Wijzigingsbesluit Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NZa

De Nederlandse Zorgautoriteit,

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11 van het Bestuursreglement van de Nederlandse Zorgautoriteit;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NZa wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 3, eerste lid, komt te luiden als volgt:

  • 1. De directie Toezicht is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wmg en met het in artikel 16 van de Wmg bedoelde toezicht en met de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht en concentraties, met het uitbrengen van zienswijzen, met monitoring, met stelselonderzoek naar en vroegsignalering van risico’s voor de beschikbaarheid van jeugdzorg en met handhaving.

B

In artikel 5, eerste lid, vervalt de zinsnede: voor het ontvangen van gegevens en inlichtingen omtrent feiten en omstandigheden die mogelijk niet in overeenstemming zijn met het bij of krachtens de wet bepaalde.

C

In artikel 8 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het eerste lid wordt de zinsnede “als bedoeld in de artikelen 48, 49, 85 tot en met 90 Wmg”, vervangen door: als bedoeld in de artikelen 48, 49, 85 tot en met 93 van de Wmg.

2. In het derde lid wordt aan de zinsnede “als bedoeld in artikel 40b van de Wmg”, toegevoegd: en artikel 4.5.2. van de Jeugdwet.

D

Artikel 13, eerste lid, komt te luiden als volgt:

  • 1. Als medewerkers die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wmg en met het in artikel 16 van de Wmg bedoelde toezicht als bedoeld in artikel 72, eerste lid, onder b en artikel 72, tweede lid, onder a, van de Wmg zijn aangewezen alle medewerkers van de NZa, met uitzondering van de directeur Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning, de unitmanager Juridische Zaken en de secretaresses van de NZa.

E

In Bijlage 1 bij het Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NZa, worden de volgende wijzigingen aangebracht

1. In onderdeel 2, derde alinea, komt de eerste volzin te luiden als volgt:

De directie Toezicht is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wmg en met het in artikel 16 van de Wmg bedoelde toezicht en met de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht en concentraties, met het uitbrengen van zienswijzen, met monitoring, met vroegsignalering en stelselonderzoek voor jeugd en met handhaving.

2. In de zesde alinea vervalt de zinsnede: voor het ontvangen van gegevens en inlichtingen omtrent feiten en omstandigheden die mogelijk niet in overeenstemming zijn met het bij of krachtens de wet bepaalde.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met uitzondering van artikel I, onderdelen C, tweede lid en D, artikel 72, tweede lid, onder a, die in werking treden met ingang van 1 januari 2027. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2026 dan treedt dit besluit in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2026, met uitzondering van artikel I, onderdelen C, tweede lid en D, artikel 72, tweede lid, onder a, die in werking treden met ingang van 1 januari 2027.

Utrecht, 26 november 2025

Nederlandse Zorgautoriteit G.J.C.M. Engwirda-Kromwijk Voorzitter Raad van Bestuur

TOELICHTING BIJ HET WIJZIGINGSBESLUIT VAN HET BESLUIT ORGANISATIE, MANDAAT, VOLMACHT EN MACHTIGING NZA

De Raad van Bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft op 25 november 2025 besloten tot aanpassing van het Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NZa (hierna: Mandaatbesluit).

ALGEMEEN

De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (Stb. 2025, 274) bevat onder andere verplichtingen voor jeugdhulpaanbieders en gecertifieerde instellingen ten aanzien van een interne toezichthouder, een transparante financiële bedrijfsvoering en een openbare jaarverantwoording.

Taken NZa

De NZa krijgt met de genoemde wet verschillende taken. Zo zal de NZa stelselonderzoek doen naar de beschikbaarheid van jeugdhulp en vroegsignalering doen van risico’s voor de beschikbaarheid van specialistische jeugdzorg dan wel van reeds bestaande tekorten in de specialistische jeugdzorg. Deze taken van de NZa op het gebied van stelselonderzoek en vroegsignalering treden in werking op 1 januari 2026.

Daarnaast zal de NZa toezicht houden op de verplichtingen van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen tot het hebben van een transparante financiële bedrijfsvoering en de verplichtingen omtrent de openbare jaarverantwoording. Deze toezichthoudende taak van de NZa is opgenomen in het in artikel I, onderdeel V, opgenomen artikel 9a.4 van de Jeugdwet. Omdat een financiële verantwoordingscyclus steeds over een boekjaar wordt gedaan treden de eisen voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen tot het hebben van een transparante financiële bedrijfsvoering en de verplichtingen omtrent de openbare jaarverantwoording uit de Jeugdwet en de Wmg, in werking op 1 januari 2027. Ook de toezichthoudende taken van de NZa ten aanzien van de transparante financiële bedrijfsvoering en de openbare jaarverantwoording treden in werking op 1 januari 2027.

Artikel I, onderdelen A en E, onder 1

Hoofdstuk 9a van de Jeugdwet (Stelselonderzoek, vroegsignalering en toezicht door de zorgautoriteit) treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 met uitzondering van artikel 9a.4 dat verwijst naar de artikelen 4.5.1 en 4.5.2, die zien op de regels voor de financiële bedrijfsvoering, waaronder de jaarverantwoording. Artikel 9a.4 treedt in werking met ingang van 1 januari 2027.

In de Wet verbetering beschikbaarheid jeudzorg is ook bepaald (in artikel II, onderdeel G) dat artikel 16a van de Wmg vervalt met ingang van 1 januari 2026. Dit geldt ook voor de wijzigingen die in artikel 16 zijn aangebracht met deze wet. Dit houdt in dat onderdeel A in zijn geheel met ingang van 1 januari 2026 in werking kan treden. Datzelfde geldt voor de toelichting bij dit artikel die is aangepast in artikel I, onderdeel D, onder 1.

Artikel I, onderdeel B en E, onder II

In artikel 5 is voor de directie Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning opgenomen dat zij fungeert als meldpunt in de zin van artikel 74 van de Wmg voor het ontvangen van gegevens en inlichtingen omtrent feiten en omstandigheden die mogelijk niet in overeenstemming zijn met het bij of krachtens de wet bepaalde. Met deze wijziging is de zinsnede “voor het ontvangen van gegevens en inlichtingen omtrent feiten en omstandigheden die mogelijk niet in overeenstemming zijn met het bij of krachtens de wet bepaalde”, vervallen in het artikellid en in de toelichting op artikel 5.

In de Wet verbetering beschikbaarheid jeudzorg is bepaald dat in artikel 74 van de Wmg omtrent dit meldpunt na «met het bij of krachtens de wet bepaalde» ingevoegd moest worden «en van meldingen als bedoeld in artikel 9a.2, tweede lid, onderdeel a, van de Jeugdwet». Het onderdeel «en van meldingen als bedoeld in artikel 9a.2, tweede lid, onderdeel a, van de Jeugdwet», is opgenomen na de zinsnede «met het bij of krachtens de wet bepaalde».

Het meldpunt zal hiermee niet meer alleen gaan over meldingen van zaken die in strijd zijn met de wet, maar ook over risico’s voor toegankelijkheid van jeugdzorg in bredere zin. De NZa heeft hier een signalerende taak in.

Artikel I, onderdeel C

In artikel 8, eerste lid, van het Mandaatbesluit was bepaald dat directeuren voor de uitvoering van de werkzaamheden van hun directie, bevoegd zijn om namens de NZa beschikkingen te nemen, met uitzondering van beschikkingen als bedoeld in de artikelen 48, 49, 85 tot en met 90 van de Wmg en beschikkingen op bezwaar. Met de wijziging van artikel 8, eerste lid, worden hier de artikelen 91, 92 en 93 van de Wmg aan toegevoegd.

Artikel 93 van de Wmg is toegevoegd in artikel II, onderdeel DD van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg en daarin is geregeld dat de NZa ook aan een jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling een bestuurlijke boete op kan leggen. De artikelen 91 en 92 van de Wmg bevatten bepalingen die zien op de bestuurlijke boete voor de Regionale Ambulancevoorziening en een ziektekostenverzekeraar die artikel 15f van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg overtreedt. Die verwijzing was per abuis nog niet eerder opgenomen in artikel 8, eerste lid, van het Mandaatbesluit. Dit wordt met deze aanpassing hersteld.

De toegevoegde verwijzing in artikel 8, derde lid, van het Mandaatbesluit naar artikel 4.5.2. van de Jeudgwet heeft betrekking op de openbaarmaking van de jaarverantwoording door de in dat artikel van de Jeugdwet aangewezen jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. Deze aanpassing treedt, net als artikel 4.5.2. van de Jeugdwet, in werking met ingang van 1 januari 2027.

Artikel I, onderdeel D

Omdat in artikel II, onder G, van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is bepaald dat artikel 16a van de Wmg vervalt, vervalt de verwijzing naar artikel 16a van de Wmg in artikel 13 van het Mandaatbesluit eveneens. De verwijzing in artikel 8 van het Mandaatbesluit naar artikel 16 van de Wmg en de vervallen verwijzing naar artikel 16a van de Wmg treden in werking met ingang van 1 januari 2026. In artikel II, onderdeel U, van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is opgenomen dat in artikel 72, eerste lid, van de Wmg de verwijzing naar artikel 16a vervalt. Deze wijziging treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

In het tweede lid van artikel II, onderdeel U, is opgenomen dat aan artikel 72 een nieuw tweede lid wordt toegevoegd waarin wordt bepaald dat de bij besluit van de zorgautoriteit aangewezen medewerkers van de zorgautoriteit zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij en krachtens de artikelen 4.5.1. en 4.5.2. van de Jeugdwet, welk toezicht op grond van artikel 16, onderdeel r, van de Wmg in verbinding met artikel 9a.4 van de Jeugdwet tot de taken van de zorgautoriteit behoort. Omdat de artikelen 4.5.1, 4.5.2 en 9a.4 van de Jeugdwet pas met ingang van 1 januari 2027 in werking treden geldt dit eveneens voor de verwijzing in het Mandaatbesluit naar artikel 72, tweede lid, onder a, van de Wmg.

Artikel II inwerkingtreding

In het Besluit van 15 oktober 2025, houdende vaststelling van de tijdstippen van inwerkingtreding van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg alsmede het vervallen van een artikel (Stb. 2025, 283), is bepaald dat een deel van de artikelen uit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg in werking treedt met ingang van 1 januari 2026 en een ander deel met ingang van 1 januari 2027. Voor de bijbehorende bevoegdheden zoals vastgelegd in het Mandaatbesluit werkt dat in dezelfde mate door. Artikel II voorziet in de diverse inwerkingtredingsmomenten.

De integrale tekst van het Mandaatbesluit NZa (en de gewijzigde bijlage die bij het Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging behoort), zijn te vinden op de website van de NZa: www.nza.nl.

Naar boven