Aan de algemeen directeur van het CJIB wordt machtiging verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep.
2. In het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, genoemd in artikel 56 van de Wet op het accountantsberoep, wordt aan de algemeen directeur van het CJIB mandaat verleend voor het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning als bedoeld in artikel 4:113 van de Awb, alsmede voor het treffen van betalingsregelingen en het verlenen van uitstel van betaling als bedoeld in artikel 4:94 van de Awb.
3. De algemeen directeur van het CJIB kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden ondermachtiging respectievelijk ondermandaat verlenen aan medewerkers van het CJIB.
F
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt ‘de algemeen directeur Belastingen van de Belastingdienst’ vervangen door ‘de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit’.
2. Het tweede lid komt te luiden:
2. De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan ondermandaat verlenen aan onder hem ressorterende medewerkers.
G
In artikel 5 wordt ‘De algemeen directeur Belastingen van de Belastingdienst’ vervangen door ‘De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit’.
Het Besluit aanwijzing toezichtautoriteiten ex de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en mandaatverlening inzake handhaving en sanctionering van die wet wordt als volgt gewijzigd:
A
De artikelen 2 en 3 komen te luiden:
Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de hoofdstukken 1 tot en met 3 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES gestelde regels, voor zover het betreft de diensten, bedoeld in de onderdelen l tot en met o van Bijlage A bij die wet, worden belast de medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.
Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens hoofdstuk 4 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES gestelde regels, worden, naast de bij of krachtens de Douane- en Accijnswet BES aangewezen personen, belast de medewerkers van de Belastingdienst/Caribisch Nederland.
B
Onder vernummering van artikel 4 tot artikel 11 worden zeven artikelen ingevoegd, luidende:
1. Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in paragraaf 5.3 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES, met uitzondering van besluiten die betrekking hebben op overtreding van de artikelen 4.2 en 4.3 van die wet.
2. De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, ondermandaat verlenen aan de medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.
3. Aan de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in paragraaf 5.3 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES, met uitzondering van artikel 5.9 en voor zover deze besluiten die betrekking hebben op overtreding van de artikelen 4.2 en 4.3 van die wet.
4. De directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het derde lid, ondermandaat verlenen aan de medewerkers van de Belastingdienst/Caribisch Nederland.
1. Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten in het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, eerste lid, met uitzondering van het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning.
2. Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
3. De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden ondermandaat respectievelijk ondervolmacht verlenen aan medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.
1. Aan de algemeen directeur van het CJIB wordt machtiging verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
2. In het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt aan de algemeen directeur van het CJIB mandaat verleend voor het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning, alsmede voor het treffen van betalingsregelingen en het verlenen van uitstel van betaling.
3. De algemeen directeur van het CJIB kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden machtiging respectievelijk ondermandaat verlenen aan medewerkers van het CJIB.
1. Aan de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland wordt machtiging en volmacht verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen of rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, derde lid.
2. Aan de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de bevoegdheid om verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, derde lid, in te vorderen bij dwangbevel.
3. De directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, ondermachtiging, respectievelijk ondervolmacht of ondermandaat verlenen aan medewerkers van de Belastingdienst/Caribisch Nederland.
1. Aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën wordt mandaat verleend om te beslissen op bezwaarschriften tegen op grond van de artikelen 4, eerste lid, en 5, tweede lid, in mandaat genomen besluiten.
2. De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën kan ondermandaat verlenen aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit voor de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid, voor zover dit ziet op besluiten die de directeur niet in mandaat neemt. De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan het aan hem verleende ondermandaat aan onder hem ressorterende medewerkers doormandateren.
3. Aan de directeur-generaal van de Belastingdienst Nederland wordt mandaat verleend om te beslissen op bezwaarschriften tegen op grond van de artikelen 4, derde lid, en 6, tweede lid, in mandaat genomen besluiten.
4. De directeur-generaal van de Belastingdienst Nederland kan ondermandaat verlenen aan de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland voor de bevoegdheid bedoeld in het derde lid, voor zover dit ziet op besluiten die de directeur niet in mandaat neemt. De directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland kan het aan hem verleende ondermandaat aan onder hem ressorterende medewerkers doormandateren.
1. De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën en de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit zijn gemachtigd tot het voeren van verweer in gerechtelijke procedures die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, eerste lid. Zij kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermachtiging verlenen.
2. De directeur-generaal van de Belastingdienst Nederland en de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland zijn gemachtigd tot het voeren van verweer in gerechtelijke procedures die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, derde lid. Zij kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermachtiging verlenen.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2026, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2026.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Financiën, E. Heinen
Deze regeling strekt tot wijziging van een aantal besluiten op het terrein van het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering en de opsporing van overtredingen van economische wet- en regelgeving. Dit houdt verband met het overhevelen van twee organisatieonderdelen van de Belastingdienst die taken verrichtten op het genoemde terrein naar het Ministerie van Financiën.
Bij regeling van 22 september 2025 (Stcrt. 2025, 33869) zijn twee verschillende organisatieonderdelen van de Belastingdienst, te weten Bureau Economische Handhaving (BEH) en Bureau Toezicht Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (BTWwft), overgeheveld naar het Ministerie van Financiën en ondergebracht in een nieuw organisatieonderdeel, de Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI). DFEI zal per 1 januari 2026 verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de bestaande taken van BEH en BTWwft evenals de nieuwe toezichtstaak die voortvloeit uit het nieuwe Anti Money Laundering pakket van de Europese Unie (EU-AML). De medewerkers van BEH en BTWwft zijn eveneens overgegaan van de Belastingdienst naar het Ministerie van Financiën.
Met deze regeling worden in een aantal besluiten daarom wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot wat eerder ‘BEH’ en ‘BTWwft’ heette.
Van de gelegenheid is daarnaast gebruik gemaakt om het Besluit aanwijzing toezichtautoriteiten ex de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en mandaatverlening inzake handhaving en sanctionering van die wet aan te passen zodat deze aansluit op het Aanwijzings- en mandaatbesluit Wwft 2018, en er geen verwarring bestaat over de bevoegdheden. Dit zal hierna verder worden toegelicht.
Omdat de organisatorische wijzigingen in werking treden per 1 januari 2026 dienen de relevante bevoegdheden eveneens per die datum bij (de medewerkers van) DFEI te worden belegd. Het besluit treedt derhalve in werking per 1 januari 2026.
De Minister van Financiën is op grond van artikel 1d, eerste lid, onderdeel e, Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) belast met de uitvoering en handhaving van de Wwft ten aanzien van de in dat onderdeel genoemde instellingen. Dit besluit sloot niet langer aan op het juiste organisatieonderdeel. DFEI zal namelijk per 1 januari 2026 verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de bestaande taken van BEH en BTWwft. DFEI zal ook verantwoordelijk zijn voor de taken zoals genoemd in het Aanwijzings- en mandaatbesluit Wwft 2018. Hiermee is geen wijziging beoogd ten aanzien van de huidige praktijk, behalve dan dat de bevoegdheden zijn dan wel op grond van ondermachtiging kunnen worden toegewezen aan de juiste personen binnen DFEI.
Met het toezicht op de naleving van artikel 41, tweede lid, van de Wet op het accountantsberoep, zijn belast de bij besluit van de Minister van Financiën aangewezen personen. Dit besluit sloot niet langer aan op het juiste organisatieonderdeel nu DFEI per 1 januari 2026 verantwoordelijk is voor de uitvoering van de bestaande taken van BEH en BTWwft. DFEI zal ook verantwoordelijk zijn voor de taken zoals genoemd in het Aanwijzings- en mandaatbesluit Wet op het accountantsberoep 2016. Hiermee is geen wijziging beoogd ten aanzien van de huidige praktijk, behalve dan dat de bevoegdheden zijn toegewezen aan de juiste personen binnen DFEI.
In dit besluit worden bestuursorganen aangewezen die naast de Minister van Financiën kwalificeren als toezichtautoriteit in de zin van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES (Wwft BES). Als toezichtautoriteit wijst de Minister van Financiën de personen aan die zijn belast met het toezicht op de relevante delen van die wet. Voorts verleent hij mandaat voor de uitoefening van zijn bevoegdheden als toezichtautoriteit. Dit besluit sloot niet langer aan op het juiste organisatieonderdeel nu DFEI per 1 januari 2026 verantwoordelijk is voor de uitvoering van de bestaande taken van BEH en BTWwft. DFEI zal ook verantwoordelijk zijn voor de taken zoals genoemd in het Besluit aanwijzing toezichtautoriteiten ex de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en mandaatverlening inzake handhaving en sanctionering van die wet.
De Minister van Financiën is op grond van artikel 1.1, eerste lid, onderdeel p, onder 3°, van de Wwft BES als toezichtautoriteit aangewezen. Diens taak is de handhaving van het bij of krachtens die wet bepaalde, voor zover de Nederlandsche Bank (DNB), de Autoriteit Financiële Markten (AFM)1 en de deken2 daarmee niet worden belast. Als toezichtautoriteit heeft de Minister van Financiën in dit besluit de personen aangewezen die zijn belast met het toezicht op de relevante delen van die wet en de handhaving daarvan.
Voor het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de hoofdstukken 1 tot en met 3 van de Wwft BES gestelde regels had de Minister van Financiën de medewerkers van de Belastingdienst/Grote ondernemingen, Bureau Toezicht Wwft aangewezen.3 Daarnaast had de Minister van Financiën bij dit organisatieonderdeel de bevoegdheid neergelegd om namens hem handhavingsbesluiten te nemen en had hij bepaald dat de landelijk directeur van de Belastingdienst/Grote ondernemingen belast was met het beslissen op bezwaarschriften tegen deze besluiten. De bevoegdheid om de bij of krachtens hoofdstuk 4 van de Wwft BES gestelde regels te handhaven had de Minister van Financiën bij de medewerkers van de Belastingdienst/Caribisch Nederland belegd en daarbij bepaald dat de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland belast was met het beslissen op bezwaarschriften tegen deze besluiten.
Wat betreft de Belastingdienst/Grote ondernemingen, Bureau Toezicht Wwft sloot dit aanwijzingsbesluit niet langer aan op het juiste organisatieonderdeel. DFEI is namelijk per 1 januari 2026 verantwoordelijk voor de uitvoering van de bestaande taken van BTWwft, waaronder de taken zoals genoemd in het Besluit aanwijzing toezichtautoriteiten ex de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en mandaatverlening inzake handhaving en sanctionering van die wet.
Met de wijzigingen in dit besluit is de bevoegdheidsverdeling door de Minister van Financiën die zien op toezicht en handhaving van de bij of krachtens de hoofdstukken 1 tot en met 3 van de Wwft BES gestelde regels aangepast aan de wijziging van de situatie per 1 januari 2026, zoals hiervoor toegelicht. Om een en ander wat beter te structureren is een aantal artikelen toegevoegd. Dit betreffen geen materiële wijzigingen, maar verduidelijkingen. Zo was bijvoorbeeld de bevoegdheid om in te vorderen bij dwangbevel of verweer te voeren in procedures niet expliciet geregeld. Daarom is aansluiting gezocht bij de systematiek van het Aanwijzings- en mandaatbesluit Wwft 2018.
Artikel 2 is slechts gewijzigd in die zin dat in plaats van de medewerkers van de Belastingdienst/Grote ondernemingen, Bureau Toezicht Wwft, de medewerkers van DFEI zijn belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de hoofdstukken 1 tot en met 3 van de Wwft BES gestelde regels.4 De toedeling van deze bevoegdheid is ontleend aan artikel 5.4, eerste lid, van de Wwft BES.
De inhoud van artikel 3 (oud) is ondergebracht in de navolgende artikelen. In artikel 3 (nieuw) is vastgelegd dat de medewerkers van de Belastingdienst/Caribisch Nederland zijn belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens hoofdstuk 4 van de Wwft BES gestelde regels.5 De toedeling van deze bevoegdheid is ontleend aan artikel 5.4, tweede lid, van de Wwft BES. Hierbij is aangesloten bij de bestaande praktijk.
De artikelen 4 tot en met 8 zijn toegevoegd om meer structuur aan te brengen in de bepalingen met betrekking tot de overdracht van de bevoegdheden van de Minister van Financiën. Zoals hiervoor aangegeven is hiertoe aansluiting gezocht bij de systematiek van het Aanwijzings- en mandaatbesluit Wwft 2018. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen de bevoegdheden die betrekking hebben op overtredingen in de hoofdstukken 1 tot en met 3 van de Wwft BES en de bevoegdheden die betrekking hebben op de overtredingen in hoofdstuk 4 van de Wwft BES. Voor de in deze artikelen genoemde bevoegdheden is voorzien in de mogelijkheid van ondermandaat dan wel ondermachtiging en ondervolmacht.
De directeur DFEI heeft mandaat gekregen voor het uitoefenen van handhavings- en publicatiebevoegdheden en voor de bevoegdheid tot het invorderen van verbeurde dwangsommen of boetes bij dwangbevel (artikel 4, eerste lid, en artikel 5, tweede lid). Aan de directeur van DFEI is tevens machtiging en volmacht verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen of rechtshandelingen die verband houden met het invorderen van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes (artikel 5, eerste lid). In voornoemde gevallen heeft de directeur DFEI de mogelijkheid om ondermandaat dan wel ondermachtiging of ondervolmacht te verlenen aan onder hem ressorterende medewerkers (artikel 4, tweede lid, en artikel 5, derde lid).
De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën heeft mandaat gekregen om te beslissen op bezwaarschriften tegen op grond van de hiervoor bedoelde in mandaat genomen besluiten (artikel 7, eerste lid). Hij heeft de mogelijkheid om ondermandaat te verlenen aan de directeur DFEI, voor zover dit ziet op besluiten die de directeur DFEI niet in mandaat neemt (artikel 7, tweede lid). De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën en de directeur van DFEI zijn gemachtigd tot het voeren van verweer in gerechtelijke procedures (artikel 8, eerste lid).
Aan de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland is mandaat verleend voor het uitoefenen van handhavings- en publicatiebevoegdheden en voor de bevoegdheid tot het invorderen van verbeurde dwangsommen of boetes bij dwangbevel (artikel 4, derde lid, en artikel 6, tweede lid). Aan de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland is tevens machtiging en volmacht verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen of rechtshandelingen die verband houden met het invorderen van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes (artikel 6, eerste lid). In voornoemde gevallen heeft de directeur de mogelijkheid om ondermandaat dan wel ondermachtiging of ondervolmacht te verlenen aan de medewerkers van de Belastingdienst/Caribisch Nederland (artikel 4, vierde lid, en artikel 6, derde lid).
De directeur-generaal van de Belastingdienst Nederland heeft mandaat gekregen om te beslissen op bezwaarschriften tegen op grond van de hiervoor bedoelde in mandaat genomen besluiten (artikel 7, derde lid). Hij heeft de mogelijkheid om ondermandaat te verlenen aan de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland, voor zover dit ziet op besluiten die de directeur niet in mandaat neemt (artikel 7, vierde lid). De directeur-generaal van de Belastingdienst Nederland en de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland zijn gemachtigd tot het voeren van verweer in gerechtelijke procedures die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën (artikel 8, tweede lid).
De Minister van Financiën, E. Heinen
In het ongewijzigde artikel 1 van dit besluit zijn DNB en AFM aangewezen als toezichtautoriteit in de zin van artikel 1.1, eerste lid, onderdeel p, onder 1°, Wwft BES.
Als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Advocatenwet en aangewezen als toezichtautoriteit in de zin van artikel 1.1, eerste lid, onderdeel p, onder 2°, Wwft BES.
Voor zover het betreft de diensten, bedoeld in de onderdelen l tot en met o van bijlage A bij de Wwft BES.
Voor zover het betreft de diensten, bedoeld in de onderdelen l tot en met o van bijlage A bij de Wwft BES.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-44697.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.