Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2025, 44397 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2025, 44397 | beleidsregel |
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 9.3 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
Besluit:
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
combinatieprofiel als bedoeld in artikel 3, vierde lid;
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen;
profiel als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid en artikel 2.24, eerste lid, van de WVO 2020;
profielmodule als bedoeld in artikel 3, tweede lid;
vestiging van een school voor voortgezet onderwijs;
Wet voortgezet onderwijs 2020;
zeer zwakke school als bedoeld in artikel 2.94 van de WVO 2020.
Het doel van deze beleidsregel is om bevoegde gezagen meer ruimte te bieden in de opbouw van het beroepsgerichte programma in de basisberoepsgerichte, de kaderberoepsgerichte en de gemengde leerweg van het vmbo, zodat een meer flexibel beroepsgericht programma mogelijk wordt gemaakt om eigentijds en organiseerbaar onderwijs aan te bieden.
1. Op grond van deze beleidsregel is het mogelijk om, indien de school in het bezit is van bijbehorende profiellicenties, de volgende profielen te combineren:
a. Zorg en Welzijn en Horeca, Bakkerij en Recreatie; of
b. Zorg en Welzijn en Economie en Ondernemen.
2. Hierbij kunnen, binnen bovenstaande combinatieprofielen, twee van de volgende profielmodules met elkaar worden gecombineerd:
Z&W
Module 1 Mens en gezondheid
Module 2 Mens en omgeving
Module 3 Mens en activiteit
Module 4 Mens en zorg
HBR
Module 1 Gastheerschap
Module 2 Bakkerij
Module 3 Keuken
Module 4 Recreatie
E&O
Module 1 Retail & Styling
Module 2 Service & Sales
Module 3 Stock & Supplies
Module 4 Office & Support
3. De twee profielmodules die worden gecombineerd mogen niet afkomstig zijn uit hetzelfde profiel.
4. Scholen bieden het combinatieprofiel aan ter vervanging van de wettelijke profielen. Gedurende het aanbieden van het combinatieprofiel wordt geen gevolg gegeven aan artikel 4.24, vijfde lid, van de WVO 2020.
5. Leerlingen uit basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerwegen volgen een combinatieprofiel dat bestaat uit twee profielmodules en zes keuzevakken.
6. Leerlingen uit de gemengde leerweg moeten een combinatieprofiel volgen dat bestaat uit één profielmodule en drie keuzevakken.
7. Voor leerlingen die de gemengde leerweg volgen, geldt dat een van de keuzevakken uit een ander profiel afkomstig moet zijn dan het profiel van de profielmodule.
8. De school draagt zorg dat de leerling voor de beroepsgerichte keuzevakken de keuze heeft uit minimaal twaalf beroepsgerichte keuzevakken. Hiervoor mag de school samenwerken met een andere school.
9. De school geeft mogelijkheden om keuzevakken te volgen binnen en buiten het combinatieprofiel.
10. De leerling volgt in het profiel deel twee algemeen vormende vakken waarvan:
a. één avo-vak wordt gekozen uit één van de verplichte profielgebonden avo-vakken van de twee profielen die gecombineerd worden;
b. één-avo vak ter keuze aan de leerling uit de gecombineerde reeks van profielgebonden avo-keuzevakken (waaronder ook de verplichte profielgebonden avo-vakken kunnen vallen).
11. Scholen werken samen met minimaal één mbo en één bedrijf.
12. Scholen nemen samen deel aan een leernetwerk dat extern wordt begeleid.
1. De leerlingen sluiten het flexibele beroepsgericht programma af met een schoolexamen. Het flexibele beroepsgerichte programma wordt opgenomen in het programma voor toetsten en afsluiting als bedoeld in artikel 2.60a van WVO 2020. De toetsen worden opgenomen in het programma van toetsing en afsluiting. Het eindcijfer telt mee in het rekenkundig gemiddelde, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel a, Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
2. Het eindcijfer, bedoeld in het eerste lid, is het rekenkundig gemiddelde van de twee gevolgde profielmodules.
1. Deze beleidsregel geldt voor scholen met een basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte of gemengde leerweg voor de schooljaren 2026–2027 tot en met 2029–2030.
2. Er wordt een onderscheid gemaakt in scholen met een voorbereidingsjaar en scholen die gelijk starten. Scholen die gelijk starten, beginnen in schooljaar 2026–2027 met het aanbieden van het combinatieprofiel. Scholen met een voorbereidingsjaar gebruiken schooljaar 2026–2027 om het combinatieprofiel te ontwikkelen. De school geeft aan of deze het flexibele programma gelijk gaat aanbieden, of het schooljaar 2026–2027 neemt als voorbereidingsjaar.
3. De cohorten leerlingen van de scholen die gelijk starten, zien er dan als volgt uit:
a. Cohort 1: start met het combinatieprofiel in leerjaar 3 in schooljaar 2026–2027 en sluit het combinatieprofiel af in 2027–2028 met leerjaar 4;
b. Cohort 2: start met het combinatieprofiel in leerjaar 3 in schooljaar 2027–2028 en sluit het combinatieprofiel af in schooljaar 2028–2029 met leerjaar 4;
c. Cohort 3: start met het combinatieprofiel in leerjaar 3 in schooljaar 2028–2029 en sluit het combinatieprofiel af in schooljaar 2029–2030 met leerjaar 4;
d. Schooljaar 2030–2031 is een bezemjaar (inhaaljaar).
4. De cohorten leerlingen van de scholen met een voorbereidingsjaar zien er als volgt uit:
a. Schooljaar 2026–2027: voorbereidingsjaar;
b. Cohort 1: start met het combinatieprofiel in leerjaar 3 in schooljaar 2027–2028 en sluit het combinatieprofiel af in schooljaar 2028–2029 met leerjaar 4;
c. Cohort 2: start met het combinatieprofiel in leerjaar 3 in schooljaar 2028–2029 en sluit het combinatieprofiel af in schooljaar 2029–2030 met leerjaar 4;
d. Schooljaar 2030–2031 is een bezemjaar (inhaaljaar).
5. Scholen zijn verplicht om minimaal twee cohorten mee te doen.
6. Een zeer zwakke school kan geen flexibel beroepsgericht programma aanbieden.
7. De school biedt per schooljaar 2030–2031 het formele vmbo-programma aan, met dien verstande dat leerlingen die nog niet het flexibele programma hebben afgesloten, dit schooljaar hiervoor nog de gelegenheid krijgen.
8. Het flexibele beroepsgerichte programma is vormgegeven volgens de randvoorwaarden beschreven in artikel 3.
9. Indien de school bij de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden, verleent de minister geen toestemming voor deelname. Indien de school na goedkeuring, tijdens de looptijd van het experiment, niet meer voldoet aan de voorwaarden, mag de school geen nieuw cohort meer starten. Het formele vmbo-programma wordt dan weer aangeboden. De school biedt de leerlingen die reeds zijn gestart in een cohort de mogelijkheid om het flexibele programma af te ronden.
10. Een bevoegd gezag van een school waaraan toestemming wordt verleend om deel te nemen aan het flexibele beroepsgerichte programma is verplicht om desgewenst gegevens over uitvoering, leerlingtevredenheid, doorstroom en leerresultaten aan te leveren bij de minister ten behoeve van evaluatieonderzoek.
1. Een bevoegd gezag dient een verzoek tot deelname aan flexibel beroepsgericht programma in bij de minister, in de periode van 2 februari tot en met 2 maart 2026. Aanvragen die worden ingediend na 2 maart 2026 worden afgewezen.
2. Het verzoek is voorzien van een beknopte onderbouwing over de vormgeving van het flexibele beroepsgerichte programma waarmee wordt aangetoond dat aan alle eisen uit artikel 3, 4 en 5 wordt voldaan.
3. De minister beslist uiterlijk op 4 april 2026.
4. Het verzoek tot deelname aan flexibel beroepsgericht programma wordt digitaal ingediend, via de dienstpostbus flexibelberoepsgericht@minocw.nl.
5. De aanvraag wordt ondertekend door het bevoegd gezag.
Deze beleidsregel zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K.M. Becking
Deze beleidsregel beschrijft de wijze waarop de minister invulling geeft aan de bevoegdheid om een bevoegd gezag ten behoeve van een school toe te staan af te wijken van de wettelijke bepalingen, genoemd in artikel 9.3 van de WVO 2020.
In juni 2024 heeft de Staatssecretaris Funderend Onderwijs & Emancipatie middels een Kamerbrief1 een verkenning aangekondigd naar een toekomstbestendige profielenstructuur voor het beroepsgerichte vmbo, waar curriculaire, organisatorische én stelselvraagstukken aan vast zitten. De staatssecretaris heeft toegezegd vóór het einde van 2025 een brief naar de Kamer te sturen met de opbrengsten van deze verkenning. In de Kamerbrief staat ook vermeld dat OCW vanaf schooljaar 2022–2023, vanuit het programma Sterk Techniekonderwijs, alvast aan een kleine groep scholen (28) ruimte heeft geboden om met een andere opbouw van het beroepsgerichte programma te experimenteren: het flexibele programma PIE/BWI in de basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte en gemengde leerwegen van het vmbo. PIE is de afkorting voor het profiel Produceren, Installeren en Energie en BWI is de afkorting voor het profiel Bouwen, Wonen en Interieur. Scholen die een licentie hebben voor zowel PIE als BWI kunnen binnen dit experiment een programma samenstellen dat bestaat uit twee profielmodules en zes beroepsgerichte keuzevakken. Dat kan met de profielen PIE, BWI en M&T, die later is toegevoegd voor een aantal scholen. Leerlingen hoeven niet deel te nemen aan het cspe: het programma moet afgesloten worden met een schoolexamen. Doel van dit experiment is om te onderzoeken of een flexibeler programma het mogelijk maakt om eigentijds en organiseerbaar onderwijs te (blijven) bieden. Daarbij is de vraag of een flexibeler programma betekenisvol onderwijs voor leerlingen oplevert: komt er onderwijs tot stand waaraan jongeren betekenis kunnen verlenen voor hun toekomstige loopbaan(keuzes) en ze (sterker) voorbereid worden en gemotiveerd raken voor een vervolgopleiding en een toekomstig beroep?
Sinds de introductie van de experimenteerruimte hebben tientallen vmbo-scholen zich gemeld bij OCW om ook andere profielencombinaties te mogen aanbieden dan alleen PIE en BWI. Deze signalen vanuit het veld, in combinatie met adviezen van de SPV en NRO, wijzen op meer behoefte aan een flexibele inrichting van het beroepsgerichte vak. OCW ontvangt ook signalen dat scholen profielen moeten afstoten omdat de aantallen per profiel te klein worden. Dat gaat ten koste van de landelijke dekking van beroepsgerichte profielen. Om de keuzevrijheid en brede oriëntatie middels praktijkgericht onderwijs in een contextrijke omgeving in stand te kunnen houden, is het nodig de experimenteerruimte uit te breiden naar meer beroepsgerichte profielen. Zolang er nog geen eenduidig beeld bestaat van de ideale toekomstige structuur van het beroepsgerichte programma, is het noodzakelijk vanuit de bestaande structuur meer ruimte te bieden.
Het onderzoeken van het flexibele programma PIE/BWI wordt uitgebreid met twee andere profielcombinaties. Dit is een beperkte uitbreiding vanwege de uitvoeringsconsequenties die dit heeft voor DUO. De twee combinaties die met de uitbreiding gevolgd worden zijn Zorg en Welzijn (Z&W) met Horeca, Bakkerij en Recreatie (HBR) en Z&W met Economie en Ondernemen (E&O). Voor de eerste combinatie is gekozen omdat hier al twee scholen mee begonnen zijn vanaf schooljaar 2025–2026. Op verzoek van deze scholen is deze combinatie toegestaan, maar voor een goede monitoring van de effecten is meer massa nodig. De combinatie Z&W/E&O wordt aan het de flexibele ruimte toegevoegd omdat er voldoende scholen zijn die beide profielen aanbieden om deze combinatie te kunnen monitoren, zonder dat het een grote impact op het aantal deelnemers heeft dat het reguliere programma volgt. Daarnaast zijn Z&W en E&O twee brede profielen, die voor een deel overlappen in vaardigheden, waardoor het interessant is te zien hoe scholen met zo’n brede basis te werk gaan.
De uitbreiding wordt gedaan middels een beleidsregel. Dit maakt het proces democratischer: alle geïnteresseerde scholen kunnen een aanvraag doen. Bovendien gelden met deze beleidsregel een aantal nieuwe voorwaarden voor scholen. Scholen moeten bijvoorbeeld verplicht samen deelnemen aan een leernetwerk, en moeten verplicht samenwerken met minimaal één mbo en één bedrijf. Hierbij wordt samen onderwijs ontwikkeld. Dit kan op verschillende manieren ingevuld worden, bijvoorbeeld door samen keuzevakken te ontwikkelen en/of aan te bieden, opdrachten te schrijven en/of uit te voeren, gastlessen te verzorgen, of leerlingen stage te laten lopen. Voor een toekomstbestendig vmbo is samenwerking op het gebied van onderwijsaanbod een essentiële voorwaarde. Want: veertig procent van de scholen biedt slechts één profiel aan en twee derde van de scholen biedt maximaal 3 profielen aan. Voor het verwezenlijken van een brede oriëntatie is samenwerking nodig tussen vmbo-scholen, en vanuit vmbo-scholen met het mbo en bedrijven/instellingen. Samenwerking tussen vmbo-scholen is via deze beleidsregel nog moeilijk te bereiken omdat het aantal deelnemende scholen beperkt is. Via een landelijk leernetwerk kunnen scholen wel leren van elkaar: hoe vullen zij het combinatieprofiel in, wat is ervoor nodig om het op te zetten, et cetera. Deze samenwerking zal extern begeleid worden. Mocht aan deze of andere voorwaarden niet worden voldaan, dan kan de ontheffing behorend bij deze beleidsregel worden ingetrokken.
Een andere voorwaarde is dat scholen minimaal 12 keuzevakken moeten aanbieden waaruit een leerling kan kiezen. Hier is voor gekozen om de invulling van het combinatieprofiel niet te smal te laten worden. Een beroep is immers vaak breder dan een profiel. De huidige structuur van de beroepsgerichte profielen past niet goed bij de beroepsbeelden en de oriëntatiebehoefte van de leerling. Beroepsgerichte profielen, met vier vaste profielmodules en vier verschillende door de school voorgeschreven keuzevakken, zijn relatief nauw ingestoken; het vmbo kent immers tien profielen. Een leerling die een bepaald profiel kiest, moet de vier profielmodules volgen – ook bij zeer brede profielen zoals Zorg & Welzijn of Dienstverlening & Producten. Als de interesses van de leerling meer op het snijvlak van twee of meerdere profielen liggen, heeft de leerling daar alleen ruimte voor in de keuzevakken (indien die worden aangeboden). Profielmodulen kunnen ook als keuzevak worden aangeboden.
Voor de gl geldt een iets afwijkende regeling, omdat het beroepsgerichte programma daar kleiner is dan in de bb en de kb. De gl moet één profielmodule aanbieden en drie keuzevakken. Dit biedt ruimte voor flexibiliteit, omdat men niet meer vastzit aan twee modules, wat de normale situatie is. Om toch een combinatieprofiel te creëren, wordt de combinatie gezocht in de keuzevakken. Daarom is een van de onderdelen van de beleidsregel dat één van de gl-keuzevakken uit een ander profiel moet komen dan de profielmodule uit het combinatieprofiel.
Tot slot mag de vestiging het combinatieprofiel niet aanbieden als extra keuze naast de twee wettelijke profielen. Het doel van de beleidsregel is immers: onderzoeken hoe scholen omgaan met het combineren van profielen binnen de context van leerlingendaling. Dit zorgt er niet voor dat scholen hun individuele profiellicenties verliezen (wat normaal gesproken gebeurt wanneer er drie jaar lang geen inschrijvingen geregistreerd worden op een profiel). Dit is geregeld in artikel 3, lid 4. DUO zal hierop letten en krijgt daarvoor ook een ontheffing van de secretaris-generaal van OCW.
De Beleidsregel flexibel beroepsgericht programma is geen invoering van nieuw beleid, maar bedoeld om een nieuwe situatie op kleine schaal te testen. Wat hetzelfde blijft ten opzichte van de eerdere toegestane profielcombinatie PIE/BWI, is dat leerlingen twee profielmodules en zes keuzevakken volgen (of één module en drie keuzevakken in de gl). De profielmodules kunnen van één profiel zijn of van beide profielen. In de Regeling modellen diploma’s gelden de profielcombinaties als één profiel. Bij profielmodules worden twee modules ingevuld en bij de keuzevakken 6 vakken. De modules worden afgesloten met een schoolexamen in plaats van een cspe. Het schoolexamencijfer moet daarbij meetellen in de 5,5-regeling. Dit is echter een tijdelijke situatie. De 5,5-regeling is immers bedoeld voor centrale examens, en niet voor schoolexamens. De intentie is om op termijn de profielmodules weer te laten afsluiten met een cspe, mogelijk in modulaire vorm.
Met de uitbreiding naar meer profielen wordt het robuuste karakter van de profielen zoals we die tot op heden kennen, losgelaten. Leerlingen kiezen een bredere richting waarbinnen veel keuzemogelijkheden liggen tot verbreding of versmalling. Dit biedt maatwerk en kan daarmee de motivatie van de leerling bevorderen. Ook wordt hiermee een impuls gegeven aan het opdoen en verbeteren van basisvaardigheden. Leerlingen krijgen veel te maken met rekenen, taal en burgerschap, in een betekenisvolle context.
Dit artikel regelt de vormgeving van het combinatieprofiel.
De twee profielmodules uit het combinatieprofiel krijgen een eigen eindcijfer en het gemiddelde van deze twee wordt het eindcijfer voor het profielvak en telt mee in de 5,5-regel. Op de cijferlijst bij een combinatieprofiel moet een eindcijfer voor het combinatievak vermeld worden. De keuzevakken hebben alle een eigen eindcijfer en het gemiddelde hiervan is een eindcijfer genaamd ‘combinatiecijfer’.
Dit artikel regelt de eisen waar scholen aan moeten voldoen als ze in aanmerking willen komen voor een ontheffing die het flexibiliseren van het beroepsgerichte programma mogelijk maakt. Daarmee worden een aantal scholen uitgesloten van deelname, namelijk scholen die maar één profiel aanbieden en scholen die niet de licenties bezitten voor de profielcombinaties die zijn toegestaan. Vso-scholen kunnen alleen meedoen als zij hun vso-leerlingen volledig examen laten doen bij een reguliere vo-school middels symbiose.
Scholen mogen meerdere combinatieprofielen aanbieden. Scholen die al een ontheffing hebben gekregen voor de combinatie van de profielen PIE en BWI kunnen ook een aanvraag doen. Deze scholen zullen naar alle waarschijnlijkheid gelijk kunnen starten met het aanbieden van het flexibele programma. Dit hoeft echter niet. Uit de monitor over het flexibele programma PIE/BWI bleek namelijk dat het scholen relatief veel tijd kost om het programma vorm te geven. Daarom geeft de beleidsregel scholen de mogelijkheid om schooljaar 2026–2027 te gebruiken als voorbereidingsjaar, mochten zij dat nodig hebben.
Er is geen subsidie verbonden aan de beleidsregel. Scholen krijgen, na een beoordeling van hun aanvraag door OCW, een beschikking met een ontheffing om twee profielmodules aan te bieden in plaats van vier en deze af te sluiten met een schoolexamen in plaats van een cspe. Blijken scholen niet aan de voorwaarden uit artikel 3 te kunnen voldoen, dan wordt de ontheffing ingetrokken en moet de school stoppen met het aanbieden van het flexibele programma. Leerlingen die al in leerjaar 3 waren begonnen met het flexibele programma, mogen dit wel afmaken in leerjaar 4. Er mag echter geen nieuw cohort gestart worden door de school.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K.M. Becking
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-44397.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.