Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 december 2025, nr. 2025-000239225, houdende de wijziging van bedragen en vaststelling van percentages, bedragen en aantallen voor enkele wetten en regelingen voor 2026 [KetenID WGK028358]

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op artikel 6, eerste lid, van het Besluit beslagvrije voet, artikel 60, derde lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, artikel 2.22, eerste lid, van het Besluit Wfsv, artikel 673, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, artikelen 10b, vierde lid, en 31, vierde lid, van de Participatiewet, artikelen 2, eerste en tweede lid, en 3, eerste en tweede lid, van het Remigratiebesluit, artikel 38f, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen en artikel 8, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

Besluiten:

ARTIKEL I WIJZIGING BEDRAG BOEK 7 BURGERLIJK WETBOEK

In artikel 673, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt ‘€ 98.000,00’ vervangen door ‘€ 102.000,00’.

ARTIKEL II WIJZIGING REGELING BESLAGVRIJE VOET

Bijlage 1, behorende bij artikel 1 van de Regeling beslagvrije voet, wordt vervangen door bijlage 1 bij deze regeling.

ARTIKEL III WIJZIGING REGELING PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ

De Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 9 wordt ‘in het kalenderjaar 2025’ vervangen door ‘in het kalenderjaar 2026’.

B

In artikel 11 komt de tabel te luiden:

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

876,39

8,00%

x ink

 

876,39

1.059,26

8,00%

x ink

- € 20,77

1.059,26

2.175,48

8,00%

x ink

- € 02,67

2.175,48

   

5,02%

X ink

- € 01,68

C

In artikel 12 komt de tabel te luiden:

bij een netto inkomen per maand

bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag

gelijk aan of meer dan

en minder dan

0,00

672,38

8,00%

x ink

 

672,38

726,15

5,14%

x ink

 

726,15

1.733,81

8,00%

x ink

- € 20,77

1.733,81

1.851,75

7,20%

x ink

- € 18,70

1.851,75

   

8,00%

x ink

- € 33,46

D

De onderdelen a tot en met c van artikel 14, eerste lid, komen te luiden:

a. alleenstaande

6,51%

x ink

 

b. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt

6,78%

x ink

 

c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien:

– het inkomen € 1.507,16 of meer bedraagt

6,78%

x ink

- € 20,48

– het inkomen lager is dan € 1.507,16

6,78%

x ink

 

E

In artikel 15b wordt ‘het jaar 2025’ vervangen door ‘het jaar 2026’.

F

Bijlage II, behorende bij artikel 15b van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ, wordt vervangen door bijlage 2 bij deze regeling.

ARTIKEL IV WIJZIGING REGELING WFSV

De Regeling Wfsv wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.35 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan onderdeel d wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma een regel toegevoegd, luidende:

2026: 1.291.070,60.

2. Aan onderdeel f wordt onder vervanging van de punt aan het slot door een puntkomma een regel toegevoegd, luidende:

2026: -253,07.

B

Aan artikel 3.37 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 17. Het quotumpercentage, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2026: 2,58 procent.

  • 18. De berekeningen overeenkomstig de formule in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het zeventiende lid, hebben geleid, zijn als volgt:

ARTIKEL V WIJZIGING REMIGRATIEREGELING

Bijlage 2, behorende bij artikel 5 van de Remigratieregeling, wordt vervangen door bijlage 3 bij deze regeling.

ARTIKEL VI

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L.J. Paul

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.N.J. Nobel

BIJLAGE 1, BEHORENDE BIJ ARTIKEL II VAN DEZE REGELING

Bijlage 1. Behorende bij artikel 1 van de Regeling beslagvrije voet

Land

Woonlandfactor 2026

Afghanistan

0,3

Albanië

0,5

Algerije

0,4

Amerikaans-Samoa

1

Andorra

0,8

Angola

0,4

Antigua en Barbuda

0,9

Argentinië

0,6

Armenië

0,5

Aruba

1

Australië

1

Azerbeidzjan

0,4

Bahama’s

1

Bahrein

0,6

Bangladesh

0,4

Barbados

1

Belarus

0,4

België

1

Belize

0,7

Benin

0,5

Bermuda

1

Bhutan

0,5

Bolivia

0,5

Bonaire

0,7

Bondsrepubliek Duitsland

1

Bosnië-Herzegovina

0,5

Botswana

0,5

Brazilië

0,6

Britse Maagdeneilanden

0,8

Brunei

0,5

Bulgarije

0,6

Burkina Faso

0,4

Burundi

0,3

Cambodja

0,4

Canada

1

Caymaneilanden

1

Centraal-Afrikaanse Republiek

0,5

Chili

0,7

China

0,7

Colombia

0,5

Comoren

0,5

Congo

0,5

Costa Rica

0,8

Cuba

0,7

Curaçao

0,9

Cyprus

0,8

Democratische Republiek Congo

0,5

Denemarken

1

Djibouti

0,7

Dominica

0,7

Dominicaanse Republiek

0,6

Ecuador

0,5

Egypte

0,3

El Salvador

0,6

Equatoriaal-Guinea

0,5

Eritrea

0,5

Estland

0,8

Eswatini

0,4

Ethiopië

0,6

Faeröer

1

Fiji

0,5

Filipijnen

0,5

Finland

1

Frankrijk

1

Frans-Polynesië

0,7

Gabon

0,5

Gambia

0,4

Gazastrook en Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jeruzalem

0,7

Georgië

0,4

Ghana

0,4

Grenada

0,8

Griekenland

0,7

Groenland

1

Guatemala

0,6

Guinee

0,5

Guinee-Bissau

0,5

Guyana

0,5

Haïti

0,7

Honduras

0,6

Hongarije

0,6

Hongkong

0,9

Ierland

1

IJsland

1

India

0,3

Indonesië

0,4

Irak

0,5

Iran

0,4

Israël

1

Italië

0,9

Ivoorkust

0,5

Jamaica

0,8

Japan

0,9

Jemen

0,5

Jordanië

0,6

Kaapverdië

0,6

Kameroen

0,4

Kanaaleilanden

1

Kazachstan

0,5

Kenya

0,4

Kirgizië

0,4

Kiribati

0,8

Koeweit

0,8

Kosovo

0,5

Kroatië

0,6

Laos

0,3

Lesotho

0,4

Letland

0,7

Libanon

0,6

Liberia

0,6

Libië

0,6

Liechtenstein

1

Litouwen

0,7

Luxemburg

1

Macau

0,8

Madagaskar

0,4

Malawi

0,4

Maldiven

0,7

Maleisië

0,4

Mali

0,4

Malta

0,8

Marokko

0,5

Marshalleilanden

1

Mauritanië

0,4

Mauritius

0,5

Mexico

0,7

Micronesia

1

Moldavië

0,5

Monaco

1

Mongolië

0,4

Montenegro

0,5

Mozambique

0,5

Myanmar

0,3

Namibië

0,5

Nauru

1

Nederland

1

Nepal

0,4

Nicaragua

0,4

Nieuw-Caledonië

0,8

Nieuw-Zeeland

1

Niger

0,5

Nigeria

0,4

Noord-Korea

0,5

Noorwegen

1

Oekraïne

0,4

Oezbekistan

0,4

Oman

0,7

Oostenrijk

1

Pakistan

0,3

Palau

1

Panama

0,6

Papoea-Nieuw-Guinea

0,8

Paraguay

0,5

Peru

0,6

Polen

0,6

Portugal

0,8

Puerto Rico

1

Qatar

0,8

Republiek Noord-Macedonië

0,5

Roemenië

0,5

Rusland

0,4

Rwanda

0,4

Saba

0,7

Saint Kitts en Nevis

0,9

Saint Lucia

0,7

Saint Vincent en de Grenadines

0,7

Salomonseilanden

0,9

Samoa

0,8

San Marino

1

São Tomé en Principe

0,6

Saoedi-Arabië

0,7

Senegal

0,5

Servië

0,6

Seychellen

0,7

Sierra Leone

0,3

Singapore

0,8

Sint Eustatius

0,7

Sint Maarten

1

Slovenië

0,8

Slowakije

0,7

Soedan

1

Somalië

0,5

Spanje

0,8

Sri Lanka

0,4

Suriname

0,4

Syrië

0,5

Tadzjikistan

0,3

Taiwan

0,8

Tanzania

0,4

Thailand

0,4

Timor Leste

0,4

Togo

0,4

Tonga

0,6

Trinidad en Tobago

0,7

Tsjaad

0,5

Tsjechië

0,8

Tunesië

0,4

Turkije

0,4

Turkmenistan

0,6

Turks- en Caicoseilanden

1

Tuvalu

1

Uganda

0,4

Uruguay

0,9

Vanuatu

1

Venezuela

0,6

Verenigd Koninkrijk

1

Verenigde Arabische Emiraten

0,8

Verenigde Staten van Amerika

1

Vietnam

0,4

Zambia

0,4

Zimbabwe

0,7

Zuid-Afrika

0,5

Zuid-Korea

0,8

Zuid-Soedan

0,5

Zweden

1

Zwitserland

1

BIJLAGE 2, BEHORENDE BIJ ARTIKEL III, ONDERDEEL F, VAN DEZE REGELING

Bijlage II. Behorende bij artikel 15b van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

CBS-code

Gemeente

ultimo 2026

1680

Aa en Hunze

11

358

Aalsmeer

10

197

Aalten

12

59

Achtkarspelen

15

482

Alblasserdam

12

613

Albrandswaard

22

361

Alkmaar

106

141

Almelo

111

34

Almere

139

484

Alphen aan den Rijn

78

1723

Alphen-Chaam

1

1959

Altena

37

60

Ameland

1

307

Amersfoort

87

362

Amstelveen

40

363

Amsterdam

680

200

Apeldoorn

133

202

Arnhem

271

106

Assen

75

743

Asten

9

744

Baarle-Nassau

3

308

Baarn

6

489

Barendrecht

15

203

Barneveld

20

888

Beek

7

1954

Beekdaelen

17

889

Beesel

9

1945

Berg en Dal

23

1724

Bergeijk

12

893

Bergen (L.)

14

373

Bergen (NH.)

11

748

Bergen op Zoom

57

1859

Berkelland

28

1721

Bernheze

27

753

Best

20

209

Beuningen

16

375

Beverwijk

32

1728

Bladel

20

376

Blaricum

1

377

Bloemendaal

7

1901

Bodegraven-Reeuwijk

13

755

Boekel

11

1681

Borger-Odoorn

23

147

Borne

11

654

Borsele

10

757

Boxtel

59

758

Breda

135

1876

Bronckhorst

22

213

Brummen

14

899

Brunssum

26

312

Bunnik

3

313

Bunschoten

5

214

Buren

15

502

Capelle aan den IJssel

41

383

Castricum

15

109

Coevorden

24

1706

Cranendonck

12

216

Culemborg

23

148

Dalfsen

11

1891

Dantumadiel

10

310

De Bilt

12

1940

De Fryske Marren

15

736

De Ronde Venen

15

1690

De Wolden

8

503

Delft

97

400

Den Helder

78

762

Deurne

29

150

Deventer

148

384

Diemen

16

1980

Dijk en Waard

67

1774

Dinkelland

9

221

Doesburg

10

222

Doetinchem

56

766

Dongen

11

505

Dordrecht

141

498

Drechterland

8

1719

Drimmelen

9

303

Dronten

16

225

Druten

11

226

Duiven

17

1711

Echt-Susteren

21

385

Edam-Volendam

13

228

Ede

90

317

Eemnes

2

1979

Eemsdelta

54

770

Eersel

13

1903

Eijsden-Margraten

20

772

Eindhoven

230

230

Elburg

21

114

Emmen

96

388

Enkhuizen

16

153

Enschede

148

232

Epe

20

233

Ermelo

22

777

Etten-Leur

27

779

Geertruidenberg

19

1771

Geldrop-Mierlo

32

1652

Gemert-Bakel

27

907

Gennep

20

784

Gilze en Rijen

11

1924

Goeree-Overflakkee

24

664

Goes

32

785

Goirle

15

1942

Gooise Meren

14

512

Gorinchem

42

513

Gouda

100

14

Groningen

205

1729

Gulpen-Wittem

4

158

Haaksbergen

14

392

Haarlem

112

394

Haarlemmermeer

58

1655

Halderberge

23

160

Hardenberg

44

243

Harderwijk

34

523

Hardinxveld-Giessendam

11

72

Harlingen

11

244

Hattem

5

396

Heemskerk

27

397

Heemstede

11

246

Heerde

13

74

Heerenveen

20

917

Heerlen

114

1658

Heeze-Leende

6

399

Heiloo

18

163

Hellendoorn

17

794

Helmond

130

531

Hendrik-Ido-Ambacht

12

164

Hengelo

72

1966

Het Hogeland

50

252

Heumen

9

797

Heusden

28

534

Hillegom

17

798

Hilvarenbeek

4

402

Hilversum

39

1963

Hoeksche Waard

32

1735

Hof van Twente

14

1911

Hollands Kroon

27

118

Hoogeveen

55

405

Hoorn

85

1507

Horst aan de Maas

16

321

Houten

19

406

Huizen

16

677

Hulst

21

353

IJsselstein

21

1884

Kaag en Braassem

9

166

Kampen

30

678

Kapelle

7

537

Katwijk

37

928

Kerkrade

51

1598

Koggenland

11

542

Krimpen aan den IJssel

14

1931

Krimpenerwaard

29

1659

Laarbeek

10

1982

Land van Cuijk

97

882

Landgraaf

26

415

Landsmeer

5

1621

Lansingerland

14

417

Laren

2

80

Leeuwarden

97

546

Leiden

127

547

Leiderdorp

19

1916

Leidschendam-Voorburg

44

995

Lelystad

61

1640

Leudal

12

327

Leusden

6

1705

Lingewaard

22

553

Lisse

13

262

Lochem

16

809

Loon op Zand

12

331

Lopik

5

168

Losser

10

263

Maasdriel

20

1641

Maasgouw

9

1991

Maashorst

65

556

Maassluis

23

935

Maastricht

150

420

Medemblik

28

938

Meerssen

12

1948

Meierijstad

91

119

Meppel

27

687

Middelburg

26

1842

Midden-Delfland

8

1731

Midden-Drenthe

20

1952

Midden-Groningen

55

1709

Moerdijk

20

1978

Molenlanden

13

1955

Montferland

31

335

Montfoort

4

944

Mook en Middelaar

4

1740

Neder-Betuwe

14

946

Nederweert

6

356

Nieuwegein

41

569

Nieuwkoop

12

267

Nijkerk

18

268

Nijmegen

220

1930

Nissewaard

49

1970

Noardeast-Fryslân

24

1695

Noord-Beveland

6

1699

Noordenveld

13

171

Noordoostpolder

20

575

Noordwijk

21

820

Nuenen, Gerwen en Nederwetten

13

302

Nunspeet

20

579

Oegstgeest

9

823

Oirschot

9

824

Oisterwijk

19

1895

Oldambt

43

269

Oldebroek

15

173

Oldenzaal

26

1773

Olst-Wijhe

10

175

Ommen

12

1586

Oost Gelre

15

826

Oosterhout

54

85

Ooststellingwerf

14

431

Oostzaan

3

432

Opmeer

7

86

Opsterland

17

828

Oss

183

1509

Oude IJsselstreek

33

437

Ouder-Amstel

3

589

Oudewater

2

1734

Overbetuwe

35

590

Papendrecht

17

1894

Peel en Maas

20

765

Pekela

16

1926

Pijnacker-Nootdorp

19

439

Purmerend

82

273

Putten

11

177

Raalte

17

703

Reimerswaal

12

274

Renkum

28

339

Renswoude

3

1667

Reusel-De Mierden

9

275

Rheden

45

340

Rhenen

7

597

Ridderkerk

22

1742

Rijssen-Holten

17

603

Rijswijk

36

1669

Roerdalen

14

957

Roermond

78

1674

Roosendaal

78

599

Rotterdam

478

277

Rozendaal

1

840

Rucphen

28

441

Schagen

26

279

Scherpenzeel

4

606

Schiedam

57

88

Schiermonnikoog

1

1676

Schouwen-Duiveland

26

518

’s-Gravenhage

354

796

’s-Hertogenbosch

250

965

Simpelveld

6

845

Sint-Michielsgestel

23

1883

Sittard-Geleen

77

610

Sliedrecht

14

1714

Sluis

17

90

Smallingerland

55

342

Soest

14

847

Someren

8

848

Son en Breugel

7

37

Stadskanaal

56

180

Staphorst

8

532

Stede Broec

16

851

Steenbergen

13

1708

Steenwijkerland

29

971

Stein

13

1904

Stichtse Vecht

30

1900

Súdwest-Fryslân

37

715

Terneuzen

73

93

Terschelling

1

448

Texel

13

1525

Teylingen

22

716

Tholen

14

281

Tiel

62

855

Tilburg

199

183

Tubbergen

6

1700

Twenterand

23

1730

Tynaarlo

19

737

Tytsjerksteradiel

14

450

Uitgeest

7

451

Uithoorn

14

184

Urk

6

344

Utrecht

183

1581

Utrechtse Heuvelrug

16

981

Vaals

5

994

Valkenburg aan de Geul

9

858

Valkenswaard

15

47

Veendam

41

345

Veenendaal

44

717

Veere

5

861

Veldhoven

26

453

Velsen

58

983

Venlo

74

984

Venray

41

1961

Vijfheerenlanden

29

622

Vlaardingen

53

96

Vlieland

1

718

Vlissingen

30

986

Voerendaal

4

1992

Voorne aan Zee

30

626

Voorschoten

11

285

Voorst

14

865

Vught

34

1949

Waadhoeke

25

866

Waalre

4

867

Waalwijk

31

627

Waddinxveen

25

289

Wageningen

26

629

Wassenaar

8

852

Waterland

8

988

Weert

44

1960

West Betuwe

27

668

West Maas en Waal

7

1969

Westerkwartier

35

1701

Westerveld

11

293

Westervoort

18

1950

Westerwolde

23

1783

Westland

46

98

Weststellingwerf

15

189

Wierden

7

296

Wijchen

29

1696

Wijdemeren

6

352

Wijk bij Duurstede

10

294

Winterswijk

17

873

Woensdrecht

14

632

Woerden

23

880

Wormerland

9

351

Woudenberg

2

479

Zaanstad

133

297

Zaltbommel

18

473

Zandvoort

7

50

Zeewolde

8

355

Zeist

51

299

Zevenaar

38

637

Zoetermeer

88

638

Zoeterwoude

3

1892

Zuidplas

18

879

Zundert

9

301

Zutphen

77

1896

Zwartewaterland

15

642

Zwijndrecht

30

193

Zwolle

111

BIJLAGE 3, BEHORENDE BIJ ARTIKEL V VAN DEZE REGELING

Bijlage 2. Behorend bij artikel 5 van de Remigratieregeling

Vaststelling bedragen remigratie-uitkering per categorie van bestemmingslanden op basis van de indeling in bijlage 1 van de regeling.

Leefsituatie,

 

Remigratie vóór 1-april-2000

Remigratie op of na 1-april-2000

Geen Zvw

Zvw

Geen Zvw

Zvw

categorie

Geen AOW

AOW

Geen AOW

AOW

Geen AOW

AOW

Geen AOW

AOW

Samenwonend

               
 

A

422,02

422,02

422,02

424,82

602,90

602,90

645,70

649,99

 

B

490,08

490,08

490,08

497,80

700,13

700,13

796,80

807,17

 

C

703,36

703,36

703,36

739,21

1.004,83

1.004,83

1.109,49

1.127,51

 

D

458,77

458,77

458,77

459,95

655,73

655,73

667,67

668,79

 

E

533,08

533,08

490,08

500,78

761,71

761,71

792,33

806,78

 

F

764,94

764,94

768,93

807,69

1.092,99

1.092,99

1.218,24

1.232,08

Frankrijk

G

422,02

422,02

422,02

439,72

602,90

602,90

677,65

706,08

Griekenland

H

422,02

422,02

422,02

426,58

602,90

602,90

672,17

679,43

Italië

I

490,08

490,08

490,08

501,36

700,13

700,13

791,56

807,02

Tsjechië

J

490,08

490,08

490,08

500,41

700,13

700,13

792,49

806,45

Slovenië

K

490,08

490,08

490,08

499,84

700,13

700,13

793,19

806,39

Portugal

L

533,08

533,08

490,08

497,81

761,71

761,71

796,93

807,31

                   

Eén-ouder

                 
 

A

381,18

381,18

381,18

383,71

544,56

544,56

565,96

569,72

 

B

444,70

444,70

444,70

451,71

635,30

635,30

676,56

687,22

 

C

630,75

630,75

630,75

662,90

901,09

901,09

950,59

976,44

 

D

414,68

414,68

414,68

415,37

592,22

592,22

598,07

599,40

 

E

483,70

483,70

444,70

454,41

691,05

691,05

674,51

689,24

 

F

686,08

686,08

686,08

724,11

980,17

980,17

1.043,41

1.067,17

Frankrijk

G

381,18

381,18

381,18

397,17

544,56

544,56

575,93

600,09

Griekenland

H

381,18

381,18

381,18

385,30

544,56

544,56

579,19

585,45

Italië

I

444,70

444,70

444,70

454,93

635,30

635,30

674,16

689,68

Tsjechië

J

444,70

444,70

444,70

454,07

635,30

635,30

675,13

689,36

Slovenië

K

444,70

444,70

444,70

453,56

635,30

635,30

675,56

689,02

Portugal

L

483,70

483,70

444,70

451,72

691,05

691,05

676,62

687,30

                   

Alleenstaand

               
 

A

294,96

294,96

294,96

296,92

421,38

421,38

442,78

445,72

 

B

344,87

344,87

344,87

350,30

492,69

492,69

533,95

542,37

 

C

490,08

490,08

490,08

515,05

700,13

700,13

728,13

765,24

 

D

320,79

320,79

320,79

321,32

458,13

458,13

464,31

465,09

 

E

375,12

375,12

344,87

352,40

536,02

536,02

531,90

543,51

 

F

533,08

533,08

533,08

562,87

761,71

761,71

799,38

836,08

Frankrijk

G

294,96

294,96

294,96

307,33

421,38

421,38

452,75

471,74

Griekenland

H

294,96

294,96

294,96

298,14

421,38

421,38

456,01

460,94

Italië

I

344,87

344,87

344,87

352,81

492,69

492,69

531,55

543,78

Tsjechië

J

344,87

344,87

344,87

352,14

492,69

492,69

532,52

543,74

Slovenië

K

344,87

344,87

344,87

351,74

492,69

492,69

532,95

543,57

Portugal

L

375,12

375,12

344,87

350,31

536,02

536,02

534,01

542,44

TOELICHTING

Algemeen

Per 1 januari 2026 zijn allerlei bedragen, percentages en aantallen in de SZW-regelgeving herzien. In deze verzamelregeling zijn de nieuwe bedragen, percentages en aantallen gepubliceerd, zoals voorgeschreven door de genoemde regelgeving. De wijzigingen van alle bedragen zijn zo veel mogelijk gebundeld. In deze regeling is ook de vaststelling van de aantallen beschut werk voor het jaar 2026 opgenomen. Naast deze verzamelregeling zijn er ook twee verzamelmededelingen gepubliceerd.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I Wijziging bedrag Boek 7 Burgerlijk Wetboek

Op grond van artikel 7:673, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek wordt de hoogte van het bedrag genoemd in het tweede lid van dat artikel, betreffende de hoogte van de maximale transitievergoeding, jaarlijks met ingang van 1 januari bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de ontwikkeling van de marktcontractlonen. In de Macro-Economische Verkenningen (MEV) is deze ontwikkeling van de marktcontractlonen voor het komende jaar geraamd. Daarbij wordt het bedrag afgerond op het naaste veelvoud van € 1.000,–.

De ontwikkeling van de contractlonen wordt blijkens de MEV geraamd op 4,2%.1 Momenteel is het bedrag € 98.000,–. Bij verhoging met 4,2% resulteert dit in een bedrag van € 102.116,–. Dit bedrag wordt afgerond op het naaste veelvoud van € 1.000,–. Met de onderhavige regeling wordt daarom met ingang van 1 januari 2026 het bedrag van € 98.000,– gewijzigd in € 102.000,–

Artikel II Wijziging Regeling beslagvrije voet

Artikel II berust op artikel 6 van het Besluit beslagvrije voet. In dit artikel is de bepaling opgenomen dat de beslagvrije voet van personen op wiens inkomen beslag is gelegd en die buiten Nederland woonachtig zijn wordt vermenigvuldigd met een vastgestelde factor, de zogenaamde woonlandfactor. De in deze regeling gebruikte woonlandfactoren zijn afgeleid van het woonlandbeginsel in de sociale zekerheid en zijn gebaseerd op de verhouding van het algemene kostenniveau van het betreffende woonland en dat van Nederland.

In enkele gevallen ligt een bilateraal sociale zekerheidsverdrag ten grondslag aan de woonlandfactor. In de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012 is in een aantal gevallen het percentage op 100% (1,0) gesteld, vanwege bilaterale afspraken, wat niet speelt bij deze regeling. De woonlandfactor kent een maximum van 1,0.De bijlage wordt jaarlijks op 1 januari geactualiseerd. De actualisatie is gebaseerd op de lijst binnen de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012.

Artikel III Wijziging Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Onderdelen A tot en met D

In paragraaf 6 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ zijn formules opgenomen voor de aanspraak op vakantietoeslag over inkomen in 2026. Deze formules worden jaarlijks, overeenkomstig artikel 38, vierde lid, van de Participatiewet, geactualiseerd vanwege de wijzigingen in de fiscaliteit.

Onderdelen E en F

Sinds 1 januari 2017 moeten gemeenten de voorziening beschut werk aanbieden aan personen die daarop zijn aangewezen. De Participatiewet regelt met artikel 10b, vierde lid, dat bij ministeriële regeling het aantal ten minste te realiseren beschut werkplekken kan worden vastgesteld per gemeente. De colleges van burgemeester en wethouders moeten in een jaar, voor zover de behoefte daartoe bestaat (de behoefte wordt bepaald door het aantal door UWV afgegeven positieve adviezen), ten minste het aantal beschut werkplekken realiseren dat is vastgelegd in deze ministeriële regeling. Deze aantallen per gemeente zullen in 2048 bij elkaar opgeteld overeenkomen met de aantallen in de raming en daarmee de financiering vanuit het Rijk.

Het Rijk stelt via de integratie-uitkering Participatie in het gemeentefonds financiële middelen beschikbaar aan gemeenten voor de realisatie van deze beschut werkplekken. Bij de totstandkoming van de Participatiewet in 2015 zijn middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld, voor oplopend tot structureel ruim 30.000 beschut werkplekken tegen een gemiddeld dienstverband van 31 uur per week in 2048. Dit betekent dat gemeenten evenredig meer moeten realiseren bij dienstverbanden van minder dan 31 uur per week en evenredig minder behoeven te realiseren bij dienstverbanden van meer dan 31 uur.

De werkplekken zijn, net als de financiële middelen voor beschut werk, verdeeld over de gemeenten op basis van de gemeentelijke instroom in de Wajong werkregeling en de Wsw-wachtlijst in de periode 2012–2014. Daarbij worden de aandelen van gemeenten zodanig aangepast dat iedere gemeente ten minste de financiële middelen krijgt om één beschutte werkplek te realiseren.

Artikel IV Wijziging Regeling Wfsv

Met deze regeling wordt het quotumpercentage over 2026 voor de sector overheid vastgesteld op 2,58 procent. Het quotumpercentage is berekend met toepassing van de formule, bedoeld in artikel 38f, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv).

De quotumheffing is geactiveerd voor de sector overheid voor quotumtekorten over het jaar 2018 en verder2 en is van toepassing op alle overheidswerkgevers met 25 of meer werknemers. Bij de berekening van het quotumpercentage gaat het om de verhouding tussen het aantal banen dat conform de banenafspraak moet worden ingevuld door mensen uit de doelgroep ten opzichte van het totale aantal banen in de sector overheid.

In 2024 heeft, naast de sector overheid, ook de sector markt de doelstelling van de banenafspraak niet gehaald, voor het tweede jaar op rij. In de brief van 3 juli 2025 over de resultaten van de banenafspraak heeft de Staatssecretaris Participatie en Integratie aangegeven daarom voortaan ook voor marktwerkgevers een quotumpercentage te berekenen en publiceren.3 Omdat de huidige quotumheffing onuitvoerbaar is gebleken, is niet aan de orde om deze te activeren voor de markt. Om die reden wordt het quotumpercentage voor de markt niet opgenomen in de Regeling Wfsv, maar via andere kanalen bekendgemaakt. Dit is anders voor de overheid, waarbij ten tijde van het voor het eerst vaststellen van een quotumpercentage nog niet was gebleken dat de quotumregeling onuitvoerbaar was. In de tussentijd is het quotumpercentage voor overheidswerkgevers een veel gebruikte richtlijn geworden.

Het quotumpercentage wordt op grond van artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bij ministeriële regeling vastgesteld in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover het quotumtekort wordt bepaald. De waarden van zes van de acht variabelen zijn eerder vastgesteld in artikel 2.32 van het Besluit Wfsv en artikel 3.35 van de Regeling Wfsv. Het totaal aantal banen bij werkgevers die quotumheffing verschuldigd zijn in de sector overheid (variabele D) en het aantal gerealiseerde extra banen voor arbeidsbeperkten bij kleine werkgevers (variabele H) zijn echter variabel en moeten jaarlijks worden vastgesteld. Deze regeling voorziet daarom tevens in de vaststelling van variabelen D en H voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2026. Door het aantal banen jaarlijks vast te stellen sluit de berekening zoveel mogelijk aan bij de actuele situatie op de arbeidsmarkt.

Om variabele D te bepalen moet het totaal aantal banen bij grote werkgevers in de sector overheid worden bepaald en het aantal banen van uitgeleend personeel in de sector overheid. Bij bedrijven die personeel mogen uitlenen, bijvoorbeeld uitzendbureaus en sw-bedrijven, speelt het volgende. Ze krijgen een nulquotum over het personeel dat ze uitlenen, waardoor het quotumpercentage voor deze bedrijven niet voor uitgeleend personeel geldt. Voor het personeel dat ze niet uitlenen, geldt het reguliere quotumpercentage. Met ingang van 1 juli 20174 is daarom op grond van artikel 38f, derde lid, van de Wfsv in het Besluit Wfsv geregeld dat het aantal banen van uitgeleend personeel in mindering gebracht moet worden op het totaal aantal banen bij grote werkgevers.

Op basis van deze berekening heeft UWV variabele D voor de sector overheid voor 2026 bepaald op 1.291.070,605 banen.

Variabele H weerspiegelt het aantal gerealiseerde extra banen bij kleine werkgevers in de sector overheid. Variabele H wordt bepaald door het aantal banen bij kleine overheidswerkgevers eind 2024 te verminderen met het aantal banen bij kleine overheidswerkgevers ten tijde van de nulmeting eind 2012. Gebleken is dat het aantal banen bij kleine overheidswerkgevers sinds 2012 met 266,00 is afgenomen. Variabele H bedraagt voor 2026 daarom -253,07. Een mogelijke verklaring voor deze afname is dat overheidswerkgevers die voorheen ‘klein’ waren, door groei of fusie nu in de categorie ‘groot’ vallen. In deze gevallen is er slechts sprake van een administratieve verschuiving van waar de banen meetellen.

De formule voor de berekening van het quotumpercentage op grond van artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv luidt als volgt:

De variabelen van de formule voor het quotumpercentage voor 2026 zijn ingevolge artikel 2.32 van het Besluit Wfsv en artikel 3.35 van de Regeling Wfsv:

  • Variabele A = 13.504: het aantal banen vervuld door mensen met een arbeidsbeperking bij grote werkgevers in de sector overheid op grond van de nulmeting.

  • Variabele B = 25.000: het aantal extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking dat grote overheidswerkgevers moeten realiseren in 2025 en verder.

  • Variabele C = 1.331: het gemiddeld aantal verloonde uren van mensen met een arbeidsbeperking in de sector overheid en de sector niet-overheid tezamen. 1.331 verloonde uren per jaar komen overeen met gemiddeld 25,5 uur per week.

  • Variabele D = 1.291.070,60: het totaal aantal banen bij grote werkgevers in de sector overheid.

  • Variabele E = 1.623: het gemiddeld aantal verloonde uren van een werknemer bij grote werkgevers in de sector overheid. 1.623 verloonde uren per jaar komen overeen met gemiddeld 31,1 uur per week.

  • Variabele F = 1.922: het aantal mensen met een arbeidsbeperking, bedoeld in artikel 38b, tweede lid, voor de sector overheid in 2025. Het betreft het aantal mensen met een medische beperking die is ontstaan voor hun 18e verjaardag of tijdens hun studie, die zonder een voorziening niet in staat zijn het wettelijk minimumloon te verdienen, maar met een voorziening wel.

  • Variabele G = 1.331: het gemiddeld aantal verloonde uren van mensen met een arbeidsbeperking, bedoeld in artikel 38b, tweede lid, in de sector overheid. 1.331 verloonde uren per jaar komen overeen met gemiddeld 25,5 uur per week.

  • Variabele H = -253,07: het aantal gerealiseerde extra banen voor arbeidsbeperkten bij werkgevers als bedoeld in artikel 34, vierde en zesde lid, in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid.

Dit leidt tot de volgende formule voor de berekening van het quotumpercentage:

Het quotumpercentage voor grote werkgevers in de sector overheid in 2026 bedraagt op grond hiervan 2,58 procent. Dit betekent dat van alle verloonde uren van grote werkgevers in de sector overheid 2,58 procent ingevuld moet worden door mensen met een arbeidsbeperking.

Onderdeel A

In artikel 3.35, onderdeel d, wordt de waarde van variabele D voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2026 toegevoegd. In onderdeel f van dit artikel wordt de waarde van variabele H toegevoegd voor 2026. De berekening van de hoogte van de variabelen D en H is hierboven toegelicht.

Onderdeel B

In artikel 3.37 van de Regeling Wfsv wordt het quotumpercentage voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2026 toegevoegd. Het quotumpercentage voor 2026 wordt vastgesteld op 2,58%. Omdat de quotumheffing voor de sector overheid is geactiveerd vanaf 1 januari 2018, moet op grond van artikel 38f, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen voorafgaand aan ieder kalenderjaar het quotumpercentage worden vastgesteld. Het gaat daarbij om het percentage van de verloonde uren dat bij de betreffende werkgever door arbeidsbeperkten moet worden vervuld op grond van de banenafspraak.

Artikel V Wijziging Remigratieregeling

De wijziging van de Remigratieregeling betreft de wijziging van bijlage 2, behorend bij artikel 5, bij die regeling. In deze bijlage zijn de brutobedragen van de remigratie-uitkeringen opgenomen.

In bijlage 3 bij deze wijzigingsregeling zijn de gewijzigde bedragen voor een remigratie-uitkering opgenomen. Op grond van artikel 3, eerste lid, van het Remigratiebesluit worden de brutobedragen van de remigratie-uitkeringen jaarlijks aangepast aan de hand van de helft van het percentage waarmee in het voorafgaande kalenderjaar de bijstandsnormen zijn gewijzigd. De bedragen zijn in de berekening geïndexeerd aan de hand van de helft van de stijging van de bijstandsnorm voor gehuwden (inclusief vakantie-uitkering) die geldt op 31 december van het voorgaande jaar ten opzichte van dezelfde norm die geldt op 31 december in het jaar daarvoor.

Artikel VI

Deze regeling treedt op 1 januari 2026 in werking. Daarmee wordt afgeweken van de minimumtermijn tussen de publicatiedatum van een ministeriële regeling en het tijdstip van inwerkingtreding. Die termijn is drie maanden, in lijn met aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. De reden hiervoor is dat verschillende gegevens die nodig zijn voor de berekening van de indexaties pas in november of december bekend zijn.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L.J. Paul

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.N.J. Nobel


X Noot
1

Centraal Planbureau, Macro Economische Verkenning 2026, p. 6. Den Haag.

X Noot
2

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 oktober 2017 tot wijziging van de Regeling Wfsv in verband met activering van de quotumheffing voor de sector overheid (Stcrt. 2017, 58942).

X Noot
3

Kamerstukken II, 34 352, nr. 342.

X Noot
4

Besluit van 28 maart 2017 tot wijziging van het Besluit Wfsv en het Besluit SUWI in verband met het Besluit aanwijzing categorieën arbeidsbeperkten en werknemers voor berekening quotumtekort (Stb. 2017, 164).

X Noot
5

In artikel 2.22 van het Besluit Wfsv is bepaald dat variabelen in de formule van het quotumpercentage naar beneden worden afgerond op twee cijfers achter de komma.

Naar boven