Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 8 december 2025, nr. IENW/BSK-2024/314143, tot wijziging van de Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers in verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de opleidingen voor bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers [KetenID WGK027107]

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 20, eerste lid, onderdeel b, 21, derde lid, 24a, tweede lid, en 24d, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het derde tot en met zevende lid tot vijfde tot en met negende lid worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 3. Indien niet binnen 1 jaar na het met goed gevolg doorlopen van de in het eerste en tweede lid genoemde opleiding wordt gestart met de opleiding voor de eenheid mag pas worden begonnen met een opleiding voor de eenheid in het kader van die bevoegdverklaring nadat de opleidingsorganisatie die de relevante opleiding heeft verzorgd, heeft beoordeeld of de aanvrager nog voldoet aan de voor de bevoegdverklaring relevante vereisten en nadat de aanvrager heeft voldaan aan eventueel uit die beoordeling voortvloeiende opleidingsvereisten.

  • 4. De houder van een bevoegdverklaring die gedurende een direct voorafgaande periode van vier of meer achtereenvolgende jaren de rechten van die bevoegdverklaring niet heeft uitgeoefend, kan pas beginnen met een opleiding voor de eenheid in het kader van die bevoegdverklaring nadat de opleidingsorganisatie die de relevante opleidingen heeft verzorgd, heeft beoordeeld of de houder nog voldoet aan de vereisten voor die bevoegdverklaring en nadat de houder heeft voldaan aan eventueel uit die beoordeling voortvloeiende opleidingsvereisten.

2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 10. Tijdens de opleiding voor de eenheidsaantekening worden praktische vaardigheden aan het eind van de opleiding op de werkplek ten minste één keer beoordeeld in de operationele omgeving onder normale operationele omstandigheden.

  • 11. Onverminderd het tiende lid kan tijdens een assessment voor een eenheidsaantekening gebruik worden gemaakt van een synthetisch opleidingstoestel om de toepassing van geoefende procedures aan te tonen die zich tijdens de beoordeling niet voordoen in de operationele omgeving.

B

Aan § 1 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 3a

De aanvrager voor de aantekening betreffende de taalvaardigheid bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel d, en artikel 18a, derde lid, onderdeel e, van het besluit toont ten overstaande van een instelling die een op grond van artikel 22, eerste lid, een taalvaardigheidsbeoordeling aanbiedt aan dat hij:

  • 1. doeltreffend communiceert zowel in situaties waarbij alleen de stem hoorbaar is (telefoon/radiotelefoon) als in face-to-face gesprekken;

  • 2. accuraat en duidelijk communiceert over algemene, concrete en werkgerelateerde onderwerpen;

  • 3. passende communicatiestrategieën gebruikt om boodschappen uit te wisselen en om misverstanden in het algemeen en in de werksituatie te herkennen en op te lossen;

  • 4. met goed gevolg en redelijk gemak de taalproblemen oplost die optreden wanneer zich complicaties of onverwachte gebeurtenissen voordoen in een gewone werksituatie of bij de uitvoering van een communicatieve taak waarmee hij vertrouwd is; en

  • 5. een taalvariant of accent gebruikt waarmee hij verstaanbaar is voor de luchtvaartgemeenschap.

C

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het derde tot en met zesde lid tot vijfde tot en met achtste lid worden twee leden ingevoegd, luidende:

  • 3. De aanvraag voor eerste afgifte van een ASO onderscheidenlijk FISO vindt plaats binnen dertig dagen na het met goed gevolg afleggen van het in het eerste lid bedoelde assessment.

  • 4. De geldigheidsperiode van eenheidsaantekeningen voor eerste afgifte en vernieuwing begint uiterlijk dertig dagen na de datum waarop het assessment met succes is voltooid.

2. In het zesde lid (nieuw) wordt ‘derde lid’ vervangen door ‘vijfde lid’.

3. In het zevende lid (nieuw) wordt ‘vierde lid’ vervangen door ‘zesde lid’.

4. Aan de zin in het achtste lid (nieuw) wordt, onder vervanging van een punt aan het einde van de zin door een komma, toegevoegd ‘waarbij een reeds goedgekeurde opleiding voor een eenheidsaantekening mag worden aangepast om in voorkomende gevallen rekening te houden met de bevoegdverklaringen of aantekeningen bij bevoegdverklaringen en ervaring van de houder’.

D

Aan § 2 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 4a

  • 1. De geldigheidsduur van taalvaardigheidsaantekeningen voor eerste afgifte en vernieuwing begint uiterlijk dertig dagen na de datum waarop de beoordeling van de taalvaardigheid met succes is voltooid.

  • 2. Taalvaardigheidsaantekeningen worden verlengd bij een succesvolle beoordeling van de taalvaardigheid in de drie maanden onmiddellijk voorafgaand aan de vervaldatum in welk geval de nieuwe geldigheidsperiode ingaat op voornoemde vervaldatum.

  • 3. Als de taalvaardigheidsaantekening wordt verlengd vóór de in het tweede lid genoemde periode, begint de geldigheidsperiode uiterlijk dertig dagen na de datum waarop de beoordeling van de taalvaardigheid met succes is voltooid.

  • 4. Als de geldigheid van een taalvaardigheidsaantekening verstrijkt, toont de houder van de aantekening met goed gevolg zijn taalvaardigheid aan om zijn aantekening te laten vernieuwen.

E

In Artikel 7, onderdeel a, subonderdeel 3, wordt ‘CLD (Clearance Delivery)’ vervangen door ‘GCO (Ground Communications Officer)’.

F

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9

  • 1. Een voortgezette opleiding voor een ASO bestaat uit een herhalings- en, indien overeenkomstig het derde lid vereist, conversiecursussen, en wordt gegeven volgens de vereisten van het bekwaamhedenprogramma voor de eenheid.

  • 2. Een opleidingenplan ten behoeve van de herhalingscursus bevat in elk geval:

    • a. een opleiding in standaardpraktijken en -procedures, met van toepassing zijnde fraseologie en effectieve communicatie;

    • b. een syllabus; en

    • c. prestatiedoelstellingen indien een onderwerp dient om de vaardigheden van bedieners van luchtvaartstations op te frissen.

  • 3. Indien uit een veiligheidsbeoordeling van de luchtverkeersdienstverleningsorganisatie waarbinnen de bediener van een luchtvaartstation werkzaam is blijkt dat wijzigingen in de operationele omgeving nieuwe kennis en vaardigheden noodzakelijk maken, ontwikkelt de opleidingsorganisatie een conversiecursus overeenkomstig de voorschriften bedoeld in verordening (EU) nr. 2015/340, bijlage I, artikel ATCO.D.085.

  • 4. Een conversiecursus bevat de volgende aspecten:

    • a. de juiste opleidingsmethode voor, en de duur van de cursus, met inachtneming van de aard en omvang van de wijziging; en

    • b. de methoden van examinering of beoordeling van de conversiecursus.

  • 5. De bediener van een luchtvaartstation volgt een conversiecursus alvorens de rechten van een ASO uit te oefenen in de gewijzigde operationele omgeving.

  • 6. De totstandkomingsprocedure en de uitvoering van een voortgezette opleiding worden beschreven in een bekwaamhedenprogramma voor de eenheid.

G

In artikel 12, onderdeel a, subonderdeel 2, wordt ‘RAD’ vervangen door ‘SUR’.

H

Artikel 22, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt na ‘taalvaardigheid’ ingevoegd ‘bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van het besluit’.

2. De onderdelen a en b komen te luiden:

  • a. aantoonbaar voldoet aan de in bijlage 9 gestelde eisen; en

  • b. beschikt over een transparante en objectieve procedure ter beoordeling van de in artikel 3a gestelde eisen.

3. Onderdeel c vervalt.

I

In artikel 25 vervalt ‘door een houder van een FISO met’.

J

Aan artikel 27 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. De minister kan op verzoek van de opleidingsorganisatie de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde periode inkorten tot niet minder dan een jaar.

K

In artikel 30, onderdeel a, wordt na ‘de rechten van een’ ingevoegd ‘ASO of’.

L

Bijlage 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de zin ‘De opleiding voor de bevoegdverklaring CLD bevat ten minste de volgende onderwerpen:’ wordt ‘CLD’ vervangen door ‘GCO’.

2. In de onderwerpomschrijving ‘THEMA INTR 2’ wordt ‘ASO/CLD’ vervangen door ‘GCO’.

3. In de onderwerpomschrijving ‘Subthema LAW 1.1’ wordt ‘Clearance Delivery’ vervangen door ‘Ground Communications Officer’.

M

Bijlage 8 wordt vervangen door de bijlage in bijlage I bij deze regeling.

N

Er wordt een bijlage toegevoegd zoals opgenomen in bijlage II bij deze regeling.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit aanpassingen eisen voor ASO’s en FISO’s in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman

BIJLAGE I, BEHORENDE BIJ ARTIKEL I, ONDERDEEL M

Bijlage 8. als bedoeld in artikel 12, onderdeel a, onder 2°, van de Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers

De opleiding voor de bevoegdverklaring AER bevat de volgende onderwerpen:

ONDERWERP 1: INLEIDING TOT DE OPLEIDING

ONDERWERP 2: LUCHTVAARTRECHT

ONDERWERP 3: LUCHTVERKEERSBEHEER

ONDERWERP 4: METEOROLOGIE

ONDERWERP 5: NAVIGATIE

ONDERWERP 6: LUCHTVAARTUIGEN

ONDERWERP 7: MENSELIJKE FACTOREN

ONDERWERP 8: APPARATUUR EN SYSTEMEN

ONDERWERP 9: PROFESSIONELE OMGEVING

ONDERWERP 10: UITZONDERLIJKE EN NOODSITUATIES

ONDERWERP 1: INLEIDING TOT DE OPLEIDING

THEMA INTR 1 – BEHEER VAN DE CURSUS

Subthema INTR 1.1 – Inleiding tot de cursus

Subthema INTR 1.2 – Administratie

Subthema INTR 1.3 – Studiemateriaal en opleidingsdocumentatie

THEMA INTR 2 – INLEIDING TOT DE CURSUS AER

Subthema INTR 2.1 – Inhoud en organisatie van de cursus

Subthema INTR 2.2 – Opleidingsethos

Subthema INTR 2.3 – Beoordelingsprocedure

ONDERWERP 2: LUCHTVAARTRECHT

THEMA LAW 1 – BEWIJS VAN BEVOEGDHEID FISO

Subthema LAW 1.1 – Rechten en voorwaarden

THEMA LAW 2 – REGELS EN REGLEMENTEN

Subthema LAW 2.1 – Verslagen

Subthema LAW 2.2 – Luchtruim

THEMA LAW 3 – VEILIGHEIDSMANAGEMENT VAN DE LUCHTVERKEERSDIENSTVERLENER

Subthema LAW 3.1 – Feedbackprocedure

Subthema LAW 3.2 – Veiligheidsonderzoek

ONDERWERP 3: LUCHTVERKEERSBEHEER

THEMA ATM 1 – DIENSTVERLENING

Subthema ATM 1.1 – Vluchtinformatiedienst (FIS)

Subthema ATM 1.2 – Alarmeringsdienst (ALRS)

THEMA ATM 2 – COMMUNICATIE

Subthema ATM 2.1 – Effectieve communicatie

THEMA ATM 3 – VERKEERSKLARINGEN

Subthema ATM 3.1 – Verkeersklaringen doorgeven

THEMA ATM 4 – COÖRDINATIE

Subthema ATM 4.1 – Noodzaak tot coördinatie

Subthema ATM 4.2 – Coördinatie-instrumenten en -methoden

Subthema ATM 4.3 – Coördinatieprocedures

THEMA ATM 5 – HOOGTEMETING EN NIVEAUTOEWIJZING

Subthema ATM 5.1 – Hoogtemeting

Subthema ATM 5.2 – Hoogtemarge boven obstakels

THEMA ATM 6 – AIRBORNE COLLISION AVOIDANCE SYSTEMS

Subthema ATM 6.1 – Airborne collision avoidance systems

THEMA ATM 7 – OPERATIONELE OMGEVING (GESIMULEERD)

Subthema ATM 7.1 – Integriteit van de operationele omgeving

Subthema ATM 7.2 – Verificatie van de geldigheid van de operationele procedures

Subthema ATM 7.3 – Overdracht-overname

THEMA ATM 8 – VERLENING VAN VLUCHTINFORMATIE

Subthema ATM 8.1 – Verantwoordelijkheid en verwerking van informatie

Subthema ATM 8.2 – Verkeersafhandeling

ONDERWERP 4: METEOROLOGIE

THEMA MET 1 – METEOROLOGISCHE VERSCHIJNSELEN

Subthema MET 1.1 – Meteorologische verschijnselen

THEMA MET 2 – BRONNEN VAN METEOROLOGISCHE GEGEVENS

Subthema MET 2.1 – Bronnen van meteorologische gegevens

ONDERWERP 5: NAVIGATIE

THEMA NAV 1 – KAARTEN EN LUCHTVAARTKAARTEN

Subthema NAV 1.1 – Kaarten en luchtvaartkaarten

THEMA NAV 2 – INSTRUMENTNAVIGATIE

Subthema NAV 2.1 – Navigatiesystemen

Subthema NAV 2.2 – Navigatie assistentie

ONDERWERP 6: LUCHTVAARTUIGEN

THEMA ACFT 1 – LUCHTVAARTUIGINSTRUMENTEN

Subthema ACFT 1.1 – Luchtvaartuiginstrumenten

THEMA ACFT 2 – CATEGORIEËN LUCHTVAARTUIGEN

Subthema ACFT 2.1 – Zogturbulentie

THEMA ACFT 3 – FACTOREN DIE VAN INVLOED ZIJN OP DE PRESTATIES VAN LUCHTVAARTUIGEN

Subthema ACFT 3.1 – Factoren tijdens het klimmen

Subthema ACFT 3.2 – Factoren tijdens de kruisvlucht

Subthema ACFT 3.3 – Dalingsfactoren

Subthema ACFT 3.4 – Economische factoren

Subthema ACFT 3.5 – Omgevingsfactoren

THEMA ACFT 4 – LUCHTVAARTUIGGEGEVENS

Subthema ACFT 4.1 – Prestatiegegevens

ONDERWERP 7: MENSELIJKE FACTOREN

THEMA HUM 1 – INFORMATIEVERWERKING

Subthema HUM 1.1 – Cognitie en factoren die daarop van invloed zijn

Subthema HUM 1.2 – Situationeel bewustzijn

Subthema HUM 1.3 – Het nemen van beslissingen

THEMA HUMB 2 – FACTOREN DIE VAN INVLOED ZIJN OP GEZONDHEID EN WELZIJN

Subthema HUM 2.1 – Vermoeidheid

Subthema HUM 2.2 – Stress

THEMA HUMB 3 – TEAMWERK

Subthema HUM 3.1 – Voordelen van teamwerk

Subthema HUM 3.2 – Conflictbeheer

THEMA HUMB 4 – SYSTEEM

Subthema HUM 4.1 – Concept van systemen in ATM/ANS

THEMA HUMB 5 – COMMUNICATIE

Subthema HUM 5.1 – Effectieve communicatie

Subthema HUM 5.2 – Effectieve feedback

ONDERWERP 8: APPARATUUR EN SYSTEMEN

THEMA EQPS 1 – MONDELINGE COMMUNICATIE

Subthema EQPS 1.1 – Radiocommunicatie

Subthema EQPS 1.2 – Andere mondelinge communicatie

THEMA EQPS 2 – AUTOMATISERING VAN LUCHTVERKEERSDIENSTVERLENING

Subthema EQPS 2.1 – Vast telecommunicatienetwerk voor de luchtvaart (Aeronautical fixed telecommunication network, AFTN)

Subthema EQPS 2.2 – Automatische gegevensuitwisseling

THEMA EQPS 3 – WERKPLEK VAN DE VLUCHTINFORMATIEVERSTREKKER

Subthema EQPS 3.1 – Werking en monitoring van apparatuur

Subthema EQPS 3.2 – Situatiebeeldschermen en informatiesystemen

Subthema EQPS 3.3 – Systemen voor vluchtgegevens

THEMA EQPS 4 – BEPERKINGEN EN VERSLECHTERING VAN APPARATUUR EN SYSTEMEN

Subthema EQPS 4.1 – Reactie op beperkingen

Subthema EQPS 4.2 – Verslechtering van communicatieapparatuur

ONDERWERP 9: PROFESSIONELE OMGEVING

THEMA PEN 1 – VERTROUWDMAKING

Subthema PEN 1.1 – Studiebezoek aan een algemeen luchtverkeersleidingscentrum

THEMA PEN 2 – LUCHTRUIMGEBRUIKERS

Subthema PEN 2.1 – Bijdragers tot civiele activiteiten op het gebied van luchtverkeersdiensten

Subthema PEN 2.2 – Bijdragers tot militaire activiteiten op het gebied van luchtverkeersdiensten

THEMA PEN 3 – KLANTENBETREKKINGEN

Subthema PEN 3.1 – Dienstverlening en gebruikersbehoeften

THEMA PEN 4 – MILIEUBESCHERMING

Subthema PEN 4.1 – Milieubescherming

ONDERWERP 10: UITZONDERLIJKE EN NOODSITUATIES

THEMA ABES 1 – ABNORMALE EN NOODSITUATIES (ABES)

Subthema ABES 1.1 – Overzicht van ABES

THEMA ABES 2 – VERBETERING VAN VAARDIGHEDEN

Subthema ABES 2.1 – Effectieve communicatie

Subthema ABES 2.2 – Vermijden van geestelijke overbelasting

Subthema ABES 2.3 – Lucht/grond-samenwerking

THEMA ABES 3 – PROCEDURES VOOR ABNORMALE EN NOODSITUATIES

Subthema ABES 3.1 – Toepassing van ABES-procedures

Subthema ABES 3.2 – Radio-uitval

Subthema ABES 3.3 – Wederrechtelijke daden en bomdreigingen tegen luchtvaartuigen

Subthema ABES 3.4 – Afgedwaalde of niet-geïdentificeerde luchtvaartuigen

Subthema ABES 3.5 – Uitwijken

Subthema ABES 3.6 – Transponder-uitval

Subthema ABES 3.7 – Onderschepping van burgerluchtvaartuigen

BIJLAGE II, BEHORENDE BIJ ARTIKEL I, ONDERDEEL N

Bijlage 9. als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers

Algemeen

  • (a) De beoordeling van de taalvaardigheid wordt zo ontworpen dat deze de taken weerspiegelt die door de aanvrager worden uitgevoerd, maar met specifieke aandacht voor taal in plaats van operationele procedures en kennis.

  • (b) De beoordeling bepaalt het vermogen van de kandidaat om effectief te communiceren met behulp van visuele en niet-visuele communicatie in zowel routinematige als niet-routinematige situaties.

Beoordeling

  • (a) De beoordeling omvat de volgende drie elementen:

    • 1) luisteren – beoordeling van begrip;

    • 2) spreken – beoordeling van uitspraak, vloeiendheid, structuur en woordenschat;

    • 3) interactie.

  • (b) De overstap tussen fraseologie en gewone taal wordt beoordeeld op luister- en spreekvaardigheid.

  • (c) Wanneer de beoordeling niet in een face-to-face situatie wordt uitgevoerd, wordt er gebruik gemaakt van passende technologieën voor de beoordeling van de capaciteiten van de kandidaat op het gebied van luisteren en spreken, en voor het mogelijk maken van interacties.

  • (d) Ongeacht de manier waarop de beoordeling wordt georganiseerd, wordt voldaan aan de vereisten genoemd onder (a) en (b), evenals aan de relevante bepalingen voor taalvaardigheidsbeoordelaars.

Taalvaardigheidsbeoordelaars

  • (a) Personen die verantwoordelijk zijn voor de beoordeling van de taalvaardigheid:

    • 1) zijn naar behoren opgeleid en gekwalificeerd;

    • 2) zijn luchtvaartspecialisten (bijvoorbeeld huidige of voormalige bediener van een luchtvaartstation of vluchtinformatieverstrekker) of taalspecialisten met een aanvullende luchtvaartgerelateerde opleiding. De voorkeursaanpak voor een beoordeling is het vormen van een team bestaande uit een operationeel expert en een taalexpert;

    • 3) volgen regelmatig een herhalingsopleiding over taalbeoordelingsvaardigheden;

    • 4) zijn opgeleid in de vereisten die specifiek zijn voor de taalvaardigheidsbeoordeling, en in de beoordelings- en gesprekstechnieken.

  • (b) Taalvaardigheidsbeoordelaars voeren geen taalvaardigheidsbeoordelingen uit wanneer hun objectiviteit hierdoor in het gedrang kan komen.

Criteria voor het accepteren van de taalbeoordelingsinstantie.

  • (a) Een taalbeoordelingsinstantie verstrekt duidelijke informatie over haar organisatie en haar relaties met andere organisaties.

  • (b) De taalbeoordelingsinstantie heeft een voldoende aantal gekwalificeerde gesprekspartners en taalvaardigheidsbeoordelaars in dienst om de vereiste toetsen af te nemen.

  • (c) De taalbeoordelingsinstantie stelt een handboek op dat ten minste het volgende moet omvatten:

    • 1) beoordelingsdoelstellingen;

    • 2) beoordelingslay-out, tijdschema, gebruikte technologieën, beoordelingsvoorbeelden, stemvoorbeelden;

    • 3) beoordelingscriteria en -normen;

    • 4) documentatie die de validiteit, relevantie en betrouwbaarheid van de beoordeling aantoont;

    • 5) beoordelingsprocedures en verantwoordelijkheden, zoals:

      • voorbereiding van de individuele beoordeling;

      • administratie: locatie(s), identiteitscontrole en surveillance, beoordelingsdiscipline, vertrouwelijkheid/beveiliging; en

      • het bewaren van documenten en dossiers.

TOELICHTING

Algemeen deel

Inleiding

Deze regeling strekt tot wijziging van de Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatie-verstrekkers (Rohvblv) in verband met enkele aanpassingen ten aanzien van de opleidingen voor bedieners van luchtvaartstations (ASO’s) en vluchtinformatieverstrekkers (FISO’s).

Bij beide functies gaat het om het verschaffen van informatie aan lucht(haven)verkeer. FISO’s geven advies en informatie en verlenen alarmeringsdiensten aan lucht- of grondverkeer. ASO’s mogen afhankelijk van hun bevoegdheid informatie aan luchtverkeer verstrekken. Een ASO met de bevoegdheid ‘luchthaveninformatieverstrekker’ mag informatie geven over de windrichting en windsterkte, taxiprocedures of parkeerplaatsen voor luchtvaartuigen.

FISO’s en ASO’s zijn werkzaam op nationale en regionale luchthavens. Tevens zijn FISO’s ook werkzaam in het lagere luchtruim binnen het gehele vluchtinformatiegebied Amsterdam. ASO’s en FISO’s zijn in dienst van Luchtverkeersleiding Nederland of de luchthavenexploitant.

De huidige regels in de Rohvblv met betrekking tot ASO’s en FISO’s zijn op 1 januari 2018 in werking getreden (Stcrt. 2017, 69883). In 2021 heeft de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) in samenwerking met Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) aangevangen met een evaluatie van deze regels. Uit deze evaluatie is gebleken dat de huidige regels voor ASO en FISO in de Rohvblv en het daarboven liggende Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart (Bbvb) op punten niet meer volledig aansluiten bij de praktijk waardoor belanghebbenden – LVNL, de Nederlandse Vereniging van Luchthavens, en de houders van een ASO- of FISO-bewijs van bevoegdheid – hinder ondervinden bij de toepassing ervan.

Deze punten betreffen in de Rohvblv:

  • het ontbreken van een termijn tussen het afronden van de opleiding voor een bevoegdverklaring en starten van de opleiding voor de eenheid;

  • enkele onduidelijke eisen met betrekking tot de praktijkbeoordeling;

  • het ontbreken van de mogelijkheid om een simulator in te zetten;

  • onduidelijke eisen voor het beoordelen van de taalvaardigheid;

  • de opleidingseisen voor de bevoegdverklaring AER1 voor het FISO; en

  • het verduidelijken van de aanvang van de geldigheidsduur voor de taalvaardigheidsaantekening bij eerste afgifte, verlenging en vernieuwing.

Met de onderhavige regeling worden de hiertoe noodzakelijke wijzigingen in de Rohvblv aangebracht. In de artikelsgewijze toelichting worden deze nader uitgelegd.

De verbeterpunten in het Bbvb zien op:

  • de bevoegdverklaring Clearance Delivery die niet aansluit bij de uitvoering in de praktijk;

  • het ontbreken van de mogelijkheid daartoe aangeduide simulatorinstructeurs (STDI) in te zetten voor de ASO-opleiding;

  • onduidelijkheid over of de mogelijkheid om op basis van een ‘hoger’ bewijs van bevoegdheid een ‘lager’ bewijs af te geven ook geldt voor een bijgeschreven bevoegdverklaring en/of aantekening.

Het Bbvb wordt separaat aangepast. In de nota van toelichting bij het wijzigingsbesluit zal uitgebreid op deze verbeterpunten en de daarbij behorende wijzigingen worden ingegaan.

Betrokkenheid bestuurscolleges Bonaire Sint-Eustatius en Saba

Op grond van artikel 209, eerste lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, moet de bestuurscolleges van Bonaire, Sint Eustatius en Saba om advies worden gevraagd bij ontwerpen van ministeriële regeling waarbij van de openbare lichamen regeling of bestuur wordt gevorderd of wanneer in betekende mate wijziging wordt gebracht in de taken en bevoegdheden van het eilandsbestuur. Artikel 209, derde lid, vereist betrokkenheid van de bestuurscolleges bij ingrijpende beleidsvoornemens of wanneer er ingrijpend wordt afgeweken van de regelgeving in Europees Nederland. Met onderhavige wijzigingen is van het voorgaande geen sprake.

De Rohvblv is ook van toepassing op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De wijzigingen van deze regeling zijn echter van technische aard; er is derhalve geen sprake van ingrijpende beleidsvoornemens of ingrijpende afwijking van de Europees-Nederlandse regelgeving. De openbare lichamen zullen worden geïnformeerd over de onderhavige wijzigingen.

Toezicht en handhaving

De onderhavige wijzigingen zijn voor een Handhaafbaarheid, Uitvoerbaarheid en Fraudebestendigheidtoets (HUF-toets) aan de ILT voorgelegd. De ILT acht het voorstel uitvoerbaar, fraudebestendig en handhaafbaar en het heeft geen gevolgen voor de inzet van de inspectie.

Regeldruk

De onderhavige wijzigingen brengen geen nieuwe administratieve lasten en nalevingskosten met zich mee. De wijzigingen zien technisch van aard en behelzen verduidelijkingen en actualiseringen van de bestaande eisen.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

Internetconsultatie

De ontwerpregeling is aangeboden voor internetconsultatie. De internetconsultatie heeft geleid tot één reactie met betrekking tot de regeling. Deze reactie heeft geen aanleiding gegeven tot aanpassing van de regeling.

MKB-toets

Er is geen MKB-toets uitgevoerd voor deze regeling. De reden hiervoor is dat de onderhavige wijzigingen geen gevolgen hebben voor werkbaarheid en uitvoerbaarheid in de praktijk voor het MKB.

Inwerkingtreding

De regeling treedt op in werking op het tijdstip waarop het Besluit aanpassingen eisen voor ASO’s en FISO’s in werking treedt. De reden hiervoor is dat zoals in het algemeen deel van de toelichting is uitgelegd de wijzingen in deze regeling samenhangen met de wijzigingen in dat besluit.

Indien hiermee van de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn wordt afgeweken, is de grond hiervoor AR 4.17, vijfde lid, onderdeel a. Hiermee wordt namelijk voorkomen dat de bestaande onduidelijkheden, met name waar het gaat om de taalvaardigheidseisen, langer blijven voortduren.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

Onderdeel A (artikel 3)

Het is wenselijk dat na het voltooien van de basisopleiding en de opleiding voor een bevoegdverklaring er binnen redelijke termijn wordt begonnen met de opleiding voor de eenheid, om kenniserosie te voorkomen. Het nieuwe derde lid stelt hiervoor nu een termijn van 1 jaar. Indien deze termijn niet gehaald wordt zal de opleidingsinstantie moeten beoordelen of de aanvrager nog beschikt over de gewenste kennis en vaardigheden. Onderdelen die onvoldoende scoren zullen nader getraind moeten worden voordat aan de opleiding voor de eenheid kan worden begonnen.

Het nieuwe vierde lid heeft eenzelfde doel voor houders van een bevoegdverklaring waarvan de rechten meer dan vier jaar niet zijn uitgeoefend. In dat geval is de aantekening betreffende de eenheid verlopen en zal ook in dit geval beoordeeld moeten worden of de houder van de bevoegdverklaring nog de vereiste kennis en vaardigheden bezit om de opleiding voor de eenheid aan te vangen.

Een nieuw tiende lid wordt toegevoegd met hierin de minimale vereisten voor het beoordelen van de praktische vaardigheden tijdens de opleiding op de werkplek. Door het ontbreken hiervan was het niet duidelijk op welke wijze en wanneer er een beoordeling van de praktische vaardigheden plaats moet vinden. In de praktijk kan een opleidingsinstelling er voor kiezen om gedurende de opleiding meerdere beoordelingssessies te houden, verspreid over de opleidingsperiode. Voor de afgifte van een eenheidsaantekening is het nu vereist dat er altijd aan het eind van de opleiding een beoordeling plaatsvindt onder normale operationele omstandigheden, dus niet tijdens momenten van extreem laag of hoog verkeersaanbod.

Het nieuwe elfde lid geeft de mogelijkheid om procedures te beoordelen op een simulator, indien deze niet tijdens de in het tiende lid genoemde beoordeling plaatsvinden. Hierbij valt dan te denken aan noodsituaties, die wel in de opleiding getraind worden, maar in de praktijk niet vaak voorkomen.

Onderdeel B (artikel 3a)

In de praktijk is het vaak niet duidelijk wat tijdens een beoordeling van de taalvaardigheid moet worden aangetoond. De Internationale Burgerluchtvaart Organisatie (ICAO) heeft hiervoor Document 9835 en Document 9379 uitgebracht waarmee invulling wordt gegeven aan de vereisten die Bijlage 1 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart2 stelt. In het nieuwe artikel 3a is beschreven aan welke eisen voldaan moet worden. Belangrijk element hierin is dat er accuraat en duidelijk gecommuniceerd wordt over algemene, concrete en werk gerelateerde onderwerpen. De taalvaardigheidsbeoordeling zal dus afgestemd moeten zijn op de werkplek van de aanvrager. Een aanvrager die al beschikt over een geldige aantekening betreffende de taalvaardigheid voor een andersoortig bewijs van bevoegdheid (behoudens de met het Besluit aanpassingen eisen voor ASO’s en FISO’s in artikel 18 en 18a geïntroduceerde uitzonderingen) zal dus beoordeeld moeten worden in die nieuwe werkomgeving.

Onderdeel C (artikel 4)

In artikel 4 worden twee nieuwe leden toegevoegd waarmee een uiterste termijn wordt gesteld tussen het moment waarop het assessment voor de eenheidsaantekening is afgenomen en de aanvraag voor eerste afgifte van het ASO of FISO wordt gedaan, als ook de uiterste termijn waarop de geldigheid van een eenheidsaantekening in gaat bij eerste afgifte of vernieuwing.

Het achtste lid vereist dat indien een eenheidsaantekening is verlopen, de opleiding voor de eenheidsaantekening opnieuw moet worden doorlopen. Met de onderhavige wijziging wordt de mogelijkheid geboden om deze opleiding aan te passen waarbij rekening kan worden gehouden met de bevoegdverklaring(en) en ervaring van de houder. Het aangepaste opleidingenplan dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de minister overeenkomstig artikel 5, 10 en 15 van de regeling.

Onderdeel D (artikel 4a)

Een nieuw artikel 4a wordt ingebracht om de onduidelijkheid weg te nemen over het begin van de geldigheidsduur van de taalvaardigheidsaantekening.

Onderdeel E (artikel 7)

In artikel 7, onderdeel a, subonderdeel 3, wordt de bevoegdverklaring CLD vervangen door GCO. De bevoegdverklaring Clearance Delivery (CLD), die op het ASO van een verkeersleidingsassistent kon worden bijgeschreven, bepaalde dat de betreffende taken onder verantwoordelijkheid van een luchtverkeersleider worden uitgevoerd, terwijl dit in de praktijk slechts een specifieke taak betreft die de verkeersleidingsassistent op de toren uitoefent. Om die reden is besloten in het Bbvb een nieuwe algemene bevoegdverklaring Ground Communications Officer (GCO) in te stellen waarop ten minste één aantekening moet worden bijgeschreven. De verschillende taken zijn nu ondergebracht in twee nieuwe aantekeningen waarbij de bevoegdheden van de aantekening Clearance Delivery (CLD) zelfstandig door de verkeersleidingsassistent mogen worden uitgevoerd en die van de Ground Movement Service (GMS) enkel en alleen onder verantwoordelijkheid van een luchtverkeersleider. Door deze wijziging worden de verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van de taken van assistent en luchtverkeersleider duidelijker belegd.

Onderdeel F (artikel 9)

In artikel 9 wordt het aspect conversiecursus ingebracht als onderdeel van de voortgezette opleiding voor een ASO. Dit is met name specifiek bedoeld voor de LVNL-verkeersleidingsassistent die de luchtverkeersleider op de toren ondersteunt bij het verstrekken van luchtverkeersdienstverlening. Bij wijzigingen in de operationele omgeving stelt de Europese regelgeving dat als uit een veiligheidsbeoordeling blijkt dat er nieuwe kennis en vaardigheden benodigd zijn om in de gewijzigde operationele omgeving de nieuwe taken te kunnen uitvoeren, de luchtverkeersleider hiervoor met goed gevolg een conversiecursus moet doorlopen voordat de wijziging mag worden doorgevoerd. De verkeersleidingsassistent, in het bezit van een ASO, is onderdeel van die operationele omgeving waardoor het een veiligheidsvereiste is dat ook hij een conversiecursus met goed gevolg doorloopt alvorens de wijziging in de operationele omgeving mag worden doorgevoerd.

Een conversiecursus kan zowel methoden van examinering als van beoordeling bevatten, hetzij één van deze twee methoden, afhankelijk van de gekozen opzet van de cursus.

Onderdeel G (artikel 12)

In artikel 12 wordt RAD vervangen door SUR. RAD staat voor radar, één van de installaties die gebruikt kunnen worden voor surveillance. Er zijn echter ook andere technische installaties die tegenwoordig steeds vaker worden ingezet voor surveillance taken. Om die reden wordt RAD vervangen door SUR (surveillance). De bevoegdheden zoals genoemd in artikel 18a, tweede lid, van het Bbvb, blijven ongewijzigd.

Onderdeel H (artikel 22)

Bij het opstellen van deze regeling in 2018 is in de regeling opgenomen dat de reeds gecertificeerde taalvaardigheidsbeoordelingsinstanties voor vliegbewijzen kunnen worden uitgebreid met de taalvaardigheidsbeoordeling voor ASO en FISO waarbij voldaan moest worden aan de eisen die de Verordening (EU) 2015/340 stelde voor dergelijke instanties.

Nu gebleken is dat van deze mogelijkheid geen gebruik is gemaakt en ook de verwijzing naar de EU-verordening voor verwarring zorgde omdat men hierdoor soms dacht dat een aantekening betreffende de taalvaardigheid voor ATCO behaald moest worden, is besloten dit artikel te wijzigen. Deze wijziging hangt samen met het nieuwe artikel 3a dat aangeeft wat de aanvrager voor een taalvaardigheidsaantekening bij de beoordeling van de taalvaardigheid moet aantonen. De taalvaardigheidsbeoordelingsinstantie moet daarom nu aantonen dat deze beschikt over een transparante en objectieve procedure ter beoordeling van de in artikel 3a gestelde eisen. Tevens zijn er in de nieuwe bijlage 9 eisen opgesteld waaraan de beoordeling, de beoordelaars en de taalvaardigheidsbeoordelingsinstantie moet voldoen om goedkeuring van Onze Minister te krijgen.

Onderdeel I (artikel 25)

Bij wijziging van het Besluit wordt ook de aantekening STDI (Synthetic Training Device Instructor endorsement) mogelijk voor een houder van een ASO. Artikel 25 wordt met de onderhavige wijziging hierop aangepast.

Onderdeel J (artikel 27)

Met deze wijziging wordt artikel 27 in overeenstemming gebracht met artikel 26, waarmee de opleidingsinstantie ook voor de aanvraag van een STDI aantekening een verzoek kan doen om de vereiste ervaringseis voor het mogen uitvoeren van de STDI privileges in te korten tot niet minder dan een jaar.

Onderdeel K (artikel 30)

In samenhang met de nieuw opgenomen mogelijkheid van het kunnen uitbreiden van een ASO met de aantekening STDI in artikel 25 wordt dit artikel overeenkomstig gewijzigd.

Onderdeel L (Bijlage 4)

Bijlage 4 wordt op enkele aspecten tekstueel gecorrigeerd, waaronder het wijzigen van CLD in GCO naar aanleiding van de wijziging van artikel 7.

Onderdeel M (Bijlage 8)

In overleg met LVNL, de opleidingsinstantie voor het FISO met bevoegdverklaring AER, is bijlage 8 op detail herzien en geactualiseerd.

Onderdeel N (Bijlage 9)

Dit betreft een nieuwe bijlage waarin de eisen zijn opgenomen waaraan de beoordeling, de beoordelaars en de taalvaardigheidsbeoordelingsinstantie moeten voldoen.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, R. Tieman


X Noot
1

Staat voor ‘area’: de bevoegdheid tot het verstrekken van advies en inlichtingen aan luchtverkeer dan wel tot het verstrekken van alarmeringen (zie artikel 18, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart).

X Noot
2

De op grond van het op 7 december 1944 te Chicago gesloten Verdrag inzake de Burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie vastgestelde Bijlage 1 betreffende personnel licensing.

Naar boven