Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2025, 43982 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | Staatscourant 2025, 43982 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
Gelet op artikel Ib van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer;
Besluit:
De Regeling specifieke uitkering Informatiepunten Digitale Overheid wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voorafgaand aan de intrekking van de regeling zijn verstrekt.
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2025, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2026.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum
Deze regeling strekt ertoe de Regeling specifieke uitkering Informatiepunten Digitale Overheid in te trekken. Deze intrekking houdt verband met het kabinetsbesluit van 4 april 2025 om de betreffende specifieke uitkering om te zetten in een decentralisatie-uitkering.
Vanaf 2023 zijn gemeenten de regie op de Informatiepunten Digitale Overheid1 (hierna: IDO’s) gaan voeren. Op grond van de op 1 januari 2023 in werking getreden Regeling specifieke uitkering Digitale Overheid2 (hierna: regeling) ontvangen zij daartoe jaarlijks een specifieke uitkering. In de bijlage bij de regeling is opgenomen welk bedrag elke gemeente ontvangt.3 Verder is in de regeling bepaald dat de specifieke uitkering besteed moet worden aan:
• Het financieren van de lokale bibliotheek voor de instandhouding van de IDO’s;
• De promotie van de IDO’s bij de inwoners;
• Het voeren van regie over het netwerk van relevante organisaties voor de IDO’s.
Op 15 mei 2024 is het Hoofdlijnenakkoord tussen de fracties PVV, VVD, NSC en BBB gepresenteerd. In dit akkoord is als maatregel opgenomen dat alle specifieke uitkeringen – met uitzondering van de BUIG – worden overgeheveld naar het provincie- of gemeentefonds met een budgetkorting van 10%.4 In het regeerprogramma van het kabinet Schoof is vervolgens opgenomen dat de reeds bestaande specifieke uitkeringen vanaf 2026 moeten zijn omgezet in fondsuitkeringen. Het voortzetten of het instellen van nieuwe specifieke uitkeringen is volgens het Regeerprogramma slechts mogelijk op basis van een kabinetsbesluit.5
Na het verschijnen van het Hoofdlijnenakkoord en Regeerprogramma is het kabinet aan de slag gegaan om af te wegen welke specifieke uitkeringen naar de fondsen konden worden omgezet en welke niet. Op 4 april 2025 heeft hierover besluitvorming in de ministerraad plaatsgevonden. Bij brief van 21 mei 2025 heeft de toenmalig Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Tweede Kamer over dit kabinetsbesluit geïnformeerd.6 Met betrekking tot de specifieke uitkering Informatiepunten Digitale Overheid heeft het kabinet besloten dat de specifieke uitkering met ingang van 2026 als decentralisatie-uitkering uit het gemeentefonds wordt verstrekt.7 Dit betekent dat de middelen ten behoeve van de IDO’s vanaf 2026 niet meer geoormerkt zijn, maar toekomen aan de algemene middelen van gemeenten.8 De overheveling is in eerste instantie – conform het Hoofdlijnenakkoord – gepaard gegaan met een budgetkorting van 10%. Op 3 juli 2025 heeft de Tweede Kamer echter de gewijzigde motie van het lid Kathmann aangenomen. In deze motie werd de regering verzocht om structureel extra middelen aan gemeenten beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de IDO’s en deze middelen te dekken uit de vrij te besteden middelen ten behoeve van betere overheidsdienstverlening.9 Bij brief van 28 augustus 2025 heeft de Staatssecretaris van BZK aangegeven dat de dekking zoals die in de motie was opgenomen niet mogelijk is en dat daarom gezocht zal worden naar andere mogelijkheden om de budgetkorting van 10% te dekken.10 Op 24 september 2025 heeft de Staatssecretaris aan de Tweede Kamer toegezegd dat de inzet is om de 10% budgetkorting bij de eerstvolgende suppletoire begroting van 2026 te dekken.11 Op 29 september 2025 heeft de Staatssecretaris deze toezegging herhaald.12 Vervolgens heeft de Tweede Kamer op 2 oktober 2025 een motie van de leden Kathmann en Vermeer aangenomen waarin werd overwogen dat door de opheffing van de specifieke uitkering voor IDO’s de rol van bibliotheken overgeheveld dreigt te worden naar de overheid. Daarom wordt in de motie verzocht de regiefunctie van bibliotheken in het aansturen van de IDO’s te behouden.13 Hoewel deze motie kan worden geïnterpreteerd als een uiting van zorg van de Tweede Kamer dat de dienstverlening zoals die geboden wordt door IDO’s door de gewijzigde financiering zal verminderen, is op voorhand niet gezegd dat dit risico zich zal verwezenlijken. Ook de decentralisatie-uitkering, waarvoor nu middelen zijn opgenomen in de begroting van het gemeentefonds, kan door gemeenten worden aangewend om de dienstverlening door bibliotheken te continueren.
Op dit moment volgt uit het kabinetsbesluit evenwel dat er vanaf 2026 geen specifieke uitkering voor de IDO’s meer wordt verstrekt. Nu de uitkering vanaf 2026 als decentralisatie-uitkering wordt verstrekt dient de Regeling specifieke uitkering Informatiepunten Digitale Overheid met ingang van 1 januari 2026 te worden ingetrokken. Met onderhavige regeling wordt dit geregeld. Een daadwerkelijke heroverweging van de keuze voor een decentralisatie-uitkering op dit onderwerp zal in overleg met de fondsbeheerders en na besluitvorming in het kabinet kunnen plaatsvinden.
In het proces voorafgaand aan het kabinetsbesluit om de specifieke uitkering Informatiepunten Digitale Overheid naar een decentralisatie-uitkering om te zetten is aan verschillende relevante organisaties om inbreng gevraagd. Het gaat hier onder andere om de bibliotheeksector (vertegenwoordigd door de Koninklijke Bibliotheek en de Vereniging van Openbare Bibliotheken) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG). Ook voor de Beleidsvisie Persoonlijk en Dichtbij, waarin eveneens op de IDO’s wordt ingegaan, is om inbreng van de VNG, landelijke uitvoeringsorganisaties, de bibliotheeksector en andere relevante samenwerkingspartners gevraagd.
Gelet op het feit dat dat het kabinetsbesluit om de specifieke uitkering naar een decentralisatie-uitkering om te zetten reeds genomen is, is voor deze intrekkingsregeling geen formele consultatieronde gehouden.
Omdat er vanaf 2026 geen specifieke uitkering ten behoeve van de IDO’s meer wordt verstrekt, dient onderhavige intrekkingsregeling met ingang van 1 januari 2026 in werking te treden. Daarmee wordt afgeweken van de minimuminvoeringstermijn van drie maanden die gebruikelijk is voor regelgeving die medeoverheden raakt.14 Ook is geregeld dat indien de regeling onverhoopt later dan 31 december 2025 in de Staatscourant wordt gepubliceerd, de regeling terugwerkt tot en met 1 januari 2026. Dit is echter niet bezwaarlijk, omdat gemeenten reeds in de Septembercirculaire gemeentefonds 2025 zijn geïnformeerd over de omzetting van de specifieke uitkering naar een decentralisatie-uitkering.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van Marum
Het Informatiepunt Digitale Overheid (hierna: IDO) is een fysieke plek waar mensen terecht kunnen voor informatie of hulp bij hun digitale verkeer met de overheid. Ook kunnen burgers bij het IDO terecht voor algemene vragen over bijvoorbeeld overheidsvoorzieningen en de digitale samenleving. Verder kunnen burgers – indien nodig – worden doorverwezen naar de relevante overheidsorganisatie, dienstverlener of naar relevante cursussen. Doel van het IDO is dat álle mensen mee kunnen doen in de steeds meer digitaliserende maatschappij en gebruik kunnen maken van digitale dienstverlening.
De hoogte van het bedrag is gebaseerd op het aantal inwoners in de gemeente en het aantal inwoners tussen de 15 en 75 jaar dat ten hoogste vbo of mavo (thans vmbo) heeft afgerond. Het bedrag is eenmalig berekend en ligt daarmee meerjarig vast.
Op grond van art. 13, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet komen decentralisatie-uitkeringen toe aan de algemene middelen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-43982.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.